Ook deze week is het nog 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


Paragraaf 2: Een grens tussen rijk en arm
Hoe zie je het verschil in...
* Welvaart
1) De koopkracht: is de hoeveelheid goederen of diensten die je in een land voor één dollar kunt kopen
2) De beroepsbevolking: is dat deel van de bevolking dat tegen betaling een beroep uitoefent plus de werklozen, je kan veel over een land zeggen aan de hand van de verdeling van de beroepsbevolking, want: Hoe meer mensen er in de landbouw werken, hoe armer een land.
3) In een arm land werken een grote hoeveelheid mensen in de informele sector (niet-officiële economie), daarom kun je moeilijk van een arm land zeggen hoeveel ze verdienen.
* Spreiding
1) De bevolkingsdichtheid: is het gemiddelde aantal inwoners per m^2. De bevolkingsdichtheid zegt niet veel, omdat mensen onregelmatig over het land zijn verdeeld.
2) Een bevolkingsspreidingskaart geeft een beter beeld, deze kaart laat zien op welke manier de bevolking over een gebied is verdeeld.
* Groei
Arme landen worden gekenmerkt door een jonge, snelgroeiende bevolking, dit komt door:
1) Het geboortecijfer in arme landen ligt vaak erg hoog, het geboortecijfer is het aantal levendgeborenen per duizend inwoners per jaar.
2) Het sterftecijfer ligt in arme landen ook vaak erg hoog, het sterftecijfer is het aantal sterfgevallen per duizend inwoners per jaar.
3) Door het verschil tussen het geboortecijfer en het sterftecijfer uit te rekenen, bereken je de groei van een land.
* Cultuur
1) De grens tussen twee totaal verschillende landen kan een scheiding zijn tussen arm en rijk, maar is ook een cultuurgrens.
2) Dat kun je zien aan de cultuurelementen van een land, dus kenmerken waaraan je een cultuur kunt herkennen zoals de taal, godsdienst, bouwstijl, gewoontes en gebruiken.
3) In een grensregio ontwikkelt vaak een mengcultuur, dit komt vaak doordat de grensgebieden een eigen cultuur en identiteit ontwikkelen, dus een gemengde cultuur van de twee landen of gebieden samen.

Paragraaf 3: Relaties: handel en investeringen
* De handelsbalans is het verschil tussen de waarde van de geïmporteerde en geëxporteerde goederen, of ook wel een overzicht van de waarde van de goederen die in- en uitgevoerd worden.
* centrum, semiperiferie, periferie: een indeling van de wereld naar ontwikkelingsgraad.
* Mexico en de VS vullen elkaar aan, maar VS profiteert er het meeste van, we noemen dit een centrum-periferie relatie. Mexico produceren vooral grondstoffen (aardolie) en agrarische producten, de VS levert de kennis en de hoogwaardige goederen, zoals machines en motoren.
* Mexico is voor de VS een enorme bron van geodkope arbeid, zij doen werk dat de Amerikanen zelf niet willen doen, en dit ook nog voor een erg lage loon. Ze werken vaak in fabrieken of op het platteland.
* In Noord-Mexico zijn heel veel maquiladora’s/assemblagebedrijven, dit zijn bedrijven waar onderdelen van producten in elkaar worden gezet tot eindproduct. Deze eindproducten zijn bedoeld voor de export naar de VS of ander westers landen.
* Vanaf 1965 kunnen buitenlandse ondernemingen zich onder gunstige voorwaarden (geen importbelasting) in deze speciale econmische zones vestigen. Door de gunstige ligging ten opzichte van de VS werd het een groot succes.
* Het succes werd nog groter in 1994 toen de VS, Mexico en Canada een verdrag sloten, hierdoor werd Noord-Amerika een vrijehandelszone.
* Doordat de lonen in China nog lager zijn dan in Mexico verhuisen veel Amerikaanse bedrijven hun fabrieken naar China. Hierdoor worden weer meer Mexicanen werkloos, met slechte gevolgen voor de toekomst van het land.

Paragraaf 4: 'Go north, young Mexican'
* Een migrant heeft verschillende reden om te vertrekken uit zijn leefomgeving, deze redenen noemen we push- en pullfactoren.
De migrant in kwestie zal alle factoren om te blijven en om te gaan op een rijtje zetten voor hij echt vertrekt.
1) Pullfactoren zijn de redenen om je in een gebied te vestigen, bijvoorbeeld een hoger loon.
2) Pushfactoren zijn de redenen om uit een gebied te vertrekken, bijvoorbeeld geen werk, slechte weersomstandigheden.
* Volgmigratie is migratie waarbij de familie van de migrant na verloop van tijd volgt of waarbij de migrant of kinderen van de migrant een huwelijkspartner haalt uit het gebied van herkomst. Er zijn 2 soorten van volgmigratie:
1) Gezinsherenigende: familie/gezin volgt de migrant na verloop van tijd naar het nieuwe vestigingsland.
2) Gezinsvormende: als de kinderen van het gezin zelf volwassen zijn geworden of de migrant zelf, op zoek gaat naar een partner om samen een gezin mee te stichten, zoeken in het gebied van herkomst.
* Afstandsverval: situatie waarbij het voorkomen van een ruimtelijk verschijnsel afneemt naarmate de afstand tot het brongebied toeneemt, oftewel de migrantendichtheid daalt naarmate de afstand toeneemt.
* Een dubbelstad: situatie waarbij twee dicht bij elkaar gelegen steden, soms gescheiden door een internationale grens, op een aantal terreinen een eenheid vormt. De twin cities El Paso en Ciuda Juárez zijn daar een mooi voorbeeld van.

Paragraaf 5: Mexico en de VS: voor eeuwig verbonden
* De Mexicaanse migranten sturen veel geld naar huis, daarmee is na de olie-export het migrantengeld de tweede bron van inkomsten voor Mexico. Het overgrote deel daarvan wordt verdiend in de VS.
* De VS profiteert van de migranten als goedkope, vaak illegale arbeiders omdat:
1) Ze de redding voor de landbouw, industrie en horeca zijn tot ver buiten de grensstreek.
2) Ze zijn goedkoop, doen het vuile werk, kunnen gemakkelijk ontslagen worden en houden de productiekosten laag.
* Een groeiend probleem is dat de goedkope (illigale) Mexicaanse arbeidskrachten, de legale (Amerikaans) arbeidskrachten verdringen.
* Mexico profiteert er ook van, door de komst van maquiladora's.

Paragraaf 6: Arm en Rijk
* Hoe meet je de welvaart?
1) Het BNP per inwoner (BNP/hoofd): de waarde van alle goederen en diensten die in een land in een jaar worden geproduceerd plus de inkomsten uit het buitenland, gedeeld door het aantal inwoners. Om te kunnen vergelijken druk je het BNP uit in dollar of euro.
2) De VN-welzijnsindex: cijfer tussen 0 en 1 dat de mate van levenskwaliteit van een land aangeeft, en gebaseerd is op de alfabetiseringsgraad, de levensverwachting en de koopkracht.
- de koopkracht: de hoeveelheid goederen of diensten die je in een land één dollar kunt kopen
- de alfabetiseringsgraad: het percentage van de bevoling dat niet kan lezen en schrijven
- de levensverwachting: Het gemiddeld aantal jaren dat een pasgeboren baby kan verwachten te leven
3) Er zijn nog een reeks van aanwijzingen voor de mate van ontwikkeling, denk daarbij aan:
- De verdeling van de beroepsbevolking
- De toegang tot schoon drinkwater, scholing en gezondheidszorg
- De voedselsituatie
* Problemen bij het meten van de welvaart, bij gebruik van het BNP/hoofd als maatstaaf zitten 4 nadelen:
1) De dollar is niet overal even veel waard. In Mexico is hij meer waard dan in de VS. Daarom heeft men het begrip koopkracht bedacht.
2) De inkomsten uit de informele sector (=niet officiële economie), ruilhandel en de zelfvoorziening tellen niet mee in de statistieken van de officiële economie. In veel arme landen is de informele sector groter dan de officiële, formele sector. Hierdoor zie je dat het beter met de arme landen gaat dan de cijfers laten zien.
3) Het BNP/hoofd is maar een gemiddelde, het geeft niet exact aan hoe het met het land gaat. Achter een aardig gemiddelde kan toch een wereld van armoede voor een grote groep mensen schuilgaan. Dit is sociale (of maatschappelijke) ongelijkheid: Grote en ongewenste verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen de verschillende groepen (klassen) van de bevolking.
4) Het BNP/hoofd laat ook geen regionale verschillen zien, dit is regionale ongelijkheid: Grote en ongewenste verschillen in ontwikkeling tussen gebieden.

Paragraaf 7:
* centrum: rijke, vooral westerse landen
* semiperiferie: de landen die de laatste 20 jaar een flinke groei hebben doorgemaakt
* periferie: de armste landen, de ontwikkelingslanden
* oorzaken waarom de welvaart zo slecht is verdeeld:
1) interne oorzaken: natuurlijk(slechte ligging, klimaat, vruchtbaarheid)
menselijk(slecht bestuur, corruptie, oorlogen)
2) externe oorzaken: het soort relatie dat een ontwikkelingsland met de rijke landen heeft.
Als gevolg van deze relatie ontstaat er tussen centrum en periferie een ongelijke uitwisseling van:
- goederen, bijvoorbeeld grondstoffen uit de periferie en kapitaalgoederen (onder andere machines) uit het centrum;
- arbeid, bijvoorbeeld ongeschoolde arbeidsmigranten uit de periferie en hoogopgeleide technici uit het centrum;
- kapitaal, bijvoorbeeld investeringen en leningen uit het centrum en schulden in en terugbetalingen uit de periferie.
* De internationale arbeidsdeling: de verdeling van de beroepsbevolking in de verschillende delen van de wereld.

Paragraaf 9: Bevolkingsspreiding en migratie
* De bevolkingsdichtheid is het gemiddelde aantal inwoners per km².
* Op een bevolkingsspreidingskaart staan de grootste concentraties(hoeveelheid mensen) aan de randen van de continenten.
* De verklaring van de bevolkingsspreiding:
1) De natuurlijke mogelijkheden; een geschikt (liefst gematigd) klimaat, vruchtbare bodems, beschikbaarheid van water, niet te bergachtig en dus geschikt om een dichte, argrarische samenleving te dragen.
2) De ligging; gebieden die gunstig liggen ten opzichte van de economische kerngebieden in de wereld of daar goed mee zijn verbonden, zijn dichter bevolkt dan perifeer gelegen ontoegankelijke strekenl
3) Het koloniale verleden; in bijna alle vroegere gekoloniseerde gebieden concentreert de bevolking zich in de kustgebieden.
* oorzaken waarom migranten uit hun geboorte land vertrekken:
1) Economisch: slechte economische situatie.
2) Politiek: vluchteling vanwege onderdrukking.
3) Ecologisch: natuur- en/of milieuramp.

Paragraaf 10: Wereldbeeld: bevolkingsgroei
* De natuurlijke bevolkingsgroei bereken je door het verschil tussen geboorte- en sterftecijfer vast te stellen, migratie dus niet meegerekend.
* Als je kijkt naar de groei van de wereldbevolking vallen twee dingen op:
1) De groei gaat steeds sneller. In de twintigste eeuw is de bevoling verviervoudigd.
2) De groei gaat niet overal even snel. Voor in ontwikkelingslanden gaat het hard.
* waarom hebben de arme landen zo’n hoog geboortecijfer?
1) Demografisch: ze kennen een jonge leeftijdsopbouw. Veel vrouwen in de vruchtbare leeftijd betekent automatisch voor een hoger geboortecijfer dan bij een oude bevolking.
2) Scholing: de vruchtbaarheid daalt, wanneer de scholings graad van vooral meisjes stijgt, door de voorbehoedsmiddelen
3) Religie: het katholieke geloof stimuleert grote gezinnen en wijst abortus en gebruik van voorbehoedsmiddelen af.
4) Cultuur. In veel culturen geeft een groot gezin veel aanzien; vooral voor de vrouw.
5) Gezondheidssituatie: met name de hoge zuigelingensterfte. Veel kinderen sterven jong, ouders willen zekerheid dat een aantal kinderen in leven blijft om later voor de ouders te kunnen zorgen.
6) Armoede: veruit de belangrijkste reden voor het verschil in geboortecijfers is het verschil in welvaard. Er is een direct verband tussen een stijgende welvaart en een dalende vruchtbaarheid.
* Demografische transitie: de gefaseerde overgan van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterftecijfer.
* Groene druk: de verhouding tussen het aantal 0- tot 20-jarigen en het aantal 20- en 65-jarigen.
* Grijze druk: de verhouding tussen het aantal 20- en 65-jarigen en het aantal mensen boven de 65 jaar.

Paragraaf 12: Cultuurgebieden
* Cultuurgebied: gebied waarin culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken.
* Kolonialisme: systeem waarbij een land haar macht uitbreidt over een ander land met de bedoeling het gebied te runnen om winst te maken

Paragraaf 13: Cultuurgebieden in verandering
* Diffusie: de verspreiding van een ruimtelijk verschijnsel vanuit een kerngebied
* Cultuurvermenging: de cultuur van een bepaald land of volk neemt cultuurelementen van andere cultuur over.
* In de huidige tijd spelen op wereldniveau 2 tegengestelde bewegingen een rol:
1) Homogenisering: door de verwestering verdwijnen de grenzen tussen de cultuurgebieden.
2) Heterogenisering: door de wereldwijde migratie ontstaat vooral in grote steden een mix van westerse en
niet-westerse elementen.
* Transnationale identiteit: iemand die twee culturen in zich verenigd.
* Fundamentalisme: strikt willen leven volgens de regels van het geloof. Bijvoorbeeld islamitisch fundamentalisme.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

Tantoe gekke samenvatting dit is echt de bom gewoon echt bizar

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

G.

G.

Ik zit in 2 gymnasium en ik heb er niks aan. Bijna niks wat hier staat klopt. Als je dit leert leer je alles verkeerd en kan je hooguit een 3 verwachten.

4 jaar geleden

Antwoorden

T.

T.

4 jaar geleden

gast

gast

L.

L.

Waar is paragraaf 8?

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

ik heb er veel aan gehad, doe zelf 4 havo en deze methode, goede samenvatting!

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

very slecht...........ik zit niet op de havo maar hoger dus ik heb er niks aan

6 jaar geleden

Antwoorden

OK

OK

stoer

7 maanden geleden

gast

gast