Artikel 15

Griekse geneesheer dacht dat bij gezonde mensen evenwicht was tussen lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal, zwarte gal. Ziekte was een verstoring in evenwicht. Er werd gekeken naar kleur, geur en dichtheid van deze sappen. Piskijkers: keken naar de kleur, plaats van troebelheid en neerslag in urine, bepaalden zo welk orgaan ziek was. Bloed, slijm en urine worden nu biochemisch geanalyseerd. Biosensoren: bestaan uit de combinatie van een biologisch molecuul (enzym/antilichaam) en een elektronische chip. Enzym bindt zich aan een soort molecuul en geeft signaal aan de chip, deze zet om in elektrisch signaal. Gemeten waarden afleesbaar op het scherm. Elektrocardiogram ECG: maakt de impulsgeleiding van hart zichtbaar. Elektro-encefalogram EEG:  geeft de activiteit van de verschillende hersendelen in grafieken weer. Percussie: kloppen op borstkas (helderheid geluiden geeft info over slijm). Stethoscoop: versterkt geluiden ademhaling/hartslag. 
Doptone: zendt hoogfrequente geluidsgolven uit, vangt weerkaatste geluidsgolven op, hoort hartslag (zoals sonar). Echoscoop: zendt hoogfrequente golven uit, vangt weerkaatste geluidsgolven, zet om in beeld. C(A)T / NMR / PET-scan: vormen 3d beelden van lichaam. NMR brengt weefsels/ organen in beeld, PET-scan stofwisselingsactiviteit organen. 
Kijkoperaties m.b.v. endoscoop: camera kijkt in BV. knie, weefselmonsters worden genomen en onderzocht, met als doel vaststelling ziekten, BV. kanker. Arts kan zien wat er gebeurt op monitor. Voordeel: patient heeft er minder last van en herstelt sneller. Microscoop: bekijkt cellen/weefsels, met als doel  vaststelling van kwaadaardig gezwel, geschiktheid spierweefsel voor krachtsport/duursport, vaststellen of er sprake is van erfelijke ziekte bij een foetus bij vlokkentest. 

Biosensoren: een toestel dat een biologische stof gebruikt om een ander stof te detecteren . Bestaat uit een combinatie van een biologisch molecuul ( enzym of antilichaam) en een biologische chip. Het enzym of antilichaam kan zich aan één soort molecuul binden. Zodra het gezochte molecuul gevonden is, wordt er een signaal afgegeven aan de chip die op zijn beurt dit signaal omzet in een elektrisch signaal. Je hoeft het nu alleen nog maar af te lezen. Biosensoren worden vandaag vooral gebruikt voor klinische en diagnostische testen in de medische wereld, bij voedselcontrole of voor milieutoepassingen.

Doptone: door een doptone kan de verloskundige de harttonen horen van het ongeboren kindje.  Een doptone wordt al sinds de jaren 80 van de vorige eeuw gebruikt. Met een doptone is het mogelijk om al veel vroeger in de zwangerschap het hartje van de baby te horen kloppen. Een doptone zendt geluidsgolven uit, die weerkaats worden door de hartslag van de baby. Op deze manier worden de geluidsgolven omgezet in het kloppen van het hart. Soms is er geruis hoorbaar via de doptone: dit is het bewegen van de baby.

Echoscoop: een apparaat dat hoogfrequente geluidsgolven uitzendt en weer opvangt en omzet in een beeld. Met een echoscoop kan de ligging van de placenta worden bekeken, of de grootte van het hoofdje van het ongeboren kindje wordt  gemeten. De verschillende inwendige organen kunnen worden bestudeerd.

CT-scan: er wordt gebruik gemaakt van röntgenstralen. De patiënt wordt in een tunnel geschoven, waarbij de om hem heen draaiende apparatuur iedere keer een foto maakt. Op deze foto’s zijn dan de dwarsdoorsneden van de patiënt te zien. De computer kan deze beelden weer samenvoegen tot een geheel en er 3D beelden van maken.

NMR-scan: de tunnel bestaat uit een grote magneet, die een sterk magnetisch veld opbouwt. Het magnetische veld van de atomen van patiënt wordt hierdoor naar één kant gericht. Met behulp van radiogolven wordt dit weer verstoord. De tijd tussen verstoring en weer herstellen van magnetisch veld is voor elk atoomsoort verschillend. Deze verschillen worden vervolgens in beeld gezet. Met een MRI-scan kan met alle weefsels en organen zeer gedetailleerd in een beeld zetten. (ook in ‘plakjes’)

PET-scan: wordt gebruikt om de stofwisselingsactiviteit bij organen, bijvoorbeeld de hersenen, te bestuderen. Kijken naar actieve delen van de hersenen bij bepaalde activiteit. Ook mogelijk om tumoren in hoofd of longen op te sporen. De patiënt krijgt een speciale radioactieve stof ingespoten die zich in lichaam verspreidt. Met de PET-scan kan worden waargenomen waar deze radioactieve stof zich in het lichaam bevindt. 

Endoscoop: een instrument waarmee bijvoorbeeld een arts via een al dan niet flexibele buis in het lichaam kan kijken. Door middel van endoscopie kunnen verschillende organen van de binnenkant bekeken worden. De endoscoop is het instrument waarmee het kijkonderzoek wordt uitgevoerd. Dit instrument bestaat uit een lange dunne slang met op het uiteinde een lampje en een kleine camera. Ook heeft het een klein ‘schaartje’ aan het uiteinde om eventueel biopten af te kunnen nemen. Bij een endoscopie gaat de arts met het kijkinstrument via een van de lichaamsopeningen naar binnen. Zo kan hij bijvoorbeeld via je mond in je maag en luchtwegen kijken en kan hij via de anus naar de binnenkant van de darmen kijken.

Artikel 36

Massa: een hoeveelheid materie dat je kunt wegen met een balans. Ook gassen hebben een (hele kleine) massa. 18de eeuw -> Lavoisier -> massa gaat niet verloren, Einstein is het er niet mee eens, geen universele wet. Bij een chemische reactie blijft de massa gelijk aan het eindproduct.

Vroeger dacht men dat er in iedere brandbare stof flogiston zat. Na een brand is alle flogiston weg en is er alleen wat as over. Later kwamen ze erachter dat dit niet klopte want de massa bleef hetzelfde na een verbranding.

Flogiston = vuurstof, vroeger dachten mensen dat dit in brandbare stoffen zat, de ontdekking van zuurstof en de rol van zuurstof bij verbranding maakte een eind aan de flogistontheorie.
Feiten over alcohol:
1. Alcohol is zeer brandbaar, het is een schoonmaakmiddel en het is de basis van parfums.
2. Alcohol is een giftige stof. Omdat onze lever goed functioneert, kunnen we kleine hoeveelheden verdragen. Je kunt er een kater van krijgen maar later ook een leverkwaal zoals levercirrose, waarbij je lever hard wordt.
3. Alcohol is gevaarlijker dan soft drugs, maakt mensen minder geremd en ze krijgen er meer moed door. Dit is waarschijnlijk de reden dat veel mensen alcohol drinken.
4. Alcohol is erg makkelijk te maken: gist en suikerwater. paar dagen laten staan op 37 graden

Flogiston = vuurstof, vroeger dachten mensen dat dit in brandbare stoffen zat, de ontdekking van zuurstof en de rol van zuurstof bij verbranding maakte een eind aan de flogistontheorie.
Feiten over alcohol:
1. Alcohol is zeer brandbaar, het is een schoonmaakmiddel en het is de basis van parfums.
2. Alcohol is een giftige stof. Omdat onze lever goed functioneert, kunnen we kleine hoeveelheden verdragen. Je kunt er een kater van krijgen maar later ook een leverkwaal zoals levercirrose, waarbij je lever hard wordt.
3. Alcohol is gevaarlijker dan soft drugs, maakt mensen minder geremd en ze krijgen er meer moed door. Dit is waarschijnlijk de reden dat veel mensen alcohol drinken.
4. Alcohol is erg makkelijk te maken: gist en suikerwater. paar dagen laten staan op 37 graden

5.alcoholintolerantie= erfelijk bepaalde afwezigheid van de actieve vorm van het enzym ALDH. Je wordt vergiftigd door de stof ethanal, die dan niet afgebroken wordt.

6.Kater is een alcoholvergiftiging

Bij een brand lijkt materie (bijv. een gordijn) in het niets te verdwijnen, maar dat is niet zo volgens de ‘wet van behoud van massa’.
Massa is een hoeveelheid materie, die kun je wegen met een balans. Gassen hebben ook een (hele kleine) massa.
De Fransman De Lavoisier publiceerde in 1789 een beroemd artikel over de theorie van de verbranding en de wet van behoud van massa. Hij liet gebundelde zonnestralen op een diamant vallen/schijnen en de diamant verbrandde. Het leek of er niets over was, maar dat was niet zo. Er ontstond koolstofdioxidegas, een zwaar gas. De diamant bestaat uit koolstof. Hij bedacht de vergelijking C + O2 = CO2. De diamant en het zuurstofgas wegen samen evenveel als de koolstofdioxide. Dat geldt voor iedere chemische reactie.

 

Berkeley (17de eeuw) -> materie bestaat niet, de wereld om ons heen is wat zij schijnt.
Materie = massa die je kan aantonen en meten 

Wat materie is, is moeilijk te zeggen. Je kunt iets materie noemen als het massa heeft en als je dat kunt aantonen en meten. Maar Einstein zei dat materie helemaal kan veranderen in energie: als een positief en een negatief elektron met elkaar botsen.
Eigenlijk weet men het nog niet precies. Het denken over materie is nog steeds in beweging.

Artikel 38

Vallen en vergiftiging zijn de belangrijkste oorzaken van ongelukken met kinderen. De meeste vergiftigingen van kinderen vinden thuis plaats.

De natuur levert meer en zwaardere vergiftigen dan de chemische industrie. Botuline is daar een voorbeeld van.
Toxicologie: De Wetenschap die zich bezig houd met giftige stoffen.

Een klein beetje gif kan soms juist heel genezend werken.
Paracelsus: Eerste geneesheer die chemische stoffen gebruikte als geneesmiddelen, berust op vier pijlers: chemie, filosofie, astronomie en deugd. Hij zei dat er geen echte gifstoffen bestaan; alleen de dosis van een stof bepaalt de giftigheid.. Paracelsus vormde een brug tussen de oude al chemie en de moderne chemie.
Niet alles wat natuurlijk is, is gezond. Vergiftiging komt bij kinderen vaak voor, maar ook bij huisdieren. Vergiftiging wordt vaak veroorzaakt door medicijnen, beten/steken van dieren, chemicaliën en huishoudmiddelen. Er zijn ook veel giftige kamerplanten
In oude boeken worden vaak ‘natuurlijke geneeswijzen’ besproken. Vergiftiging door het vijfvingerkruid is te genezen met olijfolie, vet van gerst en eigeel Uit Armenië kwam aarde met een witte kleur. Ook nu nog eten mensen in Gelderland bepaalde soorten zware aarde tegen reumatiek.
Het is en blijft moeilijk om het begrip giftig goed te omschrijven. We gebruiken zelf ook giftige stoffen zoals alcohol, tabak en cafeïne (in de koffie).

Syntethische medicijnen mogen pas op de markt worden gebracht wanneer een uitgebreide testprocedure heeft uitgewezen dat ze een duidelijke werking hebben. In deze procedure spelen placebo’s en dubbelblindonderzoek een belangrijke rol. Bijwerkingen moeten bekend zijn.

Natuurgeneesmiddelen bevatten vaak andere stoffen en worden minder streng getest.

Artikel 42


Rede verbranding Madame Curie: Door het Radium.
Eigenschappen Madame Curie: Nauwgezet, Gehaast, Intelligent & Virtuositeit.
Soorten Radioactiviteit: Alfa, Bèta en Gammastralen.

Er zijn drie soorten radioactiviteit:
Alfastraling: positief geladen heliumdeeltjes.
Bètastraling: negatief geladen elektronen.
Gammastraling: doordringend soort röntgenstraling. 
Neutronen = massagetal – atoomnummer      

Massagetal = Protonen +  Neutronen  

Atoomnummer = protonen (positief   geladen)= elektronen (negatief geladen)          

je ziet dus dat het onderste nummer het atoomnummer is en het bovenste de atoommassa.

Wat kun je doen ter beveiliging van radioactiviteit?
Niet eten of drinken, niet aanraken, dus pincet en handschoenen, loden kleding dragen. Ook zijn er apparaten die de hoeveelheid straling meten.
Radioactiviteit werd ontdekt door Becquerel. Het echtpaar Curie ontdekte dat radium ook straling uitzend, daarom de naam radioactiviteit.
De oude Grieken hadden al denkbeelden over de inwendig structuur van de materie. 
-Milete dacht dat alles uit water is ontstaan.
-Anaximenes geloofde dat lucht de basis was van alle materie. 
-Heraclitus dacht dat vuur het begin en einde van alles was.
-Empedocles vond dat ze alle drie de basis waren en voegde het element aarde toe.

Atomen bestaan uit protonen, elektronen en neutronen. Protonen en neutronen bestaan weer uit quarks.

Artikel 45
3 Categorieën Drugs”
- Verdovende middelen (werken versuffend. Pijn, angst en spanning nemen af). Voorbeelden: alcohol,morfine,slaap/kalmeringsmiddelen, heroine,valium.
- Pepmiddelen (verdrijven vermoeidheid,ook als sportdoping gebruikt). Voorbeelden: khat,Cafeïne, nicotine & Speed
- Geestverruimende (laten je de werkelijkheid op een andere manier beleven).voorbeelden: marihuana,Hasj & Tripmiddelen(LSd) en snuifmiddelen(ether en lijm).
Neurotoxinen: Chemicaliën uit planten die op het zenuwstelsel inwerken. (Nicotine, Botuline & Psylocibine)


 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.