aarde - biosfeer Hoofdstuk 1+2+3+4

Beoordeling 4.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1047 woorden
  • 12 mei 2006
  • 38 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.5
  • 38 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Algemene natuurwetenschappen: Blok 2, Biosfeer: Hoofdstuk 1, De aarde
De belangrijkste elementen waaruit een mens is opgebouwd zijn: koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof. Daarnaast ben je opgebouwd uit fosfor, zwavel en calcium. In zeer minimale concentraties zijn sporen elementen als ijzer, magnesium, koper, mangaan, jodium en zink aanwezig.
De meeste verbindingen waaruit je lijf bestaat zijn ingewikkelde koolstof bevattende verbindingen, zogenaamde organische verbindingen.
Verbindingen die geen koolstof bevatten, zoals water, zouten of sommige eenvoudig gebouwde koolstof bevattende verbindingen, noemen we organische verbindingen.

Fotosynthese: koolstofdioxide omzetten in glucose en zuurstof.
Meteoren: Stukken puin uit de ruimte, die volledig in de aardse dampkring verbranden als gevolg van de wrijving.
Meteorieten: Meteoren die niet volledig verbranden in de ruimte en waarvan een gedeelte inslaat op de aarde.
Opbouw van de atmosfeer: Zie bladzijde 70 voor een plaatje met daarbij de uitleg.
Water is een voorwaarde voor het ontstaan van leven. In de vloeistof kunnen moleculen van andere stoffen bewegen, met elkaar in contact komen en zo kunnen er nieuwe verbindingen ontstaan.
Het water dat in je lijf zit heeft verschillende functies: stoffen lossen er in op, het vervoert stoffen, her is het medium waarin reacties verlopen, het kan zonder grote temperatuurstijgingen veel warmte opslaan, en het geeft mede vorm aan je lichaam.
Driekwart van de aarde is bedekt met water.

Kringloop van water:
Water uit de zee verdampt. Het meeste valt meteen weer als regen naar beneden. De rest transporteert zich via waterdamp naar het land. Zodra het boven wolken komt vormt het wolk (komt doordat de lucht daar kouder is). Als het dan nog kouder wordt dan gaat het regen. De regen trekt in de grond en via de grond komt dat water terug in de zee. Vervolgens warmt de zon het weer op en verdampt het weer.
Kringloop van koolstofatomen:
Atomen koolstof kunnen via het fotosyntheseproces overgaan in suikermoleculen. Van suikermoleculen kunnen ze ingebouwd worden in een eiwitmolecuul. Na afbraak van dit eiwitmolecuul kunnen ze weer terecht komen in een koolstofdioxidemolecuul. De koolstofdioxidemolecuul kan via de lucht of via het grondwater in de oceaan komen. Levende wezens gebruiken de opgeloste koolstofdioxide en kalk om calciumcarbonaat te maken. Ze bouwen daar schelpen en skeletjes van. Als de beestjes doodgaan komen de skeletjes en schelpjes in het bodemslik terecht. Tijd en hoge druk zorgen ervoor dat ze overgaan in kalksteen. Kalksteen lost in koolzuurhoudend water op en na jaren kunnen de koolstofatomen hun tocht vervolgen in de vorm van koolstofdioxide.
Stikstof ben je nodig om te leven.
De eiwitten waaruit je bent opgebouwd, bevatten veel stikstof, gebonden in aminozuren, de bouwstenen van eiwitten. Zelfs het doorgeven van je erfelijke informatie naar een volgende generatie is afhankelijk van stikstof, omdat stikstof een bestandsdeel is van je genen, het DNA.
Stikstofkringloop: zie bladzijde 76 voor uitleg plus een duidelijk plaatje
Koolstof (zwarte, vaste stof) + Zuurstof (kleurloos gas) = koolstofdioxide (kleurloos gas) en energie
Energie: Het vermogen om arbeid mee te verrichten.
Massa gaat niet verloren.
De eerste wet: alle energie in het heelal bij elkaar opgeteld blijft constant, blijft het dus altijd en eeuwig even groot.
De tweede wet: het nettoresultaat bij energieomzettingen houdt altijd een verlies van kwaliteit van energie in.
Groene planten zijn nodig om te leven. Zij maken zuurstof via het fotosyntheseproces.
Ecologie: Kennis van het huis. Kennis van de natuur.
Duurzaam gebruik van de natuur: De natuur gebruiken, maar het niet kapot maken.
Hoofdstuk 2, de geschiedenis van aarde en mens
Het leven past zichzelf aan. Als de mens ergens niet goed kan leven, dan past het leven zich aan aan de omstandigheden.
Ongeveer 500000 jaar geleden vond de geleidelijke overgang plaats tussen homo erectus en homo sapiens naar de moderne mens.
Jagers en verzamelaars: Mensen die probeerden te overleven door op dieren te jagen en voedsel te verzamelen.

Invloed van de jagers en verzamelaars op de natuur: De jagers en verzamelaars wisten precies wat ze wel en niet konden eten. Ze wisten ook precies welke kruiden en planten een geneeskrachtige werking hebben. Ze hielden geen rekening met de soorten planten en diren die ze aten. En veel soorten zijn in deze periode uitgestorven.
De jagers en verzamelaars gingen zich langzaam nestelen op een plek. Ze begonnen zelf voedsel te verbouwen en dieren te houden. Ze gingen beter en voorzichtiger met de natuur om. Ze waren de eerste landbouwers.
In het midden van de 18de eeuw kwam de industriële revolutie.
De stoommachine kwam in 1776.
Gevolgen van de industriële revolutie: Er waren steeds minder arbeiders nodig.
Hoofdstuk 3, technologie in de 20ste eeuw.
In 1879 werd de gloeilamp uitgevonden.
Tegelijk met de gloeilamp werd er een systeem van elektriciteitsdistributie uitgevonden, compleet met centrale, leidingen, schakelaars, stoppen en verbruiksmeters.
In 1876 vond meneer Bell de telefoon uit.
In 1900 hadden Amerika en een paar Europese landen al telefoonnetten door hun land liggen.
Voor de transport kwam er een verbrandingsmotor.
Voor het huishouden werden er allerlei apparaten op elektriciteit uitgevonden zoals: stofzuiger, strijkijzer en de wasmachine.
De hygiëne wed een stuk beter. Het tonnetjessysteem werd vervangen voor riolering.
Na 1950 kwam er ook een groene revolutie. Een omwenteling in de veeteelt en landbouw. Er kwamen stukken land met maar één soort gewas.
Klonen: het exact namaken van een dier of mens.
Hoofdstuk 4, op weg naar duurzame ontwikkeling
Duurzaam energieverbruik: energie opwekken uit zonlicht, wind en water.
Voedselverdeling: de voedselverdeling in de wereld is ongelijk. In Amerika en Europa en Rusland en Australië is meer dan genoeg dan te eten, eigenlijk zelfs wel teveel, terwijl in Zuid-Amerika, Afrika en India juist te weinig voedsel is.
In de ontwikkelende landen wordt veel vlees gegeten, terwijl in de derde wereldlanden vooral rijst met misschien een klein beetje groente, maar vooral alleen rijst wordt gegeten.

Er zijn organisaties die het opnemen voor de derdewereldlanden.
Doordat de rijkere landen veel hardhout uit de tropen gebruiken dreigen de regenwouden te verdwijnen. Het kappen lijkt gunstig voor de derdewereldlanden omdat ze er geld voor krijgen, maar het is het niet. Het broeikaseffect stijgt plus dat er veel soorten planten en dieren uitsterven die niet meer terugkomen.
Sommige bedrijven proberen de technologie van het westen naar de derdewereldlanden te brengen. Ze leggen daar bijvoorbeeld met de plaatselijke bevolkingen putten aan. Goed voorbeeld daarvan is een Frans bedrijf wat in Sarwal putten aan heeft gelegd, met een pomp op zonne-energie.
De natuur heeft een eigen waarde.
De natuur laat zich nergens tot dwingen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.