ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

De vertering begint in de mond. Hier wordt op het voedsel gekwauwd om de verdelingsgraag te vergroten zodat enzymen het sneller kunnen verteren. In het speeksel bevindt zich het enzym amylase. Dit enzym zet zetmeel om tot maltose.

Als het voedsel wordt doorgeslikt komt het in de maag terecht. De pH van de maag is te laag en het amylase uit het speeksel zal dus niet meer actief zijn. Klieren in de maagwand scheiden pepsinogeen af. Pepsiongeen is een pre-eiwit, wat betekent dat het nog geactiveerd moet worden voordat het iets kan omzetten. Het wordt geactiveerd door het zoutzuur in de maag tot pepsine. Dit pepsine zelf activeert ook pepsinogeen en zo ontstaat er een positieve terugkoppeling. Pepsine breekt bepaalde peptide bindingen in eiwitten en maakt van de eiwitten lange polypeptiden.

Het maagportier gaat open en het voedsel wordt de twaalfvingerige darm in geduwd. De zure brij wordt waargenomen door receptoren in de twaalfvingerige darm en de twaalfvingerige darm gaat sectetine en cholecystokinine secreteren. Secretine zorgt ervoor dat de lever gal gaat produceren en dat de alvleesklier natriumwaterstofcarbonaat (NaHCO3) gaat uitscheiden. Hierdoor wordt de pH van de zure brij omhoog gehaald. Als de pH ongeveer 8 à 9 wordt dan gaat het maagportier open en kan de volgende hap de twaalfvingerige darm in. Het cholecystokinine zorgt ervoor dat de galblaas gal gaat uitscheiden en dat de alvleesklier zijn alvleessappen uitscheidt. In deze alvleessappen zit trypsinogeen. Dit is een pre-eiwit dat wordt geactiveerd door enterokinase, dat wordt uitegescheiden door de wand van de twaalfvingerige darm. Als trypsinogeen geactiveerd is tot trypsine dan maakt het van de lange polypeptides korte polypeptides. Het alvleessap bevat ook peptidasen. Deze enzymen kunnen de korte polypeptides omzetten in di- en tripeptides. Deze worden, ondertussen in de dunnen darm, verder verteerd door de peptidasen tot losse aminozuren die door de darmepitheelcellen worden opgenomen met behulp van actief transport door eiwitten in het celmembraan.

In het alvleessap zit ook nog maltase, lactase, sacharase en amylase. Als de pH wat omhoog is (rond de 8) dan gaan deze enzymen werken.  Amylase zet het zetmeel om tot maltose. Maltase zet dit om naar glucose. Het lactose (melksuiker) wordt omgezet door lactase tot glucose en galactose. Het sacharose wordt omgezet door sacharase tot glucose en fructose.

Dan blijven de vetten nog over. Vetten zijn triglyceriden bestaande uit één glycerol molecuul en drie vetzuren die via een peptide verbinding verbonden zijn met het glycerol. Het verteren hiervan gebeurt door het enzym lipase dat ook in het alvleessap zit. Om de vetten beter te kunnen verteren wordt gal gebruikt. Gal is een emulgator en zorgt er dus voor dat de oppervlakte van het vet groter wordt, wat voor een snellere vertering zorgt. Het lipase breekt de peptide bindingen tussen het glycerol en de vetzuren en zorgt ervoor dat er losse glycerol moleculen, losse vetzuren en monoglyceriden overblijven. Deze worden opgenomen door de darmepitheelcellen. Korte losse vetzuren worden opgenomen in de bloedbaan. De monoglyceriden, vetzuren en glycerol moleculen worden in de darmepitheelcellen weer omgezet tot triglyceriden die met behulp van lipoproteïne via een lymfevat het lichaam doorgestuurd worden. De lipoproteïnes zorgen ervoor dat het de vetten wel oplosbaar zijn en dus vervoerd kunnen worden.

Water, mineralen en vitaminen worden gewoon direct opgenomen zonder dat ze eerst verteerd hoeven te worden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.