Samenvatting Hoofdstuk 3



· mensen voelen zich meestal verbonden met hun eigen woonplaats of land

· EU -> een groot europa, toch niet, want taalverschillen en eigen cultuur

· Schaalvergroting: wereld wordt samenhangend geheel, landen hebben altijd met elkaar te maken

· toch elk volk apart



· Europese integratie -> drie takken

· 1. Defensieve organisaties : als er militair moet worden ingegrepen gebeurt dat gecoördineerd

· 2. Economische organisaties: Duidelijke afspraken om economie en handel van de lidstaten te bevorderen



· 3. politieke organisaties: nauwere band tussen staten



Europese integratie is speciaal, nooit is Europa één geweest.



Geschiedenis EU

1949 Raad van Europa-> overlegorgaan (VN voor Europa)

Amerikanen zetten zich ook in voor een Europa, want:

- economisch: grote afzetmarkt

- politiek: een blok tegen communisme

Marshallplan ook naar heel Europa, niet elk land apart

1948 OESO: Organisatie Europese Samenwerking en Ontwikkeling



Oprichting EU: wens tot samenwerking, vooral economisch.

1957 Verdrag van Rome: EEG ontstaat. Europese Economische Gemeenschap

1951 EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

1958 Euratom: Europese Gemeenschap voor Atoomenergie





De EEG bestond uit 6 landen. Italië, Frankrijk, Lux, België, Nederland, BRD

1973 UK en DK

1981 GR

1986 ES, P

1995 A, FIN, S



De manier is veranderd: EEG, EGKS en Euratom -> EG, Europese Gemeenschap

Er zijn ook andere organisaties ontstaan:

1960 EVA (economische organisatie met Scandinavië en Alpenlanden)

1949 Comecon (communistische economische organisatie) Na val SU CEVA Centraal-Europese Vrijhandelsassociatie

IJsland en Zwitserland-> geen lid, neutraal

1991 Verdrag van Maastricht, EG wordt EU

EU = EMU + EPU (monetair en Politiek)



Samenwerking -> overleg van staten

Integratie -> bevoegdheden van staten worden overgedragen aan bestuursorgaan



De lidstaten van EU hebben soms andere visie op EU:

D zag EG als politieke erkenning en stabiele afzetmarkt

F wilde politieke macht D inperken



Twee modellen:

1. Atlantisch model: Stevige banden met VS en CA

2. Rijnlands model: Aandacht naar Centraal Europa, Continentaal



1985 Verdrag van Schengen, afschaffing grenscontroles. Niet alle landen



Niet alle landen doen overal aan mee, daardoor blijft de EU bij elkaar.



Nederland

Hoge inactiviteit: Groot deel beroepsbevolking werkt niet

BNP per hoofd van bevolking: graadmeter economische status van een land

BNP per hoofd van bevolking = BBP (bruto binnenlands product)

meer criteria:

· verdeling beroepsbevolking over bestaansmiddelen

· bruto toegevoegde waarde van bestaansmiddelen aan ned. Economie

· percentage werklozen

· aandeel in intra-EU-invoer ten opzichte van de totale invoer en de intra-EU-uitvoer

Elk criterium heeft voor- en nadelen, dus altijd beoordelen op meerdere critieria!



Agrosector

Landbouw -> grote inkomstenbron in NL

Landbouw is verschillend, dus niet één soort landbouw, dat komt door fysische factoren, en door geschiedenis, eetgewoonten enz.

De EU probeerde men regionale specialisatie te bevorderen

Regionale specialisatie-> landbouw bedrijven waar dat het beste gaat (sinaasappelen langs de Middellandse Zee, wijn in Frankrijk en boerenkool in Nederland)



HET GLB

Toen elk land zijn eigen landbouwbeleid had, bemoeide elke overheid op zijn eigen manier zich met de landbouw.

1958 GLB opgericht

GLB -> structuur, markt- en prijsbeleid.

Structuurbeleid

Landbouw ontwikkelen en goedkoper maken

steun aan agrarisch zwakkere gebieden

Markt- en prijsbeleid

marktprijs onder de richtprijs, EU betaalt de rest. Dus altijd je product voor een minimumprijs. EU helpt met exporteren, via exportrestitutie (gewoon subsidie)

Veel nadelen aan het GLB

Als het aanbod groter is dan vraag, hou je over. Te veel overhebben kost veel geld. Door GLB was er vaak te veel over, dus prijzen ook laag. Doordat de prijzen laag waren, moest de EU veel subsidie betalen.

Oftewel GLB was veel te duur.



WTO is wereldhandelorganisatie, die geholpen heeft om het GLB om te vormen (toen heette WTO GATT (General Agreement on Tariffs and Trade)

In het nieuwe GLB kwamen de volgende dingen voor:

- inkomenstoeslagen aan landbouw (per hectare) als compensatie voor verlaging van richtprijs

- Maatregelen om het produceren tegen te gaan. (braaklegging van akkers, quotering enz.)

- exportrestituties en invoerheffingen gehandhaafd (om maar te zorgen dat er niet nog meer producten van buiten de EU binnenkwamen)



Consequenties:

- Afname van productie, door de braaklegging en quotering

- extensievering, (minder producten per vierkante meter)

- Afname van export-> EU consumptie steeg sneller dan productie.



Gevolgen voor landbouwsectoren:

Akkerbouw:

- Graansector krijgt meer concurrentie met VS, en raakt daardoor beschermende positie van EU een beetje kwijt. Kan gevaarlijk zijn in slechte tijden

- nog geen marktordening voor aardappelen. NL heeft daar veel hinder van

Vlees:

Bijna geen effect

Zuivel:

Bijna geen effect

Tuinbouw:

Eigen markt wordt minder beschermd. Meer concurrentie tussen landen van binnen en buiten EU

(DEZE PUNTEN GELDEN SPECIAAL VOOR NL, DUS NIET VOOR HELE EU!!!)



Visserij:

Gemeenschappelijk Visserij beleid

- quotering: Vissers waren het niet eens

- TAC (Total allowable Catch) Vissers krijgen beperkingen, met het oog op toekomst

- EEZ (Exclusieve Economische Zones) Landen houden speciale gebieden zelf in de gaten en zijn daar ook verantwoordelijk voor...


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.