Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 3

Beoordeling 5.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 1458 woorden
  • 28 januari 2010
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 8 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Samenvatting aardrijkskunde proefwerkweek
Paragraaf 1

Al miljoenen jaren hebben stromen in de natuur sporen achtergelaten in het landschap.
Voorbeelden van deze natuurlijke stromen zijn:
- Luchtstromen: het weer en klimaat worden hier voor een groot deel door bepaald (dalende of stijgende lucht, winden uit alle windstreken, passaten, moessons)
- Waterstromen: (de kringlopen van water, beken, rivieren en zeestromen)

Stromen ontstaan door verschillen tussen hoog en laag; tussen teveel en tekort. Dit gebeurt ook bij mensen, je moet dan denken aan verhuizingen en verplaatsingen van mensen maar ook aan goederen, informatie en geld. Voorbeelden van deze stromen zijn:

- Migratiestromen: de verhuizingen van mensen binnen gemeenten, binnen eigen regio,
binnen het eigen land of over de grenzen.
- Verkeersstromen: het verplaatsen van mensen in het verkeer.
- Goederenstromen: het verplaatsen van voedsel, delstoffen, energiedragers,
Industrieproducten, afval, enz. Het is vooral handel en
transport in deze categorie.
- Informatiestromen: verplaatsing van informatie. Voorbeelden hiervan zijn via de telefoon,
fax, radio, televisie en internet. Dit kan via kabel en satelliet.

Niet alleen natuurlijke stromen laten sporen achter, ook stromen als bijvoorbeeld spoorlijnen, havens, vliegvelden en zendmasten. Het landschap heeft ook invloed op de stromen bijvoorbeeld het boren van tunnels in gebergten en aanleg van bruggen over wateren.
Ze hebben ook een grote invloed op elkaar, zoals uitlaatgassen die worden uitgestoten door verkeersstromen hierdoor ontstaat het broeikaseffect en die heeft weer effect op andere stromen.

Geografen laten stromen zien door middel van een stroomdiagram.
Verdieping:
Stromen in de natuur noem je fysischgeografische stromen, dit zijn niet alleen kringlopen van water en lucht maar het zijn ook convectiestromen. Convectiestromen zijn stromen van magma in de aardmantel die de aardkorst in beweging brengen. Stromen die door mensen worden uitgevoerd noem je sociaal- geografische stromen, voorbeelden hiervan zijn goederenstromen, verkeersstromen, geldstromen en informatiestromen.

Paragraaf 2
Verkeer en vervoer zijn niet hetzelfde
Verkeer gaat over het voortbewegen van bijvoorbeeld vliegtuigen, treinen en auto’s. Dit heet ook wel lucht-, trein- en werkverkeer.
Vervoer is het verplaatsen van goederen en personen van herkomst naar bestemming. Het gaat dus over de lading zelf niet over het vervoersmiddel. Als mensen per bus, trein of auto vervoerd worden wordt dit personenvervoer genoemd. Zijn het goederen wordt dit goederenvervoer genoemd.
Goederenstromen zijn tegenwoordig erg ingewikkeld, daarom is er speciale kennis nodig om de weg waarin het vervoersmiddel met daarin het product rijdt te begeleiden. Deze vorm van grondstof tot eindproduct naar consument heet logistiek.
Goederen worden vaak van verschillende producenten naar een centraal gelegen verzamelcentrum gebracht, voorbeelden als een veiling of distributiecentrum. Vanaf daar vindt het distributie plaats, dat wil zeggen dat de producten worden verdeeld over de gebieden, plaatsen of winkels.
Verkeer en vervoer maken vooral gebruik van de infrastructuur zoals, wegen spoorlijnen, waterwegen en vliegvelden. Maar ook rioleringen, elektriciteitskabels en pijpleidingen voor gas horen daarbij. Informatie die verstuurd wordt via kabels en draadloze verbindingen horen ook bij verkeer en vervoer. Deze verbindingen voor telefoon, fax en dataverkeer wordt ook wel telecommunicatie genoemd
Verdieping
Naast het uitgeven van geld aan traditionele infrastructuur geeft de regering ook steeds meer geld uit aan de elektronische infrastructuur. Dit zijn alle gemeenschappelijke voorzieningen die nodig zijn voor telecommunicatie.
Paragraaf 3

Personenstromen,
Als je reist kan dat op twee verschillende mogelijkheden:
- Met het openbaar vervoer
- Een vervoersmiddel waarvan iedereen gebruik kan maken
- Met particulier vervoer
- Dit is als je met een eigen transport middel reist.
Mensen gaan graag met de auto, hierdoor neemt de autodichtheid in Nederland sterk toe.
Het aantal personenauto’s is daarom ook erg groot.

Goederenstromen
Nederland vervoert het meeste over water dan heel Europa, de rest van de goederen in Nederland wordt vervoerd over de weg.
Goederenvervoer kun je verdelen in verschillende categorieën :
- Massagoederen/bulkgoederen: deze worden onverpakt getransporteerd. Voorbeelden hiervan zijn olie, graan of zand.
- Stukgoederen: deze worden vervoerd in kisten, kratten, vaten, of balen. Het laden en lossen hiervan kost veel tijd dus tegenwoordig word alles vervoerd in containers.
Informatiestromen
Bij de opkomst van internet werd verwacht dat telewerken en teleshopping een belangrijke bijdrage zouden leveren in het terugdringen van het personenvervoer. Daarvan is nog nauwelijks sprake van.

Verdieping
De belangrijkste transportmodaliteiten (vervoer met een bepaald transportmiddel) zijn schip, vrachtauto, pijpleiding, en trein.

Paragraaf 4
Knooppunten
Verkeerstromen en goederenstromen zijn over zichtbaar in het landschap. Vooral op de plaatsen waar stromen bij elkaar komen of elkaar kruisen is het een drukte van belang. Deze plaatsen noemen we knooppunten. Hier worden goederen, containers of mensen tussen de verschillende vervoerswijzen uitgewisseld. De belangrijkste knooppunten zijn havens, stations en vliegvelden.
Daar zit meestal een transferium of een P&R.
Een transferium is een overstappunt. Je kunt er overstappen van bijvoorbeeld auto op openbaar vervoer, of van de trein op de boot.
Een Park-and-Ride si een grote parkeerplaats vlak bij een station om voor forensen het openbaar vervoer beter toegankelijk te maken.

Knelpunten
De stromen met mensen die van en naar hun werk reizen en het toenemende aantal vrachtauto’s zorgen voor toenemend aantal files. Soms ontstaan files door een ongeluk maar meestal door knelpunten in het verkeer. Deze knelpunten vind je dus vaak op dezelfde plek.

Oplossingen
Veel ideeën die eerder zijn bedacht werkten nauwelijks of werden niet gebruikt zoals:
- Carpoolen
- Alle auto’s uit de stadcentra weren
- Invoeren van elektronische tolsystemen
- Het openbaar vervoer stimuleren
Het ontwikkelen van een tweede verkeersnetwerk geeft misschien mogelijkheden tegen het aantal files en problemen in het verkeer. Dit netwerk zou voor de mensen zijn die naar centra gaan zodat deze niet op de hoofdwegen hoeven te rijden.

Paragraaf 5
Er zijn verschillende mogelijkheden van transport: wegvervoer, spoorvervoer, vervoer over water, luchtvaart en vervoer via pijpleidingen.
Voor het vervoer van massagoederen over grotere afstanden wordt vooral gebruik gemaakt van schepen. Voor transport van hoogwaardige producten die weinig wegen of snel op hun plaats van bestemming moeten zijn, wordt het vliegtuig gebruikt.
Bij transport over middellange afstanden over land kiest men voor de trein of de binnenvaartschepen. Voor korte afstanden is de vrachtwagen favoriet omdat die vrijwel elke plek kan bereiken.
Overslag is het vervoeren van een product in een meerdere vervoersmiddelen.
Het vervoer verloopt via transportnetwerken, dat zijn transportlijnen die via knooppunten met elkaar verbonden zijn. Dit kan op 3 schaalniveaus worden bekeken: intercontinentaal, europees en het lokale transportnetwerk. Als er grote knooppunten zijn worden er extra distriparken ingericht.
Een internationaal knooppunt noemt men ook wel een mainport, mainports in Nederland zijn de Rotterdamse haven en Schiphol.

Verdieping
De wereldwijde goederenstromen zijn enorm groot. Je kunt deze stromen indelen in:
- Stromen van voedsel ( granen, soja enz.)
- Delstoffen ( ijzererts, kopererts, bauxiet enz.)
- Energiebronnen ( steenkool, olie enz.)
- Industrieproducten (telefoons, televisies enz.)

Rijke industrielanden leveren vooral industrieproducten, de arme ontwikkelingslanden leveren voornamelijk delstoffen en agrarische producten. Het verschil hiertussen heet internationale taakverdeling.
Paragraaf 6
Stromen vluchtelingen
De aarde telt 20 miljoen mensen die hun geboorteland hebben moeten verlaten. Weinig van deze mensen komen terecht in een welvarend land. Er zijn twee soorten vluchtelingen:
- Politieke vluchtelingen: deze mensen vluchten voor de oorlog en onderdrukking naar veiliger oorden, meestal krijgen ze in het opvangland de status van een asielzoeker.
- Economische vluchtelingen: door slecht leefomstandigheden en weinig toekomstmogelijkheden vertrekken zij naar een gebied waar meer werk is.

Migratiestromen ontstaan meestal door ongelijkheid tussen gebieden. Aantrekkingsgebieden hebben pullfactoren, afstotingsgebieden hebben pushfactoren.
Stromen van mensen:
- Van de arme landen naar rijke landen
- Van het platteland naar de stad in derdewereldlanden
- Van gebieden met veel werkeloosheid naar gebieden met veel werk
- Van onveilige gebieden naar veilige gebieden
- Van vuile gebieden naar schone gebieden

Andere migratiestromen
Bij braindrain trekken hooggeschoolde mensen weg uit arme landen om in een ander land een goed betaalde baan te vinden. Dit is erg nadelig voor de landen waar zij vandaan komen.
Regeringen kunnen mensen ook dwingen om een gebied of land te verlaten bijvoorbeeld in China, de regering wil de Drie-Kloven-Dam aanleggen hierdoor moeten 1,5 miljoen mensen verhuizen omdat steden en dorpen onder water verdwijnen

Paragraaf 7
Veel wetenschappers denken dat alle macht in de wereld van stromen in handen is gekomen van een groep die we een netwerksamenleving noemen. Er wordt dienst uitgemaakt door:
- Tientallen organisaties waaronder het WTO (World Trade Organisation)
- De grote multinationals
- De rijke wereld, met name de VS, West-Europa en Japan
Iedereen draait mee in de netwerksamenleving, soms kunnen hele landen op offline worden gezet omdat bijvoorbeeld: - Her MKZ virus uitbrak. Dit is erg kwetsbaar voor het netwerk dus
alle landen met dit virus worden op offline gezet.
- Als het land zich niet houd aan de handelsafspraken.

Verdieping
Een netwerksamenleving wordt soms aangevallen voorbeelden:
- Al Qaida valtde netwerksamenleving aan en treft de VS in het hart: het World Trade Center. De VS waarschuwen dat alle landen die terrorisme ondersteunen op offline worden gezet.
- Al verschillende keren is gebleken dat de netwerksamenleving zeer gevoelig is voor haperingen in de energiestromen. De OPEC (organisatie van olie exporterende landen)
speelt daarin een belangrijke rol.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.