Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Hoofdstuk 10, paragraaf 1 t/m 6

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas havo | 911 woorden
  • 18 juli 2006
  • 95 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 95 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Aardrijkskunde proefwerk paragraaf 10.1 t/m 10.6

Paragraaf 1: Welk beeld heb jij van Europa?
Europa is veelzijdig. Zo zijn er grote verschillen in: taal, gewoonten, landschappen, klimaten, bouwwerken, bestaanswijzen enzovoort.
• Regionale Verscheidenheid: Positief gewaardeerde verschillen tussen gebieden.
• Regionale Ongelijkheid: Verschillen tussen gebieden die in het achtergebleven gebied onrechtvaardig worden gevonden.

• Europese Unie: Samenwerkingsverband van een aantal Europese landen die streven naar meer eenheid.


Voorstanders van deze samenwerking tussen landen zien vooral de voordelen van deze:
• Europese integratie: Europese eenwording.
Door samenwerking:
- Pak je internationale problemen beter aan.
- Verklein je de kans op oorlogen.
Tegenstanders zijn bang dat:
- Leuke verschillen tussen landen verdwijnen en dus hun identiteit verliezen.
- Andere landen baas in hun land worden.

Paragraaf 2: Bestaat dé Europeaan al?
Een volk is een groep mensen die het gevoel heeft bij elkaar te horen.
Een volk voelt zich bijv. verbonden door:
- Het hebben van een eigen staat: een grondgebied waarin het volk eigen baas is.
- Een gezamenlijke geschiedenis.

- Dezelfde taal.
- Dezelfde godsdienst.
• Cultuur: opvattingen en gewoonten van een volk of een groep mensen, bijv. taal, godsdienst en muziek.

Veel volken hebben geen eigen staat. Er zijn dan twee mogelijkheden.
1. Verschillende volken wonen bij elkaar in één staat. Een goed voorbeeld is België met de Vlamingen en de Walen.
2. Een volk woont over een aantal staten verspreid. Bijvoorbeeld:
- Het Beskische volk (in Spanje én Frankrijk).
- Het Albanese volk (in Albanië, Joegoslavië en Macedonië)
- De Koerden (in Irak, Turkije, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan).
De grenzen zijn hier vroeger dwars door woongebieden getrokken. Verdeelde volken vormen meestal minderheden in de landen waar ze wonen, en leven dikwijls in afgelegen grensgebieden.
• Natie: bevolking van een staat die zich één voelt door gemeenschappelijke kenmerken en belangen.

Paragraaf 3: Zijn grenzen nog ergens goed voor?
Een grens tussen landen geeft aan waar het grondgebied van één of meerder volken ophoudt. Aan grenzen kleven vóór- en nadelen.

De voordelen:
- De douane kan reizigers controleren en zo misdadigers aanhouden en ongewenste bezoekers terugsturen.
- De douane kan controleren of er belasting betaald is op ingevoerde goederen.

De nadelen:
- Grenscontrole is duur en tijdrovend.
- Grenzen staan goede samenwerking tussen mensen, bedrijven en overeden aan weerszijden van de grens in de weg.
- Met grenzen houd je milieuvervuiling niet tegen: daar heb je grensoverschrijdende samenwerking voor nodig.
- Door invoerheffingen worden veel ingevoerde producten duurder.
- Verschillen in wetten, regels, voorschriften en technische systemen tussen landen werken kostenverhogend.

Sinds 1993 zijn de binnengrenzen in de EU officieel opgeheven. Maar in de praktijk merk je de grenzen nog. Over de grens heen wordt:
- Weinig samengewerkt tussen bedrijven.
- Weinig samengewerkt tussen grensgemeenten.
- Weining getrouwd.
- Weinig werk gezocht en gevonden.

Oorzaken zijn:
- De eigen wetten en regels.
- Het eigen onderwijs.
- De eigen media.
- De matige verbindingen.
- Het duurdere post- en telefoonverkeer.

Paragraaf 4: Op weg naar één Europa?
• Regionaal beleid: Overheidsbeleid gericht op de ontwikkeling van bepaalde gebieden.
• Herstructureringsgebieden: Gebied dat moet overschakelen op nieuwe activiteiten na een periode waarin het afhankelijk was van een of enkele economische activiteiten.

De EU wil met het regionaal beleid de regionale ongelijkheid bestrijden. Er gaat steun naar:
- Arme regio’s: vooral verbetering van milieu en infrastructuur.
- Herstructureringsgebieden, zoals verouderde industriegebieden.
- Plattelandsgebieden die in eigen land ver van het economische centrum liggen.

Voor Nederland is de EU het belangrijkste samenwerkingsverband tussen de staten. Daarnaast is Nederland lid van:
- De NAVO, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie: militair bondgenootschap van Westerse landen onder leiding van de VS.
- De Verenigde Naties (VN): internationale organisatie, opgericht in 1945, met als doel in de wereld te zorgen voor vrede, veiligheid en ontwikkeling.

Paragraaf 5: Wat is de invloed van de EU op de landbouw?
De Europese integratie begon in de landbouw. De boeren zagen zowel de afzetmarkt als de concurrentie groeien. Snel aanpassen was nodig, o.a. door:
- Specialisatie.
- Schaalvergroting.

De EU gebruikt ruim de helft van het geld voor het landbouwbeleid, met als doel:
- Per boer meer productie.
- Per boer een redelijk inkomen.
- Overschotten vermijden, door:
o Boeren geld te geven voor het braak laten liggen van grond.
o Productiequota: Toegestane maximale productieomvang, bijv. de hoeveelheid melk of suikerbieten, die een boer per jaar mag voortbrengen.
- Genoeg en betaalbaar voedsel.
- Milieuvriendelijke productie, bijv. door het uitrijden van mest te beperken.

Garantieprijs: minimumprijs die de overheid voor een bepaald product garandeert om zo het inkomen in een bedrijfstak op peil te houden.


Paragraaf 6: Wat is de invloed van de EU op de industrie?
Neergang van bedrijven (bijv. staal, kolenmijnen, scheepsbouw, textielindustrie) kan worden veroorzaakt door:
- Afname van vraag, bijv. doordat staal door kunststoffen vervangen wordt.
- Verlies aan arbeidsplaatsen door mechanisatie en automatisering.
- Verschuiving van de vestigingsplaatsvoordelen: een bedrijf verhuist omdat inmiddels elders de productiekosten lager zijn.

De achteruitgang van de Europese staalindustrie (1975) had drie oorzaken.
De gunstige vestigingsplaats vond je niet langer bij de vindplaats van de grondstoffen, maar bij de zeehavens en aantrekkelijke woongebieden.
De problemen konden alleen door de EU-landen samen worden opgelost. Europese Intergratie en een gezamenlijk nationaal beleid waren dus nodig.

Zware industrie, zoals de staalindustrie, is moeilijk verhuisbaar. Deze bedrijven hebben last van: Inertie: Traagheid in verhuizingen van bedrijven, omdat er veel geld in de grond en gebouwen is geïnvesteerd.
Andere industrieën, zoals bijv. de computerbedrijven, komen opzetten en zijn makkelijk verhuisbaar. Het zijn: Footloose-bedrijven: Gemakkelijk verhuisbaar bedrijf dat vrij is in de keuze van een vestigingsplaats.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

thanks
dit had ik net nodig!

11 jaar geleden

A.

A.

Jammer dat het niet in eigen woorden staat! Verder wel goed.

10 jaar geleden

A.

A.

poah, helemaal goed, ik heb genoeg geleerd voor mijn aardrijkskunde proefwerk :)

6 jaar geleden