ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

Inhoudsopgave
Voorwoord
Inleiding
Biografie
Das Kapital
Communistisch Manifest
Marxisme
Geldnood, ziekte en familie
Internationale Arbeiders Associatie
Familie bezoeken
Das Kapital
Conclusie
Nawoord
Bronvermelding
Logboek
Voorwoord
Karl Marx is zeer belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de arbeidsomstandigheden van de fabrieksarbeiders. Mede hierdoor heb ik dit onderwerp gekozen. Ook is hij verantwoordelijk voor een van de belangrijkste politieke stromingen ter wereld.
Eerst was het de bedoeling om het over het werk van Karl Marx in het algemeen te doen, maar toen kwam het idee om het over Karl Marx in Nederland te doen.


Karl Marx heeft een tijd doorgebracht in Zaltbommel, bij de familie Philips, en in het streekarchief van Zaltbommel zijn nog zeer veel bronnen te vinden. Uiteraard ben ik daar ook geweest en heb daar enkele goede historische bronnen gevonden. Ik ga onderzoeken hoe belangrijk Nederland is geweest voor de ideeën en het werk van Karl Marx. Het lijkt mij leuk om uit te zoeken hoe Nederland aan de basis stond van het hedendaagse socialisme.
Inleiding
Karl Marx is zeer belangrijk geweest voor de hedendaagse filosofie en politieke ideeën. Hij is de grondlegger van het communisme en van het hedendaagse socialisme. Hij heeft belangrijke familiebanden met Nederland, hij was verwant met de familie Philips (de grote gloeilampenfabrikant) en hij kwam zijn familie geregeld opzoeken.
Er zijn gegronde bewijzen voor dat Karl Marx in Zaltbommel aan zijn grote werk ‘Das Kapital’ gewerkt heeft. Een ander zeer belangrijk werk, Kommunistische Manifest, lag aan de basis van het communisme wat in de 20e eeuw zijn opmars maakte en eigenlijk ook ten onder ging.
Het bekendste citaat van Karl Marx is misschien wel:
‘Proletarier aller Länder vereinigt euch!’

Biografie
Karl Marx werd op 5 mei 1818 in Trier geboren, als zoon van een Duitse rechtsgeleerde en een Nederlandse vrouw. Het eerste jaar van zijn leven woonde hij in het huis dat nu het Karl Marx museum is. Na 1 jaar verhuisde zijn familie naar een kleiner huis, het huis dat nu Simeonstraße 8 is.
Op 17 jarige leeftijd deed Karl eindexamen aan het gymnasium in Trier. Hij ging verder met een rechtenstudie aan de universiteit in Bonn, maar door gebrek aan interesse hield hij hier mee op. In 1836 ging hij aan de universiteit in Berlijn filosofie studeren. Na zijn studie probeerde hij een aanstelling tot professor te krijgen aan de universiteit in Jena, maar dit mislukte omdat de universiteiten hem te liberaal vonden.
Aan de Berlijnse universiteit maakte hij kennis met het werk van Hegel en sloot hij zich aan bij de jong-hegelianen. Dat is een groep die in filosofische geschriften de radicaal-democratische oppositie tegen de reactionaire Pruisische regering verwoordde. Marx was de jongste van deze groep, waarvan ook Bruno Bauer (1809-1882), Ludwig Feuerbach (1804-1872), Arnold Ruge (1803-1880) en Mozes Hess (1812-1875) deel uitmaakten. Zij beschouwden hem om zijn kritische geest als de nieuwe Hegel.
In 1842 werd Karl Marx redacteur van de Rheinische Zeitung, maar doordat de krant er apart ideeën op na hield werd dit blad in 1843 verboden. In juni 1843 trouwde Marx met de baronesse Jenny von Westphalen. In 1844 verhuisde Karl naar Parijs, waar hij redacteur werd van de Deutsch Französische Jahrbücher, waarin felle kritiek werd geleverd op de maatschappelijke toestanden. Door een artikel in de Deutsch Französische Jahrbücher leerde hij een zakenman, Friedrich Engels, kennen die zijn vriend werd.
In 1844 publiceerde Marx “Zur Kritik der Hegelschen Rechtsphilosophie”. In datzelfde jaar ontstond ook het zgn. filosofisch-economisch manuscript. Dit zou pas in 1932 in Moskau volledig verschijnen.
Begin 1845 werd Marx onder druk van de Pruisische regering als voornaamste persoon achter het blad “Vorwärts” uit Parijs uitgewezen. Hij ging in Brussel wonen, waar hij samen met Friedrich Engels “Die Heilige Familie oder Kritik der kritischen Kritik” en “Die deutsche Ideologie” schreef. In het laatste boek staan uitgebreide uiteenzettingen van het historisch materialisme. Dit boek moedigt de arbeiders aan in opstand te komen tegen de rijke burgerij die het kapitaal in handen hebben.
Marx en Engels waren radicaler dan de meeste van hun vrienden. Hun motieven om tot het communisme over te gaan, verschilden: voor Engels waren deze motieven, als gevolg van zijn directe contact met de arbeiders, vooral emotioneel. Terwijl de verstandsmens Marx meer om rationele redenen communist werd; hij was ervan overtuigd dat het proletariaat door de slechte positie waarin het verkeerde de enige klasse was die werkelijk revolutionair zou kunnen zijn. Hoewel Engels beweerde dat Marx een genie was en hijzelf daarentegen slechts een talent, moet Engels in hun Brusselse tijd als de leidende partner van het duo worden gezien.
In 1847 schreven Marx en Engels op verzoek van de Bund der Kommunisten het “Manifest der Kommunistischen Partei”: het communistisch manifest.
In 1848 verhuisde Engels en Marx naar Duitsland om deel te nemen aan een revolutie, maar die poging mislukte en ze werden gedwongen weg te gaan uit Duitsland. Samen met Engels ging Karl Marx naar Londen, waar hij de rest van zijn leven bleef.
Hij werd hoofdredacteur van de “Neue Rheinische Zeitung,” een krant die in mei 1849 verboden werd. Marx moest Duitsland verlaten en ging met zijn gezin voor de rest van zijn leven in Londen wonen. Marx had voortdurend financiële problemen en leefde soms zelfs in armoedige omstandigheden. Friedrich Engels verleende hem financiële hulp. Die hulp werd steeds groter. Met de journalistiek verdiende Marx er zelf ook nog iets bij. Alle andere tijd besteedde hij aan economische studies. Het eerste resultaat van die studies was het in 1859 verschenen werk “Zur Kritik der politischen Oekonomie”.
In 1864 namen Engelse en Franse voormannen uit de vakbeweging het initiatief tot de oprichting van de Internationale Arbeiders Associatie. Hoewel Marx theoretisch gezien alleen lid was van de Algemene Raad, als secretaris voor Duitsland, kan hij als leider worden gezien van deze organisatie.
In 1867 kwam het eerste deel van zijn boek, Das Kapital, uit, dat de beginselen van het Marxisme weergaf. Het tweede en het derde deel verschenen, door de zorg van Engels, na Marx’ dood in resp. 1885 en 1894. Na de ondergang van de Parijse Commune schreef Marx “Der Bürgerkrieg in Frankreich” en werkte hij zijn opvatting over de dictatuur van het proletariaat verder uit. In 1872 viel de Internationale uiteen en ging Marx zich weer bezighouden met economische studies.
Hoewel Karl Marx ontmoedigd was, omdat de arbeiders nog niet in opstand waren gekomen en ook nog een slechte gezondheid had presteerde hij het toch nog om op latere leeftijd nog een aantal boeken te schijven. Hij stierf op 14 maart 1883 en werd begraven op het Highgate kerkhof in Noord-London.
Na zijn dood zette Friedrich Engels het werk van Karl Marx door en schreef de nog twee delen van “Das Kapital”.

Prestaties van Karl Marx
Das Kapital
Toen Karl Marx halverwege de 19e eeuw ‘Das Kapital’ schreef waren de arbeidsomstandigheden in de fabrieken vaak ondragelijk. De lonen waren amper genoeg om van te leven en er waren weinig mensen die er wat aan deden. Daarom zag Karl Marx het als zijn taak om uit te leggen wat het kapitalisme nou eigenlijk was.
Wanneer Karl Marx in het boek eenvoudig beschrijft wat hij ziet zijn de analyses het best. Zijn theorieën worden vaak als verwarrend gezien omdat hij niks aan het toeval wil overlaten en zelfs de vaagste vergelijking wil bewijzen doormiddel van wiskundige formules. Hij was van mening dat deze vergelijkingen uitwerken noodzakelijk was omdat zijn boek een moreel voorschrift was voor de tegenslagen van de maatschappij en geen wetenschappelijke beschrijving. Nu zijn wij het boek wel als een wetenschappelijke beschrijving. Het boek van Karl Marx lijkt veel op de theorieën van Hegel.
Volgens ‘Das Kapital’ verstrekt de kapitalistische maatschappij drie bronnen van inkomen, namelijk:
1. Kapitaal, de kapitalist profiteert van zijn kapitaal dat hij in bezit heeft.
2. Land, de landeigenaar profiteert van zijn land dat hij in bezit heeft.
3. Arbeidersmacht, de arbeider profiteert van zijn verrichte arbeid.
Een arbeider is in werkelijkheid een handelaar die zijn arbeid verkoopt tegen een bepaalde prijs (loon). De kapitalist koopt de arbeid en betaald de arbeider daar loon voor. De arbeider zet dat loon om in voedsel, onderdak en kleding. Dit alles lijkt een mooie ruil. Maar de kapitalist wil winst maken, en een eerlijke ruil levert geen winst op. Daarom betaalt hij de arbeiders minder loon dan wanneer het een eerlijke ruil zou zijn. Zo ziet Marx de verhouding tussen kapitalist en arbeider.
Door de productie met machines (kapitaal) wordt de arbeider als het ware verlamd omdat hij de concurrentie niet aan kan. Zo verdwijnt het vakmanschap van de arbeider. Een machine zorgt er automatisch voor dat er meer machines komen. Een goed voorbeeld is de textielindustrie: de grote spinmachines zorgden ervoor dat er weefmachines kwamen. Zo werden de arbeiders gedwongen om lager betaalde banen te nemen. Een arbeider werd niet meer dan een nummer dat je zo weer kon vervangen.
Het gebruik van machines ondermijnde in het bijzonder de positie van de mannelijke arbeider. Dit kwam omdat de machines zo gebouwd waren dat alleen kleine en slanke mensen er mee konden werken. Zo kwamen de kapitalisten automatisch bij kinderen vrouwen aan. Het gebruik van kinderen en vrouwen had 2 voordelen: ze waren slank en klein, en ze hadden een ‘volgzaam’ karakter. En hoe meer mensen er gingen werken hoe lager de lonen werden (het aanbod van arbeid werd groter). Samen zorgden de lage lonen en de slechte werkomstandigheden er voor dat het geen pretje was om in de fabrieken te werken.
Veel machines werden er op gebouwd om 24 uur per dag te draaien. Zo worden de kosten van een machine over veel meer producten verspreid. En dus hoe minder de waarde de machine aan een product toevoegt. Een machine die dag en nacht draaide ging wel minder lang mee dan eentje die dat niet deed, maar dit maakte niet uit omdat er een grotere winst gemaakt werd. De arbeider was de enige die moe werd, maar deze kon zeer snel weer worden vervangen door een andere. De kapitalisten spraken indertijd over ‘het reserveleger van werkelozen’.
Voor Karl Marx was het duidelijk: deze egoïstische maatschappij was klaar voor een opstand.
Karl Marx vond dat de positie van de arbeider moest en zou veranderen. Gelukkig heeft hij gelijk gekregen en is de positie nu stukken beter.
Karl Marx & Friedrich Engels

Communistisch Manifest
Het Communistisch Manifest werd geschreven eind 1847 en begin 1848 in Brussel. Het is uitgegeven in meerdere Europese talen. Karl Marx en Friedrich Engels hadden zich in de maanden voor dat ze het manifest schreven aangesloten bij een revolutionaire groepering. Karl Marx en Engels waren van mening dat deze groepering het meest geschikt was om zich los te wrikken van de vage hersenspinsels die toentertijd de ideologie van de opkomende arbeidersbeweging beheersten. Karl Marx' discussies met mensen als de anarchist Proudhon ('De armoede van de filosofie'-1847), Wilhelm Weitling en consorten en de Duitse socialisten hadden de aandacht getrokken van de in Londen gevestigde Bond der Rechtvaardigen, een linkse afsplitsing van de Bond der Ballingen, die in 1834 was opgericht na de mislukte aanval van radicale studenten en arbeiders op het politiekantoor van Frankfürt.
De Bond werd zowel om veiligheidsredenen als om redenen van politieke duidelijkheid de Bond der Communisten genoemd werd. Op het congres van de Bond der Communisten, dat in november 1847 te Londen plaatsvond, ontvingen Karl Marx en Engels de opdracht, de publicatie van een volledig theoretisch en praktisch partijprogramma voor te bereiden. In de Duitse taal opgesteld, werd het manuscript in januari 1848, enkele weken voor de Franse revolutie van 24 februari, naar Londen gestuurd om te drukken. Een Franse vertaling verscheen kort voor de opstand van juni van 1848 te Parijs. De eerste Engelse vertaling verscheen in 1850 in George Julian Harney’s Red Republican te Londen. Ook werden een Deense en een Poolse uitgave gepubliceerd. Na verschillende vormen, die meer verband hielden met de vorm dan met de inhoud, leverde de arbeid van Karl Marx en Engels uiteindelijk een geschrift op dat naar verluidt een grotere verspreiding heeft gekend dan de bijbel.
De Duitse tekst was sinds 1850 in Zwitserland, in Engeland en in Amerika verschillende malen opnieuw gedrukt. In het jaar 1872 werd het in het Engels vertaald en wel in New York, waar de vertaling in “Woodhull & Claflin’s Weekly” gepubliceerd werd. Op grond van deze Engelse versie werd in “Le Socialiste” in New York ook een Franse vervaardigd. Sindsdien zijn in Amerika nog minstens twee Engelse vertalingen gepubliceerd, waarvan er één in Engeland werd nagedrukt. De door Bakoenin verzorgde eerste Russische vertaling werd omstreeks het jaar 1863 in de drukkerij van Genève uitgegeven.
Het Manifest bevat een volledige uiteenzetting van de voornaamste richtinggevende ideeën die nog steeds tot leidraad dienen voor een ieder die zich tot marxisten wil rekenen. Wel moet er bij worden gezegd dat het manifest in een hele andere tijd is geschreven en dat nu veel dingen anders zijn. Het werd vooral geschreven met het oog op de komende revolutionaire uitbarstingen in geheel Europa uit de jaren 1848-1849. De geschiedenis heeft geleerd hoe dicht de voorspellingen van Karl Marx bij de waarheid zaten. Nauwelijks een maand na de eerste uitgave trad de arbeidersbeweging voor het eerst op de voorgrond met zelfstandige, op haar eigen belangen afgestemde klasseneisen. De revoluties van 1848-1849 waren naar de vorm nog kleine proletarische revoluties, met als belangrijkste en meest strijdvaardige factoren het kersverse industrieproletariaat. Ook de inhoud van deze democratische revoluties waren nog burgerlijke omwentelingen. De groep loonarbeiders die in de fabrieken werkten en die ook een omwenteling wilden, was nog te erg een minderheid onder de totale beroepsbevolking om een duurzame machtsovername van de arbeiders tot gevolg te hebben. Vreselijke nederlagen waren daarvan het gevolg. De ontbinding van de Chartistendemonstratie te Londen door de arbeidersleiders in april 1848 was de eerste grote nederlaag van de beweging. In hetzelfde jaar werden bij het bloedig onderdrukken van de juniopstand tienduizenden arbeiders uit Parijs door de republikeinse regering gedood. Door Karl Marx werd dit in zijn Achttiende Brumaire "de meest kolossale gebeurtenis uit de geschiedenis van de Europese burgeroorlogen genoemd". De Franse bourgeoisie vierde hierop haar overwinning met het ongenadig afslachten van drieduizend weerloze krijgsgevangenen. Vanaf toen werden overal waar zelfstandige proletarische bewegingen tekens van leven bleven gaven, zonder genade neergeslagen. Zo spoorde de Pruisische politie het centraal bestuur van de Bond van Communisten op, dat in die tijd zijn zetel in Keulen had. De leden werden gearresteerd en na achttien maanden in hechtenis te hebben doorgebracht, in oktober 1852 voor het gerecht gebracht. Dit beroemde Keulse Communistenproces duurde van 4 oktober tot 12 november. Zeven van de gevangenen werden tot gevangenisstraf voor de duur van drie tot zes jaar veroordeeld. Onmiddellijk na de uitspraak van het vonnis werd de Bond door de nog overgebleven leden formeel ontbonden. Het Manifest leek vanaf dat ogenblik verdoemd te zijn en in vergetelheid te zijn geraakt. In Wenen en Berlijn lukte het de revolutionairen ook niet om een voet aan wal te krijgen. Ook hier werden arbeiders gedood.
Karl Marx heeft deze opstanden wel gesteund, maar hij heeft er nooit op aangestuurd. Hij wist maar al te goed dat de democratische revoluties, gezien de toenmalige graad van ontwikkeling in de samenleving hoogstens uitgebreide democratische rechten voor de arbeiders tot gevolg konden hebben. Daarom is de concrete programmaverklaring eerder een overgangsprogramma tussen de democratische eisen van de burgerlijke revolutie en de werkelijke socialistische omvorming van de samenleving. Toch laat Karl Marx niet na om het niet dubbelzinnig te schetsen dat het einddoel van de communisten veel verder ligt dan enkel de tijdelijke en gedeeltelijke lotsverbetering van de gewone mensen.

Marxisme
Het marxisme is gebaseerd op het denken van Karl Marx. Het woord marxisme is ontstaan in de jaren tachtig van de 19de eeuw uit 3 invloeden: de Duitse filosofie, de Franse revolutionaire praktijk en het schrijnende beeld van de toestanden in de opkomende Engelse industrie. Het is een samenvatting van de theorie die gaat over de historische ontwikkeling van een maatschappij. Deze theorie is geen afgerond geheel of een gesloten systeem. Het is meer een samenhang van uitspraken over de aard en de richting van de maatschappelijke ontwikkeling. Bij deze theorie wordt de nadruk gelegd op de economie, sociologie en de geschiedenis. In Berlijn stond Karl Marx onder de invloed van de in 1831 overleden filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel. De leer van de filosoof heeft hij nooit losgelaten, hoewel hij de filosoof nooit gekend heeft. Volgens Hegel bestond de eigenlijke werkelijkheid in de menselijke geschiedenis niet uit de tastbare dingen maar uit de ideeën van de mens en zijn geest.
Karl Marx heeft zelf nooit enige moeite gedaan om zijn inzichten en theorieën uit te werken tot een samenhangende geheel. De aanhangers van de theorie deden de eerste pogingen om het werk op papier te krijgen. Karl Marx zelf voelde zich totaal niet betrokken en deed de uitspraak: ‘Ik ben geen Marxist. Pas veel later heeft Karl Marx meegewerkt aan het schrijven van de theorie op papier en zo de beginselen van het klassieke marxisme op touw te zetten. Dit vond plaats pas in de nadagen van zijn leven. De man die in de eerste plaats verantwoordelijk was voor de publicatie van zijn werk was Friedrich Engels. Hij was een Duits revolutionair politiek econoom, die van 1842 tot 1883 samenwerkte met Karl Marx. Hij zag zich gedwongen de inzichten van Karl Marx en hem zelf in een systematische en populaire vorm uit te geven, en wel ter bestrijding van andere filosofische systemen die in deze periode grote invloed op de opkomende socialistische beweging in Duitsland uitoefenden, zoals die van F.A. Lange, F. Lassalle en Dühring. Dit resulteerde in de Anti-Dühring (Herr Eugen Dührings Umwälzung der Wissenschaft, 1878), dat door Engels geschreven werd met medewerking van Karl Marx.
Voor het eerst werd hier het marxisme gepresenteerd: als een alomvattend filosofisch systeem. Dit had niet alleen betrekking had op de maatschappij, maar ook op natuur en kosmos. De ‘bewegingswetten der geschiedenis’, waarvan werd gezegd dat Karl Marx ze ontdekt had, werden hier voorgesteld als de toepassing op de samenleving die de materie zouden beheersen. De term historisch materialisme werd gebruikt als algemene naam voor de marxistische maatschappijtheorie. De term dialectisch materialisme voor de leer van deze universele principes. Op deze wijze probeerde Engels het in die tijd grote aanzien van de natuurwetenschappen te benutten om de juistheid van het historisch materialisme duidelijk te maken.
Samen beschreven Karl Marx en Engels de principes van het communisme. In 1848 voltooiden Engels en Karl Marx: Het communistisch manifest. Deze befaamde verhandeling gaat over de ineenstorting van het kapitalisme en de opkomst van het communisme. Karl Marx en Engels waren in 1870 ook verantwoordelijk voor de oprichting van de Internationale, een internationale socialistische organisatie. Engels schreef veel verhandelingen over het socialisme. Ook verzorgde hij de redactie en de publicatie van het tweede en het derde deel van “Het kapitaal” dat na de dood van Karl Marx in 1883 werd gepubliceerd.
Volgens het marxisme was de ontwikkeling van het kapitalisme een natuurproces, dat automatisch tot een ineenstorting van de economische en maatschappelijke orde zou leiden en zo de arbeiders aan de macht zou brengen.
Karl Marx heeft zijn filosofie op drie gebieden gericht: de geschiedenis, de economie en de sociologie.
Het historisch materialisme is de marxistische geschiedopvatting. Het is een methode die aangeeft hoe je naar de geschiedenis moet kijken. Het is een dialectische en materialistische theorie over de historische ontwikkeling van de maatschappij.
'Dialectisch' wil zeggen dat volgens deze theorie de werkelijkheid zich via tegenstellingen ontwikkelt. De theorie zelf maakt daarmee deel uit van dezelfde werkelijkheid. 'Materialistisch' wil zeggen dat in deze theorie het denken van de mens de maatschappelijke werkelijkheid bepaalt dan wel de werkelijkheid het denken, voor het laatste standpunt wordt gekozen. Karl Marx was er van overtuigd dat de geschiedenis niet zomaar tot stand gekomen was. Er moest een einddoel achter zitten en dat bepaalde krachten de geschiedenis naar dat einddoel brachten. Ook geloofde hij dat de geschiedenis bepaald werd door de productieverhoudingen, want de macht in elke samenleving is steeds in handen van de gene die de productiemiddelen bezitten.
De theorieën over waarde en kapitaal vormen een kernstuk van de marxistische economische theorie. Het is voor deze theorie kenmerkend dat de begrippen 'waarde' en 'kapitaal' niet los kunnen worden gezien. De marxistische theorie gaat in op het bestaan van een klasse van arbeiders die er bestaat om dit kapitaal voort te brengen en een klasse van kapitalisten om zich dit kapitaal toe te eigenen. Volgens Karl Marx is het kapitalisme is een meer ontwikkelde vorm van een economie waarin door mensenhanden producten worden gemaakt. Deze producten worden gemaakt door de loonarbeiders, mensen die hun arbeidskracht aan een kapitalist ter beschikking stellen. Volgens de theorie van het marxisme worden door het kapitalisme de loonarbeiders uitgebuid. De meerwaarde van het product wordt door de arbeiders geproduceerd. Het bedrag dat ze daarvoor ontvangen wordt bepaald door de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Dit bedrag is minder dan de waarde van de geleverde arbeidsprestatie. De winst gaat altijd naar de bezitters van de fabrieken. Zij willen steeds meer en buiten de arbeiders steeds meer uit. Volgens de ideeën van Karl Marx moet men het machtsmiddel van de werkgever ontnemen zodat hij niet meer de bevolking kan uitbuiten en ieder mens gelijk wordt. Elk individu is dan gelijk aan elkaar. In die nieuwe maatschappij heeft het proletariaat, de bevolking zonder machtsmiddelen, de macht. Dit zou uitgroeien tot een Marxistische gemeenschap.
Het kapitalisme zou zichzelf de nek omdraaien voorspelde Karl Marx. Hij onderscheidde de volgende vijf stadia:
1. De concentratie wet, waarbij grote ondernemingen voortdurend de kleine opslokken, en hierdoor steeds grotere ondernemingen ontstaan.
2. De accumulatie wet, verondersteld dat kapitalisten, die de meerwaarde ontvangen, door concurrentie proberen de omvang van de ondernemingen steeds te vergroten.
3. De Verelendung, de voortdurende verslechtering van de positie van de proletarische klasse, die afhankelijk zijn van de kapitalisten. De armoede zal steeds groter worden.
4. De crisistheorie, het gaat steeds slechter met bedrijven, waardoor arbeiders worden ontslagen. Hierdoor ontstaat weer sociale ellende.
5. De ineenstorting van de kapitalistische maatschappij. De crisissen zullen elkaar steeds sneller opvolgen en de positie van de arbeidende klasse zal voortdurend slechter worden. De spanning tussen de klassen wordt onhoudbaar.
Het erkennen van onderscheid tussen waardevorming en waarderealisering is kenmerkend voor de marxistische opvatting over de economie.
De klassentheorie is in het marxisme erg belangrijk. Volgens deze theorie kan men iedere maatschappij in twee klassen indelen: een producerende klasse: dit zijn vooral de arbeiders, de mensen die in loondienst zijn. En een zich toeeigenende klasse: dit zijn de werkgevers, de klasse die de productiefactoren in handen hebben. 'De geschiedenis van alle maatschappijen tot nu toe is de geschiedenis van de klassenstrijd', dit is de beroemde openingszin van het Communistisch Manifest, geschreven door Karl Marx en Engels en verschenen in 1848.
De marxistische klassentheorie deelt alle maatschappijen in deze twee klassen. In de kapitalistische maatschappij heten deze twee klassen bourgeoisie of kapitalistenklasse en proletariaat of arbeidersklasse. Proletarisch klassenbewustzijn is het inzicht van de arbeiders dat hun problemen veroorzaakt worden door het systeem van de kapitalistische productie als geheel. Het bevat bovendien de opvatting dat de belangen van de arbeidersklasse tegenovergesteld zijn aan die van de kapitalistenklasse. Verbetering van het lot van de arbeiders is niet mogelijk binnen het kapitalisme. De arbeidersklasse moet deze productiewijze omvergooien en het socialisme invoeren. Er moest dus een nieuwe samenleving ontstaan. Dit was volgens Karl Marx een einddoel van de geschiedenis.
In de 19e eeuw was er een opmars van natuurwetenschappen, een opkomst van het atheïsme, dit beïnvloedde Karl Marx en hij begon hier over na te denken. Volgens Karl Marx het geloof en de Godsdienst een verzinsel van het volk, om een uitweg te vinden in moeilijke tijden. Volgens Karl Marx ontstaat door deze factoren ook de Godsdienst.
In het decennium dat volgde, nadat het Marxisme gepubliceerd is, raakte de term marxisme ingeburgerd als het politieke streven van het socialisme van de Tweede Internationale. Later is men deze politieke stroming ook wel gaan aanduiden als het ‘klassieke’ of ‘orthodoxe’ marxisme, ter onderscheiding van marxisme-leninisme en neomarxisme.
Kenmerkend voor het marxisme was het feit dat de volgers van de theorie veelal zelf actieve en vooraanstaande leden van sociaal-democratische partijen waren. In de gouden tijden, die tussen 1880 en 1918, van het marxisme leidde wetenschappelijke ontwikkelingen tot een splitsing van het orthodoxe marxisme.
Binnen de sociaal-democratische beweging ontstond een groeiende kloof. Aan de ene kant had je mensen die vast hielden aan marxistische prognoses. Aan de andere kant had je mensen die uitgingen van de werkelijkheid: het revisionisme. Deze nieuwe vorm brak met een aantal centrale uitgangspunten van de theorie van Karl Marx. De ontwikkeling van de sociale wetenschappen ging gepaard met een geleidelijke afbraak van marxistische ideeën.
De Eerste Wereldoorlog maakte een eind aan het politieke kansen van de Tweede Internationale en de breuk tussen sociaal-democratie en communisme bevestigde deze ontwikkeling. Na 1918 was het marxisme niet langer de theorie van de Europese sociaal-democratie. Er was echter een uitzondering, die van het austromarxisme, dat nog een tiental jaren de theorie van de Oostenrijkse sociaal-democratie bleef. Het marxisme wordt daarna een staats- en partij-ideologie in communistische partijen en regimes. Het neomarxisme dat daarnaast ontstaat, gaat enerzijds in op het werk van Karl Marx zelf en verbindt dat anderzijds met de meest uiteenlopende filosofische tradities.
Als politieke leer verloor het marxisme, met de ineenstorting van de Sovjet-Unie, zijn invloed. De communistische partij van de Sovjet-Unie nam in 1991 een programma aan, waarin het marxisme als slechts een van de inspiratiebronnen werd aangemerkt.
Wat bracht Karl Marx in Nederland?
Geldnood, Ziekte en Familie
Rond 1850 sterft de vader van Karl Marx in Trier en de banden met Zaltbommel worden dan nog sterker. De moeder van Karl Marx is zelfs van plan om naar Zaltbommel te verhuizen. Op 2 februari 1853 schrijft ze aan haar zuster Sophie Philips dat ze hoopt een kamer te kunnen krijgen in het huis tegenover de familie Philips. Uiteindelijk gaat de verhuizing toch niet door omdat Sophie Philips overleed.
Maar inmiddels waren er nog andere banden ontstaan, want op 5 juni 1853 trouwt Karl Marx’ zuster Louise met Johan Carel Juta. Deze was kandidaat-notaris in Zaltbommel.
Karl Marx was zeer begaan met zijn familie in Zaltbommel, dit blijkt uit de vele brieven die hij schreef. Deze staan vol met aanhankelijkheidsbetuigingen en oprechte belangstelling.
Maar Karl Marx had nog een goede andere reden om de banden met Zaltbommel warm te houden.
Zijn oom Lion Philips, die bankier was, beheerde het vermogen van zijn schoonzuster Henriëtte Marx en daarin zat ook het erfdeel van vader Marx. Dat deel dat Karl Marx zou graag uitbetaald zou krijgen, want hij zat voortdurend in een slechte financiële situatie en moest daarom steeds bij vrienden en familie aankloppen.
In 1861 reisde Karl Marx, die inmiddels in Engeland woonde, weer een keer naar Nederland. Hij maakte deze reis onder een valse naam, K.J. Bühring. Hij verbleef van 28 februari tot 17 maart in Zaltbommel. Uit een brief zal het doel van deze reis duidelijk worden, want hij schrijft aan zijn vrouw Jenny dat hij gaat proberen wat ‘duiten los te maken’ bij zijn oom Lion. Deze reis was succesvol, want dit bezoek levert hem uiteindelijk 2000 gulden op.
Eind augustus 1862 is Karl Marx weer in Nederland en ongeveer een jaar later is hij er opnieuw. Deze keer blijft hij er 3 maanden. Over zijn logeerpartij in 1862 is niks bekend, over die in 1863 en 1864 wel. Karl Marx verbleef toen in Zaltbommel bij zijn oom Lion om zich te laten behandelen door dr. A.J.W. van Anrooy voor zijn bloedzweren.
De aanleiding van deze reis was de dood van zijn moeder op 30 november 1863. Hij reisde toen ook naar Zaltbommel om de erfenis te regelen. Karl Marx heeft, net als zijn drie zusters, recht op FL 12282,63. Maar Karl heeft al een voorschot ontvangen van FL. 5250,- en daarom ontvangt hij FL. 7032,63. Voor die tijd was dat een fors bedrag als je bedenkt dat toen alles nog maar een paar cent kostte.
Persoonlijk denk ik dat de reizen van Karl Marx naar Nederland niet alleen voor het geld zijn geweest, want de toon in de brieven is té hartelijk en het contact met zijn oom Lion is daar ook te goed voor. Zij hadden voortdurend contact over de politieke ontwikkelingen en over natuurwetenschappelijke onderwerpen.
De warme band met Zaltbommel blijkt o.a. uit de volgende zin: ‘You see my dear child, I have much seen during a few days, but still you may be sure that I always wish myself back to Bommel’. Deze woorden staan aan het einde van een lange brief geschreven aan zijn nichtje Nannette Philips op 24 maart 1854.
Wat heeft Karl Marx in Nederland gedaan?
Internationale arbeidersassociatie
In 1864 richtten vooraanstaande Franse en Engelse vakbondsleiders de Internationale Arbeidersassociatie op. Eigenlijk was Karl Marx alleen lid en had hij geen leidinggevende rol. Al snel werd zijn leidinggevende rol erkend doordat de Internationale opdracht gaf om het statuut en het programma te schrijven.
Engeland en Frankrijk waren niet de enige landen die aangesloten waren, ook Duitsland was aangesloten. Karl Marx was secretaris bij de algemene raad, waar hij Duitsland vertegenwoordigde.
Karl Marx zag het als zijn taak om de verschillende stromingen van de internationale arbeidersbeweging bijeen te brengen in één grote partij. Karl Marx ging daarom zeer voorzichtig te werk in het statuut en hij vermeed het woord ‘socialisme’ Karl Marx vond dat ook enkele ‘vreemde eenden’ hun plaats verdienden in de Internationale. Onder deze personen vielen Garibaldi en Mazzini. Deze Italiaanse republikeinen verdienden hun plaats omdat zij zeer vooruitstrevend waren in de nationale bevrijding van enkele Europese volken en hun mobiliserende kracht onder de arbeiders.
Doordat de Internationale advies en steun gaf aan zelf tot stand gekomen arbeidersbewegingen verwierven ze veel prestige. Op den duur begonnen deze afdelingen zelf initiatief te nemen in de klassenstrijd.
De Internationale Arbeidersassociatie begon in 1871 uiteen te vallen in twee richtingen: die van Karl Marx en die van de rus Bakoenin.
Een van de laatste bijeenkomsten van de Internationale vond plaats in Nederland, de eerste in Den Haag en de tweede in Amsterdam. Die in Den Haag vond plaats op 7 september en die in Amsterdam op 8 september.
Tijdens de bijeenkomst in Amsterdam werd er gesproken over vernietiging van het kapitaal, verheffing van den werkman en aanmaning tot samenwerking. Aan het einde van de vergadering werden er liederen gezongen.
Voor, na en tijdens de vergadering werden de leden van de Internationale, in het bijzonder Karl Marx, goed in de gaten gehouden. Karl Marx werd in die tijd als ‘gevaarlijk’ beschouwd en moest daarom goed in de gaten gehouden worden.
De activiteiten van de Internationale werden stopgezet en een paar maanden later zou de vereniging uiteenvallen in de bovengenoemde stromingen. Het werk van de Internationale was niet voor niets geweest, want er was een toon gezet. Het was nu voor veel arbeiders duidelijk dat internationale samenwerking mogelijk was.
Karl Marx en Engels zouden zich in het vervolg inzetten met het begeleiden, adviseren en oprichten van nationale arbeidersbewegingen. Deze zouden elkaar later terugvinden in een tweede Internationale Arbeidersassociatie

Familie bezoeken
Zoals al eerder gezegd had Karl Marx een zeer hechte band met zijn familie in Nederland. Hij had in het bijzonder een goede band met zijn nichtje Nannette Philips en Lion Philips.
Karl Marx had nogal een aantal ‘Nederlandse’ familieleden: zijn vader, Heinrich Marx, had een Amsterdamse opperrabbijn als stiefvader. Marx’ moeder, Henriette Presburg, was in Nijmegen geboren en opgegroeid als een dochter van een oorspronkelijk uit Preßburg, toen een Hongaarse stad, afkomstige rabbijnenfamilie. Henriette Presburgs zuster Sophie trouwde met de Zaltbommeldse koopman Lion Philips, de grootvader van de oprichters van het Philips-concern.
Ook in de volgende generatie ontstonden er Duits-Nederlandse verbintenissen: Karl Marx’oudste zuster Sophie trouwde met de Maastrichtse advocaat Robert Schmalhausen, een andere zuster, Louise, met de Zaltbommelse jurist en latere uitgever en boekhandelaar Carel Juta.
Dit zijn dus heel wat familiebanden met Nederland. Karl Marx onderhield met de meeste takken van zijn familie goede contacten. Maar na de dood van zijn oom Lion Philips bekoelden de meeste contacten.
Ik denk dat dit kwam omdat Lion Philips het meeste geld had, en dat was voor Karl Marx erg belangrijk om zijn werk voort te zetten.
Karl Marx kon wel Nederlands lezen, maar niet spreken. Hij zei het volgende over zijn kennis van de Nederlandse taal: ‘Hoewel mijn vader half Nederlands was, lees ik maar een heel klein beetje Nederlands – maar genoeg, denk ik, om een krant aan te kunnen!’

Das Kapital
In de weken dat Karl Marx herstelde van zijn bloedzweren (21 december 1863 tot 19 februari 1864) heeft hij heel veel geschreven. Zeer waarschijnlijk was hij toen al bezig met zijn boek ‘Das Kapital’. Dit boek zou enkele jaren later verschijnen.
Het is aannemelijk dat Karl Marx in Zaltbommel aan ‘Das Kapital’ gewerkt heeft, want mr. Ed Philips schreef in zijn aantekeningen: ‘Marx schreef Das Kapital gedeeltelijk in het huis van mijn grootvader (Lion Philips). Volgens mij vader had hij de gewoonte om telkens als hij wat geschreven had, op te staan en om de tafel te lopen, harder en harder, tot hem iets inviel, waarna hij weer ging schrijven.
Als Lion Philips op 28 december 1866 overlijdt, is Karl Marx daar erg van overstuur. Met dit overlijden is de belangrijkste band met Zaltbommel doorgesneden. Van verdere bezoeken aan Zaltbommel is niks meer bekend.
Karl Marx’ neef August Philips was nog wel betrokken bij de uitgave van het eerste deel van ‘Das Kapital’. Hij heeft aanwijzingen gegeven voor het af te sluiten contract. Hij was niet bereid Karl Marx financieel te steunen.
Conclusie
Tijdens het werken aan deze po ben ik erachter gekomen dat Nederland een kleine, maar zeer belangrijke, rol speelde in het leven van Karl Marx. Zo is Lion Philips, zijn rijke oom die veel van zijn werk financierde, zeer belangrijk geweest. Misschien had Karl Marx zonder de financiële steun van zijn familie nooit zulke grote werken kunnen afleveren.
Toen kwam ik tot het volgende punt: De grondbeginselen van het communisme (Das Kapital) en een grote Nederlandse multinational liggen in hetzelfde huis! Dit is zeer bijzonder, vooral omdat het communisme als het tegenovergestelde wordt gezien van het kapitalisme.
Uiteindelijk speelde Nederland toch een vrij belangrijke rol in Karl Marx’ leven.

Nawoord
Zoals ik in het voorwoord al beschreef klopt het dat Karl Marx zeer belangrijk geweest voor de fabrieksarbeiders. Het marxisme is zeer belangrijk geweest voor de wereld, het had volgelingen in alle delen van de wereld.
Het vinden van bronnen was redelijk moeilijk, vooral bronnen over zijn verblijf in Nederland. Maar mijn bezoek aan het streekarchief van Zaltbommel was zeer nuttig, want daar heb ik goede recente literatuur gevonden, maar ook historische bronnen zoals brieven en oude kranten. Deze heb ik ook allemaal gebruikt voor mijn onderzoek. Voor de meer algemenere informatie, zoals de biografie, waren meer bronnen beschikbaar. Hiervoor heb ik ook veel gebruik gemaakt van het Internet. De historische bronnen waren vooral erg bruikbaar voor de delen die over zijn verblijf in Nederland gaan.
Helaas heb ik niet veel afbeeldingen in mijn onderzoek verwerkt, maar deze leveren ook geen toegevoegde waarde aan het werkstuk. Ik zou wel vijf plaatjes van Karl Marx erin kunnen verwerken, maar dit is niet erg nuttig. Dit zou domweg vulling zijn geweest.
Het onderzoek zelf was best leuk om te doen, want ik wist niet dat Nederland zo’n grote rol heeft gespeeld in het werk van Karl Marx. De uitkomst was dus zeer verrassend.
Bronvermelding
Historische bronnen:
Bommelaria (krant uit Zaltbommel) episodes: 15-02-1979, 22-02-1979, 01-03-1979
Brieven van Karl Marx van en naar zijn familie in Nederland (uit boek van Jan Gielkens, ‘Was ik maar weer in Bommel’)
Recente bronnen:
‘Was ik maar weer in Bommel’ van Jan Gielkens
‘Karl Marx; leven, leer en betekenis’ van W. Banning
‘Marx in 90 minuten’ van Evert de Bruin
Internetbronnen:
http://www.awerty.com/das.html
http://www.xs4all.nl/~mkalk/marx.htm
http://nl.wikipedia.org/wiki/Karl_Marx
http://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1888/1888voorwoordmanifest.htm

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.