Euthanasie

Beoordeling 7.9
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 6263 woorden
  • 18 juni 2001
  • 298 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.9
  • 298 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inhoudsopgave
Praktische opdracht Godsdienst
Euthanasie


* Hoofdstuk 1: Inleiding

* Hoofdstuk 2: Deelvragen

- Wat is euthanasie?
- Wat is een euthanasieverklaring en waar dient het voor?
- Welke rol speelt de arts bij euthanasie?
- Hoe zit het met de Nederlandse wetgeving rond euthanasie?

* Hoofdstuk 3: Uitgebreider onderzoek

- verschillende actoren
- visies

* Hoofdstuk 4: Eigen mening en conclusie

Hoofdstuk 1: Inleiding en onderzoeksvraag

Het onderwerp euthanasie is de laatste tijd heel veel in het nieuws. Iets meer dan een maand geleden werd in de Eerste Kamer een wetsvoorstel goedgekeurd waardoor het in Nederland nu legaal is euthanasie te plegen, mits de arts zich aan strikte voorwaarden houdt.


Onder euthanasie verstaan we iedere vorm van levensbeëindigend handelen door een arts met het doel een einde te maken aan het uitzichtloos en ondraaglijk lijden van een patiënt. Het kan alleen plaatsvinden op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt in kwestie. Onder levensbeëindiging op verzoek valt ook hulp van de arts bij zelfdoding.

Iemand die lijdt, wil graag uit zijn lijden verlost worden. Dat is altijd al zo geweest. Het lijden dat we in verband brengen met euthanasie is bijna altijd van lichamelijke aard, bijvoorbeeld door een ongeneeslijke ziekte of onherstelbare schade na een ernstig ongeluk. Soms hebben zulke mensen geen zin meer in het leven en houden het lijden niet langer vol. Voor sommigen is de enige uitweg uit het lijden de dood, ze zouden het liefst zo snel mogelijk sterven. Voor hen is euthanasie een uitkomst.

Over euthanasie bestaan veel verschillende meningen. Veel Nederlanders vinden euthanasie acceptabel en zijn tolerant ten opzichte van het onderwerp. Anderen vinden euthanasie absoluut strafbaar en beschouwen het als strijdig met de ethische normen. Zo’n mening kan bijvoorbeeld voortvloeien uit geloofsovertuiging. Omdat er zo verschillend over het onderwerp gedacht wordt, is er in Nederland een euthanasiediscussie ontstaan. Deze discussie bestond al zo’n dertig jaar, maar is pas weer nieuw leven in geblazen. De aanleiding daarvoor is de nieuwe wet die euthanasie legaliseert.

Omdat we zelf wel een beetje betrokken zijn bij het onderwerp en dit onderwerp ons interesseert om zijn actualiteit, hebben we besloten onze praktische opdracht voor godsdienst over het euthanasievraagstuk te houden. Het onderwerp sluit tevens goed aan bij het hoofdstuk ‘ethiek’, waar we op dit moment mee bezig zijn.

Tenslotte hebben we geprobeerd een onderzoeksvraag te formuleren die ons een duidelijk beeld geeft van het euthanasievraagstuk. We proberen deze in de loop van de praktische opdracht zo goed mogelijk te beantwoorden. De onderzoeksvraag luidt: is het ethisch verantwoord dat euthanasie in onze samenleving is toegestaan?

Hoofdstuk 2: Deelvragen

Om de onderzoeksvraag, die we in het vorige hoofdstuk geformuleerd hebben, zo goed mogelijk te beantwoorden hebben we het onderwerp in verschillende deelvragen opgedeeld, namelijk:

- Wat is euthanasie?

- Wat is een euthanasieverklaring en waar dient het voor?
- Welke rol speelt een arts bij euthanasie?
- Hoe zit het met de Nederlandse wetgeving rond euthanasie?

We zullen deze in dit hoofdstuk uitwerken.

Deelvraag 1: Wat is euthanasie?
Onder euthanasie wordt, volgens de Staatscommissie Euthanasie, verstaan: “een opzettelijk levensbeëindigend handelen door een ander dan de betrokkene, op diens verzoek.” Letterlijk betekent het woord euthanasie echter ‘een goede dood’, deze betekenis stamt af van het Grieks.

De definitie van euthanasie zoals wij die kennen, bestaat nog niet zo lang. Pas in 1985 kwam er duidelijkheid over het onderwerp euthanasie. Tot die tijd werd er onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve euthanasie. Bij het eerste geval wordt er een euthanaticum, een stof die intreden van dood veroorzaakt, toegediend waarmee het leven van de patiënt actief wordt beëindigd. Bij passieve euthanasie stopt de arts de behandeling of begint hier zelfs niet eens aan, waardoor de patiënt op natuurlijke wijze komt te overlijden. In de jaren ’70 werd er ook nog onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte euthanasie. Bij de directe vorm heeft de arts duidelijk de bedoeling om de patiënt te laten sterven. De indirecte vorm komt ongeveer overeen met passieve euthanasie.

Euthanasie wordt vaak verbonden met hulp bij zelfdoding, het zijn twee begrippen die door veel mensen door elkaar worden gehaald. Hulp bij zelfdoding en euthanasie is echter niet hetzelfde. Wanneer de arts een euthanaticum aan de patiënt geeft die dit vervolgens zelf inneemt, heeft de arts de patiënt niet van het leven beroofd maar hem de middelen verschaft.

Er zijn nog meer gevallen die wel met levensbeëindigend handelen te maken hebben, maar waarbij toch niet van euthanasie wordt gesproken, namelijk:
- het staken van een medisch zinloze behandeling;
- het nalaten van een behandeling op verzoek van de patiënt;
- verlichten van lijden, met als bijwerking niet te vermijden levensbekorting;
- uitsluitend aanwezig zijn bij zelfdoding, als (morele) steun.

In sommige gevallen kan de patiënt zelf niet meer duidelijk maken dat hij niet meer verder wil leven. In dit geval heeft de persoon in kwestie in een schriftelijke wilsverklaring vast kunnen leggen in welke gevallen euthanasie moet worden toegepast.

Deelvraag 2: Wat is een euthanasieverklaring en waar dient het voor?
Een persoon kan met behulp van een euthanasieverklaring aangeven dat hij of zij onder bepaalde omstandigheden zijn leven door middel van euthanasie beëindigd wil zien. Een euthanasieverklaring is dus een document waarin iemand de wensen over zijn of haar levenseinde vastlegt.
Een euthanasieverklaring bestaat uit twee delen. In het eerste deel legt de persoon vast dat hij of zij niet meer verder wil leven wanneer men komt te verkeren in een toestand van ondraaglijk lijden, of in een toestand waarin die persoon nooit terug zal kunnen keren naar een waardige levensstaat.
In het tweede deel (zie voorbeeld: aanvullingen) worden situaties genoemd waarin de betrokkene juist wel of niet verder wil leven, bijvoorbeeld in het geval van permanente verlammingen of afhankelijkheid van anderen. De persoon kan aangeven in welke gevallen hij of zij euthanasie wenst.
In een euthanasieverklaring legt men dus zijn mening over zijn levenseinde vast. De verklaring dient ook:

- als verduidelijking van zijn wil wanneer men nog wel enigszins kan aangeven wat men wil, maar niet meer in staat is tot het geven van een uitgebreide toelichting;
- als een verzoek om euthanasie wanneer men zijn wil niet meer kan uiten;
- als mening over het eigen levenseinde op grond waarvan de vertegenwoordiger (bijvoorbeeld de partner) de wens van de persoon in kwestie duidelijk kan maken als deze daartoe zelf niet meer in staat is.
- als bewijs voor de arts dat de stervenswens weloverwogen is, en ook als aanwijzing dat deze vrijwillig tot stand is gekomen.
- als onderdeel van het verslag van een arts nadat hij een verzoek om euthanasie heeft ingewilligd. De verklaring is het bewijs dat aan de belangrijkste eis, het weloverwogen verzoek, is voldaan.

Om euthanasie te plegen, is de belangrijkste voorwaarde dat de patiënt een verzoek hiervoor heeft ingediend. Het is echter niet zo dat dit verzoek per se schriftelijk moet zijn; ook een mondeling verzoek kan voldoende zijn. Toch wordt een schriftelijke verklaring geprefereerd, omdat die duidelijk en gestructureerd is, en het bij een eventuele rechtzaak als bewijsmateriaal gebruikt kan worden.
Op de volgende pagina is een voorbeeld van een euthanasieverklaring afgebeeld.

Deelvraag 3: Welke rol speelt de arts bij euthanasie?
Een arts heeft tegenover zijn patiënt twee verplichtingen; hij moet het lijden van de patiënt verlichten en het leven van de patiënt behouden. De tweede verplichting is in strijd met de wens van een patiënt om te sterven met hulp van de arts. Geen enkele arts is dan ook verplicht om in te gaan op een verzoek om euthanasie.
Een arts die bereid is tot euthanasie over te gaan, moet zich altijd in de achter-gronden van die wens verdiepen. Bij het beoordelen van de situatie waarin de patiënt verkeert, maakt hij of zij vervolgens gebruik van enkele vaste beoordelings-punten. Die punten zijn ontstaan uit uitspraken van verschillende rechtszaken over euthanasie.
Ten eerste moet bij ieder verzoek tot euthanasie de arts én een collega arts behoordelen of het wettelijk en ethisch verantwoord is om daadwerkelijk tot euthanasie over te gaan.
Ook moet er aan verschillende zorgvuldigheidseisen voldaan worden:

- Er moet een vrijwillig en weloverwogen verzoek om de dood zijn van de betrokkene zelf. De arts moet dus goed opletten of de patiënt het verzoek doet zonder dat hij of zij beïnvloed is door anderen. Ook moet de patiënt een volledig inzicht hebben in zijn of haar ziekte en hoe deze zal verlopen. Het verzoek van de patiënt dient bij voorkeur schriftelijk vastgelegd te worden in een euthanasie-verklaring die door de betrokkene is ondertekend.
- De hulpvrager moet ondraaglijk lijden.
- De arts heeft overlegd met een van hem onafhankelijke collega. In geval van geestelijk lijden wordt deze eis aangescherpt. Een arts moet in dit geval een psychiater raadplegen. Bovendien moet de psychiater de betrokkene ook zelf onderzoeken.
- Er moet een goed gedocumenteerd verslag door de arts worden opgemaakt. Ook het medisch dossier moet compleet zijn.

Bij daadwerkelijke inwilliging van het verzoek moet een arts:
- de levensbeëindiging zelf uitvoeren. De feitelijke handeling mag niet aan verpleegkundigen of anderen worden overgelaten;
- in geval van hulp bij zelfdoding bij de patiënt aanwezig zijn of zich in diens nabije omgeving bevinden totdat de dood is ingetreden, zodat de patiënt altijd een beroep op hem of haar kan doen;
- de juiste middelen medisch en technisch correct toedienen;
- de levensbeëindiging direct melden aan de gemeentelijke lijkschouwer.

Nadat de patiënt is overleden, schrijft de arts die de euthanasie toepaste een verslag over de gang van zaken en waarschuwt hij de gemeentelijke lijkschouwer (ook een arts). De lijkschouwer onderzoekt het lichaam van de overledene en gaat na hoe en met welke middelen de euthanasie is uitgevoerd. Hij of zij controleert het verslag van de betrokken arts op volledigheid en duidelijkheid, en als de overledene een euthanasieverklaring heeft achtergelaten, wordt die bij het verslag gevoegd.
Daarna brengt de lijkschouwer de burgerlijke stand en de officier van justitie op de hoogte van het overlijden. Wanneer dat is gebeurd, krijgen de nabestaanden toestemming om de overledene te begraven of te cremeren.
De lijkschouwer stuurt vervolgens de melding, het verslag van de arts en een eigen verslag naar de regionale toetsingscommissie euthanasie. Die beoordeeld of de arts die de euthanasie heeft uitgevoerd zich aan de zorgvuldigheidseisen heeft gehouden. Dat doen ze aan de hand van de verslagen van de betrokken arts en die van de lijkschouwer.
Iedere toetsingscommissie euthanasie bestaat uit drie leden: een jurist (die ook voorzitter van de commissie is), een arts en een deskundige op het gebied van medisch-ethische vraagstukken.
De toetsingscommissies moeten hun oordeel binnen zes weken na melding opsturen aan het Parket Generaal van het Openbaar Ministerie in Den Haag. Binnen drie weken na ontvangst krijgen de arts en de regionaal inspecteur bericht van het Openbaar Ministerie of het al dan niet tot strafvervolging zal overgaan.

Deelvraag 4: Hoe zit het met de Nederlandse wetgeving rond euthanasie?
De Nederlandse wet staat euthanasie nog niet zo lang toe. In november 2000 was er al veel ophef in de Tweede Kamer, die het langverwachte wetsontwerp dat euthanasie toestond aannam. Pas sinds april 2001 is het wettelijk toegestaan om euthanasie te plegen, voor die tijd waren er alleen wetten die het strafbaar stelden.

Over de wetgeving vóór de nieuwe wet op euthanasie
Zoals al eerder duidelijk werd, waren er voor 2001 alleen wetten die artsen of andere personen in alle omstandigheden en situaties verboden euthanasie te plegen. Hieronder een voorbeeld van zo’n wet:
Artikel 293
“Hij die een ander op zijn uitdrukkelijk en ernstig verlangen van het leven berooft, wordt gestraft met een gevangenisstraf van, ten hoogste, twaalf jaren óf een geldboete van de 5e categorie (f 25.000,--).”

Over de nieuwe euthanasiewet
Een belangrijke, positieve verandering in de wet rond euthanasie tussen verleden en heden is toch wel de strafuitsluiting. Deze is gunstig voor patiënt en arts. Als een arts zich aan de regels houdt zoals die in de wet omschreven zijn, de zogenaamde zorgvuldigheidseisen, is hij niet langer strafbaar. Centraal in deze wet staan het ondraaglijke en de uitzichtloze van het lijden. De patiënt kan zelf bepalen in welke situatie hij euthanasie wenst. Onder ondraaglijk wordt vooral verstaan ‘niet meer waardig kunnen sterven’. De arts is in zo’n geval verplicht met de patiënt en een collega andere alternatieven te bespreken.

Voor strafuitsluiting is een wilsverklaring nodig die vastlegt dat de patiënt in sommige gevallen niet meer verder wil leven. De schriftelijke wilsverklaring is vooral voor de omstandigheden waarin de patiënt geen mondeling verzoek om euthanasie zou kunnen doen. Wanneer de patiënt zo’n verklaring heeft, moet de arts toch volgens de wet andere opties bekijken en overleggen met een andere arts.

In de wet is ook een onafhankelijke regionale toetsingscommissie opgenomen. Deze commissie moet beslissen of de arts goed, daarmee wordt bedoeld: volgens de regels, heeft gehandeld. Als dat inderdaad het geval is, gaat hij vrijuit. In gevallen van twijfel wordt er een onderzoek ingesteld naar het handelen van de arts tijdens het plegen van euthanasie. De zaak wordt in dit geval ook overgedragen aan het Openbaar Ministerie.

De wet heeft ook het recht van minderjarigen op euthanasie en hulp bij zelfdoding vastgelegd. Zo kan je in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar niet zelf beslissen over de euthanasie, maar worden de ouders om toestemming gevraagd. Voor de zestienjarigen en ouderen is die niet nodig, al moeten de ouders wel bij de besluitvorming worden betrokken. Zestien jaar vormt in het wetsvoorstel ook de grens voor de schriftelijke wilsverklaring, waaraan de arts zich moet houden.

Hoofdstuk 3: Uitgebreider meningsvormend onderzoek

Om een mening te vormen over het onderwerp gaan we uit van 2 deelvragen:

- Wie zijn er bij het probleem betrokken?
- Welke visies bestaan er over het onderwerp?

Deelvraag 1: Wie zijn er bij het probleem betrokken?
* De NVVE (de Nederlandse Vereniging Vrijwillige Euthanasie)
De NVVE is opgericht in 1973 en telt tegenwoordig meer dan 100.000 leden. Het doel van deze vereniging is: de sociale aanvaarding en de daaruit voortvloeiende legalisering van vrijwillige euthanasie en hulp bij zelfdoding. De NVVE heeft verschillende middelen om haar doel te bereiken, een daarvan is goede publieksvoorlichting.
De NVVE heeft enkele punten van kritiek op de wetgeving rond euthanasie:
- De zorgvuldigheidseisen zijn onnodig verscherpt;
- De (centrale en regionale) toetsingscommissie worden gehandhaafd. Dit kan vertragend werken voor de arts. En de commissies zullen eerder drempelverhogend dan drempelverlagend werken.
De NVVE pleit dus voor nog vrijere euthanasiemogelijkheden.

* De LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging)
Een grote rol in het hele euthanasieproces is natuurlijk die van de arts. Deze moet zelf bepalen of hij in de gevallen die zich voordoen, euthanasie wil plegen. De arts is ook de enige aan wie onder bepaalde omstandigheden is toegestaan straffeloos gevolg te geven aan een verzoek om euthanasie, mits dit onder de geldende zorgvuldigheidseisen wordt gedaan.
De LHV is een vereniging die de arts op dit gebied kan voorlichten en ondersteunen.

* De overheid
De overheid neemt ook een plaats in het euthanasieproces, onder andere als controlerende factor die erop toe moet zien dat de arts de euthanasie volgens de regels toepast.
Natuurlijk speelt de overheid, en dan met name de regering, een wetgevende rol die alles te maken heeft met euthanasie en de regelingen omtrent het onderwerp. De regering heeft in april 2001 een wetsvoorstel aangenomen dat euthanasie toelaat.

* De patiënt
De patiënten zijn eigenlijk de bron van het hele probleem. Dit is niet in negatieve zin bedoeld, maar zonder deze mensen zou het hele probleem rond ‘vrije euthanasie’ niet zijn ontstaan. De patiënten zijn de personen die graag de vrije keus willen hebben om, als ze in een ondraaglijke situatie terecht zouden komen, een einde aan hun leven te laten maken.
Inmiddels vindt 80% van de Nederlandse bevolking dat euthanasie een goede zaak is en deze mensen zijn dus blij met de wet rond euthanasie.

Deelvraag 2: Welke visies bestaan er over het onderwerp?
Er bestaan in Nederland verschillende meningen over euthanasie. Die mening komt meestal voort uit de godsdienst, levensbeschouwing of politieke overtuiging van die persoon.
Ook de mening van buitenlanders over onze euthanasiewet vinden we interessant. Als laatste citeren we daarom een artikel waarin de visie in Europa over de Nederlandse euthanasiewetgeving wordt behandeld.

Godsdienst en levensbeschouwing

Christendom

Binnen het christelijk geloof is de zelfgekozen dood een onderwerp waarover tegengestelde meningen bestaan. De protestantse kerken in Nederland hebben in de jaren ’70 en ’80 een steeds toleranter standpunt aangenomen. Het officiële standpunt over euthanasie van de katholieke kerk is nog steeds zeer afwijzend. Binnen de katholieke geloofsgemeenschap komt de discussie nu op gang, ook al heeft de paus gezegd dat dit debat beter niet kan plaatsvinden.

Vanuit het christendom is een aantal argumenten aan te voeren tegen het inwilligen van een verzoek om euthanasie. Het simpelste argument is natuurlijk het verwijzen naar het zesde van de Tien Geboden, dat vertaald wordt als ‘Gij zult niet doden’. Nauw hieraan verwant is de stelling dat het leven heilig is, van God gegeven en dus altijd beschermwaardig. Ook wordt er gezegd dat het verkeerd is om in te grijpen in het natuurlijke proces van sterven. Tenslotte zijn er christenen die vinden dat het lijden niet verkort mag worden, omdat Jezus immers ook niet wegliep voor het lijden aan het kruis. Het lijden van Jezus staat centraal in het christelijk geloof.

Hoewel deze argumenten overtuigend klinken, bestaan er ook christenen die over goede tegenargumenten beschikken. Zij geven bijvoorbeeld aan dat het zesde gebod niet als een verbod op euthanasie geïnterpreteerd mag worden. In de Hebreeuwse versie van het zesde gebod staat er na het woordje ‘niet’ een pauzeteken. Er staat dus: ‘Niet … zult ge doodslaan’. Dat teken geeft volgens hen de lezer ruimte om te denken. Overigens verwijst het werkwoord ‘doodslaan’ vrijwel uitsluitend naar ‘moorden’. Dat is iets heel anders dan het plegen van euthanasie.

Een ander tegenargument is dat als het leven van God gegeven is, dat dan toch juist ook betekent dat je het terug mag geven wanneer je er niets meer van maken kan. Een derde argument uit het christendom is dat de natuur zeker niet gelijk staat aan het goddelijke. In de natuur gebeurt heel veel dat zo mooi niet is. De ziekten die ons treffen komen voort uit de natuur, maar dat betekent niet dat ze van God komen. Daarom zien velen ook niet in waarom je zou wachten op een natuurlijke dood.

Jodendom
Op de vraag of het jodendom euthanasie toestaat, luidt het antwoord kortweg ‘nee’. De heiligheid van het leven is voor zowel orthodoxe als liberale joden een gegeven waarvan niet afgeweken mag worden.

Discussie is echter wel een kenmerk van de joodse traditie. Die gerichtheid op discussie maakt dat de joden vrij flexibel met hun traditie om kunnen gaan. Zo kunnen bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen in de technologie een plaats krijgen. Alles mag ter discussie gesteld worden, dus ook euthanasie. Toch staat de uitkomst van die discussie min of meer vast. Het leven is volgens het jodendom immers van God en dient dus voortgezet te worden, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn.

In de wet en de profeten, het gedeelte van de bijbel dat christenen het Oude Testament noemen, komt het thema euthanasie nauwelijks aan de orde. Het verbod op het doden van medemensen slaat vooral op het vermoorden van een ander, niet op het doden om verzoek. Het standpunt van de joodse gelovigen is dus vooral gebaseerd op traditionele rabbijnse literatuur. Daarin staat bijvoorbeeld dat men het proces van overlijden niet mag bespoedigen. Om iemands leven te redden, mag men zelfs alle wetten breken. De heiligheid van het leven staat zo centraal, dat er geen sprake kan zijn van euthanasie.

De regel dat men het spontane stervensproces niet in de weg mag staan, betekent niet dan men alle medische behandeling in die fase achterwege mag laten. Als de medici het erover eens zijn dat verder handelen geen zin heeft, is het ook vanuit de joodse traditie toegestaan.

Islam
In de afgelopen jaren heeft er een uitgebreide discussie plaatsgevonden over medische ethiek in de wereld van de islam. Omdat er geen centraal leergedrag bestaat in de islam, zijn er binnen de godsdienst verschillende opvattingen over levensbeëindiging. Alle islamieten zijn het erover eens dat patiënten die kunstmatig in leven worden gehouden en geen kans meer hebben op leven, ‘recht’ hebben op euthanasie. Het staken van een medische levensverlengende behandeling is dus niet altijd verboden. Toch is dat nog niet zo eenvoudig. Vanuit een religieuze kijk is het immers altijd denkbaar dat God alsnog ingrijpt en het leven herstelt. De orthodoxe moslim zal euthanasie dus afkeuren, de meer liberale moslim keurt het al meer goed.

Boeddhisme
Het boeddhisme is een religie zonder persoonlijke God, met een traditie die belangrijker is dan de geschreven wetten. Over euthanasie bestaat dus ook geen officieel standpunt aangenomen binnen deze godsdienst, maar over het algemeen bestaat onder boeddhisten de mening dat er geen reden is om euthanasie af te keuren. Het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn daden en voor de gevolgen in dit leven en de volgende levens.
Respect voor het leven is een belangrijk onderwerp binnen het boeddhisme, en dat gaat heel ver. Het is zelfs verkeerd om insecten te doden of om papier te verspillen. Maar boeddhisten geloven ook dat elk persoon zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar daden. Als iemand ongeneeslijk ziek is en veel pijn lijdt, besluit om zijn leven te laten beëindigen, dan is het niet aan boeddhisten om dat te verbieden of om van schande te spreken.

In het algemeen kan gesteld worden dat het boeddhisme verlossing zoekt van het lijden. De gedachten van een boeddhist over euthanasie zijn tegen deze achtergrond wellicht beter te begrijpen. Ziekte en pijn horen bij dit leven, maar het is absoluut niet nodig om elke vorm van pijn en lijden te aanvaarden. Zelfkwelling bracht de Boeddha immers ook geen heil. De achtergrondgedachte van het medeleven maakt dat een boeddhist een ander niet snel zal veroordelen. Als een ander zijn leven beëindigt, kan dit geaccepteerd worden. Of deze keus goed is voor de patiënt, zal hij zelf uit moeten maken.
Wel geloven boeddhisten dat alles een reden heeft. Of je leven gemakkelijk of moeilijk is, hangt samen met je eigen ontwikkeling en vorige levens. Dat noemen ze de karmische balans. Het kan zijn dat het lijden dat je doormaakt in je ziekte nodig is om de balans van je leven te herstellen. Dan is het misschien niet zo verstandig om je leven eerder te beëindigen.

Hindoeïsme
Het hindoeïsme is de oudste van de wereldreligies. Het is een veelkleurige religie die ruimte laat voor verschillende belevingen. Ook binnen de hindoestaanse gemeenschap in Nederland bestaan grote verschillen. Dat komt mede tot uiting in de opvattingen over euthanasie.

De hindoeïstische opvattingen over lichaam en ziel kunnen op verschillende manieren geïnterpreteerd worden als het gaat om de vraag of euthanasie is toegestaan. Er zijn pandits (Hindoese godsdienst- en wetgeleerden) die zich verzetten tegen de mogelijkheid om het tijdstip van de eigen dood te bepalen. Volgens hen zou daarmee het karma van dit leven niet voldoende doorleven, waardoor men een extra ‘tussenleven’ nodig heeft om alsnog het lijden door te maken dat men door middel van euthanasie juist wilde beëindigen.

Anderen gaan er vanuit dat de balans van karma in iemands leven bepaald wordt door het geheel van dat leven. Volgens hen is het in principe gerechtvaardigd om ondraaglijk lijden te beëindigen door euthanasie. Onze levensduur is vaak immers al verlengd door medisch ingrijpen, zodat van een natuurlijk proces van leven en sterven al lang geen sprake meer is.

Humanisme
In het humanisme draait alles om het mens-zijn en de medemenselijkheid. De keuzevrijheid van de mens staat hoog in het vaandel, zodat een keuze voor euthanasie niet wordt afgewezen. Wel pleit het humanisme voor grote zorg-vuldigheid.
Begrippen die een grote plaats innemen is het humanisme zijn redelijkheid, vrijheid en respect voor andersdenkenden. Ook de ‘natuurlijkheid’ is heel belangrijk binnen het humanisme en aangezien het doodgaan een natuurlijk proces is, zijn deze mensen niet tegen euthanasie. Wel heeft de arts volgens de humanisten de plicht om na te gaan of het lijden van de patiënt medisch gezien ook werkelijk ‘uitzichtloos’ is. Als de arts tot de conclusie komt dat er goede alternatieven zijn om het ondraaglijk lijden van de patiënt te verlichten, moet hij het verzoek om euthanasie afwijzen. Hij heeft immers een eigen verantwoordelijkheid.

Politiek

PvdA
Voor de Partij van de Arbeid staat in de euthanasiediscussie enerzijds bescherming van het menselijk leven en anderzijds het serieus nemen van de wens van mensen om ondraaglijk lijden te bekorten en waardig te mogen sterven voorop. Een wettelijke regeling moet volgens hen aan beide uitgangspunten voldoen.
De afgelopen tien jaar is ook het kabinetsbeleid hierop gericht geweest. Zo is de norm, de bescherming van het menselijk leven, vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht. Euthanasie en hulp bij zelfdoding was daarin strafbaar gesteld, maar nu wordt een arts, die zich aan de zorgvuldigheidscriteria houdt, na uitvoering van euthanasie niet vervolgd. Een arts moet dus euthanasie of hulp bij zelfdoding melden en door middel van schriftelijke verslaglegging aantonen dat hij zorgvuldig heeft gehandeld.
Onderzoek naar de praktijk van euthanasie in Nederland wijst uit dat artsen grote zorgvuldigheid betrachten, maar nog niet in voldoende mate melden. De PvdA vindt dit een slechte zaak: het afleggen van verantwoording aan de samenleving is van essentieel belang.

De discussie van de afgelopen jaren heeft ook geleid tot veel meer aandacht voor de zorg voor stervenden, waarvan pijnbestrijding een onderdeel vormt. De PvdA vindt dit een goede ontwikkeling, die de voortgang verdient. De kennis daarvan bij artsen dient volgens hen verder bevorderd te worden. Toch zal zorg voor stervenden de vraag om euthanasie nooit geheel kunnen wegnemen.

VVD
Bij een wettelijke regeling rond euthanasie staan voor de VVD de volgende liberale uitgangspunten voorop: de beschermwaardigheid van het leven; het zelfbeschikkingsrecht, de gewetensvrijheid van betrokkenen; het waarborgen van zorgvuldigheid; de kwaliteit en helderheid van de besluitvorming en hulpverlening.

In de moeilijkste gevallen waarbij aan de wilsuiting een gebrek is, vindt de VVD rechtszekerheid van het allergrootste belang. Ze vindt dat uiterste terughoudendheid moet worden betracht met betrekking tot levensbeëindiging bij deze groep. Daarvoor is een formeel wettelijke regeling noodzakelijk, de VVD vindt een wettelijke euthanasieregeling dus een goede zaak.

De VVD meent dat ook op grond van dementie een verzoek tot euthanasie mogelijk moet zijn wanneer deze in een eerder stadium is geuit. De schriftelijke euthanasieverklaring kan in deze gevallen helderheid bieden. Voor de wettelijke verankering van deze verklaring heeft de VVD veel waardering. Ze meent dat aan ene verklaring slechts geen betekenis zou kunnen worden toegekend, indien de arts goede redenen heeft om aan te nemen dat de verklaring niet “vrijwillig en weloverwogen” tot stand is gekomen.

De VVD acht het van groot belang dat artsen situaties van levensbeëindigend handelen melden. Of de toetsingscommissies hieraan kunnen bijdragen wordt sterk betwijfeld.

CDA
De eerste reactie op de huidige wetgeving rond euthanasie van het CDA is dat het te vergaand is. Het CDA heeft vooral problemen met het op afstand zetten van het Openbaar Ministerie en de positie van de 12 tot 16 jarige.

Het CDA geeft toe dat euthanasie onontkoombaar kan zijn in een uitzichtloze situatie met ondraaglijk lichamelijk lijden. Het is de opdracht van de arts het lijden van zijn patiënten zoveel mogelijk te voorkomen en te verlichten. Er kunnen zich echter gevallen voordoen waarbij een arts met al zijn medische kennis niet anders kan dan levensbeëindigend handelend op te treden. De rechter moet volgens het CDA echter altijd het handelen van een arts kunnen toetsen. Het grote bezwaar van de christelijke partij tegen deze wet is dat het OM nog verder op afstand wordt gezet. De toetsingscommissies nemen de rol van het OM over, zij gaan beoordelen of de arts zorgvuldig heeft gehandeld. Hierdoor worden de artsen in praktijk boven de wet geplaatst.

De keuze om kinderen tussen 12 en 16 jaar zelfstandig de bevoegdheid te geven om te beslissen over euthanasie vindt het CDA verbazingwekkend. Hierdoor kunnen de ouders buitenspel worden gezet. Een kind mag volgens hen niet alleen gelaten worden met deze beslissing. Voor een volwassene is dit al een zeer moeilijke beslissing en een kind heeft in zo’n situatie begeleiding van ouders nodig.

Het CDA wil meer aandacht voor goede stervensbegeleiding en adequate pijnbestrijding. De palliatieve zorg is volgens hen nog onvoldoende ontwikkeld in Nederland. Als het natuurlijke stervensproces waardig kan plaatsvinden, met goede pijnbestrijding, hoeft euthanasie niet altijd aan de orde te komen. Voorkomen moet worden dat de angst voor pijn en slechte zorg, leidt tot een vroegtijdige wens tot euthanasie.

D66
De wet die tegenwoordig geldt is feitelijk, op enkele kleine wijziging na, identiek aan het wetsvoorstel dat in 1998 door onder andere D66 werd ingediend. D66 is dus voor euthanasie. Voorop staat voor de partij zorgverlening. In een aantal gevallen is euthanasie de laatste stap, namelijk als de patiënt niet meer redelijk kan sterven. Een wettelijke regeling van euthanasie is belangrijk om de spanning tussen het wettelijk euthanasieverbod enerzijds en de aanvaarde praktijk en opvattingen anderzijds weg te nemen.

Een tweede reden voor wettelijke regeling is ervoor zorg te dragen dat euthanasie binnen het door de samenleving gewenste kader wordt verricht en getoetst. Vandaar dat in het wetsvoorstel de zorgvuldigheidseisen zijn neergelegd en de melding van euthanasie tot een voorwaarde voor straffeloosheid van de arts wordt gemaakt. Het gaat D66 om de vrijheid van de wilsbekwame mens en om de zorgvuldigheid van het nadelen van de arts.

GroenLinks
GroenLinks is van mening dat de mogelijkheid om te kiezen voor een waardige, zachte dood in de wet moet worden erkend. Ze is dus zeker vóór een wettelijke euthanasieregeling.

De voorwaarden die GroenLinks hieraan stelt zijn allereerst de vrije keuze van de patiënt voor euthanasie. Er moet zorgvuldig gehandeld worden, dit betekent dat een arts die meewerkt aan euthanasie altijd eerst moet overleggen met een andere arts en dat de arts een meldingsplicht heeft. In de wet moet precies worden omschreven wanneer een arts die euthanasie pleegt wel of niet strafbaar is. GroenLinks wil artsen die vanwege gewetensbezwaren niet aan euthanasie willen meewerken, daartoe niet verplichten.

Sommige mensen zijn niet in staat om zelf te vragen om euthanasie, ze zijn wilsonbekwaam. Daarmee wordt gedoeld op bijvoorbeeld pasgeboren kinderen met ernstige afwijkingen, mensen in coma of demente bejaarden. Toch kunnen ook zij ondraaglijk lijden en dit kan volgens GroenLinks voor partners, familie of artsen reden zijn om te kiezen voor een zachte dood. GroenLinks vindt dat in deze gevallen extra zorgvuldigheid nodig is en dat de overheid mensen die niet voor zichzelf op kunnen komen moet beschermen. Daarom wil de partij dat er voor wilsonbekwame patiënten meer zorgvuldigheidseisen voor euthanasie vastgelegd worden.

SGP
De SGP heeft in de euthanasiediscussie krachtig gepleit voor verdere uitbouw van de palliatieve zorg. Dit houdt in dat er volgens hen meer aandacht besteed moet worden aan het verlichten van het lijden in de terminale fase. Christelijke naastenliefde kan op dit terrein volgens hen tot grote bloei komen. Mensen in uiterste nood worden dan niet in de steek gelaten, niet aan hun lot overgelaten, maar een helpende hand en een luisterend oor geboden.

De SGP is, evenals de Christen-Unie, principieel tegen euthanasie. Ze proberen hun standpunt echter niet met allerlei argumenten te ondersteunen, maar bieden alternatieven waarmee ze het hele euthanasieprobleem volgens hen op kunnen lossen.

Christen-Unie
De fracties van de RPF en GVP wijzen een regeling van euthanasie en hulp bij zelfdoding principieel af. Zij zijn ervan overtuigd dat het de mens niet toegestaan is om het leven van zijn medemens, dat een geschenk van God is en ons niet toebehoort, te beëindigen. Ook niet wanneer deze daar zelf om vraagt. Dat geldt ook voor een arts die oprecht bewogen is met het lot van zijn patiënt. Het plegen van euthanasie of het geven van hulp bij zelfdoding is volgens de Christen-Unie een voorbeeld van ethisch als juridisch ontoelaatbaar dodend handelen, een ernstig levensdelict waarop volgens het Wetboek van Strafrecht een zware straf behoort te staan. Zo is volgens hen voor iedereen duidelijk dat het doden van een ander in onze samenleving geen plaats mag hebben.

Een belangrijk bezwaar tegen een euthanasieregeling vindt de Christen-Unie dat de samenleving er ingrijpend door verandert. Daarom is ook begrijpelijk dat principiële tegenstanders van euthanasie tegen het wetsvoorstel blijven. Ook al kunnen ze ervoor zorgen dat ze zelf nooit euthanasie op zich laten toepassen, ze kunnen er ongewild door in gewetensnood komen, bijvoorbeeld wanneer een familielid euthanasie wenst.
Ook voor een arts verandert er veel. De dood komt in beheer bij de gemeenschap, en de arts wordt volgens hen beheerder en bedienaar van de dood.

Europese mening over de Nederlandse euthanasiewetgeving
Een artikel uit het tijdschrift Euro-expresse.


Europa en euthanasie
De nieuwe Nederlandse euthanasiewetgeving heeft veel aandacht getrokken in andere landen. Het beeld van Nederland als gidsland is daarbij opnieuw benadrukt. Naast het gedoogbeleid ten aanzien van drugs beschuldigen sommigen onze regering en ons parlement als aanzeggers van de dood. Een enkele Europese politicus spreekt zelfs over een boycot van Nederland, vergelijkbaar met die welke de Europese Unie heeft ingezet tegen Oostenrijk, toen daar de FPÖ toetrad.

Er zijn nu acties gaande in de Brusselse wandelgangen om het Nederlandse euthanasiebeleid door het Europees Parlement te laten veroordelen. Dat is merkwaardig, want de EU heeft met dit beleid in wezen niets te maken. Het gaat hier om strafrecht. En dat is een sector waarvan het bij uitstek niet de bedoeling is om die te vergemeenschappelijken. De Christen Democraten, die dit punt op de agenda willen zetten, zeggen dat het Europees parlement zich over heel veel zaken uitspreekt waarover het geen bevoegdheid heeft. Dit neemt niet weg dat het een merkwaardige poging is om via de Europese band de Nederlandse Eerste Kamer te beïnvloeden.

Dat onze euthanasiewetgeving zoveel negatieve aandacht in de wereld en in Europa trekt is niet verbazingwekkend. In Duitsland bijvoorbeeld is het woord euthanasie alleen al taboe. Het wordt rechtstreeks verbonden met de Nazi-praktijken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is wellicht beter om te spreken over stervensbegeleiding dan wel stervenshulp. Daar komt bij dat wij in Nederland al zo’n twintig jaar diepgaand over dit vraagstuk met elkaar gediscussieerd hebben. In het buitenland is een dergelijke maatschappelijke discussie nog nauwelijks begonnen en ieder geval met taboes omgeven.

Bij onze uitleg over wat er in Nederland gaande is moet het ook niet zo zeer gaan om de techniek van de wetgeving, maar om de hoofdelementen daarvan. Die zijn ten eerste dat het wetsvoorstel beoogd om bestendige rechtspraak neer te leggen in wettelijke regels. Ten tweede gaat het er om de arts uit de verdachtenbank te halen. De regels zijn gebaseerd op het beginsel van het zelfbeschikkingsrecht van de burger in combinatie met de taak van de overheid om zwakke en weerlozen te beschermen. Het zou te betreuren zijn als deze kwetsbare discussie in het Europees Parlement versimpeld wordt om politieke redenen.

Natuurlijk is ook voor Europese politici het vraagstuk van de euthanasie een gewetenskwestie. In onze ELD-fractie denkt niet ieder lid daarover gelijk. Maar laat onze Eerste Kamer zelf haar afwegingen maken. Ik weet dat zij dat gewetensvol zal doen.
Jan Kees Wiebenga

Hoofdstuk 4: Eigen mening en conclusie

Tijdens het maken van deze praktische opdracht zijn we tot de conclusie gekomen dat er een heleboel haken en ogen zitten aan euthanasie, voor de arts en voor de patiënt. We vinden allebei dat het wettelijk toestaan van euthanasie een goede zaak is. In hoofdstuk 3 zijn we erachter gekomen dat er ook een heleboel andere visies over het onderwerp zijn die voortkomen uit bepaalde religies.

We zijn voorstanders van euthanasie omdat we vinden dat iedereen zijn eigen keuzes moet kunnen maken als de mogelijkheid daartoe bestaat. Een mens bepaalt zelf hoe hij leeft en we vinden dat men ook moet kunnen bepalen wanneer en hoe hij of zij sterft. Als iemand niet meer wil leven en daar goede redenen voor heeft, moet je die persoon de vrijheid geven om ook daadwerkelijk dood te gaan.

We begrijpen dat vooroordelen over het huidige Nederlandse euthanasiebeleid ertoe kunnen leiden dat met gaat vrezen voor onvrijwillige levensbeëindiging. Dit is volgens ons niet nodig, aangezien er strenge regels en zorgvuldigheidscriteria voor het plegen van euthanasie bestaan. Deze zijn wettelijk verankerd en op het overtreden van de criteria kan een gevangenisstraf van twaalf jaar staan, dus je kunt ervan op aan dat de arts zich aan de eisen houdt. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je leven wordt beëindigd tegen je wil.

Bij wilsonbekwame personen wordt het maken van een beslissing over het levenseinde een stuk moeilijker. Een baby met ernstige aangeboren afwijkingen, een dementerende bejaarde of een comateuze patiënt kan zijn wens tot euthanasie niet duidelijk maken, terwijl die persoon misschien wel ondraaglijk lijdt. We zijn van mening dat een arts op zulke mensen in geen geval euthanasie mag toepassen. Die beslissing is namelijk zo definitief dat je het nooit meer kan herroepen. Als die persoon eigenlijk helemaal niet dood wilde, is dat natuurlijk heel erg.

We denken, nu euthanasie gelegaliseerd is, dat het een goed idee is dat iedere Nederlander zijn mening over euthanasie vastlegt, bijvoorbeeld in een schriftelijke euthanasieverklaring. Je hebt dan de zekerheid dat je levenseinde naar je wens zal verlopen ook al zou je dat, wanneer je bijvoorbeeld dement wordt, niet meer duidelijk kunt maken.

De onderzoeksvraag die we aan het begin van deze praktische opdracht geformuleerd hebben, beantwoorden we met ‘ja’. We vinden het ethisch verantwoord dat euthanasie in onze samenleving is toegestaan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

bedankt rinske je werkstuk is mooier dan je naam
dikke kus je hebt ons gered

21 jaar geleden

L.

L.

goed werkstuk hoor! hihi..

xx Loes

20 jaar geleden

F.

F.

Heey rinske, hartstikke bedankt voor dit werkstuk, ik heb er veel informatie uit kunnen halen.

doei, XXX

FrAnCoS

20 jaar geleden

C.

C.

hallo,

ik lees in jou verslag dat er veel commentaar is van vele geloven maar de ware echte geloof wat een sekte word genoemd is niks over geschreven.

het zal leuk zijn als je langs een echte johavah getuigen gaat en dit onderwerp met hem bespreekt.

ik weet zeker dat je met mooie antwoorden komt. die god (jehovah) zelf heeft laten opschrijven in de bijbel.

en dat is de waarheid.

p.s.

je hoeft niet bang te zijn voor ze.

met vriendelijke groeten,

cindy

14 jaar geleden

H.

H.

is chill thanks

9 jaar geleden

J.

J.

Deze is lang a zionist

6 jaar geleden