Wat is werkloosheid?

Werkloosheid is het verschil tussen de vraag en het aanbod van arbeid. Het is een sociaal economisch verschijnsel. Als werkzoekende ondanks een passende werkkring, het gangbare loon geen baan kunnen vinden zijn zij werkeloos.Het zijn mensen van 16 tot 65 jaar zonder arbeidsverhouding die staan ingeschreven bij het arbeidsbureau en werk zoeken voor 12 uur of meer. Door werkloos te zijn kan je, je zelfvertrouwen verliezen en je aanzien word aangetast. Je had bijvoorbeeld eerst nog een hele goede baan en nu ineens heb je niks meer. Je hebt geen aanzien meer mensen kijken niet meer tegen je op en daarom kan je, je zelfvertrouwen verliezen. Op de arbeidsmarkt zijn ook langdurige werkelozen, dit zijn vooral:
- allochtonen: zij hebben vaak een duidelijke achterstand op sociaal-economisch gebied. En zij hebben een relatief slechte woonsituatie.
- Jongeren: sommige van hun hebben de school verlaten zonder diploma. Zonder diploma is het moeilijk om aan een baan te komen.
- Gehandicapten: werkgevers nemen vaak geen gehandicapten aan een belangrijke reden daarvoor is bijv. dat hun werkplek er helemaal niet is op aangepast.
- Ouderen: voor werkgevers is het vaak aantrekkelijker om jonge mensen aan te nemen in plaats van ouderen, omdat jongeren goedkoper zijn. En het aanzien van jonge mensen is vaak beter ( denk bijv maar aan disco’s) daar zie je niet vaak ouderen werken.
Bij werkloosheid maken we ook nog onderscheid tussen geregistreerde werkeloosheid en verborgen werkloosheid.
Geregistreerde werkloosheid: het totaal aantal mensen zonder werk ( of met werk minder dan 12 uur per week ) dat bij een CWI dat is een Centrum voor Werk en Inkomen staat ingeschreven als werkzoekende en direct beschikbaar is voor een baan van minstens 12 uur per week.
Verborgen werkloosheid: hierbij gaat het om mensen die niet geregistreerd zijn als werkelozen, maar wel betaald werk willen doen. Het kan gaan om:
- huisvrouwen die wel betaald werk willen doen, maar niet staan ingeschreven bij een CWI.
- Jongeren die na hun opleiding best een baan willen hebben, maar doorstuderen om de kans op werk te vergroten.
- WAO’ers die best bepaalde werkzaamheden kunnen en willen doen.
Je ziet dus dat de geregistreerde werkloosheid geen compleet beeld geeft van de werkelijke situatie.
Je kunt ook werkloos raken doordat je bijv. bij een goed bedrijf werkt maar dat bedrijf gaat ineens fuseren met een ander bedrijf om hun concurrentie te verhogen en meer winst te maken. Dan worden er ineens een aantal arbeidsplaatsen geschrapt, waaronder jij. En dan had je dus een hele goede baan, maar er valt niks aan te doen. En het is moeilijk om dan zo’n zelfde soort baan te vinden bij een ander bedrijf.
Welke verschillende soorten werkloosheid zijn er?

Er zijn 4 soorten werkeloosheid dat zijn conjuncturele werkloosheid, structurele werkloosheid, frictiewerkloosheid en seizoenswerkloosheid. We gaan deze 4 soorten van werkloosheid uitleggen.

Conjuncturele werkloosheid
De werkloosheid wordt hierbij veroorzaakt doordat de bestedingen omlaag gaan. Mensen hebben minder te besteden. Doordat de bestedingen afnemen hoeft er ook minder geproduceerd te worden. Dat heeft weer als gevolg een daling van de werkgelegenheid. Mensen hebben een lager inkomen en hebben dus minder te besteden dit leid dus tot een daling van de werkgelegenheid. Maar bij de bestedingen gaat het niet alleen om de bestedingen van consumenten maar ook de bestedingen van bedrijven en de overheid. Deze werkeloosheid heeft te maken met de ontwikkelingen aan de vraagkant van de economie.

Structurele werkloosheid
Deze werkloosheid is iets ingewikkelder. Oorzaken kunnen zijn:
- een verslechtering van de internationale concurrentiepositie, de winst van de Nederlandse ondernemingen zal hierdoor dalen, en ze hebben hierdoor dus ook minder geld voor personeel.
- Een lage scholingsgraad, dit leidt tot een verslechtering van de concurrentiepositie. Doordat mensen laag geschoold zijn kan er bijv. ook geen innovatie plaatsvinden. Innovatie is het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde productieprocessen.
- Arbeidsongeschiktheid, mensen die in de WAO zitten zijn niet in staat om te werken.
- Een geringe arbeidsmobiliteit en slechte arbeidsbemiddeling, mensen verhuizen niet voor een betere baan, als ze het in hun woonplaats naar hun zin hebben. En geschikte werknemers veranderen niet zomaar van baan als ze niet eens zeker weten of hun netto-inkomen er wel op vooruit gaat.

Frictiewerkloosheid
Hierbij gaat het om een korte tijd werkloos zijn. Als jongeren hun school verlaten hebben ze tijd nodig om een nieuwe baan te zoeken, het vinden van een baan kost gewoon tijd. En de eerste 3 maanden waarin je werkloos bent, wordt je als frictiewerkloos beschouwd. Het kenmerkende van frictiewerkloosheid is dat er wel werk is maar dat het een tijdje duurt voordat iemand dat gevonden heeft.

Seizoenswerkloosheid
In de wintermaanden is er bij bepaalde banen geen werk. Bijv. in de bouw, in de horeca en in de landbouw. De seizoenwerkloosheid heeft dus te maken met het seizoen. In de zomer is er in een discotheek veel meer werk dan in de winter omdat er in de zomer natuurlijk veel meer toeristen zijn.
Hoe was de werkloosheid vroeger?

Aan het eind van de 19e eeuw werden de werkomstandigheden beter, dat kwam omdat er een nieuw kabinet was gekomen, een liberaal kabinet. De werktijden werden korter en er kwam voor het eerst in Nederland een sociale uitkering. Van 1914-1918 was de 1e wereldoorlog, Nederland was niet direct betrokken bij de oorlog. Door het oorlogsgeweld in de buurlanden, liep de economie sterk achteruit en als de economie achter uit loopt, stijgt ook de werkloosheid. In Nederland heerste een gevoel van saamhorigheid en iedereen vond dat de overheid moest ingrijpen omdat er veel armoede was, ze vonden dat de overheid de werklozen moest financieren. De overheid en de verschillende vakbonden gingen steeds beter samenwerken, in 1914 werden ze zelfs officieel erkend door de overheid.

In 1929 brak de bekende “Beurskrach” uit in Wallstreet, hierdoor brak een wereldcrisis uit. Er vielen ook in Nederland vele ontslagen en er heerste dus een hoge werkloosheid. In 1931 werd dit merkbaar in Nederland, de werkloosheid bedroeg 16% van de beroepsbevolking en in 1936 was dat maar liefst 30%. De minder geschoolden hadden het vooral zwaar te verduren, maar zij niet alleen. Er waren op het dieptepunt van de crisis meer dan een half miljoen werklozen. De werkloosheid veroorzaakte ook verveling en frustratie. In de 2e helft van de jaren ’30 waren de werklozen erg rustig, de overheid regelde voor de werklozen werkverschaffing, hiermee werd bespaard op de uitkeringen en konden openbare werken worden uitgevoerd, voor maar weinig geld.

In 1939 brak de 2e wereldoorlog uit en dit keer was Nederland er wel bij betrokken, de werkloosheid steeg weer door de oorlog. Er werd veel geld uitgegeven aan de oorlog, vooral aan munitie natuurlijk, de economie daalde hierdoor en de werkloosheid steeg.
Na de oorlog herstelde Nederland snel, hier zijn verschillende oorzaken voor, de overheid werkgevers en werknemers werkten bijv. nauw samen. De werknemers accepteerden ook een langdurige loonmatiging. Nederland kreeg ook economische hulp van Amerika door middel van het Marshallplan, ze kregen maar liefst 4 miljard gulden.

Vanaf 1959 groeide de welvaart enorm. Er werd door de bevolking ook anders over de economie gedacht dan voor de oorlog, ze vonden het niet meer erg dat de overheid schulden maakte, wat als gevolg had dat Nederland op geven moment een enorme staatsschuld had opgebouwd, de overheid gaf een groot bedrag uit aan de sociale zekerheid. In de jaren ’50 was de werkloosheid nog niet helemaal over, de uitkeringen en de lonen waren nog laag. Er kwamen ook allemaal nieuwe uitkeringen zoals de WAO, AOW en de WW.

In de jaren ’60 steeg de welvaart, in 1965 kwam ook de algemene bijstandswet, met deze wet was ook een enorme stap gemaakt in de richting van de verzorgingsstaat. De overheid maakte in de jaren ’60 enorme schulden, maar dit werd algemeen geaccepteerd.

In de jaren ’80 kreeg de verzorgingsstaat problemen, de uitkeringen en schulden waren te hoog. Er was een grote groep bejaarden, werklozen en arbeidsongeschikten en een steeds kleinere groep werkende. Aan die mensen moest allemaal een uitkering betaald worden, dit werd op geven moment veel te hoog, dus greep de overheid in. De uitkeringen werden lager en de koppeling werd voorzichtig losgelaten. ( koppeling= als het minimum inkopen stijgt, stijgt ook de uitkering).

In de jaren ’90 is er nog steeds werkloosheid, dat zal er ook altijd blijven, alleen is de wekloosheid al minder. Er zullen altijd daklozen blijven, die zijn er nu nog steeds in de tijd waarin wij leven. Er zal in de toekomst hard gewerkt moeten worden aan de sociale voorzieningen in de Unie.

Hoe is de werkloosheid nu?

Tussen 1990 en 2002 steeg de werkzame beroepsbevolking van ongeveer 5,5 miljoen mensen tot 7 miljoen mensen. Deze stijging had met name betrekking op vrouwen ( van 44% in 1990 naar 57% in 2002) en op 55-plussers (van 27% in 1990 tot 38% in 2002 gestegen).
In 2002 sloeg deze situatie om. Tussen het voorjaar in 2002 en 2003 steeg de werkloosheid met 40% tot 403.000. De werkloosheid is dan het hoogst onder de jongeren, vrouwen, allochtonen en laag opgeleiden. De werkloosheid wordt vooral veroorzaakt door de slechte economie.

Het CPB verwacht dat in 2004 de werkloosheid scherp zal gaan oplopen, ondanks het lichte herstel van de economie in Nederland. Uit de prognoses van het Centraal Plan Bureau blijkt dat wordt verwacht dat de werkloosheid op zal lopen tot 490.000, ofwel 6,25 procent van de beroepsbevolking.

De werkgelegenheid in de zorgsector zal waarschijnlijk nog wel toenemen, maar dit is niet genoeg om de forse stijging van de werkloosheid te voorkomen.
Door de lastenverzwaring en hogere pensioenpremies stijgt de wig (het verschil tussen loonkosten voor bedrijven en het netto inkomen van werknemers) substantieel. Dit leidt tot een stijging van de geschatte evenwichtswerkloosheid, die in 2004 tot 5,5 procent zal oplopen.

In de tabel hieronder kun je zien er minder vrouwen deel uit maken van de beroepsbevolking en dat er onder de vrouwen een grotere werkloosheid is. Toch hebben vrouwen over het algemeen een hogere opleiding dan mannen.
Je ziet ook dat de lager opgeleiden een hogere werkloosheid heeft dan de hoger opgeleiden.

Beroepsbevolking naar geslacht
Onderwerpen Beroepsbevolking

Arbeidspositie
Werkloosheidspercentage

Totaal beroepsbevolking Werkloze beroepsbevolking

Perioden
1997 1998 1999 2000 2001 2002 1997 1998 1999 2000 2001 2002 1997 1998 1999 2000 2001 2002
Geslacht
Persoonskenmerken
x 1000 %
Totaal geslacht Totaal persoonskenmerken 6 832 6 941 7 069 7 188 7 315 7 444 448 354 301 269 251 302 7 5 4 4 3 4
Onderwijsniveau: basisonderwijs 542 545 568 587 583 563 80 68 52 44 38 43 15 12 9 8 7 8
Onderwijsniveau: mavo 512 528 519 520 547 504 51 42 32 33 34 36 10 8 6 6 6 7
Onderwijsniveau: vbo 968 948 977 977 1 015 1 005 76 58 52 40 42 48 8 6 5 4 4 5
Onderwijsniveau: havo/vwo 369 390 394 433 428 420 38 30 28 25 27 24 10 8 7 6 6 6
Onderwijsniveau: mbo 2 685 2 631 2 666 2 664 2 737 2 793 124 95 83 72 63 83 5 4 3 3 2 3
Onderwijsniveau: hbo 1 158 1 253 1 295 1 332 1 334 1 441 49 40 35 37 33 43 4 3 3 3 2 3
Onderwijsniveau: wo 584 630 635 670 667 712 29 21 18 17 14 25 5 3 3 3 2 4
Mannen Totaal persoonskenmerken 4 140 4 190 4 233 4 277 4 317 4 366 200 153 128 113 108 147 5 4 3 3 3 3
Onderwijsniveau: basisonderwijs 361 359 380 385 378 368 43 36 26 22 21 25 12 10 7 6 6 7
Onderwijsniveau: mavo 262 274 263 260 280 249 23 17 11 11 15 16 9 6 4 4 5 6
Onderwijsniveau: vbo 649 643 654 652 677 664 32 26 22 17 19 23 5 4 3 3 3 3
Onderwijsniveau: havo/vwo 191 210 211 242 233 227 18 14 14 11 11 10 9 7 7 5 5 5
Onderwijsniveau: mbo 1 625 1 570 1 581 1 565 1 598 1 615 48 33 31 24 22 36 3 2 2 2 1 2
Onderwijsniveau: hbo 656 700 717 725 722 781 20 16 17 16 13 20 3 2 2 2 2 3
Onderwijsniveau: wo 385 422 418 444 426 459 16 11 8 10 7 16 4 3 2 2 2 4
Vrouwen Totaal persoonskenmerken 2 692 2 751 2 836 2 911 2 998 3 077 248 201 173 156 142 155 9 7 6 5 5 5
Onderwijsniveau: basisonderwijs 181 186 188 202 205 194 37 32 25 22 17 18 20 17 13 11 8 9
Onderwijsniveau: mavo 249 254 256 260 267 256 28 25 21 22 19 20 11 10 8 9 7 8
Onderwijsniveau: vbo 320 305 323 325 338 341 44 32 31 23 23 25 14 10 9 7 7 7
Onderwijsniveau: havo/vwo 178 180 183 191 195 193 20 16 14 13 16 14 11 9 7 7 8 7
Onderwijsniveau: mbo 1 060 1 061 1 086 1 099 1 140 1 178 76 62 53 48 41 47 7 6 5 4 4 4
Onderwijsniveau: hbo 502 552 578 607 612 661 29 24 19 20 20 23 6 4 3 3 3 3
Onderwijsniveau: wo 198 208 218 226 241 253 13 10 10 7 7 9 7 5 5 3 3 4
© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen 2004-01-14

Wat zijn de oorzaken van werkloosheid?

Structurele werkloosheid
Structurele werkloosheid wordt vooral veroorzaakt door het minimumloon. Als een minimumloon effectief is, zijn er vele maatregelen die de werkloosheid kunnen verhogen. In dit geval is het minimumloon een directe oorzaak en de maatregelen indirecte oorzaken.

Directe oorzaken
Er zijn 3 omstandigheden wanneer een minimumloon moet worden ingesteld:
• De aanwezigheid van een wettelijk minimumloon
• Collectieve loonafspraken
• Werkloosheidsuitkeringen
Wettelijk minimumloon
Het wettelijk minimumloon zorgt ervoor dat het prijsmechanisme niet vrij kan functioneren. Het wettelijk minimumloon heeft geen effect als de marginale opbrengsten van een werknemer gelijk zijn aan de marginale kosten. Het marktloon komt tot stand in een situatie van volledige werkgelegenheid. In een vrije markt zullen werklozen zich aan móeten bieden onder het marktloon. Als het minimumloon hoger is dan het marktloon, worden werknemers met een te lage arbeidsproductiviteit ontslagen. Werkgevers willen niet dat hun werknemers meer kosten dan dat ze opleveren. Door het minimumloon kan het marktmechanisme niet meer volledig werken (geen flexibel aanpassingssysteem). Als de vraag voor een bepaald soort arbeid daalt, kunnen werknemers zich niet aanbieden, omdat zij zich niet onder het minimumloon aan mogen bieden. Hierdoor raken zij werkloos.
Collectieve loonafspraken
In Nederland is het wettelijk minimumloon niet van invloed op de werkloosheid, omdat 95 procent van de arbeidsovereenkomsten is vastgelegd in een Collectieve ArbeidsOvereenkomst. Hierin wordt een minimumloon voor een gehele bedrijfstak ingesteld.
Werkloosheidsuitkeringen
Zonder een wettelijk minimumloon, wordt het minimumloon vastgesteld als de hoogte van de werkloosheidsuitkering. Als het minimumloon lager is, is er geen prikkel voor werklozen om te gaan werken, als ze toch minder overhouden dan dat ze een uitkering krijgen.

Indirecte oorzaken
Als een werkgever met lastenverhogingen wordt geconfronteerd, wordt het duurder om een werknemer in dienst te nemen. Dan worden kosten die hij voor werknemers maakt soms hoger dan de opbrengsten. Dit leidt in een vrije markt tot een lager loon. Dit veroorzaakt werkloosheid doordat de werkgever werknemers zal ontslaan die meer kosten dan dat ze opleveren. De bedrijven die gedwongen worden verliesgevende werknemers te ontslaan, zullen hier een minder goede concurrentiepositie aan over houden.
Bedrijven die toch in staat zijn groter te worden, zal nieuw personeel in gaan huren. Op deze manier uit de werkloosheid zich dus in ‘niet-gecreëerde banen.
Iedere lastenverhoging leidt dus tot minder banen. Lastenverhogingen worden veroorzaakt door onder andere:
- Directe belastingverhoging
- Regulering -> bedrijf wordt gedwongen gedeelte v. middelen te besteden aan door overheid vastgestelde middelen -> Verhoging kosten -> kosten niet in verhouding tot waarde die werknemers eraan hechten -> loon kan niet worden aangepast -> werkloosheid
- Het collectief regelen van arbeidsvoorwaarden -> Bedrijf wordt gedwongen zich aan te passen -> indien loon niet kan worden aangepast -> werkloosheid
- Overheid legt groot beslag op kapitaalmarkt -> Stijging kapitaalkosten -> minder investeringen door bedrijven -> werkloosheid

Bij structurele werkloosheid zijn er allerlei ontwikkelingen aan de aanbodkant (in de productiestructuur) die werkloosheid kunnen veroorzaken, zoals:
• Verslechtering van de internationale concurrentiepositie
• Lage scholingsgraad
• Arbeids(on)geschikteheid
• Geringe (arbeids)mobiliteit en slechte arbeidsbemiddeling
• Frictiewerkloosheid
• Seizoenswerkloosheid

Verslechtering van de internationale concurrentiepositie
Als Nederlandse bedrijven vergeleken met buitenlandse bedrijven dure of slechte producten produceren, daalt de afzet van Nederlandse bedrijven en is er dus minder personeel nodig. De werkloosheid wordt dan dus veroorzaakt door de manier waarop in Nederland wordt geproduceerd.
Als de internationale concurrentiepositie dus verslechtert, zal de werkloosheid toenemen.

Lage scholingsgraad
Ondernemingen met goed geschoold personeel hebben een hoge arbeidsproductiviteit. Hierdoor zijn er lage arbeidskosten en verbetert de concurrentiepositie. Als ondernemingen dus laag geschoold personeel hebben, leidt dit tot een verslechtering van de concurrentiepositie en dus tot mogelijke structurele werkloosheid.

Arbeids(on)geschiktheid
In de jaren ’70 en ’80 kon overbodig personeel gemakkelijk een WAO-uitkering krijgen. Er was toen een onduidelijke wetgeving. Sinds 1992 is de wetgeving verscherpt en is het moeilijk om een WAO-uitkering te krijgen. Veel mensen verloren een deel van hun uitkering en moesten opnieuw werk zoeken. Dit veroorzaakte een toename van de werkloosheid, omdat maar weinig mensen een nieuwe baan konden vinden.

Geringe (arbeids)mobiliteit en slechte arbeidsbemiddeling
Geschikte werknemers willen vaak niet verhuizen voor een baan of veranderen van baan. Dit heet geringe arbeidsmobiliteit en veroorzaakt werkloosheid.

Frictiewerkloosheid

De eerste drie maanden dat je werkloos bent, ben je frictiewerkloos. Dit komt omdat het vinden van een baan tijd kost. Dit is ook een oorzaak van structuurwerkloosheid
Seizoenwerkloosheid
De vraag naar of van een product kan soms behoorlijk schommelen als gevolg van het klimaat. Seizoenswerkloosheid is het gevolg van zo’n onregelmatige vraag.

Conjucturele werkloosheid

Conjucturele werkloosheid wordt vooral veroorzaakt doordat overheidsinterventie tot gevolg heeft dat er schommelingen in de economische activiteit ontstaan doordat de productie niet is afgestemd op de vraag. Deze werkloosheid is tijdelijk. Als de bestedingen dalen, brengen ondernemingen minder producten voort en is er minder personeel nodig. Als daardoor de vraag naar arbeid lager is dan het aanbod, spreekt men van conjucturele werkloosheid.
De overheid kan conjucturele werkloosheid op twee manieren veroorzaken. Ten eerste door direct in te grijpen in de vrije samenwerking tussen mensen en ten tweede door middelen waarmee wordt samengewerkt te manipuleren.

Interventies die direct de samenwerking verhinderen
Er zijn vijf interventies die direct ingrijpen in de samenwerking tussen mensen en die dus conjucturele werkloosheid veroorzaken:
• Interventie in het prijsmechanisme
• Aantasting van aandeelhoudersrechten
• Protectionisme
• Vakbondsrechten
• Subsidiëring van het bedrijfsleven
Interventie in het prijsmechanisme
Interventie in het prijsmechanisme kan alleen tot conjucturele werkloosheid leiden, zolang het niet om een interventie in de prijzen van arbeid gaat. Dit leidt namelijk tot structurele werkloosheid.
Deze interventie zorgt ervoor dat werkgelegenheid niet tijdig beschikbaar komt voor de concurrerende industrieën. Door arbeid op te sluiten in niet-concurrerende industrieën wordt er verborgen werkloosheid gecreëerd. Deze werkloosheid zal zichtbaar worden wanneer bedrijven failliet gaan door te hoge kosten.
Aantasting van aandeelhoudersrechten
Door de aantasting van aandeelhoudersrechten wordt geld opgesloten in niet-concurrerende bedrijven en komt het dus niet beschikbaar voor concurrerende bedrijven. Als rechten van de aandeelhouders over hun bedrijf worden aangetast, wordt het minder aantrekkelijk in dit bedrijf te investeren. De overheid zorgt dus met aantasting van aandeelhoudersrechten dat er een verslechterde concurrentiepositie komt en een grotere werkloosheid.

Protectionisme
Met protectionisme kan een bedrijf zich afschermen van buitenlandse concurrentie, hierdoor gaat een bedrijf minder concurrerend werken en dit heeft tot gevolg dat er minder in het bedrijf geïnvesteerd zal worden. Hierdoor kan de werkgelegenheid omlaag gaan en ontstaat er dus werkloosheid.

Vakbondsrechten
Rechten toekennen aan een groep betekent altijd dat deze rechten mensen die niet deel uitmaken van deze groep benadelen. Hoe het toekennen van speciale rechten aan vakbonden leidt tot conjucturele werkloosheid, zal ik nu uitleggen aan de hand van één recht: het recht om niet ontslagen te worden
Ontslagbescherming discrimineert ten koste van toekomstige werknemers. Het eerste effect van ontslagbescherming is kostenverhoging voor de werkgever, wat werkloosheid veroorzaakt.Het tweede effect is dat de economie minder goed functioneert. Bedrijven zullen zich minder goed kunnen aanpassen aan consumentenbehoeften. Het bedrijf wordt gedwongen iemand in dienst te houden die meer kan kosten dan hij oplevert, hierdoor is dus verborgen werkloosheid gecreëerd.
Subsidiëring van het bedrijfsleven
Als de overheid subsidieert doet zij twee dingen:
- Ze verschaft geld aan bedrijven dat niet door de markt verschaft wordt
Het gevolg is dat ze de verhouding tussen arbeid en kapitaal verstoort. Het wordt nu goedkoper om een machine aan te schaffen, terwijl de arbeider bereid is zich tegen lagere kosten aan te bieden dan dat de machine kost. Er wordt meer in technologie geïnvesteerd dan dat de particuliere sector zou doen  werkloosheid
- Ze ontrekt geld dat ze voor de subsidiëring aan particuliere sector nodig heeft

Interventies die de middelen waarmee mensen samenwerken manipuleren
De tweede wijze waarop de overheid conjuncturele werkloosheid kan creëren, si door de middelen waarmee samengewerkt wordt, te manipuleren.
Doordat de overheid het monopolie op de geldcreatie heeft, kan de overheid de geldhoeveelheid manipuleren. De overheid kan de economie bijvoorbeeld stimuleren door de geldhoeveelheid te vergroten. Door de geldhoeveelheid te manipuleren kan de overheid voor diepere recessies zorgen en hierdoor zullen er meer werkzoekenden tegelijk op de markt komen.

Wat zijn de gevolgen van werkloosheid?

Ten eerste is er een verlies aan koopkracht omdat een sociale uitkering meestal lager is dan een looninkomen. Ten tweede zul je zonder werkkring in een sociaal isolement terecht komen. Je hebt geen contact meer met collega’s. Ook laten je vrienden je nogal eens vallen. Dat en het feit dat je moet zien rond te komen met minder geld, kan sociale spanningen veroorzaken.

Gebruikte bronnen

- http://www.bvenet.nl/~loopbaan/archief/Lessen/3-1.htm
- http://www.minszw.nl
- http://www.publiekdebat.nl/De%sociale%20staat%20van%20Nederland%202003.doc
- http://statline.cbs.nl/StatWeb/table.asp?STB=G2,G1&LA=nl&DM=SLNL&PA=37940&D1=4,6,10&D2=0,16-22&D3=a,!0-4&HDR=T,G3
- http://www.edith.nl/Rouwen/pabo3/Klas3g/Monika/Werkeloosheid%20in%202011.htm
- http://www.uitdaging.net/pagesned/artikel1.html
- http://www.libertarian.nl/NL/archives/000404.php
- http://www.werkportaal.nl/Actualiteit/574.html
- http://www.cpb.nl/nl/news/2003_32.html
- http://statline.cbs.nl/StatWeb/table.asp?LYR=G2:0,G1:0&LA=nl&DM=SLNL&PA=70173ned&D1=7,9-11&D2=a&D3=a&D4=a,!0-14,!25,!38&HDR=T&STB=G3
- Hoofdboek Economie in Balans, deel 1 Hoofdstuk 4 Werk, werk, werk

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Annemarie

Annemarie

Jou werkstuk is goedd!!! =) thx!

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast