Doe mee met Markteffect's studiekeuze-onderzoek
Maakt niet uit of je je studie al gekozen hebt. Win één van de 200 (!) cadeaubonnen van €25

Meedoen

Hoofdstuk 1

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas vwo | 1044 woorden
  • 30 november 2016
  • 6 keer beoordeeld
Cijfer 5
6 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie
SAMENVATTING AK
HOOFDSTUK 1. VWO 2.
Primaire sector: landbouw, visserij, mijnbouw, jacht.
Secundaire sector: industrie, bouw.
Tertiaire sector: politie, brandweer, leger, onderwijs, schoonmaak, eigenlijk alles wat je voor dienst voor anderen doet.
Nadelen bnp per hoofd.
• Informele sector telt niet mee.
o De koopkracht verschilt in andere landen
Conclusie.
In praktijk is de welvaart hoger dan uit bnp per hoofd blijkt.
Hoe meet je welzijn:

1. Levensverwachting = hoe oud een baby die nu geboren wordt.
2. Koopkracht = wat je voor een euro kan kopen in een land.
3. Alfabetiseringsgraad = hoeveel mensen op zijn vijftiende kunnen lezen en schrijven. Hoeveel procent van de bevolking analfabeet is. In Nederland is zo’n 4% analfabeet.
Mensen in rijke landen zijn blij want zij hebben:
• Geld
• Alle voorzieningen.
• Een hoog welzijn.
Op het platteland in Nigeria is het welzijn laag door:
• Lage koopkracht.
• Een lage levensverwachting.
• Een lage alfabetiseringsgraad.
Wat is het verband tussen levensverwachting en alfabetiseringsgraad.
Hoe hoger de levensverwachting hoe hoger de alfabetiseringsgraad.
Welvaart heeft grote invloed op koopkracht, levensverwachting en onderwijs.
Centrumlanden zijn rijk en hebben een hoge productiviteit.
Semiperiferie landen volgen de rijke landen met het ontwikkelen.  Ze hebben wel veel industrie.

Periferie landen blijven wat meer achter, dat zijn de armere landen. Erg veel landbouw. Sterk agrarisch. Lage productiviteit. Dit zijn de minst ontwikkelde landen (M.O.L.)
Nadeel tussen kaarten: je ziet geen van welvaart binnen één land, regionale gelijkheid, social gelijkheid.
Verschillen arm en rijk.
Rijk: zeker tot 18 jaar naar school.
Top gezondheidszorg.
Hoge levensverwachting.
Schoon drinkwater.
Arm:
Paar jaar lagere school.
Beperkte gezondheidszorg.
Veel lagere levensverwachting.
Vervuild drinkwater.
Kinderen in arme landen niet school omdat ze thuis moeten helpen om de kost te verdienen.
Formeel:
Bnp
Statistieken.
Banken.
Belasting betalen.
Informeel:
Ruilhandel
Ongeschoold werk.
Scharreleconomie.
Hergebruik.
De indeling van goederen.
Grondstof.
Halffabricaat.
Eindproduct.
Globalisering: het steeds meer verbonden raken van landen op de wereld.
Kenmerken: laptops, plastic bekertjes, landkaartjes.

Oorzaak globalisering: ontstaan van multinationale ondernemingen zoals Albert Heijn, shell. Dit heeft ervoor gezorgd dat het contact met andere landen
De eerste multinationale onderneming was de Verenigde Oost Indische Compagnie, (VOC) uit Nederland, handelsgrenzen worden vager:
Uitbreiding van de EU
China en India openden hun grenzen.
Door moderne middelen ‘krimpt’ de wereld.
Het transport wordt steeds groten en goedkoper.
Communicatie is veel beter geworden:
Internetverbinding.
Computers.
Satellietverbinding.
De afstanden in tijd gerekend worden steeds kleiner, dat wordt ook wel de relatieve afstand genoemd, die wordt ook steeds kleiner.
Gevolgen:
Productie komt steeds meer van lagelonenlanden.
De semiperifie wordt steeds hoger (meer landen komen in deze rang)
Veel industrie verdwijnt uit centrumlanden.
Sub-Sahara: alle landen ten zuiden van de Sahara.
De groei van landen kun je verklaren door:

• De stijgende vraag naar grondstoffen en energie, dit komt door de groei van de wereldbevolking.
• Toename voor de vraag van voedselgewassen.
• Meer politieke stabiliteit.
Niet alle grondstofrijke landen doen het goed. Welke voorwaarden moeten er voldaan worden?
• Stabiele regering, goed bestuur.
• Niet afhankelijk zijn van één bron van inkomsten, als de prijs namelijk daalt kan je minder snel failliet raken door de lagere prijzen.
• Een niet te grote sociale ongelijkheid.
• Een goede bereikbaarheid voor het transport, dit kan zo veel voordeel opdoen dat je veel meer inkomsten kan laten binnenkomen, ook kunnen de grondstoffen beter afgeleverd worden in de landen.
In landen zoals Rwanda zijn er veel jonge mensen maar er zijn weinig grondstoffen, maar Rwanda is een goed digitaal bereikbaar land.
Demografische bonus:
Blauw = man
Rood = vrouw.
Piramide: het land is in ontwikkeling, het heeft meer jeugd.
Vaas: Heel veel ouderen.

De jonge en groeiende beroepsbevolking kan een bijdrage leveren aan het verder ontwikkelen van een land.
Als er geen werk is zijn er heel veel boze mensen die opstanden organiseren, dat heet een sociale onrust.
Van donorland naar ontvangend land: bilateraal.
Via een internationale organisatie: multilateraal.
Via een ngo: particulier.
NEDERLAND:
Ranglijst naar export: plaats 7
Ranglijst investeringen in buitenland: plaats 9
Ranglijst BNP: plaats 18
Ranglijst naar inwoners: plaats 64
Thuishaven van mno’s: Philips, DSM, shell, Unilever, ASML
Conclusie: Nederland is een klein land met een belangrijk positie in de wereldeconomie.
In Nederland is de koopkracht zeer hoog.
Nederland heeft een dienstenmaatschappij (de tertiaire sector is heel groot).
Nederland scoort hoog op de welzijnsindex.
De handelsbalans en de betalingsbalans in Nederland zijn positief.

Nederland importeert veel grondstoffen en halffabricaten, maar exporteren hoogwaardige eindproducten.
Ontwikkeling van de beroepsbevolking (bron 33)
1900: 37% diensten  32% industrie 31% landbouw
1960: 50% diensten 42 industrie   11% landbouw
2011:  81% diensten 17,5 industrie  1,5% landbouw
-STERKE GROEI VAN DE BEROEPSBEVOLKING
Nederland is een klein land, daardoor zijn we op het buitenland gericht, een gevolg daarvan zijn mainports (mainports zijn plekken waar vervoer bij elkaar komt (ook het knooppunt van data))
Nederland heeft een gunstige ligging. Het ligt aan de rand van Europa waardoor er veel import komt.
Nederland ligt aan de Noordzee, daar wordt veel gevaren, dus Nederland is een goede tussenstop
Nederland heeft een achterland, dat is afhankelijk van de Rotterdamse haven
Rotterdam heeft een paar voordelen:
I. Vrije toegang vanuit zee
II. Verbinding met het achterland (rijn)
III. Wegen en spoorlijnen verbinden de haven met achterland
De distributiefunctie van Nederland wordt bedreigd door files als de auto stil staat kost dat veel geld.

De distributiefunctie is de verspreiding van goederen van Europa
Infrastructuur is de totale netwerk van verbindingen zoals wegen spoorwegen vaarwegen en ook internet.
Als er te veel data tegelijk binnenkomt gaan de servers plat.
De grootste concurrenten van Rotterdam zijn:
Antwerpen
Hamburg
De grootste schepen gaan naar Rotterdam omdat het diep ligt.
Vijf dingen lokken buitenlanders naar Nederland
i. De gunstige ligging
ii. Gerichtheid van Nederland op het buitenland
iii. Goed opgeleide bevolking
iv. Lage belasting voor buitenlandse bedrijven
v. Betrouwbaar en stabiel land
vi. Lid van de EU
Welke twee vertigingsplaatsfactoren zijn voor bedrijven het belangrijkst om Nederland te kiezen
Goed opgeleide bevolking
Lage belastingen (voor buitenlandse bedrijven)
Duisburg

Bric
Welzijn en welvaart verschil
Centrum enz
Gini coofficient
Regionaal en sociaal verschil
Handelsbalans (alleen handel)
Mechanisatie (machines minder landbouw maar naar industrie en dienstensector)
 TOETSVRAGEN
TEKST LEZEN, AANTEKENINGEN, VRAGEN DOORNEMEN  

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.