Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Softdrugs

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 3356 woorden
  • 18 juni 2005
  • 95 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 95 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inhoudsopgave:
Inleiding
Deelvraag 1: wat zijn softdrugs?
Deelvraag 2: wat zijn de gevolgen van softdrugs?
Deelvraag 3: wie gebruiken softdrugs en waarom?
Deelvraag 4: wat zijn de verschillende opvattingen over softdrugs?
Deelvraag 5: Wat zijn de belangen van de 4 groepen?
Deelvraag 6: Wat doet de overheid tegen/met softdrugs?
Interview en commentaar
Conclusie
Discussie
Bronnen
Inleiding:
Het was de bedoeling een maatschappelijk probleem te kiezen en dit verder uit te werken in een verslag. Wij hebben gekozen voor het probleem ‘softdrugs’.

De laatste jaren is het drugsgebruik enorm toegenomen. Veels te veel mensen, voornamelijk jongeren, gebruiken zowel softdrugs als harddrugs. Beide drugs hebben grote gevolgen voor de gezondheid.


Als hoofdvraag kozen wij voor:
Hoe wordt het probleem ‘drugs’ gezien in Nederland?
Om deze vraag te onderzoeken hebben we de volgende deelvragen uitgewerkt:
1. Wat zijn softdrugs?
2. Wat zijn de gevolgen van softdrugs?
3. Wie gebruiken softdrugs en waarom?
4. Wat zijn de verschillende opvattingen over softdrugs? (sociaal-cultureel)
5. Wat zijn de belangen van de 4 groepen? (sociaal economisch)
6. Wat doet de overheid tegen/met softdrugs? (politiek-juridisch)
We hopen dat u zich amuseert met het lezen van dit verslag…

Deelvraag 1
Wat zijn softdrugs?
Het is moeilijk om te zeggen wat softdrugs nou eigenlijk precies zijn. Je zou kunnen zeggen dat softdrugs middelen zijn die de hersenen beïnvloeden, ze kunnen dan stimulerend, verdovend of bewustzijnsveranderend werken. Ze beïnvloeden het denken, voelen en waarnemen. Maar het is niet altijd zo dat je de drugs kunt onderverdelen in deze groepen omdat sommige drugs verschillende werkingen hebben en de werking van de drugs verschilt vaak ook met hoeveel en hoe vaak het gebruikt wordt. Maar dan zijn niet alleen de middelen die we in praktijk drugs noemen (zoals weed, hasj en XTC) echt drugs, maar ook alcohol, koffie en tabak(weed en hasj worden gemaakt van de cannabis plant, in het Nederlands heet die plant de hennepplant, weed en hasj worden vaak vermengd met tabak en dan opgerold in vloeitjes om ze dan op te roken/blowen; het kan echter ook verwerkt worden in taart of “space-cake”). Maar deze worden inmiddels door de maatschappij als redelijk ongevaarlijk beschouwd en worden ook regelmatig (vaak nog in grote mate) gebruikt. Deze hebben door veelvuldig gebruik vaak nog een groter effect dan het gebruik van softdrugs. Dit komt ook doordat het gebruik van softdrugs door de regering erg duur is gemaakt, een aantal jaar geleden had de overheid iets dergelijks al gedaan met sigaretten. Alcohol is echter nog een soort van “must” bij het uitgaan voor jong en oud. Het wordt vaak als een vorm van mannelijkheid of “kracht” beschouwd om veel en vaak te drinken. Andere mensen zeggen dat zij alleen alcohol drinken voor de gezelligheid. Ook hebben veel volwassen de gewoonte om zomaar als ze opstaan een kop koffie te nemen en soms 's avond ook nog als ze naar te televisie kijken, of ze nemen dan een biertje. Alcohol, koffie en ook tabak worden beschouwd als iets dat gewoon bij het dagelijks leven hoort, maar weed en hasj worden vaak beschouwd als iets dat niet altijd of door sommigen nooit gebruikt mag worden. Het verschil in opvatting komt doordat de schadelijkheid van alcohol, koffie en tabak pas bekend werd nadat het al volop werd gebruikt en voor weed en hasj het al bekend was voor deze zelf "bloot" werden gesteld aan de massa.
Volgens de Opiumwet zijn alcohol, tabak en koffie geen drugs. In de Opiumwet zijn twee lijsten waarin we de drugs vinden die wij in de praktijk onder de naam drugs bedoelen.

“Op lijst I van de Opiumwet staan middelen die volgens de overheid een onaanvaardbaar groot risico met zich meebrengen voor de gezondheid en het gedrag. Dat zijn bijvoorbeeld heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD en XTC. Op lijst II staan middelen die volgens de overheid een minder groot risico met zich meebrengen. Dat zijn bijvoorbeeld hennepproducten zoals hasj en weed en slaap- en kalmeringsmiddelen zoals Valium en Seresta.” Maar dan is ook nog het geval dat niet alle drugs (drugs volgens de wet) softdrugs zijn. Voor de politie is het vaak zo dat Lijst I de harddrugs bevat en de drugs van Lijst II zijn softdrugs. Slaapmiddelen zijn hierop een uitzondering omdat die gebruikt worden op doktersrecept.
De werking van softdrugs wordt in een latere deelvraag verder uitgelegd.
Deelvraag 2
Wat zijn de gevolgen van softdrugs?
Softdrugs zorgen voor een terugname in denk-, reactie- en waarnemingsvermogen. Als iemand softdrugs gebruikt en hij zou bijvoorbeeld auto gaan rijden en plotseling moeten stoppen, zou hij dat waarschijnlijk niet redden. Want zijn reactievermogen is dan niet meer goed genoeg. Ook je evenwichtsorgaan wordt beïnvloed. En wanneer je dan valt zijn de gevolgen meestal erger, omdat je je niet zo snel kunt opvangen dan wanneer je nuchter zou zijn. Ook voelt een persoon die onder invloed is van softdrugs is zich niet meer zo verbonden met de wereld en zodoende durft hij meer risico’s te nemen. Dit kan in het verkeer leiden tot ongelukken waar ook onschuldige mensen het slachtoffer van kunnen worden, tijdens het uitgaan zorgt drugs voor een meer "relaxte" gelaatsuitdrukking van iemand, hij zal eerder iemand durven aan te spreken maar ook net zo snel iemand durven te slaan. Ook kunnen drugs er voor zorgen dat iemand de kou niet meer voelt. Dit kan tot ernstige situaties leiden, in het ergste geval onderkoeling. Maar ook warmte of benauwdheid kan makkelijker worden genegeerd en zo leiden tot bijvoorbeeld flauwvallen.
Hoelang deze verschijnselen duren en hoe hevig het zal zijn ligt aan de drug die gebruikt is en de manier waarop het gebruikt is. Zo hebben hennepproducten namelijk de eigenschap om de werking van genuttigd alcohol te versterken. Ook de hoeveelheid die gebruikt is en zelfs de gemoedstoestand die de persoon had tijdens het gebruik heeft invloed op de uitwerking. Sommige drugs versterken namelijk emotie. Dat wil zeggen dat wanneer je je slecht voelt en je bijvoorbeeld veel gaat drinken, je je nog slechter gaat voelen waardoor je waarschijnlijker alleen maar nog meer wilt gaan drinken. Ook zul je je dus beter voelen als je je al goed voelde voordat je ging drinken. Maar niet alle drugs gaan zomaar over, ze duren nog voort en de latere uitwerkingen zijn vaak ongunstiger dan het effect dat de drugs in eerste instantie lijken te hebben. Bij drank is het bijvoorbeeld zo dat wanneer je veel hebt gehad en gaat slapen, je in de morgen waarschijnlijk een "kater" hebt. Dit is hoofdpijn en duizeligheid die vaak gepaard gaan met overgeven en diaree.
Dit zijn allemaal kwalen die kort na het nemen van drugs kunnen voorkomen, maar met gebruik op een langer termijn komen weer andere ziektes meekijken. Zo kan het roken/blowen van hennepproducten leiden tot problemen aan de ademhalingsorganen of kanker; wanneer de hennepproducten verwerkt zijn tot spacecake is er een kans dat er teveel van deze producten in is gestopt; bij slaap-, verdovingsmiddelen is het zo dat deze niet tegen de kwalen werken maar ze alleen lijken weg te nemen; ook zijn ze erg gevaarlijk in combinatie met alcohol omdat beiden remmend werken voor de hersenen en het duurt soms wel een paar dagen voordat ze zijn uitgewerkt, en als deze dan elke dag worden ingenomen en de persoon af en toe een biertje drinkt kan er ook hoofdpijn, duizeligheid of somberheid optreden; verder leiden ze tot traagheid, gewichtstoename en soms een vermindering van kracht in de spieren. Wanneer je heel veel gebruik maakt van drugs kan op langer termijn een blijvende hersenbeschadiging ontstaan.
Deelvraag 3:
Wie gebruiken softdrugs en waarom?
Wanneer mensen met drugsgebruiken, doen ze dit vrijwillig. Het hun eigen keuze. Vaak weten drugsgebruikers echter de eigenschappen en gevolgen van de drug onvoldoende of zelfs helemaal niet. Dit geldt voornamelijk voor mensen die pas net beginnen te experimenteren. Vaak zijn ze nog jong, De drijfveer is dan meestal een mengeling van meedoen met anderen, stoer doen, het verkennen van grenzen, nieuwsgierigheid, het verdrijven van verveling en het zoeken van spanning. Zelfs trends kunnen een grote rol spelen.
Of iemand doorgaat met drugsgebruik hangt van die persoon zelf af, maar ook gedeeltelijk van de omgeving. Wanneer de omgeving het drugsgebruik sterk afkeurt is de drugsgebruiker eerder geneigd te stoppen. Het leidt helaas niet altijd tot stoppen. Soms leidt het ertoe dat de gebruiker op zoek gaat naar een andere omgeving waar drugsgebruik wel getolereerd wordt.
We onderscheiden drie soorten drugs: stimulerende, verdovende en bewustzijnsveranderende drugs.
Meestal worden deze typen drugs in verschillende omstandigheden gebruikt. Sommige gebruikers beperken zich tot één soort, andere gebruikers nemen verschillende soorten drugs, afhankelijk van de situatie of de stemming waarin zij verkeren:
• Stimulerende drugs: deze worden vooral gebruikt door feestgangers en mensen die een nacht door willen werken
• Drugs met een dempend, verdovend effect: die worden veel gebruikt door mensen met slaapproblemen, angststoornissen, mensen met persoonlijke problemen en met maatschappelijke problemen
• Bewustzijnsveranderende drugs: deze drugs trekken de belangstelling van zowel nieuwsgierige jongeren als ouderen, die op zoek zijn naar nieuwe geestelijke ervaringen.
Of je uiteindelijk doorzet met drugsgebruiken hangt helemaal van jezelf af. Vaak speelt hierbij de drijving om drugs te gaan gebruiken geen rol meer. Het is een manier om de werkelijkheid te ontvluchten. Het gaat nog een stap verder wanneer je lichamelijke behoefte krijgt aan drugs. Er is op dat moment geen sprake meer van keuze, maar verslaving.
Het is niet zo dat je zomaar van de ene in de ander fase terecht komt. Het hangt vooral van de persoon en de situatie waar hij of zij in verkeerd af. Zeker bij softdrugs is de kans groot, dat de drugsgebruiker stopt na enige tijd experimenteren
Deelvraag 4:
Wat zijn de verschillende meningen in de maatschappij over softdrugs? (sociaal-cultureel)
Om antwoord te kunnen geven op deze deelvraag moeten we eerst weten wat de betrokken groepen zijn bij het drugs probleem. Heel grof genomen zijn dat de de drugshandelaren, de overheid, de maatschappij die dagelijks geconfronteerd wordt met drugsgebruikers, de drugsgebruiker zelf. Die laatste hebben we extra onderzocht door een interview af te nemen bij een (soft)drugsgebruiker die wenst anoniem te blijven. (zie pag. )
De opvattingen van de 4 groepen over drugs worden apart besproken:
Drugsgebruikers: veel drugsgebruikers zien het gevaar van drugs niet in of ze ‘zeggen’ dat het hen niet interesseert. (zie het interview)
Het moge duidelijk zijn dat drugsgebruikers van mening zijn, dat het drugs gelegaliseerd moeten worden. De redenen? Minder kans om opgepakt te worden, Drugs kunnen zo makkelijker in Nederland worden geteeld/ geproduceerd worden, wat waarschijnlijk als gevolg heeft, dat drugs goedkoper worden. En de drugs zou waarschijnlijk van hogere kwaliteit worden, omdat niet alles ‘stiekem’ hoeft en er strengere controles zouden kunnen komen. Ook zou het voor hen fijn zijn als drugs maatschappelijk meer geaccepteerd worden (net als alcohol).
Drugshandelaren: Hun inkomen hangt af van drugs verkopen. Het is dus duidelijk dat handelaren zeker niet tegen drugs zijn. Zij zouden graag zien dat softdrugs gelegaliseerd werd. Zo zouden meer mensen interesse hebben in hun drugs en zouden zij hogere hoeveelheden kunnen verkopen. De omzet zou enorm kunnen stijgen…
Overheid: Bij de overheid verschillen de meningen nogal. Wat ze wel gemeen hebben is dat ze willen dat het drugsgebruik afneemt en ook zeker veiliger wordt. Ze willen dus vaak meer controle. Op dit moment doen er verschillende geruchten zich ronde, dat de regering drugs wil legaliseren. Meer hierover in de volgende deelvraag
De maatschappij in zijn algemeen (dus excl. de eerder genoemde groepen): Hier lopen de meningen nogal uiteen. Sommige vinden dat er meer gedaan moet worden aan preventie (het voorkomen van drugs), andere zijn van mening dat drugsgebruikers strenger gestraft moeten worden. Weer andere vinden dat er meer aandacht moet worden besteed aan het opvangen en laten afkicken van verslaafden. Als laatste zijn er dan nog mensen die vinden dat de drugsgebruiker zelf verantwoordelijk is en er dus niemand hoeft in te grijpen.
Deelvraag 5
Wat zijn de belangen van de 4 groepen (sociaal-economisch)?
De belangen van de 4 groepen worden hieronder apart besproken.
Drugsgebruikers: willen zich ‘goed’ voelen door drug te gebruiken. Ze worden er ‘relax’, socialer of energierijker door. Ze hebben er economisch geen belangen. Eerder een beetje sociaal. De belangen zijn niet echt duidelijk, ze gebruiken drugs omzich zelf beter te voelen.
Drugshandelaren: zij verdienen geld aan drug verkopen. Zonder drugsgebruikers zaten zij zonder werk. Het is dus duidelijk dat handelaren economische belangen hebben bij drugs.
De overheid: de overheid wil vooral letten op de gezondheid van de burgers. Zij heeft er belang bij, als het drugsgebruik afneemt. Het zijn niet alleen sociale belangen maar ook economische belangen. Wanneer het drugsgebruik namelijk afneemt, zal ook de vraag naar afkickcentra en medische zorg afnemen, wat weer geld bespaart.
De maatschappij in zijn algemeen: veel mensen zijn het erover eens dat het drugsgebruik moet verminderen en eigenlijk verdwijnen. Het maakt zoveel kapot en het veranderd de personen waar zij vroeger zo goed mee konden opschieten. Zij hebben er sociale belangen bij.
Het is dus duidelijk dat de belangen van de overheid en de maatschappij ongeveer overeen komen. Allebei hebben ze (sociaal) belang bij dat het drugsgebruik verminderd. Drugshandelaren en drugsgebruikers hebben er juist belang bij, dat het drugsgebruik toeneemt al is het beide met een andere reden.
Deelvraag 6:
Wat wordt gedaan tegen/met softdrugs? (politiek-juridisch)
Er zijn verschillende instanties die iets tegen het gebruik van softdrugs kunnen doen: bijv. Ouders, scholen, de massamedia en de overheid.
De preventie van drugsgebruik begint bij de jeugd. Het is aan de ouders om hun kinderen van jongs af aan in te lichten over de gevolgen van drugs. Ook later wanneer hun kind toch aan de drugs mocht raken, zijn zij het die als eersten meestal ingrijpen. Helaas heeft de mening van de ouders bij het probleem ‘drugs’ heel vaak geen effect. Het oordeel van hen wordt vaak als ouderwets afgedaan.
Ouders staan er niet alleen voor. Scholen beginnen steeds meer aandacht te besteden aan drugs. Zo heeft zich een landelijk project ontwikkeld: 'De gezonde school en genotmiddelen' om scholen hierbij te ondersteunen. In dit project wordt de voorlichting over een bepaald genotmiddel gegeven als jongeren de leeftijd hebben bereikt waarop zij met dat genotmiddel in aanraking kunnen komen.
En ook de massamedia helpt mee.
In oktober/november 2000 is een landelijke voorlichtingscampagne ‘Drugs, laat je niets wijsmaken' gevoerd. De campagne was gericht op het bevorderen van gezond gedrag van jongeren met betrekking tot alcohol en drugs. Gestreefd werd naar beperking van het gebruik en het voorkomen van schade aan de gezondheid. Het doel van de landelijke en regionale voorlichtingscampagne was om de communicatie tussen jongeren hun ouders over drugs te bevorderen.
Als laatste de overheid: deze zet ook verschillende campagnes in zijn werk voor de preventie van drugs.
Er zijn bepaalde wetten opgesteld tegen het gebruik van drugs. Zo bijvoorbeeld de eerder genoemde opiumwet. Daarbij gelden voor middelen op lijst I (harddrugs) zwaardere straffen dan voor die op lijst II (softdrugs en slaap- en kalmeringsmiddelen).
Het politiebeleid richt zich vooral op de productie en handel van drugs. Aan opsporing van bezit van kleine hoeveelheden drugs voor eigen gebruik geeft de politie geen voorrang, al gaat het om middelen van lijst I. De achterliggende gedachte is dat streng optreden tegen drugsverslaafden de problematiek eerder vergroot dan verkleint.
Ook is het verboden: meer als 30 gram softdrugs en meer als 5 weedplanten. Sinds kort is wordt er niet meer geverbaliseerd op het overtreden van de wet. Handelaren (coffeeshops) hebben nog een aantal extra verboden:
• ze mogen niet meer dan 5 gram per keer per persoon verkopen
• geen harddrugs verkopen
• geen reclame maken voor drugs
• geen overlast in de omgeving veroorzaken
• geen verkoop aan minderjarigen
• geen minderjarigen in een coffeeshop
Er is op dit moment sprake over legalisering van softdrugs. Verscheidene argumenten hiervoor zijn:
• bescherming van individuele rechten;
• straffen leiden tot geweld, corruptie en misdaad;
• de verbodswetten veroorzaken misdaad;
• de reductie van het aanbod door de politie heeft gefaald;
• hoge kosten van de wetshandhaving;
• legalisatie zal niet resulteren in toename drugsgebruik;
• illegale drugs zijn niet zo gevaarlijk als verondersteld.
Enkele tegenargumenten zijn, dat het legaliseren van drugs een verkeerd signaal zou kunnen geven. Namelijk dat drugs veilig is. Het zou mensen die twijfelen om te gebruiken over de drempel trekken. Net als alcohol zou het sociaal geaccepteerd worden en het gebruik alleen maar toenemen.
Als laatste zorgt de overheid voor de zorg van verslaafden. Wanneer deze ertoe bereid zijn worden ze opgevangen in afkickcentra.
Interview:
Interview met iemand die softdrugs gebruikt
(dit interview is mondeling afgenomen en de geïnterviewde wenst anoniem te blijven)
1.Hoe ben je in aanraking gekomen met softdrugs?
Het werd mij door een paar jongens aangeboden, die ik persoonlijk niet goed kende maar mijn vrienden kenden hen dus vertrouwde ik het wel.
2. Welke drugs gebruik je?
Ik blow alleen….
3.Waarom neem jij softdrugs?
Om te ontspannen... het hoort er eigenlijk bij... bij het uitgaan.
4.Vind je dat softdrugs slecht zijn voor jou?
Ik weet wel dat mijn gezondheid er niet beter op zal worden... maar er zijn zoveel dingen die slecht zijn dat het me niet veel uitmaakt.
5.Zijn er veel mensen in jouw omgeving die softdrugs gebruiken?
Nu gebruiken al mijn kameraden softdrugs en sommige wel erger spul.
6.Ben je wel eens in geldproblemen gekomen door de softdrugs?
Nee, niet veel vaker dan voor ik gebruikte... ik moet werken dus geld krijg ik wel, ik moet werken omdat ik thuis op de boerderij moet meehelpen.
7.Weten jouw ouders dat je softdrugs gebruikt?
Ja, nog niet zo lang... maar toen ik het min of meer vertelde zeiden ze mij dat ze het wel al gedacht hadden.
8.Ben je ooit gearresteerd of in aanraking gekomen met de politie door het gebruik van softdrugs?
Nee, wel een keer toen ik teveel bier ophad en op school aan kwam, maar dat heeft iedereen de laatste dag voor carnaval.
9.Ben je verslaafd of denk je dat je kunt stoppen?
Verslaafd ben ik niet, maar stoppen wil ik niet... Ik denk dat ik het wel zou kunnen, zoveel rook ik niet.
Commentaar:
Dit is het prototype drugsgebruiker; ik kon de drugs vertrouwen, want het was van vrienden van mijn vrienden; ik ben niet verslaafd, maar ik wil niet stoppen. Je merkt heel goed diegene niet op de hoogte was/is van de gevaren van drugs.

Conclusie
Deelvraag 1: Wat zijn softdrugs?:
Softdrugs zijn middelen die de hersenen, op wat voor manier dan ook, beïnvloeden. Ze kunnen een verslavende werking hebben. Over het algemeen brengen softdrugs een minder groot risico met zich mee dan harddrugs.
Volgens de wet: hennepproducten, slaap- en kalmeringsmiddelen.
Deelvraag 2: wat zijn de gevolgen van softdrugs?
Softdrugs zorgen voor een terugname in denk-, reactie- en waarnemingsvermogen. Op langer termijn kunnen softdrugs zorgen voor problemen met de ademhalingsorganen, kanker en blijvende hersenbeschadiging.
Deelvraag 3: wie gebruiken softdrugs en waarom?
Voornamelijk jongeren experimenteren met soft drugs. Gebruik op langer termijn wordt gedaan om de werkelijkheid te ontvluchten dus vooral door mensen met problemen.
Deelvraag 4: wat zijn de verschillende opvattingen over softdrugs?
Drugsgebruikers: het kan geen kwaad, handelaren: het is economisch goed, overheid: drugs is slecht voor de volksgezondheid, maatschappij in zijn algemeen: drugs is slecht het veranderd mensen en is slecht voor hun gezondheid.
Deelvraag 5: Wat zijn de belangen van de 4 groepen?
Drugsgebruikers: zich goed voelen, handelaren: economisch, overheid: sociaal en economisch, maatschappij in zijn algemeen: sociaal
Deelvraag 6: Wat doet de overheid tegen/met softdrugs?
Zij probeert preventie van drugs te bevorderen, mensen die drugs gebruiken/verhandelen te straffen en zwaar verslaafden te verzorgen/ laten af kicken.
Hoofdvraag: Hoe wordt het probleem ‘drugs’ gezien in Nederland?
Drugs worden als een steeds groter probleem gezien. Het gebruik is de laatste jaren enorm toegenomen. Vandaar dat mensen er lichter over gaan denken: ‘zovele gebruiken het’. De overheid probeert er alles aan te doen om het drugsgebruik te laten dalen. Er worden verschillende campagnes gestart om mensen duidelijk te maken wat de gevolgen zijn van drugs. Maar veel effect lijkt er niet te komen. Het drugsgebruik blijft maar stijgen.
Het is te hopen dat drugs niet, net zoals alcohol, maatschappelijk worden geaccepteerd.
Bronnen:
http://www.xs4all.nl/~arrazi/spreekd2.htm
http://www.trimbos.nl/default235.html
http://www.drugsinfo.nl/index.html
http://www.weerwoord.nl/weerwoord/topic-3978-start-40.html
http://www.trimbos.nl/default237.html
http://huiswerk.scholieren.com/werkstukken/verslag.php?verslagid=5940 http://huiswerk.scholieren.com/werkstukken/verslag.php?verslagid=19924

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.