Doe mee met Markteffect's studiekeuze-onderzoek
Maakt niet uit of je je studie al gekozen hebt. Win één van de 200 (!) cadeaubonnen van €25

Meedoen

Romeinse Rijk

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 4886 woorden
  • 20 december 2001
  • 281 keer beoordeeld
Cijfer 5.9
281 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie
I Hoe kwam het Romeinse Rijk tot stand? Waar of wat was het begin van het Romeinse Rijk, wie stichtte het Rijk en waardoor groeide het Rijk steeds maar door? De totstandkoming van het Romeinse Rijk brengt ons terug naar de stichting van Rome. Rome zou volgens een verhaal gesticht worden door de broers Romulus en Remus (zonen van de oorlogsgod Mars), die besloten een stad voor zichzelf te bouwen. De stad zou zich vestigen langs de oever van de Tiber, op zeven heuvels. Romulus vermoorde Remus, zodat hij het gebied voor zich alleen had. Hij stichtte de stad en zodoende werd de stad Rome naar de eerste koning van de stad, Romulus, vernoemd. De Romeinen eerden hem als de god Quirinus, genoemd naar een van de zeven heuvels rond Rome. Romulus zou veertig jaar geregeerd hebben. Maar hoogst waarschijnlijk is Rome gewoon gesticht door de Latijnen, inwoners van Latium(1), in 753 voor Christus. Rome lag erg gunstig, goed beschermd door de heuvels en aan de Tiber met toegang tot de zee, wat erg functioneel was voor het drijven van handel. De stad vormde een sterkte tegen de Etrusken, die leefden in Etruria(2). In Rome leefden Latijnen, Sabijnen en Etrusken. De Etrusken, een zeer goed ontwikkeld volk, hadden veel invloed op de leefwijze van de Latijnen. Ze overheerste een lang tijd de Latijnen en hadden veel invloed op Rome. De Etrusken waren over zee gekomen en hadden zich gevestigd ten noorden van de Tiber. Ze veroverden veel delen van Italië, gebieden in het noorden en zuidelijke gebieden langs de kust. Ze dreven handel met de Carthagers en Grieken, die in het zuiden van Italië zaten. Toen Rome opkwam hadden de Etrusken en de Grieken een hogere beschaving dan de Romeinen. Door de onderwerping van deze volkeren werd Rome een machtig en een hoog ontwikkeld rijk. Rome beperkte zich niet alleen tot deze volken, maar ze wilde meerdere gebieden veroveren. Er verscheen een nieuwe vijand voor de Romeinen: de Galliërs ofwel de Kelten. Zij hadden zich gevestigd in Gallië (de huidige Po-vlakte) in het noorden van Italië. In 390 voor Christus hebben de Galliërs Rome ingenomen en de stad in brand gestoken. Alles was vernietigd, Van Rome bleef niets meer over. Ze konden het Capitool, een belangrijke vestiging op een van de heuvels van Rome, niet veroveren. De Romeinen hielden hier namelijk maandenlang stand. Na verloop van tijd verlieten de Galliërs de stad, omdat ze werden verjaagd door de Romeinen. Nu de Romeinen de Galliërs verjaagd hadden richtten ze hun aandacht op het zuiden van Italië. Eerst werden de Latijnse bondgenoten verslagen, daarna volgden de Samnieten uit Samnium(3). De oorlogen tegen de Samnieten verliepen in drie fasen, ze begonnen in 343 voor Christus en eindigde in 290 voor Christus. Alleen de rijke Griekse steden waren nog over, maar het duurde niet lang of de Romeinen hadden ook deze steden in hun macht, hoewel het land nu wel dicht bij een nederlaag was gekomen. Nu was geheel Italië onderworpen en ging Rome zich richtten op andere delen van het Middellands Zeegebied, met heel Italië achter zich. De Romeinen wilden hun gebied uitbreiden over delen van het Middellandse Zeegebied. Ze kwamen tegenover Carthago(4) te staan. Carthago, gelegen op de noordelijke kust van Afrika, was de grootste koopmansstad ter wereld en was de grootste vijand van Rome. Carthago was gesticht door een zeevarend en handeldrijvend volk, afkomstig van de Syrische kusten. Ze noemden zich de Feniciërs. Carthago bezat gebieden van de Afrikaanse noordkust, de west helft van Sicilië, de kusten van Sardinië en Corsica en de Zuidkust van Spanje. De Romeinen probeerden Carthago te verslaan. Ze bouwden vloten en vonden een geheim wapen uit: enterbruggen, een houten brug die een verbinding tussen twee schepen kan voltooien, waardoor ze het schip van de tegenstander kan bestormen. De oorlogen tegen Carthago noemde men de Punische Oorlogen. Een schematische overzicht van de Punische oorlogen zie bijlage 1. De eerste Punische oorlog begon in 264 v. Chr. en duurde 23 jaar lang. Het betrof de zeeslag om Sicilië(5). Carthago bezette vanuit Sicilië de havenstad Messana(6), de dichtsbij gelegen stad voor het vasteland van Italië. De Romeinen stuurden groepen soldaten naar Messana, versloegen de Cartagers en bezetten de haven. Door dit gevecht om de havenstad ontstond een totale oorlog. De Romeinen bouwden veel schepen om de Carthagers te bestrijden. Ze bezetten Corsica en Sardinië in 238 v. Chr. In 241 voor Christus werden de Carthagers op Sicilië verdreven. Het einde van deze eerste Punische oorlog werd geleid door de Carthaagse opperbevelhebber Hamilcar Barca. In 237 v. Chr. kwam hij samen met Carthaagse strijdkrachten aan in Spanje. Hij wilde daar de al eerder gestichte nederzettingen verdedigen en nieuw land veroveren. Spanje was erg belangrijk voor Carthago omdat het vol zat met grondstoffen zoals zilver, koper en ijzer. Hamilcars zoon, Hannibal, nam in 221 v. Chr. het commando over van zijn vader, over de Carthaagse strijdkrachten in Spanje. De Romeinen maakten zich zorgen om deze strijdkrachten onder leiding van Hannibal en probeerden daarom te onderhandelen. Ze sloten het Ebro-accoord dat de invloedsferen tussen Rome en Carthago afbakende. De Ebro, rivier in Spanje, vormde de grens. Het gebied dat onder de Ebro lag, viel onder Carthago en het gebied boven de Ebro was van Rome. Maar dit akkoord had weinig succes. Hannibal plunderde Saguntum, een stad op de grens van de Ebro, en brandde alles plat. Saguntum was een Griekse kolonie die een bondgenootschap met Rome had gesloten. Rome was erg kwaad en eiste van Carthago een uitlevering van Hannibal. Dit gebeurde niet en Rome verklaarde de oorlog. De tweede Punische oorlog was begonnen(238 v. Chr.). Hannibal was van plan om de Romeinen bij verrassing te overvallen. Hij wilde met zijn leger door de Alpen naar Italië. De Romeinen dachten dat het hem nooit zal lukken. Samen met zijn mannen en oorlogsolifanten overbrugde Hannibal uitgestrekte berggebieden. Vele soldaten stierven tijdens de reis door de Alpen. Weinig soldaten en enkele olifanten overleefde het en vielen Italië binnen. Hannibal vormde een nieuw leger van 50.000 man door Kelten, ook wel Galliërs, als soldaten te kopen. Dit sterke leger boekte veel successen, het versloeg de Romeinen in verschillende gevechten. Er werd een nieuwe opperbevelhebber van de Romeinse troepen aangesteld, de jonge Publius Cornelius Scipio. Hij versloeg een van de legers onder Hannibals gezag. Ook stuurde hij troepen naar Afrika om Carthago zelf aan te vallen. In 202 v. Chr. versloeg Scipio het leger van Hannibal bij de slag van Zama, gelegen ten zuiden van Carthago. Carthago werd in 146 v. Chr. totaal vernietigd en het verloor al zijn gebieden. De Romeinen hadden hun invloedsferen over Afrika uitgebreid. Het gehele Carthaagse gebied in Tunesië werd een Romeinse provincie, genaamd Africa Proconsularis. In ditzelfde jaar verwoestten de Romeinen ook Corinthe in Griekenland. Ze maakten duidelijk dat ze voortaan onder Romeins gezag stonden. Spanje en een deel van Frankrijk hoorden al bij Rome. Zelfs Egypte kwam onder de heerschappij van de Romeinen. Rome kreeg in 133 v. Chr. de stad Rergamum toegewezen. Dit gebied rond de stad werd de provincie klein Azië. Julius Caesar, die in 60 v. Chr. consul werd, was een keizer die erg veroveringszucht had. Elk gebied waar hij kwam voegde hij toe aan het Romeinse Rijk. Hij verscheen in Griekenland, klein Azië, Spanje, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Toen Caesar werd vermoord, 44 v. Chr., was het Romeinse Rijk groter dan ooit. In de opvolgende 150 jaar werden er nog een paar provincies aan het Romeinse Rijk toegevoegd waaronder het zuiden van Groot-Brittannië. In 200 n. Chr. was het rijk op zijn hoogtepunt. De grenzen strekten zich uit van Schotland tot de Sahara en liepen langs de rivier de Rijn en de Donau tot aan Arabië in het Oosten. Zie ook onderstaand kaartje. Opmerking de cijfers die achter de plaatsen en streken staan verwijzen naar bijlage 2. II Waardoor kon het Romeinse Rijk zoveel gebieden veroveren en beheersen? Hoe kwam het dat Rome zoveel gebieden kon veroveren, waarom erkenden alle volken het Romeinse gezag en hoe kon het Rijk zo machtig groot groeien? Kwam dit door het bestuur van Rome en zo ja, wat was er zo kenmerkend voor dat bestuur? We kunnen de bestuursvormen die Rome heeft gehad onderverdelen in drie fasen:
1. Koningstijd ( 753 – 510 v. Chr.) De stad Rome werd geregeerd door zeven koningen tot 509 v. Chr., toen werd de Etrurische koning “Tarquinius de Trotse (Superbus)” verdreven. Hij was één van de zeven koningen die Rome heeft gekend. De koningen werden bijgestaan door de Senaat, een groep wijze mannen die op grond van eigen ervaringen raad gaven. Als je eenmaal tot Senaat benoemd was, bleef je dit je hele leven. Men besloot niet langer volgens een koninkrijk te regeren. De titel “rex”, wat koning betekent, werd nooit meer gebruikt. Het koningsschap werd afgeschaft en Rome werd een republiek. 2. Romeinse Republiek ( 510 – 31 v. Chr.) Het grote rijk van Rome was een rijk met afgebakende grenzen en omringd met territoriale wateren, dat door een sterk, goed getraind leger werd verdedigd. Er werd in plaats van een koning twee magistraten (consuls) uitgekozen die een jaar over de stad regeerden. In tijd van nood konden ze voor hoogstens zes maanden worden vervangen door een dictator. Magistraten waren grootgrondbezitters uit families die zich door de generaties heen aan de staatsdienst wijdden. Ze droegen bundels roeden, de fasces, en toonden hiermee hun macht. De fasces symboliseerde de grootheid van het Romeinse Rijk. Er ontstonden veel nieuwe ambten, o.a. een verdeling van macht, bijvoorbeeld de rechtspraak. Die werd uitgevoerd door de pretors. De algemene leiding en het opperbevel berusten bij de consuls. De Senaat gaf adviezen en de volksvertegenwoordiging koos elk jaar twee consuls om een jaar lang te regeren. Ze had het overwicht in de regering. Hoge ambtenaren werden na hun ambtstijd lid van de Senaat. De volksvergadering koos hoge ambtenaren, en stemden ze over wetvoorstellen en beslisten over oorlog en vrede. De publieke zaak werd gediend door de “res publica”: een staat zonder vorst en een grote invloed van het volk. De Romeinse burgers waren onderverdeeld in twee klassen: de Patriciërs, rijke edellieden, en de Plebejers, de arme burgers en boeren. Alleen Patriciërs hadden het recht om consul te worden of lid van de Senaat, in de volksvergadering hadden de Plebejers eveneens weinig te zeggen. De leden van de Senaat waren oudere mannen en de consuls hadden maar weinig tijd om plannen te verwezenlijken. Nadat Barbaarse volksstammen Rome begonnen te bedreigen was het Romeinse Rijk genoodzaakt de consuls te vervangen voor een dictator die voor een periode van zes jaar ging regeren. Deze dictator kon het bevel over het leger behouden. De dictator Marius die nu alleenheerser was, werd de machtigste man van de staat. Hij was een van de gebroeders Gracchus, die het Romeinse Rijk weer wilde versterken. Hij wierp, samen met broer Sulla, zich op als een sociale hervormer. Rome was in een erg oneerlijk proletariaat verdeeld: enerzijds een kleine groep grootgrondbezitters, anderzijds een grote groep proletariërs (arme boeren). Julius Caesar was een welopgevoede Romein. Hij verschafte met een goede vriend brood en spelen, panem et circenses, aan de armen. Hierdoor steeg zijn populariteit. Hij gaf de armen eten en amuseerde hen met spelen, die ook werden gehouden in het beroemde Colosseum in Rome. Caesar werd consul in 60 v. Chr. Hij werd één van de grootste legeraanvoerders die Rome ooit heeft gehad. Hij had de Galliërs onderworpen en bracht gebieden onder de Romeinse heerschappij. Hij maakte tochten naar Engeland. Hij schond de wet doordat hij zijn leger naar Rome stuurde en daar de Senaat en diens voorzitter Pompeius intimideerde. Het volk koos Julius Caesar echter voor een tweede keer tot consul en zo kreeg hij de volledige macht. Julius Caesar stuurde drie woorden naar Rome tijdens één van zijn tochten: “Veni, vidi, vici”: ik kwam, ik zag, ik overwon. Pompeius werd verslagen en Caesar was vrij om naar Rome terug te keren. Hij bestuurde de staat met wijs beleid. De Romeinen waren echter bang dat Caesar zichzelf als koning wilde benoemen en vermoorden hem in 44 v. Chr. Hierdoor ontstond een burgeroorlog. Er volgden nog velen. Er waren enkele mensen die nu de kans zagen Caesar’s macht over te nemen. Een van hen was Marcus Antonius, de andere was Octavianus, Caesar’s achterneef en adoptief zoon. Ze versloegen Caesar’s moordenaars en kregen alle macht, na verscheidene burgeroorlogen. De beide mannen streden om macht en besloten het Romeinse Rijk te verdelen: Antonius nam de oostelijke helft en Octavianus de westelijke. Octavianus wist de staat te reorganiseren en bracht weer rust in de Romeinse wereld. In feite was hij alleenheerser, met steun van het leger, maar hij wist dat de Romeinen het absolutisme haatten. Hij kreeg het idee om de oude vorm van de republiek terug te roepen en zichzelf dan als eerste burger te stellen. Deze nieuwe vorm van een republiek was echter maar schijn: hij werd de eerste keizer van het Romeinse Rijk. De komende vierhonderd jaar zou Rome geregeerd worden door keizers. 3. Romeinse keizerrijk ( 27 v. Chr.- 476 n. Chr.) De keizer werd geholpen door gouverneurs, magistraten en ambtenaren. Door de goede werking van het bestuur kreeg Rome de mogelijkheid steeds nieuwe gebieden te veroveren. In 27 v. Chr. werd voor Octavianus een speciale term gecreëerd: Augustus ( de verhevene). Hij zorgde ervoor dat generaals hun troepen nooit meer voor staatsgrepen konden gebruiken. Hij werd gouverneur van alle provincies waar zich een legerafdeling bevond. De Romeinse legers waren de eerste in de geschiedenis die een permanent beroepsleger hadden, die goed werden betaald, goed waren uitgerust en geoefend. De troepen veroverden vele provincies waar de meeste troepen in eigen beheer lagen, zodat Augustus wettig het oppercommando had over negentig procent van de soldaten. De rijksdelen werden keizerlijke provincies en aan de grenzen bevond zich een staand leger. Over de stadshouders van de overige provincies (de Senaatsprovincies) kreeg Augustus in 23 v. Chr. het oppertoezicht. De oude republikeinse ambten en de Senaten bleven bestaan, maar er werd nauwelijks meer aandacht aan geschonken. Ook de volksvergaderingen werden nauwelijks meer bezocht, na
97 n. Chr. kwamen ze niet meer bij elkaar. De burgers verloren hiermee hun stem- en kiesrecht en daarom koos de Senaat in het vervolg de magistraten. Hij zorgde voor de armen, bouwde grote werken als amfitheaters met complete badcomplexen. De Romeinse bevolking bevatte 1/3 van de wereldbevolking. De voornaamste taken van de staat waren de verdediging, de rechtspraak, de handhaving van de openbare orde en het uitoefenen van toezicht op de plaatselijke overheden. Met economische zaken bemoeide de overheden zich nauwelijks, alleen als een van de bovenstaande zaken in gevaar kwamen. Wel zagen ze toe op de prijzen van producten en op het gewicht van de munten. Gezondheidszorg, huisvesting, armenzorg en opvoeding waren taken voor de rijkere burgers. Taken en bestuurlijke zaken van de keizer: de keizer was de voorzitter van de vergaderingen die werden gehouden met de Senaat. De rechtspraak in hoger beroep, die van de volkstribunen en de volksvergaderingen op de keizer was overgegaan, eiste veel tijd. Keizers traden ook op als weldoeners, steden die getroffen waren door natuurrampen werden door hen bezocht. De keizers hadden veel invloed op de maatschappij. Niet alle keizers waren even goed en waren van plan om het Romeinse Rijk in stand te houden. Ze maakten misbruik van hun hoge positie. Hierdoor regeerden de keizers niet lang en werden ze snel weer opgevolgd. Rome heeft hierdoor vele keizers gekend. Hieronder een overzicht van de vele keizers. In 284 werd Diocletianus keizer van het Romeinse Rijk. Hij begon de het bestuur de reorganiseren. Er vond een nieuwe indeling van het Romeinse Rijk plaats. Het werd verdeeld in vier prefecturen: het Oostelijke, klein-Azië; het Illyrische, Illyricum en Griekenland; het Italiaanse, Italië en Afrika en de westelijke prefectuur bestaande uit Spanje, Gallië en Brittanië. Deze indeling had diepe invloed in de verdere geschiedenis van het Romeinse Rijk. III Welke invloeden hadden de vijanden op het Romeinse rijk? Het Romeinse rijk werd aan zijn grenzen beschermd door het goed getrainde Romeinse leger. Zij moesten het Rijk beschermen tegen indringers. Wie waren die gevreesde invallers, wat deed het leger hiertegen, wat waren ze van plan en waar waren zij naar op zoek? Na 200 n. Chr. onderging het Romeinse Rijk grote veranderingen. Het werd bedreigd door indringers. Het Rijk werd verdeeld en het werd voortaan geregeerd door twee onafhankelijke keizers. De keizer van het West Romeinse Rijk regeerde in Rome en de keizer van het Oost Romeinse Rijk, ook wel het Byzantijnse Rijk, regeerde vanuit Constantinopel. Tussen de Donau en de zwarte zee woonden de Germaanse volkeren; de West- Goten en de Oost- Goten. Zij kwamen oorspronkelijk uit Scandinavië en hadden een lange weg afgelegd door Rusland. Ze vestigden zich in Zuid- Rusland. De Oost- Goten hadden een groot rijk doordat ze de naburige stammen onderworpen hadden. Ook de West- Goten gehoorzaamde de Oost- Goten. In 374 n. Chr. vielen onverwacht grote volksstammen Europa binnen. Het waren de Hunnen die naar Europa kwamen om hun geluk te beproeven. De invallen op het keizerrijk China waren niet geslaagd. De Hunnen waren fantastische ruiters en zij wisten succes te boeken. Zo onderwierpen zij de Alanen, een volk met een grote dapperheid en strijdlust. De Alanen sloten zich aan bij de Hunnen en zij deden samen een inval in het Gotische Rijk. Ook de Oost- Goten konden zich niet verweren tegen de Hunnen. De West- Goten, die de bui al zagen hangen, zochten snel bescherming binnen het Romeinse rijk. De West- Goten mochten zich niet zomaar vestigen in het Romeinse rijk, ze moesten aan enkele voorwaarden voldoen omdat de Romeinen de Goten niet vertrouwden. Zo moesten ze afstand doen van alle wapens, werden alle jonge mannen afgestaan als gijzelaars en konden ze de levensbehoefte alleen krijgen tegen contante betaling. De Goten gingen in op deze voorwaarde, maar de Romeinen maakte ernstig misbruik van deze ondergeschikte positie van de Goten. De Goten waren woedend en vonden dat ze zich niet meer aan de afspraak hoefden te houden. Ze kwamen daardoor in opstand. Al snel was Thracië(1) in hun bezit. Keizer Valens haastte zich naar Constantinopel(2),ook wel Byzantium, om een leger op te bouwen. Hij vocht met het leger tegen de Goten, maar werd in 378 verslagen. De Goten gingen door met hun plunderingen. Julius, de huidige opperbevelhebber, doodde alle gijzelaars van de Goten. De keizer van het westelijke deel van het Romeinse Rijk, Gratianus, benoemde de generaalszoon Theodosius tot keizer van het oostelijk deel. Deze slaagde erin de Goten na zeven jaar tot rust te brengen. Nog onder Theodosius leek het keizerrijk een compacte, politieke eenheid, maar dat was maar schijn. Omstreeks 400 toen het Oost Romeinse rijk na het overlijden van Theodosius bestuurd werd door zij twee zonen, Arcadius en Honorius, begonnen de Goten weer te plunderen onder leiding van hun aanvoerder Alarik. Vele provincies leden daaronder. De vandaal Stilicho, die voor Honorius het West- Romeinse rijk bestuurde, zond eerst troepen en stak vervolgens zelf over naar de Peloponnesus. De Goten trokken daarop naar Illyrië. Daarmee was het probleem van de Goten uiteraard niet opgelost en de keizer van het oosten liet zich overhalen om de Goten als bondgenoten te aanvaarden. De spanningen met het westelijk deel van het rijk brachten Alarik, de leider van de Goten, ertoe naar Italië te trekken. Stilicho, die in Italië vrijwel geen troepen tot zijn beschikking had, riep toen de legioenen uit Brittanië en Gallië. Hierdoor kwam er een weg vrij voor de Germanen. De Romeinse opperbevelhebber trok vervolgens tegen Alarik op. Hij leverde bij Pollentia een zware slag. De Gotische koning ontruimde Italië en Honorius hield met Stilicho een triomftocht in Rome. In 406 en nog land daarna trokken Germaanse stammen de Rijn over en vestigden zich in Gallië(3) de afbraak van het Romeinse rijk was begonnen. Door het verlies van Gallië en Groot-Brittannië verzwakte de populariteit van Stilicho. Hij werd vermoord en onder bewind van Olympus verzwakte het leger drastisch. Dat was voor Alarik de kans om Italië opnieuw aan te vallen. De Goten naderden Italië en probeerden Rome te veroveren. De Romeinen waren te lui om de Goten aan te vallen. Ze waren te laf om hun stad tegen de Goten te verdedigen. De Senaat stuurde twee gezanten naar Alarik om een verdrag te sluiten. Alarik wilde wel vrede sluiten als hij een geschenk in geld en enige gebieden toegewezen kreeg. Honorius stemde echter niet in met dit voorstel. Daarop bestormden de Goten in 410 opnieuw Rome en nu lukten het hun wel Rome in te nemen. Daarna trok hij met zijn leger verder richting het zuiden in. Na deze verovering stierf Alarik plotseling. Zijn opvolger, Athaulf, trouwde met de zus van keizer Honorius. Sinds 409 hadden de Germaanse volkeren van de Vandalen, Alanen en Sueven in Spanje zich gevestigd. Toen Athaulf stierf werd Wallia de koning van de Goten. Onder zijn bewind werden vele delen van Spanje veroverd. Hij roeide bijna alle Alanen uit en dwong de Vandalen en Sueven zich terug te trekken in het noordwestelijk deel van Spanje. Keizer Honorius was hier zo blij mee dat hij aan Wallia een gebied in Gallië schonk. De Goten stichten daar(Zuid-Frankrijk en Spanje) een nieuw rijk met als hoofd de stad Tolosa, later Toulouse. De band tussen de Goten en het Romeinse Rijk bleef voortbestaan. In 423 overleed Honorius en het West Romeinse rijk verviel steeds meer. Brittanië maakte zich los van het rijk, Bretagne hoorde ook niet lang meer bij het rijk, de Borgondiërs hadden in Gallië een eigen rijk gesticht, de Alanen zaten in Elzas-Lotharingen, de Franken beheersten het noordwesten van het huidige Frankrijk en de Goten hadden ook een groot deel bezet. Maar ook Spanje dat opnieuw was veroverd door de Vandalen en Sueven maakte niet meer deel uit van het Romeinse rijk. Het West Romeinse rijk bestond in 425 alleen nog maar uit Italië en de provincie Afrika. Maar onder bewind van de zoon van Honorius, Valentinianus III, ging ook Afrika als deel van het Rijk verloren. Niet alleen het West Romeinse Rijk maar ook het Oost Romeinse Rijk had te doen met indringers. Het waren Barbaren die delen van het rijk binnen stormden en plunderden. Veel keizers wisten ze geen halt toe te roepen. Maar toen de veldheer Aëtius in 450 aan de macht kwam bracht hij hier verandering in. Hij wist met succes de Germaanse volkeren tot bedaren te brengen en hij sloot met de Hunnen een verbond. Het West Romeinse Rijk zou met rust worden gelaten. Maar Aëtius kon deze machtige positie niet lang volhouden, er zou een strijd uitbreken tussen het West Romeinse Rijk en de Hunnen onder leiding van Attila: de slag op de Catalaunische Velden. Een groot leger van Hunnen, Slaven, Sarmaten, Oost-Goten en Germanen trok onder leiding van Atilla naar het westen. Aëtius trok daarop ook met een groot leger van Romeinen en West-Goten naar het westen. Er zou een slag plaats vinden op een uitgestrekte vlakte: de Catalaunische Velden ten Noordoosten van Spanje. Aëtius en Attila stonden samen met hun reusachtige legers tegenover elkaar. De strijd brak los. De verliezen aan beide zijden waren verschrikkelijk groot. De koning van de West-Goten, Theodorik, overleed. De strijd werd niet hervat, de West-Goten en Romeinen keerden terug. De Hunnen trokken langzaam weg in oostelijk richting, de Rijn over. West-Europa had geen bezetting meer van deze gevreesde Hunnen. Atilla probeerde nog een maal Italië te veroveren maar dit lukte hem niet. Hij trok zich terug en niet lang daarna, in 453 overleed de leider van de Hunnen. Zijn rijk viel uiteen en er was geen sprake meer van de Hunnen, zij verdwenen bijna spoorloos uit de geschiedenis. IV Door welke oorzaken viel het Romeinse Rijk uiteen? Waardoor kwam er een einde aan het Romeinse Rijk, is hier een aanleiding voor of zijn dat diepliggende oorzaken en is er een precieze datum te noemen voor de val van het Romeinse Rijk? Het verstevigen van de Romeinse macht en de Romeinse manier van leven werd langzaamaan bemoeilijkt. De afmetingen van het Romeinse Rijk vormden het grootste probleem. Voortdurend hielden volkeren van buitenaf, door de Romeinen barbaren genoemd, wacht tot ze kans zagen een Romeins gebied aan te vallen en te veroveren. Vele gebieden hadden al flink te lijden gehad onder deze aanvallen. Doordat het Romeinse Rijk zo groot was, was het erg moeilijk dit omvangrijke gebied te besturen. De Romeinen dachten dit probleem op te lossen door verdeling van het rijk. In 284 n. Chr. werd het Romeinse Rijk in tweeën gesplitst. Het West Romeinse Rijk werd bestuurd vanuit Rome en het Oost Romeinse Rijk, ook wel het Byzantijnse Rijk, vanuit Constatinopel. Hoewel het westelijke deel van het Romeinse Rijk werd veroverd door Germaanse volken werd Constantinopel het centrum van het Byzantijnse rijk, dat nog bijna 1000 jaar zou bestaan.. De stad Constantinopel, wat nu Istanboel is, gelegen in de Griekse kolonie Byzantium werd gesticht door keizer Constantijn. Na de regering van keizer Theodosius I (deze heeft geregeerd van 379 tot 395 n.Chr.) werd het rijk geregeerd door twee onafhankelijke keizers: één in Rome en de ander in Constantinopel. Het Westelijk Keizerrijk omvatte de volgende gebieden: Griekenland, in het zuiden Egypte en Cyrenaica, gelegen in Noord-Afrika. Het Oostelijk Keizerrijk omvatte de grenzen van Arabië. De grondslagen van het rijk waren het Romeinse recht en bestuur, de Griekse taal (Latijn bleef nog wel de ambtelijke taal), cultuur en het christendom. Naast de keizer was de kerk een belangrijke macht. De provincie Cyrenaica, gelegen in Noord-Afrika, werd ook overrompeld door de barbaren. De heerschappij van Rome verdween nu snel. Er waren weinig of geen soldaten om het platteland te verdedigen. De mensen trokken zich terug in de steden, die waren ommuurd zodat de Romeinse bevolking de sterke legers van de barbaren in bedwang kon houden. De invallers waren niet erg gesteld op de bestaande beschaving. Ze trokken plunderend en moordend de provincies door. De wetenschap, kennis, wegenaanleg, bouwkunst en het handelsverkeer waren inmiddels enkel een herinnering. Deze tijden worden de Donkere Eeuwen genoemd. Ze rustten over het grootste deel van Europa. Toen bleek dat dit systeem niet meer werkte vielen de indringers terug op de leefwijze van de Romeinse beschaving. Door het zwakke bestuur vanuit Rome maakte het de gouverneurs in de provincies makkelijk zich te verrijken door hun onderdanen zware belastingen af te persen. Advocaten en magistraten namen steekpenningen aan en dit verzwakte de eerbied voor de Romeinse gerechtigheid. In Italië had zich de werkloosheid inmiddels flink uitgebreid; de burgers waren in niets anders geïnteresseerd dan in niets doen en plezier hebben. De handel, de trots van de Romeinen, leed hier ook erg onder. De orde en eerbied namen immers af voor de wet; rovers belaagden kooplieden op de wegen en zeerovers maakten de zeeën onveilig. Vooral het westelijke deel van het rijk had te lijden onder de aanvallen. Het rijk had de aanvallen van de Goten (376 n.Chr.) en de Vandalen (409 n.Chr.) niet kunnen verdragen. In 410 n. Chr. werd Rome geplunderd en in brand gestoken door de Goten. In 476 n. Chr. verdreven Germaanse stammen de keizer. Odoaker, die de Germaanse legers in Italië leidde, onttroonde de keizer Romulus Augustulus en benoemde zichzelf tot koning. Hij noemde zichzelf “koning der Germanen in Italië”. Hierdoor waren de barbaren nu meester over het Westelijke Keizerrijk en betekende dit dat het Romeinse keizerschap en het Romeinse Rijk in het westen verleden tijd was. Dit jaartal, 476 n. Chr. wordt beschouwd als het einde van het West Romeinse Rijk.
V Waardoor bleef het Oost-Romeinse Rijk bestaan? Hoe kwam het dat het oostelijk deel van het Rijk minder last had van indringers en waardoor verviel niet het gehele Romeinse Rijk? Het oostelijke deel van het Romeinse Rijk werd niet zo erg belaagd door de barbaren. Dit kwam omdat Constantinopel de hoofdstad was. De voormalige keizer Constantijn, die deze stad had gesticht, was christen geworden. Constantinopel, ook wel Byzantium, was bij aanvang een heilige stad. Keizer Justinianus (deze heeft geregeerd van 527 tot 565 n.Chr.) streefde naar herstel van de eenheid van het Romeinse Rijk. Hij heroverde gebieden op de Vandalen in Afrika, de Goten in Italië en Spanje. Het leek erop dat door deze zet het gehele Romeinse Rijk opnieuw een gestalte zou krijgen, maar helaas verloor het rijk opnieuw land aan het westen. In 568 n.Chr. namen de Lombarden Italië in en in de eeuw die daarop volgden werden Afrika en Spanje ingenomen door de moslims. Het heilige Romeinse Keizerrijk bleef vanaf 330 n. Chr. geregeerd worden door keizers. De keizers bleven over de prachtige stad heersen over al wat er van hun domeinen in het Oosten over was. Het was nog steeds slechts een schaduw van de vroegere pracht van Rome, maar Constantinopel bewaarde de wetenschap en kunst. Bovendien werd het christendom behouden, zodat barbaarse stammen alle Romeinse gebieden in het Westen veroverden en ze tot afzonderlijke landen maakten, de christelijke godsdienst zo hevig geworteld was dat deze door de barbaren gerespecteerd werd en langzamerhand bekeerd werden. Het Oost-Romeinse Rijk noemde zichzelf nog wel steeds “Romeins”, maar deze Grieks sprekende christelijke staat verschilde zeer van het oude Rome, en wordt nu het Byzantijnse Rijk genoemd. De keizers heersten tot 1453, toen werd de hoofdstad in handen genomen door de Ottomaanse Turken. Toen de keizer verdwenen was, werd de christelijke bisschop van Rome, de paus, de belangrijkste persoon in West-Europa. De Romeinse kennis en literatuur bleven bewaard omdat het Latijn de taal van de kerk bleef. Vele Romeinse gewoonten, wegen en gebouwen bleven in stand. De Romeinse beschaving oefende eeuwenlang nog veel invloed uit op de wereld.

REACTIES

C.

C.

hai ,
ik moet een werkstuk maken voor geschiedenis en heb geen idee wat en hoe ik het moet doen.als u zo vriendelijk zou zijn om mij hiermee te kunnen helpen zal ik het zeer op prijs stellen. ik moet bronnen onderzoek doen.
als het kan kunt u mij nog vandaag hierover laten weten .alvast bedankt voor u moeite.
met vriendelijk groeten,
cattie

21 jaar geleden

S.

S.

Hoi Odette, ik ben Sjoerd, 6vwo, en ik denk dat jou werkstuk erg handig kan zijn voor mijn profiel werkstuk. Dat gaat namelijk over een de vraag hoe het komt dat snel groeiende wereld-rijken ook weer abrupt tot val komen. Het romeinse rijk en ook de dubbelmonarchie Oostenrijk-hongarije worden hierin als voorbeeld besproken. Maar goed, in je werkstuk verwijs je meerdere keren naar bijlagen zoals kaarten etc. alleen staan die hier niet op scholieren.com Ik zou je willen vragen om mij deze bijlagen alsnog even door te mailen. Mijn adres is redlums@hotmail.com Ik zou je echt erg dankbaar zijn. Hoop snel iets van je te horen! Groetjes Sjoerd

21 jaar geleden

R.

R.

Erg goed verslag !!
Maar er staan alleen geen bronnen bij.
Zou je die naar mij willen mailen ?

Keep up the good work !!

21 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.