ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Sociale filosofie

§ 1 De natuurtoestand
De natuurtoestand is het soort samenleving dat het verst verwijderd is van de ideale staat. Ieder individu probeert zo veel mogelijk zijn eigen behoefte te bevredigen. Thomas Hobbes noemde dit: ‘De oorlog van allen tegen allen.’ De mens wordt gedreven door zijn instinct.

1.1 Behoeften, begeerten, belangen
Behoeften: Alles wat je als mens nodig hebt en waar je niet of maar moeilijk buiten kunt.
Begeerten: Een behoeften die de mens niet van nature bezig, maar die bijvoorbeeld is aangepraat. Begeerten kunnen voortkomen uit behoeften.
Belangen: Iets wat in jou voordeel is.

De piramide van Maslov.
Onderin moet het eerst bevredigd worden.

Klik de link.

http://www.propsych.nl/images/400px-piramide_van_maslow.png

1.2 Plato: vorming van ‘wijsgeer-koningen’
Plato is bekend geworden om zijn zogenaamde Ideeënleer.
Plato heeft zich zijn hele leven beziggehouden met de vraag hoe de samenleving het best kan worden ingericht. Plato vergelijkt de menselijke samenleving met een individueel mens. De begeerte, de wil en het verstand moeten in de juiste verhouding tot elkaar staan. De staat heeft drie taken: voedselvoorziening en levensonderhoud, verdediging van buiten en verstandig bestuur. Rechtvaardigheid houdt in dat de drie klassen (de werkende klassen, militaire (wachters) en de bestuurders) goed met elkaar samenwerken. Om aan goede bestuurders te komen moet elk kind dezelfde ontwikkelingsmogelijkheden krijgen (basis gym-lichaam en musiek-ziel, dan logisch denken, pijn/vermoeidheid, verleiding). Dan via selectie komen de beste eruit. Speciale opleiding, 10 jaar. Weer selectie, 5 jaar filosofieonderwijs. 15 jaar in praktijk uitvoeren. Zo beste uitgekozen. Iedereen heeft gelijke kansen. Sterke vorm van democratie.

1.3 Aristoteles: het juiste midden
Aristoteles was een leerling van Plato, hij was het alleen niet met Plato eens. De ideeën van Plato noemde hij Vormen. Vormen zijn volgens hem de eigenschappen van dingen die we met onze zintuigen waarnemen. Aristoteles was een empirist (alleen onze zintuigen verschaffen ons kennis van de werkelijkheid). Volgens Aristoteles is de mens een zooion politikon (een sociaal levend wezen, dat alleen kan bestaan in een gemeenschap van andere mensen). Aristoteles heeft ook kritiek op de bestaande samenlevingen en staatsvormen. Hij onderscheid drie verschillende staatsvormen:
- de monarchie (de heerschappij van de enkeling)
- de aristocratie (de heerschappij van een kleine elite)
- de democratie (de heerschappij van vele
Hij heeft geen duidelijke voorkeur voor één van deze drie. Hij vindt dat de staatsvormen zich moeten richten naar de concrete behoeften van volk en tijd. De beste variant is een mengelmoes waarbij aristocratische en democratische elementen elkaar in evenwicht houden en de middenklasse het zwaartepunt van de gemeenschap vormt. Dit voorkomt extremen.
Dit sluit aan bij zijn opvatting over individuele deugden, het juiste midden tussen twee uitersten. Volgens Aristoteles is de staat geen homogene organisatie die uit losse individuen bestaat, maar een ingewikkeld geheel van kleinere gemeenschappen.

1.4 Individu en gemeenschap
Bij de natuurtoestand kom je niet toe aan het vervullen van je behoeften. Voor het bevredigen van behoeften ben je afhankelijk van samenwerking met andere mensen.
Macht: is het vermogen om andere je wil op te leggen.
Als er spraken is van absolute macht, ben je in staat iedereen te laten doen wat je wilt.
D.m.v. macht kun je makkelijker je behoeften bevredigen. In de natuurstand is geen spraken van een gemeenschap, omdat elk individu ziet in de ander een concurrent en geen mogelijke partner. Van samenwerking, die in het voordeel van iedereen zou kunnen zijn, is geen spraken.

1.5 Thomas de Aquino: bij de gratie Gods
Thomas van Aquino probeerde de filosofie van Aristoteles in overeenstemming te brengen met de christelijke geloofsleer. De mens kan op twee manieren tot ware kennis komen: met behulp van zijn verstand en door het lezen van de bijbel.
Gezien het grote aantal mensen moet er een leidende kracht zijn, die zorg draagt voor het algemeen welzijn. Omdat God de natuur zo heeft geschapen dat er maatschappelijk gezag nodig is, gaat het gezag terug op God.
Thomas van Aquino geeft de voorkeur aan een monarchie. Volgens hem is de koning wat de ziel is in het lichaam, en wat God is in de wereld. Bullshit. De regering is dan een afspiegeling van Gods bestuur over de wereld. Indien er sprake is van tirannie moet het volk geduld hebben, want een gewelddadige verandering brengt nog groter kwaad met zich mee. De overheid moet de mens van Thomas in staat stellen in vrede en welvaart te leven, maar nog belangrijker is natuurlijk het verkrijgen van hemelse zaligheid. Hier begint de taak van de kerk. De wereldlijke macht is in de kortzichtige ogen van Thomas ondergeschikt aan de geestelijke.

§2 De staat
In de natuurtoestand slaagt niemand erin zijn persoonlijke behoefte op een acceptabel niveau te bevredigen. Op een gegeven moment komt er iemand achter dat een geregelde samenleving, waarvan de leden elkaars bondgenoten in plaats van elkaars tegenstanders zijn, in het eigen voordeel is.

2.1 Het maatschappelijk verdrag
Een theorie over het maatschappelijke bevat de volgende elementen:
- een theorie over de oertoestand (natuurtoestand) voorafgaande aan de contractsluiting.
- een theorie over een verenigingsverdrag (pactum unionis)
- een theorie over een onderwerpingsverdrag (pactum subjectiones)
Het maatschappelijk verdrag biedt een verklaring voor de macht van de overheid.
Het maatschappelijk verdrag zorgt ervoor dat de vorst geen absolute macht meer heeft, onderdanen mogen in opstand komen als de vorst het verdrag schendt.

2.2 Thomas Hobbes: absoluut staatgezag
Thomas Hobbes is bekend geworden door zijn denken over de staat. Doordat hij de revolutie zat was pleitte hij voor absoluut overheidsgezag. Hij vindt dat de mens van nature alleen zijn eigen belang nastreeft. Hij wil absolute macht voor de overheid, omdat volgens Hobbes de staat de enige instelling is die vrede en wettelijke beschermd eigendom mogelijk maakt. Volgens Hobbes wordt alles door de staat bepaald (godsdienst, goed/slecht). Volgens Hobbes keuze uit twee mogelijkheden:
- natuurtoestand
- absoluut staatgezag
Hobbes kijk op de natuurtoestand werd gezien als een aanval op de Bijbelse opvatting over een volmaakte en paradijselijke begintoestand.

2.3 Twee soorten vrijheid
Bij een maatschappelijk verdrag, doen mensen vrijwillig afstand van hun macht, ze dragen deze over aan de vorst. In ruil hiervoor biedt het verdrag veiligheid en bescherming voor iedereen. Het inleveren van macht heet negatieve vrijheid (afwezigheid van dwang, het vrij zijn van externe belemmeringen.) Dit voorkomt dat de sterkste kan doen en laten wat hij wil. Door het inleveren van negatieve vrijheid verlenen ze de vorst gezag (macht die erkend en aanvaard wordt).
Er bestaat ook positieve vrijheid. Dit is de vrijheid tot zelfontplooiing, vriendschap en solidariteit. Je levert je negatieve vrijheid in, maar je krijgt hier extra positieve vrijheid voor terug.
In een geregelde samenleving mag alleen de overheid geweld gebruiken: zij bezit een geweldsmonopolie.

2.4 John Locke: natuurrecht
John Locke gaf de aanzet tot de bloei van het empirisme (de opvatting dat alle kennis via zintuiglijke indrukken verkregen wordt). Locke en Hobbes gaan allebei uit van een natuurtoestand, die voorafgaat aan elke staatsvorm. Het verschil is dat er volgens Hobbes sprake was van een totale anarchie, terwijl dacht aan het natuurrecht, dat bestaat uit goddelijke geboden en niet gebaseerd is op menselijke wetten. Locke heeft een veel positievere opvatting van de natuurtoestand. Hobbes dacht dat de vorst absolute macht bezitten, terwijl Locke de vorst zag als een uitvoerende macht.

2.5 Landen en volkeren
Een staat is een relatief duurzame politieke organisatie van een volksgemeenschap op een bepaald grondgebied, die geregeerd wordt door een geordend gezag en beschouwd wordt als een rechtpersoon. Een staat is iets anders dan een natie. Een natie is een volk met een gemeenschappelijke geschiedenis, taal en cultuur, dat op een begrensd grondgebied samenleeft en in een bepaalde staatsvorm wordt geregeerd. Vreemdelingenhaat is een goede voedingsbodem voor het etnocentrisme en nationalisme. Bij etnocentrisme stelt men het eigen volk centraal, terwijl men bij nationalisme het eigen volk superieur acht aan andere volkeren.

2.6 Staatsvormen
De populairste staatsvorm in momenteel de democratie. De democratie kan alleen weinig doen aan het feit dat het nationalisme ook weer groeit. Dit komt doordat de macht bij het volk ligt. Als de meerderheid zegt: we schaffen de democratie af. Dan gebeurt dit. De techniek krijgt ook steeds meer macht. Volgens sommige mensen is er geen sprake meer van een democratie, maar van een technocratie (heerschappij van de techniek). Politici kunnen namelijk niet meer regeren zonder de hulp van hoogopgeleiden technici.

2.7 Jean-Jacques Rousseau: terug naar de natuur
Rousseau wijst op de betekenis van het gevoel. Volgens Rousseau dient de natuur als voorbeeld voor de mens. Rousseau maakt een paradijs van de natuurtoestand. Volgens hem is iedereen gezond, het zwakke en ongezonde wordt door de natuur ‘opgeruimd’. De verhouding tussen man & vrouw is zuiver, dierlijk en ongecompliceerd. Volgens hem is hier een einde door gekomen door de bezitvorming, het claimen van eigendommen. Rousseau onderscheid drie soorten onheil:
- eigendom hierdoor ontstonden er rijken en armen
- de vorming van staat en wetten hierdoor ontstonden er heersers
- heren en slaven
De ideale natuurtoestand heeft zich ontwikkeld tot een toestand van grote ongelijkheid, die volledig in tegenspraak is met het natuurrecht. Rousseau vindt dat de overheid over een bepaalde macht moet beschikken, om de natuurlijke rechten van de mens te beschermen. Die macht berust op overeenkomst: op de vrijwillige instemming van het gehele volk met de macht van de overheid.

2.8 De vrije markt
Het verschil tussen de oertoestand en nu is: het resultaat van de arbeid is niet meer persoonlijk, maar is nu een gemeenschappelijk product. Het vrijmarktmechanisme is: het bepalen van een prijs door vraag en aanbod. Kenmerkend voor de vrije markt is dat mensen economische vrijheid bezitten. Dit betekend dat ze met elkaar mogen concurreren. De drang tot zelfhandhaving en bevrediging van persoonlijke behoeften leidt tot interactie. Dit houdt in: Als mensen zich laten leiden door hun eigenbelang is dat niet alleen in hun eigen voordeel, maar in het voordeel van iedereen. Het is gunstig om samen te werken, dat voert de productie op. Nog gunstiger is arbeidsdeling.


2.9 Leefwereld en systeem
Het vrijenmarktdenken is tegenwoordig erg in de mode. Een systeem bestaat uit een logisch samenhangend deel van regels en instrumenten die je in staat stellen een bepaald doel op efficiënte wijze te bereiken. Systemen zijn altijd rationeel van aard. In systemen draait het om efficiëntie en rendement: met zo min mogelijk inspanning dient een maximaal nut te worden gerealiseerd.
De Duitse filosoof Jurgen Habermas plaatst tegenover het systeem de leefwereld.
In de leefwereld draait het om zaken die er echt toe doen: liefde, vriendschap, behulpzaamheid, wederzijds respect. Menselijke relaties staan in de leefwereld centraal, mensen handelen daar communicatief, ze communiceren in alle eerlijkheid met elkaar en ontwikkelen zich zo tot verantwoordelijke individuen.
Volgens Habermas is de invloed van het economische systeem zo groot geworden dat het de leefwereld koloniseert: het marktgerichte denken dringt de leefwereld binnen.
De koele solidariteit van het systeem dringt binnen in menselijke relaties en tast de onderlinge solidariteit aan. Het communicatieve handelen wordt verdrongen door strategisch opereren, waarbij alleen het resultaat telt. Geleidelijk verdringen de normen en waarden van het systeem die van de leefwereld, zoals de cultuur van een gekoloniseerd land verdrongen wordt door de cultuur van de koloniale mogendheid.

2.10 Eendrachtige samenwerking
De gedachte achter het systeem van de vrije markt is, dat het in het voordeel van iedereen zou werken. Belasting betalen is in het voordeel van iedereen. De staat kan op deze manier zaken van algemeen nut te regelen. Het omzeilen van belasting is dus uiteindelijk in het nadeel van iedereen.

2.11 Een dilemma in de samenleving
Er is sprake van een gegeneraliseerde PD-situatie als:
- een solidaire, coöperatieve opstelling, waarbij iedereen iets moet inleveren of bijdragen, voor iedereen voordelig is.
- het voor ieder afzonderlijk individu nog voordeliger is wanneer alleen hij of zij zich niet solidair opstelt, terwijl alle anderen dat wel doen.
De verleiding is dus groot om niet solidair te zijn en niet samen te werken: dat levert mogelijk het grootste voordeel op. Hoe meer mensen echter voor deze optie kiezen, hoe onvoordeliger dat voor iedereen is.
Op het moment dat één iemand z’n belasting omzeilt is dit voor deze persoon voordelig en de rest van de mensen zou hier financieel niks van merken. Als meerdere mensen dit gaan doen wordt het wel een echt probleem.

§3 Een rechtvaardige samenleving

3.1 Nergensland
Verschillende filosofen hebben hun ideale samenleving beschreven, dit deden ze als gevolg van het vele onrecht in hun eigen samenleving. Een beschrijving van een ideale samenleving heet een utopie of Atlantis. Utopie betekent nergens. De ideale staat bestaat niet. Iets is rechtvaardig als het overeenkomt met bepaalde morele principes. In de eerste plaats het principe van gelijkheid.
Bij distributieve of vervelende rechtvaardigheid gaat het om een eerlijke verdeling van rechten en vrijheid, kansen, inkomen en welvaart.
Bij procedurele rechtvaardigheid loot of tos je bijvoorbeeld.

3.2 Grote verhalen
Utopieën fungeren als norm voor kritiek op de onrechtvaardigheid van de huidige samenleving. Ook binnen geloven heb je utopieën (Christendom - Jeruzalem). In een ideologie gaat het om een levensbeschouwelijke opvatting die een waarden- en normensysteem bevat over hoe men moet leven en hoe een samenleving ingericht moet zijn. Het verschil tussen een ideologie en een godsdienst is: ideologie spreken zich niet uit over het Hogere of Transcendente (niet zintuiglijk), maar beperken zich alleen tot aardse zaken. Aanhangers van een bepaalde ideologie zetten zich veelal in voor de emancipatie van groepen mensen die in de samenleving achtergesteld worden. Emancipatie is het streven naar zelfstandigheid van ieder mens, gelijkstelling voor de wet en eerlijke maatschappelijke verhoudingen.Er zijn twee ideologieën die zich vooral richten op gelijkheid voor vrouwen er arbeiders:
- feminisme
- marxisme

3.3 Friedrich Hegel: het Absolute weten
Hegel staat bekend als één van de moeilijkste en diepzinnigste filosofen ooit. Het werk van Hegel staat in de dialectische methode (de totale werkelijkheid zo goed mogelijk weergegeven). Hegel onderscheid drie sferen van het leven:
- het gezin basiseenheid
- de maatschappij losse samenhang van individuen die voor zichzelf opkomen en elkaar bestrijden
- de staat vormt de organische samenhang en is zodanig ook de werkelijkheid van de moraal.

3.4 Een klasseloze maatschappij
Volgens Karl Marx dienen de productieve middelen geen individueel eigendom te zijn, maar collectief eigendom. Meerwaarde is het verschil tussen het loon van de arbeiders en de opbrengst. Marx onderscheid twee groepen mensen in de maatschappij:
- kapitalisten bijvoorbeeld de baas van een fabriek
- proletariërs arbeiders
Marx verwacht dat de klassenverschillen zullen verdwijnen nadat de proletariërs zich op gewelddadige wijze meester maken van de staatsmacht en de productiemiddelen. Er zal dan een klasseloze maatschappij ontstaan.
Historisch materialisme is de theorie over hoe de samenleving in elkaar zit.
Utopisch socialisme is het tegenovergestelde van het wetenschappelijk socialisme van Marx.
 3.5 Karl Marx: proletariërs aller landen
Hegel beschreef de geschiedenis als een dialectisch proces van stellen, ontkennen en opheffen, dat uiteindelijk zou leiden tot het Absolute Weten.
Karl Marx gaat verder op het idee van een dialectische ontwikkeling, maar in plaats van een idealistische inhoud, geeft hij het een materialistische inhoud.
Volgens het idealisme bestaan er uitsluitend geesten en de producten daarvan: ideeën.
Voor Hegel was de idee het eigenlijk bestaande en de materie slechts een verschijningsvorm van de idee. Marx draait dit volledig om: voor hem zijn ideeën niets meer dan door de menselijke geest vertaalde materie. De filosofie moet volgens Marx de kant kiezen van hen die worden uitgebuit: de arbeiders. Het komt erop aan de wereld te veranderen.
Alles heeft een gebruikswaarde en een ruilwaarde (geld). Wanneer de ruilwaarde hoger is dan de gebruikswaarde dan wordt er winst gemaakt.

3.6 reëel bestaand socialisme
Volgens veel mensen heeft de recente geschiedenis de onjuistheid van het marxisme aangetoond. In het begin van de vorige eeuw werd in Rusland op basis van de ideeën van Marx een socialistische staatsvorm geïntroduceerd, het communisme. Er waren hogen verwachtingen van het communisme, maar na de val van de Berlijnse muur werd ontdekt dat het communisme helemaal niet zo goed liep als van tevoren verwacht werd. Het Marxisme werd voor verschillende doeleinde misbruikt. Marx verwachtingen zijn niet uitgekomen. Momenteel wordt het Marxisme alleen nog in Cuba, China en in Noord-Korea in praktijk gebracht. Gevolgen van het Marxisme zijn:
- relatieve welstand van arbeiders
- het vangnet van sociale voorzieningen voor mensen die ten gevolgen van bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of werkloosheid geen inkomen meer hebben.
- de bij de wet geregelde medezeggenschap in bedrijven
- de aandacht voor achtergestelde groepen
 3.7 De ideale samenleving
Wat alle utopieën en andere ontwerpen van de ideale samenleving met elkaar gemeen hebben, is dat ze een buitengewoon saaie indruk maken. Verscheidenheid, tegenstellingen en strijd zijn echter een noodzakelijke voorwaarde voor menselijk geluk. Volgens Freud schuilt er in ieder mens een drang om te haten en te vernietigen. Volgens Freud voelt elk mens zich in een geordende samenleving beknot en onderdrukt. Als dit zo is dan bestaat er geen ideale samenleving. Zo zie je dat de ruil van de natuurtoestand naar de geordende samenleving niet in alle opzichte gunstig is.

http://www.propsych.nl/images/400px-piramide_van_maslow.png

1.2 Plato: vorming van ‘wijsgeer-koningen’
Plato is bekend geworden om zijn zogenaamde Ideeënleer.
Plato heeft zich zijn hele leven beziggehouden met de vraag hoe de samenleving het best kan worden ingericht. Plato vergelijkt de menselijke samenleving met een individueel mens. De begeerte, de wil en het verstand moeten in de juiste verhouding tot elkaar staan. De staat heeft drie taken: voedselvoorziening en levensonderhoud, verdediging van buiten en verstandig bestuur. Rechtvaardigheid houdt in dat de drie klassen (de werkende klassen, militaire (wachters) en de bestuurders) goed met elkaar samenwerken. Om aan goede bestuurders te komen moet elk kind dezelfde ontwikkelingsmogelijkheden krijgen (basis gym-lichaam en musiek-ziel, dan logisch denken, pijn/vermoeidheid, verleiding). Dan via selectie komen de beste eruit. Speciale opleiding, 10 jaar. Weer selectie, 5 jaar filosofieonderwijs. 15 jaar in praktijk uitvoeren. Zo beste uitgekozen. Iedereen heeft gelijke kansen. Sterke vorm van democratie.

1.3 Aristoteles: het juiste midden
Aristoteles was een leerling van Plato, hij was het alleen niet met Plato eens. De ideeën van Plato noemde hij Vormen. Vormen zijn volgens hem de eigenschappen van dingen die we met onze zintuigen waarnemen. Aristoteles was een empirist (alleen onze zintuigen verschaffen ons kennis van de werkelijkheid). Volgens Aristoteles is de mens een zooion politikon (een sociaal levend wezen, dat alleen kan bestaan in een gemeenschap van andere mensen). Aristoteles heeft ook kritiek op de bestaande samenlevingen en staatsvormen. Hij onderscheid drie verschillende staatsvormen:
- de monarchie (de heerschappij van de enkeling)
- de aristocratie (de heerschappij van een kleine elite)
- de democratie (de heerschappij van vele
Hij heeft geen duidelijke voorkeur voor één van deze drie. Hij vindt dat de staatsvormen zich moeten richten naar de concrete behoeften van volk en tijd. De beste variant is een mengelmoes waarbij aristocratische en democratische elementen elkaar in evenwicht houden en de middenklasse het zwaartepunt van de gemeenschap vormt. Dit voorkomt extremen.
Dit sluit aan bij zijn opvatting over individuele deugden, het juiste midden tussen twee uitersten. Volgens Aristoteles is de staat geen homogene organisatie die uit losse individuen bestaat, maar een ingewikkeld geheel van kleinere gemeenschappen.

1.4 Individu en gemeenschap
Bij de natuurtoestand kom je niet toe aan het vervullen van je behoeften. Voor het bevredigen van behoeften ben je afhankelijk van samenwerking met andere mensen.
Macht: is het vermogen om andere je wil op te leggen.
Als er spraken is van absolute macht, ben je in staat iedereen te laten doen wat je wilt.
D.m.v. macht kun je makkelijker je behoeften bevredigen. In de natuurstand is geen spraken van een gemeenschap, omdat elk individu ziet in de ander een concurrent en geen mogelijke partner. Van samenwerking, die in het voordeel van iedereen zou kunnen zijn, is geen spraken.

1.5 Thomas de Aquino: bij de gratie Gods
Thomas van Aquino probeerde de filosofie van Aristoteles in overeenstemming te brengen met de christelijke geloofsleer. De mens kan op twee manieren tot ware kennis komen: met behulp van zijn verstand en door het lezen van de bijbel.
Gezien het grote aantal mensen moet er een leidende kracht zijn, die zorg draagt voor het algemeen welzijn. Omdat God de natuur zo heeft geschapen dat er maatschappelijk gezag nodig is, gaat het gezag terug op God.
Thomas van Aquino geeft de voorkeur aan een monarchie. Volgens hem is de koning wat de ziel is in het lichaam, en wat God is in de wereld. Bullshit. De regering is dan een afspiegeling van Gods bestuur over de wereld. Indien er sprake is van tirannie moet het volk geduld hebben, want een gewelddadige verandering brengt nog groter kwaad met zich mee. De overheid moet de mens van Thomas in staat stellen in vrede en welvaart te leven, maar nog belangrijker is natuurlijk het verkrijgen van hemelse zaligheid. Hier begint de taak van de kerk. De wereldlijke macht is in de kortzichtige ogen van Thomas ondergeschikt aan de geestelijke.

§2 De staat
In de natuurtoestand slaagt niemand erin zijn persoonlijke behoefte op een acceptabel niveau te bevredigen. Op een gegeven moment komt er iemand achter dat een geregelde samenleving, waarvan de leden elkaars bondgenoten in plaats van elkaars tegenstanders zijn, in het eigen voordeel is.

2.1 Het maatschappelijk verdrag
Een theorie over het maatschappelijke bevat de volgende elementen:
- een theorie over de oertoestand (natuurtoestand) voorafgaande aan de contractsluiting.
- een theorie over een verenigingsverdrag (pactum unionis)
- een theorie over een onderwerpingsverdrag (pactum subjectiones)
Het maatschappelijk verdrag biedt een verklaring voor de macht van de overheid.
Het maatschappelijk verdrag zorgt ervoor dat de vorst geen absolute macht meer heeft, onderdanen mogen in opstand komen als de vorst het verdrag schendt.

2.2 Thomas Hobbes: absoluut staatgezag
Thomas Hobbes is bekend geworden door zijn denken over de staat. Doordat hij de revolutie zat was pleitte hij voor absoluut overheidsgezag. Hij vindt dat de mens van nature alleen zijn eigen belang nastreeft. Hij wil absolute macht voor de overheid, omdat volgens Hobbes de staat de enige instelling is die vrede en wettelijke beschermd eigendom mogelijk maakt. Volgens Hobbes wordt alles door de staat bepaald (godsdienst, goed/slecht). Volgens Hobbes keuze uit twee mogelijkheden:
- natuurtoestand
- absoluut staatgezag
Hobbes kijk op de natuurtoestand werd gezien als een aanval op de Bijbelse opvatting over een volmaakte en paradijselijke begintoestand.

2.3 Twee soorten vrijheid
Bij een maatschappelijk verdrag, doen mensen vrijwillig afstand van hun macht, ze dragen deze over aan de vorst. In ruil hiervoor biedt het verdrag veiligheid en bescherming voor iedereen. Het inleveren van macht heet negatieve vrijheid (afwezigheid van dwang, het vrij zijn van externe belemmeringen.) Dit voorkomt dat de sterkste kan doen en laten wat hij wil. Door het inleveren van negatieve vrijheid verlenen ze de vorst gezag (macht die erkend en aanvaard wordt).
Er bestaat ook positieve vrijheid. Dit is de vrijheid tot zelfontplooiing, vriendschap en solidariteit. Je levert je negatieve vrijheid in, maar je krijgt hier extra positieve vrijheid voor terug.
In een geregelde samenleving mag alleen de overheid geweld gebruiken: zij bezit een geweldsmonopolie.

2.4 John Locke: natuurrecht
John Locke gaf de aanzet tot de bloei van het empirisme (de opvatting dat alle kennis via zintuiglijke indrukken verkregen wordt). Locke en Hobbes gaan allebei uit van een natuurtoestand, die voorafgaat aan elke staatsvorm. Het verschil is dat er volgens Hobbes sprake was van een totale anarchie, terwijl dacht aan het natuurrecht, dat bestaat uit goddelijke geboden en niet gebaseerd is op menselijke wetten. Locke heeft een veel positievere opvatting van de natuurtoestand. Hobbes dacht dat de vorst absolute macht bezitten, terwijl Locke de vorst zag als een uitvoerende macht.

2.5 Landen en volkeren
Een staat is een relatief duurzame politieke organisatie van een volksgemeenschap op een bepaald grondgebied, die geregeerd wordt door een geordend gezag en beschouwd wordt als een rechtpersoon. Een staat is iets anders dan een natie. Een natie is een volk met een gemeenschappelijke geschiedenis, taal en cultuur, dat op een begrensd grondgebied samenleeft en in een bepaalde staatsvorm wordt geregeerd. Vreemdelingenhaat is een goede voedingsbodem voor het etnocentrisme en nationalisme. Bij etnocentrisme stelt men het eigen volk centraal, terwijl men bij nationalisme het eigen volk superieur acht aan andere volkeren.

2.6 Staatsvormen
De populairste staatsvorm in momenteel de democratie. De democratie kan alleen weinig doen aan het feit dat het nationalisme ook weer groeit. Dit komt doordat de macht bij het volk ligt. Als de meerderheid zegt: we schaffen de democratie af. Dan gebeurt dit. De techniek krijgt ook steeds meer macht. Volgens sommige mensen is er geen sprake meer van een democratie, maar van een technocratie (heerschappij van de techniek). Politici kunnen namelijk niet meer regeren zonder de hulp van hoogopgeleiden technici.

2.7 Jean-Jacques Rousseau: terug naar de natuur
Rousseau wijst op de betekenis van het gevoel. Volgens Rousseau dient de natuur als voorbeeld voor de mens. Rousseau maakt een paradijs van de natuurtoestand. Volgens hem is iedereen gezond, het zwakke en ongezonde wordt door de natuur ‘opgeruimd’. De verhouding tussen man & vrouw is zuiver, dierlijk en ongecompliceerd. Volgens hem is hier een einde door gekomen door de bezitvorming, het claimen van eigendommen. Rousseau onderscheid drie soorten onheil:
- eigendom hierdoor ontstonden er rijken en armen
- de vorming van staat en wetten hierdoor ontstonden er heersers
- heren en slaven
De ideale natuurtoestand heeft zich ontwikkeld tot een toestand van grote ongelijkheid, die volledig in tegenspraak is met het natuurrecht. Rousseau vindt dat de overheid over een bepaalde macht moet beschikken, om de natuurlijke rechten van de mens te beschermen. Die macht berust op overeenkomst: op de vrijwillige instemming van het gehele volk met de macht van de overheid.

2.8 De vrije markt
Het verschil tussen de oertoestand en nu is: het resultaat van de arbeid is niet meer persoonlijk, maar is nu een gemeenschappelijk product. Het vrijmarktmechanisme is: het bepalen van een prijs door vraag en aanbod. Kenmerkend voor de vrije markt is dat mensen economische vrijheid bezitten. Dit betekend dat ze met elkaar mogen concurreren. De drang tot zelfhandhaving en bevrediging van persoonlijke behoeften leidt tot interactie. Dit houdt in: Als mensen zich laten leiden door hun eigenbelang is dat niet alleen in hun eigen voordeel, maar in het voordeel van iedereen. Het is gunstig om samen te werken, dat voert de productie op. Nog gunstiger is arbeidsdeling.


2.9 Leefwereld en systeem
Het vrijenmarktdenken is tegenwoordig erg in de mode. Een systeem bestaat uit een logisch samenhangend deel van regels en instrumenten die je in staat stellen een bepaald doel op efficiënte wijze te bereiken. Systemen zijn altijd rationeel van aard. In systemen draait het om efficiëntie en rendement: met zo min mogelijk inspanning dient een maximaal nut te worden gerealiseerd.
De Duitse filosoof Jurgen Habermas plaatst tegenover het systeem de leefwereld.
In de leefwereld draait het om zaken die er echt toe doen: liefde, vriendschap, behulpzaamheid, wederzijds respect. Menselijke relaties staan in de leefwereld centraal, mensen handelen daar communicatief, ze communiceren in alle eerlijkheid met elkaar en ontwikkelen zich zo tot verantwoordelijke individuen.
Volgens Habermas is de invloed van het economische systeem zo groot geworden dat het de leefwereld koloniseert: het marktgerichte denken dringt de leefwereld binnen.
De koele solidariteit van het systeem dringt binnen in menselijke relaties en tast de onderlinge solidariteit aan. Het communicatieve handelen wordt verdrongen door strategisch opereren, waarbij alleen het resultaat telt. Geleidelijk verdringen de normen en waarden van het systeem die van de leefwereld, zoals de cultuur van een gekoloniseerd land verdrongen wordt door de cultuur van de koloniale mogendheid.

2.10 Eendrachtige samenwerking
De gedachte achter het systeem van de vrije markt is, dat het in het voordeel van iedereen zou werken. Belasting betalen is in het voordeel van iedereen. De staat kan op deze manier zaken van algemeen nut te regelen. Het omzeilen van belasting is dus uiteindelijk in het nadeel van iedereen.

2.11 Een dilemma in de samenleving
Er is sprake van een gegeneraliseerde PD-situatie als:
- een solidaire, coöperatieve opstelling, waarbij iedereen iets moet inleveren of bijdragen, voor iedereen voordelig is.
- het voor ieder afzonderlijk individu nog voordeliger is wanneer alleen hij of zij zich niet solidair opstelt, terwijl alle anderen dat wel doen.
De verleiding is dus groot om niet solidair te zijn en niet samen te werken: dat levert mogelijk het grootste voordeel op. Hoe meer mensen echter voor deze optie kiezen, hoe onvoordeliger dat voor iedereen is.
Op het moment dat één iemand z’n belasting omzeilt is dit voor deze persoon voordelig en de rest van de mensen zou hier financieel niks van merken. Als meerdere mensen dit gaan doen wordt het wel een echt probleem.

§3 Een rechtvaardige samenleving

3.1 Nergensland
Verschillende filosofen hebben hun ideale samenleving beschreven, dit deden ze als gevolg van het vele onrecht in hun eigen samenleving. Een beschrijving van een ideale samenleving heet een utopie of Atlantis. Utopie betekent nergens. De ideale staat bestaat niet. Iets is rechtvaardig als het overeenkomt met bepaalde morele principes. In de eerste plaats het principe van gelijkheid.
Bij distributieve of vervelende rechtvaardigheid gaat het om een eerlijke verdeling van rechten en vrijheid, kansen, inkomen en welvaart.
Bij procedurele rechtvaardigheid loot of tos je bijvoorbeeld.

3.2 Grote verhalen
Utopieën fungeren als norm voor kritiek op de onrechtvaardigheid van de huidige samenleving. Ook binnen geloven heb je utopieën (Christendom - Jeruzalem). In een ideologie gaat het om een levensbeschouwelijke opvatting die een waarden- en normensysteem bevat over hoe men moet leven en hoe een samenleving ingericht moet zijn. Het verschil tussen een ideologie en een godsdienst is: ideologie spreken zich niet uit over het Hogere of Transcendente (niet zintuiglijk), maar beperken zich alleen tot aardse zaken. Aanhangers van een bepaalde ideologie zetten zich veelal in voor de emancipatie van groepen mensen die in de samenleving achtergesteld worden. Emancipatie is het streven naar zelfstandigheid van ieder mens, gelijkstelling voor de wet en eerlijke maatschappelijke verhoudingen.Er zijn twee ideologieën die zich vooral richten op gelijkheid voor vrouwen er arbeiders:
- feminisme
- marxisme

3.3 Friedrich Hegel: het Absolute weten
Hegel staat bekend als één van de moeilijkste en diepzinnigste filosofen ooit. Het werk van Hegel staat in de dialectische methode (de totale werkelijkheid zo goed mogelijk weergegeven). Hegel onderscheid drie sferen van het leven:
- het gezin basiseenheid
- de maatschappij losse samenhang van individuen die voor zichzelf opkomen en elkaar bestrijden
- de staat vormt de organische samenhang en is zodanig ook de werkelijkheid van de moraal.

3.4 Een klasseloze maatschappij
Volgens Karl Marx dienen de productieve middelen geen individueel eigendom te zijn, maar collectief eigendom. Meerwaarde is het verschil tussen het loon van de arbeiders en de opbrengst. Marx onderscheid twee groepen mensen in de maatschappij:
- kapitalisten bijvoorbeeld de baas van een fabriek
- proletariërs arbeiders
Marx verwacht dat de klassenverschillen zullen verdwijnen nadat de proletariërs zich op gewelddadige wijze meester maken van de staatsmacht en de productiemiddelen. Er zal dan een klasseloze maatschappij ontstaan.
Historisch materialisme is de theorie over hoe de samenleving in elkaar zit.
Utopisch socialisme is het tegenovergestelde van het wetenschappelijk socialisme van Marx.
 3.5 Karl Marx: proletariërs aller landen
Hegel beschreef de geschiedenis als een dialectisch proces van stellen, ontkennen en opheffen, dat uiteindelijk zou leiden tot het Absolute Weten.
Karl Marx gaat verder op het idee van een dialectische ontwikkeling, maar in plaats van een idealistische inhoud, geeft hij het een materialistische inhoud.
Volgens het idealisme bestaan er uitsluitend geesten en de producten daarvan: ideeën.
Voor Hegel was de idee het eigenlijk bestaande en de materie slechts een verschijningsvorm van de idee. Marx draait dit volledig om: voor hem zijn ideeën niets meer dan door de menselijke geest vertaalde materie. De filosofie moet volgens Marx de kant kiezen van hen die worden uitgebuit: de arbeiders. Het komt erop aan de wereld te veranderen.
Alles heeft een gebruikswaarde en een ruilwaarde (geld). Wanneer de ruilwaarde hoger is dan de gebruikswaarde dan wordt er winst gemaakt.

3.6 reëel bestaand socialisme
Volgens veel mensen heeft de recente geschiedenis de onjuistheid van het marxisme aangetoond. In het begin van de vorige eeuw werd in Rusland op basis van de ideeën van Marx een socialistische staatsvorm geïntroduceerd, het communisme. Er waren hogen verwachtingen van het communisme, maar na de val van de Berlijnse muur werd ontdekt dat het communisme helemaal niet zo goed liep als van tevoren verwacht werd. Het Marxisme werd voor verschillende doeleinde misbruikt. Marx verwachtingen zijn niet uitgekomen. Momenteel wordt het Marxisme alleen nog in Cuba, China en in Noord-Korea in praktijk gebracht. Gevolgen van het Marxisme zijn:
- relatieve welstand van arbeiders
- het vangnet van sociale voorzieningen voor mensen die ten gevolgen van bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of werkloosheid geen inkomen meer hebben.
- de bij de wet geregelde medezeggenschap in bedrijven
- de aandacht voor achtergestelde groepen
 3.7 De ideale samenleving
Wat alle utopieën en andere ontwerpen van de ideale samenleving met elkaar gemeen hebben, is dat ze een buitengewoon saaie indruk maken. Verscheidenheid, tegenstellingen en strijd zijn echter een noodzakelijke voorwaarde voor menselijk geluk. Volgens Freud schuilt er in ieder mens een drang om te haten en te vernietigen. Volgens Freud voelt elk mens zich in een geordende samenleving beknot en onderdrukt. Als dit zo is dan bestaat er geen ideale samenleving. Zo zie je dat de ruil van de natuurtoestand naar de geordende samenleving niet in alle opzichte gunstig is.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.