BVJ samenvatting H4 Planten

Beoordeling 3.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 562 woorden
  • 25 februari 2014
  • 4 keer beoordeeld
Cijfer 3.7
4 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Interesse in een creatieve of digitale opleiding, maar nog geen keuze gemaakt?

Doe nu de keuzetest en ontdek welke 2- of 4-jarige opleiding bij jou past binnen media, communicatie, design of tech. Vergelijk en maak makkelijker je keuze. Inschrijven kan tot 1 juli.

Naar de keuzetest

Deze samenvatting staat ook als 'nette' versie in de bijlage. Op de webversie zien sommige dingen er niet helemaal uit zoals ze zouden moeten zijn...

Geslachtelijke voortplanting

Meeldraad = meeldraad + helmknop -> meiose -> vorming stuifmeelkorrels

Stamper = stempel + stijl + vruchtbeginsel -> vorming zaadbeginsels

Stuifmeelkorrel + zaadbeginsel -> vorming stuifmeelbuis naar zaadbeginsel -> bevruchting -> een zygote is ontstaan   -> de zygote wordt een embryo (kiem) -> het zaadbeginsel wordt een zaad, het vruchtbeginsel een vrucht

Ontkieming, groei en ontwikkeling

Groei embryo -> reservevoedsel uit de zaadlobben wordt verbruikt (zetmeel -> glucose m.b.v. amylum)-> wortels worden gevormd -> chlorofyl wordt gevormd -> zaadlobben vallen af als ze zijn gebruikt

Bruine boon = tot de groep van de dicotylen (tweezaadlobbigen)

Groei vindt alleen plaats in de meristemen (deelweefsels), die zitten in

  • Toppen wortels en stengels (groeipunten)

  • Knoppen

  • Jonge bladeren

  • Cambium

    Na mitose, celdeling en plasmagroei blijft één van de dochtercellen in het meristeem liggen -> de andere heeft celstrekking doordat de vacuolen veel water opnemen

    Wortelmutsje: dode, verslijmde cellen die de worteltop beschermen

    Diktegroei mogelijk door het cambium, na elke deling komt één cel buiten het cambium te liggen.

  • Naar binnen toe ontstaan houtcellen

  • Naar buiten toe ontstaan bastcellen

    In de stam zit

  • (buitenkant stam, vervoert water met stoffen)< > (binnenkant stam, stevigheid)

    Cambium maakt ook cellen om zijn eigen diktegroei bij te houden

  • verbinding door mergstralen -> radiaal transport (van buitenkant <-> binnenkant)

    Bevordert de lengtegroei door celstrekking door de rekbaarheid van de celwanden te verhogen

  • Wordt geproduceerd in de uiterste top van de stengel

  • Concentratie is lager aan de belichte zijde -> andere kant groei sneller -> fototropie

    • fototropie: groeit naar het licht toe< > geotropie: groeit tegen de zwaartekracht in< > (waslaagje)

      Voorkomen dat de plant uitdroogt

  • (opperhuid)

    Beschermen tegen uitdroging en infecties

  • Bevat veel bladgroen

  • Zorgt voor fotosynthese en tijdelijke opslag van zetmeel


  • Direct achter de huidmondjes -> bevat dus veel intercellulaire ruimtes

  • Zorgt ook voor fotosynthese en tijdelijke opslag van zetmeel

  • Bevat houtvaten (bovenkant) en bastvaten (onderkant) en vaatbundelschede (vezels)

  • Zorgt voor transport en stevigheid

    Bladeren diffunderen stoffen die binnenkomen door de huidmondjes -> luchtholtes / intercellulaire ruimtes

    Houtvaten ontstaan doordat houtcellen secundaire celwanden (cellulose en houtstof (lignine)) afzetten en de dwarswanden verdwijnen

  • of spiraalvormige secundaire celwanden bij groeiende plantendelen< > secundaire celwanden bij later gevormde houtvaten -> stippels zorgen voor zijwaarts transport

    De endodermiscellen zorgen voor actief transport van de zouten naar de centrale cilinder

  • Hogere osmotische waarde centrale cilinder

  • Water diffundeert door osmose naar centrale cilinder

  • Kurkbandjes verhinderen dat het water terugstroomt

  • Waterdruk in wortels stijgt -> worteldruk

    Glucose wordt omgezet in koolhydraten (vooral zetmeel), vetten en eiwitten

  • Deze stoffen worden tijdelijk opgeslagen in het palissade- en Sponsparenchym

  • ’s nachts wordt het zetmeel omgezet in sacharose (suiker) en via bastvaten afgevoerd naar alle delen plant

  • Glucose, fructose en sacharose worden in het vacuolevocht opgeslagen

  • Zetmeel wordt opgeslagen in amyloplasten (zetmeelkorrels) in bijv. knollen

  • Vetten worden opgeslagen als druppels in het cytoplasma

  • Eiwitten worden opgeslagen in het vacuolevocht of als aleuronkorrels in het cytoplasma

    Stevigheid wordt verkregen door

  • (druk van de cel op de celwand) en houtvaten bij kruidachtige planten

    Lagen houtvaten (jaarringen) bij houtachtige planten

  • Speciale steunweefsels bestaande uit vezels (sklerenchymcellen)

    • Gemaakt door sklerenchymcellen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.