ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Hoe lang/sinds wanneer is Nederland een Multiculturele samenleving?

Het is maar net hoe je het bekijkt. Eigenlijk is Nederland altijd al een multiculturele samenleving. Begin deze eeuw hadden de protestanten en katholieken totaal verschillende ideeën en tradities, maar leefden toch samen. Ook socialisten en liberalen hadden hun eigen gebruiken, normen en waarden. Sinds de jaren zestig zijn er verschillende culturen bijgekomen. Zo ontstond er een zelfstandige jeugd- en jongerencultuur, met popmuziek en korte rokjes. Ook kwam er een studentencultuur op, die democratisering van de universiteiten eisten, of juist massaal gingen feestvieren bij een studentenvereniging. In de loop van de jaren zeventig kreeg Nederland ook een grote homoscene.
Maar sinds een jaar of dertig heeft Nederland te maken met immigratie op grote schaal van mensen uit heel andere culturen.

Eigenschappen van een multiculturele samenleving

In een Multiculturele samenleving leven verschillende etnische groepen naast elkaar. In de samenleving kunnen meerdere groepen worden onderscheiden met onderling verschillende culturele kenmerken (taal, geloof, muziek, gebruiken/tradities, normen en waarden).
Meertaligheid vormt een intrinsieke eigenschap van Nederland als multiculturele samenleving, geen 'tijdelijk probleem'. Er zijn geen voorbeelden van multiculturele samenlevingen die eentalig zijn.

Met welke bevolkingsgroep(en) is de multiculturele samenleving begonnen?

Vanaf de jaren zestig is echter door de komst van relatief grote groepen uit andere landen het aantal culturen sterk toegenomen. Het totale aantal allochtonen dat geen Nederlandse nationaliteit heeft, bedroeg in 1997 680.000. Wanneer herkomst als criterium wordt genomen, dat wil zeggen wanneer een allochtoon wordt gedefinieerd als een persoon die zelf of één van zijn ouders in het buitenland geboren is, dan stijgt het aantal allochtonen voor hetzelfde jaar tot 2.677.000. Afgezien van mensen uit andere Europese landen zijn er in Nederland vier grote immigrantengroepen te onderscheiden. In 1997 bedroeg het aantal Surinamers en Antillianen/Arubanen respectievelijk 287.000 en 95.000. De andere twee grote groepen zijn oorspronkelijk afkomstig uit Turkije en Marokko. Hun aantal bedroeg in hetzelfde jaar 280.000 en 233.000 (zie CBS, 1998).

Welke bevolkingsgroepen zijn er nu? Hoeveel %?

Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen, Indo’s, Afrikanen, Aziaten, Chinezen, Latino’s.

Turken: Nederland telt ruim 330.000 Turken. Dit is 2,03%. Zij zijn daarmee een van de grootste groepen allochtonen en blijven dat in de nabije toekomst ook. In 2015 zullen er volgens het Centraal Bureau voor Statistiek zo'n 425.000 Turken zijn.
Het merendeel van de Turken is jong: 60% heeft de 30 jaar nog niet bereikt. Turkse jongeren behoren verder met name tot de tweede generatie: 72% is in Nederland geboren.

Marokkanen: In Nederland wonen 284.000 Marokkanen. Dit is 1,75%. Het merendeel van hen is Berber.
Er zijn iets meer Marokkaanse mannen (53%) dan vrouwen (47%). Ook zijn er meer personen van de eerste generatie (56%) dan van de tweede generatie (44%).
Marokkanen zijn een sterk groeiende groep. In tien jaar tijd zal hun aantal met 40% toenemen.

Surinamers: Met bijna 300.000 mensen zijn Surinamers de op één na grootste groep allochtonen. Dit is 1,85%. De Surinaamse groep bestaat o.a. uit Creolen, Hindoestanen, Javanen en Chinezen. Hindoestanen zijn de grootste groep. Van de Creolen woont een groot deel in Amsterdam.

Antillianen: Met bijna 125.000 mensen zijn Antillianen & Arubanen één van de snelst groeiende groepen allochtonen. Dit is 0,77%. Twee jaar terug telde Nederland zo'n 98.000 Antillianen, over tien jaar zullen dat er naar schatting 170.000 zijn.
Het merendeel (70%) van de Antilliaanse en Arubaanse groep woont buiten de vier grote steden. Ze zijn hiermee de groep met de breedste landelijke spreiding. Vooral Rotterdam is in trek.

Indo’s: Met ruim 435.000 mensen zijn de Indo's nog steeds de grootste groep allochtonen. Dit is 2,68%. De Indo's wonen verspreid over alle Nederlandse provincies. Wel zijn er duidelijke concentraties in Zuid-Holland en Noord-Holland. Verder zijn Gelderland en Noord-Brabant samen goed voor een kwart van alle Indo's in Nederland.

Afrikanen: Ruim 178.000 allochtonen in Nederland hebben een Afrikaanse achtergrond. Dit is 1,10%. De groep Afrikanen is niet alleen zeer divers, maar groeit ook sterk. Naar verwachting zullen er over tien jaar 264.000 Afrikanen in Nederland zijn.
Op dit moment zijn Somaliërs de grootste groep, daarna volgen de Kaapverdianen. Opvallend is dat bijna alle Kaapverdianen in Rotterdam wonen. De meeste Ghanezen wonen in Amsterdam.

Aziaten: Ruim 178.000 allochtonen in Nederland hebben een Aziatische achtergrond. Dit is 1,10%. Het merendeel van de Aziaten is afkomstig uit het Verre Oosten, bijvoorbeeld China, Japan en Vietnam. Met zo'n 45.000 personen vormen Molukkers 20% van de Aziaten in Nederland. Sterk groeiende groepen zijn de Irakezen en Iranezen.

Chinezen: Er zijn naar schatting 70.000 Chinese allochtonen in Nederland. Dit is 0,43%. Chinezen vormen geen homogene groep. Zo zijn ze afkomstig uit verschillende landen en spreken zij verschillende talen. Bijvoorbeeld Mandarijn of Kantonees. Slechts 35% van de Chinezen is afkomstig uit China. Hong Kong en Indonesië zijn voor veel Chinezen het land van herkomst.

Latino’s: Met zo'n 104.000 personen zijn de Latino's één van de kleinste groepen allochtonen in Nederland. Dit is 0,64%. Tegelijkertijd zijn ze één van de snelst groeiende groepen: in 1999 telde Nederland slechts 69.000 Latino's. Een groei van 50% in vier jaar tijd.
Latino's zijn in te delen in twee taalgroepen: Spaans en Portugees. De Spaanse groep is veruit het grootst: 45% van alle Latino's komt uit Zuid- of Midden Amerika, nog eens 30% is afkomstig uit Spanje.

Wat is de beeldvorming van de publieke opinie over de multiculturele samenleving?

Dat de beeldvorming van etnisch-culturele minderheden in Nederland niet altijd positief is weten we, maar er zijn opvallende verschillen in beeldvorming. Over Turkse, maar vooral over Marokkaanse migranten bestaan negatieve stereotypen die in veel mindere mate gelden voor bijvoorbeeld Surinamers en Zuid-Europeanen. Stereotypen zijn echter niet alleen maar verzonnen of vertekende beelden. Er bestaan verschillen in opleiding, sociaal-economische positie en godsdienst tussen de Nederlandse bevolking en etnische minderheidsgroepen. Stereotypen, over en weer, weerspiegelen deze verschillen.
De afgelopen decennia heeft prof.dr. Louk Hagendoorn, verbonden aan de Universiteit Utrecht, verschillende onderzoeken gedaan naar de sociale afstand tussen autochtone Nederlanders en bepaalde minderheidsgroepen. Wat is dat, sociale afstand? In feite werd er onderzocht met welke minderheidsgroepen de etnische Nederlanders het liefst contact hadden of juist geen contact wilden, en met welke groepen minderheidsgroepen omgingen – en in welke volgorde van voorkeur. Uit die onderzoeken kwamen voorkeurslijstjes naar voren, die bovendien tussen 1984 en 1998 nauwelijks veranderden. Hagendoorns opvallende conclusie is tweezijdig. Ten eerste houden alle groepen er voorkeurslijstjes op na. Autochtone Nederlanders bijvoorbeeld gaan het liefst om met Noord-Europeanen, daarna komen joden, Zuid-Europeanen, Surinamers, Molukkers, Turken en Marokkanen. In die volgorde. Ten tweede zijn autochtonen en migranten het vaak opvallend eens over de rangorde in beeldvorming: ze hebben min of meer dezelfde voorkeurslijstjes.
Ook als je kijkt naar de minderheden zelf, dan zie je dat die allemaal dezelfde rangorde hebben als de Nederlanders, behalve dan dat ze hun eigen groep op de eerste plaats zetten. Hoe dat komt? Het heeft volgens mij te maken met het gegeven dat je geen afstand neemt van je eigen groep. De meeste minderheidsgroepen zetten meerderheidsgroep, Nederlanders dus, op de tweede plaats. Maar ik kan me wel voorstellen dat als je nu een hele slechte relatie krijgt tussen migranten en autochtonen, bijvoorbeeld door de komst van LPF, dat Turken en Marokkanen de Nederlanders onderaan zetten.
Opvallend is dat zowel mensen met negatieve vooroordelen als mensen met positieve ideeën dezelfde voorkeursvolgorde hebben. Iemand die uitsluitend contact met mensen van zijn eigen etniciteit onderhoudt, en andere groepen zo veel mogelijk mijdt, koestert hetzelfde ranglijstje als iemand anders die regelmatig omgaat met andere dan zijn eigen groep.
Het feit dat Marokkanen vaak in het nieuws komen vanwege criminaliteit heeft waarschijnlijk wel invloed op de beeldvorming, maar daar is niet specifiek naar gekeken in het onderzoek.
Interessant is, is dat islamitische groepen laag scoren en dat Zuid-Molukkers laag scoren. In de jaren tachtig had je het effect van de treinkapingen: dan loopt er door een algemene voorkeur weer een bijzondere historische gebeurtenis.

Mening van politiek links/rechts/midden over multiculturele samenleving.

Links:
Burgers hebben steeds meer moeite om zich te herkennen in de politiek en de overheid. Er zijn bepaalde groepen die zich nauwelijks in de politiek vertegenwoordigd voelen. Dit komt vooral omdat de politiek nog te weinig een afspiegeling is van onze (multiculturele) samenleving. Naarmate politici proberen om namens de burgers meer greep te krijgen op de overheid, komen zij soms juist dichter bij de overheid en verder van de burgers te staan.
Bewoners willen ook meer invloed kunnen uitoefenen op de (ver)bouw van hun woning. Het bouwconsumentenrecht wordt daarom verbeterd. Manieren van bouwen waarbij bewoners meer te kiezen hebben worden bevorderd. Ook de mogelijkheden om zelf te bouwen worden vergroot. Particulier opdrachtgeverschap, ook in de huursector, wordt door gemeenten gestimuleerd en actief gesteund, waarbij ook rekening wordt gehouden met verschillende multiculturele achtergronden van bewoners. Duurzaam bouwen wordt gestimuleerd.
Rechts:

Ruimte voor een consistent asielbeleid
1) Strikte handhaving van de Vreemdelingenwet is noodzakelijk. Iedere afwijking daarvan doet afbreuk aan de doelstelling van restrictieve toelating. De onlangs herziene Vreemdelingenwet voorziet in een nieuw stelsel van rechtsbescherming dat moet leiden tot een korte en efficiënte asielprocedure. De wet moet zowel op politiek als ambtelijk niveau loyaal en consequent worden uitgevoerd. Zo snel mogelijk na binnenkomst moet worden bepaald of een vreemdeling al dan niet in Nederland mag blijven. Lang wachten schept onzekerheid, verkeerde verwachtingen en afhankelijkheid. Om aanzuigende werking te voorkomen dienen de voorzieningen voor asielzoekers een sober karakter te hebben.
2) De vraagstukken op het terrein van asiel en immigratie hebben een internationale, Europese schaal en dienen dan ook zoveel mogelijk in samenwerking met andere lidstaten in de EU te worden opgelost. Nederland moet het initiatief nemen tot modernisering van het Vluchtelingenverdrag. Asiel kan dan alleen nog bij de UNHCR in de regio van herkomst worden aangevraagd. De UNHCR krijgt de mogelijkheid verdragsvluchtelingen elders in de wereld te plaatsen.
3) In afwachting van de verdragsmodernisering moet het initiatief genomen worden tot een Europees asielbeleid dat inhoudt dat asiel alleen nog kan worden aangevraagd direct bij binnenkomst in de EU. Asielzoekers kunnen dan niet meer door zoals nu door buurstaten zoals België en Duitsland naar Nederland reizen. Asielzoekers die zich melden in de EU worden evenredig verdeeld over de lidstaten.
4) Voor de korte termijn is binnen de huidige wetgeving op een aantal terreinen verbetering van de uitvoering noodzakelijk en mogelijk. Het zogenaamde landgebonden asielbeleid moet tot het uiterste worden beperkt. Asielverzoeken kunnen alleen goed worden afgehandeld als duidelijkheid bestaat over identiteit, nationaliteit en reis. Wie geen documenten heeft, blijft daarom in gesloten opvang totdat het benodigde onderzoek is afgerond. Een asielaanvraag wordt afgewezen indien de betrokkene op enigerlei wijze tegenwerkt of niet volledig meewerkt. Degenen die op Schiphol asiel aanvragen, moeten een vliegticket kunnen tonen alsmede de documenten waarover ze de beschikking hadden bij de aankoop van dat ticket. Asielzoekers die niet kunnen aantonen rechtstreeks per vliegtuig of boot naar Nederland te zijn gereisd, hebben eerder in één of meer andere veilige landen verbleven waar zij asiel hadden kunnen vragen. De driejarenregeling, op grond waarvan asielzoekers een verblijfsvergunning wegens tijdsverloop krijgen, wordt beëindigd. De gratis rechtshulp voor asielzoekers wordt beperkt tot één beroepsprocedure. Per asielzoeker wordt maximaal één asielaanvraag in behandeling genomen. Wie een asielaanvraag heeft ingediend, kan daarna niet nog een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning indienen. Alleenstaande minderjarige asielzoekers die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel, worden direct teruggestuurd.
5) Het terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers moet streng en consequent worden uitgevoerd. Gemeenten mogen geen vervangende opvang bieden. Afgewezen asielzoekers die niet vertrekken, worden in bewaring genomen tot gedwongen uitzetting mogelijk is. De weigering van een staat om zijn eigen onderdanen terug te nemen zal in het kader van de bilaterale betrekkingen worden afgestraft.

Midden:
Het CDA is zich bewust van zowel de problemen als de meerwaarde die de komst van nieuwkomers naar ons land met zich meebrengen. De kansen die deze biedt moeten beter worden benut. De integratie van de migranten verloopt niet altijd even goed. Gemiddeld genomen is het opleidingsniveau lager en het aantal voortijdige schoolverlaters hoger. Bij sommigen is sprake van grote taalachterstanden. Het doel van een debat over de integratie en toekomst van de Nederlandse samenleving is de overtuiging dat spanningen omtrent deze problematiek niet onbenoemd moeten blijven. Onderscheiden levensovertuigingen en religies -mits binnen de regels van de rechtsstaat en zolang zij integratie in de Nederlandse samenleving niet in de weg staan- kunnen de Nederlandse samenleving verrijken.
8.10.1 De rol van particuliere organisaties in het emancipatie-en inburgeringsproces van nieuwkomers moet versterkt worden, mits de organisaties op integratie en inburgering in Nederland zijn gericht. Uiteraard vormen de Grondwet en daaraan ten grondslag liggende waarden en normen een verbindend kader.
8.10.2 Achterstanden worden weggewerkt zodat vrouwen en mannen ongeacht hun achtergrond, gelijke kansen, mogelijkheden en gelijke toegang tot voorzieningen hebben. Hierbij zijn zelforganisaties van groot belang, omdat zij een brug kunnen slaan tussen de verschillende culturen waarin mensen leven. In dit kader zijn ook levensbeschouwelijke organisaties van belang. Juist die spelen een cruciale rol als het gaat om het bespreekbaar maken van waarden en normen, om het wegwerken van achterstanden en om het begeleiden van het inburgeringproces van velen in onze samenleving.

9. Integratie en inburgering
8.9.2 Inburgering van nieuwkomers is niet langer een inspanningsverplichting, maar een resultaatverplichting. Het CDA streeft daarom een effectievere aanpak van het inburgeringproces na. Een definitieve verblijfsvergunning wordt pas gegeven als het inburgeringtraject met succes is afgesloten. Bij gezinsvorming en gezinshereniging kan het proces al in het land van herkomst beginnen. Het verdient aanbeveling bij inburgeringcursussen aan te sluiten bij oriëntatie van de cursisten. Zo moeten er meer gecombineerde trajecten van werken, inburgering en kinderopvang mogelijk worden. Meer praktisch ingestelde mensen bijvoorbeeld vragen om een eigen didactische benadering. Het aanbod moet toereikend zijn.
Maatschappelijke positie minderheden
De verschillen in de maatschappelijke positie tussen en binnen de diverse categorieën etnische minderheden is groot. De positie van Surinamers is relatief gunstig; de recente instroom van laag opgeleide Antillianen levert forse problemen op. Ook zijn er grote verschillen tussen de eerste generatie en tweede generatie allochtonen. Dit geldt sterk voor de arbeidsmarktpositie van allochtonen. Het percentage werkzoekenden onder alle allochtonen is 15,9%; het percentage onder allochtonen van de tweede generatie is 7,5%. Dit cijfer benadert het percentage van autochtonen, dat 6% is. De monitorgegevens laten zien dat het overgrote deel van de geregistreerde werkzoekenden laag is opgeleid en een taalachterstand heeft. Hieruit blijkt dat investering in het (onderwijs)beleid ten aanzien van nieuwkomers van groot belang is. Overigens is het aantal geregistreerde werkzoekenden onder minderheden het afgelopen jaar in omvang afgenomen. Dit betekent dat er ook successen zijn geboekt.

Allochtone jongeren hebben nog steeds een achterstand op autochtone jongeren in onderwijsprestaties, maar ze doen het met name in het voortgezet onderwijs wel steeds beter. Ook zijn veel allochtone jongeren ambitieus: ze willen graag leren en een goede baan bemachtigen. Ze hebben daarentegen geen reëel beeld van hun eigen mogelijkheden en kansen. Daar komt nog bij dat de overgang van vmbo naar mbo heel moeizaam verloopt. Al bij al verlaten veel jongeren hun opleiding voortijdig, omdat de door hun gekozen opleiding niet aan hun verwachtingen voldoet of omdat hun einddoel niet haalbaar blijkt.
De nieuwkomers komen uiteindelijk veelal in het laagste niveau van het middelbaar beroepsonderwijs terecht. Vaak hebben ze dan nog extra taalondersteuning nodig.
Een apart probleem vormt de categorie Antillianen. Hoewel Antillianen officieel tot de groep ‘zij-instromers’ behoren komen er maar weinig in een Internationale Schakelklas terecht, doordat ze de Nederlandse taal iets beter beheersen. Het probleem is dat hun taalvaardigheid daarentegen te gering is om in het reguliere onderwijs mee te kunnen komen. Deze groep valt daardoor letterlijk tussen wal en schip. Antillianen hebben extra steun nodig bij hun overstap naar het Nederlandse onderwijs, maar de huidige eerste opvangtrajecten zijn hiervoor niet voldoende geschikt.

De achterstand in huisvestiging komt doordat allochtonen vaak in concentraties bijeen wonen in oudere wijken in grote steden. In deze wijken staan vaak slecht onderhouden woningen en is de woonomgeving in de afgelopen decennia sterk verslechterd door het toegenomen verkeer, het verdwijnen van groen, van speelplaatsen voor kinderen, van buurtwinkels, enzovoorts. Vooral Turken en Marokkanen leven met relatief grote gezinnen in vrij kleine woningen. Antillianen en Surinamers wonen beter. Molukkers hebben vaak een afwijkende woonsituatie. Toen zij in de jaren vijftig in Nederland aankwamen werden zij in afwachting van hun terugkeer naar hun eigen Molukse republiek bij elkaar in kampen gehuisvest. Toen jaren later duidelijk werd dat de Nederlandse regering er niet aan dacht zich in te zetten voor een vrije Molukse republiek, wilden de meeste mulukkers toch bij elkaar blijven wonen omdat ze zo hun idealen het best konden bewaren. Pas langzamerhand is er vervolgens een proces op gang gekomen van spreiding over andere woonwijken. Er zijn echter nog steeds “Molukse wijken”.

Waarom zijn er vreemdelingen in Nederland?

Er zijn altijd al buitenlanders in Nederland geweest, dit kwam doordat mensen die vanwege godsdienstige of politieke redenen toevlucht zochten in ons land, dat bekend stond om een tolerante houding ten opzicht van andersdenkenden. Volgens historici is deze kwam deze houding vooral voort uit economische en maatschappelijke belangen. De migratie is vaak in golfbewegingen gekomen. Pas na de 2e wereldoorlog werd het migratiesaldo negatief, doordat veel mensen naar Canada, Australië, of de VS vertrokken. Vanaf 1960 werd het migratiesaldo echter weer positief, doordat er veel gastarbeiders naar Nederland kwamen om in de industrie te werken.

Vroeger waren er nauwelijks problemen met de allochtonen, dit kwam omdat de Nederlanders geen duidelijke identiteit hadden, en de meeste buitenlanders assimileerden [opgaan in de bevolking] binnen enkele generaties. Ook waren de meeste vluchtelingen toen intellectuelen die de Nederlandse samenleving stimuleerden en kleurrijker maakten. Ook nu nog word de Nederlandse cultuur verrijkt door de komst van buitenlanders, dit is o.a. te merken aan de eetgewoonten, kleding en muziek. Naaste de positieve gevolgen zijn er ook negatieve, zoals discriminatie, armoede, cultuurverschillen, en de opkomst van extreem rechtse groeperingen.

Mensen migreren om verschillende redenen.
→ De ecologische en economische situatie : Het klimaat is ongeschikt voor voedselverbouwing, of je kan geen werk in je eigen land vinden.
→ De politieke situatie : Sommige mensen worden in hun eigen land vervolgd vanwege godsdienstige of politieke ideeën.
→ De persoonlijke situatie : Hier speelt o.a. gezinshereniging een rol.
Bij alle migratiemotieven spelen zowel push- en pull factoren een rol. [pushfactoren zijn dingen in het eigen land die iemand laat migreren, pullfactoren zijn dingen in het andere land die de migrant aantrekken.]
Geen van deze redenen zijn nieuw, maar de mogelijkheden om te migreren zijn wel veel toegenomen, door massamedia, en moderne vervoermiddelen. De wereld is een global village geworden.

De belangrijkste migrantengroepen in Nederland zijn de Indische Nederlanders, de Mollukkers, de Surinamers, Antillianen en de gastarbeiders uit het Middellandse Zee gebied.

Of er een groei of afname van het percentage buitenlanders in Nederland komt is afhankelijk van bepaalde factoren :
→ Er worden meer kinderen geboren in allochtone gezinnen.
→ De gezinshereniging is sterk aan het afnemen.
→ Sommige buitenlanders halen hun partner uit het buitenland.
→ Veel allochtonen zijn jongere, die gezinnen gaan vormen.
→ Er komen nog steeds veel vluchtelingen bij.
→ Er gaan misschien binnenkort veel buitenlanders terug naar hun moederland, vanwege pensioen en werkeloosheid.

Verblijfstitels voor vreemdelingen.

Iedereen die Nederland wil bezoeken moet daarvoor toestemming hebben, behalve als je uit de EU komt. Nederlanders in het buitenland hebben dezelfde verplichting. Ook moet je je kunnen identificeren. Bij buitenlanders worden er ook andere toelatingseisen gesteld zoals voldoende geld en een verblijfstitel [een door de overheid erkende reden of afgegeven vergunning voor verblijf in ons land] Ook word er soms een limiet aan de tijd gesteld dat je hier mag blijven.

Je bent een Nederlanders als:
→ Je uit een Nederlandse vader en moeder bent geboren.
→ Je bent een ‘3e generatiekind, bijv kleinkinderen van gastarbeiders.
→ Door gebruik te maken van de optieregeling, tussen het 18e en 25e jaar kunnen kinderen van gastarbeiders het Nederlanderschap aanvragen
→ Door naturalisatie, een meerderjarige die hier 5 jaar heeft gewoond, en aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan een verzoek om naturalisatie aanvragen

Er zijn verschillende verdragen gesloten, die betrekking hebben op de wetgeving rond verblijfstitels:
→ de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, dit is echter alleen een belofte, en deze kan niet afgedwongen worden.
→ de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens, dit is een nadere uitwerking van de UVRM, dit is echter een verdrag, en hier moeten de landen zich aan houden.
→ het VVG is een verdrag waarin de definitie van vluchteling word gegeven.
→ de Nederlandse grondwet, hierin staat o.a. dat iedereen gelijk is.

Er zijn verschillende vormen van verblijfstitels, hieronder staan de belangrijkste:
→ De verblijfsvergunning : Als je langer dan 3 maanden in Nederland wil blijven, moet je deze aanvragen, hij moet per jaar verlengd worden. Hij wordt uitgegeven voor een bepaald doel (studie, werk etc.)
→ De vergunning tot vestiging :Wie hier langer dan 5 jaar woont, kan deze aanvragen. Deze titel word sinds 1975 niet meer aan gastarbeiders afgegeven.
→ Verblijf als vluchteling: Deze mag alleen op bepaalde voorwaarden worden gegeven. Als je onbeperkt in Nederland mag blijven krijg je de A-status, als je tijdelijk mag blijven, tot de problemen in het land over zijn krijg je een C-status. De 3e categorie hebben een Voorwaardelijke Vergunning Tot Verblijf. Dit lijkt erg op C-status.
→ Verblijf als gezinslid: Je mag kinderen en achtergebleven huwelijkspartner naar Nederland halen.
Bij al deze titels is er wel als voorwaarde dat je over voldoende middelen van bestaan moet beschikken, en geen misdaden hebt begaan.

Ook heb je illegalen, deze hebben geen verblijfstitel, en werken meestal onder slechte omstandigheden. Hun baas betaalt geen belasting, en ze hebben geen enkel recht. Meestal komen ze vanwege economische belangen naar Nederland.

Argumenten om meer asielzoekers toe te laten zijn :
→ Er is een grote ongelijkheid tussen arme en rijke landen.
→ Er is steeds meer geweld in de wereld.
→ Er zijn internationale afspraken.
→ Het recht van gezinshereniging.
→ Er is in bepaalde sectoren een tekort aan arbeidskrachten.
→ Je mag je eigen problemen niet ten koste laten gaan van asielzoekers. De problemen kunnen nooit zo groot zijn dat we asielzoekers niet kunnen betalen.
Argumenten om minder asielzoekers toe te laten zijn :
→ De kosten zouden te hoog zijn.
→ Er is geen werk en woonruimte.
→ De ‘Nederlandse Cultuur’ zou bedreigd worden.

Betoog over de Multiculturele samenleving

In onze samenleving vinden grote veranderingen plaats. Verschillende culturen
botsen met elkaar en ontmoeten elkaar en er komt dan ook een proces op gang dat er toe zal
leiden dat er een nieuwe cultuur ontstaat.
Migratie is een onomkeerbaar en onvermijdelijk modern verschijnsel.
En zo lang Nederland, Europa en de Verenigde Staten internationale vrijplaatsen zijn van welvaart, vrijheid en welzijn, blijven zij trekpleisters voor migranten. Geen grens zal 'de trek naar het westen' verminderen of tegenhouden.
Deze constatering is misschien vanzelfsprekend. De politieke erkenning ervan is dat niet. Maar de erkenning dat Nederland, net als haar buurlanden, een immigratieland is, is beslissend om realistisch immigratiebeleid te kunnen voeren.

Migratie kan met mate worden gereguleerd, het kan niet worden gestopt. 'Dweilen met de kraan open', is niet alleen respectloze beeldspraak, het is ook bedrieglijk: er is geen kraan die dicht kan.
Maatregelen om de grenzen te sluiten of migratie scherp terug te dringen, hebben slechts een ‘waterbed-effect’: migratie verplaatst zich, in ons land èn in Europa.
Minder legale migratie leidt tot een sterke groei van de illegaliteit.
En een daling van het aantal asielzoekers in het ene land, heeft een stijging in de omringende landen tot gevolg.

Europa moet naar een systeem van gelijke toelatingsprocedures en gelijke regels voor opvang van asielzoekers.
Als wij fatsoenlijke omgang willen in Nederland tussen groepen en individuen, dan zullen wij ook fatsoenlijk moeten zijn in het internationale verkeer. Wij hebben fatsoenlijk te zijn tegen de mensen die onze bescherming zoeken. Die mensen stuur je niet terug naar landen en gebieden 'waar zij vervolging hebben te vrezen', zoals het belangrijkste verbod luidt uit het Vluchtelingenverdrag.

Nederland is een land waarin jongeren met hun culturen, leef- en kledingstijlen, hun plek eisen en krijgen in het publieke domein. Waarin vrouwen zich kunnen emanciperen en met succes andere omgangsvormen, andere stijlen van werken en nieuwe waarden introduceren in het maatschappelijke leven.
Maar het zijn uiteindelijk vooral de migranten (en de vele culturen waaruit ze afkomstig zijn) die, vanaf de jaren vijftig in telkens grotere getale, hun stempel hebben gedrukt op onze samenleving.

De culturele diversiteit van ons land heeft een keerzijde. Voor de meesten van ons is de voorspelbaarheid en overzichtelijkheid van het bestaan sterk afgenomen. Geen van ons kan meer vanzelfsprekend de anderen inschatten. Kleding, accent en stijl van praten zijn niet voldoende om milieu, opleidingsniveau, of land van herkomst en cultuur af te lezen.
Het zijn ook de diversiteit en onvoorspelbaarheid, die leiden tot gevoelens van onveiligheid en onzekerheid. Bijvoorbeeld, als je in de tram staat tussen mensen die je niet kan verstaan. Of als het straatbeeld in je buurt nog het meeste lijkt op dat op een ansichtkaart uit Oost-Turkije. De multiculturele samenleving voelt dan als een last. Mensen voelen zich geïntimideerd en boos. Die emotie vraagt om begrip.

Jonge generaties Marokkanen, Turken en Surinamers emanciperen zich razendsnel. Ze volgen telkens hogere opleidingen en zijn geleidelijk ook zichtbaar op de hogere posities op de arbeidsmarkt. Er is een allochtone voorhoede en elite ontstaan. Bijvoorbeeld de jonge Marokkaanse vrouw die leiding geeft aan de Utrechtse ondernemersvereniging voor slagerijen en kruideniers, en de zwarte zakenvrouw van het jaar die een groot schoonmaakbedrijf onder haar hoede heeft.
Maar onmiskenbaar heeft sociale achterstand in Nederland ook nog een etnisch gezicht. De werkloosheid onder allochtonen is hoger dan onder autochtonen. Ondanks dat het de jongeren goed gaat, zijn migranten oververtegenwoordigd in de lage, ongeschoolde functies. Met de zwarte scholen gaat het telkens beter maar de 'witte vlucht' gaat ongehinderd voort. Dat is slecht voor de kinderen die achterblijven op zwarte scholen. Het is slecht voor de samenleving die juist menging en integratie van bevolkingsgroepen behoeft.
Maar ook de criminaliteitscijfers geven een treurig beeld. Het zijn kleine groepen Marokkaanse en Antilliaanse jongeren, maar hun gedrag drukt onevenredig op de statistieken en de veiligheid op straat.

Soms lijkt de multiculturele samenleving te ontsporen in intolerantie en onverschilligheid. Sommige werkgevers maken zich nog schuldig aan discriminatie. Sinds 11 september is het aantal klachten over vooroordelen en achterstelling aanzienlijk toegenomen. Vrouwen met een hoofddoekje voelen zich onveilig op straat. Het is onbegrijpelijk dat asielzoekers niet mogen werken. Dat zij gedwongen worden om jarenlang niets te doen, terwijl hun vaardigheden en werkervaring gedateerd raken. De prioriteiten zijn dan verkeerd gelegd. Angst voor integratie is een slechte raadgever.
In de multiculturele samenleving die wij voorstaan, is geen ruimte voor intolerantie en discriminatie: niet door de overheid, niet door werkgevers en niet in 'eigen kring'.

Deze mensenrechten, van de vrijheid van meningsuiting, het discriminatieverbod tot de sociale grondrechten zijn het fundament van de moderne multiculturele samenleving.
Het zijn geen westerse normen, het zijn universele normen, die zijn vastgelegd in alle internationale verdragen, in onze grondwet, in het wetboek van strafrecht en in de regels die wij kennen voor behoorlijk en democratisch bestuur. Deze normen, deze regels, mogen en kunnen nooit worden gerelativeerd.

Maar hoe komen we nu tot een oplossing om deze regels in onze multiculturele samenleving toe te kunnen passen?
Elke nieuwkomer en elke oudkomer moet een inburgeringcursus kunnen worden aangeboden, snel en effectief. En dan mogen mensen gedwongen worden om deze te volgen. Niet door te dreigen met uitzetting, dat is oneigenlijk, zéker als het om vluchtelingen gaat. Wel door financiële prikkels en sancties in te bouwen. Volg je een inburgeringcursus met goed gevolg, dan is deze gratis. Haal je 'm niet dan zal je een deel van de kosten na afloop zelf moeten betalen. Weiger je een inburgeringcursus te volgen, dan mag dat gevolgen hebben door korting van een uitkering. Inburgering is een voorwaarde om je plek te kunnen vinden op de arbeidsmarkt en in de samenleving. En net zoals bij het weigeren van werk, mag de weigering om in te burgeren, financiële gevolgen hebben.

Kortom, een multiculturele samenleving biedt juist ruimte om respect
te hebben voor de eigen cultuur en daarmee traditie en het is dan ook hartstikke arrogant om culturen als ongelijkwaardig te beschouwen.
Vormgeving van de multiculturele samenleving begint en eindigt bij het verminderen van achterstanden en het versnellen van integratie.
Een hoofdopgave is ook om te zorgen dat de samenleving in beweging blijft en niet verstart in angst, intolerantie en onverschilligheid. Onze samenleving is nooit af. Het gesprek daarover, het culturele poldermodel, moet continue, én met alle betrokkenen, plaatsvinden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

heb hier veel aan ge had hoor danje wel

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast