ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Inleiding



We hebben het onderwerp Stalin gekozen, omdat we het interessant vonden om meer over hem te weten te komen. We hebben zijn jeugd ook onderzocht om een beter beeld te vormen. Waarom hij is geworden wie hij was. Zijn macht heeft vele mensenlevens gekost. Hij heeft Rusland meer bekendheid gegeven, maar de manier waarop hij dat deed was buitengewoon onmenselijk.



De probleemstelling is dan ook de manier waarop Stalin oppermachtig wilde worden.



Wie was Stalin?



Hij werd op 21 december 1879 geboren als Josef Vissarionovitsj Djoegasjvili in het Georgische dorpje Gori, waar zijn vader schoenmaker was. Eerder had z'n moeder twee jongens gebaard, die beiden jong stierven. Josef bleef het jongste kind. Zijn jeugd was een grote ellende. Het was de schuld van zijn vader, een dronkaard, gewend om z'n kater af te reageren op moeder en zoon. ,,Vreselijke pakken slaag, die daarbij nog onverdiend waren ook'', zei een jeugdvriend later. Soms sloeg de moeder terug en ook Josef deed dat eens. Als elfjarige wierp hij een mes naar zijn vader en vluchtte naar de buren, die hem tegen z'n vader beschermden. In 1909 stierf deze bruut bij een ruzie in de kroeg. De moeder zocht troost in het geloof en de kerk, Josef hield zich stil en probeerde weinig op te vallen. Camouflage werd een tweede natuur. ,,Om zich tegen de harteloosheid van zijn vader te kunnen verdedigen, werd hij wantrouwend en op zijn hoede, leerde hij te ontwijken, te huichelen en zijn tijd af te wachten'', meende biograaf Isaac Deutscher, en hij trok zijn conclusie snel: ,,Het leven gaf hem al op jonge leeftijd lessen die hem later van nut zouden zijn.'' Een andere erfenis uit zijn jeugd was de pokdaligheid, gevolg van de pokken. Op foto's liet Stalin de oneffenheden op z'n gelaat retoucheren. Zijn geringe lengte - hij was slechts 1.64 meter lang - was hem een kwelling. Later liep hij op schoenen met hoge hakken en tijdens het afnemen van parades stond hij op een stenen verhoging. Door een infectie was z'n linkerarm wat korter dan de rechterarm en mogelijk enigszins verlamd. Dit gebrek heeft hij altijd gecamoufleerd. Camouflage was Stalins antwoord op z'n lichamelijke gebreken en het geweld in huis. Macht en autoriteit bleken hetzelfde als pijn en verdriet doen. Om pijn en verdriet te voorkomen, moest hij macht verkrijgen. Stalin kon niet anders.





Stalin aan de macht



Na de dood van Lenin in 1924 ontstond er een opvolgingsstrijd onder de leiders van de Communistische Partij.

Hoewel Stalin in en na de revolutie van 1917 een veel kleinere rol had gespeeld dan Trotski, bleek hij toch de sterkste. Hij verbond zich eerst met de gematigden (= rechtse oppositie) en schakelde zo Trotski en zijn aanhangers uit. Daarna wist Stalin ook de gematigde groep opzij te zetten. Hij slaagde daarin doordat hij als secretaris-generaal van de partij grote invloed had op nieuwe benoemingen en zo een solide machtsbasis kon maken. In 1928 werd Trotski naar Alma-Ata verbannen en in 1929 werd hij het land uitgezet. Stalin gaf in 1940 de opdracht om hem te vermoorden in Mexico. De massale viering van Stalins 50e verjaardag bevestigde zijn centrale positie.



De belangrijkste kenmerken van het beleid van Stalin:

In 1928 had Stalin de macht zo stevig in handen dat hij aan een eigen politieke orde kon gaan denken:

· Het centraliseren van de politieke macht in handen van een partij onder leiding van een absolute leider: Stalin.

· Het invoeren van een commando-economie in de vorm van Vijfjarenplannen, opgesteld door een Staatsplancommissie, het Gosplan.

· Het voorschrijven van de ‘communistische moraal’ als het officiële ideaal.



Stalin vond de politieke orde nodig om:



· Een einde te maken aan de permanente noodtoestand waarin de Russische samenleving sinds 1917 zou verkeren.

· De klasseloze industriële samenleving tot stand te kunnen brengen.

· Een machtige militaire mogendheid tegen een vijandige buitenwereld te worden.



Volgens Stalin werd de noodtoestand veroorzaakt door twee sociaal- economische ontwikkelingen:

· Een conflict tussen de boeren en de partijleiding.

· Afnemende bereidheid van de industriearbeiders om de productie te verhogen.



In 1929 besloot de partijtop, o.l.v. Stalin, tot zeer ingrijpende hervormingen, de ‘Grote Doorbraak’:

· Een grootschalige industialisatie.

· Een agrarische collectivisatie ‘van bovenaf’ ( i.p.v. een geleidelijke industrialisatie ‘van onderop’ zoals de NEP* het had bedoeld).



Om zijn doelen te bereiken claimde Stalin het recht de samenleving ingrijpend te hervormen.



NEP*:

In 1921 voerde Lenin de Nieuw Economische Politiek in. Dat hield in dat de dwang waaronder de boeren leefden, werd verlicht.

Stalin legt de basis voor een industriële samenleving



Stalin wilde in korte tijd de SU van een agrarische staat in een industriële staat veranderen. De NEP werd afgeschaft. In plaats daarvan kwamen Vijfjarenplannen. In deze plannen werd door de regering bepaald wat de landbouw en de industrie in de komende vijf jaar moesten produceren.

Om de SU in een industriële staat te kunnen veranderen waren geld, arbeiders en goedkoop voedsel voor deze arbeiders nodig.

Dit alles zal volgens Stalin nooit lukken d.m.v de NEP-politiek. Voor de landbouw moest daarom een meer ‘socialistische’ oplossing gekozen worden: collectivisatie. Het kwam erop neer dat de boeren door de collectivisatie de industrialisatie zouden moeten ‘betalen’.



Collectivisatie van de landbouw

Collectivisatie van de landbouw hield in dat individuele boerderijen werden samengevoegd tot grote gemeenschappelijke landbouwbedrijven. Er kwamen twee soorten landbouwbedrijven: kolchozen (gemeenschappelijke bedrijven) en sovchozen (staatsbedrijven).



De landbouw moest een belangrijke rol vervullen bij de ontwikkeling van een industriële samenleving:

· Door collectivisatie en efficiënt werken moest een agrarische overproductie totstandkomen. Een agrarisch overschot had meerdere doelen:

- Export van landbouwproducten om de import van investeringsgoederen voor de industrie te betalen,

- Het handhaven van lage voedselprijzen en daardoor lage lonen voor de arbeiders.

· De mechanisatie van de landbouw moest ook een arbeidsreservoir voor de industrie opleveren. Door het gebruik van machines zouden er veel minder arbeiders nodig zijn om de grond te bewerken en de oogst binnen te halen. Het overschot aan arbeiders kon in de industrie gaan werken.



Vijfjarenplannen

De Vijfjarenplannen werden opgesteld door Gosplan in Moskou. Het concept van het eerste Vijfjarenplan werd onder druk van Stalin gewijzigd: De streefcijfers moesten sterk worden verhoogd. ‘Pessimistische’ economen bij Gosplan werden beschuldigd van ‘sabotage’ en vervangen door ’optimistische’.



Het eerste Vijfjarenplan (1928-1932) voorzag dan ook in een enorme groei van de industriële productie met de nadruk op zware industrie, energiewinning en bewapening.

Al met al moest de industrie in vijf jaar groeien met 180% en de landbouw met 55%. Aan het eind van het eerste jaar van het Vijfjarenplan werden de toch al irreële groeicijfers van dat plan lang niet gehaald. Volgens het plan moesten bijvoorbeeld de spoorwegen met 16.000 km worden uitgebreid; in werkelijkheid werd het 5.000 km.



Het tweede en het derde Vijfjarenplan (1932-1941) waren realistischer van opzet en de grootste moeilijkheden van de collectivisatie waren toen achter de rug. Stalins nieuwe orde kan in bepaalde opzichten een economisch succes genoemd worden:

· De zware industrie, energieproductie en bewapeningsindustrie hielden de prioriteit en behaalden door sterk stijgende productiecijfers indrukwekkende resultaten.

· In korte tijd werden rijke grondstof gebieden ontsloten, bijvoorbeeld in de Oeral (ijzererts) en in Siberië (steenkool).

· Uit het niets ontstonden nieuwe industrie steden. Het bekendste voorbeeld daarvan is Magnitogorsk in de Oeral. Het werd een groot centrum van ijzerertswinning, hoogovens en metaalindustrie.

· In tien jaar tijd werd zo de grondslag gelegd voor een moderne industrie en de bijbehorende infrastructuur.



De indrukwekkende industriële resultaten werden bereikt door een massale inzet van arbeid en kapitaal. Van mannen en vrouwen werd een gelijke en totale inzet geëist.



Geen onverdeeld succes voor Stalins nieuwe economische orde.



Toch kan Stalins nieuwe economische orde geen onverdeeld succes genoemd worden:

· Van echte planning was lang niet altijd sprake, vaak ging het om een soort van crisismanagement. Ieder bedrijf moest de ‘norm’ van het plan halen, maar dat lukte niet. Doordat het plan ingewikkeld was en over heel veel schakels liep, trad er altijd wel ergens stagnatie op in de lange weg van grondstoffen naar eindproduct. Vlak voor het einde van de driemaandelijkse ‘planperiode’ werd dan geprobeerd met kunst- en vliegwerk toch de norm te vullen.

· Niet het rendement en kwaliteit, maar regelmatig verhoogde streefcijfers en de deadline telden. Gosplan in Moskou trok steeds meer macht naar zich toe. Gosplan schreef bijv. de norm voor in de glasproductie. De norm werd uitgedrukt in oppervlakte, niet in dikte. Om de norm te halen gingen de glasfabrieken dus heel dun glas maken met als resultaat grote breekbaarheid van de Russische ramen.

· Er werd te weinig aandacht besteed aan consumptiegoederen. Het gevolg was schaarste aan vrijwel alle goederen.

· Er was te weinig aandacht voor de dienstensector.

· Een moderne landbouw kon niet worden gerealiseerd. In 1953, het jaar van Stalins dood, was de agrarische productie nauwelijks groter dan in 1913.

· De belangen van de arbeiders- en boerenfamilies telden niet. Het grote tekort aan consumptiegoederen en huisvestingsmogelijkheden bepaalde in een belangrijke mate het dagelijks leven, in het bijzonder dat van vrouwen.



Stalin versterkt zijn greep op de Partij



Stalin kreeg steeds meer grip op het partijapparaat:

· Hij schoof geleidelijk het grootste deel van het oude partijkader aan de kant en verving het door nieuwe partijleden, afkomstig uit de ‘proletarische bevolkingsgroepen’. Deze nieuwe leden waren veel meer bereid Stalin als de onomstreden leider te volgen.

· Er was een strakke interne partijcontrole.

· Partijzuiveringen werden als een terugkerend verschijnsel ingevoerd.



De Grote Terreur

Aanleiding voor wat later de ‘Grote Terreur’ werd genoemd, was de moord op de Leningradse partijleider Kirov in december 1934. Duizenden partijleden werden beschuldigt van ‘samenzwering’ tegen de Partij. De meesten werden terecht gesteld of gedeporteerd naar kampen.



In 1936 begon de ‘echte’ Grote Terreur. De nieuwe topman van de NKVD kreeg de vrije hand om af te rekenen met werkelijke en vermeende tegenstanders van Stalin in de Partij.

· Van de zeven leden van het in 1924 gekozen Politbureau werden er vijf terechtgesteld (De andere twee waren Stalin zelf en Trotski, die ‘pas’ in 1940 werd vermoord). Hetzelfde lot trof de grote meerderheid van het Centraal Comité. Van de 88 opperofficieren van het Rode Leger overleefden er slechts tien.

· De Partij werd uitgedund. Vooral de ‘oude’ bolsjewieken werden ‘opgeruimd’. Tienduizenden partijfunctionarissen werden zonder vorm van proces terechtgesteld. Miljoenen partijleden, mensen uit hun familie- of bekendenkring en andere ‘verdachten’ verdwenen in de kampen, zonder duidelijke beschuldiging of veroordeling. Precieze cijfers ontbreken. In ieder geval nam het aantal partijleden af van drie á vier miljoen rond 1933 tot minder dan twee miljoen in 1938.



De terreur leek een olievlek die zich in steeds grotere cirkels uitbreidde. Stalin zelf bestudeerde lijsten van te arresteren personen die Jezjov hem voorlegde. Soms streepte hij een naam door, bijv. die van de schrijver Boris Pasternak, die later in het westen beroemd zou worden door zijn boek ‘Dr. Zjivago’, dat in de SU niet mocht worden gepubliceerd.



Geleidelijk drong bij Stalin het besef door dat deze Grote terreur had geleid tot excessen die de belangen van zijn partij bedreigden. Doordat zoveel mensen ‘verdwenen’, werd het maatschappelijk leven ontregeld en stagneerde bijv. de staalproductie.

Jezjov kreeg de schuld en werd in december 1938 afgezet (en in 1940 doodgeschoten). De terreur binnen de partij nam af.



De rol van de Partij in de samenleving



In december 1936 nam het Partijcongres unaniem een nieuwe grondwet (constitutie) aan. Dit wordt de Stalin-constitutie genoemd. In die constitutie werd de Partij omschreven als ‘leidende kracht’ van alle maatschappelijke en staatkundige organisaties.

In feite veranderde er daardoor niet veel, want daarvoor was er in de praktijk al dezelfde situatie.



De Partij had de staatsinstellingen volledig onder controle:

· Alle bestuursfuncties in het staatsapparaat waren in handen van partijleden. De belangrijkste ministers bijv. waren ook lid van het Polisbureau.

· De partij leverde ook het kader voor het hele economische machtsapparaat.

· De partij schoolde dit politieke en economische kader.



Op deze wijze speelde de partij in alle vormen van samenleving een leidende rol. In elke kolchoz, fabriek, overheidsorganisaties of een andere instelling bestond een partijafdeling, steeds o.l.v. een regionale of lokale partijsecretaris die als een ‘kleine Stalin’ macht kon uitoefenen.



De Partij oefent controle uit op de samenleving

De Partij vond strakke controle van de samenleving door het partijkader nodig. De streefcijfers van elk vijfjarenplan moesten worden gehaald. Daarom joegen partijleden de bevolking op harder te werken.

Ook kon de Partij zo het best kritiek voorkomen en indien nodig snel onderdrukken.



De Partij vervult een propagandistische taak

Propaganda maken werd als een belangrijke taan van de Partij gezien. Daarbij werden films, posters, pamfletten, liedjes en ander materiaal gebruikt.

Daarin kwam het volgende beeld naar voren:

· Partijleden waren een voorbeeld voor de bevolking. Zij gedroegen zich zoals de ideale Sovjetburger: als heldhaftige, zichzelf opofferende strijders voor een betere samenleving.

· De successen onder Stalins leiding werden uitvoerig bejubeld en afgezet tegen de slechte situatie in de tijd van de tsaar of in de kapitalistische wereld.

· Een vijandige buitenwereld waartegen ieder waakzaam was o.l.v. Stalin, de ‘Lenin van vandaag’.



Stalin bouwt een grote macht op



Stalin bouwde een zeer grote macht in de samenleving op. De terreur en het verspreiden van angst waren de belangrijke pijlers van die macht. Stalins politieke denken werd gevoed door een diepe achterdocht. Hij onderscheidde slechts ondergeschikten en tegenstanders. Wie niet onvoorwaardelijk voor hem was, was tegen hem.



Een andere pijler van Stalins macht was de beeldvorming rond hem, de Stalin-cultus. In deze cultus liet Stalin zich verheerlijken als een bovenmenselijk persoon:

· Als hoeder van het communisme, een ‘wereldsgeloof’ dat de godsdienst moet vervangen in het belang van volk en partij.

· Als de welwillende, alwetende en vaderlijke leider.



Stalin liet zijn cultus over aan de Partij. Zelf trad hij niet als de almachtige leider op de voorgrond. Zelden vertoonde hij zich in het openbaar. Hij hield bijv. geen grote redevoeringen zoals Hitler in Duitsland deed. Hiervoor zijn de volgende verklaringen gegeven:

· Stalin had veel moeite met directe contacten buiten de kleine kring van mensen om hem heen. Hij leidde een afgezonderd leven in het Kremlin, waar hij tot diep in de nacht in zijn werkkamer zat en af en toe een hoog partijlid ontbood voor overleg.

· Hij genoot niet van optreden in het openbaar. Voor zijn persoonsverheerlijking had hij dit optreden ook niet nodig: de Partij zorgde er uitstekend voor.

· Zelfs een machtige leider als Stalin had geen greep op alles wat er in de SU gebeurde. Stalin besefte dat. Soms creëerde hij bewust een zekere afstand tussen de officiële politieke koers en zijn persoonlijke opvattingen. Dit verschafte hem ruimte voor plotselinge koerswijzigingen. Hij zette veranderingen in gang (zoals de collectivisatie of de Grote Terreur), liet de vrije loop, maar greep persoonlijk in als de ontwikkelingen hem niet langer aanstonden. Veel partijleden die het slachtoffer werden van de Grote Terreur, waren er bijv. van overtuigt dat het buiten medeweten van ‘vadertje’ Stalin gebeurde.



De nieuwe ‘Sovjetmens’ wordt gecreëerd



Om de nieuwe politieke en sociaal-economische orde tot stand te brengen was een ‘totale revolutie’ nodig. Voor de totalitaire samenleving (een samenleving die volledig beheerst wordt door één partij, één leider en één ideologie) die Stalin nastreefde, was de ‘nieuwe Sovjetmens’ nodig.



In ideologische zin was de ‘nieuwe Sovjetmens’ iemand die zich met overgave wijdde aan de opbouw van het communisme in zijn land.

Eigenschappen van deze nieuwe Sovjetmens waren overtuiging en enthousiasme, maar ook onverzoenlijkheid en meedogenloosheid als het moest.



Stalin en zijn aanhangers gingen ervan uit dat zulke nieuwe mensen maakbaar waren. De jongeren zouden over het algemeen in deze maakbaarheid van de mens gaan geloven.

Maar vooral op het platteland bleven oudere generaties, zelfs in families van partijleden, vasthouden aan christelijke tradities.



De nieuwe Sovjetmens moest worden gecreëerd door:

Opvoeding van de jeugd in:

· Het onderwijs.

· Jeugdbewegingen.

Opvoeding van de gehele bevolking door:

· Het inzetten van de massamedia.

· Het organiseren van sportmanifestaties en massavieringen ter vervanging van kerkelijke tradities.

· Gebruik te maken van kunst.

· De vrijetijdsbesteding in dienst te stellen van het ideaal.

· De dienstplichtigen in het Rode Leger te scholen.



Doelstellingen van de opvoeding

Volgens de officiële partijlijn waren de belangrijkste doelstellingen van de opvoeding het bijbrengen van bepaalde waarden en basisvaardigheden voor de communistische Sovjetmens.

Tot de waarden behoorde dat een kind in zijn opvoeding moest leren dat:

· Het collectief belangrijker was dan het individu.

· De politieke eenheid belangrijker was dan de familie.

· Loyaliteit gericht moest zijn op Stalin, de Partij en het vaderland.

· Discipline belangrijk was.

· Godsdienst, bijgeloof en kapitalisme verwerpelijk waren.



Tot de basisvaardigheden behoorden:

· Het toepassen van regels voor basishygiëne.

· Het leren van Russisch als verplichte tweede taal voor anderstalige volken in de SU.

· Gedisciplineerd samenwerken in een groep.



De culturele ommekeer wordt niet volledig bereikt



Stalin slaagde er niet in een volledige culturele ommekeer te bereiken. Dat bleek bijv. uit het volgende:

· De jongeren accepteren over het algemeen de ideologie van het communisme, zij geloofden in de nieuwe Sovjetmens. Maar vooral op het platteland bleven oudere generaties vasthouden aan christelijke tradities, zelfs in families van partijleden. En ook in de steden was het geloof in de nieuwe Sovjetmens niet overal even groot

· In de tweede helft van de jaren ’30 daalden de geboortecijfers verontrustend. Om daarin verandering te brengen deed de overheid concessies aan Sovjetidealen: de rol van vrouwen als moeder en opvoeder kreeg weer nadruk, het huwelijk werd in ere hersteld, echtscheiding en abortus werden bemoeilijkt.

· Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd aan de christelijke kerk meer vrijheid gegeven om meer steun van de bevolking voor de oorlogvoering te krijgen.



Voor het niet bereiken van een volledige culturele ommekeer zijn de volgende oorzaken aan te wijzen:

· De Sovjetburgers raakten gedemotiveerd door woningnood, arbeidsdruk, schaarste en bureaucratie.

Doordat de ‘norm’ voor de productie op het werk steeds werd opgeschroefd, moest er steeds harder worden gewerkt. Maar resultaten van dat harde werk zag men nauwelijks. Men bleef opgepropt in éénkamerwoningen zitten in slecht onderhouden flatgebouwen en in de winkels was weinig te koop. Om iets te kopen moest je drie keer in de rij staan: eerst om te vertellen wat men wilde kopen, dan kreeg je een bestelbonnetje, vervolgens met het bonnetje naar de rij voor de kassa om te betalen, ten slotte met het betalingsbewijs naar de rij waar de goederen daadwerkelijk werden verstrekt.

· De ongelijkheid in de nieuwe Sovjetsamenleving nam toe als gevolg van de ‘socialistische wedijver’ en van de maatschappelijke privileges die het partijkader en een culturele elite (de belangrijkste kunstenaars en wetenschappers) wisten te krijgen.



De laatste zeven jaar van Stalin, 1946-1953



Voor de wederopbouw van de zwaar beschadigde Sovjet-Unie viel Stalin terug op de commando-economie van de jaren ’30. Militaire uitgaven voor het bezettingsleger in Oost- Europa en voor de bewapeningswedloop in de Koude Oorlog drukten zwaar op de economie.



Stalin gebruikte de internationale spanning van de Koude Oorlog ook als rechtvaardiging voor de terugkeer naar een totale politieke en culturele controle. Er volgde in 1945-1947 een golf van ‘zuiveringen’. Alle teruggekeerde Russische krijgsgevangenen bijv. waren ‘verdacht’. Velen kwamen na het Duitse kamp vrijwel meteen in een Russisch kamp terrecht. Verklaringen voor het soms irrationele gedrag van Stalin worden gevonden in zijn fysieke en mentale aftakeling. In maart 1953 bezweek Stalin aan een beroerte.



Oordelen over Stalin en het stalinisme



Toen Stalin in 1953 stierf, werd zijn lijk gebalsemd en naast dat van Lenin opgebaard in het mausoleum op het Rode Plein in Moskou. Talloze Russen huilden bij het horen van het overlijdensbericht. Talloze andere Russen, zoals degenen die in kampen zaten of waren verbannen, waren verheugd en hoopten op betere tijden. Acht jaren trokken dagelijks duizenden mensen van jong tot oud langs de stoffelijke resten van Lenin en Stalin in het mausoleum. In 1961 werd Stalin uit het mausoleum verwijderd en begraven achter een muur van het Kremlin. De lotgevallen van het stoffelijk overschot van Stalin zijn kenmerkend voor de problemen die de Russen hebben gehad met het beoordelen van Stalin als regeringsleider.

Ook buiten Rusland werd en wordt Stalin verschillend beoordeeld.



Conclusie



Stalin deed er alles aan om zijn ideeën realiteit te maken. Ookal ging hij letterlijk over lijken. Op zich heeft hij ook goede dingen gedaan voor Rusland. We denken dan aan het Vijfjarenplan en de collectivisatie. Maar ook deze beslissingen hadden negatieve kanten. Het eerste Vijfjarenplan was bijvoorbeeld al onrealiseerbaar. Het tweede en derde plan waren al beter uitgedacht, maar het was nog niet goed genoeg. De kwaliteit van producten werd slechter. De arbeidsdruk was enorm. Er was wel een mogelijkheid om te klagen, maar daarin mochten de arbeiders niet te ver gaan.

Stalin was een onverbiddelijke man. Hij besliste over leven en dood. Lijsten met namen werden aan hem voorgelegd en wat hij over hen besliste gebeurde. Ook al zou dat voor hen de dood tot gevolg hebben.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.