Hoofdstuk 4

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas havo/vwo | 1189 woorden
  • 1 juli 2016
  • 28 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 28 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

§1



Brazilië is een economische wereldmacht. Het land heeft een totaal inkomen van bijna €1600 miljard per jaar. Een kleine groep is heel erg rijk. Maar de meeste mensen zijn arm. Sommigen leven onder de armoedegrens van $1,25 per dag.



§2



In 1500 werd Brazilië een kolonie van Portugal. Suiker, koffie, goud, tin en ijzer werden afgevoerd naar het buitenland en verder verwerkt. De economie groeide snel. Dat noemde met het “Economisch Wonder”. Niets kon meer misgaan leek het. Maar Brazilië had veel schulden. Maar sinds 1990 gaat het weer beter.

Er zijn drie productiesectoren:




  1. Primaire sector (landbouw)

  2. Secundaire sector (industrie)

  3. Tertiare sector (diensten)



Er zijn over grote verschillen in welvaart. Dat kun je zien door:




  • BBP (Bruto Binnenlands Product)

  • BBP per hoofd: het inkomen van een gemiddeld persoon per jaar.



Ook kun je kijken naar de ontwikkelingsfase. Elke fase heeft een kenmerkende combinatie van welvaart en samenstelling van de beroepsbevolking.

Met het ontwikkelingsmodel kun je alle landen in een fase indelen:




  1. Agrarische samenleving (Zelfvoorzienende landbouw)

  2. Opkomende industrialisatie en commerciële landbouw (mensen werken minder in de landbouw)

  3. Industriële samenleving (veel mensen werken in de industrie)

  4. Dienstensamenleving (het grootste deel werkt in de dienstensector)



Vanaf de 16e eeuw begon kolonisatie.

De landen waar Europa de baas van was. Zijn na de 2e wereldoorlog onafhankelijk geworden. Sommigen bleven toch in de greep van Europeanen. Dat is neokolonisatie. De voormalige koloniën zitten meestal in fase 1 of fase 2.



§3



In Brazilië verdient de rijkste 10% van de bevolking 43% van het nationaal inkomen. De armste 40% verdient niet meer dan 12% van het nationaal inkomen. Ongeveer een kwart leeft onder de armoedegrens. Ze werken vaak in de vluchtsector (Illegaal werk, niet geregistreerd).

Er zijn 2 soorten armoede




  • Absolute armoede (mensen hebben niet genoeg geld voor hun basisbehoeften)

  • Relatieve armoede (Mensen hebben in verhouding tot het gemiddelde inkomen weinig te besteden)



In de arme landen met een laag bbp per hoofd is meestal zowel de absolute als relatieve armoede groter dan in rijke landen.

De levensomstandigheden en ontwikkeling van een land kun je weergeven met de Human Development Index. De HDI kijkt naar de volgende kenmerken: armoede, levensverwachting, analfabetisme en onderwijs. Afrika scoort het slechtst op de HDI.

Je kunt ook kijken naar bijvoorbeeld: beschikbaarheid van voedsel, schoon drinkwater, geboortecijfer, kindersterfte en de migratie naar de stad.

Een ontwikkelingsland herken je dus hieraan:




  • Tekort aan voedsel en schoon drinkwater

  • Tekort aan onderwijs en veel analfabeten

  • Een hoog geboortecijfer

  • Hoge kindersterfte en lage levensverwachting

  • Laag bbp per hoofd

  • Kinderarbeid

  • Grote migratie van het platteland vaar de stad



§4



Je ziet vaak grote tegenstellingen in regio’s van een land. Dat heet centrum-periferie

In het centrum is de meeste welvaart, de periferie is het armst.

Bij zoeken naar oorzaken van het ontwikkelingsverschil kijk je naar het ontwikkelingskompas (PENS)

P(olitiek), E(conomie), N(atuur), S(ociaal).



Oorzaken van tegenstellingen binnen een land



Politiek: de elite heeft de macht over de massa

Economie: waar leven mensen van?

Natuur: Heb je genoeg geld voor bijvoorbeeld aanleg van dammen en dijken?

Sociaal: tradities en gewoonten bepalen de manier van leven.



Oorzaken van tegenstellingen tussen landen



Politiek: rijke landen bepalen de hoogte van invoerrechten

Economie: rijke landen hebben handelsbelemmeringen.

Natuur: Rijke landen liggen in gematigde gebieden, met veel water tot de beschikking

Sociaal: in de rijke landen worden mensen hoger opgeleid



§5



In Brazilië woont 75% in de stad. Als je daar een huis bouwt met een dak erop mag je er blijven wonen. Daarom groeien sloppenwijken heel snel. In sloppenwijken zijn de levensomstandigheden slecht en er is veel criminaliteit.

In arme landen groeien de steden snel. Dat komt door snel groeiende sloppenwijken. De nieuwkomers:




  • Gaan wonen in sloppenwijken aan de rand van de stad

  • Bouwen hun eigen huizen van afvalmateriaal

  • Vinden werk in de vluchtsector



Sloppenwijken zijn heel gevaarlijk: Er is vaak geweld, criminaliteit en drugshandel.



Stadsbesturen reageren op 2 manieren op sloppenwijken:




  • Ze worden genegeerd of gesloopt

  • Ze worden omgevormd tot gewone wijken



De regering kan sloppenwijken niet tegenhouden. Als ze de mensen er laten wonen gaan mensen hun huis verder bouwen en samenwerken.

De bewoners spelen een belangrijke rol in de stedelijke economie. Ze werken bij bijvoorbeeld stadsreiniging, openbaar vervoer, eettentjes of fabrieken.



§6



Het belangrijkste van armoede bestrijden is leefomstandigheden verbeteren.

De mensen proberen zelf hun levensomstandigheden te verbeteren door:




  • Kinderen te laten werken

  • Meer baantjes te nemen

  • Te verhuizen naar de stad

  • Een microkrediet af te sluiten



Rijke landen kunnen drie soorten ontwikkelingshulp geven




  • Algemene hulp

  • Projecthulp

  • Noodhulp



Ontwikkelingshulp werkt niet altijd. Daarom is er ontwikkelingssamenwerking. Dan wordt er zelf aangegeven waar hulp naartoe moet.  Ook particuliere organisaties doen dit.



Echt hulp is bijvoorbeeld:




  • Het kwijtschelden van schulden

  • Vrije handel tussen rijke en arme landen

  • Een eerlijke prijs voor de grondstoffen en producten uit arme landen



§7



Veel mensen in rijke landen denken aan zichzelf waar arme landen onder leiden. Dit heet afwenteling.

Een voorbeeld van afwentelen is het kappen van regenwoud. Mensen verdienen daar veel geld mee. Maar door ontbossing ontstaan ook problemen:




  • Plantensoorten en diersoorten verdwijnen

  • Natuurlijke kringlopen veranderen

  • Het lokale klimaat verandert.



Rijke landen wentelen veel problemen af op arme landen. Bijvoorbeeld:




  • Afval uit de rijke landen wordt in de arme landen gedumpt

  • Rijke landen halen grondstoffen uit de arme landen

  • In de arme landen worden bossen gekapt



Bij afwenteling zijn vaak multinationals betrokken.



Mensen wentelen ook af op de toekomstige generaties. Zij moeten een bestaan opbouwen in een wereld met:




  • Minder natuur

  • Minder grondstoffen en energiebronnen

  • Een verstoord natuurlijk evenwicht



Een oplossing is duurzame ontwikkeling. Dan gebruik je de natuur zonder schade aan te richten



Arme landen hebben minder mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling. Ze verbruiken grondstoffen voor:




  • De productie van energie

  • De ontwikkeling van de landbouw en industrie

  • Het afbetalen van buitenlandse schulden

  • Het verhogen van de welvaart



§9



Er zijn verschillende redenen waarom landen goederen importeren




  • Goederen zijn onvoldoende aanwezig in het eigen land

  • Goederen uit het eigen land zijn te duur

  • Goederen uit het buitenland zijn van betere kwaliteit



Ook export kan voordelig zijn voor landen




  • Met export kunnen landen extra geld verdienen

  • Door export kunnen bedrijven de productie verhogen.



Door globalisering ontstaat een internationale taakverdeling. Landen produceren niet alleen meer alle goederen die ze zelf nodig hebben. Een deel wordt geëxporteerd. Globalisering heeft ook nadelen. Als een land in economische problemen komt, heeft dat ook gevolgen voor andere landen.



Een groot deel van inkomsten krijgen ontwikkelingslanden door export naar andere landen. In de loop van de tijd zijn industrieproducten sneller gestegen in prijs dan grondstoffen. Dit heeft voor veel arme landen geleid tot ruilvoetverslechtering. De export van grondstoffen levert in verhouding minder geld op. Naast ruilvoetverslechtering is er nog een ander probleem. Ze kunnen moeilijk concurreren met de industrieën in de westerse wereld. Er moeten bijvoorbeeld hoge invoerrechten worden betaald. Dat noem je protectionisme. Brazilië is een ontwikkelingsland dat langzaam doorgroeit naar de industriële fase. Er is sprake van een opkomende economie. Buitenlandse bedrijven hebben interesse om te investeren in Brazilië. Maar Brazilië hooft nog een enorm hoge schuld. Deze bedroeg in 2010 ongeveer €219 miljard. Hiervoor moet jaarlijks een hoge rente worden betaald.




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

Dit is best wel slecht

4 jaar geleden

A.

A.

wel goed alleen wel een lang voor een samenvatting ik zou het korter maken, maar deze samenvatting is best goed

4 jaar geleden