Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Inleiding:



Waar gaat dit verslag eigenlijk over?

Over vrouwen emancipatie, maar is daar niet al genoeg over gezegd door de jaren heen? Zijn alle vrouwen niet allang allemaal geëmancipeerd genoeg?

Dat gaan we je allemaal precies uitleggen in dit verslag. We gaan het niet

alleen hebben over de acties die er zijn ondernomen door verschillende

groeperingen, we gaan het ook hebben over of al die acties wel nut hebben gehad voor het heden en ook voor de toekomst.

We het in dit verslag hebben over: het verleden, het heden maar ook de toekomst! Alles wat er vroeger is gebeurd merken we dat nu nog steeds?



Profiteren we tegenwoordig nog steeds van de dappere vrouwen die voor onze emancipatie gestreden hebben?

Moet er tegenwoordig nog meer geëmancipeerd worden?

Kunnen wij met zijn allen nog meer doen voor de toekomst, vol met geëmancipeerde vrouwen?

Aan het einde van dit verslag weet je het allemaal precies!



Hoe staat het in het woordenboek:

Emancipatie (de(v.);vgl.-atie) [


Zo staat emancipatie beschreven in het groot woordenboek der Nederlandse taal de dikke van Dale.

Nummer 2 is dus bij ons verslag over vrouwen emancipatie van belang.



Zijn vrouwen de afgelopen 75 jaar eigenlijk wel geëmancipeerder geworden?

En als dat zo is, zijn vrouwen als individu dan ook geëmancipeerd?

Op deze vragen gaan we nu antwoord geven.

Een geëmancipeerde vrouw is een vrouw die zelf indeelt hoe ze haar leven wil leiden.



Die zelf bepaalt wat ze met haar tijd doet, die zelf bepaalt wat en wanneer er gegeten wordt. Een vrouw die zelfstandig kiest, denkt, die zich door niemand wat laat aanpraten en die ook andere mensen de vrijheid geeft om te doen wat die mensen zelf willen denken en doen. Een geëmancipeerde vrouw is bevrijd van wettelijke, sociale, politieke, morele en intellectuele beperkingen. Ook willen deze vrouwen toekenning van gelijke rechten, gelijkstelling voor de wet, ze streven naar gelijkheid.

Als je alles zo bekijkt zijn er een heleboel vrouwen die als individu

geëmancipeerd zijn.



Maar zijn vrouwen als groep nou ook zo geëmancipeerd?



Als groep geëmancipeerd zijn betekend dat een groep vrouwen evenveel recht en inspraak heeft als een groep mannen. Deze vrouwen moeten dan ook wel eisen durven stellen aan de samenleving bijvoorbeeld dat er rekening met hun behoeften moet worden gehouden. Er werd daar(wordt soms nog steeds) in de maatschappij maar weinig rekening mee gehouden.

Bij emancipatie zijn er altijd twee partijen, waarbij de ene partij meer rechten heeft dan de ander. Er wordt dat door de partij met de mindere rechten gestreden naar gelijkheid.

De franse revolutieleus:”vrijheid, gelijkheid en broederschap.” Heeft ook op de vrouwenemancipatie in ons land stimulerend gewerkt.

De vrouwenemancipatie had vroeger drie hoofdpunten waaraan gewerkt moest worden, dat was in:

• het onderwijs , vrouwen wilden ook langer naar school en er wilden ook vrouwen voor de klas gaan staan.

• Beroepen , vrouwen moesten gelijke kansen krijgen als mannen wanneer zij gingen solliciteren voor een baan.

• politieke rechten , vrouwen moesten kunnen stemmen en ook voorstellen geven aan het kabinet en sommigen wilden zelfs naast de heren in het kabinet! Of dit alles ook daadwerkelijk is gelukt hopen we je voldoende uit te kunnen leggen in de rest van het verslag.



Hoe was het met de vrouwen emancipatie vroeger, en nu?



• Onderwijs



Vroeger

Vroeger werd er al van uitgegaan dat een meisje na de middelbare school zou gaan stoppen met leren. Ze zou dan gaan trouwen, kinderen krijgen en verzorgen en het huishouden doen. Slechts 38 procent van de zestienjarige meisjes volgde volledig dagonderwijs, ten overstaande van 65 procent van de jongens. En het was al helemaal raar als je nadat je ging trouwen verder ging studeren. Met andere woorden: de vrouw mag leren maar het is niet noodzakelijk want ze is toch bedoeld om kinderen te baren en het huishouden te doen.



In Haarlem werd in 1868 de eerste middelbare school voor meisjes opgericht, waar aanvankelijk alleen de meisjes uit goede burgerkringen lessen namen. Hierna volgde een verzoek van Thorbecke om meisjes toe te laten op het HBS, dit is ingevoerd. Hierbij was in 1870 het recht op gelijkheid van onderwijs bijna bereikt, maar niet helemaal. Nog steeds werden er geen meisjes toegelaten op de universiteit. Deze cirkel werd doorbroken door Aletta Jacobs. Eerst mocht ze op proef lessen meedraaien, maar werd na enkele tentamens definitief aangenomen op de Groningse Universiteit. Na deze afgerond te hebben, ging ze naar de universiteit in Amsterdam om arts te worden. In 1878 doet ze examen en een jaar later promoveert ze.



Nu



- Meisjes verlaten vaker, en in sommige onderwijs typen ook sneller, het onderwijs met een diploma dan jongens.

- Meisjes kiezen vaker vakken en richtingen die vroeger vooral door jongens gekozen werden. Toch zijn er nog steeds ‘meisjesrichtingen’ en ‘jongensrichtingen’. Dat komt dan vooral omdat jongens geen meisjesrichtingen kiezen. De meisjesopleidingen (opleidingen waar vooral meisjes op zitten) bieden een goede kans op een baan. Toch worden de vrouwenberoepen vaak slechter betaald dan de mannenberoepen.

- Meisjes onder de 18 jaar besteden meer tijd aan educatie dan jongens. Ze besteden ook meer tijd dan jongens aan het helpen in het huishouden.

- Jongens hebben juist vaker betaald werk en zitten ook langer achter de pc dan meisjes.

- De meeste jongeren vinden dat mannen en vrouwen betaald werk moeten verrichten en dat beiden voor het huishouden en de kinderen moten zorgen. Meisjes vinden dit meer dan jongens. Opvallend is dat zowel jongens als meisjes het minst hechten aan een gelijke verdeling van het huishoudelijk werk. Het belangrijkste vinden ze dat de zorg voor de kinderen gelijk wordt verdeeld.



• Vrouwen en beroepen



Vroeger



Rond 1920 moest de vrouw zeer hard werken. Een vrouw werkte voor haar gezin of deed dienst als huishoudelijk personeel, maar veel vrouwen deden dit tegelijkertijd (de vrouwen moesten ook gaan werken omdat mannen soms te weinig verdienden om een heel gezin te onderhouden). Ze moesten heel vroeg opstaan en tegelijkertijd ook heel veel doen. Dit was natuurlijk ook zeer vermoeiend voor de vrouwen. Vooral omdat ze gewoon de hele dag bezig waren met werken voor het gezin. De mannen in die tijd deden helemaal niets in het huishouden, dus moesten de vrouwen alles in huis doen. Dit was alleen bij vrouwen in de lagere klassen, want die hadden geen geld om het huishoudelijk werk over te laten aan een werkster. De vrouwen in de hogere klassen, die wel geld hadden, konden zich wel een huishoudster veroorloven. Dit was in die tijd het ideale beeld van een vrouw: een zorgzame echtgenote en moeder voor haar gezin, die zich alleen met het huishouden bezighield.

Het blijkt dat je twee soorten huisvrouwen (behalve de rijke en de arme) van elkaar kunt onderscheiden in deze periode. Dit zijn de burgervrouwen en de arbeidersvrouwen. Het wezenlijke verschil was dat de burgervrouwen personeel in dienst hadden om het huis schoon te houden en alles te regelen. De arbeidersvrouwen regelden de zaken in hun eigen gezinnen en deden zelf het huishouden.

Arbeidersvrouwen hadden het dus zwaar te verduren, niet alleen op het gebied van schoonmaken en het gezin onderhouden, ook op politiek gebied.



In de periode van 1921 tot en met 1950 (vlak na Ie Wereldoorlog) bleek dat vrouwen prima in staat waren om de werkzaamheden van de mannen over te nemen. Terwijl de mannen aan het front vochten, deden de vrouwen het werk en hielden de maatschappij draaiende. Dit gebeurde niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen vaar de vrouwenemancipatie in opkomst was. Zo bewezen zij dat ze het staatsburgerschap waard waren.



Maar nog steeds werd er gevonden dat de vrouw het huishouden moest doen en buiten het huis niets aan werk mocht doen. Het was op zich geen probleem, want toentertijd ging het vrij goed met de welvaart in Nederland. Gelukkig voor de vrouwen werd het in deze periode stukken makkelijker gemaakt door de opkomst van de "werkbesparende" apparaten.

Ze zijn bedoeld om de vrouw wat werk uit handen te nemen (zodat de vrouwen meer tijd voor zichzelf kregen), maar wat moeilijk is om van tevoren te weten is welk apparaat werkelijk efficiënt is en de meeste waar voor het geld zal geven in de vorm van besparing van geld, tijd of brandstof. Wat betreft werk werd de vrouwen soms onrecht aan gedaan, alleen omdat ze vrouw was. Als een man en een vrouw bijvoorbeeld dezelfde baan wilden hebben dan kreeg de man de voorkeur.



Nu



• Van alle vrouwen werkt 51% tenminste 12 uur per week. Bij de mannen is dit 75 %. Van alle vrouwen die werken, werkt 67% in deeltijd. Van de werkende mannen werkt 15% in deeltijd. In andere EU-landen liggen deze percentages veel lager.

• Er bestaat nog wel een scheiding tussen mannen- en vrouwenberoepen. Vrouwen werken in de gezondheid- en welzijnszorg of in de handel. Mannen werken in de bouw, industrie, handel of zakelijke dienstverlening.

• 70 % van de werkende vrouwen blijft na de geboorte van hun eerste kind werken, al is het wel minder uren.

• De meeste mannen besteden weinig tijd aan huishoudelijk werk. 52% van de mannen besteedt minder dan een kwartier per week tijd aan de volgende dingen: koken, afwassen, schoonmaken, wassen en strijken, en boodschappen doen.

• Mannen en vrouwen met een hogere opleiding werken in gelijke mate. Laag opgeleide vrouwen hebben het minst vaak een baan, vooral met (kleine) kinderen.

• Kleine banen (dat is minder dan 12 uur per week) komen het meest voor onder de laag opgeleide vrouwen.

In Nederland zijn de meeste vrouwen die in deeltijd werken, als je het vergelijkt met andere EU-landen. In geen enkel ander land is het percentage zo hoog. Nederland zit ruim het dubbele boven het EU-gemiddelde. Na Nederland volgen het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Duitsland en Denemarken. Overigens is het aantal mannen dat in deeltijd werkt ook bovengemiddeld.



Wat waren de oorzaken van het femenisme en waarvoor kwamen ze in actie?



Wat waren de oorzaken van de eerste feministische golf ?

De belangrijkste oorzaak voor de opkomst van de eerste feministische golf was ontevredenheid. Zo’n honderd jaar geleden had de vrouw een heel andere positie in de samenleving. De onderwijsmogelijkheden waren slecht, de situatie op de arbeidsmarkt was ook slecht en op politiek gebied had de vrouw niets te zeggen. De vrouw was er eigenlijk alleen om voor de kinderen te zorgen en het huishouden te doen. De vrouwen werden zich bewust van het onrecht dat hen werd aangedaan. De vrouwen wouden zelfstandiger worden en hen rechten opeisen. Het komt er op neer dat vrouwen meer vrijheid wilden om een leven te leiden zoals zij dat graag zouden willen. In Nederland ontstond de eerste feministische golf ook door het overschot van vrouwen op de huwelijksmarkt. Vrouwen wilden gelijke kansen (met werken enzo.) als mannen.De eerst feministische golf bezon rond het jaar 1870.



Wat waren de oorzaken van de tweede feministische golf ?

De belangrijkste oorzaak van de tweede feministische golf was wederom ontevredenheid. De vrouwen dachten na de eerste feministische golf alles te hebben bereikt omtrent vrouwen emancipatie, maar nu ontstond bij veel vrouwen het idee dat er juist nog maar weinig was bereikt. Vrouwen vonden dat de rolverdeling tussen mannen en vrouwen niet klopte, want er was nog een heel traditionele rolverdeling tussen man en vrouw. Vrouwen wilden ook meer macht omtrent zichzelf en hun lichaam hebben.



De eerste feministische golf.

In 1870 kwam de Nederlandse vrouwenbeweging op gang, dit was de eerste feministische golf. Ze hielden zich bezig met vrouwenemancipatie op het gebied van arbeid, onderwijs, kiesrechten en vrije keuze van kleding



• Kiesrecht

Vrouwen kregen pas veel later kiesrecht dan mannen. In 1848 kregen de burgers (waaronder de mannen die belasting konden betaalden vielen) kiesrecht. In 1887 werd dit kiesrecht uitgebreid en hadden bijna alle mannen kiesrecht. In 1917 kregen vrouwen passief kiesrecht. Dat wil zeggen dat de vrouwen wel gekozen mochten worden, maar nog niet zelf mochten stemmen. Pas 32 jaar later dan dat mannen actief kiesrecht kregen, kregen ook vrouwen actief kiesrecht in 1919 werd de wet van Jacobs ingesteld en dit betekende dat vanaf nu ook vrouwen mochten stemmen.



• Arbeid

Vrouwen hadden nu wel kiesrecht, maar heel veel hadden ze daar nog niet mee bereikt, omdat ze nog steeds thuis moesten zijn om op de kinderen te passen en schoon te maken in huis. In de jaren twintig kwamen er vrouwen baantjes zoals telefoniste of typiste. Sommige vrouwen werkten dus al , maar als ze gingen trouwen stopte ze daar weer mee om de rol als huisvrouw te vervullen. Door de economische crises in de jaren 30 mochten vrouwen helemaal niet meer werken, omdat ze de baantjes van de mannen zouden afpakken, terwijl die baantjes voor de mannen hard nodig waren. Er werden veel acties door vrouwen gehouden, maar die holpen niet. Na de oorlog werden de vrouwen meer gerespecteerd, omdat ze in de oorlog het huishouden goed draaiende hadden gehouden en aan verzetsacties hadden mee gewerkt. Ook kreeg ieder huishouden nu een radio, stofzuiger en wasmachine, waardoor het huishouden nu een stuk minder zwaar werd. En door de goede welvaart waren vrouwen nodig als arbeidskrachten. Daarom mochten vrouwen vanaf de jaren 50 ook arbeid verrichten. Ook waren er vrouwen die al wel eerder werkten, maar dit was dan meestal juist weer heel zwaar werk, bijvoorbeeld als naaister, op het land werken, in de steenbakkerijen of als prostitué. De vrouwen wouden daarom ook goede werkomstandigheden voor vrouwen.



• Onderwijs

In 1871 werd de eerste vrouwelijke student (Aletta Jacobs) toegelaten tot de Groningse universiteit. Sindsdien werd het voor vrouwen en meisjes steeds makkelijker om een vervolgopleiding te kunnen volgen. Al deze dingen zijn bereikt door actiegroepen en vrouwenbewegingen, waar we later nog op terug komen.



• Kleding

Vroeger moesten vrouwen een korset aan, maar kregen hierdoor maag- en darmklachten en vielen regelmatig flauw. Ze ontwierpen kleding die lekkerder zat. Ook ontwierpen ze kleding waarin vrouwen konden zwemmen en fietsen, want ze vonden dat vrouwen net als mannen ook mochten zwemmen en fietsen.



Wat waren de gevolgen van de Eerste Feministische golf?

De vrouwen hadden in de Eerste Feministische golf veel bereikt. Ze hadden nu onder andere recht op onderwijs, passief kiesrecht en actief kiesrecht. Ook werden ze al wat meer gelijkwaardig behandeld. Hun doelen waren echter nog niet helemaal gereikt, vandaar dat er later nog een Tweede feministische golf ontstond.



De tweede feministische golf.

In de jaren 60 ontstond er een tweede feministische golf. De vrouwen dachten na de eerste feministische golf, alles wel te hebben bereikt. Maar door dat ze ook mochten werken , kwamen er weer nieuwe acties, want ze zagen nu in dat er nog genoeg ongelijkheden waren tussen mannen en vrouwen. Vrouwen vonden de rolverdeling tussen man en vrouwe nog steeds niet kloppen en ze zagen dat het nog heel traditioneel was. Vrouwen wilden ook macht over hen eigen lichaam.



• Ongelijkheid tussen man en vrouw.

Er was nog steeds ongelijkheid tussen man en vrouw op het gebied van werk, zelfstandigheid, het verzorgen van het huishouden en op de kinderen passen. De ideeën van de Nederlanders op het gebied van normen en waarden in het gezin waren praktisch nog het zelfde gebleven als voor de eerste feministische golf. Hiervoor kwamen actiegroepen in opstand om dit te verbeteren. De overheid en het bedrijfsleven moesten de achterstand van vrouwen op de arbeidsmarkt verkleinen; bij sollicitaties zouden vrouwen bij gelijke geschiktheid de voorkeur moeten krijgen, omdat zo de vrouwen makkelijker de arbeidsmarkt in zouden stromen (positieve discriminatie word dit genoemd). Ook werd er actie gevoerd voor gratis kinderopvang zodat vrouwen niet thuis hoefden te blijven om voor de kinderen te zorgen en zo geen goede baan zouden kunnen vinden.



• Macht over eigen lichaam.

Vrouwen wouden dat er seksuele voorlichting zou komen, zodat iedereen meer te weten zou komen over seks en de gevaren die het met zich mee brengt (zoals jong zwanger worden). Ook wouden ze dat er gratis voorbehoedsmiddelen zouden komen, zoals de pil. Abortus moest volgens veel vrouwen gelegaliseerd worden, tijdens acties schreven vrouwen dingen op hen buik zoals: “Baas in eigen buik”. Vanaf 1971 werden er abortusklinieken geopend, maar abortus werd nog niet officieel legaal. Een hele tijd was er ook geen wed voor het onderwerp abortus, omdat de partijen het hierover niet eens konden worden. Pas in 1981 werd de abortuskwestie geregeld, Abortus bleef als misdrijf onder het wedboek van stafrecht vallen. Het zou echter niet stafbaar zijn als het in de eerste 12 weken van de zwangerschap gebeurde.



Wat waren de gevolgen van de Tweede Feministische golf ?

Vrouwen konden nu aan hen eigen carrière werken. Daardoor kwamen er ook meer scheidingen, omdat vrouwen nu voor zichzelf konden zorgen. Vrouwen werden nu ook bijna hetzelfde behandeld als mannen.



Wie speelden de belangrijkste rol in de vrouwen emancipatie?



- NVVZB

- VVV

- VvVk

- Aletta Jacobs

- Wilhelmina Drucker

- Dolle Mina’s

- Joke Smit

- MVM



- NVVZB, de Nederlandse Vrouwenbond toe Verhoging van het Zedelijke Bewustzijn.

Deze beweging was in 1884 opgericht en het was een orthodox-christelijke beweging. Het werd opgericht door vrouwen uit hogere kringen waaronder Marianne Klerck-Van Hogendorp.

De NVVBZ streed niet direct voor het kiesrecht, eerst moesten de vrouwen door goed onderwijs slimmer worden en dan kwam pas het kiesrecht.



- VVV, de Vrije Vrouwenvereniging.

In 1889 richtte Wilhelmina Drucker deze vereniging op. Deze beweging was behoorlijk radicaal. Ze gingen verder dan VvVk (Vereniging voor Vrouwenkiesrecht), want ze vonden dat vrouwen niet alleen kiesrecht moesten krijgen, maar dat alle rechten gelijk moesten zijn voor man en vrouw. Ze zetten politici onder druk om meer vrouwen belangrijke banen te geven.



- VvVk, de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht.

Deze beweging werd opgericht in 1894 door Aletta Jacobs. De vereniging groeide uit tot de grootste vrouwenvereniging die streed voor het kiesrecht. Naast Aletta was Wilhelmina Drucker een van de oprichters.

Deze vereniging streed voor:

- het vrouwenkiesrecht.

- geboortebeperking, doordat voorbehoedsmiddelen zouden worden toegestaan.

- Ze bestreden de misbruik in de prostitutie.



De vrouwenbewegingen probeerden meer mensen achter zich te krijgen door tentoonstellingen te organiseren. Een voorbeeld hiervan is de Nationale tentoonstelling van Vrouwenarbeid. Deze werd gehouden in 1898. Er kwamen vrouwen bijeen van allerlei soorten beroepen, zoals boekbindsters, bijenhoudsters, typejuffrouwen etc.

Ze hielden congressen. In 1889 hielden ze een Nationaal Congres tegen Prostitutie.

Er werden romans geschreven die de positie van de vrouw beschreven. De roman van Hilda van Suylenburg was bijvoorbeeld een groot succes. Hierin komt de hoofdpersoon Freule Hilda in aanraking met feministische vrouwen en wordt hierdoor erg beïnvloed.

Ze hielden protesten. Die waren niet zo wild als in Engeland, daar was in 1916 een hele grote demonstratie voor het kiesrecht van vrouwen. Er kwamen hierbij 18.000 deelnemers opdagen.



- Aletta Jacobs

Een belangrijke vrouw in de vrouwenemancipatie was Aletta Jacobs. Op 9 februari 1854 werd ze geboren in een joods gezin in Sappemeer, een dorp in Groningen. Toen Aletta zes jaar oud was zei ze: 'Ik wil ook dokter worden net als mijn vader'. In 1870 ging Aletta naar een plaatselijke Hoogere Burgerschool (H.B.S). Op die school zaten alleen mannelijke leerlingen. Aletta wou na de H.B.S gaan studeren aan de Groningse Hoogeschool. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken J.R. Thorbecke had ervoor gezord dat Aletta naar die school kon.

In 1877 en 1878 legde Aletta in Amsterdam en Utrecht het arts-examen af. Ze slaagde en werd arts.

In 1879 maakte Aletta promotie in haar geboortedorp en ging ze naar Engeland voor een studiereis.

Van 1879 tot 1904 had ze een praktijk als huisarts in Amsterdam. Ondertussen in 1882 ging Aletta voorbehoedsmiddelen voorschrijven bij de vrouwelijke patiënten. Ondanks de protesten stopte ze niet, overtuigd van de medische en morele rechtvaardigheid ervan.

In 1894 was Aletta met andere vrouwen oprichtster van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, afgekort tot VVK. In 1903 werd Aletta Jacobs presidente van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht en zij zou dat vele jaren blijven.

In 1906 ging Aletta met de eerste amerikaanse presidente van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht Carrie Chapman Catt naar Boedapest voor een congres.

In de vroege zomer van 1908 gaf de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht in Amsterdam een congres. Het derde Internationale Vrouwencongres bracht vrouwen uit de hele wereld bijeen.

In 1922 was het dan eindelijk zover, op 18 september 1919 ondertekende Koningin Wilhelmina de wet, die het volledige kiesrecht aan vrouwen toekende.

Op 10 augustus 1929 overleed Aletta Jabobs.



- Wilhelmina Drucker

De Nederlandse vrouwenactiviste Wilhelmina Drucker (1847-1925) werd geboren in Amsterdam. Zij was een van de eerste Nederlandse feministes. Drucker richtte in 1889 de Vrije Vrouwen Vereniging op.

In het programma van deze vereniging stond o.a; strijd voor het vrouwenkiesrecht, uitbreiding der vrouwenarbeid, verbetering van de rechtspositie van de vrouw en strijd tegen de prostitutie.

Uit deze vereniging ontwikkelde zich in 1893 de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht, dat de eerste vrouwenorganisatie met een socialistische achtergrond was. Wilhelmina Drucker gebruikte het tijdschrift ‘Evolutie’ (1893-1926) om haar ideeën te propageren.



- Dolle Mina’s

Deze marxistische vrouwenbeweging is in 1969 opgericht en is vernoemd naar Wilhelmina Drucker. De groep bestond voor het grootste deel uit jonge vrouwen, veel studentes, leden van de SJ (socialistische jeugd) en leden van een linkse jongerenorganisatie.

Een aantal uitbundige acties van de Dolle Mina’s waren:

- het bezetten van mannensociëteiten en café’s waar vrouwen niet in mochten

- het dichtbinden van urinoirs met behulp van roze linten

- het nafluiten en in billen knijpen van mannen (wat in die tijd absoluut niet kon)

- het gratis uitdelen van condooms aan leerlingen van de huishoudschool

- de actie “baas in eigen buik” die voor abortus pleitte



Door al deze actie’s, stortte de pers zich op de Dolle Mina’s. Door hun luidruchtige optredens kwamen er vaak berichten over Dolle Mina in de krant. Daardoor kende langzamerhand iedereen de groep, en kreeg iedereen een mening over deze vrouwenbeweging. Steeds meer vrouwen sloten zich bij Dolle Mina aan, vrouwen met allerlei achtergronden en leeftijden, met verschillende stijlen van werken. Ook in de tweede feministische golf bleef Dolle Mina voortbestaan. Rond 1977 stierf de actiegroep Dolle Mina.



- Joke Smit

Joke Smit (1933-1981) was een belangrijke feministe uit de ‘tweede golf’.

Joke publiceerde toentertijd meer dan vijftig feministische artikelen.

In 1967 verwerkte zij haar eigen ervaringen in “Het onbehagen bij de vrouw” (De Gids), dat tegenwoordig algemeen beschouwd wordt als het begin van de tweede feministische golf in Nederland. De vele reacties op dat artikel waren voor haar en Hedy d’Ancona aanleiding tot de oprichting, in oktober 1968, van de eerste nieuwe emancipatieorganisatie: Man-Vrouw-Maatschappij (MVM). Joke Smit werd de eerste voorzitter van deze organisatie, een functie die zij twee jaar vervulde.



- MVM

Tijdens de tweede feministische golf ontstaat een hele belangrijke actiegroep in 1968; Man - Vrouw - Maatschappij. Opvallend aan MVM is, dat deze actiegroep uit mannen en vrouwen bestaat en de hoge graad van activiteit. MVM kwam op voor de rechten van man èn vrouw.

Deze groep oefende druk uit op de overheid, politieke partijen en maatschappelijke organisaties. MVM behoorde dus tot de revolutionairen. Ze wilden de bestaande Nederlandse samenlevingsvorm vanuit feministische optiek veranderen. Dit deden ze onder andere door middel van brieven van verzoek en protest en werkgroepen. De belangrijkste strijdpunten van MVM zijn;

- Doorbreking van de traditionele rolverdeling.

- Het recht op gelijke ontplooiingsmogelijkheden voor mannen en vrouwen.

- Het gelijke recht op betaald werk.



Over de leden van MVM valt het volgende te vertellen;

- De meeste leden waren dertigers.

- Er waren gehuwde en ongehuwde leden.

- De leden van MVM waren over het algemeen goed opgeleid.

- 12% van de leden waren mannen en 82% van de leden waren vrouwen.



MVM bestaat nog steeds, maar is tegenwoordig steeds minder belangrijk.



Conclusie:



Ongeveer honderd jaar geleden was de positie van de vrouw heel anders dan nu. De vrouwen leefden als tweederangsburgers. De onderwijsmogelijkheden waren slecht, op politiek gebied had de vrouw niets te zeggen, de situatie op de arbeidsmarkt was slecht en thuis moesten de vrouwen alleen zorgen voor de kinderen en het huishouden. Door dit alles gingen vrouwen zich organiseren in vrouwenbewegingen, om zich te verzetten tegen de maatschappij. Tijdens de eerste feministische golf heeft men bereikt dat vrouwen opleidingen en zelfs vervolgopleidingen konden gaan volgen. Aletta Jacobs heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld. Als eerste vrouw op een Universiteit was zij een voorbeeld voor alle vrouwen. In de eerste feministische golf is bovendien bereikt dat vrouwen kiesrecht kregen. In 1917 eerst passief kiesrecht en later, in 1919 ook actief kiesrecht. De actiegroep Dolle Mina heeft een belangrijke rol gespeeld voor de situatie van de vrouw op de arbeidsmarkt. Omdat het feminisme na de eerste golf nog steeds niet echt helemaal goed was aangeslagen, ontstond een tweede feministische golf. Deze golf verliep wat ingewikkelder. Met deze tweede golf wilde men vooral bereiken dat het traditionele rollenpatroon werd doorbroken en dat vrouwen en mannen gelijke kansen op de arbeidsmarkt zouden krijgen. Tijdens de tweede golf ontstonden veel kleine bewegingen die deze strijdpunten wilden bereiken. Rond de jaren '80 verzette men zich vooral tegen seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes. Toen de 'wet van gelijke behandeling' eindelijk werd ingevoerd, kwam het feminisme min of meer tot zijn einde. Het is dus de samenloop van omstandigheden geweest die de huidige positie van de vrouw in Nederland heeft bereikt. Het feminisme heeft dus wel degelijk invloed gehad op de huidige positie van de vrouw. Vrouwen hebben tegenwoordig stemrecht, kunnen gaan studeren op universiteiten en hoge scholen, kunnen deelnemen aan het bestuur van belangrijke organisaties, worden niet meer in een hoekje gedrukt en hoeven niet langer thuis te blijven om voor de kinderen te zorgen. Kortom: vrouwen zijn minder afhankelijk van mannen en hebben een grotere rol gekregen in deze samenleving.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Wat zijn de bronnen die je voor dit verslag hebt gebruikt?

5 jaar geleden