Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Inleiding



Voor ons geschiedenis PO hebben wij als onderwerp Aletta Jacobs gekozen, hierbij hebben we gekeken naar haar invloed op het gaan studeren van vrouwen eind 19e eeuw/begin 20e eeuw.



Hoofdvraag:

o In hoeverre heeft Aletta Jacobs invloed gehad in de vrouwenemancipatie op het gebied van scholing?



Deelvragen:

o Wie was Aletta Jacobs?

o Waarom studeerden vrouwen voor Aletta Jacobs niet?

o Waarom mocht Aletta Jacobs wel studeren?

o Wat was de reactie van de bevolking hierop?



o Hoelang duurde het hierna voordat er meer vrouwen gingen studeren?

o Kregen de vrouwen hierna meer respect van vrouwen?



We hebben voor deze deelvragen gekozen omdat deze vragen naar onze mening het best de hoofdvraag beantwoorden.

Wij hebben deze vragen beantwoord met behulp van het lezen van boeken, internet en we hebben de film “Aletta Jacobs, het hoogste streven” gekeken.







Wie was Aletta Jacobs?

Aletta Henriette Jacobs werd als achtste geboren als kind van Abraham Jacobs en Anna de Jongh. Na haar volgden nog 3 broertjes/zusjes. Ze werd geboren op 9 februari 1854 in het Groningse Sappemeer. De ouders van Aletta waren erg liberaal en daarom kregen al hun kinderen de kans op te studeren, ook de meisjes. Zo werd de zus van Aletta de eerste vrouwelijke apotheker en een andere zus deed als eerste vrouw het middelbare examen in wiskunde en boekhouden.

Aletta wist al vanaf haar zesde dat ze dokter wilde worden. In Nederland bestonden toen alleen nog geen vrouwelijke artsen, medische studies werden alleen door mannen gevolgd. Het was de gewoonte dat een beschaafd meisje naar een jongedameschool ging om zich daar bezig te houden met de kunst der fraaie handwerken, er goede manieren leerde en ook sprankelende gesprekken leerde te voeren. Aletta hield het op zo'n deftige school maar veertien dagen uit.



Ze sloot een compromis met haar ouders: overdag zou ze haar moeder in de huishouding helpen, 's avonds kreeg ze lessen in de Franse en Duitse taal. Maar het compromis werkte niet. Aletta dagdroomde over vluchten, verwaarloosde het huishouden en werd stil en zonderde zich af.

Aletta schreef in haar autobiografie: "Elken dag werd ik lusteloozer, niets had meer mijn belangstelling. De malaria-aanvallen, waaronder ik vroeger dikwijls had geleden, kwamen terug. Ondragelijke hoofdpijnen kwelden mij soms. Ik droeg ze in stilte. Ziek worden, doodgaan misschien, beteekende immers een verlossing uit de ellende."

Een vriendelijk woord over haar taalwerk bracht een uitbarsting teweeg: "Ik mag immers toch niets worden omdat ik een meisje ben!" Dat was het keerpunt.



Aletta merkte thuis geen verschil tussen jongens en meisjes, omdat haar ouders ze gelijk opvoeden, juist daarom was het bij haar niet opgekomen dat het moeilijker was voor een meisje om dokter te worden. Toch besloot ze het te proberen. De 15-jarige Aletta slaagde voor het examen van leerling-apotheker op 26 juli 1870. Aletta besloot naar de plaatselijke H.B.S. te gaan en mocht daar als toehoorster lessen volgen.

Aanvankelijk mochten alleen mannen studeren. Op 20 april 1871 kwam daar echter verandering in. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken J.R. Thorbecke had gecorrespondeerd met de familie Jacobs en hij had uiteindelijk toestemming verleend aan Aletta. Ze moest alleen wel eerst 1 jaar proeftijd draaien en zichzelf bewijzen. Net voordat Thorbecke overleed kreeg Aletta toestemming om examens af te leggen en zo was dus de weg vrij voor verdere studie. Ze legde daarna in 1877 en 1878 in Amsterdam en Utrecht het artsexamen af en daarmee was de eerste vrouwelijke arts van Nederland een feit.

Dit was niet genoeg voor Aletta, ze wilde ook nog promotie. Dat lukte op 8 maart 1879, ze kreeg toen de doctorstitel met haar dissertatie over lokalisatie en fysiologische en pathologische verschijnselen in de grootste hersenen. Hierna begon Aletta aan de Herengracht in Amsterdam haar praktijk als huisarts. Daarnaast hield ze ook spreekuren in de Jordaan, ze verleende dan arme patiënten gratis medische bijstand.



Omdat voorbehoedsmiddelen eind 19e eeuw nauwelijks verkrijgbaar waren adviseerde ze de vrouwelijke patiënten het gebruik van het pessarium. In die tijd was het nu eenmaal het lot van de vrouw om zwanger te worden, want als voorbehoedsmiddelen overal verkrijgbaar zouden zijn dan zou de mensheid vast uitsterven of zich massaal overgeven aan overspel. Aletta werd dan ook openlijk lid van de Nieuw-Malthusiaanse Bond die zette zich in voor een verantwoorde geboortebeperking.

Aletta zette zich ook erg in voor de invoer van het vrouwen kiesrecht. Ze stuurde op 22 maart 1883 een brief naar de burgemeester en wethouders van Amsterdam met het verzoek om als belastingbetalende ingezetene van Nederland op de kieslijst te worden gezet. Helaas was het antwoord afwijzend, omdat ‘volgens de geest onze staatsinstellingen aan de vrouw geen kies- of stemrecht is verleend’.

Aletta en Carel Victor Gerritsen waren ondertussen heel goed bevriend geraakt. Beiden beseften tot waar voor een nadelige positie de vrouw veroordeeld werd door de bestaande huwelijkswetten. Daarom kozen ze voor een vrij huwelijk, dat zich niet liet regeren door de wet.

Aletta verlangde ondertussen naar het moederschap en Carel had in zijn woning moeilijkheden met het personeel. Daarom besloten zij een wettelijk huwelijk sluiten en onder hetzelfde dak gaan wonen, maar de appartementen zouden gescheiden zijn en Aletta hield haar eigen naam en het beheer over haar eigen inkomsten. Eén obstakel bleef bestaan, ze moest de gelofte van gehoorzaamheid afleggen, die destijds in de wet stond. Aletta deed het, maar onder protest. In september 1893 beviel ze van een jongetje, die helaas op 10 september al overleed.



Doordat zij in 1883 de aandacht had gevestigd op het vrouwenkiesrecht, sprak de nieuwe grondwet van 1887 over het kiesrecht van mannelijke Nederlanders. Dankzij de berichten in de kranten daarover, bundelden vrouwen uit het hele land hun krachten. In 1894 werd de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht, afgekort tot VVK, opgericht door Aletta en andere vrouwen. Een jaar later werd ze presidente van de afdeling Amsterdam.

In 1903 werd Aletta presidente van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht . Die functie was voor haar erg zwaar aangezien de pers het ze niet gemakkelijk maakte. Eerst verdraaiden zij de woorden van de VVK en verdoezelden ze de feiten. Toen de VVK bleef strijden, werden ze simpelweg doodgezwegen. In 1904 werd in Berlijn de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht opgericht en mede door Aletta was Nederland één van de zes eerste landen die meteen toetraden.

In 1904 besloot Aletta te stoppen met haar praktijk als huisarts. Haar man werd erg ziek en stierf op 5 juli 1905.



Na het overlijden van haar man besloot ze met een goede vriendin een wereldreis te maken. Dit was echter niet alleen voor het plezier, maar ook om overal ter wereld verenigingen voor het vrouwenkiesrecht op te richten. In Amerika ontmoette zij de toenmalige president Wilson, op wie zij een grote indruk maakte.



In 1915 organiseerde Aletta het internationale congres voor vrouwen in Den Haag, daar werd toen het internationale comité van vrouwen voor duurzame vrede opgericht. Nu heette deze organisatie Women’s International League for Peace and Freedom, afgekort tot WILPF.

Op 18 september 1919 werd eindelijk het doel bereikt, koningin Wilhelmina ondertekende de wet, die het volledige kiesrecht aan vrouwen toekende. Maar pas in 1922 kregen vrouwen automatisch een stembriefje toegezonden, net zoals mannen.

Na jaren vol strijdbaarheid nam Aletta de rust en tijd om haar memoires te schrijven, die in 1924 verscheen: Herinneringen.



Aletta Jacobs stierf op 10 augustus 1929.





Waarom studeerden vrouwen voor Aletta Jacobs niet?



Voor de tijd van Aletta Jacobs was het niet gebruikelijk dat vrouwen er alleen al aan dachten om te gaan studeren.

Ten eerste omdat het tegen de wil van God inging. God had de vrouw namelijk geschapen om kinderen te baren en voor die kinderen te zorgen. Dus vrouwen waren er voor het huishoudelijke werk, niet voor werk buitenshuis, dit was weggelegd voor de man, deze bracht het grootste deel van het inkomen binnen. Sommige vrouwen, voornamelijk in de laagste sociale klassen, werkten wel. Dit was vooral niet goed betaald en gemakkelijk werk, bijvoorbeeld kassajuffrouw in de supermarkt. Later heeft Aletta ervoor gezorgd dat deze vrouwen tijdens het werk mochten zitten, wat hiervoor verboden was.



Ten tweede konden de vrouwen niet eens gaan studeren omdat ze vroeg kinderen behoorden te krijgen, veel vroeger dan nu het geval is. Als deze vrouwen dan tijdens hun studie zwanger zouden worden zouden ze niet verder kunnen studeren. En als ze zouden doorgaan met studeren, zouden ze na de bevalling minder tijd hebben voor de kinderen.



Ten derde werden vrouwen in de tijd van Aletta als lager gezien dan mannen. Het beeld van de bevolking over vrouwen was dus dat ze minder slim waren dan mannen, het studeren niet aan zouden kunnen, zwakker waren en dus het niet verdienden te gaan studeren.



En ten slotte werd het ook als bedreiging gezien voor de positie van de man, want als vrouwen zouden gaan studeren, zouden zij even hoge functies kunnen behalen als mannen. Hierdoor zouden mannen met een lage functie dus onder de vrouw komen te staan. Dit wilden de mannen tegen gaan door vrouwen niet toe te laten op de universiteit.



Niet alle mannen waren het met deze stellingen eens.

Voordat Aletta ging studeren was er ongeveer tien jaar lang een discussie gaande over verbetering van het meisjesonderwijs en op welke manier dat zou moeten gaan gebeuren. Iedereen was het er wel over eens dat er iets moest veranderen maar de vraag was hoe en wat. Moest naast de opleiding tot echtgenote en moeder rekening gehouden worden met de ongehuwde vrouw die in haar eigen levensonderhoud zou moeten voorzien, en dus naast algemene ontwikkeling ook meer toegepast onderwijs moeten worden gegeven? Zo ja, welke beroepen kwamen dan het meest in aanmerking voor vrouwen of was dat niet belangrijk. Bovendien was de vraag hoe het vakkenpakket van de middelbare school voor meisjes er uit zou moeten zien erg belangrijk. Ook speelde de term emancipatie een belangrijke rol in deze discussie, omdat men wilde voorkomen dat de vrouw de positie van de man zou ondermijnen.



In 1870, na de vertaling van John Stuart Mills boek On the subjection of women (1869), kreeg deze laatste groep mensen steeds meer aanhang en kwam de verbetering van het meisjesonderwijs langzaam opgang. Met als hoogtepunt het feit dat Aletta ging studeren in 1871.



Waarom mocht Aletta Jacobs wel studeren?



Meisjes dachten in de tijd van Aletta Jacobs niet aan studeren, dit was niet voor hen weggelegd. Aletta daarentegen wist op haar zesde al dat ze dokter wilde worden en was vastbesloten die droom niet los te laten. Toen besloten Aletta en haar ouders dat Aletta haar leerling-apothekers examen zou gaan halen. Nadat zij dit gehaald had wilde zij naar de universiteit, alleen hiervoor moest een admissie-examen worden afgelegd. Om zich voor te bereiden op dit examen moest ze naar de H.B.S.. Meisjes werden echter niet toegelaten op de H.B.S.. Aletta’s vader overlegde met de plaatselijke H.B.S., en het werd goedgekeurd dat Aletta als toehoorster de lessen bij mocht wonen.

Later hoorde zij van de rector magnificus S.S. Rosenstein van de Universiteit van Groningen dat een jongen op basis van het leerling-apothekers examen vrijstelling had gekregen voor het admissie-examen. Achter de rug van haar ouders om schreef zij een brief naar de toenmalige minister Thorbecke van Binnenlandse Zaken, waarin zij hem om toelating tot de universiteit vroeg.



Brief van Aletta Jacobs aan minister Thorbecke:

Zijne Exelentie den Minister

van Binnenlandsche Zaken

te S'Hage,



geeft met verschuldigden eerbied te kennen Aletta Henriëtte Jacobs oud 17 jaren dochter van A. Jacobs Genees Heel-en Vroedmeester te Sappemeer, dat zij op den 26 Juli 1870 het examen als leerling apotheker te Amsterdam met goed gevolg heeft afgelegd, dat zij zoo mogelijk gaarne zich verder wilde toeleggen op de studien der natuurkundige wetenschappen en die der medicijnen, dat echter de vereischten voor het toelatings-examen aan eene academie alsmede het litterarische gedeelte der studie hare pogingen daartoe in den weg staan. Weshalve ondergeteekende beleefd de vrijheid neemt zich tot Uwe Exelentie te wenden met het verzoek, dat het Uwe Exelentie goedgunstig moge behagen, haar dispensatie te willen verleenen van het bedoeld toelatings-examen en het litterarische gedeelte harer studie en des vereischt vergunning te geven, de academische lessen te Groningen te mogen waarnemen.

Sappemeer, den 22 Maart 1871

T'welk doende

A.H. Jacobs




Thorbecke reageert op deze brief met een aan haar vader gerichte brief, voordat hij toestemming geeft tot de toelating tot de universiteit.



Aletta had heel veel geluk omdat ten eerste de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Thorbecke erg vooruitstrevende ideeën had.

Ten tweede omdat haar vader geen onderscheid maakte tussen meisjes en jongens in de opvoeding en daardoor volledig achter haar stond.

Ten derde speelde ook de discussie die al jaren aan de gang was over verbetering van het onderwijs voor de meisjes een positieve rol in de toelating tot de universiteit.

Ten vierde had de vader van Aletta veel vrienden, die leraar of professor waren op de H.B.S. en de universiteit, waardoor ze ook misschien eerder is toegelaten.

En als laatste was het misschien wel het belangrijkste dat ze slim genoeg was om te gaan studeren en dat ze ook het doorzettingsvermogen had om niet zomaar op te geven maar voor haar droom te vechten.



Wel had Aletta van minister Thorbecke een proefjaar gekregen op de universiteit om te laten zien wat ze in huis had. Jongens kregen nooit een proefjaar, dus waarschijnlijk was Thorbecke niet helemaal overtuigd van het feit dat een meisje de universiteit aankon.

Na dit proefjaar zou aan de hand van haar resultaten worden besloten of ze mocht blijven op de universiteit. Net voor het eind van dat proefjaar hoorde Aletta dat Thorbecke op zijn sterfbed lag. Het was onzeker of zijn opvolger dezelfde ideeën zou hebben over het gaan van meisjes naar de universiteit. Daarom besloot Aletta snel haar tentamens te maken, en hierna haar resultaten naar Thorbecke te sturen.

Twee dagen voor zijn overlijden stuurde hij een brief naar Aletta met daarin de mededeling dat ze mocht blijven op de universiteit.



Thorbecke verleende in deze brief Aletta toestemming om te studeren.

"(..) gedateerd 30 Mei 1872, en in een begeleidend schrijven werd mij medegedeeld, dat het verlenen van dit verlof behoord had tot 's Ministers laatste ambtsbezigheden".







Wat was de reactie van de bevolking hierop?



De bevolking reageerde slecht op het feit dat Aletta Jacobs ging studeren. Ze vonden dat vrouwen niet aan de universiteit thuis hoorden en dat vrouwen veel te zwak waren om te studeren. Het enige wat vrouwen moesten doen in het leven was schoonmaken, breien, naaien en vooral kinderen krijgen en opvoeden. Het was dan ook Gods wil dat vrouwen kinderen kregen en dus niet gingen werken.

In de pers werd gezegd dat Aletta alleen maar ging studeren om aan de man te komen. Aletta had speciaal om niet op te vallen een zwarte, eenvoudige jurk gemaakt, die zij aandeed naar de universiteit. Later werd dit door de pers omschreven als “Aletta Jacobs kleedt zich zo onopvallend om juist op te vallen bij de mannen”. In de media werd niet alleen Aletta gehoond en bespot, maar ook haar familie.

Hierdoor treiterde de bevolking haar familie erg met het feit dat Aletta een ‘manwijf’ zou worden. Zo erg dat een van haar broers haar doodverklaarde. Later kwam hij daar op terug en is het gelukkig weer goed gekomen.



Aan de andere kant was de bevolking ook wel enigszins nieuwsgierig. Zou Aletta het halen? Wat zouden andere jonge vrouwen doen na het afstuderen van Aletta? Wat vindt haar familie ervan? Mede door de nieuwsgierigheid van de bevolking bleef de media het hele gebeuren volgen.



Langzamerhand kreeg Aletta steeds meer respect, voornamelijk van andere vrouwen, omdat bleek dat zij een dergelijk zware studie ook werkelijk aankon en gewoon deed wat ze wilde, en zich hierbij niet door normen en waarden liet hinderen. Ook kreeg zij steeds meer respect vanuit de pers.



Nu achteraf zien we dat de reactie van de bevolking heel overdreven was, maar dit kwam waarschijnlijk omdat het iets nieuws was waaraan de bevolking moest wennen.







Hoe lang duurde het hierna voordat er meer vrouwen gingen studeren?

Aanvankelijk volgden maar weinig vrouwen Aletta’s voorbeeld. Dit kwam omdat de meeste mensen de vrouw nog steeds zagen zoals ze deden voor Aletta ging studeren. Vrouwen waren bestemd voor het huishouden en om kinderen te krijgen, dus men zag het nut er niet van in dat de vrouw een universitaire opleiding nodig had. Ook moesten vrouwen nog steeds toestemming krijgen en zichzelf bewijzen.



De vrouwen uit de hogere klassen waren tegen Aletta. Ze vonden, net al de mannen, dat vrouwen daar niet thuishoorden. Dit paste niet bij de normen en waarden van hun sociale omgeving. De vrouwen uit de lagere klassen daarentegen waren niet tegen Aletta. Zij vonden het juist goed dat ze gewoon deed waar ze zelf zin in had. Ook vonden ze dat de hogere klassen het toch al goed hadden, dus deze hoefden niet te studeren. Voor de lagere klassen was het gaan studeren van Aletta een teken dat het later voor de vrouwen uit hun milieu beter werd.



In de jaren negentig pas gaan meer vrouwen zich inschrijven op de universiteit, hierdoor telden de universiteiten rond 1900 iets meer dan honderd studentes.

Niet iedereen was het hier mee eens. Professor Sluiter, de rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, een van de universiteiten waar Aletta haar artsexamen had gedaan, zei in 1908: 'Hoe gaarne onze Universiteit haar poorten opent ook voor de vrouwelijke jeugd die naar kennis dorst, toch hoop en verwacht ik, dat wij hier niet in moeten zien een begin van een ongewenschte concurrentie'. Maar ondanks de vele protesten was het aantal vrouwelijke studenten twee jaar later gestegen tot zeshonderd, wat dertien procent van het totale aantal studenten was. In 1918 steeg dit aantal naar negentien procent.



Vaak wordt gezegd dat de Eerste Wereldoorlog de doorbraak was voor de vrouwelijke studenten. Uit cijfers van de Statistiek van hooger onderwijs uit 1932 bleek dat het aantal studentes in het cursusjaar 1914/1915 van vijftien procent naar achttien procent steeg, maar dit kwam niet, zoals toenmalige berichtgevingen en onderzoekers van nu willen beweren, door de plotselinge toename van meisjes die hun buitenlandse plannen gedwarsboomd zagen. Er was dit jaar namelijk een daling van het aantal vrouwelijke studenten, maar omdat ook het aantal mannelijke studenten sterk daalde door de mobilisatie lijkt het in procenten alsof er dus een grote stijging was van het aantal vrouwelijke studenten. Hierdoor voel het hoogtepunt val het aantal vrouwelijke ingeschreven studenten dus in het cursusjaar 1915/16, met tweeëntwintig procent. In dit jaar was zowel het aantal mannelijke als het aantal vrouwelijke studenten weer stijgende, zij het nog niet in gelijk tempo.

Tot ver in de jaren vijftig zou het percentage vrouwelijke studenten blijven schommelen rond twintig procent, het ging hierbij om de drie rijksuniversiteiten, de Gemeente Universiteit Amsterdam en de Vrije Universiteit.

Hierdoor leek het alsof er een quote was bepaald dat er niet meer dan een vijfde deel van de studenten vrouwelijk mocht zijn.



Ook kan je zien aan de oprichting van studentenverenigingen voor vrouwen dat er steeds meer vrouwen gingen studeren. De eerste vrouwelijke studentenvereniging was Dicendo Discentes Docemus (DDD), deze werd opgericht in 1898 in Amsterdam. Het doel van de DDD was het contact tussen de vrouwelijke studenten te bevorderen door middel van lezingen voor elkaar houden of stellingen verdedigen. In de volksmond werd deze vereniging al snel De Dikke Dames genoemd.

Later veranderde de naam van deze vereniging in Amsterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging (AVSV).





Rond dezelfde tijd werden er ook in Groningen (GVS), Utrecht (UVSV) en Leiden (VVSL) vrouwelijke studentenverenigingen opgericht.



‘Ik wil een vrouw zijn

En mijn vrouw’lijkheid bewaren!

Ik kombineer verstand en charme en gevoel…

Wat kan nu anders in dit leven

aan een vrouw vervulling geven

dan een Man met enig Vrouw’lijk levensdoel.’


VVSL novietenliedje van omstreeks 1948



In 1920 was er voor vrouwen toegang tot het hoger onderwijs gekomen en mannen waren nu onderhoudsplichtig voor minderjarige kinderen. Hierdoor konden er dus meer vrouwen gaan studeren, ze hoefden niet meer thuis te blijven voor de kinderen.



In 1921 was er een wetswijziging waarbij een nieuw Academisch Statuut werd aangenomen. Hierdoor kwamen er veel meer nieuwe vakken zoals bijvoorbeeld moderne talen. Deze vakken sloten goed aan bij de vakken die hoorde bij het middelbaar onderwijs. Hierdoor gingen er meer meisjes naar de universiteit omdat er meer vrouwelijke studies kwamen. Helaas kreeg later de naam ‘vrouwenstudie’ een wat negatieve klank, alsof het een ontzettend gemakkelijke studie was.







Kregen de vrouwen hierna meer respect van mannen?

Vrouwen werden over het algemeen nog steeds gezien als minderwaardig en voorbestemd om kinderen te krijgen en het huishouden te doen. Mannen dachten niet dat vrouwen het in zich hadden iets anders dan dat te doen. Als de vrouwen klaar waren met hun opleiding aan de universiteit gingen ze meestal opzoek naar een baan. Voor vrouwen was het vinden van een baan vaak moeilijk. Dit terwijl mannen op de arbeidsmarkt vaak zonder problemen veel verschillende banen kregen aangeboden. De vrouwen werden alleen maar banen aangeboden waarvan de werkgevers veronderstelden dat ze het wel aankonden. Deze banen bestonden vaak uit eentonig fabriekswerk of schoonmaken. Ze kregen slecht betaald en werden zeer slecht behandeld.



Vrouwen uit hogere sociale klassen zagen het als niet gepast voor een vrouw om te gaan studeren, je moest je immers ondergeschikt stellen aan je man. Daardoor zou een vrouw nooit echt een goede baan kunnen nemen omdat zij dan wellicht meer zou kunnen gaan verdienen dan haar man.

Ook liepen vrouwen, omdat ze als zwakker werden beschouwd, een veel groter risico dan mannen om ontslagen te worden. Ze kregen een boete als ze bijvoorbeeld met elkaar praten of te lang op het toilet zaten.



Toen er in 1919 algemeen vrouwenkiesrecht kwam, drong het bij de mannen door dat vrouwen toch wel iets te zeggen hadden en ze wel respect moesten tonen aan vrouwen.

Pas toen in 1920 vrouwen werden toegelaten op het hoger onderwijs en mannen onderhoudsplichtig werden voor minderjarige kinderen kwam er meer gelijkheid.

En in 1922 kwam er gehele gelijkheid door gelijkstelling van de grondwet voor mannen en vrouwen. In dit jaar kregen vrouwen ook automatisch een stembriefje toegezonden net als mannen en daarmee was de gelijkstelling van mannen en vrouwen op het gebied van kiesrecht compleet.



Maar sociaal gezien waren de vrouwen nog steeds minderwaardig. Vrouwen vonden dit niets en werden door de jaren heen steeds opstandiger tegenover dit beeld. Dit uitte zich in veel demonstraties en het aansluiten bij een vrouwenbeweging. Wat vrouwen allemaal gedaan hebben om gelijkheid te creëren is te zien in de bron op de volgende bladzijde.



De mannen die het niet eens waren met de emancipatie van vrouwen, omdat vrouwen ‘baas in eigen buik’ wilden worden. Aletta Jacobs had ze door het pessarium een kans gegeven om het aantal zwangerschappen te beperken, zodat ze niet elk jaar opnieuw zwanger zouden raken. De vrouwen vonden dit een goed initiatief, maar op de mannen kwam dit over als een manier voor de vrouwen om vreemd te gaan zonder dat de man het zou merken. Normaal gesproken als een vrouw vreemd zou gaan, was er een grote kans dat ze ook zwanger zouden raken. Hierdoor deden vrouwen het niet. Maar nu, met het pessarium, konden de vrouwen het bed in duiken met wie ze wilden zonder zwanger te raken.

Normaal gesproken wachtten de vrouwen met seks totdat ze getrouwd waren, omdat het kindje anders een bastaard zou zijn. Nu konden vrouwen zonder verdere consequenties seks hebben.



Ook is dit te zien aan het feit dat mannen aanhangsters van Wilhelmina Drucker de ‘Dolle Mina’s’ noemden. Dit was van de kant van de mannen bedoeld als een negatieve bijnaam, maar uiteindelijk hebben de Dolle Mina’s hier hun geuzennaam van gemaakt.





Conclusie



In hoeverre heeft Aletta Jacobs invloed gehad in de vrouwenemancipatie op het gebied van scholing?

Aletta Jacobs heeft wel degelijk invloed gehad op het naar de universiteit gaan van vrouwen. Ze heeft als het ware de weg voor haar nakomelingen en tijdsgenoten vrij gemaakt. Zonder haar doorzettingsvermogen was de situatie nu heel anders geweest dan dat hij nu is.

Ze heeft niet alles in haar eentje gedaan. Er was al een discussie gaande over verbetering van het onderwijs voor meisjes. Aletta heeft hierin, zonder dat ze het zelf wist, een grote rol gespeeld aangezien ze de knoop heeft doorgehakt door naar de universiteit te gaan.

Ook was er al een meisje dat haar leerling-apothekers examen had gehaald, dus daarin was Aletta niet de eerste. Dus misschien was het voor haar wel makkelijker dit examen te halen, maar het naar de universiteit gaan was voor haar ontzettend zwaar. Ze moest alle vooroordelen zien te doorbreken, degenen die heel slecht over vrouwen dachten zijn dit blijven doen, maar anderen heeft ze wel voor een deel kunnen overtuigen. Ze moest al het geroddel en negatieve berichten in de pers doorstaan. Daardoor had ook haar familie het er moeilijk mee in het begin.







Literatuurlijst



Nouchka van Brakel – Aletta Jacobs, Het Hoogste Streven – Nederland, 1995 (Film)

Mineke Bosch – Het geslacht van de wetenschap – Amsterdam, 1994 (Boek)

M. Rood-de Boer (red.) – Aletta… en later – Arnhem, 1968 (Boek)

Groene Amsterdammer, 05-10-1879 (Tijdschrift)

Groene Amsterdammer, 20-09-1995 (Tijdschrift)



http://www.nereus.nl/content/shared/images/links/6.gif

http://members.home.nl/ajbakker/p94.html

http://members.home.nl/kjdolfing/

http://www.geheugenvannederland.nl/

http://www.alettajacobs.org/


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.