De verloedering van de Nederlandse taal



Inhoudsopgave:



1. Inleiding.

- Hoe dit onderwerp in me opkwam

- Een taal leeft.

2. Het ontstaan van het Nederlands.

- De geschiedenis van de spelling.

3. Verloedering van de Nederlandse taal.

- Verloedering of verandering?

- Verloedering

- Verandering

4. Wat zijn de meningen hierover?

- De enquête

5. Conclusie

6. Nederlands in cijfers



1. Inleiding



Hoe dit onderwerp in me op kwam



Toen ik hoorde dat ik voor maatschappijleer een werkstuk moest schrijven vroeg ik mij een lange tijd af waarover ik dat moest houden. Ik hou van originele onderwerpen en verder wilde ik natuurlijk het liefst een onderwerp nemen dat mijn interesse had. Het viel niet mee een onderwerp te vinden maar tenslotte vond het onderwerp mij.



Het viel me de laatste tijd op hoe slecht veel mensen kunnen spellen. Van mezelf vind ik, dat mijn niveau best hoger had gemogen. Ik heb op de basisschool bijvoorbeeld nooit geleerd wanneer je een ‘d’, ‘t’ of ‘dt’ hoorde te schrijven aan het eind van een werkwoord en maak nog steeds redelijk veel spellingsfouten. Het is mij ook opgevallen dat er op internet fora en op MSN steeds vaker door jongeren in het zogenaamde ‘breezer-taaltje’ wordt geschreven. Dat is een taaltje waarin onder andere elk woord fonetisch geschreven wordt met overdreven veel leestekens en ook het gebruik van hoofdletters midden in woorden en het weglaten van klinkers is zeer populair, bijvoorbeeld; HeEjj allz gOe mEt joUw??!?! Jah hOowr, lkkr chilluh dEes vAkanTie!11!!’ . De term ‘Breezer-taal’ komt van het woord ‘breezer’, een alcoholisch drankje dat populair is onder een bepaalde groep jongeren. Deze jongeren trachten zich vaak te onderscheiden van de rest door o.a. op deze afwijkende manier te praten en spellen. Ik vind erg storend als men zo schrijft, het is soms bijna niet leesbaar, je zou het kunnen vergelijken met een heel slordig handschrift.

Ten slotte stuitte ik op een discussie over dit onderwerp op een scholieren/studenten forum. Dit alles bij elkaar bracht mij tot het idee mijn werkstuk te schrijven over ‘de verloedering van de Nederlandse taal’.



Mijn hoofdvraag en bijvragen zijn:

· Hoe erg is het gesteld met de verloedering van de Nederlandse taal?

o Wat vinden mensen hiervan?

o Hoe groot is de invloed van andere talen in het huidige Nederlands

o Wat is de oorzaak van ‘verloedering’ in de taal?



Ik onderzocht hoe mensen hierover denken door naar de mening te vragen van mensen uit verschillende plaatsen en van verschillende leeftijden om een veelzijdige conclusie te kunnen trekken. Op het internet en in de bibliotheek zocht ik allerlei informatie over onder andere de geschiedenis van de Nederlandse taal.



Een taal leeft.





De taal leeft, de taal verandert constant. In de loop der tijd doen zich steeds veranderingen op in grammatica en uitspraak. Wellicht door invloeden van andere talen in het Nederlands, door het groeiende aantal allochtonen met taalachterstand dat inmiddels ook een groot deel uitmaakt van de bevolking of misschien gewoon door taalvereenvoudiging. In ‘De woordenlijst van de Nederlandse taal’ of ‘het Groene Boekje’* worden constant veranderingen aangebracht.



Taalkundig gezien is er geen enkele aanleiding om je te verontrusten over taalverandering. Talen zijn door de eeuwen heen keer op keer veranderd. Het taalsysteem controleert zichzelf als het ware doordat de luisteraars en lezers bepalen welke verandering wel of niet acceptabel is. Als taalverandering normaal is, moet dit dan worden tegen gegaan? Moet er meer aandacht worden besteed aan het onderwijzen van Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) of moet er juist worden aangemoedigd om een verder (betere) ontwikkelde taal te krijgen? Het antwoord hierop hangt sterk af van de vraag of deze veranderingen in de taal positief of negatief zijn, op alle mogelijke manieren.



* De Woordenlijst Nederlandse taal, vanwege zijn groene kaft en stofomslag algemeen bekend als het Groene Boekje, is een uitgave van de Nederlandse Taalunie met een overzicht van de juiste spelling van Nederlandse woorden, onder andere gebaseerd op het Spellingbesluit. Hoewel het Groene Boekje vaak de doorslag geeft bij het bepalen van de juiste schrijfwijze van een Nederlands woord, heeft strikt genomen alleen de woordenlijst bij het Spellingbesluit wettelijke status.



2. Het ontstaan van de Nederlandse taal



De geschiedenis van de spelling.



De beroemde oudste zin in het Nederlands ooit gevonden luidt:

Hebban olla vogala nestas bagunnan

hinase hi(c) (e)nda thu

uu(at) unbida(n) (uu)e nu

Deze zin werd geschreven door een monnik uit West-Vlaanderen om zijn nieuwe inkt en pen uit te proberen. Het is een gedichtje; ‘Alle vogels zijn met hun nesten begonnen, behalve jij en ik. Waar wachten we nog op?’. Dit stuk perkament werd geschreven omstreeks het jaar 1100, wat erop wijst hoe oud het Nederlands eigenlijk al is. Gezegd moet worden dat taalwetenschappers het niet eens zijn of dit al tot het Nederlands gerekend mag worden. Volgens velen bestond het Nederlands nog niet in die tijd.

Net als Duits en Engels is Nederlands een Germaanse taal. De taal vind zijn oorsprong in het Indo-Europees waaruit het Germaans ontstond, vervolgens het West-Germaans, het Nederduits, Nedersaksisch, Nederfrankisch en ten slotte het West-Nederfrankisch: het Nederlands.



In 1804 kreeg Nederland zijn eerste officiële spelling. Sindsdien is er over spelling altijd gebekvecht. In het begin alleen door taalkundigen en schrijvers, later ook door mensen in het onderwijs en vanaf het begin vorige eeuw, door alle soorten mensen. Logisch, want sinds de vorige eeuw kennen we ook pas leerplicht waardoor iedereen met spelling in aanraking komt.



Spelling is gebaseerd op afspraken. Als die afspraken om de spelling te wijzigen of niet, alleen gebaseerd zouden zijn op doelmatigheid zouden er heel wat minder discussies en onenigheden zijn ontstaan in de loop der tijd. Het probleem is echter, dat mensen gehecht raken aan hun spellingswijze. ‘Tee smaakt mij niet,’ schreef schrijfster Carry van Bruggen in de jaren twintig, ‘en een mens vind ik een onmensch.’ De schrijfster zag zelf wel in dat er geen enkel redelijk bezwaar was tegen ‘tee’ en ‘mens’, maar moest een mens altijd redelijk zijn?

Carry van Bruggen was zich van haar ‘onredelijkheid’ bewust. Dat zij een uitzondering was, was te zien aan de titels van pamfletten, boeken en brochures uit de spellingsstrijd; ‘Het spellingsvraagstuk. De vereenvoudigde een gevaar voor volk en stam’ (1910) ‘De averechtse geestesrichting der zoogenaamde ‘nieuwlichters’ op allerlei gebied; in het bizonder die der Kollewijners en hun verderfelijke invloed op onderwijs, taal en volk’ (1917) ‘De spellingskwestie. Voor den adel der Nederlandsche taal’ (1936), ‘Spellingsellende’ (1964), ‘Sluipmoord op de spelling’ (1972). Het maakt duidelijk dat het volk in het algemeen helemaal niet achter de spellingsvereenvoudiging stond.



De Nederlandse spelling is moeilijk en er zijn al vaak veranderingen onderzocht, voorgesteld en doorgevoerd. Het meest heikele punt is natuurlijk de spelling van de d en t. Het meest recente onderzoek naar een verandering op dat gebied had als beste optie de introductie van een nieuw teken, bijvoorbeeld een asterisk (*), om zowel een d als een t aan te geven en het probleem daarmee de das om te doen. Dit werd niet geaccepteerd, want hoewel de commissie op zoek was naar een versimpeling van de spelling, zou deze verandering 'het karakter van de taal' aantasten. Dit is een typisch voorbeeld van herhaling uit de geschiedenis.



‘Breezer-taal’, zal nooit ver komen. Het is namelijk een doodnormaal jongeren taaltje en jongeren taaltjes zijn al zo oud als de taal zelf. Naar mate de gebruikers ervan ouder worden sterft dat specifiek taalgebruik uit, en ontstaat er een nieuwere versie van in de volgende generatie. Breezertaal zie ik niet als een probleem. Enkel voor degene bij wie het het gebruik van het ABN belemmert, of het niet goed kunnen scheiden van deze twee taalgebruiken wekt problemen op. Gelukkig is hier naar mijn weten op een paar uitzonderingen na geen sprake van.



3 Verloedering van het Nederlands



Verloedering of verandering?



Dat een taal leeft en verandert is ons natuurlijk allang bekend, maar of het op dit moment de goede kant op gaat is een moeilijke vraag. Onder de jeugd zijn de meningen hierover erg verdeeld. Een steeds groter wordende groep lijkt zich om grammatica totaal niet te bekommeren. Deze groep wekt vooral bij ouderen, zorgen op. Velen onder de hoger opgeleide bevolking vind dat het erg slecht gesteld is met het algemene taalgebruik dat tegenwoordig onder jongeren wordt gehanteerd. Vooral in grote steden wordt dit als een erg actueel probleem gezien, wat vaak direct (en terecht) word geassocieerd met de groeiende allochtone bevolkingsgroep die vooral in de grote steden wonen.



Uit het onderzoek van het centraal bureau voor statistiek blijkt dat wij ons als Nederlanders niet al te grote zorgen hoeven te maken. Dat is te lezen in het onderstaande artikel.



______________________________________

Vaardigheden van leerlingen



Nederlandse 15-jarige leerlingen beschikken over uitstekende lees- en wiskunde vaardigheden. De basis voor deze vaardigheden wordt mede in het primair onderwijs gelegd. In het Nederlandse basisonderwijs besteden leerlingen een groter gedeelte van de lestijd aan rekenen en taal, vergeleken met de ons omringende landen, uitgezonderd Frankrijk. In Nederland bedraagt het aandeel

van rekenen en taal in de totale lestijd 50 procent, in het gemiddelde OESO-land is dit 45 procent. Bovendien ontvangen Nederlandse leerlingen meer lesuren per jaar dan de leerlingen in de overige OESO-landen. In alle OESO-landen kunnen meisjes beter lezen dan jongens. De leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarige meisjes is beter dan de leesvaardigheid van meisjes in omringende landen en in de OESO als geheel. Ook is de leesvaardigheid van Nederlandse jongens hoger dan die van jongens in de buurlanden.



Jeugd 2003, cijfers en feiten

Bron: OESO. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

_______________________________________



Zijn de zorgen om het Nederlandse taalgebruik dan uit de lucht gegrepen? Kan men spreken van verloedering van de Nederlandse taal, of is dit natuurlijke verandering?



‘Taalverloedering bestaat wel degelijk. De vraag is dan ook eigenlijk niet of het wel of niet bestaat, maar of dat proces wel of niet vanuit taalwetenschappelijk oogpunt normaal of te verwachten is, of dat die ontwikkeling in algemene zin wenselijk is en eventueel moet worden tegengegaan.’ Luidt een reactie op een scholieren/studenten forum waarin al werd gediscussieerd over deze stelling.



Verloedering



Onder taalverloedering versta ik blijvende veranderingen in de taal die mij ‘slordig’ of onlogisch overkomen. Het gebrek aan grammaticale kennis bijvoorbeeld, een te kleine woordenschat om Nederlandse literatuur goed te kunnen begrijpen of om zelf niet het vermogen te hebben precies informatie te kunnen overbrengen zoals men het bedoelt. Zodra spellingsfouten gemeengoed worden omdat de huidige spelling als ‘te moeilijk’ beschouwt wordt is dat niet aan de spelling te wijten, maar van het gebrek aan goed onderwijs, gezien men vroeger de grammatica wel beheerste. Taalfouten zijn ten slotte ook niet terug te leiden op invloeden door andere talen. Nog erger dan de jongeren die moeite hebben met spellen vind ik de integratie van verkeerde grammatica in het dagelijks leven. Zo wordt er in Walibi World op een beeldscherm medegedeeld: ‘De foto word verstuurd’ en krijgt een klasgenoot een op school ingeleverde engelse brief terug met de woorden: ‘Hebt je deze brief zelf geschreven?’. Een belangrijk onderdeel ter behoud van de Nederlandse taal lijkt me dan ook dat er meer aandacht moet worden besteed aan het onderwijs. Dit geldt voor scholieren en al helemaal voor leerkrachten. Als leerkrachten de leerlingen al geen goed voorbeeld geven, dan word het wel erg lastig.



Verandering



Eigenlijk zijn invloeden van andere talen, nieuwe of onbekende woorden in de Nederlandse taal niet in te delen onder ‘positief’ of ‘negatief’. Het is dus niet redelijk om van verloedering te spreken. Niemand zal immers de opkomst van de zon een verloedering van de nacht noemen. Het is ook niet mogelijk onbekende of nieuwe woorden uit een taal te weren. Er zijn toch in de hele geschiedenis steeds nieuwe woorden ontstaan? Een land dat overspoeld wordt door Latijns sprekende Romeinen, neemt het woord 'muur' nu eenmaal van hen over, en wanneer de Fransen hier de dienst uitmaken, hebben we het niet alleen over stoep, maar ook over trottoir. In plaats van als een xenofoob alles wat niet klinkt naar turf en klei te verbannen uit de taal, is het nuttiger die krampachtigheid, die bijvoorbeeld de Fransen sterk kennen op te geven en om andere woorden te accepteren en toe te voegen aan de taal. Open, in plaats van gesloten. Levend, in plaats van dood. Met kan wel een Nederlands woord bedenken voor computer omdat het naar Engels ruikt zoals de Fransen het woord le Ordinateur kennen, maar wat dan bijvoorbeeld te doen met het woord ‘kracht’? Het is, samen met het Duitse Kraft afkomstig uit West-Germaanse taalfamilie en dus niet helemaal volbloed Nederlands. Verbannen? Als we zo beginnen, houden we wat Neanderthalergekreun over.



4. Wat zijn de meningen hierover?



De enquête



Ik ondervroeg een aantal personen om te onderzoeken wat zij over dit onderwerp denken. Opvallend was dat iedereen het slecht gesteld vond met het gemiddelde Nederlandse taalgebruik behalve Wilma van der Veen, een lerares Frans op een hoogaangeschreven school in Bilthoven. Zij beweert dat het taalgebruik niet slechter is dan vroeger, integendeel: het is zelfs beter geworden dankzij de hoeveelheid nieuwe communicatie middelen. ‘Van tv en radio leert men ook wel veel fouten, maar gemiddeld is men toch wel vaardiger in Nederlands dan vroeger,’ zegt ze. ‘Ook omdat er tegenwoordig veel meer mensen naar het hoger onderwijs gaan dan vroeger is het gemiddelde taalgebruik vooruit gegaan’. Gezegd moet worden dat zij vroeger in Amsterdam woonde en pas pater is gaan lesgeven in het welgestelde Bilthoven. Zij voegt ook aan haar verhaal toe dat er op de Kees Boeken School waar zij lesgeeft nauwelijks allochtonen zijn. ‘En de allochtonen die er zijn, zijn vaak bevoorrecht of geadopteerd door Nederlandse gezinnen.’



Wilma was ook de enige die zichzelf goed ABN vond spreken. Gehoorde argumenten door mensen die van zichzelf niet vonden dat zij perfect ABN spreken waren bijvoorbeeld een onzuivere uitspraak van klinkers (Meneer Mozes, leraar Nederlands) of een gebruik van niet-bestaande woorden (Mindel Pels, 5VWO leerlinge). Iedereen scheen zich erg te storen aan spellingsfouten. Vooral ‘d-t fouten’ stonden hoog in het vaandel. De meeste vonden dan ook dat er in het onderwijs meer aandacht aan moest worden besteed. ‘Slang en ABN moeten kunnen worden gescheiden, dat is erg belangrijk.’ stelde Wilma. Invloeden uit andere talen ziet men niet als een probleem; ‘Het is ook niet tegen te houden, net als het Jiddisj zich ooit met het Nederlands heeft gemengd’.



Alle ondervraagden zien het slechte taalgebruik als een probleem in de samenleving. ‘Vooral dat les- en leidinggevenden geen goed Nederlands spreken is een probleem,’ vind meneer Mozes. ‘Mensen die geen goed Nederlands spreken moeten zich ervan bewust zijn minder kansen te hebben in de maatschappij,’ aldus Wilma.’Het probleem is juist dat er op TV en radio zoveel slecht Nederlands word gesproken; dat wordt immers overgenomen door de luisteraars.’ Zegt mevrouw Steensta uit Amsterdam. ‘En het feit dat Nederlandse kinderen op zwarte scholen fout Nederlands overnemen’.



Ik vroeg ze wat voor consequenties de achteruitgang van het taalgebruik had volgens hen. Mindel Pels denkt dat er meer dialecten zullen ontstaan en dat mensen steeds meer slang zullen gaan spreken. Meneer Mozes constateert dat als mensen minder goed Nederlands spreken ze ook minder goed andere talen kunnen leren, en dat is slecht. Ook vond iedereen dat er te vaak wijzigingen werden gebracht in het ‘groene boekje (zie: toelichting bij de inleiding). ‘Het maakt het er niet makkelijker op, waardoor er alleen maar méér fouten zullen worden gemaakt.’ Verklaart Mindel.



5. Conclusie



Ter afsluiting zal ik de hoofd- en deelvragen herhalen met (beknopte) gevonden antwoorden.



· Hoe erg is het gesteld met de verloedering van de Nederlandse taal?



Volgens mij en vele anderen is er zeker sprake van veel fout taalgebruik. Ondanks dat ben ik er na dit onderzoek positiever tegenaan gaan kijken dan dat ik ervoor deed. Ik denk namelijk dat de taalgebruikers die 'weten hoe het moet' de overhand zullen blijven houden in de vorming van de taal. Natuurlijk zijn er woorden die massaal verkeerd worden gebruikt, maar in feite kan dit ook gezien worden als een natuurlijk beweging van een taal, aangezien taal en ‘sociaal aanzien’ zeg maar, dicht bij elkaar zitten (om de Fransen weer aan te halen: iemand die in de tijd van Napoleons bezetting sprak van trottoir in plaats van stoep, liet daarmee merken aan de kant van de machthebbers te staan). De volgens de vastgestelde regels gesproken taal hebben in de maatschappij nog altijd de voorkeur. Er zijn natuurlijk alternatieve bewegingen die het hebben over 'aksie' (althans, in de jaren tachtig waren die er), en sommige taalwetenschappers die geforceerd 'biezonder' schrijven alsof ze nooit anders gedaan hebben, maar mijn idee is dat hun invloed heel klein is.



Om het kort te houden: de spelling verandert net als de woordenschat en alle andere onderdelen van de taal. Dit ligt alleen voor spelling wat gevoeliger, gezien er duidelijke, strikte regels bestaan op het gebied van spelling, die er op het gebied van vocabulaire niet zijn. Dialecten verdwijnen meer en meer door alle communicatie middelen die heel Nederland met elkaar verbinden, lijkt mij. Op zich zullen er altijd dialecten blijven 'Breezertaal' zal nooit ver komen door een gebrek aan logica en vaste regels (die kennelijk juist weer de gebruikers ervan aanspreekt) en invloeden van andere talen zijn niet tegen te gaan, en vormen ook geen echte problemen.



o Wat vinden mensen hiervan?



Veel mensen vinden het inderdaad een probleem dat slecht Nederlands wordt gesproken, het wordt meestal ook teruggeleid op het onderwijs. Onder slecht Nederlands vallen grammatica fouten, een verkeerd vocabulaire en een gebrek aan woordenschat. Invloeden uit andere talen wordt niet echt als een probleem gezien.



o Hoe groot is de invloed van andere talen in het huidige Nederlands?



Er komen steeds nieuwe woorden bij, in de eerste plaats engelse woorden, vooral door de technologische ontwikkelingen omdat er dan woorden zijn die vroeger niet bestonden, bijv; ‘computer’, en populaire woorden die door engels sprekende jongeren ingebracht zijn (bijv; cool). Bij het opnemen van een woord uit een andere taal in het Nederlands vindt er vaak aanpassing plaats: het woord wordt opgenomen in de 'ontvangende' taal. Denk bijvoorbeeld aan 'ballpoint', dat door veel mensen wordt uitgesproken als 'balpen'. Woorden die uit een vreemde taal afkomstig zijn, worden ook ingepast in de grammatica. 'Karel raakte helemaal gestresst toen dat filetje dat ‘ie net had geüpdeet door Peter was gedeliet.' Tegenwoordig integreren zich ook nieuwe woorden uit het Marokkaans en Turks. Ik heb op deze deelvraag eigenlijk niet echt informatie kunnen vinden.



o Wat is de oorzaak van ‘verloedering’ in de taal?



Deels is het de schuld van het onderwijs, deels komt het door de steeds grotere groep allochtonen met taalachterstand. Misschien is het gewoon een vereenvoudiging van de taal zoals wij die nu kennen en hoort het zo dat de taal zich steeds blijft vernieuwen. Wie wal het zeggen? Ik denk persoonlijk dat het een combinatie van alledrie de verklaringen is.



6. Nederlands in cijfers



· 15 miljoen Nederlanders hebben het Nederlands als moedertaal.

· 6 miljoen Belgen hebben het Nederlands als moedertaal.

· 3 miljoen (Franstalige) Belgen leren het Nederlands als vreemde taal

· 250.000 Surinamers hebben het Nederlands als moedertaal.

· Alle inwoners (ongv. 250.000 mensen) kennen het Nederlands als hoofd- of bij-taal op de Nederlandse Antillen en Aruba

· 10.000 Fransen in Frans Vlaanderen hebben het Nederlands als moedertaal.

· Van de 6.500 talen van de wereld staat het Nederlands op de 37e plaats in aantal sprekers.

· In hoeveelheid beschikbare lectuur staat het Nederlands op de 11e plaats.

· In sprekers is het Nederlands de 7e taal van de Europese Unie.

· 1 op de 50 pagina's op internet is Nederlandstalig, een 8e plaats.



Bronvermelding:



‘het verhaal van een Taal – negen eeuwen Nederlands’ door Jan W. de Vries, Roland Willemyns en Peter Burger. ISBN : 90-5333-186-7.

www.cbs.nl

http://nl.wikipedia.org/wiki/Groene_Boekje

http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlands#Het_oudste_Nederlands



Logboek:



4 juli – van 21:00 uur – 00:00 uur… informatie op internet opgezocht en stukjes geschreven. Bijpassende plaatjes bij gezocht.

9 juli – 2 uur ‘het verhaal van een Taal’ gelezen om meet te weten te komen over de geschiedenis van het Nederlands en de ontwikkelingen in de loop der tijd.

10 juli – In totaal ongeveer 8 uur gewerkt, het schrijven van het werkstuk, de informatie zoeken en het moeilijkste nog: Het sorteren van welke informatie ik wel en niet erin moet zetten.

11 juli – van 20:00 uur tot 1:30 uur. Geschreven, tekst geschrapt, verbeterd, aangevuld enz.

12 juli – ’s ochtends nog de lay-out verbeterd en de vermoeidheidsfoutjes van gister eruit gehaald


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

huh, wtf deze tekst in staat in mijn Nederlands boek staat Alleen dan een beetje geknipte en geplakte versie van je tekst, zonder bron vermelding, echt raar..

7 jaar geleden

B.

B.

je hebt zelf een fout gemaakt; engels moet Engels zijn :$

7 jaar geleden

P.

P.

Heel netjes. Ik als "grammar-nazi" heb toch geleerd om wat meer open-minded te zijn naar nieuwe taalinvloeden. Zeker gezien mijn reactie ook buitenlandse woorden bevat. Mijn dank.

6 jaar geleden

K.

K.

Dan wordt* het wel erg moeilijk :-)

3 jaar geleden