Inleiding
Bij dit practicum stond osmose centraal. Bij osmose stroomt een vloeistof van een gebied met een lage concentratie, naar een gebied met een hoge concentratie. Bij dit practicum werden aardappelstaafjes in verschillende concentraties natriumchloride-oplossingen gedaan met als probleemstelling: Wat gebeurt er met de lengte en stevigheid van aardappel in verschillende Natriumchloride-oplossingen?
De hypothesen hierbij waren: 1. De lengte van de aardappelstaafjes wordt beïnvloed door de concentratie van de oplossing.
2. De stevigheid van de aardappelstaafjes wordt beïnvloed door de concentratie van de oplossing
De voorspellingen hierbij waren: 1. Als de lengte van de aardappelstaafjes beïnvloed wordt door de concentratie van de oplossing, dan worden de staafjes kleiner naarmate de concentratie hoger wordt.
2. Als de stevigheid van de aardappelstaafjes wordt beïnvloed door de concentratie van de oplossing, dan verliezen de staafjes stevigheid naarmate de concentratie hoger wordt.
Als de vloeistof in de cel van de aardappel een hogere concentratie heeft dan de vloeistof waar het inzit, zal de cel van het aardappelstaafje groeien en steviger worden, maar dit geldt dan natuurlijk ook omgekeerd: Als de vloeistof in de cel van de aardappel een lagere concentratie heeft dan de vloeistof waar het inzit, dan zal de cel kleiner worden en stevigheid verliezen.

Materiaal:
• 7 reageerbuisjes en een reageerbuisrek
• een viltstift
• 7 aardappelstaafjes uit dezelfde aardappel
• een mes
• een liniaal
• gedestilleerd water
• NaCl-oplossingen van 0,5%, 1%, 1,5%, 2%, 3% en 6%

Methode:
Eerst werden de buisjes genummerd, en daarna op volgorde gevuld, de eerste met gedestilleerd water en de 6 daarna met de NaCl-oplossingen, in de volgorde van de oplopende concentraties. Toen werden de aardappelstaafjes gesneden in ongeveer dezelfde grootte. Waarna er in elk reageerbuisjes 1 aardappelstaafje gestopt werd.
Een dag later zijn de aardappelstaafjes er weer uitgehaald, en opnieuw is de lengte gemeten, en is de stevigheid vastgesteld.

Resultaten:
concentratie Lengte voor de proef Lengte na de proef Lengteverandering
0% 5,0 cm 5,6 cm +12%
0,5% 5,05 cm 5,3 cm +4,95%
1% 4,95 cm 5,05 cm +2,02%
1,5% 4,90 cm 4,85 cm -1,03%
2% 4,95 cm 4,7 cm -5,3%
3% 5,05 cm 4,75 cm -6,315%
6% 5,05 cm 4,8 cm -5,2%

Verschil in stevigheid:
1. De stevigheid is gelijk gebleven
2. Dit staafjes is steviger dan voor het in de oplossing had gezeten.
3. Ook deze is steviger, maar minder stevig dat de 2de
4. Deze is zachter dan voor hij in de oplossing ging
5. Deze is zachter dan nummer 4
6. Deze is zachter dan nummer 5
7. Deze is zachter dan nummer 6

Conclusie:
Bij de eerste 3 buisjes is de concentratie van de vloeistof lager dan die van de vloeistof in de cellen van de aardappelstaafjes, waardoor de staafjes, door osmose, vocht opnemen en langer en steviger worden.
Bij de andere 4 buisjes is de concentratie van de vloeistof hoger dan die in de cellen van de aardappelstaafjes, waardoor de staafjes, door osmose, vocht afgeven, en kleiner en slapper worden.
Als de cel volgezogen is, waardoor de osmotische waarde laag is, is de turgor hoog, en als de cel leeggezogen is, waardoor de osmotische waarde iets hoger is dan daarvoor, is de turgor laag.
De cel zit in het laatste geval tegen de celwand aan, zonder er tegen te drukken, in dit geval treedt er grensplasmolyse op, maar al eerder, als de cel loslaat van de celwand treedt er plasmolyse op.
Mijn voorspellingen waren juist:
• Als de lengte van de aardappelstaafjes beïnvloed wordt door de concentratie van de oplossing, dan worden de staafjes kleiner naarmate de concentratie hoger wordt.
• Als de stevigheid van de aardappelstaafjes wordt beïnvloed door de concentratie van de oplossing, dan verliezen de staafjes stevigheid naarmate de concentratie hoger wordt.
Wat erop wijst dat mijn hypothesen ook juist waren:
• De lengte van de aardappelstaafjes wordt beïnvloed door de concentratie van de oplossing.
• De stevigheid van de aardappelstaafjes wordt beïnvloed door de concentratie van de oplossing

Discussie:
Er is een afwijkend resultaat bij de concentratie van 6%, deze is veel kleiner dan die ervoor, terwijl hij groter zou moeten worden. Een verklaring zou kunnen dat deze cel niet meer verder leeggezogen kon worden, maar ik denk dat er gewoon iets fout gegaan is in de meting. Als vervolgonderzoek zou er een preciezer onderzoek kunnen plaatsvinden om uit te zoeken bij welke concentratie de lengte constant blijft. Daarbij zouden er preciezer concentraties gebruikt moeten worden, en meer verschillende concentraties, ook zou er voor de proef en na de proef preciezer gemeten moeten worden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

goeD verslag Sjors zonder de E graag

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

GOEDE VERSLAG MAN

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast