Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 4: Wereld

Beoordeling 7.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 2074 woorden
  • 7 januari 2015
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.8
  • 11 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

§1 Patronen: verschillen in welvaart en welzijn



Verschillen in welvaart kun je meten door te kijken naar:




  1. het Bruto Nationaal Product per inwoner(BNP/hoofd): de waarde van alle goederen en diensten die in een land in een jaar worden geproduceerd, plus de inkomsten uit het buitenland, gedeeld door het aantal inwoners. Dit is echter niet helemaal een goede maat, omdat:


    • de waarde van 1 dollar verschilt van land tot land. Daarom druk je het vaak uit in koopkrachtpariteit: hoeveelheid goederen of diensten je kunt kopen voor 1 dollar.

    • Alleen de inkomsten uit de formele sector tellen bij het vaststellen van het BNP mee, terwijl in arme landen een groot deel van het inkomen uit de informele sector komt.

    • Het BNP/hoofd is een gemiddelde. Juist in arme landen is de sociale en regionale ongelijkheid erg groot. Je moet inzoomen naar een lager schaalniveau om een goed beeld te krijgen.



  2. Het Bruto Binnenlands Product(BBP/hoofd): de waarde van alle goederen en diensten die binnen een land geproduceerd worden, gedeeld door het aantal inwoners.

  3. De verdeling van de beroepsbevolking. Als een land tot ontwikkeling komt, zie je dat aan de opschuiving binnen de beroepssectoren: van primair naar secundair en tertiair. Als regel geldt dan ook: naarmate het economische ontwikkelingspeil van een land hoger is, werkt een kleiner deel van de beroepsbevolking in de landbouw en een groter deel in de formele dienstensector.





Door de globalisering verandert ook de internationale arbeidsverdeling: dat deel van de dienstensector dat zich vooral richt op de ondersteuning van de grote internationale bedrijven.



Als een land afhankelijk is van een of enkele grondstoffen, is de economie zeer kwetsbaar, immers:




  • de oogst kan mislukken

  • de prijzen op de wereldmarkt kunnen enorm fluctueren.





Wil je een beeld krijgen van hoe het gesteld is met het welzijn(het algehele welbevinden van de inwoners van een land), dan kun je beter naar de VN-ontwikkelingsindex: maatstaaf samengesteld uit de koopkracht, alfabetiseringsgraad en de levensverwachting. Hoe dichter de index bij 1.0 ligt, des te hoger is het welzijn. 





§2 Patronen: demografisch, cultureel en politiek



De bevolkingsspreiding kun je verklaren vanuit:




  1. Het verschil in natuurlijke mogelijkheden. Bevolkingsspreiding en bevolkingsdichtheid kun je mede verklaren vanuit de natuurlijke mogelijkheden van een gebied. 

  2. De ligging. t.o.v. economisch belangrijke gebieden bijv.

  3. Het koloniale verleden. concentratie in de kustzone.





De bevolkingsdichtheid kan op twee manieren veranderen:




  1. Door een hoog geboorteoverschot. Hoewel de vruchtbaarheid wereldwijd spectaculair dealt, neemt de absolute groei van de bevolking nog toe. Vooral de arme landen kennen nog steeds een hoog geboortecijfer. Daar is een aantal oorzaken voor: 




  • Demografisch. Deze landen hebben een heel jonge leeftijdsopbouw. Bovendien is de kindersterfte door de slechte voedselsituatie en ontoereikende medische voorzieningen hoog. 

  • Sociaal. Wanneer in een land het opleidingsniveau van meisjes stijgt, daalt de vruchtbaarheid.

  • Cultureel. Sommige culturen stimuleren het krijgen van veel kinderen.

  • Economisch. Neemt de welvaart toe, dan zal de vruchtbaarheid in het algemeen dalen. 

  • Geografisch. Veel arme landen kennen een hoog verstedelijkingstempo(de snelheid waarmee de graad per jaar toeneemt), maar de verstedelijkingsgraad(percentage van de bevolking dat in de stad woont) is nog relatief laag. 





Door de verschillen in demografisch gedrag nemen de rijke landen een andere positie in binnen het demografisch transitiemodel(de gefaseerde overgang van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterftecijfer) dan andere landen.




  1. Door een hoog vestigingsoverschot. Mondiaal komt dit vooral door migratie(arbeidsmigranten bijv.) Binnen landen overheerst de trek van het platteland naar de steden(urbanisatie). Die steden groeien dan ook vaak uit tot megasteden. Door de suburbanisatie is de urbanisatie in rijke landen flink afgezwakt. Het hoge verstedelijkingstempo in arme landen kent drie oorzaken:


    1. de trek van het platteland naar de stad

    2. de groei van grote steden, waarbij zij omringende plaatsen opslokken

    3. het hogere geboorteoverschot in steden door de jongere stadsbevolking en de hogere levensverwachting door betere voorzieningen dan op het platteland.







Door onder andere kolonialisme en migratie zijn culturen verspreid.(diffusie)



Er zal daardoor ook niet zo snel 1 wereldcultuur ontstaan.





Soevereine staat: een internationaal erkende staat die als enige macht mag uitoefenen over de bevolking en het grondgebied van de staat. Het politieke stelsel van deze staten kan zijn: 




  • Democratisch

  • Beperkt democratisch niet alle burgerrechten zijn gewaarborgd.

  • Dictatoriaal bestuurd door 1 partij of groep machthebbers mensen- rechten niet gerespecteerd.





Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is er een nieuwe wereldorde(de manier waarop de wereld economisch, politiek en sociaal-cultureel is georganiseerd) ontstaan met de VS als hegemoniale staat. een land dat gedurende een bepaalde periode grote delen van de wereld domineert op economisch, militair, financieel en cultureel gebied.













§3 Krimpende wereld



Door een toenemende vervlechting van gebieden wordt de moderne wereld ook wel een global village genoemd. Een belangrijke reden hiervoor is de snelle ontwikkeling van de transport- en communicatietechnologie. Hierdoor wordt de relatieve afstand kleiner. Tijd-ruimtecompressie. Een ruimtelijk gevolg van deze ontwikkeling is dat de relatieve ligging ook verandert. Dat kan doordat een gebied zijn positie ziet veranderen ten opzichte van:




  • een belangrijke vervoersas(corridor)

  • Gebieden die zich snel ontwikkelen of juist in verval raken.



De vervlechting wordt ook versterkt door de verhoging van de geografische mobiliteit(stroming van mensen, goederen, informatie en ideeën tussen gebieden).





Een van de belangrijkste motoren achter de globalisering is de ontwikkeling van de transporttechnologie. Hierbij zijn drie veranderingen van belang:




  1. Door innovaties en schaalvergroting verloopt transport steeds sneller.

  2. De infrastructuur is enorm verbeterd.

  3. De grenzen tussen landen zijn veel opener geworden





De uitwisseling komt pas op gang als is voldaan aan de drie voorwaarden uit het interactiemodel van Ullman:




  1. Complementariteit tussen gebieden. elkaar aanvullen op bepaald terrein.

  2. Transporteerbaarheid.

  3. Afwezigheid van tussenliggende mogelijkheden.





Op een kaart geven de transportnetwerken goed de mondiale vervlechting weer.



Ook de informatietechnologie is een belangrijke motor achter de globalisering. De richting en intensiteit van de communicatie tussen gebieden wordt beinvloed door drie factoren:




  1. Economisch. Communicatie verloopt vooral tussen leden van de triade.

  2. Sociaal-geografisch. Naarmate de afstand tot een land toeneemt, daalt de intensiteit van het contact(afstandsverval).

  3. Cultureel. Tussen landen met grote culturele verschillen is minder contact.





Dit speelt in de fast world een steeds grotere rol. De slow world is echter nog maar beperkt online, maar de ontwikkelingen gaan snel.





§4 Aspecten van globalisering



Globalisering: proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen op aarde toeneemt. Dit proces is de afgelopen decennia in een stroomversnelling geraakt door: 




  • De sterke verbetering van de transport- en communicatietechnologie

  • Het wegvallen van handelsbelemmeringen tussen staten

  • De snelle groei van mno’s





Door de moderne communicatie- en transportmiddelen is het mogelijk de productieketen van goederen en diensten op te delen en onderdelen daar te laten plaatsvinden waar de kosten het laagst zijn. Gevolgen hiervan zijn:




  • Gebieden raken economisch steeds meer met elkaar verweven. Er ontstaat een nieuwe internationale arbeidsverdeling. de specialisatie van werkgelegenheid in verschillende delen van de wereld.

  • Beslissingen van mno’s treffen ook ver weg gelegen gebieden.

  • De wereldhandel is sneller gegroeid dan de productie. 

  • De wereldhandel wordt nog steeds beheerst door het triadische netwerk. Het verloop van de handels- en kapitaalstromen is daar een indicatie voor. Het traditionele wereldsysteem van centrum-, semiperifere en perifere landen wordt opgeschud.

  • Er ontstaat een nieuwe internationale arbeidsverdeling. De maakindustrie naar de lagelonenlanden etc.

  • Economische globalisering leidt tot eenwording maar ook tot verbrokkeling. De landen die niet meedoen in de globalisering blijven achter op de groeiers Regionale- en sociale ongelijkheid neemt toe.





Versnelde verspreiding van cultuurelementen vindt ook plaats door globalisering:




  1. Homogenisering.  De kleding, taal, muziek, inrichting van steden etc. gaan steeds meer op elkaar lijken. komt door amerikanisering waarbij Engels de lingua franca. Als elementen als normen en warden van een cultuur veranderen, wordt steeds meer de culturele identiteit opgegeven. Dat willen veel mensen echter niet.

  2. Heterogenisering. Vooral door de internationale migratie ontstaan in westerse landen gemeenschappen met een transnationale cultuur. 





Toen de soevereine staat nog alle macht had, is de macht daarna overgenomen door:




  • Supranationale organisaties, zoals VN, WTO, EU.

  • Ngo’s, zoals Oxfam Nofib en Rode Kruis

  • Lokale en regionale overheden. 





Met het einde van de Koude Oorlog is ere en einde gekomen aan de oude wereldorde. Landen zoeken naar nieuwe verbanden en er ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden. Veel landen vinden echter wel dat ze te veel macht moeten inleveren en te weinig zeggenschap overhouden bij het aangaan van zo’n verband(zoals lid worden van de EU). Dit regionalisme kan gaan over politieke besluitvorming of het verlies aan culturele identiteit. Het optreden van de VS in conflicten roept veel verzet op, niet alleen van de andersglobalisten (een groep internationale actievoerders die zich verzet tegen de huidige, sterk door de mno’s vormgegeven, globalisering) maar ook bij de landen zelf.





§5 De ontwikkeling van het globaliseringsproces



Tot aan de Tweede Wereldoorlog zijn het vooral de Europese staten die hun invloed laten gelden in de rest van de wereld. europeanisering.



In het tijdperk van het imperialisme stond de internationale arbeidsverdeling vooral in het teken van de industrialiserende moederlanden. De rol van de kolonies was die van leverancier voor industriële goederen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de kolonies in snel tempo zelfstandig(dekolonisatie). Na ineenstorting van de Sovjet-Unie werd de positie van de VS dominanter. Daarmee veroverde ook de markteconomie grote delen van de wereld.  



De huidige fase van de globalisering wordt gekenmerkt door:




  • De internationale oriëntatie van de financiële markten

  • De verdere internationalisering van de mno’s en de ermee samenhangende productieketens.

  • De snelle toename van de communicatie- en informatietechnologie.

  • De snelle opkomst van een aantal economieën in de semi-periferie.





Deze ontwikkelingen hebben een aantal ruimtelijke gevolgen:




  • Er ontstaat vooral door uitschuiving van de productie van goederen en diensten naar de semi-periferie een nieuwe internationale arbeidsverdeling.

  • Mno’s schuiven delen van het bedrijf regelmatig door naar nog goedkopere locaties. Dat wordt gestimuleerd doordat armere landen Economische Productie Zones(EPZ’s) ontwikkelen.

  • Het hart van de fast world wordt gevormd door de kernregio’s van de centrumlanden, terwijl de achterblijvende regio’s tot de slow world worden gerekend. Een kenmerk van deze verbrokkeling is de fragmentarische modernisering. Dat is het binnen een gebied naast elkaar voorkomen van moderne en traditionele wijze van produceren. 





Tegenwoordig spreekt men van een global shift, een verschuiving van het economische en politieke zwaartepunt van het ene deel van de wereld naar het andere. Landen rond de Stille Oceaan beginnen steeds meer macht over te nemen van de landen rond de Atlantische Oceaan. Maar wat kunnen de gevolgen hiervan zijn?




  1. Economisch. Eerst verschoof alleen laagwaardige industrie naar landen rond de Stille Oceaan maar nu ook de productie van hoogwaardige kapitaalgoederen en delen van de dienstensector. De arbeidsmarkten raken hierdoor wereldwijd met elkaar verbonden.

  2. Politiek. Het politieke machtscentrum zal vanuit europa en de VS verschuiven naar Zuid- en Oost-Azië. 

  3. Geografisch. Europa schuift van het centrum naar de rand van de wereldkaart. VS ligt aan beide zeeën en landen als China en India liggen relatief dichtbij elkaar. omgekeerde braindrain bijv. Portugezen en Spanjaarden naar vroegere kolonies.





§6  De effecten van globalisering in gebieden



In de minder rijk bedeelde landen zijn de backwash-effecten(negatieve invloed van een gebied op de economische ontwikkeling van een andere gebied) sterker dan de spread-effecten. Sommige culturen verwesteren snel, terwijl andere hun eigen identiteit behouden en deze ook beschermen. 



Hoe komt het dat juist de sub-Sahara zo weinig profiteert van de groeiende welvaart in de wereld?




  1. De positie in de wereldeconomie. Afrika heeft veel grondstoffen. Bedrijven die daar dan komen om de grondstoffen daar weg te halen hebben niet echt een hoog democratisch gehalte

  2. Zwak bestuur. Cultuurverschillen, maar vooral de strijd om de grond, vormen de basis voor de steeds weer oplaaiende conflicten. Het gevolg van onder andere het kolonialisme is dat de sub-Sahara meer failed states kent dan welk ander gebied in de wereld. Zo’n mislukte staat wordt gekenmerkt door:




  • Bestuurlijke chaos

  • Het op grote schaal voorkomen van corruptie. 

  • Permanente politieke onrust, die vaak uitmonden in gewapende conflicten.                                           3.Liberalisering. Veel Afrikaanse landen zijn wel via internationale hulporganisaties met de rest van de wereld verbonden. harde eisen(grenzen openen voor wereldhandel etc.) traditionele ambacht verdwijnt.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.