Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Voorwoord:

Bij deze praktische opdracht hebben wij onderzocht welke jongerenprotesten er waren in de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig van de twintigste eeuw. We onderzochten hierbij voor elke periode de volgende deelvragen: wie protesteerden, waar werd geprotesteerd, waartegen werd geprotesteerd en hoe werd geprotesteerd?

Hierbij onderzochten we weer per periode welke groeperingen er protesteerden en hoe ze dat deden, ook onderzochten we wat er nog meer in die periode gebeurde op gebied van jongeren. Daar beginnen we ook elk hoofdstuk mee.

Wij hebben dit onderzocht met behulp van informatie op internet, boeken van de bibliotheek en het Memo handboek. Daarbij stond er nog het meeste in de boeken van de bibliotheek want in die boeken stond de informatie het overzichtelijks. Op internet staat namelijk alles door elkaar en vind je moeilijker goede informatie. We hebben individueel informatie gezocht en zijn een paar keer samen gekomen om te discussiëren over het te maken werkstuk. Daarbij kwamen we er altijd goed uit en gingen we weer individueel aan de slag.





Jongerenprotest jaren ’60:

Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw hebben veel jongeren in westerse landen geprofiteerd van de toegenomen welvaart. Er ontstond een aparte jongerencultuur.

In de jaren ’50 nam de zeggenschap van jongeren toe naar verhouding tot de invloed van de ouderen. Dit begon bij de arbeidersjeugd. Jongens met glanzende opgekamde kuiven, leren jacks, spijkerbroeken, laarzen en T-shirts. En Meisjes met veel make-up, hoog opgetoupeerd haar, strakke truitjes en wijde rokken. Seksualiteit speelde een grote rol en naast kleding en make-up kwamen er ook speciale muziekstijlen,films en vervoermiddelen voor jongeren. Jongeren hebben een eigen stijl ontwikkeld en zijn veel meer als groep herkenbaar. Een belangrijke oorzaak daarvan waren de stijgende jeugdlonen (tussen ’55 en ’65 verdienden jongeren 2.5 maal zoveel als daarvoor). Begin jaren ’60 ontstond ook onder jongeren in de middenklasse een eigen cultuur. Zij kregen meer zakgeld en hogere studiebeurzen. Ze genoten van langer onderwijs waardoor ze langer ‘onder elkaar’ bleven.

De jongeren zagen er voor het eerst anders uit zoals eerder genoemd, ook hadden ze leren jassen aan, een sigaret in de mondhoek, reden ze op brommers en hadden ze een transistorradio in de hand waaruit rock ‘n’ roll muziek klonk. Deze jeugd, ook wel nozems genoemd, wilden zich niet meer binden aan een jeugdbeweging, politieke partij of de kerk. Ook hadden ze genoeg van de normen en waarden die zij van hun ouders moesten uitvoeren. Zij waren op zoek naar vrijheid en nieuwe mogelijkheden die de beginnende consumptiemaatschappij hun bood.

De Nozembewegingen bevonden zich op het Leidseplein en de Nieuwendijk in Amsterdam. Hieruit ontstonden de Pleiners en de Dijkers.

Het voornaamste trefpunt van de Pleiners was café Reijnders op het Leidseplein. Voor deze artistieke groepering waren reclame, fotografie, mode, kunst en journalistiek erg belangrijk. Hier konden zij zich goed in vinden. De Dijkers verzamelden zich op de Nieuwendijk. Deze beide groepen wilden van alles hebben, maar hadden daar niet genoeg geld voor. Het leidde dan ook vaak tot ruzies als de ouders het zakgeld niet wilden verhogen. Ook hield de jeugd van het krijgen van een ‘kick’ door middel van het gebruiken van marihuana en LSD.

Toch waren de Pleiners wel anders dan de Dijkers, zij waren meer artistiek, hielden van filosoferen en over kunst praten. Ook waren de Pleiners redelijk goed opgeleid. Ze droegen suède schoenen, luisterden naar jazz en later naar beatmuziek. De Pleiners reden vaak op een Puch of een Tomos, wat nu nog steeds wordt gezien als hét symbool van de jeugd van de jaren ’60.



De Dijkers hielden van rock ‘n’ roll muziek, hadden verkuiven, droegen witte T-shirts en puntschoenen en een colbert of een leren jasje. Een overeenkomst met de Pleiners is dat ze allebei niet van gezag hielden. Zij wilden doen waar ze zin in hadden. Midden jaren ’60 kwamen de Pleiners en de Dijkers tezamen. Zij hadden allebei geen zin meer in ruzies met elkaar. Gezamenlijk gingen zij naar verschillende uitgaansgelegenheden en bezochten beat concerten.

Wouter Buikhuizen was degene die een proefschrift schreef over nozemgedrag, waarin hij nozems ook wel provo’s noemden. Roel van Duijn nam dit woord op een gegeven moment over, een nieuwe beweging was geboren. De studentactivist Roel van Duyn verzamelt in 1965 een groep jongeren, die samen provoceren tegen de maatschappij. Zo is de groep Provo’s ontstaan.

Provo was een verzetsbeweging met veel jongeren die een geweldloze revolutie wilden, hun kleur was wit: de kleur van onschuld en de provo was het ‘witte gevaar’. Daarom was hun wapen ook: de ongevaarlijke rookbom. Ze kwamen wekelijks samen op het Amsterdamse Spui voor protestacties. Door die onaangekondigde protesten hadden ze het gevoel dat ze invloed op de maatschappij hadden omdat de protesten in het nieuws kwamen. En dat was ook zo, zelfs meer dan ze ooit hadden durven dromen vooral omdat door toedoen van de politie het gebeuren enorm werd opgeblazen. De Provo’s lieten van zich horen door middel van hun artistieke en abnormale plannen. Aan die plannen deden evenveel meiden als jongens mee. De meiden hielpen met het maken van de Provobladen, mee plakken van affiches, demonstreren en ook zij werden gearresteerd.

Voor Provo’s waren brommers en auto’s de veroorzakers van de verkeerschaos en van de stinkende uitlaatgassen. Provo’s kozen dan ook voor het openbaar vervoer, de fiets of ze gingen lopen. In 1965 ontwikkelden zij het ‘witte fietsenplan’. Dit plan hield in dat de gemeente een groot aantal witte fietsen moest plaatsen in de binnenstad waarvan iedereen gebruik kon maken. De binnenstad zou dan autovrij kunnen worden.

Ook waren de Provo’s tegen roken, als protest daarop bekladde ze sigarettenaffiches met een ‘K’, van kanker. Ze vonden dat je niet moest roken want het veroorzaakte longkanker. Daardoor protesteerden ze dus tegen de tabaksindustrie, ze zagen de tabaksindustrie als symbool voor de totale, volgens hun uit de hand gelopen, consumptiemaatschappij. Ze protesteerden in Amsterdam op het Spui, bij ‘Het Lieverdje’. Dit was een beeld die een sigarettenfabrikant aan de stad Amsterdam had geschonken, als protest tegen de tabaksindustrie protesteerden de Provo’s bij dit beeldje.

Net als tabak waren de Provo’s tegen alcohol, ze vonden het slecht en hadden het gevoel dat er dan een andere sfeer was. Ze waren echter wel voor drugs, een enkeling greep naar de ‘zwaardere middelen’ maar de meeste hielden het bij een stickie.

Een bekende actie van de Provo’s is de Ban-de-Bom actie tegen het gebruik van atoombommen. Het was een zitdemonstratie die Roel van Duijn had opgestart doordat hij las dat de atoombom ook in Nederland zou worden geïntroduceerd. Daardoor schreef hij een pamflet en riep hij iedereen op te staken. De jongeren werden tijdens hun protestmars met spandoeken door de politie hardhandig aangepakt. De Provo’s demonstreerden ook tegen de bombardementen door Amerika in Vietnam. Bij deze protesten ontplofte de eerste rookbom.

Toen bekend werd dat Beatrix en Claus gingen trouwen, verzetten de Provo’s zich vanaf dat moment tegen de monarchie en waren ze voor de democratie. Claus kreeg een slechte naam omdat hij een antidemocratisch verleden heeft gehad. Deze oorzaak zorgde voor rellen tijdens het huwelijk tussen Beatrix en Claus op 10 maart 1966 te Amsterdam. Doordat er rookbommen naar de gouden koets werden gegooid, kregen de Provo’s wereldsbekendheid. De Provo’s riepen ‘Oranje boven, leve de Republiek’ wanneer de koets langs reed in de stoet. De hele 10e maart is Amsterdam vol ruzies tussen de demonstranten en de politie.

Bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen in datzelfde jaar, krijgen de Provo’s één zetel. Maanden na deze ‘overwinning’, in 1967, houden de Provo’s het voor gezien.

Een paar jaar daarna, rond 1968, richt Roel van Duijn de Kabouterbeweging op, die pas in de jaren ‘70 actief werd.



Jongerenprotest jaren ’70:

De positie van de jongeren was in de jaren zeventig grondig veranderd. Ze werden serieuzer genomen en hadden inspraak gekregen via universiteitsraden, schoolparlementen, wijkraden en andere democratische instellingen. Gezagsdragers en volksvertegenwoordigers waren altijd bereid met jongeren en hun vertegenwoordigers te praten, wat eerst wel anders was. De kiesgerechtigde leeftijd was verlaagd van 21 naar 18 jaar en jongerenorganisaties van politieke partijen hadden invloed op de partijprogramma’s en op de kandidatenlijsten. Op scholen mochten leerlingen de leraren nu met je, jij en jou aanspreken. In het leger waren de dienstplichtige soldaten niet langer verplicht hun meerderen te groeten en konden ze hun haar zo lang dragen als ze wilden.

Ook in de gezinnen waren de gezagsverhoudingen gewijzigd. De ouders gaven hun kinderen veel meer ruimte dan zijzelf in het verleden ooit hadden gekregen.

Zo vormden de jaren zeventig een roerige periode waarin de bevolking zich actief met allerlei politieke kwesties ging bemoeien. Politieke leiders konden niet langer ongemerkt hun gang gaan, regeringspartijen moesten ervoor zorgen dat zij hun verkiezingsbeloftes waarmaakten, want kiezers hadden er weinig moeite mee om over te stappen naar een andere partij.

Een belangrijk protest wat eigenlijk al eind jaren zestig opkwam is die van het feminisme. Deze beweging kwam in opstand tegen de achtergestelde rol van vrouwen in de samenleving. Rond 1900 waren vrouwen ook al voor hun rechten opgekomen. Toen de vrouwen na lang protesteren in 1919 eindelijk hun zin kregen, verdween deze zogenaamde eerste feministische golf. Van een gelijkwaardige positie tussen man en vrouw was toen nog lang geen sprake.

Eind jaren zestig nam de ontevredenheid van de vrouwen weer toe, doordat ook ouders nu vonden dat hun dochters goed onderwijs nodig hadden. In 1967 schreef Joke Kool-Smit in een artikel dat mannen een duidelijke en vrouwen een onduidelijke relatie tot de maatschappij hadden. Dit zou het begin zijn van de tweede feministische golf.

De tweede feministische golf, die eind jaren zestig begon, zette de strijd voor de gelijkwaardigheid van de vrouw voort. In 1968 waren de rechten van vrouwen op de arbeidsmarkt wel verbeterd maar bleven zij vooral in hogere invloedrijke functies ver in de minderheid.

Een bekende actiegroep die zich inzette voor de rechten van vrouwen was Dolle Mina. Net zoals Provo trok Dolle Mina veel aandacht met ludieke acties, als het uitdelen van condooms op straat. Dolle Mina was een linkse, radicaal feministische actiegroep oorspronkelijk ontstaan in december 1969. Dolle Mina begon met een klein groepje mensen, die uit eigen ervaring onvrede deelden met de plaats en de mogelijkheden van vrouwen. Ondanks de rechten, die vrouwen in 1970 hadden, was er nog veel onrecht en achterstelling voor de vrouw. De groep die in september 1969 voor het eerst over een nieuwe vrouwenbeweging ging nadenken, bestond uit leden van de Socialistische Jeugd (SJ). Inspiratiebronnen waren onder andere actievoerende vrouwen in de VS, maar ook de Maagdenhuisbezetting in Amsterdam van een paar maanden eerder. Als een orkaan trok de nieuwe actiegroep genaamd Dolle Mina door Amsterdam, al heel snel door heel Nederland en later ook in België.

De naam Dolle Mina, bedacht door Selma Leydesdorff, kwam van de bijnaam van de vrouwenstrijdster Wilhelmina Drucker (1847-1925) ‘IJzeren Mina’. Wilhelmina Drucker streefde een eeuw eerder namelijk al precies dezelfde doelen na als de nieuwe actiegroep.

Dolle Mina was een gemengde beweging, er deden namelijk ook veel mannen mee aan de protesten. In het begin werd hun aanwezigheid niet echt als een probleem gezien maar vanaf het moment dat de vrouwen zelf actie gingen voeren merkten ze dat dat hen goed afging en werd de rol van mannen in Dolle Mina ter discussie gesteld.

Het doel van de Dolle Mina’s was om door middel van acties ‘iets’ te doen aan de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen. Vanaf januari 1970 tot oktober 1974 voerden zij verschillende acties uit, te beginnen met de bestorming van het opleidingsinstituut Nijenrode uit protest tegen het feit dat op Nijenrode geen vrouwen werden toegelaten. Andere acties waren bijvoorbeeld bedoeld voor het verkrijgen van damestoiletten in de openbare ruimte, voor de oprichting van crèches, voor goede anticonceptie en vrije abortus, en tégen de ‘missverkiezing’. De Dolle Mina’s hebben veel bereikt met hun ludieke acties maar rond 1975 gingen de Dolla Mina’s eigenlijk alleen nog voor abortusdemonstraties massaal de straat op. Dolle Mina was geen massabeweging meer, maar had zich voortgeplant in talloze actiegroepen en organisaties. Vrouwen gingen participeren in politieke partijen en de vakbonden. Aan de universiteiten ontstonden ‘vrouwenstudies’. Ook waren er inmiddels overblijfmogelijkheden voor schoolgaande kinderen, uitgebreidere voorlichting over anticonceptie en abortusklinieken. Dolle Mina had zijn doel bereikt en het werd weer stil rondom de vrouw.

Ook ontstond er in de Verenigde Staten rond de jaren ’70 een nieuwe groep. Zij probeerde de authentieke underground van de jaren ’60 opnieuw te beleven, ze noemden zichzelf de Punkers. De Punkers stammen eigenlijk af van de Punkmuziek, het woord Punk betekent straatschoffie. Deze naam paste namelijk bij het ruige geluid, gedrag en uiterlijk van de muziekanten. In 1977 brak Punk ook door in Nederland en sinds 1986 is de ‘Punk-scene’ niet groot meer. De Punks hadden als doel de grenzen tussen kunst en leven op te heffen. Ze vonden de steeds commerciële samenleving verschrikkelijk.

De Punks protesteerden door aparte kleding en aparte kapsels te dragen. Ze hadden altijd wel van een kledingstuk iets creatiefs gemaakt zodat ze zouden opvallen in de menigte.

Het verzet tegen de maatschappij was sterk agressief. Punks liepen vaak mee met demonstraties en andere acties. Dit was één van hun dagelijkse bezigheden. Ook organiseerden ze bijeenkomsten die massaal werden bezocht door Punkers. Dit waren een soort van acties tegen de samenleving. Ze hebben er alleen niks meer mee bereikt dan aandacht.

Op 15 Mei 1967 werd de opheffing van Provo in het Vondelpark door Roel van Duijn bekend gemaakt. Nu moesten de Provo aanhangers andere wegen zoeken om hun ideeën waar te maken. Van Duijn ontwikkelde de kabouterfilosofie waarin hij vond dat er mensen moeten zijn die zich volledig op de natuur zouden richten. Met deze nieuw ontstaande Kabouterbeweging kreeg hij bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1970 in Amsterdam elf procent van de stemmen. Van Duijn protesteerde in Amsterdam voor een mensheid die in harmonie met de natuur zou leven.



Jongerenprotest jaren ‘80

In de jaren ’80 komen veel verschillende groepen jongeren voor: Hiphoppers, alto’s, Straight-edgers, skinheads en de New-wavers. Door het hele land zag je graffiti, punk, jongerencentra, hardrock en New wave. De strijd tegen de samenleving verdween en veel veranderingen in de samenleving kwamen door de jeugd zelf. De jeugdcriminaliteit groeide hard door de jaren heen, er ontstonden veel jeugdbendes. In de jaren ’80 zelf ontwikkelen er maar weinig nieuwe jeugdculturen, veel groeperingen uit de jaren ’70 blijven ook in de 80-er jaren bestaan.

Van oorsprong is hiphop een zwarte danscultuur uit New York. Rond 1975 draaide een dj zijn eigen soort muziek, een mengsel van nieuwe dansmuziek, zwarte straattaal en draaitafeltechnieken. Door zijn “hip hop the hippy hop the body rock” ontstond hiphop en ook ontwikkelde hij een nieuwe manier van dansen: electric boogie en breakdance. Naast het dansen rapten de hiphoppers veel en beschilderden ze muren met graffiti.

Er was niet één soort stijl qua haardracht, wel zag je veel zogenoemde ‘blockheads’. Hierbij was het haar in de nek en aan de zijkant heel kort, terwijl boven op het hoofd het haar zo hoog als mogelijk moest.

In Nederland waren de eerste hiphoppers actief vanaf 1979. In de 80-er jaren was het een bloeiende subcultuur: je zag veel breakdansers dansen op straat en het spuiten met graffiti was helemaal in. Veel jongeren gingen ’s nachts op pad om de muren onder de schilderen.

De eerste Nederlandse hiphoppers wisten nog niet zo goed wat nou echt in was en droegen gewone kleren als T-shirts, joggingpakken en truien. Maar toen de film Beat Street in Nederland uitkwam, namen

veel jongeren die stijl over. Op het gebied van schoenen en kleding was het merk heel belangrijk. In tegenstelling tot de kleurrijke breakdanceoutfits droegen de graffiti spuitende jongeren saaie, donkere kleding. Het moest camoufleren, ruimte bieden voor de spuitbussen en ze moesten er snel in kunnen rennen als dat nodig was.

Toen rond 1985 rappen steeds populairder werd, veranderde ook de kledingstijl. De kleurige, glimmende pakken maakten plaats voor grote wijde spijkerbroeken met een hangend kruis.

Om de muziek nog dansbaarder te maken draaiden de dj’s op twee verschillende draaitafels door elkaar (mixen), hier werden dan nieuwe liedjes gemaakt uit bestaande muziek. Een andere techniek is het scratchen. Hierbij wordt de plaat onder de naald door de hand heen en weer bewogen. De Nederlandse hiphoppers hielden zich voornamelijk bezig met dansen in plaats van rappen. Graffiti was de manier om je kunstgevoelens te uiten als hiphopper. Graffiti werd aangebracht op bouwwerken, de metro, de tram of de trein.

Hiphoppers bestonden uit twee verschillende groepen: crew en posses. Een crew was een groep die samen een product neerzette, en ‘de posse zijn de vrienden naast je crew, waar je mee omgaat in je vrije tijd.’

In het begin van de Nederlandse hiphop periode, bestond het merendeel uit jongens, er waren heel weinig meisjes te bekennen. Meisjes luisterde wel steeds vaker naar de hiphop muziek. Pas toen sommige rappers wat meer liefde in hun liedjes gingen stoppen, raakten de meisjes meer geïnteresseerd. De verschillende hiphopactiviteiten, die de jongeren uitvoerden, kostten veel tijd. Daarom leed school en werk er vaak onder en kwam daar vaak niets van in. Hiphop is nu in deze tijd nog steeds een echte cultuur met zijn eigen kenmerken. Hét ideaal van de hiphoppers is van hun hiphopactiviteiten te kunnen leven, en die gedachte zal ook altijd zo blijven.

Skinheads waren voor het eerst actief in Engeland in 1968. Rond 1979 begon Skinhead op te komen in Nederland. De jeugd nam het uiterlijk van de Skinheads over, zonder dat zij echt wisten wat voor cultuur het was. Skinheads danken hun naam aan hun kale hoofden. Meisjes waren niet helemaal kaal, zij hadden vaak nog een blonde pluk naar voren hangen.

Skinheads waren er trots op dat zij uit een wat lagere klasse kwamen en hadden problemen met mensen die helemaal niets doen, maar er toch voor beloond worden. De kleding van de Skinheads bestond uit: arbeidersschoenen met stalen neuzen (waar zij lekker mee konden schoppen), opgerolde pijpen van een spijkerbroek, een kale kop (dat was voor hun geldbesparing), T-shirts van Fred Perry (dit was een hele goede tennisser uit de arbeidersklasse), Lonsdale shirts en bretels, het liefst smalle rode, dat typische Engelse.

De verschillende Skinheadgroepen kon je herkennen aan de kleur schoenveters. Rode veters waren voor linkse activisten, witte voor fascisten, gele voor racisten en groene voor IRA-aanhangers. Ook erg populair waren ringen en oorringen. Vaak met doodshoofden, duivelskoppen, nazi-emblemen of Keltische ornamenten. Piercings en tatoeages hoorden er ook bij. Voetbal werd gezien als arbeiderssport en werd dus ook erg populair bij de Skinheads. Maar naast voetbal spelen en voetbal kijken, hielden ze ook van het zitten in de kroeg of een jongerencentrum. Hier dronken ze (veel) bier. Maar naast bier werd er ook veel drugs gebruikt, kalmerende middelen waardoor de avond langer door kon gaan. De Skinheads kwamen veel voor elkaar op en deelde alles samen, maar werden wel vaak gezien als erg agressief. De Skinheads hadden allemaal dezelfde passies en pasten daarom erg goed bij elkaar. De jongeren die eenmaal bij de Skinheads zaten, wilden er niet meer weg.

Straight-edge is rond 1980 voortgekomen uit de hardcore punk. De Straight-edgers vinden losse seksuele contacten, roken, alcohol en drugs niet kunnen. Wel heel goed vinden zij het milieu, vegetarisme, veganisme en dierenrechten. Deze groepering keert zich tegen de maatschappij, maar dan op een goede manier. Zij willen de maatschappij verbeteren.

In het begin van de jaren tachtig hadden de Straight-edgers niet echt een kenmerkend uiterlijk, ze hadden net als de Skinheads kale hoofden, strakke broeken, leren- of spijkerjacks en een soort hoge basketball schoenen. De jongens droegen strakke halskettinkjes en de meisjes normale, dunne kettinkjes. Beiden geslachten hadden kleine tatoeages of piercings. Wel kenmerkend voor de Straight-edgers was een kruis op de hand. In Amerika is dit begonnen, hier kregen minderjarigen bij en concert een kruis op de hand. De Straight-edgers gingen hier ook voor kiezen, en vanaf toen had iedere Straight-edger een kruis op de hand. Net als bij veel andere jeugdculturen, was ook het Straight-edge een groep met bijna alleen maar mannen. Meisjes vonden het te ruig.

De muziek wat de Straight-edgers maakten, had twee verschillende kanten. Het lied had een goede tekst, dingen waarnaar de Straight-edgers streefden (Bv. ‘Don’t smoke, don’t drink, don’t fuck around’ van zanger Ian McKaye), maar het geluid achter de tekst kwam erg agressief over, net zo agressief als in hardcore punk. De meeste Straight-edgers denken zelf veel na over de politiek en hoe het anders zou kunnen in de wereld. Zij nemen het leven heel serieus en zien het optimistisch in.

New Wave en punk waren twee gelijke subculturen. New Wave kwam wat later tot ontwikkeling, begin jaren tachtig is het naar Nederland gekomen. Deze twee culturen lijken veel op elkaar, maar zijn toch nét wat anders. Punk was heel kritisch tegen de maatschappij, niets was mooi voor de punkers, terwijl de New wavers dat niet hadden. Bij hen draaide alles om kleding en muziek.

Zij imiteerden de haardracht en kledingstijl van de artiesten. De meeste New wavers hadden zwart piekhaar, of hoog getoupeerd. Het haar hing over de ogen heen met veel gel of haarlak erin. Zowel jongens als meisjes hadden zwarte make-up op bij het uitgaan. Ook hadden zij een voorkeur voor zwarte, wijde kleding. Jongens hadden shirts zonder mouwen, een leren jack of een zwarte leren broeken aan, meisjes lange of juist korte rokjes. De New wave muziek was braver, melodieuzer, en minder ruig dan dat van punk. Ook hadden deze liedjes echte teksten met inhoud. Vrijwel iedereen maakte zelf muziek en zaten in een band.

In uitzondering tot de Skinheads, hadden de New wavers niet een drank. Wel werd vrij veel geblowd: wiet en hasj. Ook gebruikten ze cocaïne of speed, maar niet veel. New wavers vormden samen een hechte groep, ze gingen vriendschappelijk en gelijkwaardig met elkaar om.

Net als veel culturen in de jaren tachtig, willen de alto’s zich onderscheiden van de rest. Zij willen doen wat zij zelf willen en willen daarbij niet lastiggevallen worden. In alto zitten verschillende kenmerken die ze hebben overgenomen van de metalheads en punkers. Alto’s hebben lang haar tot over hun schouders met eens scheiding precies in het midden van het hoofd, halflang haar of dreadlocks. Sommigen verfden het in een opvallende kleur: blauwzwart, oranje, henna, rood of groen. Voor meisjes maakte het niet uit of ze lang haar hadden of kort, punkachtig haar. Lang haar werd op verschillende manieren gedragen. Kleding kochten de alto’s bij tweehandswinkeltjes, de dump of gespecialiseerde winkels. Soms ruilden ze onderling van kleren. Meisjes en jongens hadden bijna dezelfde soort kledingstijl: een rechte of strakke broek, T-shirt of lange truien, leger en leren jasjes, en kisten. Het liefst hadden ze alles zwart en versleten.

Als accessoires hadden ze een oude rugzak, sjaals en omafietsen in verschillende kleuren. Qua muziek hielden alto’s eigenzinnig en onverwacht. Om te dansen luisterden zij naar een combinatie van rock, punk en house. De zinnen in de liedjes waren zinnen die zich richtten tegen de maatschappij, want dat deden de alto’s ook. ’S Avonds deden de alto’s niet veel bijzonders. Meestal gingen ze hangen in het park, bij iemand thuis zitten of zitten in cafés en coffeeshops. De alto’s gaan gelijkwaardig met elkaar om, er wordt niet gelet op huidskleur of achtergrond maar toch is het aantal allochtonen klein.



Jongerenprotest jaren ‘90

In de jaren negentig, bereikt een stortvloed aan informatie de mens, via de uitbreiding van televisiekanalen, de zendtijd en de digitale snelweg, waarop steeds meer mensen zijn aangesloten. Jongeren maken veel gebruik van deze mogelijkheden en kunnen zo mensen van hun eigen cultuur in binnen- en buitenland zeer snel bereiken.

Net als disco is House ontstaan in de zwarte en homo dansclubs van Amerika. De housemuziek is ontstaan doordat zwarte dj’s in Chicago in de jaren tachtig elektronische muziek met discomuziek combineerden. Dit werd gedraaid in discotheek The Warehouse, hieraan dankt House waarschijnlijk zijn naam.

In de 80-er jaren is House populair geworden in de trendy discotheken van Ibiza, Mallorca, Tenerife en Gran Canaria. Een paar jaar na et bekend worden bij de eilanden, werd het bekend in Engeland, België en Nederland. Maar pas aan het begin van de jaren 90 is het écht populair gaan worden in Nederland en begon het door te breken.

Er ontstonden verschillende soorten House: gabber, happy hardcore, trance, club en jungle. De Housecultuur is in Nederland begonnen door Acid house. De Nederlanders zelf hebben er gabberhouse bij verzonnen.

Bij Acid house had je geen bepaalde stijl. Je mocht je haar los, veel of weinig make-up. Zij droegen vaak T-shirts met een opdruk in een leuke felle kleur. Daarbij droegen zij ook Levi’s spijkerbroeken, meestal gescheurd of afgeknipt. Vrouwen zagen er vaak sexy uit als ze uitgingen, met strakke kleding en felle kleurtjes. Als schoenen droegen zij All Star basketballschoenen in verschillende kleuren, en op het hoofd hadden zij boerenzakdoeken die achter op het hoofd waren vastgeknoopt. Sieraden, riemen, buttons en brillen hoorden ook echt bij de Acid. Maar de Acid house fans die er het fleurigst en kleurrijkst uitzagen waren de travestieten. Zij droegen pailletten, veren en veel make-up.

Gabber jongens hadden het hoofd kaal geschoren en de meisjes droegen hun haar in een staart, strak naar achter getrokken. Soms was het haar ingevlochten. De gabbers hadden weinig of helemaal geen make-up op. Als kleding droegen de gabbers trainingspakken in alle kleuren, het liefst van het merk ‘Australian’. Boven deze pakken droegen ze verschillende soorten jasjes over elkaar heen. Als de gabbers uitgingen deden ze de jasjes uit en knoopten die om hun middel. Onder het jasje zat meestal een T-shirt, maar sommige jongens hadden dan een bloot bovenlijf. Meisjes droegen meestal een strak topje of een beha, het liefst een sportieve. Als accessoires droegen zij lichtgevende kettingen, buideltjes, spenen en ronde zonnebrilletjes. De jongens droegen dikke gouden kettingen en piercings.

Uitgaan en feesten was alles voor de House fanaten. Naast het bezoeken van discotheken, gingen de jongeren ook veel naar houseparty’s. Die werden georganiseerd op de meest vreemde plekken: lege fabrieken, oude bunkers, en verkeerstunnels. Op die feesten maar ook gewoon overdag werd er veel drugs gebruikt. Ze gebruikten: XTC, LSD, speed, cocaïne, poppers. Door deze drugs werden de mensen veel losser, vrolijker en aardiger voor elkaar. Bij Acid house keken ze vooral naar leuke, kleurrijke en grappige films. Terwijl de gabbers juist hielden van agressieve, horrorfilms.

De House fans die nu terug kijken op hun jeugd zeggen dat ze spijt hebben van de agressiviteit en de drugs, maar toch een hele leuke tijd hebben gehad. De House jeugd maakten samen veel plezier en feestten veel. Ze gingen niet altijd evengoed met de medemens om, maar elkaar konden ze niet kwijt.



Conclusie:

In de jaren ’60 protesteerden de jongeren vooral voor hun eigen rechten die ze in die tijd nog niet hadden. Je had niet echt verschillende groepen die zich apart kleedde zoals in de latere jaren. De jongeren in de jaren ’60 protesteerde door middel van stakingen en sit-down acties en ook was er maar één duidelijke actiegroep actief. Hun acties waren vaak apart en verrassend dat was later bij andere actiegroepen ook het geval. De jongeren in de jaren ’60 protesteerden net zoals veel andere latere actiegroep in Amsterdam.

In de jaren ’70 gingen sommige actiegroepen van de jaren ’60 nog even door maar die gingen meestal door tot begin jaren ’70. In de jaren ’70 waren het vooral de vrouwen die in het middelpunt van de belangstelling stonden, zij protesteerden met ludieke acties voor het vrouwenrecht. Dus net zoals in de jaren ’60 protesteerden de mensen met aparte acties. Maar er ontstonden wel al een paar aparte groepen die zich gingen aanpassen aan de maatschappij. In de jaren ’70 waren er ook groepen die nergens tegen protesteerden en zich gewoon afzette tegen de maatschappij.

In de jaren ’80 waren er geen echte protesten van jongeren. Deze soort jongeren die al een beetje opkwam in de jaren ’70 wou zich gewoon afzetten tegen de maatschappij door er anders uit te zien en naar andere muziek te luisteren. Dus het verschil met de jaren ’60 en ’70 is dat er geen echte protestacties waren. Ook waren er meer verschillende groepen bijgekomen, die niet zoals in de jaren ’60 en ’70 voor de vrede waren, maar juist agressiever waren. Veel groepen leken op elkaar en hadden veel dingen gemeen, daardoor stamden veel groepen ook van elkaar af.

In de jaren ’90 kwam er meer contact tussen de jongeren door middel van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van communicatie. Daardoor ontstonden



Mening:

Wij hadden wel aan de protesten van de Dolle Mina’s in de jaren ’70 willen meedoen. Wij vinden ook dat de vrouwen toen werden benadeeld en dat ze voor hun rechten moesten opkomen. Toen der tijd konden vrouwen nog niet zoveel als wat vrouwen nu mogen. Dat komt doordat de Dolle Mina’s wat hebben bereikt met hun ludieke acties daardoor is er wat in deze maatschappij veranderd. Ook vonden wij de manier waarop ze protesteerde heel leuk, ze trokken er veel aandacht mee en daardoor bereikten ze hun eisen vaak wel. Wij vinden dat vrouwen gelijke rechten moeten hebben met de man, terwijl dat tegenwoordig ook nog lang niet ter sprake is.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

waar kom je vandaan? hengelo? want wij hebbe zelfde opdracht

14 jaar geleden

M.

M.

heey lieferd(K) bedankt voor je goeie verslag over jongeren protest acties!! maar wat k eigenlijk wou vragen is: waar zit je op school?? en ij welke leraar heb je dit ingeleverd?? xxx da meister

14 jaar geleden

J.

J.

Hoi Ellen, waar heb je deze informatie vandaan als ik vragen mag (bronnen).
ik moet namenlijk een werkstuk maken over jeugdculturen en moet daarbij 4 bronnen gebruiken wat ik daarna moet samenvatten tot 8 a4-tjes

Mvg,
Jelco

11 jaar geleden

H.

H.

Deze informatie was handig.
Bedankt voor u begrip

7 jaar geleden