ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

Wie was Gandhi?



Mohandas Karamchand Gandhi werd geboren op 2 oktober 1869 in Porbandar, aan de westkust van India. Het land waarin hij geboren werd was een land vol met verschillen. Niet alleen het land, maar ook de bevolkingsgroepen verschilden zeer veel van elkaar wat betreft de leefwijze, ras, taal en godsdienst. Zelfs de huidkleur van mensen in het noorden was lichter dan de huidkleur van de mensen in het zuiden. In India had je vele godsdiensten. De meeste Indiërs waren Hindoes. Maar er waren ook wel wat Moslims. Verder trof je er nog enkele Boeddhisten, Joodse gemeenschappen, Oud Christenen en stammen die een natuurlijke godsdienst volgden.

In India waren de Engelsen de baas toen Gandhi ter wereld kwam. India was een Engelse kolonie. Er bestond in die tijd een enorm verschil tussen rijkdom van een kleine groep mensen en armoede van het grootste gedeelte van de bevolking in India. De rijken, de blanke Engelse kolonisten, hoefden helemaal niets te doen. Alle rijke mensen hadden genoeg Indiase dienaren.



Gandhi was Hindoe en behoorde tot de Vaisyakaste. Deze kaste kwamen in de Hindoemaatschappij op de derde plaats. De allerlaagste kaste was die van de paria’s. Hindoes uit hogere kasten geloofden dat ze onrein werden wanneer ze paria’s aanraakten. Daarom werden de paria’s ook wel de onaanraakbaren genoemd.

De vader van Gandhi, was minister van een klein vorstendom. De moeder van Gandhi was een zeer vrome Hindoe. Ze vastte dikwijls en ging elke dag naar de tempel. Dat Gandhi later de belangrijkste religieuze leider van India zou geworden had veel met de godsdienstige houding van zijn moeder te maken.

Toen Gandhi 13 jaar, werd hij uitgehuwelijkt aan Kasturba, de dochter van een zakenman. De ouders hadden niet om de mening van Gandhi gevraagd. Het was daar heel gewoon dat de ouders van het jonge paar alles regelden en dat bruid en bruidegom elkaar niet ontmoetten vóór de huwelijksdag.

Gandhi en Kasturba hielden van elkaar, al maakten ze, vooral in de eerste jaren veel ruzie. Hun huwelijk duurde 62 jaar. Gandhi en Kasturba hadden vier kinderen samen.

Gandhi wilde heel graag in Engeland studeren. In 1888 vertrok hij per schip naar Engeland om rechten te gaan studeren, hij was toen 19 jaar, en net vader geworden van een zoon. In Engeland voelde hij zich erg eenzaam zonder zijn vrouw en zoontje die alleen in India waren achter gebleven. In juni 1891 slaagde Gandhi in zijn eindexamens en werd toegelaten als advocaat. Hij was nu 22 jaar.

Toen Gandhi weer terug kwam in India kreeg hij een aanbod om een jaar voor een rijke Indiase zakenman in Zuid-Afrika te werken. De opdracht zou niet langer dan één jaar duren, maar Gandhi bleef uiteindelijk 21 jaar in Zuid-Afrika. In Zuid-Afrika begon met het strijden voor de mensenrechten. Gandhi werd in Zuid-Afrika een moedige staatsman.

In 1915 keerde Gandhi met zijn vrouw en vier zonen terug naar India. Hij was toen 45 jaar. In India had men veel over de moedige Gandhi gehoord. Hooggeplaatste Indiërs hadden een politieke partij opgericht, die onafhankelijkheid wilde voor India, ze hoopten dat Gandhi hen wilde helpen.

Gandhi besloot om voorlopig geen politieke acties te voeren. Hij was 21 jaar niet in India geweest en wilde het land en de mensen eerst beter leren kennen. Hij vestigde zich in Sabarmati, dicht bij Ahmedabad. Het duurde niet lang of de gemeenschap telde tweehonderd mannen en vrouwen, die volgens de voorschriften van Gandhi wilden leven. De voorschriften waren gebaseerd op de godsdienstige principes die Gandhi reeds in Zuid-Afrika had aangenomen. Het leven van zijn volgelingen moest gekenmerkt zijn door eerlijkheid, zoeken naar waarheid en armoede. Ze gebruikten samen sobere vegetarische maaltijden en leidden een leven van gebed en dienstbaarheid. Het was een hard bestaan en de regels waren streng. Luxe bestond niet. Maar de sterke geloofsovertuiging en de warme persoonlijkheid van Gandhi oefenden zo’n aantrekkingskracht uit dat vele mensen met hem wilden samenleven.

Gandhi’s mening werd door vrijwel iedereen gerespecteerd. Zelfs de Britse onderkoning liet hem in 1917 bij zich komen. De Britse onderkoning bestuurde India als vertegenwoordiger van de Britse koning en vroeg Gandhi om hulp.

Vele landen, waaronder Groot-Brittannië en België, waren op dat moment betrokken bij de eerste wereldoorlog. Het zag er in 1917 somber uit voor de Britten. Gandhi wilde de Britten helpen. Hij riep de Indiase mannen op om dienst te nemen in het Britse leger. Vele mensen waren hier verontwaardigd over. Maar Gandhi’s standpunt was nog hetzelfde als in Zuid-Afrika. Als de Indiërs dezelfde rechten willen, dan moeten ze ook dezelfde plichten vervullen.

Tijdens de oorlog had de Britse regering ook vage beloften gedaan voor zelfbestuur. Maar daar was na de oorlog helemaal geen sprake meer van. Het werd zelfs erger. De noodtoestand die tijdens de oorlog ook in India van kracht was geweest, bleef gewoon voortduren. Het Indiase volk voelde zich bedrogen. Niets was er veranderd aan de Britse ongevoeligheid, die Gandhi al in Zuid-Afrika had ervaren. De Britten waren duidelijk niet van plan om hun rijkste kolonie op te geven. Op dat moment besloot Gandhi dat het tijd werd om zich tegen de Britten te verzetten. Hij ging de strijd aan, een strijd die 28 jaar duurde.

Gandhi was ondertussen ook toegetreden bij Het Nationale Indiase Congres, een beweging die naar onafhankelijkheid streefde.

Toen Gandhi een campagne voerde, die tegen zijn bedoelingen in bloedvergieten overging, werd hij tot een gevangenisstraf veroordeeld. Nadat hij in 1923 weer vrij werd gelaten, was zijn invloed gedaald.

Na zijn vrijlating nam Gandhi deel aan de Londense Ronde-tafelconferentie om de politieke hervormingen te bespreken. Dit gebeurde in augustus 1931. Op de conferentie was hij de enige vertegenwoordiger van het Indiase Nationale Congres. De conferentie was een mislukking. Ze had de kloof tussen de Indiërs onderling alleen maar vergroot. Gandhi vertrok ontmoedigd terug naar India, maar was vastbesloten om door te gaan.

Doordat Gandhi samen met zijn aanhangers actie bleven voeren tegen de Engelse regering, werd Gandhi in 1932 weer gevangen genomen. Nu ging hij over tot een hongerstaking. Deze hongerstaking gebruikte hij vaker in zijn acties.

Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog nam Gandhi geen duidelijk standpunt in, maar in 1942 zette hij zijn partij ertoe om een resolutie aan te nemen waarbij onmiddellijke beëindiging van het Britse gezag werd gevraagd. Er volgde alweer een arrestatie van Gandhi. Dit gebeurde op 9 augustus 1942. Op dat moment brak het geweld los in India en vanuit de gevangenis kon Gandhi het volk niet tot bedaren brengen.

Na enkele maanden werd Kasturba ernstig ziek. Het huwelijk van Gandhi en Kasturba had tijdens hun jeugd vaak moeilijke momenten gekend, maar was in de loop der jaren uitgelopen tot een warme vriendschap. Ze kenden elkaar sinds hun dertiende jaar en hadden vier zonen. Hoewel Kasturba zich meestal op de achtergrond hield, had ze toch een belangrijke invloed op Gandhi’s leven. Ze stierf in de armen van Gandhi.

Ondertussen was ook Gandhi ernstig ziek geworden en de onderkoning vreesde nog meer geweld, als Gandhi in gevangenschap zou sterven. Daarom werd hij vrijgelaten.

Ondanks zijn ziekte gaf Gandhi zichzelf geen rust. Op 30 januari 1948 had Gandhi een afspraak. Hij had een drukke dag achter de rug, die zoals gewoonlijk om drie uur ‘s morgens met het ochtendgebed begonnen was. Gandhi deelde steeds zorgvuldig zijn tijd in en kon op die manier veel werk verzetten. Elke avond, om klokslag vijf uur, begon hij de gebedsbijeenkomst. Ook deze dag ging hij weer naar de tuin, waar zo’n 200 á 300 mensen waren. Hij vouwde zijn handen om te bidden. Hij glimlachte nog steeds. Vooraan in de menigte stond een gezette man van in de dertig. Hij deed een stap voorwaarts, trok een revolver en vuurde enkele schoten af. "Hey Rama" mompelde Gandhi. Dat betekent: "O God". Een paar tellen bleef hij staan, terwijl het bloed door zijn witte kleding drong. Toen viel hij dood neer.

Gandhi had al vermoed dat hij op deze manier aan zijn einde zou komen. Hij wist dat er komplotten tegen hem waren. De moordenaar was een fanatieke Hindoe, die het niet met Gandhi eens was hoe hij de moslims behandelde.

De hele wereld rouwde. Gandhi was het symbool van de Indiase bevolking geworden.



Wat waren de doelen van Gandhi en is het hem gelukt om deze na te streven?

Gandhi had veel doelen die hij wilde nastreven. In deze deelvraag willen wij deze doelen bespreken.

Ten eerste is het belangrijk te weten dat Gandhi al zijn doelen zonder geweld wilde nastreven. Dit kun je dus opvatten als een doel.

Als kind leerde Gandhi van zijn ouders dat mensen van de laagste kaste, de paria’s, de onaanraakbare waren. "Een paria blijft een paria. Hij is geen lid van onze godsdienstige gemeenschap. Je mag een paria niet aanraken of je wordt zelf onrein. Het is zelfs beter dat zijn schaduw niet op je valt…". De woorden van zijn ouders deden Gandhi nadenken over het feit dat het eigenlijk heel erg oneerlijk en onrechtvaardig was. Hij vroeg zich af waarom je deze mensen mocht behandelen naar wens, terwijl het verboden was een koe te slachten of een ander dier te laten lijden.

Toen Gandhi in Zuid-Afrika was, bemerkte hij dat men vaak neerbuigend naar hem keek. Ook zag hij dat vele Indiërs zware banen hadden en hard moesten werken. Hij had verschillende keren ondervonden, wat het betekende als Indiër in dit land te leven en hij wilde de mensen hier gaan helpen. "Ik zal de mensen helpen! Ik zal samen met hen een partij stichten en ze leren hun rechten af te dwingen.", aldus Gandhi. "We zullen zonder geweld te gebruiken ons recht afdwingen." Dit was zijn eerste doel. Hij wilde dat de Indiërs meer rechten kregen omdat ze op dat moment slecht behandeld werden. Gandhi richtte een politieke partij op, waarvan meteen duizenden mensen lid werden.

In 1914, kort voor het uitbreken van de Eerste wereldoorlog, schafte het Zuid-Afrikaanse parlement alle wetten af, die vernederend waren voor de Indiërs. Ook kregen de Indiërs politieke rechten.

In 1915 keerde Gandhi terug naar India. Hij wist nu dat hij een volk kon leiden. Zijn volgende doel was zelfbestuur voor India. Dit doel was natuurlijk erg moeilijk, maar Gandhi had er alles voor over om dat doel te bereiken.

Gandhi stichtte het ‘dorp van de geweldloosheid’. Een dorp met armzalige hutjes en mensen die zich aansloten bij de idealen van Gandhi. Ze beloofden allen te streven naar waarheid, vrijheid van vrees en natuurlijk geweldloosheid. Iedereen beloofde te werken voor een maatschappij waarin niemand meer onaanraakbaar zou zijn en waarin iedereen gelijk was. Hun leven verliep volgens een vaste dagindeling: spinnen, weven, bidden en de grond bewerken. Deze arbeid deden ze omdat ze weigerden producten te gebruiken die niet zelfgemaakt waren. Dit kun je eigenlijk ook wel zien als een doel van Gandhi. Hij wilde niet dat de mensen kleding droeg van de Engelsen, dus maakte iedereen zijn eigen kleding. Dit deed ook iedereen.

In februari 1922 haalde Gandhi zijn aanhangers over om niet meer te gehoorzamen aan de regering. "Betaal geen belasting! Doe alsof de overheid niet bestaat. Maar gebruik geen geweld!" Iedereen probeerde dit zo goed mogelijk uit te voeren, maar dit was moeilijk. De politie gebruikte namelijk wel geweld, er vielen veel gewonden. Gandhi kon het niet langer aanzien. "We houden op met de actie. Ik zal boete doen en vijf gehele dagen volledig vasten."

Gandhi reisde van dorp tot dorp. Hij was van mening dat je pas iets kon bereiken als je alle dorpen er persoonlijk bij betrok. Hij kreeg gelijk, want langzamerhand groeide het verzet tegen de Engelsen. Steeds meer mensen weigerden nog Engelse producten te kopen. Ze gooiden Europese kleren op hopen en verbrandden ze in het openbaar. Steeds meer mensen begonnen de khadi te dragen, die het herkenningsteken van het geweldloze verzet begon te worden.

In 1930 besloot Gandhi een ander onrecht te bestrijden. Het was de Indiërs namelijk verboden zelf zout te winnen, hoewel de Engelsen het wel mochten. De Engelsen bepaalden dus de prijs, ze hieven er een hoge belasting op en de meeste armen werden hierdoor getroffen. Gandhi vond dit oneerlijk en vond dat er iets aan gedaan moest worden.

Op 12 maart 1930 vertrok Gandhi met 78 vrienden om de zoutmars de lopen. Ze wilden een voettocht van bijna 400 kilometer gaan maken naar de zee, de plek waar je zout kunt winnen. Al lopend werd de groep steeds groter en groter. De mars werd een echte triomftocht, de dorpen waar ze doorheen kwamen waren allen rijkelijk versierd met bloemen, slingers en vlaggen. Onderweg hield hij vele toespraken.

Bij deze toespraken gebruikte hij vaak zijn handen bij deze toespraak. Dan stak hij zijn linkerhand met gespreide vingers omhoog en met zijn rechterhand wees hij elke keer een vinger aan. Deze vijf vingers waren eigenlijk ook wel een beetje een symbool van zijn doelen. Hij begon altijd bij zijn duim en vertelde er het volgende bij. "De eerste betekent: gelijke behandeling voor iedereen, ook voor de onaanraakbare. De tweede betekent: zelf weven en spinnen. De derde herinnert je aan matigheid: geen alcohol, geen opium. De vierde betekent: vriendschap tussen Hindoes en Moslims. De vijfde en laatste betekent: gelijke rechten voor de vrouw. Alle vijf vingers worden ondersteund door de pols en die betekent: geweldloosheid!"

Op 5 april, na meer dan 3 weken lopen bereikten de Indiërs de zee. Langs de gehele kust wonnen de Indiërs zout, door het zeewater te koken. Gandhi moest de gevangenis weer in, maar de Engelsen stonden het winnen van zout voor persoonlijk gebruik voortaan wel toe. Ook dit doel van Gandhi was dus geslaagd.

Onder leiding van de vader van Gandhi, Nehroe, eisten de politieke volgelingen van Gandhi volledige onafhankelijkheid. De Britten wisten niet meer wat te doen en riepen een ronde-tafelconferentie samen. De belangrijkste Indische voormannen werden uitgenodigd, dus ook Gandhi. Het duurde drie maanden, maar heeft uiteindelijk niets opgeleverd.

De jaren gingen voorbij en de Engelsen begonnen in te zien dat ze hun Indische kolonie wel onafhankelijk moesten verklaren. De nieuwe staat heette India. Gandhi was natuurlijk zeer trots en tevreden met wat hij bereikt had, maar met de nieuwe staat waren de problemen nog niet opgelost. Gandhi had de vrede tussen de Hindoes, de moslims en de andere minderheden geprobeerd te behouden, maar nu de onafhankelijkheid bereikt was, hadden deze groepen een enorme strijd. De moslims wilden graag een eigen staat: Pakistan. Dan pas zouden ze ophouden met vechten. Hun leider Mohammed Jinnah eiste daarbij ook nog eens een schadevergoeding. Gandhi ging akkoord, hij zag ook wel in dat dit het beste was. Beter dat dan nog meer geweld en gewonden. Maar vele Indiërs waren het er helemaal niet mee eens. Er ontstond onrust en de mensen gingen geweld gebruiken.

Gandhi begon met vasten om vrede te bereiken tussen India en Pakistan. Hij dronk alleen lauw water en hij werd zwakker en zwakker. Op een dag verloor hij zijn bewustzijn en de mensen zagen in dat het fout zou gaan aflopen, wanneer de mensen geen vrede toonden. Overal in India trokken optochten door de straten. Mensen liepen met spandoeken, waarop geschreven stond: "BROEDERSCHAP TUSSEN HINDOES EN MOSLIMS! SPAAR GANDHI!". Overal dacht men aan Gandhi en er werd openbaar voor hem gebeden. Maar Gandhi was nog niet tevreden. "Ik wil niet verder leven als de vrede niet in heel India en Pakistan terugkeert."

Een paar dagen later tekende een vredescomité een overeenkomst. Het werd aan Gandhi voorgelezen, maar er ontbraken twee handtekeningen. De leiders van de twee hevigste nationalistische hindoepartijen wilden in eerste instantie niet tekenen, maar deden dit uiteindelijk toch. Toen alle handtekeningen onder de overeenkomst stonden, was Gandhi bewusteloos. Met een natte doek, kregen ze Gandhi wakker en met geopende ogen zag hij alle verschillende leiders om zijn bed staan. Glimlachend stopte hij met vasten.

Het leek wel of de vrede in heel India en Pakistan hersteld was, maar dat was slechts schijn.

Op een avond, toen Gandhi naar de binnenplaats ging voor zijn avondgebed, ontplofte er een tijdbom. Er ontstond paniek, maar er waren geen doden gevallen. Dit was de eerste aanslag op Gandhi.

De tweede aanslag op Gandhi was op een namiddag. Gandhi ging naar de binnenplaats voor het gebed toen er een man naar hem toe kwam. Hij hield zijn handen gevouwen en trok opeens zijn pistool. Er klonken drie knallen en de Mahatma zuchtte: " Hey Rama!" en viel neer. De man die tientallen jaren tegen geweld was geweest, was om het leven gebracht door geweld.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

hij is een beetje te lang er zijn veel overbodige dingen de rest was oké goed gedaan de groete

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

T.

T.

Bedankt he!

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

beste jullie,

het is Mahatma Ghandi en geen MOhandas Ghandi

10 jaar geleden

Antwoorden

P.

P.

Mohatma is zijn bijnaam hij heet gewoon Mohandas.

3 jaar geleden

gast

gast

M.

M.

Goed werkstuk ;)

9 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

O.

O.

is er ook zo een versie maar dan voor groep 8

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast