ADVERTENTIE
Moet jij woordjes leren voor een toets? Hoe zorg je er dan voor dat je de woordjes zo snel mogelijk in je hoofd krijgt? Thom en Jara zoeken het uit in deze Schoolhacks-video. Ze geven een aantal tips en ontdekken WRTS, een gratis woordjesleerprogramma waarmee je makkelijk en snel woordjes en begrippen kan leren.

Aan de slag met WRTS
Over de nieuwe roman van Cynthia Mc Leod



De kracht en de zwakte van Tweemaal Mariënburg



Met vier historische romans (de vijfde is op komst) en een historische studie heeft Cynthia Mc Leod in tien jaar een oeuvre van formaat opgebouwd op het gebied van de geromantiseerde geschiedsbeschrijving. Met haar werk wil ze de ’andere waarheid’ van de geschiedenis, die vanuit het oogpunt van de Surinamer, voor een groot publiek toegankelijk maken. Daarin is ze, gezien de grote belangstelling voor haar werk bij jong en oud geslaagd. In Suriname vliegen haar boeken als warme bollen van de toonbank en ook in Nederland bestaat er sinds de uitgave van Hoe duur was de suiker? Door uitgeverij Conserve (1995) belangstelling voor haar werk en haar persoon. Hoe duur was de suiker? (1987, VACO, 1995, Conserve), Vaarwel Merodia (1993, Vaco), en Ma Rochelle passée WELKOM EL DORADO (Conserve, 1996) verlevendigen met hun fictieve verhaal binnen een zorgvuldig uitgeplozen historische werkelijkheid episodes uit die op zichzelf al fascinerende geschiedenis van Suriname. Nu is daar, wederom uitgegeven bij Conserve in Nederland, Tweemaal Mariënburg bijgekomen, waarin

Mc Leod de dramatische geschiedenis van deze plantage schetst. Ze gaat uit van de moord in 1902 op de Schotse directeur van de suikeronderneming Mariënburg van de Nederlandse Handelmaatschappij, James Mavor, door de rebellerende Brits Indische contractarbeiders.





Paiman en kwalat



Centraal in de roman staat het gezin van de lichtgekleurde reoolse boekhouder van de suikeronderneming, de heer Bergen. Zijn dochter Jetje is de fictieve hoofdfiguur. Als klein meisje ziet zij in een onbewaakt ogenblik de gruwelijk verminkte lijken van de contractarbeiders op wie de koloniale wetsdienaren zich uitleevden na de moord op directeur Mavor. Door deze schrikbeelden raakt ze in een gigantische angst en wordt zij doodziek. Ze geneest bij een tante in de stad, bij wie ze daarna blijft wonen. Maar Mariënburg blijft een rol in haar leven spelen. De titel Tweemaal Mariënburg heeft betrekking op de dubbele rol die de plantage speelt in het leven van Jetje. Ze trouwt met een arts die op Mariënburg gestationeerd wordt. Dan, volwassen en gelukkig getrouwd, ervaart ze opnieuw hoe ziekte, dood en ongeluk over de plantage waren. Nog steeds wordt er gefluisterd over de ‘paiman’, de schuldaflossingen aan de geesten der doden die indertijd door de autoriteiten ‘gedumpt’ werden in een massagraf tussen twee lagen ongebluste kalk. Als een van haar drie kinderen streft aan een geheimzinnege ziekte, wendt ze zich voorgoed af van Mariënburg, waar sinds de dood van Mavor nog twee directeuren door afgrijselijke ongelukken zwaar verminkt en gedood werden. Als oorzaak van alle ziekte en ongelukken op de plantage wordt door Mc Leod sterk de ‘kwalat’, de wraak der geesten, gesuggereerd. Dit geeft aan de roman een geheimzinnig tintje dat doet denken aan enkele Nedelandse koloniale romans over het toenmalige Nederlands Oost-Indië, zoals De stille kracht van Louis Couperus en Goena Goena van P.H. Daum. In Tweemaal Mariënburg ligt het perspectief echter niet bij de blanken, zoals in bovengenoemde boekwerken. De Surinaamse lichtgekleurde middenkaderemployés en hun gezinsleden nemen duidelijk een tussenpositie in. Ze voelen zich niet thuis in het Europese stafmilieu en worden dan ook niet als volwaardig geaccepteerd; zelf kijken ze echter neer op eenieder die donkerder gekleurd is dan zijzelf en van menselijk gevoel ten opzichte van de arbeiders van Aziatische afkomst is geen enkele sprake. Een gunstige uitzondering is Paul, een zoon van Bergen, die een relatie begint met een koeliemeisje, weliswaar met een fatale afloop. De twijfel van deze tussenfiguren over de herkomst van al het onheildat de plantage treft, is inherent aan hun positie. Dit geeft een Surinaamse dimensie aan het stille-kracht-motief en trekt het uit de exotische sfeer die het bijvooreeld bij Louis Couperus heeft. Het perspectief ligt niet bij buitenstanders; iedereen is eigenlijk schuldig. Aan het eind van de roman wordt dan ook verwezen naar het latere verval van de plantage tot een soort spookplaats. Misschien moet de oude plantage opgaan in het tropisch om gereinigd te worden van de doem van het massagraf, voordat hij opnieuw tot bloei kan komen. Dit vind ik een sterke symboliek.

Mc Leod’s verteltrant is filmisch. Tussen het verhaal door weeft ze talloze details die kenmerkend zijn voor de sociale verhoudingen op de onderneming en de absolute ontwetendheid omtrent elkaars levenswijze en cultuur van de verschillende daar wonende groepen. Ze schildert een beeld van de plantage met aan iedere rang en stand aangepaste wooneenheden en voorzieningen. Het verteltempo is daardoor soms wel traag. Een bezwaar dat bij een werkelijke verfilming opgeheven zou worden!



Damesroman



Historische feiten in een historische roman fungeren binnen een, vaak fictief kader. In dit werk worden de gruwelijke feiten op de plantage binnen de beleving van het gezin van de boekhouder geplaatst. Het gekozen milieu is binnen de problematiek functioneel, zoals ik hierboven al aangaf. Maar door veel te laten zien vanuit de beleving van vrouwen en meisjes wordt de kracht van de thematiek tegelijkertijd afgezwakt. Jetje is een beshermt opgevoed meisje met een beperkte en sentimentele kijk op de dingen om haar heen.

Dit aspect heeft Mc Leod mijns inziens overdreven. Gebabbel van de meisjes op onschuldige verliefdheden, de vorderingen van de meisjes in het ‘huisklasje’, pianolessen door een verwend neefje, dit soort details en gesprekken maken te veel een ‘damesroman’ van het boek. Ook de structuur draagt daartoe bij. Het hoofdverhaal in twee delen ligt ingebed in een ander verhaal, over de latere oma Jetje die aan haar kleindochters niets kwijt wil over de verschrikkingen uit haar verleden op Mariënburg, maar haar belevenissen wil opschrijven. Aan het slot van de roman, in onze tijd, bezoek een van deze kleindochters de totaal vervallen plantage Mariënburg en filosofeert over de toekomst van Suriname. Deze structuur werkt afleidend van de sterke thematiek. Als lezer moet je je door de braafheid van het eerste hoofdstuk Paramaribo 1948 heenworstelen. En zo’n hoopvolle boodschap aan het eind van een roman is overbodig. Als een roman een thematiek goed overbrengt, kan iedere lezer zijn ‘boodschap’ eruit halen. De brave conclusie aan het slot verengt in plaats van te verdiepen.



Vrouwbeeld



Wat op mij uitgesproken hinderlijk overkomt is het in de roman geschetste vrouwbeeld. Echtgenotes worden door hun echtgenoot aangesproken als ‘vrouwtje’, belangrijke beslissingen moeten door vader aan het kind verteld worden en er wordt nogal eens gewaarschuwd dat een of andere activiteiten ‘niets voor meisjes’ is. De toon van mannen tegenover vrouwen is paternalistisch en de vrouwen en de meisjes in de roman kunnen lekker babbelen. Natuurlijk maken zulke verhoudingen deel uit van de realiteit, vroeger en nu ook nog, maar gecentreerd in de hoofdfiguur valt het vrouwbeeld wel heel erg op (Hoe duur was de suiker? hebben we trouwens net zo’n soort hoofdfiguur in Elza) en staat het in schril contrast met het hoofdproblematiek. Ook dat werkt afleidend.



Conclusie: enerszijds heeft Mc Leod met deze roman wel degelijk nieuwe aspecten toegevoegd aan haar werk. De manier waarop ze de positie van de lichtgekleurde middenklasse in de koloniale maatschappij heeft uitgediept door te wijzen op hun gebrek aan culturele identiteit is een eye-opener. Ook heeft ze het stille-kracht-motief uit de koloniale sfeer gehaald. Anderzijds verzwakt ze de kracht die ze uit de historische feiten afleidt, door de feiten te verpakken in een damesroman. Ze is nog steeds een rasvertelster voor een groot publiek, maar krijgt ook nog steeds (ook van sommige Nederlandse critici) te horen dat haar stijl balanceert op het randje van triviaalliteratuur. We hopen dat ze met een volgende roman een experiment met haar stijl wil aangaan.

Voorlopig wachten we met spanning op de tweede roman over dezelfde feiten uit de geschiedeins van Mariënburg Hoeveel paiman had Mariënburg?, die binnenkort in Suriname bij VACO zal verschijnen en waarin het perspectief bij een koeliemeisje ligt.



Cynthia Mc Leod

Tweemaal Mariënburg

1997, Uitgeverij Conserve,

Schoorl, Nederland

ISBN 90 5429 061 7

261 pagina’s




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.