Inhoud:

We hebben alles op een rijtje gezet om een overzicht te maken over wat hier in dit werkstuk staat:

- De geschiedenis van de fiets
- (Jeugd-)wielrennen
- ATB
- Veldrijden
- BMX
- Eénwielers
- Doping

Om onze mening over deze dingen in een slot te zetten hebben we een slotconclusie gemaakt.

Op de laatste pagina staan de bronnen die wij gebruikt hebben om dit werkstuk te maken.

De geschiedenis van de fiets:

Natuurlijk is de fiets niet zomaar ineens ontstaan, er zijn heel wat uitvinders en prototypen vooraf gegaan om het resultaat van nu te krijgen. In het de volgende punten kan je precies zien hoe de fiets van nu is ontstaan.

Draisine: De geschiedenis van de fiets begint bij Karl von Drais in 1816. Hij bouwde als eerste een bestuurbare loopfiets, die naar hem "draisine" werd genoemd. Voordien waren al loopfietsen gebouwd, maar die waren niet goed bruikbaar, omdat je het voorwiel niet kon draaien. De eerste loopfiets van Von Drais was een log en zwaar houten vehikel. Hij woog vijfentwintig kilo en had een houten zitbalk. Met een soort handel kon je het voorwiel draaien om te sturen.

Vélocipède: Een belangrijke stap in de ontwikkeling van de fiets. Dat is vooral te danken aan Ernest Michaux, de zoon van een wagenmaker uit Parijs. Hij bouwde in 1861 een voertuig met trappers op het voorwiel. Hij noemde zijn uitvinden "vélocipède".

Michaux-fiets: Aanvankelijk was de Michaux-fiets van hout, maar in 1866 maakte hij een fiets van ijzer, die hij in het jaar daarop op de grote wereldtentoonstelling in Parijs tentoonstelde. Dat leverde bestellingen vanuit de gehele wereld op, ook vanuit Nederland. Waarschijnlijk was de Haagse baron Otto Groenix van Zoelen de eerste Nederlander, die een Michaux-vélocipède bezat.
Loopfietsen waren hier al eerder op de weg geweest, zeker vanaf 1826. De fiets van Michaux werd een succes. In veel landen werden op basis van deze vélocipède fietsen gebouwd en werden allerlei verbeteringen toegepast. Ook in Nederland, waar in 1869 door Henricus Burgers in Deventer de Eerste Nederlandse Fabriek van Vélocipèden werd opgericht.

De hoge bi: Een merkwaardige en spectaculaire ontwikkeling ontstond in 1871 toen de Engelsman James Starley een fiets bouwde die als hoge "bi" (bi is de afkorting van bicycle) geschiedenis zou maken.
Om de mogelijkheden van de hoge "bi" te demonstreren reden in 1873 vier personen van Londen naar John O’Groats in het uiterste noorden van Schotland. Alles bij elkaar een afstand van 1386 kilometer, die in vijftien dagen werd afgelegd. De Amerikaan John Stevens maakte in 1884-1886 op een hoge "bi" zelfs een tocht om de wereld.

Veiligheidsfiets: In 1885 bouwde John Kemp Starley de eerste veiligheidsfiets met vrijwiel even grote wielen en een ketting. Het prototype van de hedendaagse fiets. Deze fiets werd in 1887 gemaakt door de eerste Nederlandse fietsenfabrikant Henricus Burgers.

Luchtbanden: In 1845 was door de Engelsman Robert William Thomson reeds een luchtband voor rijtuigen uitgevonden, maar zijn vinding werd niet toegepast.

Fietsrijschool: De veiligheidsfiets en de luchtband hebben de fiets snel populair gemaakt en binnen het bereik van iedereen gebracht. Tegen het begin van de twintigste eeuw werd de fiets in een groot aantal Europese landen en in de Verenigde Staten van Amerika steeds meer gebruikt. Het fietsen ging door allerlei technische verbeteringen ook steeds gemakkelijker. In de beginjaren moest het fietsen echt worden geleerd en daarvoor ging je dan naar een rijschool. Daar kon je onder deskundige leiding oefenen, voordat je op de openbare weg ging fietsen.
De eerste fietsrijschool ter wereld werd in Londen geopend. In Nederland kwam de eerste fietsrijschool in 1868 in Amsterdam

Rijwielbelasting: Om te mogen fietsen moest je vroeger rijwielbelasting betalen. Van 1924 - 1941 moest daarvoor een belastingplaatje worden gekocht dat aan de fiets moest worden bevestigd of zichtbaar worden gedragen. Sinds 1941 wordt geen belasting meer op fietsen geheven.
Heden van de fiets

Fietsen met de wind in de rug: Door een samenwerking tussen verschillende gespecialiseerde bedrijven is het Sparta gelukt om een nieuwe generatie elektrische fietsen te ontwikkelen. Een unieke ontwikkeling waarbij de gebruiker steeds centraal gestaan heeft. Een elektrische fiets die er uitziet en fietst als een gewone fiets. De onzichtbare techniek geeft de fietser het gevoel continu de wind in de rug te hebben. Dit artikel geeft een indruk van de ontwikkeling en de technische achtergronden van deze elektrische fiets.

Elektrische fiets met toekomst: Door de toepassing van de genoemde technieken is de E-Bow een product met toekomst in dit fietsminnende land (en daarbuiten), speciaal gemaakt voor mensen die de ‘wind in de rug’ willen hebben. E-Bow, de nieuwe generatie elektrische fiets De nieuwe elektrische fiets moest lichter, stiller en de elektrische onderdelen moesten minder zichtbaar worden. Het resultaat: een elektrische fiets die 5 kg lichter is, geruisloos en er uitziet als een normale, sportieve fiets.
Sparta heeft een jarenlange kennis en ervaring op het gebied van het ontwikkelen, produceren en verkopen van (elektrische) fietsen. Het liefst zou Sparta de fiets willen opbouwen uit standaard onderdelen. Echter, de gewenste componenten zijn niet op de markt verkrijgbaar, dus moesten deze specifiek voor de elektrische fiets, de E-Bow, ontwikkeld worden.
Om de elektrische componenten minder zichtbaar te maken was het noodzakelijk deze componenten in de fiets te integreren. Het E-Bow basisconcept ontstond door de accu onzichtbaar in het frame van de fiets te bouwen en de motor in de naaf van de achteras te monteren. Dit leverde een elegant basisontwerp op, waarbij de belangrijkste elektrische componenten onzichtbaar zijn weggewerkt. Verder is er voor gekozen om de E-Bow te bedienen met behulp van een bedieningsunit (een soort fietscomputer).

Samengevat zijn de volgende technische vernieuwingen aangebracht:
- in de motor geïntegreerde elektronica;
- serieel communicatienetwerk;
- geavanceerd accumanagementsysteem;
- geavanceerde bedieningsunit op het stuur met een LCD display;
- goede bescherming tegen diefstal, als de bedieningsunit wordt afgenomen kan het elektrische systeem niet werken.
- grote actieradius met motorondersteuning door een hoger rendement;
- de motor wordt automatisch dynamo als de accu leeg is, zodat de verlichting ook werkt bij een lege accu.

Technische snufjes: De fiets van de toekomst moet zo comfortabel, snel en trendy zijn dat de stedeling zijn auto niet mist. De fietser kan straks biken en tegelijk handsfree bellen. Of een e-mail versturen.
Over pakweg twintig jaar fietsen we niet meer, we biken. En dat doen we heel relaxed, want onze bike is multifunctioneel en bovendien via de aangesloten accu verwarmd. Zonder een kreuk in het driedelig grijs en met versgeföhnd kapsel reizen we per overdekte kunststoffen fiets van huis naar de baas. Onderweg versturen we een e-mail aan een klant of zoeken we in het navigatiesysteem de handigste binnendoorroute.
Over twintig jaar kiest de moeder een rijwiel met een universeel montagepunt, ongeveer daar waar nu nog de bagagedrager zit. Het clickable aanhechtpunt biedt ruimte aan een kinderzitje, een inklapbare boodschappenkrat of een aanhanger, al naar gelang het gebruik.
De zakenman kiest in de toekomst voor een ligfiets als hij aardig wat kilometers moet maken, of anders voor een fiets die zichzelf instelt op het landschap. In de stad kan de fietser rechtop zitten en om zich heen kijken. Desgewenst transformeert het frame zich zodanig dat de fietser buiten de stad als op een racefiets vaart kan maken.
De ontwikkeling van de fiets van de toekomst is tweeledig. Enerzijds wordt elk rijwiel multifunctionele en blijven er door een betere verstelbaarheid slechts twee of drie framematen over. Anderzijds komen er meer typen fietsen met voorzieningen voor speciale gebruiksdoeleinden: het hoofd van een gezin heeft een boodschappenfiets, de zakenman of -vrouw heeft een multimediale fiets en kan handsfree telefoneren, en de fanatieke vakantiefietser heeft een speciale ATB met toegang tot een navigatiesysteem dat de kaart van nu overbodig maakt.

(Jeugd-)wielrennen:

Wielrennen is samen met je leeftijdsgenoten een wedstrijd rijden op een racefiets Om de strijd eerlijk te maken zijn de racefietsen technisch aan elkaar gelijk gemaakt. De lengte van de wedstrijden zijn onder andere afhankelijk van je leeftijd, maar ook van het soort wedstrijd! Je kunt vanaf 8 jaar meedoen aan het wielrennen, je komt dan in categorie l terecht. In totaal zijn er 7 jeugdcategorieën en ben je dus na 14 jaar in categorie 7.
Er is een grote variëteit in mogelijkheden in het wielrennen, en dat geldt ook al voor het jeugd wielrennen. Zo zijn er de wegraces, baanwielrennen, cyclocross, mountainbike enz. Tevens zijn er binnen elke discipline weer vele wedstrijdvormen mogelijk, zoals bij de wegraces bijvoorbeeld een tijdrit, criterium, klassieker, afvalrace enz.
Het begin als jeugdwielrenner
Je mag als jeugdwielrenner beginnen in het jaar dat je acht wordt.
Je behoeft niet te wachten tot je achtste verjaardag, maar het kan al op Nieuwjaarsdag ingaan.
Als je wilt gaan wielrennen, moet er het een en ander worden geregeld.
Je meldt je aan bij een wielerclub en je club vraagt bij de KNWU een licentie voor je aan. Een licentie is een kaartje (het lijkt op een bankpasje) waarop onder andere je pasfoto staat en waarop jijzelf je handtekening moet zetten.
Als je zo'n licentie eenmaal hebt, mag je aan wedstrijden meedoen.
Je jeugdleider neemt de jeugdlicenties mee naar de wedstrijden. Daar moet hij ze namelijk laten zien als hij de rugnummers af gaat halen.
Bij jeugdwedstrijden gaat dus niet iedere renner zelf zijn rugnummer afhalen bij de organisatie, dat doet de jeugdleider.
Een renner krijgt dan zijn rugnummer van zijn eigen jeugdleider.
De racefiets: Voor je een fiets gaat aanschaffen, moet je wel weten wat je gaat kopen. Het is wellicht raadzaam even te vragen waaraan een fiets zoal moet voldoen.

Een fiets mag niet te groot of te klein zijn, en het verzet ( verhouding aantal tanden op grootste voortandwiel en kleinste achtertandwiel) moet zodanig zijn dat per pedaalslag (eenmaal rond) niet meer dan de maximale afstand in de zoals te lezen inde tabel wordt afgelegd. Per categorie zijn die afstanden verschillend en er is verschil tussen rijden op de weg en in het veld.

Het aantal tanden voor en achter mogen dus in feite net zo groot of klein zijn – evenals de wielen – als de afgelegde weg maar o.k. is. Hoe je dat meet ? Eerst de ketting over het grootste voortandwiel en het kleinste achtertandwiel laten lopen. Vervolgens de fiets recht achteruit duwen nadat eerst een crank (waar de pedaal aan vastzit) precies naar beneden is gezet. Blijven duwen tot deze crank weer precies naar beneden wijst. De afgelegde afstand vervolgens meten en vergelijken met de maximale afstanden in de tabel.
Hoe groot of klein een fiets moet zijn, hangt uiteraard van de renner af. Framegrootte, zadelhoogte, stuurhoogte en -breedte zijn van belang. Ook belangrijk zijn de afstanden tussen stuur, zadel en pedalen ; deze bepalen de 'zit'.
Alle categorieën mogen sinds 2003 met voor- en achterderailleur rijden, dus met meer tandwielen om te kunnen schakelen (meestal twee vóór en vijf tot tien achter).
Verder moeten er deugdelijke remmen op zitten en geen accessoires zoals pompen en bidons (computer en bidonhouder mag wel). Alleen categorie 5, 6 en 7 mogen tijdens wedstrijden met een bidon rijden.
Verzorging en onderhoud
Helm, schoenen en kleding: De helm (verplicht) moet een 'harde-schaal’ helm zijn (geen ‘worst’-helm). Wanneer je een helm wilt aanschaffen, kijk dan eerst binnen de vereniging. Want een 'harde-schaal' helm is al gauw meer dan € 50.
Een goed zittende schoen is van belang voor een goede tred op de pedalen. Eronder zitten doorgaans klemplaatjes ; zodra er een beetje ervaring is, gaan wielrenners clickpedalen gebruiken waar die plaatjes in passen en waarmee de schoenen vast op de pedalen worden gezet. Daarom is er altijd een wat vreemd klepperend geluid als wielrenners lopen en hoor je een hoop geklik bij de start van een wielerwedstrijd.
Draag witte sokken in de schoenen, ook dat staat veel mooier dan een paar geitenwollen kousen, ja toch. Vroeger was dat zelfs verplicht.

De kleding moet altijd schoon zijn. Dat staat netjes en verzorgd bij de wedstrijden. Vooral de koersbroek moet goed schoon gehouden worden. Je zit namelijk met je blote bips in de broek op de zeem. Daarom moet die goed schoon blijven. Infecties e.d. aan je zitvlak zijn zeer onprettig. De verzorging van je kruis is dus van groot belang. Goed wassen, vooral na de training en wedstrijden is belangrijk. De rest natuurlijk ook, maar je zitgedeelte moet goed schoon zijn om (steen)puistjes te voorkomen. Want dat laatste is voor een wielrenner zo ongeveer het ergste wat hem/haar kan overkomen.

Handschoentjes zijn prettig en bij eventuele valpartijen bieden ze bescherming.
Heb je een valpartij meegemaakt dan moeten vooral schaafwonden goed verzorgd worden. Houd ze bovenal droog als het kan.
Alleen als het fris is (minder dan 15 ºC) rijd je in lange broek en een jack. Normaal gesproken fiets je dus in de koersbroek en shirt. Na de wedstrijd moet je er voor zorgen niet te gauw af te koelen. Trek dan je jack aan, eventueel ook je lange broek. Zorg er steeds voor dat alles netjes oogt; de sponsor betaalt er veel geld voor.

Voeding: Goede voeding is belangrijk, maar dat haal je niet uit speciale drankjes en reepjes. Gewoon Brinta, aardappels, groente, macaroni etc. zijn nog altijd het beste gebleken. Zorg ervoor dat een flinke tijd voor de wedstrijd of training gegeten hebt, anders krijg je last van je maag. Je kunt eventueel vlak voor de strijd wat druivensuiker nemen. Een banaan is bij jeugd zeer populair (“zonder banaan, rijdt ……… niet vooraan”).
Vergeet niet te drinken. Vooral op warme dagen is een goede vochthuishouding belangrijk. Gewoon water is erg goed. Roken is trouwens slecht – maar dat wist je al.

De fiets: Maar ook de fiets moet onderhouden worden. Dus controleer regelmatig. Doen de remmen het nog goed, is er speling in spaken, is de ketting smerig en is de spanning en richting nog goed. Kijk of het zadel goed vast zit en of de hoogte nog goed is. Ook af en toe nagaan of je speling hebt in je stuur en de assen van je wielen. Denk ook eens aan zoiets als het goed vast zitten van een bidonhouder. Deze komt bij het losraken tegen de pedalen. Je kunt dan bijna verzekerd zijn van een valpartij.
Maak de fiets ook regelmatig schoon.
Het is zo jammer als een renner niet mee kan doen door achterstallig onderhoud.
Banden moeten hard opgepompt zijn (tenminste 5 atm of bar) en nog een goed profiel hebben. Een lekke band is niet de bedoeling. Door al het rijden, zeker op wegen met steenslag, komen er hele kleine steentjes in de band. Die moeten er af en toe uitgehaald worden.
Reserve-spullen en klein gereedschap meenemen naar wedstrijden kan zeer nuttig zijn. Maar voorkomen is beter dan genezen.
Laat een ander ook eens naar de fiets kijken (geheel vrijblijvend), bijvoorbeeld of de zit wel lekker is. De stand van het zadel speelt een belangrijke rol. Een goede framehoogte natuurlijk ook, maar met een langere zadelpen en stuurvoorbouw is veel goed te maken.
Experimenteer en probeer verschillende standen. Heb je eenmaal een goede stand gevonden, schrijf dan de maten op.

ATB:

ATB (All Terrain Bike) of ook wel MTB (MounTainBike), is ook weer een tak van de wielersport dat door heel veel mensen beoefend wordt. De meeste van deze beoefenaars zullen aan crosscountry doen, sommige waaghalzen zoeken de spanning in het downhill racen en voor de behendigheid is er trial.

Cross Country: Het woord zegt het al, Cross country, door het land heen. Deze term moet je bijna letterlijk nemen, want bij dit onderdeel van het ATB’en crosst men het hele land door. Dit is da tak van de ATB sport dat het meeste beoefend wordt. Je kan het bijna overal doen, vooral hier in de kempen is deze sport heel bekend. Er bevinden zich een aantal routes in de bossen die speciaal door ATB’ers zin n aangelegd. Bij de cross country spreekt men niet van een MTB, omdat een MTB echt voor in de bergen is bedoeld en ook veel beter geveerd is. Die vering maakt het rijden, hier in de kempen bijvoorbeeld, niet gunstig. Men heeft een stugger frame, zonder al te veel vering, wat gunstig is voor de snelheid. Ook is de grootte van het frame belangrijk, het moet precies de juiste maat zijn om een optimale prestatie te kunnen leveren. Zo moet het frame groot genoeg zijn en niet te klein zijn, anders kan dat breken. De vering bij een cross country bike zit er bijna altijd voor wel één vooraan, soms zie je ook een vering in achter in het frame verwerkt voor de grote schokken op te vangen. Deze fiets hier boven heeft zo te zien alleen maar een voor vering. De banden van de ATB zijn ook heel belangrijk. Als de banden te dun zijn, kan men de controle verliezen over de fiets. Deze breedte van de band verschilt ook weer per rijder. Sommige voelen zich beter bij dikke en anderen vinden iets dunnere banden beter rijden. De fiets heeft versnellingen, wat ook weer belangrijke onderdelen zijn om zo snel mogelijk een heuvel te beklimmen of af te dalen. Deze fiets hier boven heeft 3x9 versnellingen, drie tandwielen voor en negen tandwielen achter voor de optimale prestatie. De remmen zijn voor en achter natuurlijk. Men kan de remmen in V-brakes hebben of in schijfremmen. Beiden kunnen door een kabel of oliedruk geremd laten worden. De meeste cross country rijders hebben klikpedalen met klikschoenen, die schoenen en pedalen zorgen er voor dat de rijder zijn voet stevig op de pedalen houdt en voor een
beklimming kan men als de ene
voet duwt, de andere trekken aan de pedaal. Die schoenen zitten dan vast met plaatjes aan de pedalen. Men kan de schoen van de pedaal halen door de hak naar buiten te draaien. Hier boven zie je de schoenen en onder de speciale pedalen.

Cross country wordt op heel hoog wereldniveau beoefend. Het is zelfs een tak in de Olympische Spelen. Een bekend ATB’er is Bart Brentjes, hij heeft in 1996 de Olympische spelen gewonnen met het onderdeel cross country. Verder worden er in Nederland af en toe strand races gehouden die ook onder de categorie cross country vallen.

Downhill Racing: Hier zegt het woord ook al weer genoeg om te weten waar het over gaat. Bij deze tak van het ATB’en gaat het om zo snel mogelijk van een berg af te rijden door bomen, stenen en allerlei andere obstakels. Het parcours is soms duizelingwekkend stijl, een echte overwinning voor jezelf als je dat kan beheersen zonder te vallen.
De verschillen aan de fiets in tegenstelling tot de ATB zijn enorm bij de MTB of de downhill fiets. Om te beginnen is het frame zo sterk mogelijk gemaakt met dikke buizen en een grote vering voor en achter. De veringen voor deze soort fietsen is bedoeld om de extreem grote klappen op te vangen die de fiets en de rijder krijgen bij jumps en stenen die op de baan liggen. Het zadel zit laag zodat men de meeste controle heeft over de fiets en men het gewicht naar achteren kan plaatsen op de heel steile stukken. Als dit niet kan, kantelt de fiets naar voren, met als gevolg dat de rijder voorover vliegt. De banden zijn ook dikker en slapper om de optimale grip te krijgen op het parcours. Hier wordt geen gebruik gemaakt van klikpedalen, omdat als de rijders vallen ze niet zo makkelijk aan de fiets blijven hangen. Er wordt meestal gebruik gemaakt van schijfremmen op de wielen, omdat die het hardste kunnen remmen als het nodig is. De versnellingen op een downhill fiets zijn heel minimalistisch en hebben een groot verzet, omdat men te maken heeft met grote snelheden. Voor hebben ze 1 of 2 tandwielen en achter tussen de 4 en 6 tandwielen.
De acties in deze sport zijn erg snel en daarom is de rijder heel erg goed beschermd tegen het vallen. Het hele lichaam zit onder de bodyprotectors en ze hebben een goede helm op, meestal een motorcross helm. De kleding is dun maar sterk en staat onder de sponsors.

Hiernaast zie je nog een stukje van een parcours. Je ziet dat de rijders door gevaarlijke bochten met veel stenen en keien moeten. Het is dan ook niet zo ongewoon dat er regelmatig ééntje valt, want het hangt allemaal af van de stuurkunsten van de rijder.
Deze sport is niet zo vaak op tv te zien, alleen bij speciale zenders zoals Xtreemsports. In Nederland zijn er kunstmatige banen ontworpen waarbij men deze sport kan uitoefenen, maar de kick krijg je pas echt als je bijvoorbeeld in Frankrijk in de bergen gaat rijden.

Trial: Dit is de laatste tak van het mountainbiken. Bij deze sport gaat het om de behendigheid, concentratie en evenwicht. De bedoeling van trial is dat met van de ene rots naar de andere springt en dan nog het liefst met een mooie trick.
De bike is speciaal gebouwd om zo hoog en ver mogelijk te kunnen springen vanuit stilstand. Het frame is heel licht. Er zijn geen versnellingen aanwezig, de fiets heeft maar één laag verzet om snel te kunnen springen. Er zit een terugtraprem op en een voorrem. Vering is niet aanwezig, want de rijder vangt de klap op met zijn lichaam door zich in elkaar te trekken. Meestal zit er geen zadel op de fiets, omdat dat toch niet nodig is. De bandenspanning is er laag, zodat de grip optimaal behouden word.
Bij trial kunnen er ook kunstmatige parcours gemaakt worden, bijvoorbeeld door middel van olievaten, auto’s en houten planken op een hoge stapel. Het is altijd een heel spektakel om te zien wat die rijders kunnen. Het vergt ook heel wat vaardigheid en doorzettingskracht.

Veldrijden:

Het veldrijden is een niet zo geweldig bekende sport, het wordt vooral in België beoefend. Veldrijden is ook weer iets totaal anders dan ATB’en, zoals hier in het volgende stuk wordt duidelijk gemaakt.

Het materiaal: Vroeger was een crossfiets eigenlijk een gewone wegfiets. Nu is dat heel anders. Het frame van een crossfiets is tegenwoordig helemaal anders dan een frame van een wegfiets. De crossfiets heeft bijvoorbeeld een bredere voor- en achtervork, dat is omdat de banden breder zijn als bij een gewone wegfiets.
Ook zitten er op een crossfiets andere banden. Dat zijn banden met meer grip, zodat je niet zo snel wegschuift in de modder. Op de weg gebruiken ze die banden niet, omdat die meer weerstand geven.
Een crossfiets heeft ook andere remmen. Ze moeten breder zijn, voor als er bijvoorbeeld
zand en modder op de velgrand zit, dat dan het wiel niet aanloopt. Ook zijn deze remmen makkelijker te onderhouden.
Ook is er iets meer ruimte tussen voor- en achterwiel: dat is omdat er dan meer ruimte zit tussen wielen en frame. Dat is om te voorkomen dat er geen modder aankoekt en er zo voor zorgt dat het wiel vastloopt.
Op een veldfiets zitten ook andere pedalen dan op een wegfiets, omdat er in het veld de kans bestaat dat men veel moet lopen en dat er dan allemaal modder onder je schoenen blijft zitten. Hierdoor zitten er ook een soort noppen onder je veldschoenen. Dat is dat je niet zo makkelijk uitglijdt en dat je pedaaltjes niet onder de modder komen te zitten, want dan kun je niet meer in de klikkers. De meeste renners gebruiken in het veld Time pedalen of SPD pedalen. Hier zitten aparte plaatjes bij voor onder je schoen, zodat je met je schoen vast blijft zitten in de pedalen. Op de weg gebruiken de meeste mensen Look pedalen. Ook hier horen aparte plaatjes bij. Daar kun je minder makkelijk mee lopen.
Het balhoofd hoort bij een crossfiets sterk zijn. Dat is omdat het flink wat klappen moet opvangen. Het balhoofd zit voor bij je fiets, tussen de voorvork en het begin van je
Frame.
Het materiaal van de veldfiets heeft veel te lijden doordat er altijd mee door de modder wordt gereden (als het goed is). De kwetsbare delen van je fiets moet je daarom goed onderhouden. Zo hebben de ketting en tandwielen altijd veel te lijden doordat het vuil daar gemakkelijk naar binnen kan dringen. Bij een wegfiets lijdt het materiaal niet zoveel als bij een veldfiets.

Verschillende landen, verschillende types parcours: Parcoursen voor veldritten zijn er in verschillende soorten. In het vlakke Nederland kennen we vooral zand- en weide omlopen met af en toe een hellinkje. In Luxemburg krijgen de renners steile hellingen en in België is het de mengvorm van die twee. In Noord Europa kennen we vooral natte parcoursen en in Zuid Europa vooral droge, snelle parcoursen.
Dit maakt dat geen 1 veldrit met een andere is te vergelijken. Dat levert ook allerlei verschillende soorten renners op. Iemand kan het ene parcours beter als het andere.

Regels voor het parcours: -Iedere ronde moet ongeveer 3 km lang zijn.
-Driekwart van de ronde moet op de fiets af te leggen zijn
-Het parcours mag geen omgeploegde akker of weiland zijn.
-Kunstmatige hindernissen mogen maximaal 40 centimeter hoog zijn en er mogen er maximaal 6 van in 1 wedstrijd zijn
-De startstrook moet minstens 5 meter breed en 500 meter lang zijn.
-De trappen mogen niet dalend genomen worden.

Technieken bij het veldrijden:

Omhoogrijden: Hierbij kun je een flinke winst boeken door al op tijd het juiste verzet te kiezen. Als het teveel moeite kost om omhoog te rijden zal de beslissing genomen moet worden om lopend verder te gaan.
Dalen: dat doe je meestal een beetje naar achteren gebogen en dan met je achterrem remmen. Meestal moet je niet met je voorrem remmen, omdat anders je voorwiel kan blokkeren en dan kun je over de kop gaan.
Door mul zand fietsen: dat is meer een kwestie van trainen als het gebruik maken van bepaalde technieken. Soms kun je beter gaan lopen en soms kun je beter blijven fietsen. Meestal zitten er al sporen in het zand en het verstandigste is om die gewoon te blijven volgen als je fietst. Maar het fietsen door mul zand kost wel veel kracht en is het dus soms slimmer om te gaan lopen.
Fietsen over bospaden en snelle ondergrond: Dit is het belangrijkste onderdeel van het veldrijden. Het grootste deel van het parcours bestaat hieruit en het vereist de minste techniek. De meeste rijders rijden deze stukken op een hoge versnelling met een hoge snelheid. Als je dit deel niet beheerst dan verlies je veel tijd in een veldrit.
Er zijn ook nog andere ondergronden maar die komen minder vaak voor, zoals sneeuw.

Het afstappen: ook dit is een belangrijk onderdeel omdat het redelijk vaak in een koers voorkomt. Het is zeer technisch: - Je slaat je ene been over de bovenbuis
- Je benen zijn nu aan dezelfde kant
- Je haalt je been dat je net over de buis hebt gehaald
- binnendoor bij je andere been: dat is omdat je zo
- makkelijker kunt beginnen met lopen
- Stap zo laat mogelijk af en spring er zo vlug mogelijk
weer op
Het dragen van de fiets: Je kunt hem bij moeilijke ondergrond het beste in de nek leggen: Je rechterarm onder de schuine buis door en dan met die hand je remgreep vastpakken
Ook kun je de fiets bij korte stukjes gewoon aan de bovenbuis oppakken: het kost meer armkracht maar je wint er wel tijd mee.

BMX:

In het BMX’en zijn verschillende categorieën te onderscheiden. Men heeft drie soorten van bmx’en, flatland, freestyle en fietscross. De BMX’ers zijn een soort van familie van de skaters. Ze gaan ook naar dezelfde locaties als de skaters, bijvoorbeeld de ramps en de trappetjes in de steden die perfect zijn voor mooie stunts.

Flatland: Bij flatland of flatground gaat het om de tricks dat de rijden op zijn BMX uitvoert, hier gaat het niet echt om de snelheid maar op de behendigheid van de rijder. Het hele gebeuren word gewoon op een grote vlakke vloer uitgevoerd. Een goed evenwicht is dus zeker vereist. Hij mag niet met zijn voeten de grond raken en niet op zijn zadel zitten. Men laat de fiets spinnen door middel van de voet op het wiel te draaien of op de bars. De bars zijn die dingen die aan het wiel zitten, om je voet op te zetten. Eigenlijk heeft de fiets niet veel bijzonders, alleen de goeddraaiende assen om snelle bewegingen en trick te kunnen maken. Verder heeft de fiets geen remmen, hoogstens een terugtraprem. De fietsen zijn behoorlijk zwaar, ze wegen zo rond de 20-25 kilogram, en dat in vergelijking met een gemiddelde ATB die maar 13 kilogram weegt.
Er zijn een hele boel termen voor de tricks die de rijders maken, waaronder de barspin, dat is als je op de bars van het voorwiel staat en de rest van je fiets laat rond draaien, en dat terwijl je gewoon met een klein vaartje rijd. Deze tricks worden ook meestal onder begeleiding van een passend muziekje gemaakt, dat het ritme aangeeft en een impuls aan de rijders geeft.
Om dit onderdeel van de BMX sport goed te kunnen beheersen heb je al heel wat jaartjes moeten oefenen. Er zijn over de gehele wereld flatground battles, daarbij dagen twee rijders mekaar uit om de beste tricks te maken. Dit is altijd heel spectaculair om te zien, vooral omdat de rijders echt tot het uiterste willen gaan en het publiek met zich mee willen hebben. Elk jaar is er zo een belangrijke wedstrijd, waarbij een hele boel bekende toprijders van over de hele wereld naar toe komen. De Braun flatground contest. Die gaat de hele wereld over. Er is veel geld mee te verdienen als je deze contest kunt winnen. Natuurlijk is er dan ook de bekendheid van je kwaliteiten wat dan meer sponsors aantrekt. Onder die sponsors zijn bijvoorbeeld Redbull, Braun en vele bekende BMX fabrikanten. Zo word je gesponsord door grote bedrijven met veel geld en kan je verder met steeds beter en geüpdate materiaal voor de optimale prestaties. Dit geld trouwens voor alle takken van de BMX sport.
Freestyle: Het Freestyle BMX lijkt wel een beetje op flatground, maar er zit snelheid en hoogte bij. Het wordt vooral op straat, skateparken en op zandheuvels gedaan. Het gaat er nu ook weer om, dat men zo mooi mogelijke tricks maakt voor het publiek.
De fiets is bij het zelfde als bij flatground, allen is hij iets minder zwaar en de bars zijn ook korter. Bij deze fiets maakt men meestal ook gebruik van een voorrem en een terugtraprem. Die terugtraprem kan mooi gebruikt worden als de rijder achterwaarts van een ramp afkomt. Dan gaat men stevig op de pedalen, naar achteren dus, en vervolgens een klein sprongetjes maken. De fiets draait zich dan en zo staat de rijder weer recht.
Eén van die tricks is de backflip, zie hiernaast op de foto. Bij deze trick gaat de rijder over een ramp en gaat naar achter hangen, zodat de fiets en de rijder een rondje maken in de lucht. Dit is de meest geliefde trick voor de toeschouwers, omdat het zo spectaculair is.
Voor de rijder is het aan kick om een zo moeilijk mogelijke trick te maken. Hier is ook weer sprake van een soort van battle waarbij de rijders elkaar uitdagen. Een bekend rijder is Dave Mirra, hij is al een paar keer wereld kampioen geweest in dit onderdeel. Hij heeft ook een eigen game voor de pc of de ps2.
Er zij op dit gebied van BMX ook veel wedstrijden. De bekendste van al is The X-games, hierbij word niet alleen aan Freestyle BMX gedaan maar aan motorcross, mountainbiken, flatground en nog veel meer.

Fietscross: Fietscross wordt ook weer overal op de wereld uitgeoefend. In Nederland is fietscross ook een heel bekende sport. Hier in de regio heeft men twee bekende fietscross banen, in Valkenswaard en in Luyksgestel.
Bij het fietscrossen gaat het om de snelheid en het heeft totaal niets te maken met tricks. Men moet zo snel mogelijk een parcours afleggen met verschillende bulten, bobbels en bochten.
De rijders staan in de starthekken, die voor het voorwiel staan. Als het licht op groen springt gaan de hekken snel naar beneden, de grond in. Men vertrekt van een hellend plateau, waarbij men direct een goede snelheid maakt. De baan is van zand, gravel, grind en/of klinkers. Hier naast zie je zo een voorbeeld van een parcours waar de rijders rijden. Je ziet dar een hele boel bulten in verwerkt zijn, daar kunnen de rijders jumps maken die hun sneller aan de overkant brengt. Het is heel spectaculair om zo een wedstrijd te zien, omdat het heet snel gaat en soms kunnen de rijders zich maar net recht houden in de rijdende massa. Per rit rijden er maximaal acht rijders mee, anders wordt het op de baan wel heel erg druk.
De fiets is niet zo zwaar, hij wordt licht gemaakt om zo een groot mogelijke snelheid te behalen. De fiets heeft niet zo een grote versnellingen, om zo snel mogelijk op te trekken. Dit geeft als gevolg dat de rijders heel snel rond gaan met hun benen. Het zadel staat niet te hoog, dat is in verband met het springen. Deze BMX’en hebben geen bars, dat zou alleen maar in de weg zitten bij scherpe bochten. Wel hebben ze een breder stuur dan bij flatground en Freestyle, dat is om nog makkelijker en efficiënter te sturen. Ook heeft de fiets klikpedalen, zoals bij het wielrennen en mountainbiken het geval is. Dit is zeer makkelijk voor de acceleratie, zo kan men met de ene voet duwen en de andere voet trekken aan de pedaal.
De rijders zijn heel goed beschermd, ze hebben overal bodyprotectors. Om de benen, knieën, romp en een crosshelm op het hoofd. Ze hebben ook opvallende shirtjes waar de namen van de sponsors op staan. Het is van belang dat die zo goed mogelijk opvallen, dat trekt aandacht voor die sponsors.
Bij deze tak van het BMX’en vinden er ook heel veel wedstrijden plaats, zelfs in Nederland is er elke week wel een wedstrijd. Daarentegen is flatground en freestyle BMX niet zo bekend in Nederland. Vorig jaar nog werden het Europees kampioenschap gehouden in Valkenswaard.

Eénwielers:

Eénwieleren is niet wat wij altijd denken dat het is. Het is niet alleen een circusact, maar een echte sport. Ook hier zijn er weer verschillende takken in de sport. Je hebt Freestyle, bergeenwieleren, trials, enz.

Freestyle: Deze vorm van eenwieleren is vooral technisch. Het wordt vooral in gymzalen gedaan. De eenwieleraars proberen zoveel mogelijk verschillende tricks uit te voeren, al dan niet met muziek op de achtergrond. De eenwielers die worden gebruikt zijn meestal 20", maar andere wielmaten worden ook wel gebruikt. De banden bevatten meestal nauwelijks profiel. Een goede Freestyle eenwieler heeft geen uitstekende onderdelen, zodat de vloer niet beschadigd wordt.
Bergeenwieleren: Ik vind het fijn om de term berg-eenwieleren te gebruiken, maar de meest voorkomende term voor deze stijl is Muni. Muni staat voor "Mountain Unicycling". Als ik het aan leken uitleg zeg ik meestal dat ik ga mountainbiken met één wiel. Dat is gelijk een duidelijke omschrijving. Kortom, heuvels opzoeken en gaan!
Toen ik voor het eerst hoorde van deze vorm van eenwieleren dacht ik: “dat is niet normaal”. Maar deze vorm van eenwieleren is niet zo extreem als het lijkt. Wel heel gaaf om te doen overigens.
De eenwielfietsen die voor deze stijl worden gebruikt hebben 24" of 26" wielen en het zijn stevige fietsen met flinke banden van 2 á 3 inch.
Trials: Zoek een onmogelijk parcours en probeer die te berijden, of eigenlijk meer bespringen, met je eenwieler. Tenminste daar komt deze vorm een beetje op neer. Zo kun je bijvoorbeeld denken aan het berijden van een hek. Het springen van paal naar paal. Van trappen af- en ophoppen en rijden, etc.
Trial eenwielers lijken zeer veel op Muni's maar dan hebben ze meestal een wiel van 20".

Lange afstand en racen: Uitleg lijkt me niet nodig, maar het is wel belangrijk op de melden dat deze zeer leuke vorm er ook is. Er zijn mensen die zeer grote afstanden afleggen, dat doen ze dan ook vaak in meerdere dagen.
Ook hier zijn wederom speciale fietsen voor. Zo heb je een eenwieler nodig met een groot wiel. De meest gebruikelijke maten zijn 28 en 29 inch, maar het meest bizarre model is de coker met zijn 36". Door het grote wiel kun je sneller, maar je fiets is minder wendbaar. Het voordeel is dus dat je harder kan dan en relaxter grotere afstanden kunt afleggen.
Overig: Hierboven zijn de meest voorkomende stijlen genoemd, maar er zijn nog meer mogelijkheden. Zo is er eenwielerbasketbal en eenwielerhockey, waarvan de tweede het meest populair is. Er bestaan zelfs een aantal eenwielerhockeyteams.
Net zoals bij rollerskaten en skateboarden zou je ook een aparte vorm als "street" kunnen omschrijven.

Technische info over eenwielers
Te lange zadelpen: Als je een eenwieler hebt besteld bij www.unicycle.uk.com is de kans groot dat de zadelpen te lang is. Met een ijzerzaag is deze echter gemakkelijk in te korten.
Scheef wiel: Het kan gebeuren dat je wiel scheef zit. Dit kan meerdere oorzaken hebben. Controleer eerst of je wiel wel goed bevestigd is. Haal hem er eventueel uit en doe hem er op nieuw in.
Controleer vervolgens of het aan je frame of as ligt. Zet je frame op je wiel en kijk naar welke kant je wiel scheef staat. Draai vervolgens je wiel om en niet je frame. Staat je wiel nog steeds dezelfde kant op scheef, dan zit het in je frame, anders waarschijnlijk in je as.
Soms wil het ook wel gebeuren dat beide kanten van je frame niet even lang zijn. Dit moet je eerst even opmeten. Zijn beide kanten even lang dan is je frame krom en moet je hem verbuigen.

Doping in de wielersport:

Wat is doping?
Doping is al heel oud. Eeuwenlang heeft het idee bestaan dat bepaalde voedingsmiddelen extra kracht geven en de sportprestaties in gunstige zin beïnvloeden. Zo is er een mythe die verteld dat Romeinse gladiatoren voor de wedstrijden het bloed van een stier dronken. Dit geeft aan dat bloeddoping toen ook al werd gebruikt, alleen dan in een andere vorm. De opvatting dat bepaalde stoffen de prestaties kunnen beïnvloeden heet doping. Nu gebruiken de meeste sportbonden lijsten met welke doping niet mogen.

Verschillende soorten doping:
Je hebt verschillende soorten doping, waaronder:
amfetamines
cafeïne
strychnine
anabole steroïden
cortico steroïden
groeihormonen
EPO

Amfetamines: Amfetamines konden in de jaren 20 kunstmatig worden bereid en werden bekend omdat ze slaap en vermoeidheid onderdrukten. Tijdens WOII is deze stof op grote schaal door militairen gebruikt om dagen achter elkaar gevechtsklaar te zijn. Hoewel vermoeidheid als gevolg van lichamelijke inspanning iets heel anders is dan vermoeidheid door onvoldoende slaap, werd amfetamine veel gebruikt in de sport om de prestaties te verbeteren.
Amfetamine verdrijft de slaap, remt de eetlust en geeft een drang tot activiteit. Ook kan het een prettig gevoel geven. Er is veel onderzoek naar de effecten van deze stoffen tijdens inspanning gedaan. Wat vele mensen zal verrassen is dat amfetamine het maximale vermogen verlaagt. Tijdens een fietsproef in het laboratorium wordt een minder hoge belasting gehaald. Dit effect wordt sterker naarmate de dosering hoger wordt. Het bedrieglijke is dat de sporter vaak zelf het gevoel heeft beter te gaan. Dit komt waarschijnlijk omdat je van deze stof agressiever wordt en minder goed gaat nadenken en in een bepaalde roes komt. Bij inspanningen van lange duur kan het je wel helpen de inspanning langer vol te houden. Men fietst dan niet harder maar houdt het langer vol. Dat komt doordat het denkvermogen afneemt en de reserves meer worden aangesproken.

De gevaren van amfetamine: In de eerste plaats treedt er een soort gewenning op en werkt het snel verslavend. Om hetzelfde gevoel te krijgen moet men steeds meer nemen. Het zenuwstelsel raakt van amfetaminegebruik uitgeput, waardoor na een wedstrijd totale uitputting kan ontstaan. Ook worden eet- en slaaplust onderdrukt. In een meerdaagse wedstrijd is dat niet goed, omdat eten en slapen dan juist belangrijk zijn.
Een andere bijwerking is dat je de warmte minder goed kwijt kan. Vooral bij warm weer ontstaat er een soort warmtestuwing. Destijds is Tommy Simpson door deze oorzaak tijdens de Tour de France op de Mont Ventoux gestorven.

Cafeïne: Dat is een stof die in onder andere koffie en thee voorkomt. Het stimuleert het zenuwstelsel en maakt vet vrij uit de vetvoorraden. Verder heeft het een licht stimulerende invloed op de spierwerking, vooral als de spieren iets minder goed functioneren. Cafeïne helpt dus om het oude niveau te herstellen. Door de vetverbrandin g te stimuleren wordt glycogeen bespaard en kan de inspanning langer volhouden. Bij mensen die dagelijks veel koffie drinken is het effect afwezig. Het lichaam went dus snel aan cafeïne. In grotere doses kan het misselijkheid of maagklachten geven. Als men wil dat cafeïne effect heeft moet men buiten de wedstrijddagen nooit koffie drinken. Cafeïne is in de sport het enige middel waarvan een bepaalde hoeveelheid is toegestaan: ongeveer 8 koppen sterke koffie.

Strychnine: Dat activeert zenuwcellen en kan daardoor krampen opwekken. Dit middel wordt gebruikt bij de bestrijding van ongedierte. Het middel wordt in tonica verwerkt , vanwege het vermeende versterkte effect. De fijne spiercoördinatie gaat echter achteruit. Strychnine is bij inspanning niet prestatieverbeterend, maar door de onnodige activering van het zenuwstelsel kan zelfs vermoeidheid optreden en het herstel nadelig worden beïnvloed.

Anabole steroïden: Anabole steroïden zijn verwant met testosteron. Het testosteron werkt spieropbouwend en speelt een rol bij het herstel. Daarom wordt het ook in de sport gebruikt. Toepassing van deze stoffen leidt tot een snelle gewichtstoename, die echter grotendeels wordt bepaald door het vasthouden van meer water. Wat de effecten van anabole steroïden bij duursporten betreft, is het waarschijnlijk zo dat het prestatiepeil niet hoger wordt door gebruik van deze middelen. Bij hoge doseringen kan het zelfs nadelig werken. De productie in het lichaam gaat hierdoor achteruit en als het is uitgewerkt kan het goed zo zijn dat de productie van je lichaam zelf nog niet op gang is gekomen. Dit leidt dan tot een terugval van de prestaties en het herstel.
De bijwerkingen van de anabole steroïden kunnen bijvoorbeeld leverafwijkingen, levertumoren, verhoogde kans op hart en vaatziekten en onvruchtbaarheid zijn.

Cortico steroïden: Dat is een andere groep hormonen of afgeleide ervan, die nogal eens gebruikt worden. Het lichaamseigen cortico – steroïde dat de bijnier produceert, is cortisol. Cortisol is zeer belangrijk in stress situaties en heeft vooral invloed op de koolhydraatwisseling. Bij duurinspanningen versterkt het de aanmaak van glucose in de lever. Men gaat er niet harder door fietsen, maar de brandstofvoorziening blijft wat langer. Maar hiervoor wordt wel een hoge prijs betaald. Bij de aanmaak van glucose wordt namelijk eiwit uit de spieren afgebroken en worden de reserves aangesproken. Verder onderdrukken de cortico steroïden de afweer van het lichaam, waardoor men eerder vatbaar wordt voor bepaalde ziektes. Dit leidt er vaak toe dat na het gebruik een diep dal volgt, omdat het lichaam zich moet herstellen van de aanslag op de reserves. Regelmatig gebruik van deze middelen heeft nog een ander groot gevaar in zich: als deze stof regelmatig wordt gebruikt neemt de productie van de bijnier af. Omdat cortisonen in stress situaties noodzakelijk zijn, kan een tekort levensgevaarlijk zijn. Bij onvoldoende functioneren kan zelfs een verkoudheid of een andere lichte ziekte dodelijk zijn.

De bijnier wordt ook wel eens aangezet om zelf meer cortisonen aan te maken. Zo’n bijnier stimulerend hormoon heet ACTH. Het ACTH wordt normaal gesproken in de hypofyse aangemaakt. Deze stof kan ook via een injectie worden toegediend. Hierdoor raken de bijnieren uitgeput met als gevolg een diep dal. Verder zijn er onderzoeken geweest naar de positieve werking van een ACTH injectie bij wielrenners. Het resultaat was dat het niet positief werkte.
Het groeihormoon heeft net zoals de anabole steroïden een invloed op het herstel. Er gaan geruchten dat het wel eens gebruikt wordt in de wielrennerij. Maar de werking is zeer twijfelachtig en het groeihormoon is erg duur. Ook hier geldt dat de eigen productie door kunstmatige toepassing kan worden verminderd en het effect kan op lange termijn precies tegenovergesteld zijn.

EPO: een middel dat de laatste tijd regelmatig wordt genoemd is EPO. Dat is een afkorting voor het hormoon erytropoietine. Dit hormoon wordt in de nieren gemaakt en stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen. Dient men kunstmatig hoge doses EPO toe, dan wordt de bloedaanmaak extra aangezet. Afgezien van of het helpt de prestatie te verbeteren biedt het ook een aantal gevaren. Als het aantal bloedcellen toeneemt wordt het bloed minder vloeibaar, stroperig. Dit effect kan bij een inspanning nog worden versterkt doordat er veel vocht wordt verloren. Er kan dan stolling en trombose ontstaan. EPO wordt wel in verband gebracht met de acute dood bij sporters.

De bestrijding van doping:
Dopinggebruik moet bestreden worden. Niet alleen om oneerlijke concurrentie tegen te gaan, want zoals uit het vorige blijkt werkt het helemaal niet positief. Het vermeende effect komt door het erin geloven dat het een gunstig effect heeft, het placebo effect. De meeste middelen zijn niet zonder risico’s. De nadelige gevolgen die het gebruik van doping oplevert, is de belangrijkste reden waarom het moet worden tegengegaan.
Een belangrijk middel tegen doping gebruik is de doping controle. Maar de controle moet nog
Verfijnd worden. Nu is het met de meeste middelen zo dat de kleinste hoeveelheid al wordt bestraft. Sommige middelen kunnen door medische toediening worden versterkt en worden op zo’n lage doses gegeven dat er helemaal geen positief effect is. Daarom zou ook de hoeveelheid bij de controle van belang moeten zijn.
Een ander belangrijk middel bij de bestrijding van dopinggebruik is het beschikbaar stellen van voldoende informatie voor sporters en hun begeleiders. Een groot deel van het gebruik komt voort uit gebrek aan kennis over de echte effecten. De informatie gaat nu vaak mondeling door. Meer openheid en informatie-uitwisseling moeten doping uit het geheime sfeertje halen. Meer kennis van de feiten rond doping en andere middelen zal het gebruik doen afnemen.
Een ander middel is het doen van meer wetenschappelijk onderzoek. Er is nog steeds te weinig over bekend, over de effecten op het presteren. Het zou goed zijn als de sporters in het laboratorium getest werden, dan konden ze zelf constateren dat bepaalde producten niet de vermeende effecten heeft die men dacht dat ze hadden.
Maar er is nog steeds te weinig over bekend en er worden allemaal nieuwe middeltjes uitgevonden. Hier moeten de onderzoekers nog veel onderzoek na doen om dit “kwaad” te bestrijden, want het is niet goed voor de wielersport en alle andere sporten.

Sites:

www.rijwiel.net

www.telraam.be

www.fietsrai.nl

www.3t.nl

www.sparta.nl

www.braunflatground.com

www.adrenalinsports.nl

www.merida.nl

www.activewin.com

www.bmxholland.nl

www.trekbikes.com

www.home.earthlink.net/~supersled

www.shimano.com

www.sport.nl

www.uci.com

www.jeugdwielrennen.nl

www.hsvdekampioen.nl

www.unicycle.uk.com

www.trialavisa.no

www.images.google.nl

Boeken:

“Veldrijden” door Rogier Wiercx, Dick Arendshorst en Martin van Dijk
“De Wielersport” door Alex Moonen en David Bakker

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

het deel over bmx klopt bijna niks van er is niet goed opgelet bij de benaming en de uitleg. zoals de zo genoemde "bars" heten pegs en bars is de engelse benaming voor het stuur, de barspin is dus al helemaal niet dat je op je pegs staat en het frame er opheen laat draaien (dit is eerder een variatie van een tailwhip) een (bunnyhop) barspin is dat je in de lucht springt en zo het stuur een rondje laat draaien opvangt en dan weer land. ook hebben veel mensen helemaal geen rem of alleen een achterrem(preferentie), ik weet niet waar jullie het hebben gevonden dat er een terugtrap rem is maar dat is echt meer iets van de jaren 80. als kenner zou het deel over bmx nog geen 4 waard zijn omdat bijna niks klopt.

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

hey ik rijd zelf ook en ben al 6 keer van de 9 keer Nederlandskampioen geworden en ik vind dit een prachtige spreekbeurt ik heb voor deze een 8.3 gehaald DANKJE

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

Bedankt voor het promoten van eenwieleren! ;) rijd je zelf ook?

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast