Inhoudsopgave



- Wat is barok precies?

Wanneer is het ontstaan + kenmerken?

- Barok en de architectuur

- Barok en de schilderkunst

- Barok en de beeldhouwkunst



Wat is barok precies?

Wanneer is het ontstaan?



In 1517 begon de reformatie, het was een hervorming van de kerk. Veel pausen, priesters en gelovigen waren erg rijk, er werd een beetje vergeten waar het geloof nou eigenlijk om draaide. Veel mensen wilden de kerk zuiveren, hierdoor komen er verschillende geloven.

De katholieke kerk verliest hierdoor veel leden, om dat weer goed te maken geeft de paus kunstenaars de opdracht om iets te maken waardoor de mensen hun twijfels over het geloof zouden verliezen, zodat de mensen weer voor het katholieke geloof zouden kiezen.



Hier mee begon de contrareformatie, dat betekende een tegenaanval van de Katholieke kerk tegen het protestantisme.

De Protestanten wilden sobere kerkgebouwen zonder versieringen omdat dat toch maar zou afleiden van het woord van god de Katholieken kozen juist voor veel pracht en praal. De kerken moesten zo mooi en spectaculair zijn dat de gelovige bij binnenkomst meteen overtuigd zou zijn van het feit dat de Katholieke Kerk de enige ware kerk zou zijn.

Vooral in Italië (waar de reformatie begon) en in Zuid-Duitsland heeft dit geleid tot kerkgebouwen die erg overdreven overkomen. De barok was de stijl van de katholieken. Het nieuwe geloof verbood beelden (kunst) van heiligen, hierdoor werd de kunst versoberd.

In de 17de eeuw werd de barok erg populair, veel koningen wilden graag “barok kunst” omdat dit zo’n uitbundige stijl was met weelderige groeivormen, dit sloot goed aan bij de wensen van machthebbers.

De barok duurde ongeveer van 1600 tot 1750.

De rococo was de laatste fase van de barok, ook wel Franse Hofstijl genoemd. Deze mondde uit in overdaad, met name in de versieringen. De 3 hoofdkenmerken:

- Men gebruikte krullerige en speelse vormen, met name ovalen en de schelp.

- Men gebruikte lichte kleuren (pasteltinten) en veel bladgoud.

- De onderwerpen zijn luchtig en ontdeugend.



De kenmerken van de Barok in de architectuur:

- Het gebruik van voluten. Dit om de dakconstructie bij de rest van het gebouw te betrekken.



- “ “ “ “ guirlandes.

- “ “ “ “ dubbele zuilen en pilassussen.

- “ “ “ “ de kolossale orde.

- Een geaccentueerde middenpartij: om de ingang heen.

- Een oprukkende gevellijn volgens het convex-concaafritme (= hol-bol ritme).

- In plaats van een koepelvormige een ovale plattegrond.

- Beeldhouwwerken worden aan gebouwen (op het dak) toegevoegd, ook aan oude gebouwen.

- Ook is er sprake van stadsplanning: pleinen worden bij gebouwen betrokken en andersom.

- De invloed van de barok en het uiterlijk van de barok verschilt per land:

Italië, Spanje, Portugal - zware en veelal religieuze barok, het wordt gekenmerkt door theatrale effecten, zoals trompe l'oeil. Er werd veel gebruik gemaakt van het convex-concaafritme

en van trapsgewijs naar voren tredende gevels.

Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland - lichte en sierlijke barok met een vloeiende overgang naar rococo.Interieurs zijn luchtig en gracieus en architectonische elementen worden aan het oog onttrokken. Vrouwen en mannenfiguren nemen de plaats in van de zuilen. Hele steden zijn in de barokstijl gebouwd, zoals Potsdam.

Frankrijk - classicistische barok met weelderige interieurs. Beeldhouwkunst en schilderkunst stonden los van de architectuur. Lodewijk XIV bepaalde de stijl, daardoor ook wel Louis Quatorze stijl genoemd. Bekend zijn de tuinen van Versailles ( ontworpen door Le Nôtre) en natuurlijk Versailles zelf.

Engeland en Nederland - ook classicistische barok. De Palladio-stijl werd veelvuldig toegepast; zoals bij grachtenpanden. Er was geen koepelbouw, en de schilderkunst ontwikkelde zich tot een hoog niveau. Bekende voorbeelden: Het Paleis op de Dam ontworpen door Jacob van Campen, maar ook het Mauritshuis en het stadhuis van Maastricht, beide ontworpen door Pieter Post. En natuurlijk de Amsterdamse Grachtenpanden.



De kenmerken van de Barok in de schilderkunst:

- De schilderkunst moest ervoor zorgen dat een gebouw en een beeld toto een vloeiden (gesammtkunst).

- Er kwam meer dynamiek in de schilderijen.

- Er werden ingewikkelde composities gebruikt, met name diagonaalwerken; zo werd het geheel ruimtelijker.

- Er wordt gebruik gemaakt van fragmentatie (het schilderij bestaat uit verschillende delen).

- Men maakte dus gebruik van emblemata; het uitbeelden van een zinnebeeldige voorstelling.

- Ook maakte men veel gebruik van 'clair-obscur'; een manier van schilderen, waarbij de nadruk ligt op het sterke licht/donkercontrast. Meestal is de lichtbron moeilijk aanwijsbaar of de lichtbron is een van de afgebeelde voorwerpen zelf.

- Er ontstond genreschilderkunst; schilders specialiseerden zich in een bepaald onderdeel van de schilderkunst en bereikten daarin een zeer hoog niveau.

- Er werden 'vanitas stillevens' gemaakt; stillevens waarin de onderwerpen verwijzen naar de vergankelijkheid van het leven met als diepere bedoeling: het wijzen op het belang van het hogere ten aanzien van het materiele. Daarvoor werden schedels, zandlopers, uurwerken, uitgeblazen kaarsen, verzegelde documenten, muziekinstrumenten, fruit met schil, verwelkte bloemen, aangetast fruit door insecten en met name mieren & omgevallen glazen gebruikt.

- Er ontstond ook een groep fijnschilders die op een héél klein paneeltje schilderden. Bijvoorbeeld: Gerard Dou, die bekend stond om zijn perfecte stofuitdrukking.



De kenmerken van de Barok in de beeldhouwkunst:

- Het beeldhouwwerk is een onderdeel geworden van een gesammtkunstwerk. (Dus architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst in een.)

- Er zit meer dynamiek in de beelden door draaiingen van het lichaam.

- Emoties zijn beter te zien en worden ook dramatischer.

- Er wordt vaak een theatraal onderwerp gebruikt, zoals bijvoorbeeld: Berini’s “De extase van de St. Teresa”.

- Men maakt gebruik van fragmentatie; er wordt een toevallig deel uit een groter geheel gebruikt.

- Er worden verschillende materialen in een beeldhouwwerk gebruikt.



Barok en de architectuur



Barok Carolus-Borromeuskerk in Antwerpen.



Beeldanalyse:

- Wat is het?

Het is een driedimensionaal gebouw. De Carolus-Borromeuskerk in Antwerpen.

- Wat is er te zien?

Je ziet een gebouw. Aan de zijkanten zitten er 2 torentjes, in het midden loopt het een beetje hoog op (met een timpoen). Het vooraanzicht is heel erg symmetrisch. In de ramen staan veel beelden, waarschijnlijk zijn dit beelden van heiligen. Ook boven op de kerk staan gouden beelden. De kerk heeft ongeveer 3 verdiepingen. In de raampjes zitten kleine ruitjes (3x5). Het lijkt alsof de kerk uit allemaal balken bestaat.

- Aparte dingen in deze kerk?

Er hangt één schilderij boven het altaar, maar dit is niet steeds hetzelfde. Het originele mechanisme om de schilderijen te verwisselen werkt nog.

- Wat is het materiaal/techniek?

De kerk is vooral gemaakt van marmer, met veel beeldhouwwerken en houtsculpturen. Het is een typische barokke kerk; veel speelse vormen, bladgoud, de gecentreerde middenpartij om de ingang heen, een oprukkende gevellijn, veel aan het dak vastgemaakte beeldhouwwerken, en het ziet er erg kolossaal uit.

- Welke beeldende aspecten? -

Licht: De vlakke delen van de kerk zijn veel lichter dan de krullerige delen (barok). Ook in de nissen is een licht/donker contrast.

Kleur: De vlakke delen zijn een beetje wit/gelig (pastelkleurtjes), verder is er veel met goud gewerkt (erg kenmerkend voor de barok). En de raampjes lijken blauwachtig. Het blauw met goud is wel een klein beetje een complementair contrast.

Ruimte: Er is veel met driedimensionale vormen gewerkt. Ook passen de omliggende gebouwen wel een klein beetje bij de kerk (pastelkleurtjes met grijsblauwe puntige daken). De kerk ziet er een beetje ingeklemd uit (tussen de andere huizen). Het ziet er een beetje op elkaar gestapeld uit door de balken tussen elke verdieping.

Vorm: De vormcontrasten zijn rond en hoekig, symmetrisch, regelmatig, ruimtelijk en grillig.

Textuur: Waarschijnlijk zijn er wel sporen van gereedschap en hanteringwijze maar dat kun je op deze foto niet duidelijk zien. Wel zie je de opbouw, elke verdieping apart door de balken (zie ruimte).

Compositie: Er zitten duidelijke verticale en horizontale lijnen in, er is veel herhaling (symmetrisch), ook is er een beetje een piramidaalcompositie.

- Wat heeft de nadruk?

Ik vind niet dat er een speciaal ding opvalt aan deze kerk, er is wel veel met goud en blauw gewerkt, en veel krullige dingen (barok). Daarom is het ook een typische barokke kerk.

- Wat is de bedoeling?

Deze kerk werd gebouwd tussen 1615 en 1621 door (Jezuïeten) een team dat geleid werd door Francois Aguillon en broeder Peter Hyssens. De kerk werd gebouwd tijdens de contrareformatie, met als doel door haar pracht en praal het geloof van het volk weer terug te winnen.

- Wat vind ik er zelf van?

Ik vind het een erg mooie kerk, vooral de versiering bovenaan en de kleuren zijn mooi. Omdat het er zo kolossaal uitziet.



Barok en de schilderkunst



Dit schilderij is gemaakt door Esteban Murillo (1617-1682). Dit was een Spaanse schilder die zijn grote bekendheid dankt aan zijn religieuze doeken en vooral aan de ontelbare malen herhaalde voorstelling van de Inmaculada Concepcion. Zijn wat zoeterige en echt ‘heilige’ uitbeelding in zachte kleuren van de in de wolken zwevende Heilige Maagd Maria, beantwoordt aan de ideale voorstelling van de Moeder Gods bij de gelovige volksmassa. Hij had heel veel dezelfde schilderijen van Maria met engeltjes die heten volgens mij allemaal Inmaculada Concepcion. Ik weet niet in welk jaartal dit schilderij is gemaakt.



Beeldanalyse:

- Wat is het?

Het is een tweedimensionale schildering van de Heilige Maagd Maria. Het is Barok schilderkunst van de Spaanse schilder Esteban Murillo (1617-1682).

- Wat is er te zien?

Je ziet een vrouw (Maria), ze staat op een wolk.Er omheen vliegen/zweven/zitten allemaal kleine naakte engeltjes. Maria heeft haar armen kruislings om zichzelf heen geslagen terwijl ze schuin omhoog kijkt. Maria is het middelpunt/onderwerp in dit schilderij omdat de engeltjes allemaal in haar richting kijken. Ook zie je een soort dooie koe bij haar voeten.

- Wat is het materiaal? De techniek?

Waarschijnlijk is er gewerkt met olieverf op doek. De schilderkunst is Barok, dat zie je aan de vage manier van schilderen. Het ziet er allemaal een beetje wazig uit, maar door het kleurgebruik zijn er duidelijke contrasten.

- Welke beeldende aspecten?

Licht: Het is net alsof Maria licht uitstraalt, vooral rond haar hoofd zie je een soort (heilige) lichtkrans. Ook lijkt het alsof Maria voor een soort lichtbron staat, omdat het licht vanachter haar komt. Het licht komt naar de beschouwer toe en de lichtsterkte is zwak, getemperd en er is een beetje een rode gloed.

Het licht-donker contrast is erg sterk, het begint links heel licht (daar komt het licht vandaan, lichtbron) en verder naar rechts toe word het steeds donkerder, het lijkt net alsof de engeltjes in een donker gat worden getrokken. Maar dit donkere gedeelte kan natuurlijk ook de schaduw van Maria zijn.

Kleur: De kleuren zijn een beetje donker en vaag, niet helder. Er is veel gewerkt met rood tinten. De hoofdkleuren zijn rood en geel (primaire kleuren), de doek die Maria om zich heen heeft geslagen is paars (secundaire kleuren) daardoor valt Maria (het onderwerp) extra op.

Er is veel gewerkt met kleurcontrasten; het licht-donkercontrast (bijv. na de randen van het schilderij toe word het steeds donkerder), het complementair contrast (bijv. de paarse/blauwe omslagdoek met de geel/oranje achtergrond), het warm-koudcontrast (bijv. het oranje, rood en geel van de achtergrond.

Het kleurgebruik is niet realistisch, waarschijnlijk wel expressief (door de warme rood en oranje tinten ziet het er erg liefdevol uit) en monochroom (omdat er veel gewerkt is met een kleur).

Er is vooral gewerkt met aardkleuren, de kleuren zien er namelijk erg natuurlijk uit.

Ruimte: Het schilderij ziet er best wel ruimtelijk uit, dit komt waarschijnlijk door het licht dat achter Maria schijnt. Achterin ziet het er wel een beetje vaag uit.

De engelen overlappen elkaar en draaien de lucht in omhoog.

Door de roodtinten bovenin het schilderij lijkt het net alsof dat een soort horizon is.

Vorm: De vormen (Maria en de engeltjes) zien er erg realistisch uit, wel zijn ze geïdealiseerd omdat ze allemaal precies dezelfde perfecte ronde vormen hebben. De schilder heeft dit waarschijnlijk gedaan omdat Maria een heilig figuur is en die zijn altijd perfect, ook engeltjes horen perfect te zijn.

Veel draaiingen van het lichaam (barok), diagonaal, compositie door engelen, gedraaid omhoog, verticaal door Maria.

De vormcontrasten zijn: rond, organisch, onregelmatig, ruimtelijk, grillig en een beetje vaag.

Textuur: Je kunt niet echt zien dat het schilderij is samengesteld uit allemaal kleine delen (de engeltjes), het loopt allemaal heel mooi in elkaar over.

Op dit plaatje kun je geen sporen van het gereedschap en de hanteringwijze ervan door de maker zien, maar misschien kun je dit op het echte schilderij wel zien.

Lijn: De omtreklijnen en contouren zijn vormbepalend, door de donkere lijntjes om de engeltjes heen kun je hun vormen goed zien. Er is gewerkt met een dunne lijn. Toch is het ook heel vaag, vooral achterin, geen echt strakke omlijning, dit is een kenmerk van de Barok.

Compositie: de compositie is wel symmetrisch aan de rechterkant van Maria zijn meer en duidelijkere engeltjes dan aan de linkerkant. Wel staat Maria precies in het midden van het schilderij.

- Wat heeft de nadruk?

Ik vind dat vooral Maria erg opvalt in dit schilderij, dit komt vooral door haar positie en het kleurgebruik van haar kleren. Verder is alles erg rond en zacht geschilderd.

- Wat is de bedoeling?

De verheerlijking van kerk en geloof is de bedoeling van de Barok schilderkunst, deze schilderkunst moet inwerken op gevoel. Dit schilderij van Maria en de engeltjes ziet er erg warm uit, de schilder probeert zo de mensen in god te laten geloven en ze naar de kerk te laten gaan. Misschien probeert de schilder de hemel hier uit te beelden, als je in god gelooft kom je laten in de hemel, dus moet het schilderij iets heel warms en veiligs uitstralen.

- Wat vind ik er zelf van?

Ik vind het een erg mooi schilderij, het straalt echt iets hemels uit. Als alle Barok schilderijen er zo uit zien is het waarschijnlijk wel gelukt om veel mensen naar de kerk te lokken.



Barok en de beeldhouwkunst



Dit beeld is gemaakt door Gianlorenzo Bernini (Geboren te Napels op 7 december 1598 en overleden in Rome op 28 november 1680. Hij was beeldhouwer, architect, tekenaar en schilder.) ; “van jongs af aan heb ik marmer verslonden en nooit deed ik een slag verkeerd”. Het commentaar van Bernini op het slechts zeven maanden durende werk aan de figuur van David (gemaakt tussen 1621 en 1625), voor wiens gezicht hij zijn eigen gezicht als voorbeeld zou hebben genomen. Het beeld vormde het sluitstuk van een reeks beeldhouwwerken die hij had gemaakt voor kardinaal Scipione Borghese, waarin de overgang naar een volledig nieuwe stijl viel waar te nemen: de Romeinse Barok. Met onvergelijkbare bravoure schiep hij dynamische composities waarin tegenstellingen in harmonie worden verenigd en de fraaie lichteffecten van de convex en concaaf gemodelleerde oppervlakken meesterlijk in scène zijn gezet. De oppervlaktestructuur liet hij variëren door te politoeren, boren en schuren, zodat er allerlei kleureffecten ontstonden.



Beeldanalyse:

- Wat is het?

Het is een driedimensionaal beeld. Het is gebeeldhouwd door Gianlorenzo Bernini, en het heet David.

- Wat is er te zien?

Je ziet een beeld van een man, hij is bijna helemaal naakt op een omslag doek na en hij heeft een soort zwaardkoker om. Hij kijkt heel moeilijk (waarschijnlijk omdat hij zich concentreert), dit is onderdeel van de Barok, dat emoties heel duidelijk te zien zijn. Zijn lichaam is om een vreemde manier gedraaid, alsof hij iets wil gooien (dynamiek = barok). Zijn armen hangen een beetje rechts van zijn lichaam en hij heeft een katapult in zijn hand. Hij staat op een soort voetstuk, onder hem ligt iets van een harnas.

- Wat is het materiaal? De techniek?

Ik denk dat het beeld is gemaakt uit marmer omdat het heel mooi glad is, het is gebeeldhouwd. Het is een typisch beeld uit de Baroktijd om dat het er erg dynamisch uitziet (door de draaiingen van het lichaam), de emoties van David zijn goed te zien, het ziet er best dramatisch uit en het onderwerp is theatraal omdat het te maken heeft met een bijbels verhaal.

- Welke beeldende aspecten?

Licht: Doordat het beeld een beetje glimt kun je duidelijk de omtrekken van David zien (bij zijn ribben, etc.) Zijn ogen zien er donker uit omdat daar een schaduw over valt.

Het witte/lichte beeld steekt mooi af tegen de zwarte achtergrond.

Kleur: Het beeld is heel wit/grijs en licht (beetje pastelkleuren = onderdeel van barok). Het kleurgebruik is monochroom omdat er gebruik is gemaakt van 1 kleur. Het materiaal heeft zijn eigen natuurlijke kleur.

Ruimte: Het beeld is driedimensionaal en daarom erg ruimtelijk. Het ziet er heel erg realistisch uit, net zo driedimensionaal als een echt mens. Het is gebeeldhouwd en erg massief. Het beeld zit aan zijn voetstuk vast.

Vorm: De vorm is best wel realistisch maar ook erg geïdealiseerd. Het was een bijbels figuur dus moest hij er wel perfect uit zien. De vormcontrasten zijn: rond, organisch, symmetrisch en regelmatig (het lichaam), ruimtelijk, strak en duidelijk.

Textuur: Het lijkt alsof de omslagdoek niet vast aan het lichaam zit en alsof het aparte delen zijn maar het zit allemaal aan elkaar vast. Op deze foto kan ik geen sporen van de hanteringwijze van de maker zien maar die zijn er waarschijnlijk wel.

Lijn: Er zitten niet echt lijnen in dit beeld. Je kunt gewoon wel duidelijk zien wat het precies is.

Compositie: De compositie is niet echt symmetrisch. David is waarschijnlijk wel helemaal symmetrisch omdat hij perfect is maar hij staat scheef op een dynamische manier en er zit geen ritme of herhaling in het beeld.

- Wat heeft de nadruk?

Het beeld is erg perfect omdat het een bijbelsfiguur voorstelt. Hij heeft allemaal dingen bij zich om de reus Goliath te verslaan (katapult, zwaard en een harnas), zo kun je zien dat het om een bijbels verhaal gaat.

- Wat vind ik er zelf van?

Ik vind het een heel erg mooi beeld, het is bijna perfect.



- Wat is het verhaal achter dit beeld?

Het beeld stelt David voor, ik heb het verhaal over David die Goliath versloeg erbij gedaan.



1 Samuël 17,

Herverteld door Ferdinand Borger.



David was een herdersjongen, die op een dag door zijn vader naar het legerkamp van Saul werd gestuurd. Saul was met zijn manschappen in een strijd met de Filistijnen gewikkeld. ‘Ga maar eens kijken hoe het met ze gaat had zijn vader gezegd. Ik heb gehoord dat de strijd niet makkelijk is. Die Filistijnen schijnen een of andere reus te hebben, Goliath, die het leven van de Israëlieten onmogelijk maakt.

David pakte wat eten bij elkaar en ging naar het legerkamp. Toen hij daar aankwam verkeerde het kamp in grote opschudding. Goliath was bezig de Israëlieten opnieuw uit te dagen. David kon nu met eigen ogen zien wat hij had gehoord. En inderdaad: Goliath was een boomlange kerel. Een man met een enorm harnas. Sterk en gepantserd. Voor hem uit liep een schilddrager. Het was indrukwekkend en beangstigend tegelijk.

David hoorde hoe Goliath begon te schreeuwen en uit te dagen. Dat doet hij elke ochtend en avond zei een van de soldaten, terwijl hij sidderde van angst. Luister maar wat hij zegt. Knechten van Saul waarom staan jullie hier eigenlijk? Wordt het niet tijd voor een gevecht? Durven jullie soms niet? Hij heeft gelijk zei de soldaat tegen David. We durven niet met hem te vechten. We slaan regelmatig op de vlucht. Elke morgen stellen we ons moedig in slagorde op. Maar niemand vecht! We doen het al veertig dagen zo. Wij staan aan deze kant van het dal en de Filistijnen en Goliath aan de andere kant. Elke ochtend en elke avond scheldt hij ons uit. Dat kan zo niet doorgaan. Er moet een oplossing komen.

Dat vond David ook. Hij wilde de vrijheid van zijn volk terug. David liep tussen de manschappen door om te informeren of dit gerucht klopte. Zijn broer Eliab vond dat hij David moest waarschuwen: Ga naar huis jongen, ga terug naar je schapen. Je komt alleen maar hier omdat je hoopt op een gevecht. Je bent nog veel te jong om zelf te vechten. Het is toch niet verboden om te kijken zei David. En ik mag toch wel vragen wat er hier aan de hand is?

Davids komst bleef niet onopgemerkt. Ook koning Saul kreeg te horen dat hij in de legerplaats verkeerde. Hij nodigde David uit. Wat wil je jongen? zei de koning.

De mannen durven niet meer te vechten zei David. Ze zijn bang voor Goliath. Maar ze hoeven niet meer bang te zijn. Ik zal met die onbehouwen en onbesneden Filistijn gaan vechten. Hij beledigt jullie en hij beledigt God. Dat mag niet langer gebeuren.

De koning vond hem wat overmoedig. Dat moet je maar niet doen, antwoordde hij Jij bent nog jong en die Goliath heeft zijn leven niets anders gedaan dan vechten. U moet mij niet onderschatten zei David. U moet weten dat ik gewend ben om met de schapen van mijn vader het veld in te gaan. Ik ben al eens een keer een leeuw tegen gekomen. En een beer! Beide keren heb ik ze met ze gevochten en heb ik ze verslagen. Ik ben gewend om te vechten. Als God mij kan redden uit de klauwen van een beer of van een leeuw, dan zal hij mij ook redden uit de handen van deze Filistijn.

Koning Saul liet zich overtuigen. God is met je zei hij. Maar het leek hem niet verstandig David ongewapend het veld in te sturen. Saul pakte daarom zijn wapenrok, en liet die David aantrekken. Ook kreeg David de koperen helm en het pantser van Saul aangemeten. Toen hij alles had aangetrokken, nam David zijn zwaard en hing het aan zijn gordel. Toen probeerde hij in het harnas te lopen. Het is wel erg zwaar koning, zei David, ik heb nog nooit met een harnas aan gevochten. Ik denk niet dat het zo gaat lukken. Ik kom nauwelijks vooruit. Ik ben hierin niet getraind.

Daarop trok David het harnas uit en legde Sauls wapens naast zich neer. Wat hij overhield was zijn eigen staf en een slinger met vijf gladde stenen. Zo trad hij – bijna ongewapend – als herdersjongen de gepantserde Goliath tegemoet.



Goliath was diep beledigd toen hij zag dat er een ongewapende jongen op hem werd afgestuurd. Hoe durfden ze. Zelf had hij een harnas nodig en een helm en een speer een schilddrager die voor hem uitging. En wat hij nu op zich af zag komen was een jonge man, alleen, lenig, rossig en mooi… ongewapend… speels bijna. In alles het tegenbeeld van de starre geharnaste Goliath.

Goliath begon David bij zijn goden te vervloeken. Ben ik soms een hond dat je met een stok op me af komt. Kom hier, dan zal ik je aan de vogels voeren en aan de wilde dieren.

Nee, zei David. Dat zal niet gebeuren. Jij denkt dat je tegen het volk hier vecht. Maar je vecht tegen de God van Israël. Vandaag nog zal ik van je winnen. En dan zal iedereen op aarde zien dat Israël een god heeft en dat deze god zijn volk niet bevrijdt door zwaard of speer.

Toen ging Goliath tot de aanval over en met hem de Filistijnen. David haastte zich naar voren, pakte zijn slinger, deed daar een van de stenen in en slingerde die weg. De steen trof Goliath in het voorhoofd. Hij viel ter aarde. David liep op hem af en doodde Goliath met zijn eigen zwaard.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Gesammtkunst moet zijn: gesamtkunst

12 jaar geleden