Hoe zag de geschiedenis van Ieper eruit voor de oorlog?

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 1972 woorden
  • 9 januari 2003
  • 35 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 35 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Hoe zag de geschiedenis van Ieper eruit voor de oorlog?

10e eeuw: Het ontstaan

Nadat de Noormannen onze gewesten hadden verlaten en vrede en rust waren teruggekeerd, ontstonden her en der landhoeven of villa's. Samen met de hoeven die overal in de buurt verspreid lagen, vormden ze wijken of dorpen. Op hun landhoeve bewoonden de eigenaars wallen. In 902 zou graaf Boudewijn II van Vlaanderen aan de waterkant van de Ieperlee (rivier) een wal gebouwd hebben. Deze nederzetting lag tussen twee armen van de Ieperlee en was belastingplichtig tegenover de Karolingische keizer. De villakerk, die bij de landhoeve werd gebouwd, kreeg Sint-Maarten als patroonheilige. Het is rond de markt waar zich rond 930 een primitieve gemeenschap zou hebben ontwikkeld, die vooral bestond uit lijfeigenen die aan de landhoeve waren verbonden.
Een oorkonde uit 962, waar over het bodium de Ypris werd gesproken en die als bron werd gebruikt om het duizendjarig bestaan te bewijzen, bleek een vals document te zijn.

De verbazende snelle bevolkingsaangroei was te danken aan de voorspoedige economische ontwikkeling die Vlaanderen vanaf de 10e eeuw meemaakte. De lakenkooplieden bezochten in groten getale de kuststreek en kochten er wollen stoffen om die te Parijs en elders aan de man te brengen. Zo ontstond hier een druk handelsverkeer. Op hun lange tochten legden de kooplui in goed gelegen oorden langs hun reisweg aan, en de Ieperse landhoeve moet zo'n aanlegplaats zijn geweest voor de kooplui die van de kust naar het zuiden trokken. Ze was immers gelegen aan een waterloop en gemakkelijk bereikbaar langs een weg uit het zuiden en één uit het noorden.
Spoedig verbleven de kooplieden tijdens het slechte jaargetijde of tussen twee reizen door bij voorkeur op de Ieperse landhoeve. Waar konden de kooplieden immers beter aanleggen dan op een villa die eigendom was van de graaf. Daar zouden zij in geval van nood zeker bescherming vinden. De vorst begunstigde deze nederzettingen en liet zelfs toe dat de kooplieden zich hier blijvend vestigden, mits ze grondschatting betaalden.
Indien de wevers meer wol nodig hadden dan plaatselijk werd voortgebracht, kwamen de kooplieden hen ter hulp; ze stelden wol beschikbaar in de omringende plaatsjes aan de Ieperlee. Om vervoerskosten te vermijden, vestigden vrije wolbewerkers zich in de buurt van die plaatsjes. Zo groeide de stad.


11e eeuw: Ontwikkeling vanuit nederzetting


Tot 1050 was Ieper een grote landbouwnederzetting, dat toebehoorde aan de Graven van Vlaanderen. Maar dat veranderde door de snelle groei van Ieper veroorzaakt door de goede ligging: de Markt lag op het snijpunt van de belangrijkste rivier, de Ieperlee, en de even belangrijke weg die van Rijsel naar Brugge liep. Het was dan ook weinig verwonderlijk dat zich hier naast de eerste bewoners al heel vroeg een handeldrijvende bevolking vestigde. De nieuwe handeldrijvende bevolking kreeg de bovenhand op de vroegere agrarische bevolking. In diezelfde periode ontwikkelde zich ronde de Sint-Maartenskerk een reguliere kloostergemeenschap.
De grondstof voor de lakennijverheid werd oorspronkelijk geleverd door schapen uit de Vlaamse landstreken, maar in de 11e eeuw was de hoeveelheid Vlaamse wol onvoldoende. Er werd dan maar kwaliteitswol vanuit Engeland ingevoerd. In die tijd ontstond Nieuwpoort, dat later de Ieperse zeehaven werd. In Ieper ontwikkelde zich een bloeiende jaarmarkt dankzij Nieuwpoort.



12e eeuw: Een middeleeuwse hoofdstad

In 1116 verleende graaf Boudewijn Hapken aan de stad haar eerste voorrechten. Ieper bezat van toen af een eigen rechtsspraak. Van nu af mocht Ieper zich onder de grote steden van Vlaanderen rangschikken. Ieper werd niet alleen een handelscentrum, maar ook een belangrijk politiek trefpunt.
De lakenhandel zorgt in de 12de eeuw voor een snelle groei van de jonge stad. In de 12e eeuw kende Ieper een grote bloei. De jaarmarkt was van Europese betekenis, in het oog van Londen nam Ieper de tweede plaats in en met Brugge en Gent behoorde het tot de drie grootste steden van Vlaanderen. De snelle ontwikkeling van Ieper was niet alleen te danken aan de handelsfunctie, maar ook aan het feit dat het een belangrijk industriecentrum was. De wol, grondstof voor de lakennijverheid, werd aangevoerd over de, in de IJzer uitmondde, Ieperlee die Ieper rechtstreeks verbond met de kuststreek waar schapen werden gefokt.


13e eeuw: Hoogtepunt in faam en welvaart


Na de terugtocht van de Franse koning Filips-August werd in 1214 door Fernand van Portugal een begin gemaakt met de bouw van de vestingswallen. De nieuwe stad kreeg tien poorten. Gesteund door de graven van Vlaanderen werd Ieper een wereldberoemde stad in Vlaanderen en evenaarde Brugge en Gent in pracht en praal. Iepers faam en welvaart bereikte een hoogtepunt. Toen kende de stad haar grootste omvang tot dan toe. In 126O telt de stad volgens sommige bronnen 40.000 inwoners. Dat lijkt niet zo veel, maar bedenk dat Gent 50.000 inwoners had, en de machtigste stad in de toenmalige wereld, Venetië, 100.000.
Het Ieperse laken beheerst de wereldmarkt; het werd tot in Rusland toe verhandeld. In die periode wordt gestart met de bouw van Belfort, de kathedraal en Lakenhallen. Het originele gebouw van de Lakenhallen, voor zijn tijd een verbazingwekkende constructie, werd opgetrokken tussen 1260 en 1304 en diende tegelijk als markt- en opslagplaats voor wol en laken. De stad had toen een drukke haven en het grootste deel van de wol werd per boot aangevoerd. Boten kwamen de stad binnen via de Ieperlee en meerden naast de Lakenhallen aan. Het was makkelijker om goederen over water te transporteren dan over land.
Meer en meer handelaars en ambachtslui kwamen zich in Ieper vestigen. Zij voelden zich aangetrokken door de grote arbeidsmogelijkheden, en zo ontstond een spiraalbeweging; hoe meer volk, hoe meer werk, dat dan weer nieuwe mensen aantrok. Ambachten worden opgericht en gilden gesticht. Deze mensen konden zich onmogelijk allemaal vestigen op het oorspronkelijke grondgebied van de stad. Zo vestigde men zich op de aangrenzende gebieden.
Maar in deze bloeiende 13e eeuw kreeg Ieper ook te maken met oproer en rampen. In 1255 zien we de eerste tekenen van sociale onlusten, als gevolg van de ontevredenheid van de ambachtslieden, die aan de willekeur van de machtige bestuurders van de stad waren overgeleverd. In 1241 vernielde een brand ongeveer een derde van de stad. Een nieuwe ramp in 1273; om politieke motieven werd door
Engeland een embargo gelegd op de levering van Engelse wol. In 1297 werden de buitenwijken van Ieper door de Fransen in brand gestoken, waarop Graaf Gwijde van Dampierre besloot de stad te versterken tegen de opkomst van de Fransen.


14e eeuw: Afbrokkeling van de bloei

Onder druk van de wevers ontstaan ambachtelijke organisaties, die steun zoeken bij de Graaf van Vlaanderen. De graaf ziet in deze alliantie een middel om in de steden een dam op te werpen tegen de allesoverheersende macht van de bestuurders van een stad. Deze bestuurders van de stad zochten steun bij de suzerein van de graaf, de koning van Frankrijk. Zo ontstaat een politieke tweespalt.
In 1304 wordt de bouw van de Lakenhalle voltooid. In die jaren ontstaan de gilden, die niet alleen de willekeur van de bestuurders opvolgen, maar ook proberen hun mede zeggenschap op administratief vlak op te dringen, wat opnieuw tot scherpe conflicten leidt, die uitmonden in de verbanning van de bestuurders uit de stad in 1325.
En weer teisteren rampen de stad; in 1316 sterven 2794 mensen aan een pestepidemie. In 1349 tot 1350 sterft een derde van de Ieperlingen bij een nieuwe pestepidemie. En ook in 1365 bezwijken meer dan 7000 mensen aan een besmettelijke ziekte. Ondertussen worden de wolleveranties uit Engeland volledig stopgezet. De Engelse koning weet dat de Ieperse lakenindustrie volledig afhankelijk is van de Engelse wol, en hij buit die afhankelijkheid uit; wie voor Frankrijk is, krijgt geen wol. Tegen het midden van de 14e eeuw is de lakenproductie in Ieper met de helft gedaald, en Ieper moet zich noodgedwongen meer richten op de lokale markten.
In 1380 rommelt het weer in Ieper; een nieuwe opstand eindigt met de inname van de stad en de Vrede van Diksmuide, die een dodelijke slag toebrengt aan Ieper. Voortaan is er voor de stad alleen nog een ondergeschikte rol in Vlaanderen weggelegd.
De doodsteek komt in 1383. Ieper wordt tijdens de Honderdjarige Oorlog door de Engelsen en Gentenaars belegerd. Het beleg duurt negen weken. De zowat 20.000 inwoners hielden stand en wanneer de hongersnood dreigt fataal te worden, wordt het beleg plots opgebroken. Hiervoor moesten zij een groot Frans leger dat vanuit Atrecht Ieperwaarts aan het oprukken was dankbaar zijn. De belegering is de stad fataal geworden. De hele omgeving van Ieper is volkomen vernield en mag niet meer opgebouwd worden. De definitieve neergang is begonnen.


15e eeuw: De ondergang

Onder de Bourgondische overheersing vocht Ieper voor de verdediging van de vrijheid die haar nog restte. Jan zonder Vrees schafte al de vrijheden af zonder enige tegenspraak te dulden.
Ook economisch ging het de stad niet voor de wind; de wol werd hoe langer hoe schaarser. Ieper kon zijn contracten niet meer nakomen, en bovendien vond het kostbare Ieperse laken niet meer zo'n ruime afzet, want overal in West-Europa verdwenen de bestuurders van de steden, de afnemers bij uitstek.
In 1433 vernielde een grote storm de toren van de Sint-Maartenskerk, en in 1436 stierven op zeven maanden tijd meer dan 7000 mensen aan de pest.
In 1445 werd Ieper door Filips de Goede uitgeroepen tot Zetel van de Raad van Vlaanderen, zodat het een belangrijk administratief centrum werd. De hertog van Bourgondië had de raad uit Gent weggetrokken omwille van de rebellen in die stad...
Op het einde van de 15e eeuw had Ieper nog amper 7626 inwoners. Er bleef slechts een schaduw over van de vroegere wereldstad.


16e eeuw: Een arme bisschopstad

In 1559 werd Ieper een bisschopsstad en Rythovius was de eerste bisschop. Jansenius (1636-1638) zou echter met zijn boek Augustinus de beroemdste bisschop worden.
In het midden van de 16e eeuw probeerde Ieper economisch het roer om te gooien en over te schakelen op andere nijverheden.Dit leverde echter niets op. De concurrentie van andere steden was groot, en het dynamisme van een arme, ontevredene bevolking was beneden alle peil. Vier op tien Ieperlingen waren tot de bedelstaf gedoemd...
De armoedige toestand was de ideale voedingsbodem voor uitbarstingen van ontevredenheid. Deze kwam er met de Geuzenopstanden in 1578. Ieper werd door de Beeldenstormers verwoest, en nadien door de protestanten ingenomen. In 1584 werd de stad na een maandenlange blokkade teruggenomen en dit bleek het einde van een vervalperiode.


17e en 18e eeuw: Een vestingstad

Een nieuwe nijverheid nestelde zich in de stad, namelijk de kantnijverheid.
Van 1620 tot 1624 werd het Nieuwerck gebouwd, een renaissancebouwwerk, dat aan de oostzijde van de Lakenhallen de vroegere houten constructie verving. Maar meer en meer concentreerde de bouwactiviteit zich rond de verdedigingswerken. Ieper was immers een grensstad geworden, en dus meer dan welke andere stad ook kwetsbaar voor belegeringen.
Ieper werd een reusachtige vesting en dat was maar goed ook; in een periode van twee eeuwen werden zowat 17 belegeringen doorstaan. Zo viel Ieper in 1678 opnieuw onder Frans bewind tijdens het bestuur van Lodewijk XIV. De Zonnekoning was trouwens zelf in Ieper aanwezig toen de Spanjaarden er zich op 25 maart 1678 overgaven. Van dan af zette men alles in het werk om van Ieper een onneembare vesting te maken.
Onder het bewind van Albrecht en Isabella gaat het Ieper wat beter voor de wind.


19e eeuw: Een stille stad

In 1801 is Ieper geen bisschopsstad meer, na een kerkelijke reorganisatie die werd doorgevoerd door Napoleon. Ieper is een verstilde stad geworden en alleen zijn rijke gebouwen getuigen nog van een machtig verleden.
Tijdens het Hollandse bewind wordt de stad opnieuw versterkt, en daarna wordt Ieper door de Belgische regering in 1855 voorgoed ontmanteld.


Begin 20e eeuw: De oorlog nadert


In 1914 was Ieper een rustig en welvarend stadje, meer dan de helft van de inwoners waren kleine middenstanders. In de lokale kranten was maar weinig te merken van de toenemende internationale spanningen, omdat er in Ieper een militaire rijschool was gevestigd waren er regelmatig soldaten te zien in de straten. Maar de Ieperlingen konden nooit vermoeden dat hun stad de komende vier jaar het brandpunt zou worden van de 1e wereldoorlog

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

Hallo

Zou u mij kunnen vertellen wie deze site geschreven heeft en wanneer deze website tot zijn recht is gekomen?

Dank

Karen

15 jaar geleden

C.

C.

Heey,
is dit een p.o die je nodig hebt in de derde?
alvast bedankt..

xxx cynthia

17 jaar geleden

X.

X.

welke bronnen heb je voor dit verslag gebruikt?

11 jaar geleden