Sociale zekerheid in nederland

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • havo | 2437 woorden
  • 20 december 2001
  • 326 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 326 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
De sociale zekerheid in Nederland
Profielwerkstuk economie

1. Wat houdt de sociale zekerheid in?


Sociale zekerheid is een financiële steun in de rug, van de overheid, voor mensen die niet of niet voldoende in staat zijn om een inkomen te krijgen door het ter beschikking stellen van de 4 productiefactoren. Bijv. iemand zoekt een baan, maar kan deze niet vinden, of krijgt ineens een ernstige ziekte, waardoor hij werkloos wordt, zijn inkomen vervalt dus, en hij heeft geen geld om nog eten, onderdak en dergelijke dingen te kunnen betalen.

Er zijn drie groepen wetten:

1. wetten die van het belang zijn bij het wegvallen van het inkomen,
2. wetten die de kosten van medische zorg betreffen,
3. wetten die de ouderdoms- en weduwenpensioenen regelen.

De sociale zekerheid bestaat uit twee takken:

- sociale voorzieningen
volksverzekeringen
- sociale verzekeringen werknemersverzekeringen

Sociale voorzieningen worden direct door de overheid betaald, via de rijksbegroting, dus via de belastingen.
Sociale verzekeringen worden door de mensen zelf betaald via de sociale premies.

De sociale verzekeringen vallen weer uiteen in de volksverzekeringen en de werknemersverzekeringen.

- De volksverzekering is voor iedereen, deze wordt betaald door iedereen die loonbelasting moet betalen, dus de werkende bevolking moet premies betalen om de niet-werkenden financieel steun te kunnen geven. De volksverzekering wordt betaald in box 1 van het nieuwe belastingssysteem, in de eerste schijf.

- De werknemersverzekering wordt betaald door werknemers en werkgevers, deze worden betaald via de premies.

2. Welke wetten vallen onder de sociale zekerheid?

Zoals hierboven beschreven zijn er drie groepen wetten:
1. wetten bij het wegvallen van het inkomen,
2. wetten voor de kosten medische zorg,
3. wetten die ouderdoms- en weduwenpensioenen regelen.

Sociale voorzieningen:
ABW- Algemene bijstandswet, wie geen inkomsten heeft, krijgt van de overheid een uitkering, zodat diegene toch een sociaal leven kan leiden.
Sociale verzekeringen:
- volksverzekeringen:
AWBZ- Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, deze wet verzekerd de kosten die een normale ziektekostenverzekering niet verzekert, zoals bijv. verblijf in een inrichting of langdurige verpleging.
AOW- Algemene Ouderdoms Wet, deze wet zorgt ervoor dat iedereen boven de 65 jaar, en dus stopt met werken een inkomen krijgt. Iedereen betaald hier ook premie voor, de werkende bevolking betaald dus premie voor het inkomen van de 65+ers.
ANW- Algemene Nabestaanden Wet, deze wet zorgt ervoor dat je als je weduwe /weduwnaar of wees wordt een uitkering krijgt. Deze uitkering is wel inkomensafhankelijk, en dat betekent, dat je als je inkomsten boven de fl.3943,92 zijn je geen uitkering meer krijgt, deze grens ligt heel erg laag.
AKW- Algemene Kinderbijslag Wet, de kinderbijslagwet geeft ouders met kinderen onder de 24 jaar een tegemoetkoming voor de kosten die ze maken.
Er hoeft (bijna) geen premie meer voor de kinderbijslagwet te worden betaald, dus gaat deze wet steeds meer de kant op van een sociale voorziening.
- werknemersverzekeringen:
WW- Werkloosheids Wet, de werkloosheidswet verzekert werknemers minstens een half jaar een uitkering als ze werkloos raken, hoe lang is afhankelijk van het arbeidsverleden, (zie schema) Na de WW komt de bijstand.
Arbeidsverleden: Duur uitkering:
4 jaar of minder 6 maanden
5 tot 10 jaar 9 maanden
10 tot 15 jaar 1 jaar
15 tot 20 jaar 1.5 jaar
20 tot 25 jaar 2 jaar
25 tot 30 jaar 2.5 jaar
30 tot 35 jaar 3 jaar
35 tot 40 jaar 4 jaar
40 jaar of meer 5 jaar

WAO –Wet Arbeids Ongeschiktheid, deze wet zorgt ervoor dat werknemers die langer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn een uitkering krijgen, ter vervanging van het eigenlijk te verdienen loon. Je bent geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt, als: je door ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling niet in staat bent om met werken, hetzelfde te verdienen als een gezonde werknemer met dezelfde opleiding en ervaring.
WAZ- Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen, deze wet zorgt ervoor dat zelfstandigen ook een uitkering krijgen als ze arbeidsongeschikt raken, de zelfstandigen betalen hier premies voor.
ZW (tot 1995)- deze wet regelde dat de werknemer het eerste jaar dat hij ziek was 70% van zijn loon uitbetaald kreeg, vanaf 1995 veranderde men dit, de werkgever moest het nu de eerste 6 weken zelf betalen, en daarna ging de zieke werknemer de ZW in, dit had als doel dat de werkgevers het ziekteverzuim terug gingen dringen. Vanaf 1 maart 1996 is de ZW afgeschaft, en vervangen door de WULBZ- Wet Uitbreiding LoondoorBetalingsplicht bij Ziekte, dit houdt in, dat de werkgever het hele eerste jaar dat de werknemer ziek is verplicht is om 70% van het loon door te betalen.
Wajong- Wet Arbeidsongeschiktheid JONGgehandicapten, deze wet regelt dat jongeren die arbeidsongeschikt zijn of raken een uitkering krijgen.

3. Geschiedenis van de sociale zekerheid.

1874 – kinderwetje van Van Houten
Rond 1850 was er in Nederland de industriële revolutie, overal werden fabrieken gebouwd waar van alles geproduceerd werd. In deze fabrieken was veel personeel nodig. De fabrieksdirecteuren wilden maar weinig voor het personeel betalen, en daarom namen ze veel kinderen aan. De kinderen werkten vaak en erg lang, 6 dagen in de week van 6 uur `s morgens tot 6 uur `s avonds. De kinderen konden niet naar school, omdat de ouders dit niet konden betalen, en het geld wat de kinderen binnenbrachten konden ze niet missen. Minister van houten vond dat dit niet kon, en stelde daarom een wet in, kinderen onder de 12 jaar mochten niet meer de fabriek werken. Het kinderwetje van Van houten is één van de eerste sociale wetten, maar pas in 1900 werden de eerste ”echte” sociale wetten opgesteld.

1901- Ongevallenwet
In de fabrieken van vroeger was het helemaal niet veilig, en zo gebeurde het nog weleens dat er ongelukken gebeurden. Je arm kon bijv tussen een machine komen, en je kon dan niet meer werken. In die tijd betekende geen werk ook geen inkomsten, en geen inkomsten, geen eten voor jou en je gezin. Cornelis Lely, die toen minister was, vond dat mensen die een ongeluk op het werk hadden gehad en niet meer konden werken recht hadden op een uitkering. Hiermee was de eerste sociale wet geboren, hij gelde weliswaar nog niet voor iedereen, maar het begin was er.

1917- Werkeloosheidsbesluit
Begin 19de eeuw bestond er nog geen vorm van uitkering bij werkloosheid. Wie lid was van een vakbond kon wel rekenen op een klein beetje geld van andere leden. Toen er door de eerste wereldoorlog een crisis uitbrak, kwam er veel werkloosheid, zoveel dat de overheid er wel iets aan moest doen. Het werkloosheidsbesluit werd in gebruik genomen.

1919- Vrijwillige OuderdomsVerzekering (VOV) en InvaliditeitsWet (IW)
Als je oud werd kon je niet zomaar stoppen met werken, dat betekende dat je dus geen inkomsten meer had, en niet meer voor jezelf kon zorgen, veel oude mensen gingen daarom bij hun kinderen wonen. Vanaf 1919 kwam er de VOV, iedereen kon als hij dat wilde, premie betalen, en voor een eigen pensioen sparen. Het was een vrijwillige verzekering, dus je hoefde niet te sparen als je niet wilde. De VOV is een dus een soort voorloper van de huidige pensioenen.
Ook kwam er in 1919 de invaliditeitswet, deze wet regelde dat mensen die invalide waren, en hierdoor niet konden werken een uitkering kregen, ook werd een uitkering betaald aan weduwen en wezen. De invaliditeitswet en de VOV zijn niet alleen een voorloper van de WAO, maar ook van de AWW en de AOW, omdat ze geld uitkeerden, bij:
- Ouderdom
- Overlijden van een werknemer (uitkering nabestaanden)
- Maar ook wanneer een werknemer invaliden raakte.

1930- ZiekteWet
Vroeger kreeg je als je ziek was en niet kon werken geen geld, met de ziektewet is hier verandering in gekomen, je kreeg vanaf 1930 een ziektewet uitkering.

1941- Kinderbijslag
De gezinnen van vroeger waren vaak heel groot, en de lonen waren maar laag. Dit betekende vaak, hoe groter het gezin, hoe armer het gezin was. Men wilde eigenlijk in 1920 de kinderbijslag al invoeren, maar dat wilden de vakbonden niet. De vakbonden wilden liever hogere lonen. Andere vakbonden vonden juist dat de lonen hoog genoeg waren, voor gezinnen met twee kinderen. In 1941 kwam dan toch de kinderbijslag, voor gezinnen met drie of meer kinderen. De kinderbijslag stopte als een kind 15 jaar werd.

1947- Noodwet Drees (de voorloper van de AOW)
Minister Drees is een van de bekendste ministers van Nederland, omdat vooral door hem, de AOW is ingevoerd. In 1947 voerde hij de noodwet ouderdomsvoorziening in, iedereen noemde de wet naar hem, de noodwet Drees, met deze wet kreeg iedereen boven de 65 jaar een uitkering, in 1957 kwam de echte AOW, deze verving de noodwet van Drees.
Op het plaatje hieronder staat Drees, hij is zelf ook heel oud geworden, en heeft dus zelf ook veel voordeel gehad van zijn noodwet, dit wist hij toen alleen zelf nog niet.

1959- AWW
In 1959 werd de Algemene weduwen en wezenwet ingevoerd, weduwen en wezen kregen een uitkering als hun man, of ouders overleden. Als de man overleed kreeg de vrouw een uitkering om het gezin draaiende te houden, werd een kind wees dan kon het kind met dit geld alsnog verzorgd worden, en als de vrouw overleed kon de man zijn gezin onderhouden van zijn inkomen.

1965- Algemene bijstandswet
De algemene bijstandswet is de bekendste uitkering, vanaf 1965 kreeg iedereen die geen inkomen had bijstand. Dit was vooral een voordeel voor getrouwde vrouwen, die thuis voor de kinderen en het huishouden zorgden. Minister van maatschappelijk werk, mevrouw Marga Klompé (de eerste vrouwelijke minister) heeft deze wet ingevoerd. Hieronder een plaatje van haar.

1967- AWBZ (algemene wet bijzondere ziektekosten)
Met deze wet werden bijzondere ziektekosten, zoals langdurige verpleging, enz. via de wet betaald, zelf konden de mensen dit niet betalen, en verzekeringsmaatschappijen wilden het niet verzekeren, maar vanaf nu ging het via de wet.

1967- WAO (wet op arbeidsongeschiktheid)
In 1901 is de ongevallenwet gekomen, als je dan een ongeluk op je werk had gehad kreeg je een uitkering, in 1967 kwam de wet op arbeidsongeschiktheid. Deze wet zorgt ervoor dat iedereen die langer dan een jaar ziek is een uitkering krijgt. Door welke reden je ziek bent is niet belangrijk, het kan tijdens het werken gebeurd zijn, maar het kan ook buiten het werk gebeurd zijn.

1976- AAW (algemene arbeidsongeschiktheidswet)
Deze wet was met name voor de mensen die geen beroep kon doen op de WAO, zoals zelfstandigen en gehandicapten. De AAW bestaat ondertussen al niet meer omdat de gehandicapten en de zelfstandigen nu allebei eigen arbeidsongeschiktheids voorzieningen hebben.

Vanaf 1993- herziening van de WAO
In 1967 is de WAO ontstaan, maar omdat er in 1990 al bijna een miljoen mensen in zaten, is de regering de regeling aan gaan passen. De uitkering is lager geworden voor jongere mensen, er wordt nu om de 5 jaar gecontroleerd of de mensen die in de WAO zitten nog steeds arbeidsongeschikt zijn. Ze krijgen een lagere uitkering als ze beter geworden zijn, maar nog niet op hetzelfde niveau als voorheen kunnen verdienen. Ook vond de overheid dat de werkgevers meer moesten bijdragen, nu moeten werkgevers dus premie betalen. Hoe meer mensen de werkgever in de WAO heeft zitten, hoe meer premie hij moet betalen.

1996- Wulbz- aanpassen van de ziektewet
In 1996 werd de ziektewet, die er in 1930 al was sterk veranderd, vele denken dat de ziektewet is afgeschaft, maar dat klopt dus niet. Vanaf nu moesten werkgevers bij ziekte het loon gewoon door betalen, en dat terwijl er dus niet wordt gewerkt. De werkgever moet dit een jaar lang doen, daarna kan er aanspraak worden gemaakt op de WAO. Maar niet iedereen die ziek is krijgt het loon doorbetaald, bijvoorbeeld zwangere vrouwen krijgen wel een ziektewetuitkering als ze met zwangerschapsverlof gaan.

1998- Wet REA (Wet op (re)integratie arbeidsgehandicapten
Er zijn nu nog steeds veel mensen die een handicap hebben of een WAO-uitkering krijgen, maar er zijn ook veel werkgevers op zoek naar werknemers. Veel werkgevers durven geen mensen met een handicap aan te nemen, door ziekte en kosten van aangepaste zaken. Hierom heeft de overheid de wet REA bedacht, hierin zijn allerlei maatregelen verwerkt die het aannemen van mensen met een handicap wel aantrekkelijk maakt, een paar van deze maatregelen zijn:
- Als een werknemer ziek wordt, krijgt hij een ziekte-uitkering, zodat de werkgever het loon niet door hoeft te betalen.
- Als de werknemer aangepaste zaken nodig heeft, zoals een bijzondere computer, of een begeleider, dan kan de werkgever deze krijgen van de overheid.
Door de wet REA hoopt men dat er meer arbeidsgehandicapten aan het werk gaan, en dus geen WAO-uitkering meer nodig hebben.

1901-2001: ”100 jaar sociale zekerheid! ”
De eerste ”echte” sociale wetten zijn begin 1900 bedacht, dat wil dus zeggen dat we nu in een samenleving leven waar het belang van zorg en welzijn door middel van sociale wetten heel goed geregeld is. Mensen zoals Cornelis Lely, Willem Drees en Marga Klompé en anderen hebben hiertoe een grote bijdrage geleverd. Zonder hun inspanning voor het welzijn van onze samenleving waarschijnlijk nog net zo onzeker zij als vroeger.

4. Waarom zijn in Nederland de kosten van de sociale zekerheid zo hoog vergeleken met andere landen?

De kosten van ons stelsel van sociale zekerheid zijn erg hoog, omdat:
- De kosten van de WAO en de kosten van de Ziektewet erg hoog waren, omdat de Nederlander erg snel ziek thuis blijft. Ook hebben de werkgevers hier een grote rol in gespeeld, zij loosden overtollig personeel in de WAO, omdat dit voordelig was voor de werknemer (ze kregen dan meer geld) en voor de werkgever (ze hoefden geen ingewikkelde ontslagprocedure door te maken.)
- De koppeling van de lonen aan de uitkeringen, dit wil zeggen dat als de lonen 5% stijgen, dan stijgen ook de uitkeringen 5% (welvaartsvast) Het zou goedkoper zijn als de uitkeringen waardevast zouden worden, ze zijn dan gekoppeld aan de prijzen, dus als de prijzen 3% stijgen, stijgen de uitkeringen ook 3%.

5. Wat wordt er gedaan aan deze hoge kosten?

De overheid probeert de kosten in de hand te houden:
- Door een goedkopere AOW-regeling met strengere keuringseisen, dit is uiteraard nadelig voor de werknemer.
- Door ervoor te zorgen dat er minder uitkeringen komen, door bijvoorbeeld terugdringen van het ziekteverzuim en door het verbeteren van arbeidsomstandigheden.
- Door de koppeling tussen de lonen en de uitkeringen los te laten, als de lonen stijgen hoeven de uitkeringen niet ook zoveel te stijgen als de prijzen, maar iets minder.
- Door maatregelen te treffen om mensen makkelijker aan het werken te krijgen, zoals bijvoorbeeld omscholing, en subsidies voor werkgevers die werklozen aannemen.
- Door fraudebestrijding, door middel van simpelere regels, strengere controles, en hogere boetes als de regels worden overtreden.
- Door het begrip ”passende arbeid” te verruimen. Dit wil zeggen dat je verplicht bent simpeler werk aan te nemen dan dat je gewend bent, doe je dit niet, dan krijg je een lagere uitkering.
- Door financiële prikkels in te bouwen. Hiermee wordt bedoeld dat je als je bijvoorbeeld niet meewerkt naar een oplossing binnen een bedrijf, je vakantiedagen verliest, de inbouw van premiedifferentiatie, ieder moet een andere premie betalen, dus de ”modelwerknemer” hoeft de minste premies te betalen (werk je niet mee dan moet je meer premie betalen.)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

vette shizzle bro.

10 jaar geleden

M.

M.

echt goed zecht menno

9 jaar geleden

D.

D.

echt dankje man mijn lekkere eco docent was er blij mee

8 jaar geleden