Hoofdstuk 5, Over bevolking

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2748 woorden
  • 18 februari 2003
  • 67 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 67 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Hoofdstuk 5 Over Bevolking

Paragraaf 1 Bevolkingsgroei


· Twee of vier kinderen

è Lineaire groei: Een bepaalde grootheid die steeds met een vast ‘bedrag’ groeit
è Exponentiele groei: Toename met een vast percentage
· Kan de aarde de wereldbevolking voeden?
è Onderzoek: Snelle groei van de Engelse bevolking.
è Uitslagen: Mensen gingen van het platteland naar de grote steden verhuizen. Elke 25 jaar zou de bevolking zich verdubbelen, waardoor de voedselproductie dat ook zou moeten doen. Als er meer voedsel zal komen zou de bevolking alleen maar groeien.
è Gevolgen: Het zal leiden tot een hongersnood, mensen verzwakken en er zou een voedseloorlog ontstaan.

è Oplossing: - Op latere leeftijd trouwen
- Gezinnen minder groot laten worden
- Seksuele onthouding
è 1845, hongersnood in Ierland door een aardappelziekte. 1 miljoen Ieren stierven en 1 miljoen vertrok naar de VS. In de arbeiderswijken ging t nog slecht, er was een ‘Engelse ziekte’ (rachitis) dat was het krom groeien van armen en benen door gebrek aan zonlicht
è Achteraf kon Malthus 2 belangrijke variabelen niet overzien in zijn rekenmodel - Technologische ontwikkelingen
- Sociale factoren
· Hoe groeit de wereldbevolking?
è CBS (Centraal Bureau voor Statistiek) houdt zich bezig met de registratie van bevolkingsgegevens in Nederland. Op basis hiervan doen ze voorspellingen over de bevolkingsgrootte van Nederland.
è CBS verwacht een groei van 1 miljoen tot 2035 en waarna de bevolking weer af zal nemen. E is een geboortecijfer van 1.7 per vrouw en de bevolking word ook ouder (mannen 80, vrouwen 83)
è De groei van de bevolking is afhankelijk van de variabelen, als die veranderen door bijvoorbeeld meer immigratie dan halen we de verwachting van 17 miljoen inwoners niet.

è De VN houdt zich bezig met voorspellingen van de te verwachten groei van de wereldbevolking . Hiervoor hebben ze snelle computers met modellen voor allerlei variabelen die invloed hebben op die groei.
è Die voorspelling is betrekkelijk , want de variabelen zij niet voorspelbaar
è Het Bevolkings Onderzoek Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen heeft samen met Internationaal Onderzoeksbureau (IIASA) een computer programma gemaakt om de groei van de bevolking te berekenen. In dat model zijn ook variabelen als sterfte, vruchtbaarheid en immigratie opgenomen.
è Dr. Sergei Sherbov. Uit Groningen deelt de wereld in grote regio’s omdat per regio verschilt.
è In van de redenen waarom de uitkomsten van dit bevolkingsmodel niet erg betrouwbaar zijn, is dat in alle ontwikkelingslanden samen ongeveer 200 miljoen mensen niet in de tellingen zijn opgenomen.

Paragraaf 2 Grenzen aan de groei.

· Kan de groei altijd doorgaan?
è 1972, een groep van 50 vooraanstaande industriëlen en geleerden maken een rapport over de toekomst van de wereld. Het was in hun opdracht gemaakt door het Amerikaanse onderzoeksinstituut MIT (Massachutes Institute of Technology). De 50 man komen samen in Rome bijeen, vandaar de naam ‘De club van Rome’. Ze maakte het rapport ‘ De grenzen aan de groei’. Hun opdracht was de onderlinge onafhankelijkheid en de wisselwerking tussen vijf variabelen op wereldschaal in kaart te brengen.
è De vijf variabelen zijn:
- Bevolkingsgroei
- Industrialisatie
- Voedselproductie
- Uitputting van natuurlijke hulpbronnen
- Milieuvervuiling
-
è De belangrijkste conclusies uit het rapport:
- Als de wereldbevolking blijft groeien, zal de voedselproductie, de industrialisatie en de milieuvervuiling blijven toenemen. Hierdoor zullen de natuurlijke hulpbronnen en de fossiele brandstoffen uitgeput raken.
- Als de groei afneemt, kan er een zekere stabiliteit ontstaan

· Op is op voor grondstoffen?
Aardolie
è De oliewereld toont steeds nieuwe voorraden aan.
è Saudi-Arabie heeft het meeste aardolie, gevolgd door Irak, Iran en Kuweit
è We praten hier over ruwe aardolie.
Andere materialen
è Technische ontwikkelingen en nieuwe uitvindingen maken modellen die voorspellingen doen over het opraken van grondstoffen onbetrouwbaar en soms zelfs ongeldig.
è De wetenschap is steeds bezig schaarse of dure grondstoffen te vervangen door goedkopere of technisch betere kunststoffen.
Duurzaamheid
è Een ontwikkeling die de club van Rome niet kon overzien is dat de mensen, vooral in het Westen beter omgaan met het milieu.
è Deze Club gebruikte ook als eerste het begrip’duurzaamheid’ voor productieprocessen die het milieu niet belasten en de grondstoffen niet uitputten.
è Mevrouw Brundtland uit Noorwegen in een rapport van de VN:
‘een duurzame ontwikkeling bevredigt de vraag van deze tijd, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties aan te tasten’
Voorbeeld van een duurzaam proces: Elektriciteitsproductie door windmolens en zonnecollectors.
è Duurzaamheid is het best te verwezenlijken, als processen passen in natuurlijke of technologische kringloop.
- Natuurlijke kringloop: Composteren van Groenafval.
- Technische kringloop:Hergebruik van grondstoffen;bijv. staal van auto’s.
è Het hergebruiken van grondstoffen werd ook wel recycling genoemd. Dit voorkomt afvalbergen, energieverspilling en het opraken van grondstoffen.
· ‘Blij dat ik rij’ belangrijker dan leefbaarheid?
Milieu en mobiliteit botsen.
è Wat het auto- en vrachtverkeer aan fossiele brandstoffen verbruikt gaat af van de wereldvoorraad . Autorijden is de minst duurzame activiteit.
è Men is allang bezig op het gebied van de ontwikkelingen in de brandstoftechnologie. Bijv auto’s op alcohol laten lopen, dit kan uit suikerriet, suikerbieten, maïs, gerst aardappels en tarwe.
è In Brazilië rijden al veel auto’s op plantenalcohol, deze brandstof is schoner en goedkoper dan benzine en dieselolie.
· Driewegkatalysator
è Het is verplicht om een driewegkatalysator te hebben in alle nieuwe auto’s.
è Driewegkatalysator is een onderdeel van de uitlaat dat schadelijke stoffen uit de verbrandingsgassen verwijderd. Zonder de katalysator komen er uit de uitlaat koolwaterstoffen,stikstofoxiden en koolstofmono-oxide.en maakt er koolstof dioxide en water van.
è Alles wat zich met een verbrandingsmotor beweegt, veroorzaakt lucht verontreiniging.
è Hert gemotoriseerde verkeer neemt een flink deel van de luchtverontreiniging voor zijn rekening, daarna de binnenvaart, dan de landbouwmachine, dan de luchtvaart en als laatste de spoorwegen.
· Groei van Schiphol.
è Vliegtuigen veroorzaken niet alleen luchtverontreiniging, maar ook geluidsoverlast.
è De vijfde landingsbaan bij Schiphol moet de vier andere banen ontlasten en de (gemiddelde) geluidsoverlast verminderen.
è Milieugroeperingen: ‘Vliegen is slecht voor het milieu, Treinen moeten de groeiende vraag van transport overnemen’
è Economen: ‘De luchtvaart is van levensbelang voor Nederland.’
· Openbaar vervoer
è ‘De toekomst ligt bij het openbaar vervoer’.Het openbaar vervoer neemt nu 15% van alle vervoer op zijn rekening. Dit komt door slechte aansluitingen, lange wachttijden enz.
è Toch zijn er voordelen van het openbaar vervoer:
- Openbaar vervoer maakt spaarzaam gebruik van ruimte en energie.
- Er is relatief weinig vervuiling
- De veiligheid per personen-kilometer van de trein is groter dan die van de auto.
· Verkeer in ontwikkelingslanden
è Grote landen die nog aan het begin van hun ontwikkeling staan, moeten beslissen welke kant ze in de toekomst met het verkeer uit zal gaan. Efficiënt openbaarvervoer (Railvervoer) of de VS en Europa achterna met de auto. Het advies is het aanleggen van goede spoorverbindingen want bij een groeiende welvaart in die landen zal een auto voor honderden miljoenen welvarende burgers voor onoplosbare milieuproblemen zorgen. De algemene reactie was: ‘Wat jullie hebben, willen wij ook.’

Paragraaf 3 Meer voedsel

· Wat heeft een plant nodig om te groeien?
Plantenvoedsel
è Enkele duizenden jaren geleden kwam men erachter dan je met landbouw en veeteelt efficiënter aan voedsel kan komen dan met alleen jagen en verzamelen. Ook kwamen ze erachter dat de planten dus voedsel nodig hebben, en dat het met mest ook sneller ging groeien. Zo leerden ze hoe ze de grond het meest vruchtbaar kunnen houden.
Wilgje wegen
è Rond het jaar 1600 deed de Vlaamse genees- en scheikunde Van Helmont onderzoek naar de voeding van planten. Hij gebruikte een potje met een wilg van5 pond en gedroogde aarde van 200 pond. Na 15 jaar was de plant 169 pond zwaar en het aarde 50 pond minder, namelijk 150. Hij kwam er niet uit, dat de groei van de wilg niet alleen met water te maken had, maar ook dat het koolstofdioxide en lucht nodig heeft.
Fotosynthese en elementkringlopen
è Bij fotosynthese zetten planten zonlicht, dus zonne-energie, om in chemische energie. Daarbij neemt de plant water op uit de grond en koolstofdioxide uit de lucht. Daarvan maakt de plant in de bladgroenkorrels, glucose en zuurstof ie worden uitgescheiden
è De fotosynthese kun je weergeven in een reactievergelijking:
6 CO2 + 6 H2 O Æ C6 H12 O6 + 6 O2
è De fotosynthese maakt deel uit van de koolstofkringloop: Bij de fotosynthese word uit elk molecuul koolstofdioxide het koolstofatoom opgenomen in een molecuul van glucose.
· Voedingsstoffen: Welke mineralen zitten erin?
De moleculen, bijvoorbeeld moleculen van zetmeel dat als reservevoedsel dient, of moleculen van cellulose dat voor de stevigheid zorgt.
Ook in die grotere moleculen blijft het koolstofatoom ingebouwd.
Als planten sterven en vergaan, worden die zetmeelmoleculen afgebroken tot onder andere koolstofdioxidemoleculen.
· Voedingsstoffen: Welke mineralen zitten erin?
Noodzaak van de kunstmest.
è 2 eeuwen na de onderzoeken van Van Helmont waren er dringend stoffen nodig die voor grotere oogsten zouden kunnen zorgen. Dit kwam door de snelgroeiende bevolking van Europa.
è De Duitse chemicus Von Liebig ging in 1830 onderzoeken welke elementen nodig zijn voor de groei van planten.
è Hij stelde vast dat het vooral ging om verbindingen die de elementen Fosfor, Kalium, Stikstof en Zwavel bevatten. Deze elementen werden meestal mineralen genoemd.
è Tabel Mineralen
è Er was onvoldoende natuurlijke mest van mens, dier, beendermeel en as. Von Liebig ging dus op zoek naar meststoffen die niet afkomstig van planten of uitwerpselen waren.
è Na 10 jaar experimenteren ging hij een onvruchtbaar gebied bemesten met delfstoffen. Dit werd 1 van de meest vruchtbare gebieden van Duitsland.
è Von Liebig werd de grondlegger van het gebruik van kunstmest in de landbouw.
Nitraten
è In de grond zitten wel fosfaten en kalium maar nauwelijks nitraten. Een tijd kon guano (vogelpoep) hier voor dienen maar die vooral was ook na enkele tientallen jaren uitgeput.
è Tegenwoordig worden nitraten voor in de kunstmest gemaakt door de chemische industrie. Stikstof uit de lucht word via ammoniak omgezet in nitraten.
Kringloop van stikstof
è Stikstof in de lucht reageert nauwelijks met andere stoffen, alleen bij speciale omstandigheden als hoge temperatuur en een hoge druk.
è Tijdens onweer ontstaan deze speciale omstandigheden. Door de energie in de bliksem reageren stikstof en zuurstof met elkaar tot stikstofoxiden. Met regen komen deze als nitraten op de aarde terecht (het gaat hier om een geringe hoeveelheid)
è Planten nemen met hun wortel nitraten op uit de bodem. De stikstof is nodig voor de opbouw van eiwitten. Een deel van deze planten dient als voedsel voor dieren. Als planten en dieren afsterven zorgen bodembacteriën voor de afbraak van de eiwitten tot nitraten en andere stikstofverbindingen. Daarvan wordt zelfs een deel afgebroken tot stikstof en komt weer in de lucht terecht.
· Waar is de groene revolutie?
De Groene revolutie.
è De 2 belangrijkste factoren bij de voedselproductie zijn: de plant en zijn voedsel
è In de IJzertijd kweekte men voorloper van de huidige graanrassen en deden ze een selectie van planten en dieren die het meest opleverden. Dit het tegenwoordig de Groene Revolutie.
è Groene revolutie: het verhogen van de opbrengst van landbouwgewassen.
D.m.v. de groene revolutie konden de rijsteboeren hun oogsten verveelvoudigen. Hiervoor was wel veel meer kunstmest en bestrijdingsmiddelen nodig.

Meer kunstmest
è Om uit dezelfde grond met verbeterde rassen grotere oogsten te halen, heb je meer kunstmest nodig dan voor de oude plantenrassen omdat de hoeveelheid mineralen na elke oogst weer op peil gehouden moet worden gebracht.
è Door de hoge prijzen van de kunstmest konden de kleine, arme boerende jaarlijkse investering niet permitteren. Ze raakten achter en verkochten hun land aan de grotere, rijkere boeren. Men ging bij die boeren in loondienst werken of trok naar de grotere steden. Vandaar dat men in veel landen een duidelijke weerzin tegen kunstmest kreeg.
Groenbesmetting
è Lucht bestaat voor 70% uit stikstof. Niet alle planten kunnen dit gelijk uit de lucht op nemen. Hierbij krijgen ze hulp van het bacterie Rhizobium. Deze is aanwezig in knolletjes op de wortels van de plant. De bacterie zet stikstof uit de lucht om in nitraten zodat de plant sneller gaat groeien.
è Groenbesmetting: de vruchtbaarheid van de grond groter maken door uitgegroeide planten te onderploegen, zodat alle stikstofverbindingen in de grond komen.
è Het landbouwuniversiteit in Wageningen onderzoekt een manier om de bacterie Rhizobium geschikt te maken om in wortels van andere planten te kunnen wonen. Bijvoorbeeld rijst en tarwe. Dan kunnen rijst en tarwe groeien op een grond die geen stikstof bevat.
è Het verhogen van de opbrengst van landbouwgewassen is ook mogelijk m.b.v. genetische manipulatie. Voor zo’ n hoge opbrengst hebben de planten wel veel kunstmest, bestrijdingsmiddelen en water nodig.

Paragraaf 4 duurzame ontwikkeling

· Waardoor verstoord mest het evenwicht?
Overschot aan dierlijke mest.
è Duurzaam werken: De mest van het vee weer op het bouwland gebruiken en met die mest weer veevoer voor de beesten produceren. Er hoeft maar weinig mest van buitenaf ingebracht te worden, om een kringloop in stand te houden. Ook blijft het evenwicht tussen de mineralen in het vee, de mest en de planten
è Door de opkomst van de intensieve veehouderij is duit balans goed verstoord. Door het gebruik van voer voor het vee van buitenaf, kan er een enorm overschot aan mest ontstaan.Boeren houden zoveel dieren dat ze het aantal mest niet meer kunnen verspreiden op hun beperkte hoeveelheid grond.
è Uitspoeling: Door het mestoverschot kunnen de planten de grote hoeveelheid mineralen niet meer aan, het voedsel aanbod is te groot. Eenmaal buiten het bereik van plantenwortels zijn die mineralen niet meer van nut. Ze komen dan terecht in het oppervlakte –en grondwater.
Stalmest verkopen?
è Het is geprobeerd het overtollige mest te verkopen, maar mest bestaat voor 90% uit water, het vervoer word dan ontzettend duur.
è De fabriek haalde toen het water uit de mest en maakte er gedroogde korreltjes van. Ook dit was duur
è Voordelen kunstmest:
- van kunstmest heeft een boer minder kilos nodig om aan dezelfde hoeveelheid meststoffen te komen als bij dierlijke mest.
- Kunstmest in makkelijker te verwerken dan en dus wat arbeidsuren goedkoper dan stalmest.
è Het is niet nodig een grote hoeveelheid mest te strooien over de grond, het betekend niet dat je dan ook automatisch een grotere oogst krijgt. De planten nemen maar een beperkte hoeveelheid mineralen op, ze zullen het teveel aan mineralen niet op nemen met uitspoeling als gevolg.

· Hoe is het mestprobleem te beperken?
Overheid vermindert verkenstapel
è Door het aantal dieren in Neerland te beperken, werd ook het mestprobleem verkleind. De Nederlandse overheid besloot het aantal varkens in ons land te beperken. Dit was niet alleen om hun mest maar in 1998 heerste de varkenspest. Het aantal moest een kwart verminderen.
è De varkensboeren waren eerst juist gestimuleerd door de overheid om groter te worden, waardoor de boeren steeds goedkoper konden produceren. De nieuwe regeringsmaatregel was een aanslag op hun inkomen. De producten werden duurder, en de boeren kregen een ongunstige concurrentiepositie ten opzichte van hun andere collega’s in de rest van Europa.
De mineralenboekhouding
è Er was nog een maatregel waarmee de Nederlandse overheid het mestoverschot wilde terugdringen: Alle boeren werden verplicht gesteld een mineralenboekhouding bij te houden. Met als doel een evenwicht te laten komen tussen wat er aan fosfaten en nitraten in een bedrijf binnenkomt (input) en wat er via producten weer uitgaat (output) Als er niet aan gehouden word, riskeert de boer een boete.

· Zijn er duurzame alternatieven voor de boeren?
Intergratie van akkerbouw en veeteelt
è Als boeren veehouder en akkerbouwer tegelijk zijn, hebben ze geen problemen meer met het vervoer van het mest. De boeren hadden een sluitende mineralenbalans .
è De landbouwuniversiteit in Wageningen doet hier onderzoek naar de mogelijkheden van zo’n gemengd bedrijf. In Swifterband staat een proefboerderij om de eigentijdse integratie van akkerbouw en veehouderij uit te testen. Aan het ene deel van de boerderij werkt men ecologisch, dat wil zeggen geheel zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. In het andere deel werkte men geïntrigeerd, dat wil zeggen met alle moderne technologie maar met een zo laag mogelijk gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen .
Grondverbetering
è Duurzame landbouw: het streven om de grond van een boer in een zo goed mogelijke vruchtbare staat te houden. Belangrijk daarbij is de structuur van de grond korreligheid bijvoorbeeld.
è Als een boer op zijn land stalmest gebruikt zitten daar veel strootjes en vezels in. De grond krijgt hierbij een andere structuur dan bij het gebruik van kunstmest, die voornamelijk poedervormig is. In de korrelige grond kan het regenwater makkelijk wegzakken.
è Een duurzame landbouwer bereikt dit ook door naast natuurlijke bemesting, gebruik maken van compost en groenbemesting.
è Compost: bestaat uit gedeeltelijk verteerde plantenresten. Het is een prototype van kringloopmateriaal: planten die via de aardeweer nieuwe planten worden.
Plagen en ziektes
è in de landbouw gaat het ook om hoe je de vele plagen kunt bestrijden die het gewas bedreigen. Er zijn al veel middelen die het ongedierte aanpakken. Veel van deze middelen tasten het milieu aan, ook al zijn ze afbreekbaar. Er werden maatregelen tegen genomen, de overheid wilde in de periode van 1991 tot 2000 het gebruik van bestrijdingsmiddelen halveren. Om dit te bereiken is er een verkoopregistratie ingesteld en zijn grondontsmettingsmiddelen alleen op recept verkrijgbaar.
Biologische bestrijding
è Ecologische boeren proberen plagen en ziekten zo te bestrijden dat het milieu niet word aangetast, bijvoorbeeld biologische bestrijding en feromonen (onvruchtbaar maken).

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.