ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Wie denkt dat de jodenhaat pas begon toen Hitler eenmaal aan de macht was in Duitsland, slaat de plank toch mis. Het onbegrip en de haat tegenover Joden was al in de Middeleeuwen, en eigenlijk zelfs eerder ontstaan. De grondslag was al gelegd met de dood van Jezus Christus. Eeuwen lang, en nog steeds, beweerde men dat Jezus door toedoen van de Joden was omgekomen. Kortom al in het begin van het Christendom werden de Joden negatief bestempeld. Joden werden tot alles in staat geacht, tenslotte was het vermoorden van Jezus Christus ook een afschuwelijke daad. In het volgende hoofdstuk ga ik in op de vraag: Hoe is het anti-semitisme ontstaan en hoe kwam het tot uiting in de vroegere eeuwen?

Jezus was zelf ook een Jood in hart en nieren evenals al zijn leerlingen. Tegen het einde van de 1e eeuw gaat de binding tussen de christelijke gemeente en de Joden verloren. Joden en christenen hadden dezelfde grondbelijdenis over de enigheid van God in hun gebed: het Sjema van Israël. Men geloofde in de enige God, die Schepper was en in de geschiedenis handelde zoals Jezus verkondigde. Beiden leefden ze vanuit de Oude Beloften die aan Israël waren toevertrouwd. Beiden ervaarden het heil van Jezus verkondiging en gingen naar de synagoge.

Aanvankelijk zag men de dood van Jezus niet als het gevolg van een Joodse groep. Joden waren juist degenen die naar aanleiding van Zijn kruisiging en hun geloof in de opstanding zich bekeerden en het evangelie accepteerden. Tijdens het leven van Jezus stond het jodendom in aanzien in het Romeinse Rijk. Velen zochten zekerheid in de joodse moraal. Vanaf de 3e eeuw was er een groep Joden die men hellenist noemde, ze waren trouw aan de Joodse gemeenschap gebleven ondanks hun verspreiding en ze hadden zich de Griekse taal eigen gemaakt.

Bij het beginnend christendom ontstond een deling tussen Hebreeuws en Grieks sprekende christenen. De Griekstalige christenen waren voor een vrijere wetsuitleg en waren wat kritischer ingesteld ten opzichte van de tempelcultus. Ze werden gewantrouwd en zo moesten na verloop van tijd de hellenisten Jeruzalem verlaten. Een signaal daarvoor was de steniging van de christen-hellenis Stefanus door de Hebreeuws sprekenden. Deze vluchtende Joden kwamen in Antiochië terecht waar ze als eersten het evangelie naar de heidenen brachten.

Langzaamaan ontstond een verwijdering tussen Palestijns-joodse christenen en hellenistisch-joodse christenen. De onbesneden mensen en de mensen die dus wat verder van de Joden afstonden waren vooral ontvankelijk voor het evangelie. Zo kwamen er al snel veel christenen die geen enkel contact hadden met de Joden. Deze groep kreeg al snel de meerderheid. Dit was een van de oorzaken van de vervreemding tussen kerk en synagoge.

Wat niet moet worden vergeten is dat de meeste heidenen via het joodse geloof christen werden in de 1e eeuw. De joodse wortels waren zodoende de basis van het Nieuwe Testament. De eerste christenen waren dus Joden, later ook heidenen en tegen het einde van deze 1e eeuw werd de groep van heiden-christenen weer het grootst in aantal. Ook al werd er niet naar gestreefd, toch ontstond er een breuk tussen joden en christenen. Dit kwam onder andere doordat de Joden beweerden dat de christenen en de ketters uitgewist dienden te worden uit het boek des levens. Hier waren de christenen het uiteraard niet mee eens, en zo werd een wezenlijke band tussen joden en christenen verbroken. Daartegenover stond weer dat verscheidene christenen stelden dat Joden hun heilsfunctie hadden verloren door de verwerping van Jezus en zo werd de kerk het volk van God in plaats van Israël.

Halverwege de 2e eeuw werd er door Marcion, vertegenwoordiger van een ketterse stroming zelfs het oude testament verworpen met zijn God. Hier ging het rechtzinnige christendom echter niet mee akkoord, zij bleef het boek der belofte respecteren al werd het op soms krampachtige wijze erg betrokken op Jezus Christus. Men kan best kritiek vinden in het Nieuwe Testament op joodse tradities en wetten, maar deze kritiek had men ook binnen het Jodendom zelf.
Later werden deze teksten echter wel als anti-joods bestempeld. Vanaf de 2e eeuw raakten de wortels van het christendom echt vervreemd van de Joden. Het hellenisme kreeg steeds meer invloed en de dialoog met heidense religies en filosofie kenmerkte nu meer het christendom dan de Joodse herkomst. Toen aan het eind van de 1e eeuw zichtbaar werd dat jodendom en christendom twee verschillende godsdiensten werden kregen de christenen erg te lijden onder de vervolgingen. Pas bij keizer Constantijn, vanaf de 5e eeuw, werd het christendom een erkende en zelfs staats- godsdienst. De Joden hadden in deze tijd een zwaar leven, onder andere door het ontstaan van literatuur van zeer slechte theologische ideeën en de beschuldiging van de godsmoord door hen.

In Romeinen 1 is de visie van Paulus te lezen over de relatie jodendom en christendom. Paulus zag het zo dat aan joden Gods beloften zijn gesteld en dat zij daarom voorrang hebben. De ontrouw van enkelen van dit volk heeft daar geen invloed op want God blijft trouw aan zijn volk. God kiest zelf wie tot zijn volk behoort, dit is afhankelijk van het geloof dat men in hem heeft. Dat vele Israëlieten in Christus geloven, geeft aan dat God zijn volk Israël niet vergeet. Maar doordat velen van het volk in Israël niet in Christus geloven zijn eerst de heidenen tot het volk van Jezus Christus gaan behoren.

Hieruit leidt Paulus af dat zij die in Christus geloven onverbrekelijk met de joodse wortels verbonden zijn. Dat het woord van Jezus voor altijd geldt zou betekenen dat de heilbelofte ook voor altijd zal gelden. Als een joodse heiden niet gelooft zal hij toch kunnen vertrouwen op het heil van God, dit wel met de voorwaarde dat hij niet in dit ongeloof blijft volharden. Jood en christen hebben dus wel een gezamenlijk verleden, omdat beide volgens de regels van het Oude Testament leven naar het Rijk Gods. Toch werden de Joden nog eeuwenlang vervolgd.

Nooit leefden ze gedurende lange tijd in vrede. Generaties lang werden hele gemeenschap-pen overvallen en vernietigd. Vele Joodse kinderen werden van hun ouders afgenomen zodat ze als christenen konden worden opgevoegd. Ook belandden veel Joden op de brandstapel indien zij hun geloof niet afzwoeren. Beperkingen voor de Joden alleen waren ook aan de orde van de dag. Joden moesten een bepaald kledingstuk of embleem dragen zodat iedereen zag dat het Joden waren, en het was dan de bedoeling dat mensen hen zo veel mogelijk uit de weg gingen.

Christenen geloofden altijd dat het een zonde was om geld uit te lenen tegen rente, ook wel bekend als woeker. De Joden deden dat wel, zij stelden geld beschikbaar aan mensen die dat nodig hadden. Machthebber maakten gebruik van Joden om geld te innen, ook dienden zij wel eens als brug tussen de regerende adel en de gewone burgerij in geldzaken. Dit moet ten grondslag liggen aan het nazistische idee dat alle Joden rijk zijn, of dat zei zelfs al het geld in handen zouden hebben.

Het klinkt inderdaad behoorlijk vreemd, maar volgens sommige mensen waren de Joden zelfs de ergste vijanden van God, op de duivel na dan. Een van die mensen was de stichter van het protestantisme, Martin Luther (zie afbeelding hiernaast). Dat hij negatief over Joden dacht was misschien ook niet zo verwonderlijk, tenslotte waren de mensen hen in die tijd niet erg welgezind. Ze werden gediscrimineerd en hun invloed was klein. Landheren eisten extra belasting van Joden, en soms werden ze zelfs zonder pardon van hun land afgezet.
Er waren zelfs anti-Joodse voorstellingen, bijvoorbeeld “Judensau”. Bij het stenen reliëf hieronder gaat het om deze zogenaamde Judensau. Deze spotprent, die de Joden in de meest intieme relatie tot het voor hen onreine varken voorstelt, was in de vroege middeleeuwen in Europa wijd verbreid. Het inschrift "Schem Ha Mphoras" wijst op de Joodse mystiek, die uitspraken over het wezen van God uit geheime getal en woordcombinaties afleidt. Deze letters - Schem Ha Mphoras - bezaten volgens het geloof van de Joodse kabalisten universele krachten. Ze werden daarom als bijzonder heilig aangezien en voor niet ingewijden verborgen.
Onterecht wordt echter de conclusie getrokken dat Luther een pure antisemiet was en dat hij schuldig was aan het uitbreiden van het anti-semitisme. Men bedenkt zich echter niet dat als Luther zich uitlaat over de Joden, hij niet praat uit racistische haat, hij heeft geen rassentheorie. Zowel de positieve als de negatieve woorden van Luther over de Joden hebben te maken met zijn theologie: de rechtvaardiging door het geloof alleen. Bij de verbreiding daarvan komt hij heel wat tegen: ketters, de tegenkerk en ook Joden.

Het valt echter niet te ontkennen dat vaak uitgerekend de Joden als afschrikwekkend voorbeeld van het verzet tegen God en Christus ten tonele worden gevoerd. Zij functioneren als prototype van het verzet tegen de genade, dat ook in de kerk zelf te vinden is. Er bestaat een wereldbrede en eeuwenoude gemeenschappelijkheid: het verzet tegen de genade. Daaronder zaten ook de Joden, en Luther kwam dan ook flink met ze in aanvaring. Hij beschuldigde de Joden er echter niet van dat de dood van Jezus hun schuld was, dat zou volgens hem komen door de schuld van de hele mensheid. In 1523 schreef Luther het geschrift “Dat Jezus een geboren Jood is”, waarin hij verdedigende taal spreekt voor de Joden. Om een kort stuk te citeren: ‘Als haat tegen Joden, ketters en Turken iemand tot christen maakt, dan zijn wij met al ons woeden de allergrootste christenen. Als daarentegen de liefde tot Christus het beslissende kenmerk is, dan zij wij ongetwijfeld erger dan Joden, ketters en Turken bij elkaar.’
Negen jaar daarvoor had hij zich uitgesproken tegen het verbranden van Joodse boeken. Luther was uit op de bekering van de Joden. Hij spoorde mensen aan om Joden niet onvriendelijk te behandelen, omdat onder hen chirstenen op komst waren. Luther hield er wel rekening mee dat niet alle Joden tot bekering te brengen waren, maar hij verwachtte dat er tot genoeg behouden zouden worden. Positieve en negatieve uitspraken over de Joden wisselden zich snel af bij hem, zo zei hij bijvoorbeeld: ‘Gods toom rust op de ongelovige Joden, uit zichzelf zijn ze onbekeerlijk, ze lasteren God en Christus voortdurend.’

In de loop van de tijd raakt Luther steeds meer verbitterd over de Joden, en begint hij te denken dat ze “ongeneesbaar ziek” zouden zijn. Hij liet zich ontglippen dat een christen naast de duivel geen giftiger vijand heeft dan een Jood. De toon waarin hij zich uitliet over de Joden werd steeds vijandelijker. In 1543 verschijnt een nieuw boek van hem met als veelzeggende titel ‘De Joden en hun leugens’. In dit boek stelt hij voor om de huizen van de Joden te verwoesten, hun synagogen te verwoesten, hun gebedenboeken te vernietigen, en hun godsdienstige samenkomsten verbieden.

Hoe is het toch mogelijk dat Luther zo van mening is veranderd? In de dertiger jaren van de 14e eeuw namen de geruchten toe dat in grote delen van Europa christenen zich door Joden zouden laten besnijden en hele groepen tegelijk joode rituelen aanvaardden. Zeker Luther laat zich dat niet zomaar passeren. Zijn aanvallen op de Joden worden steeds directer. De maat is vol voor hem als de islamitische Turken optrekken richting Duitsland. Het is voor hem nu wel duidelijk dat de Joden een samenwerking hebben met de duivel. Toch roept hij zelfs dan nog op om christelijke liefde op hen uit te oefenen en te bidden voor ze dat ze zich nog bekeren.

Zijn steeds harder wordende beledigingen aan het adres van de Joden kwamen voort uit zijn gevoel dat de Joden de christenen en het Evangelie gaan bedreigen. Hij vond dat er via een Jodenpolitiek van de overheid een dam moest worden opgeworpen ter bescherming van de christenen en het Evangelie van de genade. Het gaat Luther echter niet om de Jodenhaat maar om de instandhouding van het Evangelie ten alle tijden. Zijn woorden werden echter vaak genoeg uit hun context gehaald worden, en zodanig dat het als voer werd gebruikt voor het groeiende anti-semitisme. Hoewel het Luthers bedoeling niet was, is het wel gebeurd. Onbedoeld wakkerde hij het anti-semitisme aan. Enkele uitspraken van Luther werden zelfs gebruikt door de nazi-ideologen uit de 20e eeuw.

De laatste eeuwen werden de joden uit het ene na het andere land verdreven, bijvoorbeeld uit Duitsland, Engeland, Frankrijk, Spanje en Italië. Ook kwam het vaak voor dat ze in afgebakende gebieden, kortom getto’s, moesten wonen. In de 18e eeuw mochten zij in Rusland alleen in het grote joodse vestigingsgebied in het westen wonen, genaamd Tsjerta. Deze regel bleef van kracht tot aan het begin van de 20e eeuw. In landen als Oekraïne en Roemenië werden weerloze jodengemeenschappen overvallen door gewapende groepen. Plunderingen, verwoestingen en moorden waren aan de orde van de dag. Tussen 1900 en 1914 stierven bij deze incidenten vermoedelijk minstens 50.000 joden, maar het precieze getal ligt waarschijnlijk nog een stuk hoger.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

Wat zijn de bronnen die je hebt gebruikt?
want ik mag geen scholieren.com gebruiken.
x

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

hoi mn naam is nadya en ik doe dit jaar 5 havo,ik moet een profielwerkstuk maken over de jodenvervolging.ik vond je werkstuk heel mooi en ook heel nuttig en ik vroeg me ook af waar je de informatie vandaan hebt gehaald.zou je dit misschien naar me willen mailen als het niet te veel moete is ?alvast bedankt
groetjes,
Nadya

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

E.

E.

hey een goed verslag! ik maak hier mijn profielwerkstuk over, maar mag niks van scholieren.com halen. Heb jij jou bronnen nog, dan weet ik waar ik kan zoeken!
bvd elke

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast