ADVERTENTIE
Heb jij hulp nodig bij het kiezen van jouw studie?

Thijs (22 jaar) kreeg hulp van onze studiekeuzeadviseur Marise. Door telefonische gesprekken en een aantal testen weet Thijs nu welke studie het beste bij hem past. Zijn tip: “Wacht niet af, ga op onderzoek uit en laat je adviseren!”

Vraag nu jouw persoonlijke gesprek aan!

Inleiding





Waarom waren de confrontaties tussen de blanken en de indianen zo ingrijpend voor de indianen? (specialisatie op Noord-Amerika)



In 1492 werd Columbus gezien als de ontdekker van Amerika. Dit was inderdaad zo voor de rest van de wereld, maar niet voor de mensen die eigenlijk 31.000 jaar geleden al het land hadden ontdekt. Dit waren de indianen. Zij zijn de genen die de meest nadelige gevolgen van deze “ontdekking van de Nieuwe Wereld” hebben mogen incasseren. Niemand kon in 1492 nog voorzien wat de dramatische gevolgen van deze ontdekking zouden zijn. In de gebeurtenissen in de 500 jaar die volgden laat ik kort zien wat voor invloed de kolonisatie heeft gehad op de oorspronkelijke bewoners. Vooral de oorlogen hebben veel teweeggebracht. De indianenoorlogen met Frankrijk en Engeland hebben gezorgd voor grote machtsverschuivingen voor de koloniale mogendheden. Ook de “meningsverschillen” met de Amerikaanse regering hebben veel reacties uitgelokt. Niet alleen van de regering en de indianen, maar ook de burgerbevolking ging protesteren op de manier waarop de indianen werden behandeld.



Ik heb heel kort behandeld hoe de indianen leefden (jacht, samenlevingsvormen, geloof, enzovoort). Dit is voor extra informatie en samen met de deelvraag over de ontdekking van Amerika een beetje inleidend.



Daarna vertel ik iets over de rivaliteit tussen Frankrijk en Engeland. En wat dit teweeg heeft gebracht voor de indianen. Onder andere de Removal Act was hier een gevolg van. Tot slot vertel ik iets over de huidige situatie van de indianen.



Hoe verliep de ontdekking van Amerika en wat had dat voor invloed op de indianen?



De ontdekking van Amerika


Toen Columbus in 1492 in Amerika aankwam, waren er al ongeveer 250 verschillende volkeren en stammen verspreid over het gehele gebied. Dus Amerika is al veel eerder dan in 1492 ontdekt!

Omstreeks 30.000 jaar voor Christus kwam de eerste mens in Amerika. De “eerste mens” waren mensen uit Mongolië, die door droogte weg waren gegaan uit hun land. Ze zijn dwars door Siberië getrokken, hebben met gestolen kano’s de tegenwoordige Beringstraat overgetrokken en hebben uiteindelijk zo’n 5000 kilometer gezworven.

De Mongolen hebben zich langzaam over Amerika verspreid. Er ontstonden veel kleine, volkomen zelfstandige stammen. De taal en de manier van leven van de stammen verschilden. Sommige stammen leefden van de jacht, andere leefden van de landbouw. De bewoners van dit nieuwe continent hebben veel ontdekt en uitgevonden. Ze hebben een kalender gemaakt en ze konden steen, hout, metalen en textiel bewerken. Ook konden ze goud, zilver, koper en tin winnen en verwerken.



De ontdekking van Amerika door de blanken


Omstreeks het jaar 1000 na Christus werd Amerika voor het eerst door blanken ontdekt. Een Noor, Leif Ericson, was tijdens een van zijn tochten van Groenland naar Noorwegen, uit zijn koers gedreven naar een nieuw continent. Hij is weer terug gegaan en heeft erover verteld. Wat later ging een IJslander, Thorfinn Karlsefni, naar dat land. Hij zou er maar twee winters gebleven zijn. De houding van de mensen die er woonden was namelijk erg vijandig. Zijn plan, om er een nederzetting te stichten, ging hierdoor niet door.



Aan het eind van de 15e eeuw waren veel mensen rijk geworden door de handel met het Verre Oosten. Landen als Portugal, Spanje, Frankrijk en Engeland concurreerden met elkaar op markten in verre landen.

Reizen was in die tijd niet makkelijk. Schepen voeren om Azië heen naar het oosten. Maar er waren nog steeds zeeën die nog nooit door iemand bevaren of verkend waren.

Ook werd in de 15e eeuw ontdekt dat de wereld rond was. Hiermee kwam de vraag of men via het westen naar het oosten kon, zodat ze niet meer om Azië heen hoefden te varen.

De Italiaan Christoffel Columbus wilde wel proberen om via het westen naar India te varen, zo verkreeg men tenslotte ook betere handelsroutes. Maar Columbus kreeg geen steun van de Italiaanse koning. Daarom zocht hij naar iemand anders die hem wilde steunen. Dit was de koning van Spanje. Op 3 augustus 1492 vertrok Columbus met enkele schepen naar “Indië”. Op 12 oktober 1492 kwam hij aan in het Caribische gebied, waarvan hij dacht dat het India was. Daarom noemde hij de bewoners Indios, Indianen.

Columbus heeft tot zijn dood geloofd dat hij in India was. Pas zo’n dertig jaar later werd de fout van Columbus ontdekt. Amerigo Vespucci had een reis naar het continent gemaakt met een van de vroegere officieren van Columbus. Vespucci schreef over zijn ervaringen in deze “Nieuwe Wereld”. Zijn geschriften werden overal in Europa gelezen en zijn naam werd beroemd. Toen men naar een naam voor de “Nieuwe Wereld” zocht, kwam een Duitse geleerde op het idee het naar Amerigo Vespucci te vernoemen: Amerika.



Toen Columbus in 1492 (op waarschijnlijk San Salvador) aankwam, werd hij overladen met geschenken van de indianen. Hij beschreef de indianen als vredelievend en minzaam. Maar hij was er ook van overtuigd dat hij deze mensen moest gaan aanzetten tot “het verrichten van noodzakelijke arbeid en het aannemen van hun levenswijze”. Overal in Amerika (maar ook in andere delen van de wereld) hebben Europeanen hun levenswijze en manier van denken als wet aan de inheemse volken opgelegd, vanuit de overtuiging dat dit voor iedereen het beste zou zijn. Veel Spanjaarden zijn de tegenwoordige Verenigde Staten ingegaan, op zoek naar goud. Er zijn vele oorlogen geweest tussen de Spanjaarden en de indianen. Ook namen de Spanjaarden ziekten (pokken, mazelen en cholera) mee die de indianen niet kenden en waar ze dus geen weerstand tegen hadden (deze epidemieën hebben tot vele doden onder de indianen geleid).

Vooral de Spanjaarden zagen de indianen als “werkezels”, maar de Engelsen daarentegen zagen de indianen als duivelaanbidders.



Onderwerping aan de Europeanen


Op het eind van de 16e eeuw trok een groep Spaanse kolonisten naar de Rio Grande. Zij namen ook paarden mee en van daaruit verspreidden de paarden zich over de Indiaanse stammen.

Halverwege de 16e eeuw kwamen er veel Europese vissers aan de kusten De indianen uit de omgeving ruilden huiden met de vissers tegen messen, lappen stof, brood en brandewijn. In het begin van de 17e eeuw begonnen de Fransen, Engelsen en Nederlanders te koloniseren.

Ook steeds meer gebruiksvoorwerpen van de indianen werden vervangen voor “betere”. Omdat pelshandel meer opbracht dan jacht, visvangst en landbouw bij elkaar, schakelden veel indiaanse groepen daar op over. In korte tijd waren vele indianen afhankelijk van de pelshandel. Toen Europeanen minder voor de pelzen gingen bieden, waren de indianen de eerste slachtoffers en moesten ze grond gaan verkopen om hun schulden af te lossen.

Voedsel en rijkdommen werden ook niet meer gelijk verdeeld over de stam. Van de blanken leerden de indianen het systeem “elk voor zich” kennen. Op die manier werd ook ongelijkheid gebracht onder de indianen zelf.

Hoe meer goede berichten aankwamen in Europa, des te meer mensen naar de Nieuwe Wereld trokken. Steeds meer “buitenlanders” kwamen in Noord-Amerika en zo steeds meer kwam de behoefte om veel bezit te hebben. Toen kolonisten zich bewuster gingen worden van hun groeiende aantal, begonnen de oorlogen.



Hoe was de cultuur van de indianen?



Woningen


De meeste mensen denken dat indianententen wigwams heten. Toch is dit niet zo. Wigwams zijn koepelvormige hutten, bedekt met matten van stro. Ze zijn veel moeilijker te bouwen en te verplaatsen dan de Tipi’s. De Tipi’s zijn tenten die snel afgebroken en opgezet kunnen worden. Het zijn perfecte woningen voor nomadische indianen. Wigwams werden wèl gebruikt door de indianen van de oostkust, zij bleven een lange tijd op dezelfde plaats.

In de Tipi zaten de mannen meestal aan de noordkant en de vrouwen aan de zuidkant. Voor feesten en ceremonies werden de Tipi’s in cirkels gezet, daarbinnen vond het feest plaats.



Samenlevingsvormen


De indianen kenden veel samenlevingsvormen, er waren ook indianen die op zichzelf leefden. Enkele voorbeelden:

•De stam: bijvoorbeeld de Pueblo’s en de Irokezen leefden in stammen. Ze waren afhankelijk van landbouw, sterk gebonden aan de plaats waar ze woonden en het belang van de groep stond voorop. Verschillende Irokese stammen hebben zich verenigd in de statenbond. Als de blanken in de 18e eeuw niet zo talrijk waren geworden, had het zich kunnen ontwikkelen tot een echte staat.

•Bazen en slaven: gemeenschappen met klassen: iedere indiaan had een plaats in een rangorde (gebaseerd op bezit). De gemeenschappen werden geleid door hoofden, deze hadden meer macht dan de opperhoofden van de stammen zelf.

•De ‘band’: bijvoorbeeld de Shoshone in Californië. Zij waren van oorsprong voedselverzamelaars en leefden in gezinsverband. Als het moeilijk was om voedsel te vinden splitsten zij zich in verschillende groepen en gingen op jacht. Na verloop van tijd kwamen ze weer bij elkaar terecht.

•De clan: de clanleden beschouwen elkaar als familieleden, ook al hebben ze niet dezelfde voorouders. Clans hadden vaak dierennamen, dat dier was de bovennatuurlijke vertegenwoordiger van de voorouders, een soort beschermengel: de totem (betekent ‘broer’). Een indiaan moest zijn huwelijkspartner buiten de clan zoeken, daarom waren de clanleden vaak uit verschillende stammen afkomstig. Clans hadden hun eigen geheime rituelen, hun eigen symbolen en afbeeldingen.

•Het individu: het individu is bij de indianen heel belangrijk. Dit komt onder andere tot uiting in de namen. Het individu krijgt bij zijn geboorte een naam, later door speelkameraden een bijnaam en later door gebeurtenissen weer een naam. De naam werd gegeven door het stamhoofd en als de gebeurtenis een overwinning was, werd het een positieve naam en andersom negatief. Ook speciale dromen konden leiden tot een extra naam (aan dromen werd veel betekenis gegeven).



Jacht


De bekendste jagers waren de indianen van de vlakten. Hun leven stond in het teken van de jacht. Vooral de bizonjacht was belangrijk. Voordat de indianen in de 18e eeuw de beschikking kregen over paarden deden ze de jacht te voet. Door de ‘komst’ van paarden in ongeveer 1640 kon men veel effectiever gaan jager. Een paard was ook een belangrijk privé-bezit (het verwierf status). Met rooksignalen werd er met de stamgenoten gecommuniceerd. Elke stam had zijn eigen soort rooksignalen. Vooral de jacht in het najaar was belangrijk, want dan werd de voorraad voor de winter aangelegd.

Alleen de mannen jaagden, als ze met de dieren thuis kwamen, was het de taak van de vrouwen om alles te bereiden. Alles van de bizons werd gebruikt (vlees, huid, botten, tong, pezen, enz.) ook werd er niet meer geslacht dan nodig was.



Geloof


De indianen geloofden in bovennatuurlijke wezens. Volgens de indianen was de wereld bevolkt met wezens die niet-indianen niet konden zien of ervaren. Alle levende wezens (en ook vele niet-levende dingen) hadden volgens de indianen een soort ziel. Het bovennatuurlijke vormde een enorme kracht. Deze kracht werd door onder andere de Sioux (indianen van de vlakte) ‘wakan’ genoemd. De gezamenlijke wakanmacht was de Wakan Tanka. Een indiaan kon zelf wakan verkrijgen door één te worden met de natuurkrachten. Dat zochten ze in rituelen, ceremoniën en dromen. Eenheid is het belangrijkste in de Indiaanse religie. Het symbool voor eenheid is een cirkel. Alle belangrijke dingen werden in cirkels afgebeeld. Het leven zelf was ook een cirkel van leven en dood.

Mensen die er aanleg voor hadden, konden zich opleiden tot sjamaan. Sjamanen gebruikten rituelen om invloed uit te oefenen op bepaalde gebeurtenissen, zoals oorlog, regen, leven en dood. Ze hadden veel aanzien in de stam. Omdat ze veel zieken geneesden werden ze ook wel eens medicijnmannen genoemd.

Met elke ceremonie werd ook de heilige pijp (medicijnpijp) gerookt. Met het roken van de pijp werd bijvoorbeeld een vriendschap gesloten of een overeenkomst bezegeld. Voorbeelden van ceremonies zijn: de Zonnedans, Zuiveringsceremonie, genezingsceremonies en ceremonies om de natuurlijke cyclus in stand te houden.

Mythen gingen vooral over contact leggen met het bovennatuurlijke. Ook zijn veel indiaanse mythen scheppingsverhalen.



Waarom heeft de rivaliteit tussen Frankrijk en Engeland voor zoveel veranderingen bij de indianen gezorgd?




De Fransen en de Engelsen begonnen vooral in de 17e eeuw met het stichten van nederzettingen. Toen de nederzettingen hun gebied almaar uitbreidden, nam de rivaliteit tussen de verschillende landen toe. Ze werden bovendien aangemoedigd door oorlogen in Europa. Vooral de Engelsen bedreven een heel agressieve expansiepolitiek. In 1664 eiste de Hertog van York het Hollandse gebied op. Hij stuurde oorlogsschepen om Nieuw Amsterdam in te nemen. Peter Stuyvesant, de Hollandse gouverneur, had geen keus en moest zich overgeven. Dit leidde in 1667 tot een oorlog tussen Engeland en Holland die de Hollanders verloren. In het Verdrag van Breda, dat een einde maakte aan de oorlog, moest Holland al zijn gebieden in Noord-Amerika afstaan. Aan een oorlog met Spanje kwam in 1670 een einde met het Verdrag van Madrid, waarin de Spanjaarden de rechten van Engeland op bepaalde gebieden in Noord-Amerika moesten erkennen.

De omvang van de Engelse koloniale gebieden nam in die periode snel toe. In 1681 kreeg William Penn land in Noord-Amerika, omdat koning Karel II zijn vader nog geld verschuldigd was. Hij noemde het land Pennsylvania. Penn wilde graag in vrede leven met de plaatselijke bevolking, en 75 jaar lang was er een stabiele verhouding tussen de kolonisten en de plaatselijke bevolking. Maar deze verstandhouding duurde niet lang genoeg.



De koloniale oorlogen (indianenoorlogen)


Aan het eind van de 17e eeuw en het begin van de 18e eeuw voerden de koloniale mogendheden een aantal oorlogen met elkaar. Tussen 1689 en 1697 werd er een reeks veldslagen (bekend als de Koning Willem-oorlog) geleverd tussen Frankrijk en de Huron en de Algonkin aan de ene kant en Engeland met de Irokees aan de andere kant. Inzet was de controle over New York, New England en de Hudson Bay. Van 1701 tot 1713 vochten de Fransen en de Spanjaarden tegen de Engelsen in de Koningin Anne-oorlog om recht op New England, Florida en South Carolina te krijgen. De Engelsen wonnen en kregen Newfoundland en Arcadia (het huidige Nova Scotia) erbij.



Georgia en Ohio


In 1733 richtte James Oglethorpe in Noord Amerika een kolonie op waar arme mensen uit Engeland een nieuw leven konden beginnen. Zo ontstond Georgia. Ook hier kregen de kolonisten land toegewezen en de plaatselijke bevolking kon weinig anders doen dan hun land afstaan.

In 1770 brak er opnieuw een grote oorlog uit tussen de koloniale mogendheden. In de Koning George-oorlog namen de Engelsen het Franse fort Louisburg in. Het jaar daarop schonk de Engelse koning 80.000 hectare land in het Ohiodal aan mensen uit Virginia. Maar de Fransen hadden dit gebied al geclaimd, zelfs al forten gebouwd.



Frankrijk werd definitief verslagen


Bij de vele oorlogen leek het dat de Fransen het sterkst waren. Dit veranderde door de inspanningen van drie Britse mannen, George Washington, Sir William Johnson en William Pitt.

George Washington moest ervoor zorgen dat er een goed getraind leger kwam. Hij besefte dat een verbond met de plaatselijke bevolking erg belangrijk was. Washington wist dat “indianen alleen met indianen te bestrijden waren”, en dat de strijd zonder de hulp van indianen een ongelijke strijd zou zijn.

Sir William Johnson zorgde ervoor dat de samenwerking met de Irokees in stand bleef. Hij leefde temidden van de Mohawk en voelde er zich net zo thuis als bij de Britten.

William Pitt bedacht op 300 mijl afstand van Noord- Amerika een strategie om de overwinning te behalen. In 1758 lukte het om zijn plan tot een goed einde te brengen. De Britten hadden enkele Franse forten ingenomen. Daarmee waren de Franse verbindingslijnen van St. Lawrence tot Ohio doorgesneden.

De belangrijkste Britse overwinning in die periode was de overwinning van Quebec en korte tijd later viel ook Montreal in Britse handen. In 1763 werden de Fransen definitief verslagen. Het Verdrag van Parijs verdeelde Noord-Amerika tussen de Britten en de Spanjaarden.



De Koninklijke Proclamatie


In het jaar 1763 werd er een verdrag gesloten met de indianen, bij koninklijk besluit. De Britten trokken een lijn tussen de Appalachen en verklaarden dat ten westen van die lijn geen nederzettingen gebouwd mochten worden. Dat gebied zou toebehoren aan de oorspronkelijk bevolking. Dit tot grote ontevredenheid van enkele leiders, die hun vertrouwen in de Britten hadden verloren. Onder aanvoering van Pontiac, leider van de Ottawa’s, werd de aanval ingezet op een aantal nederzettingen die langs de grenslijn lagen. De Ottawa’s werden verslagen. Ze waren niet in staat om de Britse kolonisten tegen te houden, die ondanks de koninklijke proclamatie toch naar het westen oprukten. De pioniers die naar het westen trokken leken niet te beseffen dat het land aan anderen toebehoorde. De oorspronkelijk bevolking ontving de pioniers vaak vriendelijk. Maar zodra de pioniers in staat waren om voor zichzelf te zorgen, werden de indianen verdreven. Sommige stammen vertrokken zonder veel verzet, maar andere stammen gaven hun gebied niet zomaar op. Het grote verschil tussen beide groepen was dat de indianen vonden dat het land van iedereen was en dat ze de opbrengsten met zijn allen moesten delen. Ze konden niet begrijpen hoe het mogelijk was dat een persoon helemaal alleen een stuk land kon bezitten. De kolonisten dachten hier compleet het tegenovergestelde over.



De indianenoorlogen


Al deze oorlogen zijn samen te vatten onder de term indianenoorlogen. Dit waren eigenlijk oorlogen tussen Frankrijk en Engeland, maar zij betrokken de indianen in hun kampen om zo kolonies te stichten. De Fransen hadden tijdens deze oorlogen veel minder manschappen, maar een veel betere communicatie. Ze kregen hun opdrachten van één centrale regering. De Engelsen hadden veel manschappen, maar een zeer slechte communicatie. Orders hadden vaak veel vertraging. Hierdoor kon Frankrijk in het begin makkelijker overwinningen behalen. Je zou kunnen zeggen dat de oorlog een meer dan honderd jaar durende strijd van rivaliteit was. Feitelijk duurde dé oorlog maar 9 jaar. De oorlog heeft vooral Engeland veel gekost (zeker 3500 pond per jaar). Engeland probeerde de oorlog te financieren met belastingen, maar dit werd natuurlijk erg afgewezen door de bevolking en “vriendelijk níet betaald”.

Toch won Engeland de oorlog. Dit niet door strategie, maar meer geluk. De overwinning van Engeland had veel gevolgen. Het koloniale rijk werd een heel groot stuk uitgebreid, maar Engeland stond door de oorlogen erg in de schulden. Engeland was door deze oorlogen erachter gekomen dat de communicatie tussen hun troepen zeer slecht was. Vooral voor de indianen van de Ohio Valley was de overwinning van Engeland nadelig, want zij hadden met Frankrijk meegevochten. Voor alle indianen gold da ze veel vrijheden waren verloren en veel nieuwe reglementen kwamen, waar ze niets van af wisten of geen inspraak op hadden. Ook het grondgebied van de indianen werd steeds minder en door de oorlogen hebben ze natuurlijk ook veel mensen verloren.



Wat voor gevolgen had de “Indian Removal Act” voor de indianen?



Iedereen bemoeide zich met Amerika: Portugal, Spanje, Nederland en Engeland. En allemaal wilden ze er een deel van hebben. Dat dit ten koste ging van de indianen was bijzaak. Zij werden uit hun dorpen verdreven en steeds verder weggejaagd.



De “nieuwe Verenigde Staten” openden hun grenzen voor alle Europeanen zonder enige inspraak van de oorspronkelijke bewoners van het land. De belangen van deze nieuwe immigranten werden de belangen van het land.

In 1828 verklaarde Andrew Jackson dat alle indianen ten oosten van de Mississippi gedood moesten worden of verplaatst naar de andere kant van de rivier. Deze belofte werd nagekomen. Een jaar na zijn inwijding, op 28 mei 1830, nam het Congres de “Indian Removal Act” aan. Er waren slechts een paar senatoren en vertegenwoordigers van de oostelijke staten die betoogden dat dit een schending was van de eerder afgesloten verdragen. Jackson had de volle steun van de zuidelijke en de westelijke staten. In wezen voorzag de wet in de deportatie van alle overblijvende indianen naar wat later de staat Oklahoma werd. Elke indiaan kreeg wel officieel de keus om de banden met de stam te breken en niet langer indiaan te zijn, waarna hij kon blijven en een stuk land zou krijgen. Uit de archieven blijkt dat zelfs deze keus eigenlijk alleen op papier bestond. Daarbovenop werd bepaald dat een indiaan niet bij een rechtbank kon getuigen tegen een blanke als die hem zijn land ontnomen had.



De Cherokees


De Indian Removal Act van president Jackson betekende eigenlijk een keuze tussen verhuizing of uitroeiing. Velen verhuisden, maar stierven daarna toch.

De Cherokees weigerden te vertrekken. Ze gingen naar de rechter en betoogden dat ze, juist om de soevereiniteit over wat ze nog hadden te behouden, uit vrije wil grote stukken land hadden afgestaan die al sinds mensenheugenis van hun waren. De zaak kwam voor de hoogste rechterlijke instantie in 1832 en de opperrechter (John Marshall) stelde hen in het gelijk. De Verenigde Staten hielden zich namelijk niet aan de Britse Proclamatie van 1763, waarin stond dat de indiaanse naties “afzonderlijke en onafhankelijke politieke gemeenschappen waren die hun natuurlijke rechten behielden.”

Kort na de uitspraak van het Hooggerechtshof verdeelde de staat Georgia het land van de Cherokees onder de nieuwe kolonisten. De Cherokees begonnen hun “Spoor van Tranen”: van de 20.000 Cherokees stierven er velen onderweg; geschat wordt dat er 4.000 tot 8.000 slachtoffers vielen. Vanaf 1866 werden de Cherokee Stammen gedwongen kolonisten te aanvaarden. Eerst kwamen de bevrijde slaven die dakloos waren geworden na de burgeroorlog en daarna andere indiaanse naties die waren gedeporteerd vanuit het veraf gelegen Washington, California en Arizona. Als laatste kwamen de kolonisten van Europese afkomst. De verschillende indiaanse naties, die naar de nieuwe indiaanse gebieden waren gegaan, hadden verschillende talen en gewoontes. Toch slaagden zij er verbazend goed in samen te werken en hun Raad maakte plannen voor de stichting van een vrije indiaanse staat met een eigen regering.

In 1904 werd de hele “indiaanse staat”, behalve het uiterste noordoosten, opengesteld voor immigranten. In 1907 werd Oklahoma opgenomen als staat in de Verenigde Staten.

De indianen van Oklahoma werden niet uitgeroeid; een deel overleefde net als de essentie van hun cultuur.



De Seminolen


Ook de Seminolen weigerden te vertrekken. Zij stapten echter niet naar de rechter, maar begonnen een oorlog. De Seminolen hielden stand tegen de generaals en bataljons van het Amerikaanse leger. Dit was de langste en bitterste oorlog die er gevoerd werd tussen de Verenigde Staten en de Indianen.

In de laatste maanden van 1837 wilde een generaal van de Seminolen onderhandelen om tot een wapenstilstand te komen. Brigadegeneraal Joseph Fernandez van de Verenigde Staten stemde hiermee in, maar toen de generaal verscheen liet Fernandez hem gevangen nemen en naar een fort in Zuid- Carolina overbrengen, waar hij spoedig stierf.

De oorlog duurde nog vier jaar en eindigde met de deportatie van de nog levende Seminolen. De troepen van de Verenigde Staten vermoordden vijfhonderd van de weggelopen slaven, mannen en vrouwen.



Ten westen van de Mississippi


Het indiaanse verzet ten oosten van de Mississippi eindigde met de oorlog van de Seminolen, maar in het land ten westen van de grote rivier bracht de toevloed van nieuwe immigranten weer oorlog. In 1846 verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan Mexico: na twee jaar, waarin beide partijen een hoop chaos waren, gaf de artillerie van de Verenigde Staten de doorslag. Bij de vredesconferentie van 1848 verloor Mexico de helft van zijn grondgebied aan de Verenigde Staten. Daardoor werden Texas en Californië ontsloten voor de Europese immigranten.

De rijke kuststreek van de huidige staat Californië was het woongebied van een welvarende indiaanse bevolking: vele verschillende stammen vonden hun voedsel door te vissen.

De federale regering steunde het afslachten van de kudde bizons (er werden er 60 tot 80 miljoen gedood), omdat dit de nieuwe samenleving van de jagers, de Sioux en de Cheyennes, zou ondermijnen. Het was een nieuwe samenleving, omdat de indianen het Europese paard en geweer waren gaan gebruiken en anders leefden dan vroeger. Zodra de treinen eenmaal reden werd het makkelijk om de laatste bizons af te maken en de prairies onder militaire controle te krijgen. Hongersnood dwong de indianen tot oorlogen, die ze al bijna verloren voordat ze eraan waren begonnen. Overlevenden werden als krijgsgevangenen naar Oklahoma gebracht.

Alle tegenstanders van indianen zorgden er dus voor dat de indianen uitgehongerd werden, vermoord werden door afschuwelijke bloedbaden tegen de kolonisten of de indianen moesten “vrijwillig” vertrekken naar Oklahama.



De laatste van de vrije Sioux, de laatste van de vrije Cheyennes

De Sioux en de Cheyennes slaagden erin nog een paar jaar vast te houden aan hun traditionele manier van leven. In 1868 hadden de Sioux een verdrag kunnen afsluiten met de Verenigde Staten en het bezit verworven van de helft van het huidige Zuid-Dakota en een deel van hun huidige jachtvelden, waar nog genoeg bizons rondliepen om hen te voeden en te kleden. Dit was het verdrag van Fort Laramie. Het was het laatste formele verdrag tussen de Verenigde Staten en een indiaanse natie. In 1871 verbood het Congres het afsluiten van verdragen: vanaf toen werden het eenvoudig “overeenkomsten” genoemd.

De slag bij Little Bighorn (met opperhoofd Sitting Bull) had de verhoudingen tussen de indianen en de kolonisten weer verslechterd. De strijd eindigde met een slachtpartij, waarbij 350 Sioux vielen. Deze slag markeert het eind van de strijd van de indianen voor het behoud van hun land.

In de duisternis die nu neerdaalde over de naties begonnen de indianen troost te zoeken in oude mythen. De “Zonnedans” en de “Dans van de Geesten” zouden hun dode strijders en bizons weer tot leven brengen, de blanken zouden vernietigd worden en de aarde zou een nieuw leven beginnen. Deze mannen en vrouwen voelden dat hun wereld op zijn einde liep en ze hoopten op een wonder. De buitenaardse hulp kwam niet. De dansen werden snel verboden door de regering van de Verenigde Staten: ze werden gezien als een gevaarlijke vorm van herleving van de gehele indiaanse cultuur.

Maar de “verovering van Amerika” was nog steeds niet voltooid. De Indianen van de Verenigde Staten waren nu geconcentreerd op een stuk land dat grofweg 6% was van wat ze oorspronkelijk bezaten, en een groot deel ervan was onvruchtbare grond of woestijn. De bevolking van de Verenigde Staten in 1880 telde 50 miljoen mensen (vergeleken met bijna 250 miljoen nu). Er werd gedacht dat men na 1880 af zou blijven van de indiaanse grond. Dat was echter een vergissing.

De regering dacht dat het het beste zou zijn om de indianen eigen reservaten te geven. Deze reservaten zouden regels krijgen naar Amerikaanse visie. Zo werden dus nog meer rituelen van de indianen verboden.



Hoe was het verzet dat kwam van de indianen om de situaties te veranderen en hoe is hun huidige situatie?




“We zouden wat meer kunnen geloven in de vooruitgang van de mensheid als de nieuwe, republikeinse en democratische Verenigde Staten zich fatsoenlijker waren gaan gedragen tegenover de Indianen dan de Britse monarchie, maar dat gebeurde niet.”



Aan het eind van de 19e eeuw bestond er onder de blanken nog steeds een grote vraag naar land. In 1887 kwam de General Allotment Wet, deze wet zorgde ervoor dat al het land van de indianen werd verdeeld in kleine stukjes (elke indiaan moest zijn eigen stukje bebouwen). Dit was een hele aanpassing. Daar kwam nog bij dat in 1889 president Harrison besloot om alle gebieden die aan deze indianen toegewezen waren, open te stellen voor blanken. Er kwamen veel beloften van de regering voor sociale voorzieningen, leningen, enz als de indianen dan hun land afstonden. Voor de indianen was dit geen verbetering, want ze hadden daar niets aan zonder eigen land. De sociale voorzieningen kwamen ook niet.

In de reservaten probeerden de indianen ondanks het verbod hun eigen rituelen te behouden. Veel menggodsdiensten kwamen in deze tijd op: er waren elementen van de indiaanse en van de christelijke religie in terug te vinden. In 1918 ontstond de Inheemse Amerikaanse Kerk. Deze kerk verenigde verschillende stammen en kwam op voor de indiaanse eigenheid. Vanuit die kerk ontstond ook het protest tegen de blanke bemoeienissen.

In 1924 waren de indianen officieel Amerikaanse staatsburgers geworden, maar ze waren wel de allerarmste (Indian Reorganization Act). De economische crisis in het eind van de jaren 20 en de langdurige periode van droogte hadden veel impact gehad op de indianen. In deze rampzalige periode werd een commissaris voor Indiaanse Zaken benoemd: John Collier. Hij stelde in 1934 een nieuwe wet op, waarin stond dat de Amerikaanse overheid de stammen als volwaardige gesprekspartners moest behandelen. Deze wet had als gevolg dat in de reservaten een soort zelfbestuur werd georganiseerd, maar dan wel naar Amerikaans model. Ook moesten de reservaten een stamraad kiezen. Vaak zorgde de regering ervoor dat in die stamraad mensen zaten die de indianen goed konden beïnvloeden.

In 1940 werd het National Congress of American Indians (NCAI: raad waarin alle leiders van de stamraden zetelden) opgericht. De indianen streefden naar onafhankelijkheid, maar de regering naar opheffing van de reservaten.



De Tweede Wereldoorlog


Ongeveer 30.000 indianen vochtten mee in het Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog. Anderen trokken naar de steden, omdat er door vertrek van stamgenoten geen werk meer was in de reservaten. De indianen die in de oorlog hadden meegevochten hadden ervaren dat ze als gelijke werden behandeld. Ze rekenden erop dat ze na de oorlog beter behandeld zouden worden en durfden meer op te komen voor hun rechten. Na de oorlog moesten de indianen weer wennen aan het leven in de reservaten, dat natuurlijk ook heel erg veranderd was.

Het verschil tussen indianen die volgens de westerse manier waren gaan leven werd steeds groter met de traditionele indianen.

Ook kwamen er weer geschillen over grondbezit. De blanken bleven grond “stelen” en de indianen bleven daarvoor strijden. En de blanken betaalden evenveel geld aan de indianen voor een mineralenrijke grond als voor een “gewone” grond.



Het bureau voor Indiaanse Zaken startte in 1952 een verhuisprogramma om de indianen van de reservaten naar de stad of naar een andere streek te laten trekken. De meeste indianen kwamen terecht in de slechtst betaalde huizen en kregen de laagstbetaalde banen. De indianen konden slecht aan hun nieuwe omgeving wennen en hadden veel last van discriminatie door blanken.

In 1953 kwam de opheffingswet. Dit hield in dat alle reservaten opgeheven moesten worden. Deze wet kon tot uiting komen als alle leden van een stam op alle officiële papieren en in rechtszaken niet meer als indiaan zouden voorkomen. De politici gingen er vanuit dat de indianen zich toch volledig moesten aanpassen aan de westerse levenswijze. In de wet werden ook een aantal eisen gesteld waaraan reservaten moesten voldoen. Ze moesten economisch goed draaien, maar dan naar de westerse opvattingen over economie. Dit had veel nadelen, maar de indianen konden in ieder geval gaan en staan waar ze wilden. Dit was ook de tijd dat Martin Luther King de Amerikanen opriep om te strijden voor de rechten van de zwarten.

In minder dan 10 jaar werden 61 stammen gewoon opgegeven. Stammen die protesteerden, kregen moeilijkheden met de regering (rechtszaken werden langzamer afgehandeld, verkeerde informatie werd verteld, enzovoort).



Het verzet van de indianen werd steeds sterker en dat heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat steeds minder reservaten werden opgericht en dat indianen zich gingen verenigen in bewegingen. De Red Power-vlag werd een symbool voor de indianenbewegingen. In de jaren 60 groeide er ook onder de Amerikaanse bevolking kritiek op de regering, vooral op de manier waarop de regering de verschillende culturele groepen aanpakte. Ook bij de zwarte bevolkingsgroepen groeide het verzet, maar die eisten gelijke rechten en wilde volledig opgenomen worden in de Amerikaanse maatschappij. De indianen daarentegen bleven altijd op de verschillen met de blanken wijzen. Ze wilden geen opname of integratie, maar hun eigen cultuur behouden en als zelfstandige naties overleven.

Veel aandacht van de pers kreeg de Tocht van de Verbroken Verdragen naar Washington. Zeven dagen lang werd het bureau voor Indiaanse Zaken bezet door leden van de American Idian Movement (AIM, opgericht door twee indianen, als antwoord op de discriminatie).



De huidige status van de indianen


In het Navajo reservaat is een demonstratieschool (engels is er de tweede taal) opgericht, in 1968 werd het Navajo Community College opgericht (eerste instituut voor hoger onderwijs dat eigendom is van de indianen).

Nu zijn er 27 indiaanse hoge scholen, in 1977 is er een wet goedgekeurd die de vrijheid van godsdienst regelt, veel rechtszaken zijn er geweest en zijn nu nog bezig voor onder andere het beschermen van grondgebied.

Er leven nu nog ongeveer 2 miljoen indianen in Amerika. Voor de Amerikaanse wet zijn indianen: mensen die bij een erkende indiaanse stam horen (niet erkende stammen zijn vaak armer, slechter opgeleid en bezitten doorgaans geen grond) of nakomelingen zijn van erkende stamleden die op 1 juni 1943 binnen de grenzen van een reservaat woonden. De regering is verplicht om te zorgen voor gezondheidszorg, onderwijs en andere diensten voor officieel erkende stammen of naties.



Conclusie



Waarom waren de confrontaties tussen de blanken en de indianen zo ingrijpend voor de indianen? (specialisatie op Noord-Amerika)

De Europeanen die naar Amerika kwamen, hetzij om rijk te worden en dan weer naar huis te gaan, hetzij om daar een nieuw leven te beginnen, hebben zich niet als goede gasten gedragen. Zo snel als ze konden namen ze het land in bezit. Daarbij hebben ze het merendeel van de Amerikaanse bevolking gedood of tot slaaf gemaakt. In de Verenigde Staten is hun aantal van een dieptepunt van misschien 100.000 rond 1990 opnieuw gestegen tot ongeveer 2 miljoen.



Voor de oorspronkelijke Amerikanen betekende de Europese verovering het einde van duizenden jaren respectvol en vreedzaam samenleven met hun natuurlijke omgeving. Voor de problemen waarmee ze te maken kregen, hadden ze gedurende de eeuwen zinvolle, eigen oplossingen gevonden die nu grondig werden verstoord. De verovering van Amerika betekende voor veel blanken een nieuw begin. Voor veel indianen ook, maar dan het begin van het einde!



Vooral de indianenoorlogen hebben veel schade aangericht. Omdat de indianen eigenlijk werden gedwongen om met de Engelsen of Fransen mee te vechten, vochten ze ook tegen elkaar. Daardoor zijn niet alleen de verhoudingen tussen Frankrijk en Engeland verslechterd, maar ook onder de indianen zelf.



De indianen werden gedwongen zich aan te passen. Eerst aan de koloniale mogendheden, toen aan de Amerikaanse regering zelf. Ze mochten hun rituelen niet meer uitvoeren, hadden geen grondbezit meer en boven alles: ze hadden nauwelijks rechten of inspraak op de Amerikaanse regering! Zo werd het de indianen onmogelijk gemaakt om zich te verweren.



Vele indianen kregen te maken met gedwongen verhuizingen (Indian Removal Act). De meesten trokken naar het westen (Oklahama). Daar kwamen veel indianenstammen bij elkaar, wat dus tot oorlogen onder de indianen zelf leidde, omdat daar niet genoeg land was. En veel indianen zijn niet eens in Oklahama gekomen, maar onderweg gestorven.



Veel indianen zeiden dat alleen een terugkeer naar hun vroegere levenswijze hen nog kon redden. Anderen zeiden dat ze zich zo goed mogelijk moesten aan passen om in de maatschappij te kunnen blijven bestaan. Weer anderen hebben zich volledig aangepast aan het westerse model en leven in gewone huizen en werken in bedrijven.



De confrontaties tussen de indianen en de blanken waren dus heel ingrijpend voor de indianen. De indianen hadden geen rechten. Ze hadden eigenlijk geen been om op te staan. De koloniale mogendheden waren vaak sterker en machtiger dan zij. Ook hadden de blanken luxere gevechtsmiddelen, enzovoort. Het was voor de indianen bijna onmogelijk om zich te weren.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

hey nienke, bedankt voor je werkstuk, mijn vraag is alleen jij zit toch neit op het olympus college he? zal je het antwoord snel kunnen terugsturen
morgen is mijn presentatie namelijk!
alvat bedankt
laura

16 jaar geleden

P.

P.

hallo luitjes, bedankt voor de site en informatie doeeegh

9 jaar geleden