Jeanne d'Arc

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas havo | 3747 woorden
  • 1 februari 2006
  • 81 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 81 keer beoordeeld

Persoon
Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Inleiding
Het was moeilijk om een onderwerp voor onze PO te vinden. Het viel ons op dat de bekendste personen uit de geschiedenis bijna allemaal mannen zijn. Toch zijn er ook vrouwen die erg belangrijk zijn geweest in het verleden. Over zo’n belangrijke historische vrouw wilden we wel eens een werkstuk schrijven. Daarom hebben we gekozen voor Jeanne d’Arc.
Jeanne d’Arc, bijgenaamd De Maagd van Orléans, werd geboren als Jehanne d’Arc op 6 januari 1412 in het dorp Domrémy-la-Pucelle (Lotharingen). Ze was eerst een doodnormaal meisje. Ze was een emotioneel en humeurig persoon. Ze leefde op een boerderij met haar ouders en haar 3 broers en zus.
De stemmen, van de heilige aartsengel Michaël, en de heilige Margaretha en Catherina, die ze op haar 13e begon te horen, veranderden haar hele leven. Ze leidde zelfs de Fransen naar verschillende militaire overwinningen op Engeland.

Toch is het raar. Als vrouw was je in die tijd zeer aan de man onderworpen. Je mocht niet eens een mening hebben. Hoe heeft Jeanne dit alles dan toch voor elkaar gekregen?
De honderdjarige-oorlog
Er waren vele jaren spanningen tussen de Engelsen en de Fransen om de troon. Het Franse koningshuis was namelijk uitgestorven. De troon werd door het Franse parlement aangeboden aan Filips VI. Maar Eduard III vond dat hij de nieuwe koning moest worden. Hij was de zoon van Isabella. Zij was de dochter van de Franse koning Filips IV. Volgens de Fransen had Eduard III helemaal geen recht op de troon, want de Fransen erkenden de erfelijkheid via de vrouwelijke lijn niet.
Eerst hield Eduard zich in, maar in 1337 viel hij Frankrijk binnen. De honderdjarige-oorlog was begonnen.
De honderdjarige-oorlog duurde, met verschillende onderbrekingen, van 1337 tot 1453.
In het begin van de oorlog waren het vooral de Engelsen die overwinningen behaalden. Bij Sluis in 1340 (op zee) bij Creacy in 1346, Poitiers in 1356 en ook Calais in 1347.
De Fransen hadden het extra moeilijk, want er brak ook nog eens een pestepidemie uit. In 1360 sloten Frankrijk en Engeland vrede. In 1375 ging de oorlog gewoon weer verder.
Weer leek Engeland het beter te doen.

Toen Karel V (die inmiddels koning van Frankrijk was) in 1380 overleed, nam zijn zoon Karel VI de troon over. Hij begon al snel tekenen van krankzinnigheid te vertonen en zijn moeder nam de beslissingen.
In die tijd ontstonden er twee groepen: De Armagnacs (die Frankrijk steunden), en de Bourguignons (die Engeland steunden).
In 1422 overleden de Engelse en de Franse koning kort na elkaar. In Frankrijk ging de troon naar Karel VII (dankzij Jeanne d’Arc).
Intussen veroverden de Engelsen een aantal Franse steden en ze omsingelden Orleans.
Karel VII toonde weinig belangstelling en was niet van plan veel moeite te doen. Maar een boerenmeisje in mannenkleding deed wel haar best. Ze veroverde Orleans en Campagne. Filips de Goede, inmiddels koning van Engeland, sloot vrede met Karel VII in 1435, ten koste van Engeland.
In 1449 werd de strijd weer even hervat, maar in het voordeel van Frankrijk. Alleen Canais bleef van Engeland.
Daarna werd er geen vrede meer gesloten, maar Frankrijk veroverde heel Engels- Frankrijk stukje voor stukje terug. De slag bij Castillon was de bepalende slag. Daarna, in 1453, waren de Fransen er in geslaagd om Frankrijk geheel te verlossen van de Engelsen.
Toen Jeanne nog jong en normaal was
Jeanne was in haar jeugd een stil, emotioneel en humeurig meisje. Ze hielp haar moeder vaak met het huishouden. Af en toe was ze ongehoorzaam. Dan ging ze stiekem naar de kerk om naar de verhalen van de pastoor te luisteren. Maar daardoor werd ze wel gepest door de andere kinderen.
Toen Jeanne klein was hadden Frankrijk en Engeland al bijna 75 jaar oorlog. Dit was de honderdjarige-oorlog. De Engelsen kregen in Frankrijk hulp van de Bourgondiërs. Dit waren Fransen die zich los wilden maken van Frankrijk. Een groot gedeelte van Frankrijk was bezet door de Engelsen. De Engelsen probeerden de stad Orléans te veroveren. Op deze manier kregen ze ook het laatste stukje Frankrijk. De koning van Engeland zou dan ook de koning van Frankrijk zijn.
Frankrijk had geen koning. Er was wel een kroonprins, Karel (of de Dauphin). Volgens de traditie was je pas koning als je gekroond en gezalfd was in Reims. Maar de Engelsen hadden deze stad veroverd, dus kon hij geen koning worden en bleef hij kroonprins.
De stemmen van Jeanne d’ Arc
Op haar dertiende begon Jeanne d’Arc stemmen te horen. De eerste keer was het zomer. Jeanne stond in de tuin.
Ineens was er heel veel licht. De engel Sint Michaël verscheen. Hij vertelde dat ze binnenkort bezocht zou worden door Sinte Catherina en Sinte Margaretha.
Toen Sinte Catherine en Sinte Margaretha later verschenen zeiden ze haar dat ze een gehoorzaam kind moest zijn en vaak naar de kerk moest gaan.
Later gaven zij haar drie opdrachten: Een: De bezetting van Orléans ontzetten, Twee: De Dauphin Karel de VII kronen, Drie: De Engelsen uit het land verjagen.
Jeanne begon de stemmen steeds vaker en duidelijker te horen.
Met Durant naar Dauphin
Ze reisde naar haar oom Durant. Met hem vertrok ze naar de bevelhebber van Vaucouleurs, de Robert de Baudricourt.
Ze vertelde wat ze wilde, maar hij nam haar eerst niet serieus. Hij zei tegen haar oom dat hij haar terug naar haar ouders moest brengen. Toch begon Baudricourt te twijfelen of Jeanne echt gezonden zou zijn om Frankrijk te bevrijden. Hij gaf haar uiteindelijk een zwaard en een brief bestemd voor de Dauphin. Ze kreeg ook begeleiding, twee ridders, die haar naar twee dienaren naar Chinon brachten, waar de Dauphin verbleef.
Daar aangekomen kreeg ze geen warm ontvangst, omdat de Dauphin dacht dat het een valstrik was.
Jeanne werd ondervraagd door afgevaardigden maar zij weigerde te vertellen wat zij te zeggen had. Na veel overleg werd ze eindelijk op het koninklijke Hof toegelaten. De Dauphin was in een kamer vol met andere edellieden, hofdames en kamerlieden. Jeanne liep regelrecht op hem af en begroette hem met de woorden: “Lieve Dauphin, ik ben van God gezonden om de koning en het koninkrijk hulp te bieden.”
Iedereen keek haar verbaasd aan, omdat ze nog zo jong was en omdat ze mannenkleren droeg en kort haar had. Bovendien was het ook nog eens ongewoon dat boerinnen op het hof werden ontvangen.
Ze kreeg, nadat ze met de Dauphin had gesproken, een kamer in het kasteel. Ook kreeg ze een eredame, een schildknaap, twee wapenherauten en een edelknaap.
Na lang beraad stemde de commissie in met een militair ingrijpen.
De veroveringen en de kroning van Karel VII
Er werden voor Jeanne een harnas en strijdbanier gemaakt. De militairen in het leger moesten er nog wel aan wennen dat een vrouw zich met krijgsverrichtingen ging bezighouden.
Het gevecht tegen de Engelsen begon. Het eerste stadje dat het leger veroverde was Blois. Op 8 mei 1429 werd Orléans, na 90 dagen bevrijd. Hierbij waren geen doden gevallen. Dit was dus de eerste opdracht die in vervulling ging. Omdat Jeanne dit voorspelde en het echt uitkwam, steeg haar geloofwaardigheid en populariteit.
Nu moest Jeanne haar volgende opdracht proberen te voltooien. Namelijk de kroning van de Dauphin. De kroning moest in Reims gebeuren. Maar het veroveren van Reims was gevaarlijk. Jeanne ging op weg naar Reims. In Patay kregen ze verzet van de Engelsen. Een bloedige veldslag volgde en de Engelsen leden een nederlaag en werden gevangen genomen. Het schijnt dat er bij deze overwinning meer dan 2.000 Engelse soldaten gesneuveld zijn en maar 3 Fransen.
De Fransen kregen steeds meer versterking en de Engelsen wilden steeds minder vechten.
Jeanne ging verder naar Reims. Onderweg gaf Troyes zich over. Op 10 juli werd Châlons-sur-Marne ingenomen, en op 16 juli trok het Franse leger de stad Reims binnen.
Eén dag later, op 17 juli 1429, werd de Daupin gekroond en gezalfd door de aartsbisschop van Reims, tot koning Karel VII. Dat was een belangrijke dag in Jeanne d’Arc’s leven. Ze was aanwezig bij deze dienst. Zij stond naast de koning, met de vaandel (dat ze hadden gemaakt voordat ze ten strijde trokken) in haar hand. Ze zei: “De vaandel heeft meegedaan tijdens het harde werk van de veldslagen en moet ook bij de overwinning aanwezig zijn.”
Parijs
Na de overwinning in Orléans en de kroning van Karel VII geloofden velen dat er al veel bereikt was.
Jeanne wilde nu graag door naar Parijs, maar Karel stemde niet direct in. Parijs hoorde hiervan en kreeg in de tijd dat Jeanne wachtte op toestemming, genoeg tijd om zich te bewapenen.
Tijdens de aanval raakte Jeanne gewond en ze moesten zich terugtrekken. Maar de volgende morgen bereidden ze een nieuwe aanval voor. Ze werden door Karel terug naar St.- Denis terug gestuurd. Dit scheen te komen door geldtekort. Koning Karel VII kon alle soldaten niet meer betalen. Hij trok zich terug naar Bourges. Daar probeerde hij met zijn raadslieden een akkoord met de Bourgondiërs te maken. Ze tekenden een wapenstilstand, maar de stad Parijs viel hier niet onder.
Nog lang geen vrede
Toch was hierdoor de strijd tussen de Fransen aan de ene kant en de Engelsen en Bourgondiërs aan de andere kant niet afgelopen. Het leger van Karel VII lag inmiddels helemaal uiteen en de burgers op het platteland waren helemaal in de macht van Gressart, die overal schrik en wanhoop bracht.
Karel zorgde ervoor dat er een nieuw klein leger kwam. Karel zette Jeanne aan het hoofd van dit leger. Jeanne vertrok met het leger met huursoldaten naar de twee plaatsen die versterkt waren door Gressart. Eerst viel het leger St. Pierre le Moutier aan. De plaats werd veroverd in oktober/november van 1429. Vervolgens ging het leger verder naar La Charité sur Loire.
Daarna werd Jeanne eropuit gestuurd. Ze veroverde Saint-Pierre-le-Moutier. Ze belegde La Charite-sur-Loire. Ze had maar heel weinig soldaten en al helemaal weinig munitie. Daarom schreef Jeanne brieven aan omliggende steden met het verzoek geld, zwavel, buskruit, etc, te zenden, om de oorlog te kunnen voortzetten. Maar alles kwam te laat en ze moesten zich terugtrekken.
Gevangen
Jeanne voegde zich weer bij de koning, maar toen hij Campiegne ging aanvallen, ging zij met een paar soldaten naar Melun. Ze arriveerden halverwege april en toen de bewoners haar zagen stonden ze opeens achter Karel VII. Hier hoorde ze weer voor het eerst haar "stemmen". Ze zeiden dat ze gevangen zou worden genomen.
Jeanne was op 14 mei in Compiegne maar ze vertrok weer snel samen met Renaud de Chartre en Louis I de Bourbon naar Soissons. Ze kwamen de stad niet binnen en vertrokken weer. Jeanne ging weer terug naar haar Compiegne. Op de terugweg hoorde ze dat de Engelsen Compiegne hadden belegd. Toen het donker was, was Jeanne terug in Compiegne. De dag daarna leidde Jeanne een uitval maar ze moest zich al snel weer terugtrekken. De Engelsen kwamen achter hun aan en omdat Jeanne geen paard meer had kwam ze door haar zware harnas amper vooruit. Ze moest zichzelf wel overgeven. Het gevolg was dat ze gevangen werd genomen door de Bourgondiërs. Ze werd door Jan van Luxemburg (hertog van het Bourgogne) meegenomen naar Margny.
Karel VII was druk bezig met een vrede tussen hem en de Bourgondiërs. Hij ontving duizenden brieven waarin mensen hem smeekten om elk gevraagd losgeld voor de maagd te betalen. Maar Karel deed niets.
Ontsnappen
Jeanne werd als gevangene goed behandelt. Ze werd namelijk meer als gast dan als gevangene beschouwd. Ondanks de goede behandeling deed ze toch twee keer een poging om te ontsnappen. Jeanne werd overgebracht naar een kasteel in Beaurevoir, dat zwaarder bewaakt werd. Dit kasteel was niet van Jan van Luxemburg zelf, maar van zijn tante. Jeanne kreeg een kamer in het kasteel en bracht de dagen door in het gezelschap van verschillende dames die in het kasteel woonden. Deze dames lieten jurken maken, maar Jeanne weigerde deze te dragen. Volgens haar stemmen mocht ze niets anders dan mannenkleren dragen.
In Beaurevoir deed Jeanne haar tweede ontsnappingspoging. Ze sprong uit een toren van het kasteel. Ze werd bewusteloos bij de vestinggracht gevonden.
Verkocht aan de Engelsen
De Engelsen drongen erg bij Jan van Luxemburg op aan dat hij Jeanne aan hen moest uitleveren. Karel VII deed niets om Jeanne te redden. Ook bood hij geen geld voor haar.
Het was in november 1430 toen de Bourgondiërs Jeanne verkochten aan de Engelsen voor tienduizend livres terwijl Jeanne zelf twaalfduizend livres in had. De Engelsen namen haar mee en ze werd in een kleine, vochtige gevangenis in Rouen gestopt. Ze werd in de boeien geslagen en kreeg geen hulp en steun van de kerk meer. Dag en nacht werd Jeanne bewaakt door Engelse soldaten die haar treiterden. Ook hebben ze geprobeerd haar aan te randen. Verder mocht ze met niemand praten. Alleen nadat er toestemming was gevraagd. En die kreeg je niet zomaar. Toch kwamen er burgers bij haar langs die erg nieuwsgierig waren. Ze wilden wel eens zien hoe een heks er nou uitzag. Ook wilden ze weten of Jeanne wel echt maagd was, omdat ze zoveel paardreed.
Het proces
Op 21 februari 1431 begon haar proces. De voorbereiding van dat proces had bijna zes weken geduurd. Van 9 januari tot 20 februari 1431. Bij het proces was bisschop Pierre Cauchon de rechter. Hij was een Fransman, maar was voor de Engelsen.
Dat Jeanne mannenkleding droeg, was geen goed teken voor haar proces. De monniken die aanwezig waren, waren hevig verbaasd, want in de bijbel stond dat een vrouw zich als een vrouw moest kleden. Jeanne hield vol dat haar kleding geïnspireerd was door God en dat het ook te maken had met haar militaire roeping. Maar de meeste juryleden hadden zich al tegen haar gekeerd.
Er werden vijf zittingen gehouden over haar levensgeschiedenis. In totaal werd ze van zeventig dingen beschuldigd. Zoals: hekserij, misbruik maken van het geloof in Jezus, oproepen van de duivel, pochen, afgoden dienen, ketterij, het verspreiden van leugens, enz.
De Engelsen konden alleen niets bewijzen, dus moesten ze aantonen dat de kroning in Reims duivelswerk was. Een week lang werd ze elke dag twee uur hierover ondervraagd. Maar omdat Jeanne op elke vraag riep dat ze door God gestuurd werd, en de Engelsen dat maar niets vonden, werd ze met martelen bedreigd. Jeanne zei dat martelen onnodig was, omdat ze toch niets anders zou zeggen.
De ondervragingen duurden tot maart 1431. Veel te laat kwam er juridische bijstand voor haar. Mensen lokten verkeerde antwoorden bij haar uit, op vragen waar alleen een priester of een geleerde antwoord op wist. Bovendien waren er tweeëntwintig rechters die allemaal verklaarden dat de stemmen die Jeanne had gehoord niet echt waren en dat de duivel hiermee te maken had. Jeanne kon helemaal niets doen.
Opnieuw stemmen
In die tijd hoorde Jeanne weer haar stemmen. De stemmen zeiden haar dat ze de Engelsen mocht vertellen dat ze binnen zeven jaar een nog grotere nederlaag zouden leiden dan het verlies van Orléans (zes jaar later zouden de Fransen de stad Parijs weer innemen).
Bedreigd met de vuurdood
Op 24 mei werd ze naar de brandstapel gebracht op beschuldiging van ketterij. Toen gebruikte ze de enige manier om zichzelf te redden. Ze ondertekende een stuk papier waarin ze verklaarde dat ze geen ketter was. Waarschijnlijk wist ze niet wat ze ondertekende, omdat ze niet kon lezen. Verder zei ze dat ze bereid was vrouwenkleding te dragen. Ze werd niet op de brandstapel gegooid, maar kreeg in plaats daarvan, levenslang. De Engelsen wilden haar echter dood hebben, want ze zagen haar als een bedreiging, en uiteindelijk verzon bisschop Couchon een list.
Jeanne werd bewaakt door soldaten die haar constant treiterden. Zo werd ze in een zak gestopt en in de hoek van de kerker achtergelaten. Toen ze sliep haalden de soldaten de vrouwenkleren bij haar weg, maar niet de mannenkleren. Zo had ze geen keus. Er kwamen rechters bij haar kijken en die zagen dat Jeanne zich niet aan haar belofte had gehouden.
Het proces werd hervat. Jeanne d’Arc stond machteloos.
Haar einde
Op 29 mei 1431 mocht ze nog 1 keer gaan biechten en ze kreeg nog 1 keer de communie.
Ze stierf op negentienjarige leeftijd. Het was op 30 mei 1431 op Lace du Vieux Marché in Rouen op de brandstapel.
Een bende Engelse soldaten brachten haar naar de brandstapel. Zij hadden zwaarden, bijlen en stokken bij zich.
Ze werd naar een podium gebracht, zodat iedereen haar goed kon zien. Jeanne knielde en begon huilend te bidden. Daarna werd er een papieren zak over haar hoofd gedaan met de woorden: ketterse, tot zonde vervallen, afvallige, afgoden-aanbidster. Ze werd aan een paal gebonden terwijl de Engelsen lachten.
Er waren duizenden mensen bij haar dood. De meesten huilden toen Jeanne met trillende stem begon te bidden. Sommige mensen beweerden dat Jeanne helemaal niet dood was, dat er een andere vrouw op de brandstapel stond. Ook was er een soldaat die zei dat hij een witte duif zag wegvliegen uit het lichaam van Jeanne.
De tijd na Jeanne’s dood
De Engelsen waren nogal bang voor mythevorming over Jeanne d’Arc. Daarom gooiden ze haar as in de Seine, zodat er geen bedevaartstochten naar haar graf konden worden gehouden.
De Engelsen bleven Jeanne haten. Ze hielden vol dat ze een heks, ketter en duivel hadden verbrand. Toch had dit geen invloed op het Franse volk. De herinnering aan Jeanne bleef.
Na de dood van Jeanne ging de verandering op politiek en militair gebied in Frankrijk door. Compiègne viel geheel terug in handen van de Fransen en de Engelsen behaalden geen overwinningen meer. Verder heroverden de Fransen Guienne, Normandië, Maine en vele andere gebieden in Zuid-Frankrijk. Het enige wat nog in handen van de Engelsen bleef was Calais.
Op een gegeven moment ging het zo slecht met Engeland dat zelfs de hertog van Bourgondie het niet meer zag zitten aan de Engelse kant. Hij verbrak de banden met Engeland.
Op 10 september 1435 sloot Filips de Goede van Engeland een vredesverdrag met Karel VII.
Engeland ging op militair, financieel en politiek gebied erg achteruit. Bovendien was het Engelse leger veel kleiner dan het Franse en Bourgondische leger. De Engelse soldaten kwamen in opstand, omdat ze niet meer regelmatig loon kregen en in Engeland zelf brak een burgeroorlog uit.
Met de Fransen ging het daarentegen steeds beter. Na Karels intocht in Rouen, in 1449, vroeg hij de paus of hij een nieuw proces voor Jeanne d’Arc wilde houden. Het was immers door haar dat hij koning was, en omdat Jeanne als ketter was verbrand, was dat slecht voor zijn imago. Helaas voor hem wees de paus zijn verzoek af.
Zes jaar later deed de moeder van Jeanne een verzoek bij Paus Calixtus III, om het proces te heropenen en de naam van haar dochter te zuiveren. Zij had wel succes. Er kwam een nieuw proces in Notre Dame en het kreeg de naam: rehabilitatieproces. (Rehabilitatie betekent zoiets als eerherstel.) Tegen die tijd was de vader van Jeanne al dood. Dood aan verdriet. Jeanne’s moeder was er wel. Zij opende het proces door een document door te lezen waarin ze zei dat ze een onderzoek wou naar het vorige proces en de terechtstelling van haar dochter.
Veel mensen die Jeanne tijdens haar negentienjarige leven hadden ontmoet, werden bij dit proces opgeroepen om te getuigen. Mensen uit Domrémy, Orléans, Parijs en Rouen. Onder andere: Bertrand de Poulengy, Jean d’Aulon, Jean de Nouillonpont, Jean d’Alencon en Gilles de Rais. Ze werden allemaal uitgereid ondervraagd. Het proces was veel beter voorberied dan bijna twintig jaar eerder. Toch stond bij het proces de conclusie al vast: dat de Engelsen Jeanne verkocht hadden en voor het proces hadden betaald; dat zij er voor hebben gezorgd dat ze verbrand is.
Op 7 juli 1456 waren alle bewijsstukken voor het rehabilitatieproces verzameld en bestudeerd. In Rouen werd een nieuwe rechtbank bijeengeroepen met de aartsbisschop van Reims als voorzitter. Hij was ook degene die de conclusie voorlas; het vorige proces was ongeldig verklaard en de naam van Jeanne’d Arc werd in ere hersteld.
De conclusie van het rehabilitatieproces werd in heel Frankrijk bekend gemaakt, omdat volgens de rechtbank, iedereen moest weten dat Jeanne onschuldig was.
Nadat de Fransen dit hoorden werden ze weer enthousiast over Jeanne. Orleans, de stad waar Jeanne haar grootste overwinning maakte, werd het meest populair, maar ook haar geboorteplaats, Domremy, werd erg bekend.
In 1920 werd Jeanne heilig verklaard door paus Benedictus XV.
Nu kun je nog altijd verschillende standbeelden en afbeeldingen over haar, bewonderen. Ze staat bijna altijd afgebeeld als een jonge vrouw in mannenkleren, met een harnas en zwaard. Ook vaak zit ze op een paard.
In Frankrijk wordt Jeanne d’Arc elk jaar op 30 mei (de dag dat ze stierf) herdacht. Jeanne is de patroonheilige van Frankrijk.
Conclusie
Als vrouw was je in de tijd dat Jeanne d’Arc leefde zeer aan de man onderworpen. Je mocht niet eens een mening hebben. Hoe heeft Jeanne alles dan toch voor elkaar gekregen?
Jeanne d’Arc leefde in Frankrijk in de tijd dat de honderdjarige-oorlog aan de gang was. Jeanne was niet zomaar een boerenmeisje. Vanaf haar dertiende begon ze stemmen te horen van de heilige aartsengel Michaël, en de heilige Margaretha en Catherina. Door haar stemmen voelde Jeanne zich door God geroepen om Frankrijk te bevrijden en om Dauphin Karel te helpen tegen de Engels-Bourgondiërs.
Jeanne leidde de Fransen naar verschillende overwinningen. Ook is ze er in geslaagd Karel VII tot koning te laten kronen.
Het was Jeanne die het Franse volk vertrouwen gaf en meevocht om Frankrijk weer een geheel te laten zijn.
Jeanne d’Arc, ook wel maagd van Orleans genoemd, was geen militaire weldoenster. Ze haalde haar successen door realisme, gezond verstand, door haar koppige godsvertrouwen en door pure moed.
Jeanne was een heel moedig persoon. Ten eerste omdat het in de middeleeuwen heel gevaarlijk was om als vrouwzijnde te vertellen dat je stemmen van God hoorde. In die tijd dachten mensen namelijk werkelijk dat heksen bestonden, en als ze dachten dat je er een was werd je onmiddellijk op de brandstapel gegooid.
Ten tweede was ze zeer moedig, omdat ze zich met het leger bemoeide, en ze er zelfs aan deelnam.
We zullen nooit zeker weten of Jeanne echt stemmen heeft gehoord. Veel mensen twijfelen hierover. En toegegeven: het is natuurlijk ook moeilijk om voor te stellen.
Maar wat we ook denken over Jeanne en haar visioenen. Ze heeft bestaan en ze heeft veel betekend voor Frankrijk. Ze geloofde tot haar einde in zichzelf, in God, en in haar missie.
Een vriend van Jeanne schreef ooit: Qui c’estoit? Dieu le scet. (Wie zij was, weet God alleen). En zo is het…

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.