1.1 inleiding
deductie: afleiden van nieuwe kennis uit bestaande kennis, als ik b.v een dobbelsteen gooit en zegt dat het niet 1,2,3,4 of 5 is. Weet ik dat het 6 is omdat ik al weet dat een dobbelsteen 6 kanten heeft.
inductie: Opstellen van een wet(matigheid) op basis van losse waarnemingen, een soort wet opstellen: licht is sneller dan geluid b.v.

1.1.1
kenmerken: eigenschap dat elk voorwerp of individu bezit dat in een bepaalde groep zit, terwijl niet groepsgenoten die eigenschap niet hebben. Met kenmerken kun je dus onderscheid maken.
variatie: is verschil binnen de groepsgenoten, b.v de mens heeft grote hersenen en loopt recht op (zoogdieren).

In het algemeen worden voor levende wezens de volgende kenmerken genoemd:
1. ze wisselen stoffen uit met hun milieu
2. ze zijn in staat zich voort te planten, en groeien en ontwikkelen.
3. ze reageren op prikkels, signalen van zowel binnen als buiten.
4. ze gaan na verloop van tijd dood.
5. ze zijn in staat een constant inwendig milieu te kunnen handhaven, b.v 37 graden C.

Virus: het is een micro-organisme dat zelfs een bacterie kan ‘besmetten’ en ziek maken. Virussen bestaan uit DNA of RNA, er vage kenmerken van virussen. Qua variatie is het oneindig.

1.1.2
Om een constant inwendig milieu te handhaven, is het nodig dat er een organisme meting doet over hoe de situatie rondom de cellen is. Wordt er een afwijking van de norm geconstateerd, dan worden er maatregelen getroffen om de norm weer te bereiken. We spreken hier van regulatie door de levende organisme.

1.1.3
stofwisseling: Om in leven te blijven hebben organisme bepaalde stoffen nodig om bepaalde celonderdelen op te bouwen en stoffen waaruit energie kan worden gehaald. Maar stoffen worden gebruikt en/of sterven af, maar er moeten wel steeds nieuwe stoffen worden opgenomen. En de afvalstoffen die bij een de celreactie ontstaan, moeten worden afgegeven aan de buitenlucht. Er is dus sprake van voortdurende stofwisseling.

Organische stoffen: dat zijn stoffen die kenmerkend zijn voor het leven en die gemeenschappelijk hebbend dat ze allemaal van nature in levende wezens voorkomen en door hen zijn gevormd.

Stofwisseling van verschillende levensvormen:
Autotroof: Planten en sommige bacteriën, zij zorgen zelf voor hun organische moleculen. Als energiebron gebruiken ze bijna altijd zonlicht. De vorming van organische brandstof heet ook wel: fotosynthese. Als afvalproduct komt er zuurstof vrij.
Heterotroof: Schimmels, dieren en de meeste bacteriën,
Zij moeten hun organische stoffen halen uit andere levende wezens of producten of dode resten.
De plant kan uit de glucose wel alle benodigde organische stoffen maken, wel heeft hij daarbij mineralen nodig die hij uit de grond haalt, het probleem is namelijk dat glucose maar 3 elementen bevat(Koolstof, waterstof en zuurstof). Hoewel is sommige organische stoffen nog andere elementen nodig zijn. Zoals b.v: ijzer, fosfor, stikstof, zwavel etc.
Dissimilatie: dat is een proces waarbij de plant glucose afbreek om die te gebruiken als energie om stoffen te transporteren( in zijn “lichaam”). Er wordt energie gemaakt door dat: als de glucose word afgebroken er bij de fotosynthese zuurstof vrijkom die komt goed van pas komt omdat dat er voor zorg dat de glucose volledig verbrand. Waarbij (bij de verbranding) energie word vrijgemaakt.

Koolhydraten (zetmeel, sacharose) en vetten verbranden zich uitstekend als je b.v: loopt of je zelf warm houd.

1.2.3

Toen in de 19e eeuw het isoleren van stoffen goed op gang kwam gingen ze ook stofjes verbeteren en er aan sleutelen. Er kwamen dan synthetische stoffen die beter waren dan de uitgangsstoffen. Voorbeeld: vanuit de bast van de wilg werd een sap geïsoleerd: salix Salicine: bleek niet lang houdbaar.
Chemici maakte een wat langer houdbare stof van salix:
Salicylzuur was langer houdbaar maar bleek zeer bitter.
In 1899 verbeterde Felix Hoffman (hoe je niet te weten) Salicine en: Acetylsalicylzuur was lang houdbaar en smaakte beter.
Het werd meteen op de markt gebracht als Aspirine.

Helaas zijn veel pijnstillers ook verslaven b.v: morfine, heroïne en opium. Omdat het een aangenaam gevoel geeft. Dat kan dus tot verslaving leiden.
Dat houdt in dat als de verslaafde persoon op houd met het gebruiken hij/zij ontwenningsverschijnselen krijgt, en vaak steeds grotere dosissen moet gebruiken om het zelfde effect te krijgen; dat heet ook wel tolerantie of gewenning.

Wilhelm Konrad Röntgen: Röntgen ontdekte per toeval de straling toen hij een fluorescentiescherm op enige afstand van een buis die ingepakt was in zwart papier zag oplichten als de kathodestraalbuis in werking was, hij werkte in een verduisterde kamer. De straal was dus van grote doordringbaar vermogen.
Eerste röntgenfoto was van Röntgen z’n vrouws hand.

Röntgen straling had een positieve en een negatieve kant:
+ radiotherapie: dat houdt in dat de straling word gebruikt voor het vernietigen van kwaadaardige tumoren.
- de straling kan ook carcinogene (kankerverwekkend) mutagene (mutatieverwekkende) effecten hebben.

Tientallen jaren bleef röntgen de enige manier van beeldvorming: 2-dementionaal.

ECG/elektrocardiogram: elektrische activiteit meten in het hart (1901)
EEG/elektro-encefalogram: elektrische activiteit meten in de hersenen. (1929)
CT-scan: methode met röntgenstraling maar dan in plakjes zodat je een driedimensionale weergave krijgt al je het verwerkt in de computer. (computertomografie)

Kunstnier dat is een apparaat dat door bloedanalyse de patiënt weet te ontdoen van allerlei
schadelijks stoffen en afvalproducten. (Willem Kolff, hoef je niet te weten)

1.3

prenatale diagnostiek: Pas in de 19e eeuw wist mensen dat je ziek werd door bepaalde micro-organisme, daar voor dachten mensen dat het een straf van god was en als ze goed zouden gaan leven het wel over zou gaan. Maar ze wisten wel dat hygiëne samen hing met ziektes.
Ondanks dat ze dat wisten waren de operaties van vroeger alles behalve hygiënisch. Tot de vorige eeuw stierven veel patiënten aan infecties via handen, operatiemessen etc.

1.3.1
Semmelweis die werkte op een kraamafdeling zag dat vele vrouwen overleden aan kraamvrouwenkoorts. Hij kwam er achter dat op de ene afdeling wel vrouwen overleden en op de andere niet dat bleek te komen doordat op de ene afdeling studenten mee hielpen met de bevallingen. Die net de les daarvoor in lijken hadden lopen snijden en dus infecties opliepen.
Pasteur kwam tot de ontdekking dat als bacteriën verhit worden dat ze doodgaan(100 graden)
Koch: elke ziekte heeft zijn eigen bacterie: 3 regels/postulaten · Bij iemand die ziek is kom een bepaald micro-organisme in grote hoeveel heden voor.
· Bij iedereen met de zelfde ziekte komen de zelfde micro-organisme voor.
· Wanneer je iemand dezelfde micro-organisme toedient krijgt hij de zelfde ziekte.

Als er in een stad plotseling een ziekte voorkomt word vaak een medische oplossing ontwikkeld: een vaccin. Een vaccinatie en behandeling met antibiotica.
Operatie worden tegenwoordig in steriele ruimtes gehouden.

Jenner ontdekte dat koeienpokken minder erg waren maar je wel immuun maakte voor mensenpokken(het was algemeen bekent dat als iemand al een keer een ziekte had gehad dat je dan immuun bent).

1.3.2
Een mens heeft 46 chromosomen die verdeelt zijn in 23 paar. Iemand die het syndroom van down heeft; heeft 47 chromosomen, 3 maal chromosoom 21: dat heet ook wel trisomie 21.

Op chromosomen bevinden zich genen; dit zijn dragers van afzonderlijke erfelijke eigenschappen. Langzamerhand ontdekte men dat erfelijke ziektes moesten zijn gevormd door onzichtbare combinaties van zo’n gen. Als een combinatie in DNA, een storing veroorzaakt in de aanmaak van enzymen, dan is er een probleem met de stofwisseling in een cel.

HUGO-project: een project om de complete genen kaart van de menselijke
chromosomen te maken. Het is dan de bedoeling om alle verkeerde variaties van genen op te kunnen sporen: genetic screening. We kunnen nu al bij een embryo een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie doen om te kijken of het kind misschien een stofwisselingsstoornis heeft.
Aanleg: als er in de familie een groter kans bestaat dat je kans hebt op
Een bepaalde ziekte. Dan is b.v de kans dat je kanker krijgt groter, maar niet zeker dus dan is de keuze om b.v abortus te nemen veel moeilijker.
Dominante overerving: de kans is dan 50% dat je kind het ook krijg want de zieke gen overheerst de gezonde.
Recessieve overerving: de kan is dan 25% dat je kind het krijgt want de gezonde gen overheerst de ziek, pas als het kind 2 zieke genen heeft word het ook echt ziek. Als je dus zelf een zieke gen hebt hoeft het nog niets te betekenen want dan overheerst de gezonde

1.3.4
Additieven: toevoegingen; conserveermiddelen, kleurstoffen, smaakstoffen.
Carcinogeen: kankerverwekkend.

1.3.5
De techniek om te kijken of je toekomstige kind een handicap heeft is steeds verder maar waar begint je eigen keuze en die van de overheid? Wat is wel legaal en wat niet? Je hebt veel keuzes te maken tegenwoordig, en de wetenschappers zijn zo vol van hun ontdekkingen en onderzoek dat je soms niet de gevolgen voorzien.

Veel moeilijke keuzes moesten gemaakt worden rond het donor zijn maar tegenwoordig hoeft Dat niet meer omdat iedereen vanaf zijn 18 standaard donor is en als je dat niet wilt moet je de bevestigingsbrief terug sturen en erbij vermelden dat je vraag om geen donor meer de zijn.
Vroeger vroeg men om een waterdichte doodsdiagnose om te bevestigen dat ze echt dood waren en niet in een diepe coma lagen: het totaal ontbreken van enige hersenactiviteit.

Als er voor een persoon een donor is gevonden, als ze dezelfde weefselkenmerken hebben, zij ze matching. In Nederland gebeurd dat matchen met de Eurotransplant, een bedrijf dat een database heeft van alle patiënten en donoren. Als de weefselkenmerken niet bij elkaar passen treedt er vaak afstoting van het donorweefsel op.

Xenontransplantatie: het aanbieden van organen van zoogdieren b.v: apen, varkens aan mensen.

1.3.6
een aantal mensen vinden dat er bij de reguliere geneeskunde te veel nadruk ligt op de kwaal en de symptomen en te weinig aandacht word gericht op de persoon en de gehele persoon.
Daarnaast spelen de teleurstelling van de resultaten ook nog een rol dat sommige mensen overstappen naar ‘alternatieve’ wijze van geneeskunde. Ook homeopathie is een optie, de relatie tussen voeding en gezondheid. Het bleek uit onderzoek dat mensen uit het zelfde milieu, met nogal afwijkende eetgewoontes, minder kans hebben op hart- en vaatziektes of bepaalde kankervormen. Er werd een hele tijd raar tegen over de geneeswijzen waarin voeding centraal stond gekeken door de reguliere geneeskunde. Zeer afwijzend.

Moerman was een Vlaardingse arts die door een therapie gebaseerd op voeding kankerpatiënten hielp. Er is nog steeds onduidelijkheid over hoe het dieet nou werkt (Moerman-dieet) moerman kreeg veel steun van Pauling die de term orthomoleciare geneeskunde invoerde. Vooral een flinke toevoeging van vitamine C had veel effect.

1.4
evolutie theorie: hoe is de aarde ontstaan, waar komen wij vandaan; theorie over het ontstaan en het ontwikkelen van de aarde/mens. (Darwin)
mythische ideeën en dromen spelen een belangrijke rol in de vorming van de evolutietheorie.

1.4.1
biodiversiteit: de variatie in de natuur.

De diversiteit in levensvormen die beschreven zijn, bedraagt zo’n 4 miljoen soorten. Maar omdat niet elk gebied op de aarde goed onderzocht is zullen het er wel veel meer zijn. Sommige wetenschappers denken dat er misschien wel 20-40 miljoen verschillende soorten op de aarde rond lopen en dat we al een geschiedenis van zo’n 3,5 miljard jaar achter de rug.

Vast staat dat de eerste levensvormen bacterieachtige wezens waren die het rijk tot 1,4 miljard jaar gelden tot hun zelf hadden. Omstreeks 0,6 miljard jaar gelden kwamen er meercellige wezens en een explosie van leven. De mens is altijd al gefascineerd door de biodiversiteit, en heeft vaak geprobeerd dit vast te leggen.
In de 15e en 16e eeuw ging er een wereld voor de mens open toen er allerlei reisverslagen binnen kwamen over andere landen en wezens. Duizenden nieuwe planten en dieren werden ontdenkt.

Taxonomie: de ordening en naamgeving van soorten, word in de 15e en de 16e eeuw zeer belangrijk.

Linnaeus is bekent om zijn binominale nomen clatuur, een manier van ordening.

Rijk Stam Klasse Orde Familie | Geslacht Soort Ondersoort | Homo Sapiens Sapiens

Al de namen worden in het Latijn aangeduid.

1.4.2
evolutie: het geleidelijk ontwikkelen (van b.v de mens)

Al de 5e eeuw voor Christus was er een persoon(Anazimander) die beweerde dat het leven op de aarde gelijkmatig is ontstaan: eerst als vissen die later op het land klommen en hun schubben verloren: ook beweerde hij dat wij daar (de mens) daar uit voort kwamen.
Maar door de overheersende invloed van de kerk in de westerse wereld was iedereen van overtuigen dat de wezens op de aarde zo op dat aarde gezet waren door god, op een voor de mensen te bevatten tijdstip: duizenden jaren geleden. Daar aan vast gekoppeld was ook het idee dat de mens de kroon van die schepping was, en zijn woonplaats de aarde, het centrum van het heelal. Dat kwam doordat Nicolaas Copernicus (niet te weten, de naam) had vast gesteld dat het stelsel waarin de aarde zat als centrum de zon had, dat bevestigde het gevoel dat de aarde het centrum was.

Later in de 18e eeuw kwamen er ontdekkingen die wijste naar een veel ouder bestaan van de aarde dan dat de mensen ervan uit gingen dat god de aarde had gemaakt. En wees ook aan de mens pas later op de aarde verscheen, dat waren allemaal aar speculaties. Pas in 1830 kwam er een goed onderbouwde theorie, de theorie van:

Lyell, bij Lyell speelt het actualisme een grote rol. Door te kijken naar het heden kan je dingen ontdekken van het verleden. Om bijvoorbeeld te kijken hoe snel een deeltje bezinkt kun je kijken hoe lang dat er in het verleden over heeft gedaan, b.v een bepaald bezinksel (sediment). Waardoor hij ontdekte dat de aarde vele miljoenen jaren oud was.

Bij de theorie van Darwin speelden vele dingen mee: de theorieën van Lyell en Copernicus, en de gevonden fossielen. De kerk was tegen en dacht dat verandering werd veroorzaak door het veranderen van de omgeving: als de zon gaat schijnen past je huid zich daar op aan en wordt bruin. Als het winter word, word de vacht van een dier dikker.

Dat sloot zich aan op de ideeën van Lamarck. Lamarck had een fout gemaakt in het overerving van kennis. hij dacht dat je kennis kon erven, en dat de volgende generatie veel slimmer zou zijn. Maar hij had het dus fout.

1.4.3
Voorbeeld schildpadden: De veranderingen van de schildpad gebeurde gelijkdelijk en werd door gegeven aan de nakomelingen:
Als een schildpas bijvoorbeeld op een droog eiland leeft waar de bladeren/voedsel aan stuiken zitten net boven de grond: word het schild van de schildpad open zodat hij zijn nek kan bewegen om de bladeren te bereiken.

Als een schildpas op een vochtig eiland leeft: en er ligt voedsel op de grond, zoals mos en bladeren op de grond en struikjes. Zal de schildpad een gesloten Schild hebben zodat hij alleen op de grond eten kan halen. Omdat het andere niet van pas is.

Zo komen er uit 2 dezelfde schildpadden in de loop der jaren totaal verschillende.

Endemische soorten: soorten die nergens anders voor komen.

Darwin uitspraken:
- survival of the fittest
- struggle for live
- natural selection

Boek van Darwin:
- the origin of species by means of neatural selection, or the preservation of the favoured race in the struggle for life.

Creationisme: de evolutietheorie was in strijd met het geloof dus werd er een alternatief bedacht: dat stelde de Schepper als creatieve ontwerper van het leven voor. Eventuele geleidelijke verandering van soorten accepteerde ze, maar overgang tussen grote groepen werd afgewezen.

Het probleem is dat de Theorie van Darwin niet te vergelijken is met het Creationisme,
- omdat bij de theorie; het gaat over hoe het leven is ontstaan en het een soort hypothese is en niet te toetsten valt, omdat het gaat over het verleden het verre verleden. Soms kan het wel getoetst worden als er b.v fossielen zijn. (natuurwetenschappen)
- Omdat bij het creationisme; het niet duidelijk is hoe het leven op de aarde is ontstaan en hoe er plotseling zo’n grote hoeveelheid van leven is ontstaan. Dat is voor de mensen niet te bevatten hoe deze enorme variatie plots is ontstaan. De ontwerper word als hypothese opgesteld en dan word het geloof, geen (natuur)wetenschap.

Maar er was een probleem met het darwinisme; Darwin kon niet uitleggen hoe het erfelijke materiaal werd overgedragen door de eeuwen heen. Pas toen de wetten van Mendel werden ontdekt (erwten, erfelijkheid), Kreeg het ‘darwinisme’ het voor de wind.

1.4.5
Neodarwinisme: De theorie van Darwin wordt steeds opnieuw getoetst en vernieuwd, en nieuwe hypotheses over gesteld. Vaak wordt de combinatie van Darwins ideeën en de nieuwe vondsten neodarwinisme.
Sociaal darwinisme: in de industriële revolutie waren er veel meer arme gezinnen die moesten overleven: En de bezittende/rijk mensen namen toen de darwintheorie over en gebruikte het voor zich zelf: dat noemde ze ook wel the survival of the fittest. En de fittest waren zij!

Altruïsme: is het opofferen voor je eigen soort. Dat was is strijd met de theorie van Darwin want hoe kon een soort zich opofferen als het survival of the fittest was? Struggle for live? Door onderzoek naar sociale insecten bleek dat je op 2 verschillende manieren je genen door kan geven;
- door voortplanting
- door het opofferen voor familie leden met dezelfde genen.

1.4.6
het idee van het superieure arische ras is niet zomaar uit de lucht komen vallen, eeuwen lang heeft de westerse wereld gedacht dat de blanken superieur waren aan de andere rassen die in de bossen woonden met de apen. Dus het idee was om de natural selection een handje te helpen door het lagere ras te steriliseren. Men spreek dan van Eugenetica een verbetering van het menselijke ras.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

waaauw ik heb echt vet veel aan deze samenvatting echt super handig :D:D:D:D

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

G.

G.

best goed hoor!
zeker lang mee bezig geweest??
doejdoej susses dit jaar veel werk he??
gudientjeuh

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Fira

Fira

thnq ik had dr veel aan!

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast