Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Regionale beeldvorming

Beoordeling 3.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 632 woorden
  • 16 april 2002
  • 12 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.8
  • 12 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Goed geografisch beeld bestaat uit de volgende kenmerken:
LoGeBeRe

Hoofdstuk 1!
Locationele kenmerken

1. Ligging. A. Absoluut: uitgedrukt in coördinaten of aangewezen op kaart.
B. Relatief: ligging t.o.v. andere regio’s (plaatsen, activiteiten, etc.)
C. Regio: gebied
2. Begrenzing vd regio’s : uiterlijk vd regio’s
Oppervlakte vd regio’s
3. Is de regio op te delen in kleinere eenheden?

Gebieds kenmerken


1. Fysische kenmerken
A. Geologie: wetenschap die zich bezighoudt met de structuur, samenstelling en geschiedenis van de aarde. En processen die bepalen hoe de aarde er nu uitziet. à Hierbij kijk je naar gebergtes, vlaktes, rivieren en grondstoffen.
Grondstof: Stof waarvan de industrie producten kunnen worden maken.
B. Klimaat: de gemiddelde toestand vh weer berekend over een langere periode.
C. Bodem: De bovenste laag vd aardkorst die door planten is doorworteld.
D. Flora & Fauna: Planten en dieren.
2. Inrichtings kenmerken
A. Landbouw: Algemene aanduiding voor de teelt van gewassen die voor mens/dier van nut zijn.
B. Nederzettingen: verzameling woningen van mensen die op deze plaats min of meer permanent wonen.
C. Infrastructuur: Basisvoorzieningen die productie mogelijk maken.

Bevolkingskenmerken


Demografische Kenmerken
A. Geboortecijfer: Het aantal levendgeborene per 1000 personen vd bevolking p jaar.
B. Sterftecijfer: Het aantal sterfgevallen per 1000 personen vd bevolking p jaar.
C. Vruchtbaarheid: De werkelijke gerealiseerde voortbrenging van kinderen.
D. Levensverwachting: Het aantal jaren dat iemand gemiddeld te leven heeft, op basis van de huidige sterftekansen.
Economische kenmerken
A. Bedrijfstak: bepaalde bedrijven die dezelfde producten ma ken.
B. Inkomen:
D. Werkeloosheid: Als er meer aanbod van werk is dan vraag.
Ecologische kenmerken

Culturele kenmerken
A. Godsdienst: verschillende opvattingen van bepaalde groepen mensen over hoe je goed moet leven.
B. Talen:
C. Minderheden:
Publieke kenmerken
A. Bestuursvorm:
B. Belangrijke partijen:
C. Politieke stabiliteit: Goed à weinig burgeroorlogen
Slecht à Veel burgeroorlogen, veel veranderingen

Relationele kenmerken

Relaties met andere regio’s
A. Handel:
B. Toerisme:
C. Milieubelasting:
D. Politieke allianties/tegenstanders
E. Migratie: verplaatsingen van personen over een bepaalde grens met het doel zich permanent te vestigen in een nieuwe woonplaats.

Hoofdvraag: Welke invloed heeft het beeld dat mensen hebben van een plaats of gebied op hun ruimtelijk gedrag.

H1: Waaraan voldoet een verantwoord geografisch beeld?
H2: Hoe betrouwbaar en volledig zijn gegevens over plaatsen en gebieden.
a) Wie ‘zenden’ informatie uit, en met welk doel?
b) Wat ‘doet’ de ontvanger met die informatie?
H3: =antwoord op de hoofdvraag:
A) Het kiezen van een vakantiegebied
B) Het kiezen van een Woonplaats
C) Het leven in mogelijke rampgebieden


Beschrijven= 2 vragen: wat? En Wat is dat?
Vragen bij bepaalt artikel:
- Waar is dat?
- Wat is daar?
- Hoe is dat daar?
- Waarom is dat daar?
- Wat kan daar?
- Is dat daar geweest?

Hoofdstuk 2!

Mental map: een kaart in je hoofd of op papier die een uitdrukking is van subjectieve beelden (percepties) van een gebied.

Stereotype: vastliggend algemeen (dus collectief) beeld dat een groep mensen, een groep gebieden of een groep verschijnselen of gebeurtenissen betreft.

Infrastructuur: Alle verbindingen in een land, die productie mogelijk maken. Vb: wegen, rails, riool.

Afstandsverval: naarmate de afstand toeneemt vermindert de mate van contact met en de hoeveelheid en kwaliteit van de informatie over een gebied.

Collectieve beeldvorming: de beeldvorming van een regio op basis van gemeenschappelijk gedeelde (subjectieve en objectieve) informatie. De aldus gevormde regionale beelden noemt men ruimtelijk imago en stereotype.

Perceptie: de manier waarop iemand de werkelijkheid waarneemt en daaruit voor zichzelf een beeld vormt.

Regio-/ Citymarketing: promotie van een stad of gebied. Door het imago te veranderen hoopt de stad of streek bedrijven, inwoners en bezoekers aan te trekken.

Booming industrie: De toenemende welvaart ging samen met een snelle groei van mobiliteit en vrije tijd.

Imago: het algemene (dus collectieve) beeld dat een bepaalde plaats, streek, instelling of persoon oproept.

Vooroordelen: een mening over personen, situaties of gebieden die niet is gegrond op feitelijke gegevens.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.