LIVE Q&A's

Deze en volgende week elke dag Q&A's met studenten van verschillende studies

 


Bekijk de planning Alles over studiekeuze


Jan Pieterszoon Coen



geboren 8 januari 1587; overleden 21 september 1629

gouverneur-generaal van 30 april 1618 tot 1 februari 1623 en van 30 september 1627 tot 21 september 1629

Jan Pieterszoon Coen werd geboren in Hoorn op 8 januari 1587. In 1601 ging hij voor een handelsopleiding naar Rome. Hij werkte daar op het kantoor van Justus Pescatore (Joost de Visser). In 1607 vertrok hij in dienst van de VOC naar Indië als onderkoopman aan boord van de Hoorn. In 1612 maakte hij als opperkoopman en commandeur van twee schepen een tweede reis aan boord van de Galiasse. In oktober 1613 werd hij in Indië aangesteld als boekhouder-generaal van alle kantoren en tot president van de kantoren te Bantam en Jakatra, het latere Batavia. Bantam was de centrale handelsplaats op Java en het directeurschap van dat kantoor was daarom belangrijk in de organisatie van de VOC. Tussen Bantam en de VOC waren de relaties echter gespannen, omdat het hof niet gaarne zag dat de Compagnie te dominant werd in de regio. In 1614 werd Coen directeur-generaal, de hoogste functie na de gouverneur-generaal. Op 30 april 1618 bereikte Coen het bericht dat hij op 25 oktober 1617 door de Heren XVII benoemd was tot gouverneur-generaal.

Als gouverneur-generaal richtte Coen zich in eerste instantie op het realiseren van de wens van de VOC, opgesteld door Matelief, een centraal hoofdkwartier, rendez-vous, te hebben. Bantam bleek daartoe minder geschikt vanwege de onenigheden met Chinezen, Bantammers en Engelsen. Ook de Molukken waren afgevallen; Java was te belangrijk voor de voedselvoorziening. Coen liet daarom steeds meer goederen van de Compagnie overbrengen naar de pakhuizen in Jakatra, waar de VOC sinds 1610 een factorij had. Omdat hij de pangeran of regent van Jakatra niet vertrouwde, bepaalde Coen in 1618 dat daar een fort gebouwd moest worden. Het tweede punt op Coen's agenda als gouverneur-generaal was het realiseren van het monopolie in de handel in nootmuskaat en foelie. Die specerijen werden uitsluitend op de Banda eilanden geproduceerd. Hoewel de bevolking contracten met de VOC had afgesloten, leverde zij toch aan de Engelsen. Coen koos voor een harde aanpak en verscheen in 1621 met een grote expeditiemacht voor Lontor. Het eiland werd stormenderhand genomen, waarbij veel Bandanezen werden gedood of overgebracht naar andere delen van de archipel. Coen richtte zich ook op China. De strategie van geweld die Coen op Java en Banda had gevolgd werkte echter niet bij het Chinese keizerrijk.



Op 1 februari 1623 droeg Coen zijn functie van Gouverneur-Generaal over aan Pieter de Carpentier en keerde op eigen verzoek gedaan in 1620, terug naar de Republiek. Hij bereikte Texel in september 1623 en werd daar met veel eerbewijzen ontvangen en werd bewindhebber van de VOC in de kamer Hoorn. Hij stelde ook een reglement op voor de handel van Nederlandse vrijburgers in Azië, dat grotendeels overeenkwam met zijn ideeën uit 1614. Het werd door de Heren XVII goedgekeurd. In 1625 trouwde Coen met Eva Ment. Op 3 oktober 1624 was hij opnieuw benoemd tot gouverneur-generaal. De Engelsen, die in hem een geducht tegenstander zagen, probeerden te verhinderen dat hij naar Indië zou vertrekken. In 1627 vertrok hij in cognito wederom naar Indië, vergezeld door zijn vrouw en haar broer en zuster. Op 30 september 1627 begon hij aan zijn tweede ambtsperiode als Gouverneur-Generaal. Na zijn komst verlieten de Engelsen Batavia en vestigden hun hoofdkwartier in Bantam.

Tijdens Coens tweede ambtstermijn werd Batavia tweemaal belegerd door de vorst van Mataram, in 1628 en in 1629. Beide belegeringen werden goed doorstaan, mede omdat het vijandelijke leger slecht bewapend was en veel te weinig voedsel bij zich had. Tijdens het tweede beleg overleed Coen echter plotseling, op 21 september 1629. Een dag later kwam Jacques Specx in Batavia aan en kon hem direct opvolgen.

Tijdens zijn leven was Coen bij velen niet geliefd om zijn felle kritiek op een ieder, die het niet met hem eens was. Soms ontzag hij zelfs de Heren XVII niet, die hem dan een reprimande gaven. Maar in algemene zin hebben zij het door hem gevoerde beleid niet afgekeurd. Coen was streng voor zijn minderen en meedogenloos voor zijn tegenstanders. Hoewel hij in een weinig zachtzinnige periode van de geschiedenis leefde, was het geweld dat hij bereid was te gebruiken om zijn doelstellingen te bereiken zelfs voor menig tijdgenoot te veel. Voor Coen was succes in de handel eigenlijk alleen mogelijk onder de paraplu van een politiek en militair krachtige positie.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

deze informatie is gewoon overgenomen van het internet............ beetje jammer

8 jaar geleden