Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 1, Ontwikkeling

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1323 woorden
  • 10 januari 2004
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.3
  • 7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Hoofdstuk 1. Ontwikkeling

Om een dader te vinden is bewijs nodig. Dat bewijs bestaat meestal uit getuigen. Zo zijn er menselijke getuigen en ‘stille getuigen’. (‘stille getuigen’ zijn bijv kledingstukken, wapens of speeksel) Niet alle getuigenverklaringen van mensen zijn betrouwbaar. Tijdsverloop, alcoholgebruik en spanning kunnen het geheugen van de ondervraagde beïnvloeden. Zijn er geen menselijke getuigen, dan is het sporenonderzoek het enige houvast. Analisten in het laboratorium gaan dan bijv het bloed van de verdachte vergelijken met het bloed op een kledingstuk van een verdachte. Als hier eenzelfde bloedgroep wordt geconstateerd, is het niet zo dat het persoon de verdachte is. Er zijn namelijk veel meer mensen met die bloedgroep. Voor een overtuigend bewijs is meer aanwijzing nodig. Een vingerafdruk biedt wel 100 % zekerheid. Dit is namelijk een uniek spoor. In 1823 werd dit ontdekt door J.E Purkinje. Hij wist toen nog niet dat je hiermee mensen kon identificeren. Dat werd ontdekt door een ambtenaar, halverwege de 19de eeuw. In 1892 kwam professor Francis Galton met overtuigende argumenten om vingerafdrukken te gebruiken. Zijn conclusies waren:
• Het lijnenpatroon van je vingerhuid blijft levenslang hetzelfde.

• Het aantal lijnen dat kan voorkomen is zeer groot.
• Je kunt vingerafdrukken indelen in groepen.
Dit naar Galton genoemde systeem is gebaseerd op details van het huidlijnenpatroon, bijv een vertakking, lus of doodlopende lijn. Dit zijn typica. Dit maakt identificatie mogelijk. De rechter eist minimaal 12 punten van overeenkomst. Een vingerafdruk maak je zichtbaar m.b.v. een poederkwast en zilverkleurig poeder. De poeder hecht zich dan aan de bestanddelen van de verse afdruk. De recherche bewaart vingerafdrukken van criminelen in een archief. Zo kan de politie snel een dader opsporen.
In 1985 ontwikkelde professor Jeffrey een nieuwe techniek. De DNA-fingerprint. DNA is een stof die voorkomt in de kernen van cellen waaruit mensen zijn opgebouwd. Het bijzondere stukje DNA tref je buiten de genen in het DNA-molecuul aan. Het resultaat van het DNA-onderzoek kun je zichtbaar maken als een soort streepjescode; de DNA-fingerprint. Dit zijn streepjes op fotografisch papier. Bij familieleden vind je overeenkomsten tussen de streepjescode. Na onderzoek bleek dat je bij 1 op de 100 anderen eenzelfde fingerprint kan verwachten. Dit gaat niet op voor familieleden.
Nu schatten deskundigen een overeenkomst 1 op 100000 / 1 op 1000000. DNA-print is niet zo uniek als een vingerafdruk.
Met DNA dreigt privacy gevaar te lopen. Want de recherche mag bij zware misdrijven bloed afnemen en hier een DNA-print van maken. Deze print wordt dan 30 jaar bewaard. Zo kunnen ook jouw erfelijke eigenschappen onderzocht worden, en zij weten dan wat jij zelf nog niet weet.

Een van de eerste voorbehoedsmiddelen was het condoom. Het werd eerst gemaakt van rubber. Nu worden ze uit de synthetische rubbersoort latex gemaakt. Andere voorbehoedsmiddelen zijn bijv het baarmoederkapje of het pessarium. De Nederlandse vrouwelijke arts, Aletta Jacobs, verspreidde dit, waardoor vrouwen zelf de beschikking over een voorbehoedsmiddel kregen.
Eerst was het condoom en pessarium niet erg betrouwbaar. Later, in combinatie met een zaaddodend middel ging het minder vaak mis, maar toch werden nog veel vrouwen ongewenst zwanger. Margaret Sanger ging op zoek naar betere voorbehoedsmiddelen. Dit leidde tot de ontwikkeling van de pil. In de pil zitten stoffen die op vrouwelijke hormonen lijken. Deze hormonen regelen de eirijping, eisprong en innesteling, en helpen de eventuele menstruatie op gang.

Men ging kunstmatige hormonen maken. Deze noemden ze oestrogenen en progestagenen. Men vroeg zich af of deze kunstmatige hormonen ook als medicijnen gebruikt konden worden. Na 1938 ging men dit testen op vrouwen. Vrouwen zonder eierstokken kregen oestrogenen en vrouwen die te vroeg zouden bevallen kregen progestagenen. Het hielp. Later werden deze kunstmatige hormonen als voorbehoedmiddel gebruikt. Dit was de pil. Ook hielp de pil bij vrouwen met menstruatieklachten. Na enkele jaren werd de pil door gezonde vrouwen gebruikt. Het was voorbehoedmiddel nummer 1. De pil beschermd op 4 manieren tegen zwangerschap:
• Oestrogeen misleidt de hypofyse, waardoor de eirijping in de eierstok wordt afgeremd.
• Bij een toch eventuele eisprong wordt door een hormoontekort het transport van de eicel door de eileider, vertraagd. De bevruchte cel sterft dan af.
• Door hormoontekort ontwikkelt het slijmvlies in de baarmoeder zich niet voldoende, waardoor de cel zich niet kan innestelen.
• Progestageen maakt de slijmprop tussen vagina en baarmoeder taai, waardoor bijna alle zaadcellen worden tegengehouden.
Wetenschapper Pincus had ruim 10 jaar nodig om de eerste pil te ontwikkelen. Het bedrijf waarmee hij samenwerkte, bracht in 1962 de eerste pil op de markt. Daarna kwamen de concurrenten met eigen merk.
De pil had wel enige bijwerkingen. Zoals zwaarder worden, hogere bloeddruk en stemmingswisselingen. Deze namen de gebruikers graag voor lief. Later ergerde men zich daar wel aan. De hoeveelheid oestrogeen werd toen grondig verlaagd. Dit had nauwelijks invloed op de betrouwbaarheid. De bijwerkingen werden verminderd door de verlaging van de hormoondosis oestrogeen en de stapsgewijze meerderheid progesteron.

Om kleine afstanden op zee af te leggen, biedt de kompas houvast. Maar bij grotere afstanden heb je meer hulpmiddelen nodig. Op om open zee je route te volgen, is het nodig je plaats op aarde te kunnen bepalen. Goede navigatie is van groot economisch en politiek belang. Zo is er een systeem waarbij elke plaats op aarde m.b.v. twee getallen (coördinaten) kan worden aangegeven.
De aarde draait om een denkbeeldige as die door de noord- en de zuidpool gaat. En precies boven de noordpool staat de poolster. Hoe hoger aan de hemel je de poolster ziet, hoe noordelijker op aarde je bent. Met de zon kan je ook de geografische lengte en breedte bepalen. De bepaling van de breedte gebeurt aan de hand van de grootste hoogte die de zon op een dag bereikt. Uit dat tijdstip wordt de breedte afgeleid. Door een stok in de grond te steken en de schaduw daarvan te meten, is de zonshoogte nauwkeurig te berekenen. Nu zijn er de radiobaken. Dit is een station die een speciaal signaal uitzendt, waardoor de positie van het schip te berekenen is.
Nu zijn er de satellieten. Door de lengte van het uitgezonden signaal kan met uitrekenen hoever men is verwijderd van de desbetreffende satelliet. Of er is een navigatiesysteem; GPS. ‘Global Positioning System’. Dit systeem is bij vliegtuigen onmisbaar.

In 1957 wordt de eerste satelliet in de ruimte gebracht, door de Russen. Omdat Amerika toen dacht dat Rusland dan ook wel betere wapens zou hebben, staken zij veel geld in de ontwikkeling van de ruimtevaarttechnologie. President John F. Kennedy beweerde in 1962 dat de mens voor 1970 op de maan zou landen. Nadat dit gelukt is, zijn er ook onbemande landingen op de maan gerealiseerd. De wapenwedloop was dus een belangrijke reden voor de snelle ontwikkeling van de ruimtevaart.
In de ruimte kan een raket zich nergens tegen afzetten om te versnellen of remmen. Bij een raket worden de gassen die ontstaan na verbranding van de brandstof met grote kracht aan de onderkant uitgestoten, wat tot gevolg heeft dat de raket zelf de andere kant op beweegt.
Satellieten zijn voorwerpen die in een baan om de aarde draaien. Ze worden ook wel kunstmanen genoemd. Satellieten worden aangetrokken door de zwaartekracht van de aarde. Eigenlijk zou een satelliet moeten vallen, maar door de grote snelheid tegen de richting van de zwaartekracht, beweegt de raket tijdens het vallen vooruit. En zolang de snelheid groot genoeg is, komt deze tijdens de val niet dichter bij de aarde. Zo valt de satelliet steeds om de aarde heen. Omdat satellieten zich buiten de dampkring bevinden, hebben ze geen last van luchtwrijving, waardoor ze niet worden afgeremd. Satellieten in een hogere baan hebben een lagere snelheid.
Er zijn verschillende satellieten. Zo is er bijv de weersatelliet. M.b.v. infraroodcamera’s word informatie waargenomen en door de satelliet omgezet in een computerbestand. Dit bestand wordt naar een grondstation geseind. Een communicatiesatelliet kan tv-programma’s vanuit een grondstation opvangen en weer uitzenden naar een groot gebied op aarde. Met antennes zijn de programma’s dan te ontvangen.
Langdurig verblijf in de ruimte is voor een mens niet goed. Door de gewichtloosheid verslappen je spieren en op lange duur kunnen je botten ontkalkt raken.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.