Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Gedrag

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 1417 woorden
  • 1 oktober 2003
  • 61 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.3
  • 61 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Smnvt hfst.11 Bio 1 Ethologie

Gedrag is er altijd ,ook als het dier niet actief is
=is het resultaat van zintuigen,zenuwen, hersenen en spieren.

- Aangeboren/aangeleerd
- Vaak beide
- Wrdt dor inwendige en uitwendige prikkels opgewekt
- Komt tot stand door signalen vanuit het CZS na het ontvangen van prikkels uit de omgeving of uit het eigen lichaam
- De inwendige toestand bepaalt de motivatie voor een bepaald gedrag
- Heeft altijd een functie voor het dier of voor zijn nakomelingen

- Vergroot eigen overlevingskansen
- Vergroot de kans op de nakomelingen
Ethogram =gecodeerde beschrijving van het gedrag van het dier in een bepaalde situatie.
Gedragssystemen = reeksen van handelingen die met elkaar samenhangen, die hetzelfde doel dienen
Zingen --> voortplantingsgedrag & territoriumgedrag

Conflictsituatie =gedragssystemen die tegelijkertijd opgewekt worden(voortplanten & prooi zijn)

Ambivalent gedrag = beide systemen zijn even sterk,er ontstaan een afwisseling van twee bewegingen(een dier valt aan en vlucht tegelijkertijd op de grens van zijn territorium)

Omgericht gedrag =vogels die in de grond pikken i.p.v. elkaar; iemand die met de vuist op de tafel slaat

Overspronggedrag = het dier doet iets schijnbaar volstrekt zinloos( in verlegenheid achter je oor krabben)


Fitness =de mate waarin het dier zijn genen kan doorgeven aan nageslacht

De erfelijke basis
- Reflexeren=de impuls springt direct of bijna direct van sensorische naar een motorische zenuw;automatisch

- Instincten =aangeboren gedrag;
- Zeer doelmatig in natuurlijke omgeving
- Stereotype reacties op bepaalde prikkels
- Van belang voor de dieren met korte levensduur(insecten)
- Begint niet vanzelf

- Sleutelprikkels
- =een bepaald signaal uit de omgeving
- brengt een automatische reactie op gang
- sterkere sleutelprikkel=supersignaal(prikkel)-->dier reageert sterker(koekoekjong--> grote ei= supersignaal-->grote bek=supersignaal--> blijven hem voeden.
- Op de prikkel moet worden gereageerd,onterechte reacties maken niet zo veel uit.
- Alarm andere prikkels waarop het dier altijd moet reageren
- De rol van de daglengte(broedperiode is aan bepaalde data gebonden)
- Bepaalt in grote trekken wat het dier kan leren
- Kan door leerprocessen veranderen

Aangeleerd gedrag:
Leren=een gedragsverandering veroorzaakt door specifieke ervaringen

- Conditioneren=veranderen van de reflexen door leerprocessen
- Hond van Pavlov-belletje voor het eten – speekselproductie
- Geconditioneerd reflex kan lang blijven bestaan,vooral bij een beloning
- Gewenning = ook het afleren van het gedrag (vogelverschrikker werkt niet meer;geen reactie van een kat op een hond achter tralies)

- Proefondervindelijk leren = trial and error
- = het dier probeert van alles en leert door zijn fouten(kat in de kooi- hendeltje – beloning)
- hierdoor leert het dier wat eetbaar en wat niet is
- leren vindt plaats door ervaringen

- Inprenting
- = een heel aparte en sterk erfelijk bepaalde leervorm
- geen inprenten!!!!
- Onbewust
- Gebonden aan een levensfase
- Wordt nooit meer vergeten uitsluitend gedurende een kritische periode =2dgn geen bewegelijk voorwerp.
- = wat gansjes als eerste zien bewegen = moeder
- vooral in de vroegere jeugd
- zo leert dier zijn eigen jongen kennen – binnen 2 dgn na het uitkomen van de eieren = acceptatie van de vreemd jong; na 2 dagen = wegjagen/doden
- hierdoor leren de dieren wie hun soortgenoten zijn

- Imitatie
- =naar de anderen te kijken,ze nadoen
- Japanse aap Imo – afspoelen van de aardappelen in de zee om geen zand binnen te krijgen – over een paar jaar = gedragskenmerk van de hele groep.

Voordeel van het leren t.o.v. gedrag = biedt een mogelijkheid om het gedrag te wijzigen, als het nodig is .Meer belang voor de dieren die lang leven.

Intelligent gedrag
=bepaald gedrag dat lijkt ter plaatse bedacht te zijn doordat een dier de situatie doorziet.
(niet altijd even duidelijk of het echt inzicht is of een toevallige ontdekking).
Het blijkt dat de dieren van dezelfde soort vaak een groot verschil in slimheid vertonen.
Sociaal gedrag
De meeste dieren leven alleen.
Samen=paring,zorg voor de jongen.
Dieren die in groepen leven vallen meer op.

Voordelen van het groepsleven:
- Betere bescherming van je jongen /voedselbron
- Predator=roofdier beter opmerken en verjagen
- Grotere prooi =samenwerking

Nadelen van het groepsleven:
- Aanwezige voedsel delen met je groepsgenoten
- Grotere kans op een besmettelijke ziekte/parasiet
- Vertrouwen dat de anderen je niet bedriegen(eieren bijleggen/opeten,paren met je partner)

Groepen van de sociaal levende dieren:
- Anonieme groepen
- Geen structuur
- Ze kennen elkaar niet
- Ze zoeken elkaars gezelschap=dezelfde plekken opzoeken/veiligheid
- Pissebedden onder een steen/zwermen muggen/trekvogels
- Hiërarchische groepen
- Dieren kennen elkaar
- Een is de leid(st)er = de sterkste/de oudste
- Elke dier kent zijn eigen plaats in de rangorde
- Geen gevecht voor voedsel = iedereen komt aan de beurt.
- Kuddes paarden/roedels wolven/troepen ganzen

Sociale insecten
= de meest extreme vorm van sociale samenleving
- Hechte samenlevingsvormen --> kunnen niet individueel
- = superorganisme (een cel kan niet overleven in een organisme)
- groot deel van de groep = geen vermogen voor het voortplanten
- strakke taakverdeling
- intensieve communicatie
- meerdere dieren zorgen samen voor het nageslacht
- de onvruchtbare dieren doen de verzorging
- minstens 2 generaties in het nest;nakomelingen helpen hun ouders bij het werk
- systeem is allen te begrijpen aan de hand van fitness
- zorgen voor een broer /zus levert evenveel fitness als zorgen voor je eigen kinderen
- termieten/wespen/bijen/hommels

- Wespen:
- Wesp1 legt alleen in het voorjaar een paar eieren
- Wespen die eruit komen =onvruchtbaar=werksters toch een grote fitness
- Wesp 1 legt verder eieren,nest bouwen de werksters
- Uit de laatste eieren --> vruchtbare mannetjes en vrouwtjes
- Alleen de bevruchte vrouwtjes overwinteren
- Wespenvolk bestaat maar een zomer

- Bijen en hommels:
- Levenspatroon is ongeveer gelijk aan die van de wespen
- Hommels in het voorjaar = bevruchte vrouwtjes
- Bijen communiceren door de geurstoffen
- Een bevruchte vrouwtje bij de bijen = koningin
- Werksters leven enkele maanden
- Mannetjes nog korter

- Mieren
- De meest dominante groep van de sociale insecten
- Grote variatie
- Komen overal ter wereld voor

- Termieten
- = tropische insecten,leven van plantaardig materiaal
- werksters+ soldaten (enorme kaken) =onvruchtbaar

Altruïsme
=sociale insecten offeren zich voor de anderen op.
- Vergroot de fitness van het dier
- Waarschuwen van de familiegenoten = genen besparen

Zorgen voor nageslacht
- Partner moet sterk & gezond zijn --> meer kans op gezonde kinderen.
- Balts = een ingewikkeld gedrag dat vooraf aan de paring gaat.
1. vergroot de bereidheid van de dieren om te paren
2. heeft de dieren een kans om de beste partner uit te kiezen ;
--->fitness vergroten (overlevingskansen voor nageslacht)

probleem bij de vrouwelijke dieren = beperkte aantal eieren -->zo gezond mogelijke nageslacht.
Beoordelen van de kwaliteit van de man:
- geschenken = prooi--> te klein vrouwtje gaat weg
- territoria =vrouwtje kiest iem. met een groot-->voldoende voedsel
- grootte = groot(hard zingt/kwaakt) is gezond
- geweien bij de herten en staarten bij de pauwen = hoe ster de eigenaar is.

Broedzorg
- bij warmbloedige dieren wrdt het kroost altijd beschermd en verzorgd;klein jong kan zich niet warm houden
- bij andere diergroepen komt het minder algemeen voor
- vissen/insecten zorg = uitzoeken van een veilige plek voor de eieren
- stekelbaarzen& wespen = uitzonderingen
- vogels& zoogdieren zorgen altijd voor hun jongen
- meeuwen herkennen hun kuikens aan de vlekkenpatroon door inprenting gedurende eerste 2 dagen
- levenslange trouw bij de zwanen,kraaien,eksters
- bij vogels waarvan de beide geslachten dezelfde uitzien,zorgen samen voor het kroost
- een van de partners is felgekleurd = bemoeit zich er niet mee

De mens...
- goed kunnen leren van een taal = aangeboren
- non-verbale communicatie =lichaamstaal
- ook mensen gedragen zich instinctief
- rangorde speelt een rol
- underdog = iem. Uit de groep die als laatste gekozen wordt,die gepest wordt.
- Vrouwen zochten vroeger iem.die hoger stond (prins)
- Door moderne ontwikkelingen veranderen de rolpatronen sterk
- Vrouwen kunnen zich op andere gebieden ontplooien
- Duidelijke rolpatronen: vrouwen hebben meer oog voor de gevoelens;jonge mannen die stoer doen.
- Territoriumsysteem =
1. persoonlijk(eigen kamer)
2. familieterritorium (hekken en de muurtjes om de tuinen)
3. nationaal territorium
- fitness speelt ook een rol
1. mannen kiezen een jongere partner(vruchtbaarheid)
2. vrouwen voorkeur voor de oudere man(veiligheid)
- regels tegen incest =taboe
- iemand waar je vanaf het eerste begin bent mee opgegroeid is niet aantrekkelijk als een partner
- beschermen van hulpeloze soortgenoten zou instinctief kunnen zijn
- verandering van de normen --> conflicten tussen de ouderen en de jongeren.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.