Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Het Midden-Oost conflict

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 2145 woorden
  • 19 februari 2002
  • 84 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 84 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
1. Inleiding

Ik heb ervoor gekozen om voor mijn Praktische opdracht een werkstuk te maken over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Dit heb ik gedaan omdat me het interessant leek om te onderzoeken hoe het conflict ontstaan is.
Bovendien vond ik het leuk om iets te onderzoeken wat tegenwoordig ook nog belangrijk is. Er gaat bijna geen dag voorbij of je hoort in het nieuws iets over dit probleem in het Midden Oosten. Ik vroeg me daarbij vaak af hoe dit conflict ontstaan was. Het leek me toen we deze opdracht kregen dus een goede kans om eens te gaan kijken wat de oorzaken zijn geweest voor dit probleem.

Mijn onderzoeksvraag is:

- Hoe is het conflict tussen Israël en de Palestijnen ontstaan?

deelvragen:
- Wat is er voor de twintigste eeuw gebeurd met het gebied waar nu om gevochten word?
- Wat zijn de belangrijkste oorzaken geweest voor het ontstaan van het conflict?
- Wanneer is het conflict eigenlijk ontstaan en wat betekende deze de oprichting van deze nieuwe staat eigenlijk?

2. Een korte voorgeschiedenis

Om te onderzoeken hoe het conflict ontstaan is moet je eigenlijk ook gaan kijken in de geschiedenis van voor de twintigste eeuw. De voorgeschiedenis van dit conflict begint eigenlijk al in de tijd van de Romeinen. Zij regeerden toen over het gebied tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee, wat zij Palestina noemden. In 67 na Christus vond er een bloedige opstand plaats tegen de Romeinse bezetters. Na ongeveer 6 jaar konden de Romeinen de opstand stoppen. Ze plunderden Jeruzalem en verdreven het Joodse volk uit het gebied. Dit wordt ook wel de diaspora genoemd. Er bleven nog wel Joden in Palestina wonen maar de meesten woonden eeuwenlang verspreid over de hele wereld. De Joden hebben het vaak erg moeilijk gehad door vervolgingen, eerst vooral in christelijke landen en later vooral in landen die door de Nazi's bezet werden.
Al sinds de diaspora droomden Joden ervan dat ze op een dag terug zouden keren naar het beloofde land van Palestina. In de bijbel vormt het gebied het centrum van het joodse rijk van koning Salomon, ook wel Israël genoemd. Palestina wordt vaal het heilige land genoemd omdat bepaalde plaatsen, vooral Jeruzalem, een bijzondere plaats innemen binnen de joodse en de christelijke godsdiensten, maar ook voor de moslims.

In 637 werd het gebied door moslims veroverd, maar zij behandelden de Joden niet slecht. Ook in de eeuwen daarna, onder verschillende Turkse besturen zijn er echter geen grote problemen geweest tussen de Joden en de Moslims.

3. De oorzaken

Honderden jaren is het gebied waar nu Israël ligt, bestuurd door Arabieren. Van 1517 tot 1917 was dit door de Osmanen. Aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden er twee bewegingen die een einde maakten aan de betrekkelijke rust in Palestina en die eigenlijk ook een basis legden voor het Arabisch- Israëlisch conflict. Dat waren het joodse nationalisme, ook wel Zionisme genoemd, en het Arabische nationalisme. Beiden volkeren wilden zelfbestuur over een eigen staat. Dit leidde tot een aantal problemen, onder andere de grote emigratie van Joden uit de hele wereld naar Israël en de oprichting van de nieuwe Joodse stad Tel Aviv. ( De grote emigratie van Joden was ook een gevolg van het aanhoudende antisemitisme in veel landen.) Ook ontstonden er allerlei bewegingen zoals de World Zionist Organisation en verschillende antizionistische verenigingen.

Overzicht van het Turkse Osmaanse Rijk bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Het rijk viel na de oorlog uiteen. Dat gaf de Joden de kans om in Palestina een eigen vaderland te creëren.

In Palestina waren de spanningen tussen de Joden en de Arabieren al best wel opgelopen toen de eerste wereldoorlog uitbrak. De Arabische landen raakten er op 5 november 1914 bij betrokken toen Engeland de oorlog verklaarde aan Turkije. Maar om verschillende redenen was het voor de Engelsen erg moeilijk om de Turken te verslaan. Ze kregen in de gaten dat ze alleen succes zouden krijgen als ze hulp zouden krijgen van de Arabische landen. De Engelsen probeerden dus Arabische bondgenoten te vinden. De Engelse regeringsvertegenwoordiger, Sir Henry Mcmahon onderhandelde daarom met Hoessein Ibn Ali, de sjarif van Mekka, die graag de leider wilde worden van de eerste onafhankelijke Arabische staat. Hij hoopte dat de Engelsen hem daarin zouden steunen als hij ze hielp om de Turken te verslaan. In september 1918 slaagden Hoessein en de Engelsen hierin en ze trokken de Damascus binnen. Hoessein vond dat de Engelsen zich nu aan de beloftes moesten houden, maar dat deed Engeland niet. Ze hadden namelijk tijdens de oorlog nog twee andere overeenkomsten gesloten en die waren allebei in strijd met de belofte aan de sjarif van Mekka.
Een daarvan was het Sykes-Picot verdrag. Tijdens de eerste wereldoorlog begonnen de Engelsen en de Fransen al te overleggen over wat er na de oorlog met het Osmaanse rijk moest gebeuren. Zij gingen er dus al vanuit dat ze de oorlog gingen winnen. Beide regeringen gingen in 1916 akkoord met het Sykes-Picot verdrag. Dit verdrag verdeelde de Arabische gebieden van het Osmaanse rijk in vijf categorieën. Sommige landen zouden direct onder Engels of Frans toezicht vallen, andere zouden Arabische staten worden met nog wel Engelse of Franse invloeden, en het gebied rondom de heilige plaatsen, de streek van Palestina dus, zou onder gezamenlijk Engels, Frans en Russisch gezag komen. Er werd niets gezegd over een onafhankelijke staat voor de Joden, maar er werd ook niets gedaan om aan de belofte te voldoen die aan Hoessein was gedaan.
Een derde belofte, die een jaar na het Sykes-Picot verdrag werd gedaan, maakte de hele situatie nog ingewikkelder. 1917 was voor Engeland een moeilijk jaar. Het leek er niet op dat er snel een einde zou komen aan de oorlog. In november stuurde de minister van buitenlandse zaken Arthur Balfour een brief aan Lord Rothschild, een Joodse bankier die een voorstander was van het Zionisme. Dit wordt ook wel de Balfour-verklaring genoemd. In die brief bood hij de steun van de Engelse regering aan bij "de oprichting in Palestina van een eigen natie voor het joodse volk."
Aan het einde van de eerste wereldoorlog waren er dus drie verschillende Engelse voorstellen die niet samen gingen. Tijdens de vredesonderhandelingen in 1919 werd er uiteindelijk een Engels-Frans voorstel aangenomen, maar niet dat van Sykes-Picot.

De mandaatgebieden in het Midden-Oosten na de Eerste Wereldoorlog. De verantwoordelijkheid voor Palestina en de omringende gebieden lag in de handen van Engeland en Frankrijk. Egypte viel tot1922 onder Engels protectoraat.

Frankrijk kreeg Libanon en Syrië toegewezen en Engeland Jordanië, Irak en Palestina. Maar met Palestina kregen ze er wel een hoop problemen bij. De Engelsen probeerden tot verschillende compromissen te komen maar daar was het te laat voor. Door de drie verschillende voorstellen uit de oorlogsjaren was het vertrouwen van zowel de Joden als de Arabieren in de Engelse regering verdwenen. Daardoor werd Engeland gezien als een zwakke politieagent die niet in staat was om de situatie niet onder controle kon houden. Die …houding van Engeland in de periode tussen 1920 en1948 tegenover de problemen van Palestina wordt daarom ook gezien als een belangrijke oorzaak van het Arabisch- Israëlische conflict. In die periode, toen bleek dat de Engelsen de situatie niet goed konden controleren, namen de spanningen tussen de Arabieren en de Joden weer toe.
Er waren vaal anti-joodse uitbarstingen en vaak vielen er bij conflicten veel slachtoffers aan beide kanten.

Aan het begin van de jaren dertig waren de Engelsen er nog steeds niet in geslaagd om een einde te maken aan de vijandigheden tussen de Joden en de Arabieren, die steeds gewelddadiger werden. De Joden hadden dus nog steeds geen eigen staat. Toen in 1933 in Duitsland de nazi’s aan de macht kwamen, wat later tot de tweede wereldoorlog heeft geleid, hadden de joden dus geen eigen veilige staat. Veel van hen probeerden tijdens de holocaust naar andere landen te vluchten, maar in de meeste landen werden weinig of geen Joden toegelaten. Toen na de oorlog duidelijk werd hoeveel Joden er vermoord waren, riep dat bij veelregeringsleiders gevoelens van schuld en medelijden op. Het was dus niet zo raar dat veel landen na 1945 de ideeën voor een onafhankelijke joodse staat steunden.

In 1937 werd er door de Engelsen een commissie in het leven geroepen die moest onderzoeken hoe het nu verder moest met het bestuur van het mandaatgebied. Die commissie, de Peel-commissie kwam toen met een voorstel om Palestina in drie stukken de verdelen: een kleine joodse staat in het noorden, een grote Arabische staat in het zuiden en een smalle strook land die vanaf de kust naar de Heilige Plaatsen liep en die onder Engels bestuur zouden blijven. De Joden accepteerden dat voorstel met tegenzin maar de Arabieren voelden helemaal niets voor dit plan. Beide groepen zetten hun terreurdaden weer voort. Engeland probeerde ook een einde te maken aan de ongeregeldheden door beperkingen te leggen aan de joodse immigratie.
In 1947 verklaarde de Engelse minister van buitenlandse zaken dat het onmogelijk was om het gebied verder te besturen, maar dat de Arabieren grote bezwaren hadden tegen het opdelen van Palestina. Ze legden het probleem voor aan de Verenigde naties. De VN vond de opdeling toch het beste en het voorstel werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde naties geaccepteerd met 33 stemmen voor en 13 tegen. Een van de landen die tegenstemden was Engeland. De Joden gaven hun nieuwe land de naam Israël. De Arabieren beschouwden deze beslissing als de druppel die de emmer deed overlopen in hun strijd om van Palestina een onafhankelijke Arabische staat te maken. De Palestijnse leider Arafat zou daar later over zeggen: “De Algemene Vergadering van de VN deelde op terwijl ze helemaal het recht niet had om Palestina te scheiden- een vaderland dat niet gescheiden kan worden.”
In de maanden die aan de opdeling vooraf gingen stierven er veel Engelsen, Joden en Arabieren. Zodra de Engelsen ergens wegtrokken, begon er weer een strijd om de macht. Duizenden Palestijnen vluchtten naar Arabische buurlanden.

4. Het ontstaan van de staat Israël

Op 14 mei 1948 kwam er een einde aan het Engelse mandaat. De onafhankelijkheid van de staat Israël werd officieel bekendgemaakt in Tel Aviv met als president Chaim Weizmann (1847-1952).

De bekendmaking van de staat Israël betekende:
- Openstelling van het land voor joodse immigranten.
- Ontwikkeling van het land voor het welzijn van alle inwoners.
- Vrijheid, rechtvaardigheid en vrede als basis van de staat.
- Gelijke sociale en politieke rechten voor alle inwoners ongeacht godsdienst, ras, en sekse.
- Vrijheid van godsdienst, geweten, taal, opvoeding en cultuur.
- Bescherming van de heilige plaatsen van alle godsdiensten.
- Oproep aan de Arabische inwoners te werken voor de vrede en deel te nemen aan de opbouw van de staat op basis van volledig staatsburgerschap.

Israël wilde vrede sluiten met alle buurstaten, maar deze niet met Israël. De nieuwe staat werd meteen aangevallen door legers uit Libanon, Syrië, Irak, Transjordanie, Saoedi-Arabië en Egypte. Het moderne Arabisch- Israëlische conflict was begonnen.

De stemming in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties leidde in mei 1948 tot de oprichting van de staat Israël. Op de kaart is te zien hoe het gebied tussen de Arabieren en de Joden was verdeelt.

5. Conclusie

De diaspora is eigenlijk het begin geweest van de verspreiding van het Joodse volk over de hele wereld, omdat ze toen uit het gebied zijn verdreven waar ze toen woonden.
De oorzaken van het Arabisch- Israëlische conflict liggen diep in het verleden verankerd en zijn niet makkelijk weg te nemen. De belangrijkste oorzaken zijn volgens mij de opkomst van het Joods en Arabisch nationalisme, de misleidende en tegengestelde verklaringen van Engeland tijdens de tweede wereldoorlog, het onzekere optreden van de regering in het mandaatgebied in de periode tussen de twee wereldoorlogen en de golf van sympathie voor de joodse zaak die volgde op het antisemitisme van nazi-Duitsland. Drie andere belangrijke punten zijn de joodse onverschilligheid over de vrees van de Arabieren dat ze hun land zouden verliezen, de geringe bereidheid van de Arabieren om tot een compromis te komen met de Joden en de actie van de Verenigde Naties om de verdeling van Palestina er door te drukken ondanks de weerstand van Arabische en Engelse zijde.
Het conflict tussen de Arabieren en de Joden bestaat dus eigenlijk al een hele tijd. Maar als we spreken over het ‘moderne Arabisch- Israëlische conflict’, dan hebben we het over het conflict dat is ontstaan in 1948, toen de staat Israël is opgericht.

7. Bronvermelding

- Vijftig jaar, Israëls weg naar de onafhankelijkheid.
Fake en Marius Groeneveld, Bookmaster 1998.
- Documentatiemap: Israëls bestuur over de Westoever en Gaza.
Uitgave van CIDI, maart 1994, jaargang 20, nummer 1.
- Documentatiemap: De akkoorden tussen Israël, de PLO en Jordanië.
Uitgave van CIDI, oktober 1993, jaargang 19, nummer 2.
- Het conflict tussen Israël en de Arabische wereld, serie: oorzaak en gevolg.
Steward Ross, vertaling van: The Arab- Israeli conflict, Londen, 1995.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Hoi,

Ik had een vraagje aan de hand van welke methode heb jij dit verslag gemaakt. ZOu je mij het antwoord kunnen mailen?
alvast bedankt
Marianne

20 jaar geleden

E.

E.

heel erg bedankt keij good werkstuk!

18 jaar geleden

M.

M.

Klopt niet helemaal. Ten eerste wordt Jordanie vergeten wat voortkwam uit Trans Jordanie en 77% van de Palestina regio in zich opnam. En verder zijn de Osmanen natuurlijk geen Arabieren.

5 jaar geleden