VACATURE! Vind je het leuk om te schrijven en heb je originele ideeën? Wij zoeken nieuwe bloggers. Klik hier voor de vacature.


ADVERTENTIE
Maak nu een gratis account aan op Mijn Examenbundel!

Nog 17 weken tot de eindexamens beginnen. Wil jij je zo goed mogelijk voorbereiden? Check Mijn Examenbundel voor een gepersonaliseerd dashboard en rooster, examenstof per vak, gratis oefenexamens en meer!

Naar mijn.examenbundel.nl
Onderzoeksvraag:
Wat is het verband tussen stroom (I), spanning (U), weerstand (R) en vermogen (P)?

Verwachting:
1. Wat zal er met de weerstand en vermogen van het lampje gebeuren als de spanning groter
wordt?
Wij verwachten dat de weerstand groter wordt, omdat die een grotere spanning tegen moet
houden.
Wij verwachten dat het vermogen groter wordt. Want wij kennen de formule P = U x I
(jaja, onthouden van het vorige hoofdstuk!!!). Als de spanning groter wordt, zal het
vermogen ook meer worden. Voorbeeld:

P = U x I ¡ú (we nemen als I even 3 en als U even 2) ¡ú P = 2 x 3 P is hier dan 6
Nu verhogen we even de spanning, nu nemen we voor de spanning 5:
P = U x I ¡ú P = 5 x 3 ¡ú P is hier 15.
Dus, als we de spanning verhogen dan zal het vermogen groter worden.
2. Wat zal er met het vermogen van het lampje gebeuren als de weerstand groter wordt?
Wij verwachten dat het vermogen bij een grotere weerstand hetzelfde zal blijven. Als de
weerstand groter wordt kan hij de overmatige spanning tegenhouden, en kan hij dus de rest
constant houden.Want de weerstand zal het geheel in evenwicht houden, door het
overvloedige deel aan spanning tegen te houden.

Benodigdheden:
- lampje van 6 V

- variabele spanning
- spanningmeter
- stroommeter
- 5 snoertjes

Uitvoering:
1. Bouw de schakeling
2. Laat de schakeling controleren
3. Stel de spanning zo in dat de meter op je spanningsbron 1 V aangeeft
4. Meet de stroom en de spanning in je schakeling met de losse meters en vul deze in in de
tabel. Lees ze af op 2 cijfers achter de komma.
5. Herhaal deze stap voor de andere waarden in de tabel aangegeven (0 tot en met 6 V)
6. Reken voor elke meting het vermogen en de weerstand van het lampje uit. Vul de
antwoorden in in de tabel.

Resultaten: Hieronder volgt de tabel met de gemeten resultaten:

Ingestelde spanning Afgelezen spanning Afgelezen stroom Weerstand Vermogen
0 0,00 0,00 - 0,00
1 0,58 0,19 3,05 0,11
2 1,63 0,20 8,36 0,32
3 3,32 0,29 11,45 0,96
4 4,11 0,33 12,65 1,34
5 5,44 0,38 14,39 2,06
6 6,51 0,42 15,50 2,73

We hebben ook twee grafieken getekend. In de eerste grafiek hebben we de spanning (horizontaal) tegen de weerstand van het lampje (verticaal) uitgezet. In de tweede grafiek hebben we de spanning (horizontaal) tegen het vermogen van het lampje (verticaal) uitgezet.
De twee grafieken zijn op de laatste bladzijde toegevoegd.

Conclusie:
1. Wat gebeurt er met de weerstand van het lampje als de spanning groter wordt?
Als de spanning groter wordt, wordt de weerstand van het lampje ook groter.
2. Wat gebeurt er met het vermogen van het lampje als de spanning groter wordt?
Als de spanning groter wordt, dan wordt het vermogen van het lampje ook groter
3. Wat gebeurt er met het vermogen van het lampje als de weerstand groter wordt?
Als de weerstand groter wordt, dan wordt het vermogen van het lampje groter.

Discussie:
Wij hadden verwacht dat het vermogen bij een grotere weerstand hetzelfde zal blijven. Uit de resultaten blijkt dat dat niet juist is.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.