ADVERTENTIE
Maak nu een gratis account aan op Mijn Examenbundel!

Nog 17 weken tot de eindexamens beginnen. Wil jij je zo goed mogelijk voorbereiden? Check Mijn Examenbundel voor een gepersonaliseerd dashboard en rooster, examenstof per vak, gratis oefenexamens en meer!

Naar mijn.examenbundel.nl
Hoofdvraag:
Is er verschil tussen de migratie van Aruba en de Nederlandse Antillen? En zo ja, welke?

Deelvragen:

-Wat zijn de motieven om te migreren naar Nederland?
Waarom weg van de Antillen?
Waarom naar Nederland?

-wat zijn de consequenties van deze migratie stroom voor deze eilanden?

-zijn er verschillen tussen de migratie motieven van de Arubanen en de Antillianen?

Inleiding

In het dagelijkse spraakgebruik worden met ‘de (Nederlandse) Antillen’ twee rijksdelen bedoeld: Aruba, dat sinds het verkrijgen van het Status Aparte in 1986 een aparte positie inneemt binnen het koninkrijk, en de ‘echte’ Nederlandse Antillen. Binnen de ‘Antillen van Vijf’ zijn twee duidelijke tegenstellingen te vinden die ik verderop zal uitleggen.

In dit werkstuk zal ik proberen een beeld te geven van de redenen waarom mensen uit de Antillen en Aruba naar Nederland emigreren en wat hiervan de gevolgen zijn. Ik zal ook proberen om uit te leggen dat veel factoren vooral kenmerkend zijn voor Curaçao en dat op de andere eilanden, met name Aruba, een compleet andere situatie heerst. Ik wil aantonen dat het verkeerd is om de emigratie uit de Nederlandse Antillen en Aruba naar Nederland te zien als één verschijnsel met identieke oorzaken en gevolgen.


Waarom een onderscheid tussen de Nederlandse Antillen en Aruba?

Ten eerste is er het verschil tussen de Bovenwindse (Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba) en de Benedenwindse eilanden (Bonaire en Curaçao). Het verschil tussen deze twee groepen eilanden is groot. Taal is het meest in het oog springende verschil Daar komt bij dat de Bovenwindse eilanden, door hun ligging en taal, zich meer op de Verenigde Staten richten, terwijl de Benedenwindse - waartoe ook Aruba behoort - sterker op Nederland en Zuid-Amerika zijn georiënteerd.

Ten tweede bestaat er verhoudingsgewijs een tegenstelling tussen Curaçao en de andere eilanden. Curaçao is verreweg het grootste eiland van de Antillen en heeft het grootste bevolkingsaantal. De bevolking van de zes eilanden tezamen bedraagt bij benadering 257.934 inwoners. Het Arubaanse aandeel in de bevolking bedraagt 65.117, het Curaçaose 142.059. Sint Maarten telt 31.722 personen en Bonaire 16.139. De overige twee eilanden - Sint Eustatius en Saba - komen beide niet boven de tweeduizend inwoners.

Van de zes eilanden die vroeger deel uit maakten van de Nederlandse Antillen is Curaçao de grootste in oppervlak en in populatie. Hierbij komt ook dat in de geschiedenis Curaçao een belangrijke rol vervulde als doorvoerhaven en op deze manier interessanter was voor Nederland dan de overige vijf eilanden. Dit maakte dan ook het bestuur van de Nederlandse Antillen op Curaçao zetelde. Er was sprake van een overwicht ten opzichte van de andere eilanden. Beslissingen werden al te vaak genomen in het voordeel van het eiland Curaçao en soms ten koste van de andere kleinere eilanden.

Het Curaçaose overwicht wordt niet altijd op prijs gesteld en is de belangrijkste reden waarom Aruba zich in 1986 van de Antillen afscheidde. Een andere reden voor deze afscheiding was waarschijnlijk het etnische verschil tussen Aruba en Curaçao. Curaçao heeft een overwegend zwarte bevolking (de Afro-Curaçaoënaars) zoals dat in de Caraïben gewoon is, terwijl de authentieke bevolking van Aruba een mix is van de oorspronkelijke Indiaanse bewoners met Europese kolonisten. Dit verschil uit zich in cultuur, leefgewoonten, mentaliteit en omgangsvormen en leidde geregeld tot botsingen, ook op politiek niveau.

Het moge duidelijk zijn dat de term ‘Antillianen’ een grove generalisatie is. Toch bestaat er in Nederland een redelijk gelijksoortig beeld van ‘de Antillianen’ waar ook Arubanen als vanzelf worden bijgevoegd: ze zijn voor het overgrote deel ‘zwart’ en ze spreken allemaal Papiamento, zeker de zogenoemde eerste generatie. De tweede reden waarom de term ‘Antillianen’ misleidend is, heeft te maken met de overweldigende meerderheid van de Curaçaoënaars binnen de Antilliaanse gemeenschap in Nederland. Als Nederlanders spreken over ‘Antillianen’ bedoelen ze in werkelijkheid vaak Curaçaoënaars. Hoewel er dus grote verschillen bestaan tussen deze eilanden worden ze in vrijwel alle officiële gegevens in Nederland ten onrechte bij elkaar gezet.

Nieuwkomers in Nederland komen de laatste jaren vooral van de Antillen en in mindere mate van Aruba. Uit Aruba komen er achtereenvolgens 944 (1996), 1040 (1997) en 1303 (1998). Uit de Antillen zijn de cijfers voor de zelfde jaren 4727, 5795 en 8873.

Historische schets

1945

Antillianen zijn al eeuwen in de Nederlandse samenleving aanwezig. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog beginnen ze een steeds groter aandeel in de Nederlandse samenleving te vormen. Na de tweede wereldoorlog is de migratie van Antillianen en Arubanen naar Nederland pas echt op gang gekomen. Vooral in de jaren vijftig nam de migratie toe vanwege het ruime studiebeursbeleid, dat mogelijk maakte dat Antilliaanse en Arubaanse jongeren een vervolgopleiding konden volgen in Nederland die op de eilanden zelf niet voorzien was.

Jaren 60 en de jaren 70

In de jaren 60 en de jaren 70 werden door Nederlandse bedrijven ruim 1800 mannen en vrouwen van Curaçao en Aruba gehaald om als arbeidskracht te dienen.
Er werden vooral veel laaggeschoolden gehaald. De mannen kregen over het algemeen werk in de metaalindustrie, bij Fokker en in de Rotterdamse havenbedrijven, terwijl vrouwen vooral terecht kwamen in de verzorgende sector. Nederlanders maakten voor de eerste keer kennis met laaggeschoolde Curaçaose arbeiders
Voor deze arbeiders betekende het een nieuwe wereld, met nieuwe kansen, een hoger inkomen en een beter bestaan.

Jaren 70

Begin jaren zeventig stopte de rekrutering van Antilliaanse en Arubaanse arbeidskrachten, omdat toen vooral arbeiders uit landen rond de Middellandse Zee werden geworven.
Tot het begin van de zeventiger jaren kwam er een selecte groep Antilliaanse en Arubaanse migranten: zij hadden of een studiebeurs of een arbeidscontract. Daarna bestond de migratiestroom ook uit studenten zonder een vaststaand studieplan en mensen die op eigen initiatief naar werk gingen zoeken. De eerst generatie migranten had een beter bestaan gevonden en er kwam een mond-op-mond reclame op gang waardoor meer mensen besloten om de grote stap te wagen naar Nederland.
Vanwege de achteruitgang van de economie op met name Curacao vond vanaf het eind van de jaren zeventig een stroomversnelling plaats in de migratie van hoofdzakelijk mensen met een lage opleiding. Vanwege de economische groei van Aruba, vooral in de toeristenindustrie, nam het migratiesaldo in die tijd enigszins af.

Jaren 80

Van alle emigranten vanuit Curaçao vertrekt bijna driekwart naar Nederland. Het aantal emigranten naar Nederland stijgt in het begin van de jaren ’80 gemiddeld met 2000 mensen per jaar en groeit tot 4.500 a 5.000 emigranten per jaar aan het eind van de jaren ’80. Het belang van Nederland als bestemmingland vanuit Curaçao neemt dan ook toe. In 1981 gaat 66% van de emigranten naar Nederland en in 1989 is dit gestegen naar 84 procent. In totaal is zijn ertussen 1981 en 1989 gemiddeld 150.000 personen, hetgeen betekent dat het negatieve migratiesaldo met Nederland gelijk is aan zo’n tien procent van de bevolking.

1985

1985 was een piekjaar voor de emigratie vanuit de Antillen en Aruba. Op de eerste plaats vanwege de sluiting van de Shell-raffinaderij op Curaçao (deze werd later overgenomen door een Venezolaanse Maatschappij) . De economie van Curaçao was van 1915 tot 1985 nauw verbonden met Shell. Dit bedrijf had een olieraffinaderij op het eiland en was de grootste werkgever. Het hoogtepunt van de olie-industrie op Curaçao werd bereikt in 1952: de olieraffinaderij bood werk aan bijna 11.000 mensen, oftewel 10 procent van de totale bevolking van het eiland. Omdat de raffinaderij ernstig verouderd was en Venezuela juist in die periode de prijs van haar ruwe olie verhoogde moest Shell zelfs haar deuren sluiten, wat tot gevolg had dat duizenden mensen hun baan verloren en er dus massaal werkloosheid ontstond. Het vertrouwen in de economie van Curaçao was in die periode heel gering.
Naast het afnemende belang van de olie-industrie speelde ook een trage ontwikkeling van het toerisme Curaçao parten.

Op Aruba had de plotselinge opheffing van de LAGO raffinaderij ook een vergelijkbaar effect voor de Arubaanse werkgelegenheid. Ook het vooruitzicht van de Status Aparte voor Aruba per januari 1986 speelde een rol van betekenis. Na de invoering van de Wet Studiefinanciering halverwege de jaren tachtig, waardoor iedere Nederlander een basisbeurs kon krijgen, kwam er een spontane stroom studenten naar Nederland.
Aruba wist zich na 1985 te herstellen en maakte toen een grote economische bloei door, vooral gedragen door de ontwikkelingen van het toerisme.

Jaren 90

In de jaren ´90 is er een vrijwel constante trend, maar in aantallen wisselende migratie van de Antillen en Aruba naar Nederland. Toch is er een duidelijk statistisch verschil te zien: terwijl de migratie vanuit de Antillen in de tweede helft van de jaren ´90 toeneemt, zwakt die vanuit Aruba af (en de remigratie daarheen neemt toe).

De laatste decennia maakt Aruba een aanzienlijke economische voorspoed mee, terwijl de economie op Curaçao stagneert. In de periode 1985-2000 is het aantal inwoners in Aruba toegenomen van 60.000 naar 90.000. Deze toename komt vooral door een snel groeiende immigratie vanuit de naburige Zuid-Amerikaanse landen, maar ook door remigranten die weer terugkeren omdat ze weer vertrouwen krijgen in de economie.
Daarentegen vindt er in de laatste 10 jaar vanuit de Antillen, en vooral vanuit Curaçao, een grote stroom van emigratie naar Nederland plaats.

2002
In het eerste kwartaal van 2002 zijn er 1.009 Curaçaoënaars naar Nederland geëmigreerd. Dat zijn er minder dan in het eerste kwartaal van 2001 toen 1.548 Curacoaenaars naar Nederland emigreerden.
De afnemende migratie naar Nederland die vorig jaar in de zomer begon af te tekenen, zet zich voort zo blijkt uit de gegevens van het hoofd van het bevolkingsregister, Charles Rego. In 2000 werd de top bereikt met 7928 migranten. Sindsdien daalt het aantal migranten en zal die daling naar verwachting ook dit jaar voortzetten.

Aantal Antilliaanse en Arubaanse migranten
Bron:Centraal Bureau van Statistieken; Schrool en Voets (1989)
1971 18.215
1972 19.702
1973 20.975
1974 22.314
1975 23.884
1976 25.936
1977 27.896
1978 30.351
1979 33.259
1980 36.160
1981 40.010
1982 42.326
1983 43.734
1984 44.890
1985 46.153
1986 50.228
1987 55.169
1988 60.759
1989 66.282

In deze tabel is duidelijk merkbaar dat de migratie pas echt op gang kwam na 1985, door de dreigende sluiting van de SHELL-raffinaderij in Curaçao en de sluiting van de LAGO-raffinaderij in.

Gevolg voor de Nederlandse Antillen:

Curaçao zit momenteel in een‘diepe crisis’. Die crisis is in vrijwel alle maatschappelijke sectoren merkbaar, van onderwijs tot bestuur, van bedrijfsleven tot gevangeniswezen. De crisis komt het meest tot uitdrukking in het falende onderwijsbeleid. De scholen zijn verwaarloosd en de salarissen van docenten zijn laag. Het Papiamento is de instructietaal, maar de meeste leerboeken zijn in het Nederlands. De nakoming van de leerplicht wordt niet gecontroleerd. Vele duizenden kinderen gaan langere tijd niet naar school; enkele tientallen procenten van de Curaçaose bevolking is functioneel analfabeet.

Een probleem die direct te koppelen is aan het onderwijsprobleem is het sociale problematiek: doordat jongeren niet naar school gaan, ontstaat er hangjeugd, en is de criminaliteit ernstig toegenomen op Curaçao, gepaard met een toename van zware delicten als moord, overvallen en berovingen. Ook tienerzwangerschappen, huiselijk geweld en drugsproblemen namen ernstig toe. De bevolking werd geconfronteerd met een asociale leefomgeving en reageerde hier met de tijd grimmiger op: de tolerantie van de mensen onderling werd minder.
Het sociale problematiek zette op zijn beurt ook weer een groep emigranten op gang.

Als gevolg van onder andere deze problemen gaan nu al enkele jaren veel mensen van de Nederlandse Antillen weg. Het gaat vooral om jonge mensen. Aan het begin vooral goed opgeleide mensen (hoger kader), maar later ook een grote groep ongeschoolde mensen. Het wegvluchten van de goedopgeleide jonge mensen heeft hele grote gevolgen voor Curaçao. Vooral de economie gaat daardoor nog meer achteruit, veel mensen zien hun situatie in Curaçao als uitzichtloos. We noemen dit verschijnsel “braindrain”.
Verwacht wordt dat er als gevolg van de braindrain steeds minder mensen overblijven om de economie te dragen en dat veel ouderen eenzaam en zonder zorg achterblijven.
Zou de trend zich voortzetten, dan zouden problemen op langere termijn niet te overzien zijn.

Uit onderzoek van de Permanente Commissie voor Bevolkingsvraagstukken van de Nederlandse Antillen, dat eind 1998-begin 1999 werd geïnstalleerd, bleek al de sterke neiging van veel Antillianen om te gaan emigreren. Het ging daarbij vooral om mensen jonger dan 45 jaar en om het beter opgeleide deel van de bevolking: mensen met een middelbaar en hoger opleidingsniveau waren veruit in de meerderheid. Eén op de vijf volwassenen (18 jaar en ouder) op Curaçao gaf toen te kennen er aan te denken om te vertrekken, van wie eenderde al binnen een jaar.
De onderzoeksresultaten kwamen overeen, zo bleek uit het Curaçaose bevolkingsregister, met de vertrekcijfers over 1999: ongeveer 8.000 emigranten per jaar, zo’n zes procent van de bevolking, verreweg de meeste jonger dan 45 jaar. In 2000 waren het er weer ongeveer evenveel en in de eerste vier maanden van dit jaar bleken het er zelfs meer te zijn dan in de eerste vier maanden van het vorig jaar. De overgrote meerderheid van de emigranten, meer dan 80 procent, gaat naar Nederland.

De snel veranderende vorm van de leeftijdspiramides levert een onthutsend beeld van wat gedurende de afgelopen decennia op de Nederlandse Antillen is gebeurd. Dat geldt in het bijzonder op Curaçao, maar ook de andere Antilliaanse eilanden maken wat dat betreft dramatische ontwikkelingen door. Nam de bevolking in Curaçao tussen 1960 en 1972 nog in omvang toe, daarna - tot 1992 - stabiliseerde de bevolkingsomvang zich min of meer. Ondertussen vergrijsde de bevolking. Niet alleen door daling van het geboortecijfer - het gemiddeld kindertal per vrouw nam af van vijf à zes in 1960 tot rond de twee te wijten aan het gebruik van anticonceptie - maar ook als gevolg van de emigratie. Het migratiesaldo was voor 1992 weliswaar (bijna) altijd al negatief (de emigratie was groter dan de immigratie), maar niet in die mate als in het afgelopen decennium en vooral de afgelopen vijf jaren.

Situatie uitzichtloos

Vormt de leeftijdsopbouw boven de leeftijdsgroep van 35-39 jaar nog een ‘piramide’, in de groepen daaronder is sprake van een aanzienlijke insnoering. Dat beeld zal, gezien de aanhoudende emigratiestroom, dit jaar en de jaren daarna nog verder verslechteren.
Sociaal-economisch gezien heeft het massale vertrek van vooral beter opgeleiden grote effecten en lijkt de situatie vrijwel uitzichtloos.

Vergrijzing en ouderenzorg

De komende decennia zal de bevolking op de Antillen sterk vergrijzen omdat jongeren het eiland verlaten en de oudere generatie overblijft. Op dit moment wonen er op Curaçao meer dan 21.600 zestigplussers, op een totale bevolking van 135.000. De komende tien jaar alleen al zullen er zo’n 9.000 bijkomen. Uit een onlangs gehouden onderzoek van de Stichting Abraham, die zich beijvert om de activiteiten van de bestaande zorginstellingen te coördineren, bleek dat er op Curaçao 30 grote en kleine instellingen zijn die in totaal 785 bejaarden verzorgen. De verzorgingsbehoefte onder de bevolking is echter veel hoger.
De vraag is hoe de opvang van de ouderen moet worden geregeld als de kinderen zijn geëmigreerd en wie de ouderenzorg moet betalen. Uit de resultaten van het genoemde onderzoek van de Permanente Commissie bleek dat de bevolking uitgesproken opvattingen heeft over de verantwoordelijkheid van geëmigreerde kinderen voor de verzorging van hun achtergebleven ouders. Bijna 90 procent van de mensen vindt dat kinderen in hoofdzaak verantwoordelijk zijn voor het welzijn van hun bejaarde ouders. Verder is bijna driekwart van mening dat ook andere familieleden zouden moeten inspringen bij hulp aan ouderen. Zo’n 60 procent vindt dat ouderen van wie de kinderen in het buitenland wonen speciale aandacht van de overheid nodig hebben. Vooralsnog worden deze meningen, wanneer we letten op het aspect inkomensoverdrachten, op de Nederlandse Antillen nog nauwelijks in praktijk gebracht.

De situatie op Aruba

De situatie op Aruba ziet er anders uit. De oorzaken die op Curaçao zorgen voor een massale uittocht zijn op Aruba niet of bijna niet aanwezig. De cijfers van het bevolkingsregister laten zien dat er nog altijd een groei is in het aantal inwoners en dat het migratiesaldo positief is.
Daarbij komt dat de de emigratie op Aruba nog geen echte vorm heeft aangenomen dat het een probleem wordt. Hierdoor is er ook nog geen studie gedaan naar de oorzaken en gevolgen van emigratie van Arubanen naar Nederland, zoals dat voor Curaçao wel het geval is.

Het is wel aan te tonen dat criminaliteit, onderwijs, gezondheidszorg, sociale problemen, en andere factoren die in Curaçao oorzaken zijn voor migratie, op Aruba geen of nauwelijks een oorzaak zijn voor emigratie als je twee eilanden vergelijkt.

Verder is het ook aan te tonen dat de gevolgen van migratie voor Arubanen dan ook anders uitpakken. Met zo’n 300 studenten elk jaar kan ik zeggen dat een grote groep migranten studenten zijn met een goed opleiding die hier voor hun vervolgopleiding emigreren. Deze groep komt goed voorbereid naar Nederland omdat ze een hele voorbereidingstraject moeten volgen die door het Ministerie van onderwijs wordt georganiseerd. Deze en ook andere Arubanen (niet-studenten) worden ook begeleid door een speciale bureau namelijk het kabinet van de gevolmachtigde minister van Aruba, ook wel het “Arubahuis”. Ook door het verschil in cultuur, mentaliteit en omgangsvormen kan ik stellen dat Arubanen minder problemen krijgen en ook minder problemen veroorzaken als ze eenmaal in Nederland zijn gevestigd

De situatie in Nederland:

Het aantal in Nederland wonende Antillianen is opgelopen van 18.000 in 1970, naar 46.000 in 1985 tot 117.000 eind 2000. Dat laatste aantal is ongeveer even groot als het huidige inwonertal van Curaçao.
De meeste Antillianen die de laatste paar jaar naar Nederland kwamen zijn laag opgeleid en hebben vaak geen reële verwachtingen van ‘Patria’. Zij treffen in Nederland een vreemde, soms vijandige cultuur aan en komen vaak in de bijstand terecht.27 Een helaas niet te schatten aantal Antillianen komt in Nederland in het criminele circuit terecht.
Zou je de Arubaanse bevolkingsgroep in Nederland er ook bijtellen dan komt het aantal immigranten uit de Nederlandse Antillen en Aruba tegenwoordig uit op ongeveer 90.000 personen. Van deze groep zijn ongeveer 63.000 personen afkomstig van Curaçao. Dat betekent dus dat ongeveer 70% van de zogenaamde “Arubanen en Antillianen” eigenlijk Curaçaoënaars zijn. De groep Arubanen, maar ook de groep Bonerianen, de mensen van Sint Maarten, Saba en St. Eustatius blijven ver achter.
Culturele problemen
Vaak reizen jonge Curaçaoënaars geheel onvoorbereid af naar Nederland. Hierbij moet wel de aantekening gemaakt worden dat het hier gaat over personen uit de lagere sociale klassen, uit de probleemwijken. Deze problemen zijn bij veel Antillianen ongeveer hetzelfde: ze komen terecht in een compleet nieuwe wereld: een leefwijze die op geen enkele manier overeenkomt met die op de Antillen, dikwijls geldproblemen, huisvestingsproblemen en de niet te verwaarlozen taal- en cultuurproblemen.
Hoewel de Antilliaanse regering projecten heeft opgezet om deze groep te informeren over Nederland blijven veel migranten slecht ingelicht. De emigranten vinden dikwijls in Nederland niet het paradijs wat ze hadden verwacht, maar allerlei problemen als werkloosheid, verveling en een vaak vijandige maatschappij. De teleurstelling slaat vaak toe en heeft een groot ontmoedigend effect op de juist uit Curaçao gearriveerde migrant.
De kennis over de Nederlandse samenleving is vaak onvoldoende, de Nederlandse afstandelijkheid, de koele sociale omgang, het ‘koude’ klimaat, weinig familie- of vriendschapsbanden vergeleken met de thuissituatie, de veel te hoog gespannen verwachtingen van ‘Patria’, geen opvang... Veel nieuwe Antilliaanse immigranten vallen in deze totaal vreemde staat in een groot gat en vallen ten prooi aan de verlokkingen van de Nederlandse consumptiemaatschappij.
Schulden zijn het grootste probleem van de meeste Antilliaanse huishoudens met een bijstandsuitkering. Dit komt meestal neer op huurachterstanden, schulden aan KPN, het energiebedrijf en postorderbedrijven. Door de mogelijkheid van gespreid betalen verliezen velen de kosten uit het oog en wordt de schuldenlast soms ondraaglijk.
Een andere oorzaak van een hoge schuldenlast kan liggen in de sterke familieband die Antillianen hebben. Als een nieuw familielid vanuit Curaçao richting Nederland vertrekt, gaat hij/zij vaak (tijdelijk) bij al gearriveerde familieleden inwonen. Het is niet ‘netjes’ om hiervoor een bijdrage te vragen en vele Antilliaanse huishoudens met een bijstandsuitkering raken op deze manier in de problemen.
Problemen op de arbeidsmarkt
Zoals ik eerder vermeld heb, kwamen vooral na 1985 veel Curaçaoënaars hun geluk beproeven in Nederland. Zij stuitten op een aantal problemen op de arbeidsmarkt. Ten eerste was de nieuwe lichting Antillianen vaak slecht opgeleid. Zij beschikten dus vaak niet over de benodigde diploma’s voor een bepaalde baan. Werkervaring werd op Curaçao van groter belang geacht dan het bezitten van diploma’s en daarom dachten vele Curaçaoënaars hier snel werk te kunnen krijgen, bijvoorbeeld bij Shell waarvoor ze op Curaçao ook al werkten. In Nederland zijn diploma’s echter van groot belang en werd de werkervaring van de Antilliaan vaak niet erkend. Als Curaçaoënaars wél over een diploma beschikten bleek deze door de hoge opleidingsgraad in Nederland vaak minder waard dan op de Antillen.
Ook discriminatie speelt een rol: onder Antillianen van alle opleidingsgraden komt meer werkloosheid voor dan onder ‘autochtone’ Nederlanders met een vergelijkbare opleiding. Het is echter onmogelijk de invloed van discriminatie op de slechte positie op de arbeidsmarkt van Antillianen te meten.
Ondanks al deze genoemde problemen zijn er zogenaamde pullfactoren die de uittocht naar Nederland in stand houden, zie verderop in dit werkstuk.

Criminaliteit onder Antilliaanse jongeren

Door aanpassingsproblemen en slechte economische vooruitzichten belandt een aantal Antilliaanse jongeren in het criminele circuit. De cultureel antropologe Marion van San heeft onderzoek gedaan naar de groep van delinquente Curaçaose jongens en hun families. In haar onderzoek figureerden uitsluitend Curaçaose jongens met een lage opleiding (meestal VBO of IVBO). Velen kwamen uit een éénoudergezin (alleenstaande moeders), waren op Curaçao geboren en woonden daar in een achterstandswijk.
Antilliaanse jongeren kunnen de verlokkingen van de Nederlandse consumptiemaatschappij nauwelijks weerstaan. Vele Antilliaanse jongeren, maken vaak een vergelijking tussen de situatie op Curaçao en Nederland om hun delinquente gedrag te verklaren. In Nederland zou de politie te laks optreden tegen delinquente jongeren. Daarom zouden deze jongeren niet weerhouden worden op het slechte pad te blijven. Ook de informele controle van familie en omgeving - op Curaçao duidelijk aanwezig - ontbreekt in Nederland geheel. Andere factoren dan verveling en geldnood spelen ook een rol.

Beantwoording deelvragen:
Wat zijn de motieven om te migreren naar Nederland? Op te delen in pushfactoren (waarom weg van de Nederlandse Antillen?) En pullfactoren (waarom naar Nederland?)
Pullfactoren:
Beter bestaan: financieel op vooruit en dus betere kansen voor het behoud van een goede kwaliteit van leven.
Zelfontplooiingsmogelijkheden: in Nederland meer mogelijkheden om een carrière op te bouwen of scholing (dat laatste vooral voor de groep die zich in de rol van student verplaatst)
Koninkrijksrelaties (Nederland is "vertrouwt" terrein, relatief gezien met andere landen die geen banden hebben met de Nederlandse Antillen en Aruba)
Sociale motieven (dikwijls heeft de migrant al familie, vrienden of kennissen die in NL wonen die hem op allerlei manieren kunnen helpen)
Gemeentelijke voorzieningen zijn aantrekkelijker: immateriële voorzieningen als sociale uitkeringen, kinderbijslag, ziektekostenverzekering en studiefinanciering, maar ook materiele voorzieningen als opvangmogelijkheden voor probleemgroepen (denk aan drugsverslaafden, gehandicapten, zieken en ouderen)
Pushfactoren: (de meeste vallen onder sociale economische factoren)
- Toename van armoede, en mede daardoor ook toenemende criminaliteit, werkloosheid, afname van vertrouwen in de politieke situatie (hangt samen met instabiele politieke stabiliteit), verslechtering van de kwaliteit van onderwijs en gezondheidszorg, toenemende sociale problemen als gebroken gezinnen, tienerzwangerschappen, drugsproblematiek, sociale controle (iedereen kent mekaar en Nederland is juist een groot land)
Wat zijn de consequenties van deze migratie stroom voor deze eilanden?
Versnelde vergrijzing van de bevolking: het is vooral de jonge bevolkingslaag die vertrekt. Hierdoor ontstaan kettingreacties: problemen op de arbeidsmarkt door gebrek aan arbeidskrachten, en grotere druk op de maatschappij omdat minder jonge mensen moet werken voor meer oude mensen)
Braindrain: hoger kader vertrekt omdat in Nederland betere kansen zijn (beter betaald ook) en voor pas afgestudeerde hoger opgeleiden is het veel aantrekkelijker om in Nederland te blijven dan om terug te keren. Doordat de werkdruk voor de achtergebleven hoger opgeleiden toeneemt ontstaat een kettingeffect. Deze problemen zijn het hardst te voelen in het onderwijs en in de gezondheidszorg.
Daling van het bevolkingscijfer: door leegloop EN door vergrijzing (lager geboortecijfer tegenover een onveranderd sterftecijfer)
Zijn er verschillen tussen de migratie motieven van de Arubanen en de antillianen?
Als je verhoudingsgewijs de migratiestroming vanuit Aruba zou vergelijken met die vanuit de Antillen (metname Curaçao) blijkt dat op Aruba de emigratie-cijfers stabiel en er zelfs sprake is van een toenemende immigratie. Op Curaçao is er in de laatste 5 jaar een stijging te zien in het emigratie-cijfer.
Bevolkingsaantal: op Curaçao dalend (leegloop) en op Aruba stijgend (volloop)
Sociaal-economische factoren wegen op Curaçao zwaarder. Cijfers over de economische situatie op beide eilanden laten zien dat Aruba er financieel beter voor staat, minder werkloosheid kent, en minder schulden heeft dan de N.A. Op Aruba is het meer de politieke instabiliteit en studiemotieven die de uitloop instand houdt.

Slot

Als we terugkijken naar de oorzaken en de gevolgen van migratie van de Nederlandse Antillen en het ontbreken van deze oorzaken en gevolgen vanuit Aruba dan kunnen we met zekerheid zeggen dat er een verschil is tussen de emigratie op Aruba en de emigratie op de Nederlandse Antillen (metname Curaçao). De redenen zijn anders en de omvang is niet te vergelijken.

We kunnen ook zeggen dat er een verschil is in de immigratie van Antillianen en Arubanen in Nederland. De opvang en integratie van Arubanen en Antillianen is verschillend en de gevolgen die nu worden gezien op de Antillen van de migratie is niet toe te passen op de situatie op Aruba. Verder zijn de gevolgen van immigratie van “Antillianen en Arubanen” die in Nederland worden gezien onmogelijk toe te rekenen aan Arubanen door de grote overmaat aan Curaçaoënaars ten opzichte van Arubanen.

Als ik dan de hoofdvraag beantwoord, dan kom ik tot de conclusie:
Ja, er is wel verschil tussen de migratie van Aruba en de Nederlandse Antillen.

Ik denk dat het tijd wordt om Arubanen als aparte groep te zien en uit de schaduw te brengen van de Antillianen.

Bronnen:

-Ken ta Arubiano?
Sociaale integratie en natievorming op Aruba
-Centraal bureau voor de statistiek Aruba
-Centraal bureau voor de statistiek (Nederland) Allochtonen in Nederland 2001
-Nidi Allochtonen in Nederland rapport nr. 10
-Sociaal en Culturele Planbereau Rapportage minderheden 1996
-Demos artikel Braindrain en vergrijzing op de Nederlandse Antillen
-Nederlandse dagblad Trouw artikel Ruim de helft van de Antilliaanse jongern wil naar Nederland
- Leo Dalhuizen e.a. ed., Geschiedenis van de Antillen: Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint Maarten (Zutphen 1997)
- J. Hartog, De geschiedenis van twee landen: de Nederlandse Antillen en Aruba (Zaltbommel 1993)
-Dalhuizen e.a. ed., Geschiedenis van de Antillen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

heey
weet jij misschien wat over het overheidsbeleid ten aanzien van de antillianen??

xxx
Carla

17 jaar geleden

P.

P.

klopt helemaal! er is een GROOT verschil tussen arubanen en curacao-enaars.

7 jaar geleden