Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Franse Revolutie

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 6e klas vwo | 5426 woorden
  • 16 maart 2015
  • 15 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 15 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

In hoeverre volgt de Franse Revolutie het patroon van een klassieke revolutie? Om dit te kunnen onderzoeken is het van belang om te weten wat een revolutie precies is en hoe een klassieke revolutie verloopt.





Een revolutie is een plotselinge opstand van het volk of verandering. Hierbij kan worden teruggegrepen naar de goede, oude, roemrijke tijd of juist vooruit worden gestreefd naar heel andere, vernieuwde maatschappij.



Volgens de theorie van Brinton heeft een klassieke politieke revolutie altijd een vast verloop. Ten eerste is er een einde van het ancien regime en een start van een nieuwe revolutie. Nieuwe spelers willen hervormingen doorvoeren. Vervolgens is er een clash tussen gematigden en radicalen waarbij de radicalen het verliezen. In de laatste fase, de derde fase, wordt de orde herstelt door een sterke leider, er is sprake van een contrarevolutie. Daarna keert de rust terug.



Een revolutie heeft veel impact op een land of gebied. Het heeft veel invloed op vier gebieden: namelijk op politiek-, sociaal-, economisch- en religieus gebied. Waar wij in dit werkstuk ook op in gaan. De meest belangrijke revoluties vonden plaats binnen grotere staten. Vaak had de revolutie een karakter van een burgeroorlog met soms daarnaast ook strijd in het buitenland. In bijna alle revoluties sprak men van een nationaal gevoel. Tijdens veel revoluties zijn meerdere landen betrokken. Maar de eigenlijke kracht van de revolutie ligt binnen het kader van de staat en de nationale cultuur. Een revolutie ontstaat uit een kwaad geweten en gaat in tegen de maatschappelijke orde zoals God deze had ingesteld. Marx kwam met de theorie dat het hele ontwikkelingsproces van de  mensheid, de voortdurende klassenstrijd, gold als het kwade geweten. Revoluties vinden vaak plaats in sterk ontwikkelde maatschappijen. Vaak is er ook sprake van een ingewikkelde manier van besturen. Dit komt doordat er veel regionale verschillen zijn binnen een groot gebied. Zowel geografisch, economisch als sociaal. De invloed van groepen, standen en klassen op het verloop van de revolutie is vaak bepalend. Want zonder leiding zou alles in geweld blijven hangen. Een goede revolutie hangt dus af van een goede leiding en een kleinere groep mensen die een verandering willen doorbrengen. Vaak omdat zij met weinig zijn onderschat de regering hen, en hebben zij succes.[1]  



De theorie van Brinton is gebaseerd op vier revoluties, namelijk de Amerikaanse revolutie, de Russische revolutie, De Engelse revolutie van1640, en de Franse revolutie. Echter, op zijn theorie van de klassieke revolutie is enig kritiek gekomen. De theorie van de klassieke revolutie is dus onder andere gebaseerd op de Franse revolutie, maar in welke mate? En in hoeverre is de kritiek op Brintons theorie terecht?



Na deze revolutie grondig uitgezocht te hebben willen wij antwoord kunnen geven op onze hoofdvraag.



In hoeverre volgt de Franse Revolutie het patroon van een klassieke revolutie?



Hoofdstuk 1: De oorzaken van de Franse Revolutie



Er waren diverse oorzaken voor het uitbreken van de Franse Revolutie. Deze oorzaken zijn te verdelen in lange termijn oorzaken en korte termijn oorzaken.[2]



Lange termijn



Er was veel onvrede onder het Franse volk. Zij hadden op vijf verschillende punten kritiek.



Ondanks dat het steeds beter ging met de economie in de 18e eeuw merkte de gewone bevolking hier nauwelijks iets van. Er waren nog altijd problemen met de bevoorrading en de voedselprijzen bleven nog steeds stijgen.



De periode voor de Franse Revolutie wordt ook wel het Ancien Régime genoemd. De Franse samenleving was destijds verdeeld in standen en 95% van de bevolking was Rooms-Katholiek. De Rooms-Katholieke Kerk was dus zeer belangrijk en had daarom zeer veel invloed. Daarnaast bezat de Kerk veel land en ontving de Kerk veel geld uit de belasting die geheven werd, de tiende penning. Steeds meer burgers verzetten zich tegen het feit dat de Kerk zoveel macht en bezittingen had. Ook verzetten zij zich tegen de privileges die de adel had. Daarnaast verzetten de boeren zich ook tegen de tiende penning die zij moesten afstaan, tegen de feodale rechten en tegen de voordelen die grootgrondbezitters hadden ten op zichten van de kleinere boeren. Deze standpunten werden samengevoegd in het 'Cahiers de Doléances' die in 1780 werd meegegeven aan de vertegenwoordigers die in de Staten-Generaal zaten.[3]



De Staat was in 1787 financieel bankroet. De schuld was niet extreem groot maar de koning had niet de mogelijkheid om hogere belastingen te heffen of om nieuwe schulden te maken om vervolgens weer financieel gezond te worden. Dit kwam omdat hij hiervoor toestemming moest hebben van het Parlement. Er werden diverse oplossingen bedacht maar deze liepen allemaal op niets uit. De adel had het hier dus gewonnen van de Koning, maar de adel had geen rekening gehouden met de derde stand die zich verzette.



Vanuit de Verlichting ontstonden ideeën die antiautoritair waren. Hieruit ontstond een beweging die veel revolutionaire ideeën met zich meebracht. Deze beweging raakte bij steeds een breder publiek bekend en daarom beseften steeds meer mensen dat er iets moest gaan veranderen aan het huidige bestuur.



Er was onenigheid tussen de koning en de adel. Volgens de adel handelde de koning niet legitiem. De koning wilde de voorrechten van de adel verminderen, wegen aanleggen, de belasting veranderen en het bestuur en de rechtspraak vereenvoudigen. In 1750 begon al de aanleiding van de Revolutie, er ontstond een gevecht tussen de twee.[4]



Korte termijn



Doordat er vele misoogsten waren in Frankrijk, ontstonden er structurele hongersnoden. Speculanten speelde hierop in, daarom ontstond er de graanpolitie. Zij moesten de speculatie tegengaan. Door minister Turgot hadden de speculanten de mogelijkheid om de markt te beïnvloeden. Hier hoefde geen misoogst voor te zijn. In 1788 was er een misoogst in Frankrijk. De broodprijzen stegen en een gevolg hiervan was dat er veel werkloosheid ontstond. Ook ontstond er een tekort aan vele levensmiddelen. De oogst was laag en er was te weinig voedsel om de hele bevolking ervan te voorzien. De bevolking kon dus al moeilijk aan voedsel komen en tot overmaat van ramp zou Marie-Antoinette, de vrouw van Lodewijk XVI, hebben gezegd dat het volk maar brioche moest eten als er geen brood was. Deze uitspraak zette vele burgers aan tot woede. Daarnaast publiceerde Jacques Necker in 1781 een rechtvaardiging van zijn beheer van de schatkist. Hiermee groeide de ontevredenheid onder de bevolking nog verder. Necker gaf veel geld uit aan paleizen, eigen voorzieningen en pensioenen terwijl de bevolking nauwelijks te eten heeft. Er werd een pamflet uitgebracht met daarop de tekst 'Le peuple n'a pas de pain? Qu'il mange de la brioche!'. Hiermee werd gezegd dat wanneer het volk geen brood heeft om te eten, er dan maar brioche moest worden gegeten.



Verder was er een grote concurrentie van goedkope producten uit Engeland. Door de opkomende industrie, konden producten daar tegen een lage prijs worden geproduceerd. Er ontstonden rellen toen de arbeiders doorkregen dat er hierdoor misschien een loonsverlaging zou komen.



Zoals bekend, waren er financiële problemen in Frankrijk. Er was een begroting gemaakt die niet in evenwicht was. Er waren 502 miljoen livres ontvangen en 630 miljoen livres uitgegeven, wat leidde tot enorme schulden. Mede door de hoge rente stegen de schulden nog verder, waardoor de regering steeds meer terug moest betalen.



Het Franse volk was het niet eens met de wijze waarop Frankrijk bestuurd werd. Lodewijk XVI was een absolute monarch. Het volk kon niet meebeslissen. De derde stand liet zich niet langer besturen door de adel. Door de Verlichting hadden ook zij nieuwe inzichten gekregen in hoe de maatschappij bestuurd moest worden. In de Verlichting werd het verstand belangrijk, ook onder de burgerij. Via pamfletten werden er beschuldigingen ten aanzien van de koning verspreid. Door de Verlichting was men anders gaan denken, en veel mensen interesseerden zich in deze pamfletten. Het was een teken van verzet tegen de koning. In de cahiers pleitten de patriotten voor hervormingen op economisch en juridisch gebied. Ze wilden eveneens een afschaffing van de privileges voor de adel en de absolute monarchie.



Er waren problemen rondom de Droit Divin waarbij de koning absolute macht had en alleen aan God verantwoording schuldig was. De filosofen en de adel waren het hier niet mee eens. Zij vonden dat ook het volk mee mocht denken over de beslissingen die de Koning nam. Volgens hen was het beter als de koning alleen de uitvoerende macht had en de Parlementen de wetgevende macht en de rechtsprekende macht.



De Franse samenleving bestond uit verschillende standen. Deze moesten volgens veel mensen worden afgeschaft omdat alle mensen gelijk moesten zijn. Het feit dat alleen de derde stand, die niets minder was dan de eerste en de tweede stand, belasting moest betalen was zeer oneerlijk. Zij wilden ook graag mee kunnen praten  en meebesturen in de regering. Daarnaast had de derde stand ook maar beperkte rechten.



Hoofdstuk 2.1: Gezagsverlies Ancien Régime 1789-1791



Na de groeiende ontevredenheid onder de burgerij als gevolg van verlichte ideeën, werd het echt tijd voor een verandering. Hierdoor kreeg koning Lodewijk XVI steeds minder aanzien en het Ancien Régime leed gezagsverlies waarmee de eerste fase van de Revolutie van start ging. De filosofen stimuleerden deze veranderingen. In deze fase speelden zich twee belangrijke gebeurtenissen af, namelijk de afschaffing van het feodale stelsel en het vastleggen van de Verklaring van de Rechten van de Mens.



Tot dan toe stond er een absolute monarch aan het hoofd van Frankrijk, maar daar zou binnenkort verandering in komen. Bij een absolute monarchie is de koning de baas, en hoeft hij alleen verantwoording af te leggen aan God. In praktijk bleek wel, dat de koning toch vaak overeenkomsten moest hebben met de kerk of de adel. Lodewijk XVI stond bekend als de koning die moeilijk besluiten kon nemen.[5]



Toen hij in 1789 niet kon ontkomen aan het aanstellen van een nieuw financieringssysteem, riep hij de gehele Staten-Generaal bijeen. Hierin zaten vertegenwoordigers van alle drie de standen. Met het aannemen van een nieuw financieringssysteem zouden de adel en de geestelijken hun privileges verliezen. Het bijeenroepen van de Staten-Generaal was zeer bijzonder en de bevolking kreeg het gevoel dat ze daadwerkelijk een omwenteling konden afdwingen. Alle 1300 leden van de Staten-Generaal kregen de mogelijkheid om hun klachten te melden in de ‘Cahiers de doléances’.[6]



De burgers vermeldden hierin dat zij financieel maar ook juridisch een verandering wilden.



Ten tweede moest de absolute monarchie verdwijnen en plaats maken voor een constitutionele monarchie. Voorheen werd er ten tijde van het Ancien Régime gestemd per stand, maar men wilde dit nu veranderen naar het stemmen per hoofd. Voor de derde stand was dit een positieve verandering, want zij hadden veel afgevaardigden in de Staten-Generaal. Omdat er geen duidelijke meerderheid was om hoofdelijk of per stand te stemmen, vormde de burgerij op 20 juni 1789 een nationale vergadering, wat ook wel bekend staat als het 'Assemblée Nationale Législative'.[7]



Langzamerhand sloten ook de afgevaardigden uit de andere twee standen zich aan bij de nationale vergadering. Het geduld van de bevolking begon op te raken. Dit had een reeks rellen tot gevolg.[8]



Verder nam de werkloosheid enorm toe omdat er veel immigranten naar Parijs kwamen waardoor de banen van de oorspronkelijke Franse bevolking werden ingenomen.[9]



Na het ontslag van Necker in 1787 als gevolg van het verwijt dat Necker staatsgelden verduisterd had, vond de bevolking dat ze geen aandeel meer hadden in de regering en werden ze woest. Als reactie hierop plunderden men de wapenopslagplaats van Hôtel des Invalides en bestormden ze op 14 juli 1789 de Bastille. De Bastille werd gezien als symbool voor het absolutisme, en dit was juist hetgeen waar men afstand van wilde doen.[10]



De bestorming van de Bastille was een aanleiding voor de rest van het land om ook in opstand te komen. Vooral de edelen op het platteland maakten een zware tijd mee. Er heerst 'la grande peur', de grote angst, want alles wat met het absolutisme te maken had werd vernield. De koning en zijn onderdanen werden steeds meer in het nauw gedreven, want de boeren verenigden zich in boerenrevoltes en verzetten zich tegen de heerlijke rechten van de hogere standen.Verder waren de boeren ontevreden over het feit dat zij de complete belasting moesten betalen. Deze belasting werd de taille genoemd, en bestond uit:



- de cijns, belasting in de vorm van geld



- corvée, drie verplichte dagen per jaar dat de boeren moesten werken voor de hogere standen



- champart, het afstaan van een gedeelte van de oogst



- banaliteiten, het betalen voor faciliteiten om het werk goed uit te voeren



- mainmorte, als de pachtheer kwam te overlijden kon het zo zijn dat het pachtcontract kon worden opgeheven



- tiende penning



Om de boeren tevreden te houden werd er besloten om deze rechten af te schaffen. Dit gebeurde op 4 augustus 1789. Uiteindelijk veranderde er nauwelijks iets voor de boeren. De hogere klassen zaten in de vergadering en zij moesten deze beslissingen nemen. Maar omdat dit hen niet ten goede kwam veranderde er nauwelijks iets. Binnen een week werden de beslissingen over het afschaffen van de heerlijke rechten dan ook al ongedaan gemaakt. Vanaf dat moment waren de heerlijke rechten eigendomsrechten, en deze moesten beschermd worden. Wel veranderde een aantal verplichtingen en werd het voor de boeren mogelijk om sommige verplichtingen en belastingen af te kopen. Toch nam de onrust niet af, sterker nog, de onrust groeide.



Ruim drie weken later, werd de 'Déclaration des droits de l'homme et du citoyen', de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, ingevoerd. Dit werd officieel vastgelegd op 26 augustus 1789 en opgenomen in Artikel 1: "De Assemblée Nationale vernietigt totaal het feodale regime". Deze verklaring deed denken aan de onafhankelijkheidsverklaring van Amerika in 1776 omdat met deze verklaring de burger ook vrijer en onafhankelijker werd van de regering. De kernwoorden van de Franse samenleving werden vanaf toen aangeduid met de volgende drie woorden: 'liberté, égalité et fraternité'. Vrijheid, gelijkheid en broederschap is het nieuwe uitgangspunt van Frankrijk.



Men moest nog wel even geduld hebben met de afschaffing van de monarchie. Niet de gehele bevolking kreeg in één keer kiesrecht, de rijke mannen waren bevoorrecht en pas later kreeg de rest van de bevolking ook toestemming om hun stem uit te brengen.[11]



Hoofdstuk 2.2: Het bewind der gematigden 1791-1792




Na de eerste fase waarin het feodale stelsel werd afgeschaft en de Verklaring van de Rechten van de Mens werd vastgelegd brak de tweede fase aan: het bewind der gematigden. De burgerij was nog altijd ontevreden met het gevoerde beleid van de regering. Zij wilden dat de macht van de koning verder zou afnemen.



De revolutionairen schaften met de Wet Le Chapelier de gilden af op 14 juni 1791. Ook stelden zij nieuwe arbeidsvoorwaarden in, in het voordeel van de ondernemende burgers en ten koste van de arbeiders.[xii]



Op 3 september 1791 kwam uiteindelijk de grondwet tot stand waarin stond dat er niet langer een absolute monarchie als bestuursvorm van Frankrijk werd gehandhaafd. De absolute vorst moest plaats maken voor een constitutionele monarchie en zou alleen nog maar de uitvoerende macht hebben. Lodewijk XVI gaf zijn functie als koning niet op, maar zijn gezag kromp aanzienlijk. Met het ontstaan van de Grondwet verdwenen de verschillende standen. Daarmee ontstonden er wel twee groepen in de samenleving, namelijk de 'actieve burgers' en de 'passieve burgers'. De actieve burgers waren alle mannen die ouder waren dan 25 jaar en die belasting betaalden, en de groep passieve burgers was de rest van de bevolking. De passieven hadden niet het recht om deel te nemen aan de Nationale Garde en hadden ook geen toestemming om te stemmen.



Vanwege de toenemende mate van vrijheden voor het volk, als gevolg van de Grondwet, kon men meer zijn of haar mening laten horen tijdens debatten of in de media. Voor het volk was dit niet alleen een vooruitgang, de publieke opinie werd ook daadwerkelijk belangrijk in de samenleving.[xiii]



Vooral in Parijs kwamen er steeds meer debatten. Sprekers met dezelfde politieke mening begonnen zich te verenigen in fracties. Een bekende spreker was Maximilien de Robespierre. Hij was advocaat en uitte zijn mening over de politiek graag en was sterk vóór de Revolutie. Toen hij zich bij de Jacobijnen voegde, veranderde deze fractie in een radicalere groep. Dit kwam door de toestroming van jonge aanhangers. Andere fracties die ontstonden waren de Cordeliers en de Girondijnen. De fracties kwamen elk bijeen in een klooster waar vergaderd werd. Naar deze kloosters zijn uiteindelijk ook de namen van de fracties genoemd.



De edelen verloren steeds meer macht en vluchtten weg uit Frankrijk. Omdat zij samen met Lodewijk XVI tegenstander waren van de afschaffing van de absolute monarchie, probeerden ze een contrarevolutie voor te bereiden. Elk besluit wat in de Assemblée genomen werd probeerden zij tegen te houden. De strijd tussen de Girondijnen en de Jacobijnen werd steeds heviger doordat de meningen steeds verder uiteen liepen. Er kwam een nieuw parlement en dit parlement wilde een republiek. Toch kon Lodewijk XVI het niet verdragen dat hij door zijn volk niet meer als de absolute leider werd gezien en hij probeerde 21 juni 1791 het land uit te vluchten. Deze poging mislukte, want hij werd in Varennes tegengehouden. Lodewijk XVI werd overgeplaatst naar het Tuilerieënpaleis, want daar kon hij beter gecontroleerd worden. Hij moest dus zijn oude vertrouwde paleis van Versailles verlaten. De Nationale Garde viel het paleis aan om Lodewijk XVI aan te vallen, maar Lodewijk XVI kon hier aan ontkomen.[xiv]



Hoofdstuk 2.3 Terreur 1792-1795



Nadat de absolute monarchie was afgeschaft en de constitutionele monarchie zijn intrede had gemaakt ging de derde fase van start, de meest radicale van de vier: Terreur. Onder het hoogtepunt van het schrikbewind worden de Septembermoorden bedoelt. In deze periode speelden de Patriotten een belangrijke rol en nam de rol van de Rooms-katholieke kerk sterk af.



Nadat Lodewijk XVI aan zijn dood ontsnapte volgde er in 1792 een oorlog van Frankrijk naar zijn omliggende landen. De Patriotten wilden met deze oorlog het Patriottisme onder de bevolking laten groeien. De Lisle componeerde een liedje om de Franse militairen te steunen in de strijd tegen het buitenland. Dit lied wordt de Marseillaise genoemd en is het huidige volkslied. Tijdens de absolute monarchie stond de witte vlag centraal voor Frankrijk en dat veranderde tijdens de oorlog door de revolutionairen in de blauw-wit-rode vlag zoals Frankrijk deze nog steeds heeft. Na een zware strijd waar de oorlog niet zo soepeltjes verliep voor de Fransen, wonnen de Fransen na een half jaar strijd van de Pruisen waarmee men dacht dat de revolutie was afgelopen. Voor de Jacobijnen was dit nog niet goed genoeg. Ze begonnen een tweede revolutie. Zij noemden zichzelf ook wel de Sansculottes waarmee ze alle niet-aristrocatische mensen bedoelden. De Sansculottes uit Parijs en de Jacobijnen bezetten op 10 augustus 1792 de Tuilerieën om Lodewijk XVI daar aan te treffen, maar Lodewijk XVI was op tijd weg. Zijn lijfwachten daarentegen waren dat niet en werden afgeslacht. Lodewijk XVI zocht onderdak bij de Assemblée, en de Jacobijnse groep greep in Parijs de macht. Zij dwongen de Assemblée om de koning te arresteren, om de Republiek te stichten en de Constitutie af te schaffen. Uiteindelijk werd op 22 september 1792 de Republiek uitgeroepen. De Republiek werd destijds bestuurd door een tijdelijk, oorlogskabinet en Lodewijk XVI werd ter dood veroordeeld. Op 21 januari 1793 werd Lodewijk XVI door de guillotine onthoofd. De guillotine heeft hiermee zijn intrede gedaan en werd in de loop van de tijd steeds vaker gebruikt. In totaal werden er in Parijs 2600 mensen ter dood gebracht door de guillotine. Ook zijn vrouw, Marie-Antoinette belandde later dat jaar onder de guillotine.[xv]



Vanaf september 1792 nam de staat de controle over van de Kerk op een aantal gebieden. Hieronder vielen de geboorte-, sterf- en trouwregisters. In mei 1793 werden de eerste kerken gesloten en werd de katholieke mis verboden. Vele kerken werden geplunderd om het goud en zilver wat er lag. Dit werd gebruikt om de oorlog te financieren. Daarnaast werden ook de kruizen en andere objecten vernietigd en werden de beelden verwijderd. De in beslag genomen goederen werden gebruikt als een onderpand voor de assignaten. Assignaten waren waardepapieren die als geld moesten dienen om schulden af te lossen. De invloed van de Rooms-katholieke kerk nam sterk af. Alles wat te maken had met het Christendom werd afgeschaft of veranderd. In november dat jaar verving de Republikeinse Kalender de Gregoriaanse. Hiermee werden de zondag, de sabbat, de heiligendagen en andere hoogtijdagen die betrekking hadden op het Christendom verboden. Deze feestdagen werden dan vervangen door andere feestdagen die niets hadden te maken met het Christendom. Deze dagen werden de 'La fête Republicaine' genoemd. Gebaseerd op de Verlichting en het denken van Voltaire ontstond er een atheïstisch geloof dat het Christendom verving. Dit stond bekend als de 'Culte de la Raison'. Een aantal sterk radicale revolutionairen stonden hierachter, namelijk Hébert, Chaumette en Fouché. Ook kreeg deze cultus veel steun van de Sansculottes. In oktober 1793 ging de Revolutie de radicaalste fase in, ook wel Terreur genoemd. De burgerij bestormde de gevangenissen en vermoordde veel gevangenen. Dit staat bekend als de 'Les Massacre de Septembre', de Septembermoorden. De noodtoestand werd afgekondigd en alle verdachten van de contrarevolutie werden opgepakt. Velen van hen werden gevangen genomen en naar de gevangenis of guillotine gebracht. Al deze lijken werden begraven in massagraven. Als gevolg hiervan ontstond er een burgeroorlog. Mensen van adel kwamen in opstand en het leger nam Saumur en Angers in. Het centrale bestuur viel niet meer te handhaven en op 23 december 1793 werd het contrarevolutionaire leger verslagen. Hierbij vielen 200.000 doden. Nog steeds was de verhouding tussen de Girondijnen en de Jacobijnen slecht. De Terreur eindigde op 28 juli 1994 toen Robespierre zelf onder de guillotine belandde. Ook al was dit het einde van de Terreur, de situatie bleef nog lange tijd slecht.[xvi]



Hoofdstuk 2.4: Directoire 1795-1799



Ondanks dat de meest radicale fase voorbij was, was de situatie nog steeds slecht. Maar hiermee ging wel de laatste fase van de Revolutie van start, het Directoire. Dit was de periode waar vijf directeuren Frankrijk bestuurden. Dit bestuur was zeer corrupt en ineffectief. De rust werd uiteindelijk hersteld in de Thermidor door Napoleon Bonaparte. De Thermidor is de laatste fase van een revolutie waarin de rust wordt herstelt en de contrarevolutie begint.



Op 23 september 1795 werd er een nieuwe grondwet aangenomen. Vergeleken met de grondwet van 1793 was deze een stuk minder democratisch. Een wetgevende macht die bestond uit twee gekozen kamers, benoemde een uitvoerende macht van vijf directeurs. En zij benoemde op hun beurt ministers. Omdat de macht dus lag in handen van het Directoraat noemt men dit ook wel het Directoire.



Er was een grote dreiging van buitenlandse aanvallen.



Het ambtelijke apparaat en de Nationale Garde werden gezuiverd om de binnenlandse veiligheid te handhaven.



In 1795 was de Terreur Blanche waarbij er veel Jacobijnse slachtoffers vielen.



Het bestuur bleef gecentraliseerd en na lange tijd werden eindelijk de financiën aangepakt. Eind 1796 werden de assignaten afgeschaft. Verder veranderden de regels over de belastingen. Delen van de Zuidelijke Nederlanden werden een deel van Frankrijk en opgezet als dochterrepubliek. Het Directoire werd gezien als een règime maar ondanks dat had het directoire maar weinig gezag. Nadat er drie jaar geen vrije verkiezingen geweest waren, waren er voor het eerst weer vrije verkiezingen in mei 1797. Men stemde op een kiesman die vervolgens twee wetgevende kamers samenstelde. Van hieruit werden de uitvoerende directeuren benoemd. De constitutionele monarchisten wonnen deze verkiezing. De drie belangrijkste directeuren Reubell, Barras en La Revellière wilden hun partij redden door een staatsgreep te plegen. Ze zochten contact met generaal Napoleon Bonaparte, omdat zij hem nog kenden van een eerdere opstand uit 1795. Oorspronkelijk kwam Bonaparte uit Corsica en was hij van lage adel. Hij greep de macht en zorgde voor een nieuwe democratische samenleving. In 1796 keerde hij vanuit Italië terug naar Frankrijk en omsingelde hij met zijn leger de regeringsgebouwen. De verkiezingen werden ongeldig verklaard en een aantal monarchisten werd gearresteerd. Bonaparte was generaal van het Franse leger en had met hen al grote successen geboekt. Zoals de overwinningen uit 1796 en 1797 op Oostenrijk. Hij maakte gebruik van zijn eerzucht en in oktober 1797 werden de natuurlijke grenzen van Frankrijk erkend. In landen rondom Frankrijk werd er een republiek gesticht net als Frankrijk. Bonaparte had in zijn hoofd om wereldheerser te worden en hield zich daarom bezig met buitenlandse politiek. In 1799 vond de staatsgreep daadwerkelijk plaats. Bonaparte schafte hiermee het directoraat af. Na een zeven jarig bestaan van de Republiek kwam de macht in handen van het Consulaat bestaande uit drie personen, waaronder Bonaparte. Bonaparte kreeg de meeste macht en hij werd consul voor het leven. Hij kroonde zichzelf tot keizer in 1804. Zijn successen had hij te danken aan het feit dat hij orde op zaken stelde en omdat hij de belangrijkste idealen van de Revolutie behartigd. Hij breidde het leger uit waardoor hij nog populairder werd onder de bevolking.



Na de fase van de Terreur was de meeste woede verdwenen. De burgerij had gekregen wat ze wilde: meer inspraak in de politiek en meer vrijheid. De leidende posities waren immers overgenomen door de gegoede burgerij. Het land kon nu weer opnieuw worden opgebouwd. Bonaparte zette de hervormingen door en begon zo een nieuw tijdperk.[xvii]



Hoofdstuk 3: De gevolgen van de Franse Revolutie



Met de komst van Napoleon kwam de Franse Revolutie ten einde. De Franse Revolutie heeft heel wat met zich meegebracht en heeft gezorgd voor vele veranderingen.



Postieve gevolgen




  • Een positief gevolg van de Franse Revolutie was de invoering van de grondwet. Deze invoering vormde de basis van de Franse wetgeving. 



Aan het eind van de revolutie, kwam Napoleon aan de macht. Hij heeft vele nieuwe wetten ingevoerd en de meest bekende hiervan is de Code Napoleon. De Code Napoleon bestond uit drie wetboeken, namelijk het burgerlijkwetboek, koophandel en strafwetboek. Ook stelde Napoleon diverse standaarden in en was hij de grondlegger van bijvoorbeeld de achternamen. Achternamen waren volgens hem noodzakelijk omdat alle burgers geregistreerd moesten zijn in de administratie van het land. Deze verandering was positief omdat men zo makkelijk kon bijhouden van welke burger er bijvoorbeeld belastingen waren ontvangen en van wie niet. Een onbedoeld gevolg van Bonaparte was dat hetnationalisme groeide.




  • Een tweede positief gevolg van de revolutie is het feit dat er in Europa duidelijke grenzen aan de verschillende landen. Door de oorlogen die plaats hebben gevonden, hebben volken hun land uit kunnen breiden.

  • Daarnaast zou de klassenmaatschappij er nooit zijn geweest. Tijdens de Franse Revolutie is de Standenmaatschappij namelijk veranderd in een klassenmaatschappij. Ook zouden de burgers een stuk minder vrijheid hebben. De vorst zou nog steeds alle absolute macht hebben, waardoor de onrust onder de bevolking zou voortbestaan. Door de Franse Revolutie heeft de bevolking meer vrijheid gekregen om zijn eigen leven in te delen.

  • De 18e eeuw was tevens de eeuw van de Verlichting. Door de nieuwe wetten die ontstonden tijdens de revolutie, kon men de verlichte ideeen gelijk toepassen in het nieuwe bestuur van Frankrijk.[xviii]





Negatieve gevolgen




  • De Franse Revolutie bracht ook nadelen met zich mee. Tijdens de Franse Revolutie zijn er miljoenen mensen vermoord door het geweld dat men gebruikte. Vooral de mensen uit de derde stand kregen het te verduren. Vele mensen zijn gestorven doordat ze onder de guillotine belandden.

  • Ook tijdens de oorlogen met bijvoorbeeld Oostenrijk en de Pruisen, zijn er meer dan een miljoen slachtoffers gevallen. Verder zorgden de Septembermoorden en de bestorming van de Bastille voor veel bloedvergieten.

  • Ten derde verloren veel Fransen hun baan door de vele immigranten die naar Frankrijk kwamen. Ongeveer 10% van de totale bevolking had geen baan. Na de revolutie duurde het een hele tijd voordat elk van hen weer werk had gevonden.



En als laatste was heel Frankrijk, maar ook Europa, totaal vernield. De wederopbouw van Frankrijk die toen plaatsvond kostte veel geld.[xix]



Conclusie



Om antwoord te kunnen geven op de vraag in hoeverre de Franse Revolutie het patroon van een klassieke revolutie volgt, is het van belang om overeenkomsten te onderzoeken tussen deze revoluties. Brinton had een revolutiemodel ontwikkeld, waarin hij de kenmerken van een klassieke revolutie beschreef. Dit model bestond uit de volgende vier fases.




  • Gezagsverlies Ancien Régime

  • Bewind der gematigden

  • Dictatuur der radicalen

  • Fase van contrarevolutie, de Thermidor



De Franse Revolutie voldeed aan het eerste kenmerk. Voor 1789 werd Frankrijk bestuurd door een absolute monarch. Men had geen inspraak in het bestuur van het land en er was sprake van een feodaal systeem. De bevolking begon door de Verlichting anders naar het leven te kijken. Het verstand ging een grotere rol spelen, waardoor men van mening was dat de absolute monarchie af moest worden geschaft. Men wilde af van het strenge Ancien Régime en wilde meer vrijheden. Het Ancien Régime leed dus gezagsverlies.



Nadat de bestorming van de Bastille had plaatsgevonden, was de Franse Revolutie daadwerkelijk begonnen. De macht van koning Lodewijk XVI kromp in. In de grondwet van 1791 werd definitief besloten dat de absolute monarchie plaats moest maken voor de constitutionele monarchie. Langzamerhand kreeg het volk dus steeds meer inspraak in het bestuur van Frankrijk. De oprichting van fracties zorgden er mede voor dat de gematigden meer macht kregen omdat zij samen sterk stonden in hun fractie. Ook dit aspect van de klassieke revolutie was dus terug te vinden in het verloop van de Franse Revolutie.



Met de komst van de Terreur in 1792 in Frankrijk, brak er een gewelddadige tijd aan. Lodewijk XVI werd met harde hand van zijn machtspositie verwijderd en daarna op gruwelijke wijze vermoord door de guillotine. De Jacobijnen waren nog steeds niet tevreden en in 1793 waren de Septembermoorden waarbij nog eens veel slachtoffers vielen. Dit was de fase van het dictatuur van de radicalen.



In de laatste fase kreeg het Directoire de macht. Deze groep directeuren waren corrupt en hadden tot 1799 de macht. Aan het directoraat werd, door de staatsgreep van Napoleon, een einde gemaakt. Napoleon was de man die een einde maakte aan de Franse Revolutie. Hij herstelde de orde in Frankrijk en introduceerde hiermee een periode van rust na lange tijd. Dit wordt ook wel de Thermidor genoemd.



De Franse Revolutie voldoet dus aan alle kenmerken van een klassieke revolutie zoals Brinton deze heeft beschreven.  



Bijlage: Literatuur



Boeken



Ardagh, J. e.a. De atlas van Frankrijk. (Amsterdam, 1992)



Beliën, H.M. e.a. Een geschiedenis van Europa 1500-1815.



(Haarlem, 1983)



Flake, O. De Franse Revolutie 1789-1799. (Amsterdam, 1968)



Lafeber, C.V. Politiek-militaire geschiedenis van de Franse Revolutie tot en met de Frans-Duitse oorlog. (Goirle, 2008)



Pas, N. De geschiedenis van Frankrijk in een notendop. (Amsterdam, 2008)



Internet:



https://drive.google.com/folderview?id=0B7ghpIxD8SGKcVctcFpKZzRzWTg&usp=drive_web



http://franse-revolutie.weebly.com/negatieve-gevolgen.html



http://franse-revolutie.weebly.com/positieve-gevolgen.html



http://historiek.net/bestorming-van-de-bastille-1789/473/



http://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie



http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacques_Necker



http://nl.wikipedia.org/wiki/Ontkerstening_(Franse_Revolutie)



Eindnoten







[1] http://nl.wikipedia.org/wiki/Revolutie







[2]http://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie#Oorzaken_van_de_Franse_Revolutie







[3] http://nl.wikipedia.org/wiki/Ontkerstening_(Franse_Revolutie)







[4] http://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie







[5] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 51     ` ` `http://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie







[6] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 52



  De atlas van Frankrijk, pagina 59







[7] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 53







[8] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 54







[9] Een geschiedenis van Europa 1500-1815, pagina 141





[10] http://historiek.net/bestorming-van-de-bastille-1789/473/



` http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacques_Necker



` De Franse Revolutie 1789-1799, pagina 11







[11] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 54             `    `  ` http://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie







[xii] http://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie







[xiii] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 54  ` `  ` ` ` ` ` ` http://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie







[xiv] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 55, 56, 57, 58



` Een geschiedenis van Europa 1500-1815, pagina 346, 347, 348





[xv] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 57



` Een geschiedenis van Europa 1500-1815, 347



   De atlas van Frankrijk, pagina 64







[xvi] http://nl.wikipedia.org/wiki/Ontkerstening_(Franse_Revolutie)



   De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 57





[xvii] De geschiedenis van Frankrijk in een notendop, pagina 58, 59



   Een geschiedenis van Europa 1500-1815, pagina 350, 351, 352





[xviii]https://drive.google.com/folderview?id=0B7ghpIxD8SGKcVctcFpKZzRzWTg&usp=drive_web



    http://franse-revolutie.weebly.com/positieve-gevolgen.html







[xix] http://franse-revolutie.weebly.com/negatieve-gevolgen.html




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.