Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

CKV1 - PRAKTISCHE OPDRACHT VROUWENEMANCIPATIE



INLEIDING

Een geëmancipeerde vrouw is een vrouw die zelf indeelt hoe ze haar leven wil leiden.

Ze bepaalt zelf wat ze doet, ze kiest zelfstandig, denkt zelfstandig, laat zich door niemand wat aanpraten en ze geeft ook anderen de vrijheid om te doen en te denken wat ze zelf willen.



Dit is het onderwerp van deze praktische opdracht: vrouwenemancipatie. Ik heb hiervoor gekozen, omdat ik het interessant vind hoe vrouwen voor hun eigen rechten strijden en gestreden hebben. Ik kan het me bijna niet voorstellen hoe het zou zijn om als vrouw ondergeschikt te zijn aan de mannen. Ik wil gaan onderzoeken hoe de emancipatie van de vrouw zich in de loop der tijd ontwikkeld heeft. Daarbij ga ik dieper in op de volgende deelvragen:

- Hoe was de rol van de vrouw vóór de emancipatiestrijd begon?



- Wat zorgde ervoor dat vrouwen gingen strijden voor hun eigen rechten?

- Welke personen waren belangrijk in deze strijd?

- In welke fasen kan de emancipatiestrijd verdeeld worden?

- Hoe is de emancipatiestrijd terug te zien in kunst en cultuur?

- Is de emancipatie van de vrouwen tegenwoordig voltooid?



Ik ga de positie van de Westerse vrouw vergelijken met de positie van de vrouw in China. Ik kies hiervoor, omdat ik laatst op tv een programma zag waarin men beelden liet zien van de documentaire Dying Rooms. Deze documentaire gaat over het lot van vele Chinese meisjes als gevolg van de één-kind-politiek. Ik wil daarom graag weten hoe het zit met de emancipatie van vrouwen in China. Hoe was de positie van deze vrouwen vroeger? Wat is er veranderd? Welke verschillen zijn er wat betreft de positie en de emancipatie van vrouwen in het Westen en vrouwen in China? Ik hoop dat ik door middel van deze vergelijking antwoorden kan vinden op mijn vragen.



DE ROL VAN DE VROUW VOOR DE EMANCIPATIESTRIJD

De Bijbel



Het is bekend dat vrouwen in een groot deel van de geschiedenis een ondergeschikte rol hebben gespeeld ten opzichte van de mannen. Er is altijd een vast rolpatroon geweest tussen de man en de vrouw. Dit was al vastgelegd in de Bijbel en omdat het Christendom een grote religie is, zijn er altijd veel mensen geweest die vinden dat de vrouw voor het gezin moet zorgen en dat de man moet werken. Volgens hen moet de vrouw haar man dienen. Er zijn theorieën die beweren dat dit een soort “straf” is voor alle vrouwen, omdat Eva de vrucht van de verboden boom plukte en opat. Dit zou een teken van domheid van de vrouw zijn en hiervoor moest elke vrouwe gestraft worden.



Traditionele rolverdeling

Zelfs voor de opkomst van het Christendom, in de préhistorie, was er een bepaalde taakverdeling tussen mannen en vrouwen. De mannen jaagden en de vrouwen deden het andere werk, zoals voedsel verzamelen en de kinderen verzorgen. In de loop van de tijd veranderde de samenleving en veranderden dus ook de taken. Toen er een agrarische samenleving was, bijvoorbeeld, werd er niet meer gejaagd, maar deed de man wel het zwaarste werk op het land. Ook in de stedelijke samenleving oefenden de mannen een ambt uit en waren het de vrouwen die de andere taken verrichten. Het waren dus altijd de mannen die het “echte werk” deden. De vrouwen werden vaak als minderwaardig, dom en slap gezien. Een uitspraak als: “Dat kan ze niet, ze is maar een vrouw,” was gedurende een lange periode absoluut geen uitzondering.



Opstand?

Natuurlijk lieten niet alle vrouwen zich zoiets zeggen. Er zijn altijd al opstandige vrouwen geweest, vrouwen die wisten dat ze geestelijk op hetzelfde niveau als de mannen zaten, zo niet hoger. Er werd echter niet geluisterd naar vrouwen met zo’n afwijkende mening. Het was sowieso geen gewoonte om als vrouw je mening kenbaar te maken. Deed je dat wel en stuitte je de mannen daarmee tegen de borst, dan was de kans groot dat je belachelijk werd gemaakt of werd gestraft. In de tijd van de heksenvervolgingen was de onderdrukking zelfs zo ernstig, dat de vrouwen er niet eens aan durfden te dénken om in opstand te komen. Wie het probeerde belandde meestal op de brandstapel. Het was echter maar een klein deel van de vrouwen dat het niet eens was met de gang van zaken. De meeste vrouwen wisten gewoon niet beter of ze hadden een ondergeschikte positie. Het christelijke geloof zat er zo diep in gestampt dat de meeste vrouwen het zondig vonden als ze in opstand zouden komen. Al het bovenstaande maakt dus duidelijk dat de positie van vrouwen niet altijd zo goed is geweest als die nu is.



Zoals ik in het vorige tekstgedeelte al beschreven heb, zijn er altijd al vrouwen geweest die het niet eens waren met hun minderwaardige positie in de maatschappij. Zij hadden echter weinig mogelijkheden om er verandering in te brengen. Hoe en wanneer is de strijd om de vrouwenemancipatie dan echt begonnen?



DE EERSTE FEMINISTISCHE GOLF

Aletta Jacobs

Op 9 februari 1854 werd Aletta Jacobs in Sappemeer geboren. Ze was het achtste kind van huisarts Abraham Jacobs en Anna de Jongh. Op zesjarige leeftijd wist Aletta al dat ze dokter wilde worden. Het kwam nooit bij haar op dat daar moeilijkheden mee zouden kunnen komen. Ze was opgegroeid in een vrij gezin waar jongens en meisjes gelijk behandeld werden. In 1870 werd ze, op aandringen van haar vader, toegelaten tot de HBS (Hoge Burger School). Ze volgde daar een jaar lang lessen en schreef zich daarna in bij de Groningse Hogeschool, waarvoor ze eerst toestemming had moeten vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken, J.R. Thorbecke. Hij verleende zijn toestemming, maar niet van harte. In 1878 studeerde Aletta af in geneeskunde. Hiermee was ze de eerste vrouwelijke arts van Nederland. Op 8 maart 1879 promoveerde ze. Vervolgens richtte ze een eigen praktijk op in Amsterdam en zette zich vooral in om veilige voorbehoedsmiddelen aan vrouwen te verstrekken: het pessarium. Het overgrote mannelijke deel van de maatschappij was furieus, maar haar patiëntes waren haar dankbaar. Ook zette Aletta Jacobs zich in voor het kiesrecht van vrouwen: in 1883 stuurde ze een brief naar het bestuur van Amsterdam met het verzoek of ze op de kieslijst geplaatst kon worden. Ze kreeg er antwoord op: aan de vrouw werd geen kies- of stemrecht ontleend en of de dokter zich bij haar medische praktijk wilde houden. Maar Aletta was niet iemand die gauw opgaf. In 1894 was ze samen met andere vrouwen de oprichtster van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht, de VVK. Een jaar later werd ze presidente van de afdeling Amsterdam. Hiermee was de strijd om het vrouwenkiesrecht landelijk ingezet.



Arbeid en kiesrecht

Aletta Jacobs werd samen met Wilhelmina Drucker het boegbeeld van de vrouwenemancipatie, maar ondertussen hadden andere vrouwen ook niet stilgezeten. De feministes uit die tijd kwamen vooral uit de burgerij, maar het waren er nog niet veel. De meeste vrouwen hadden wel iets anders aan hun hoofd: in de arbeidersklasse hadden veel vrouwen de zorg voor huishouden en kinderen en werkten daarbij vaak ook nog onder erbarmelijke omstandigheden. In 1889 kwam hier een einde aan door de Arbeidswet, die onder meer ingreep in de vrouwenarbeid. Voor de werkende vrouwen was dat noodzaak, maar voor de burgerlijke feministes was een tegenslag. Voor hen was vrouwenarbeid een hoofdthema binnen het streven naar emancipatie. Onder aanvoering van Aletta Jacobs gingen de vrouwen door met hun strijd voor gelijkheid, die de eerste feministische golf wordt genoemd. De strijd begon bij het algemeen kiesrecht. Steeds meer vrouwen sloten zich aan bij de VVK of ondernamen op andere manieren actie om kiesrecht te verwerven. Jaren eerder had het algemeen kiesrecht voor mannen al heel wat voeten in de aarde gehad, maar nu was het de beurt aan de vrouwen. Na jaren van strijd en actievoeren behaalden de vrouwen in 1919 eindelijk hun gelijk: koningin Wilhelmina ondertekende een wet die het volledige kiesrecht aan vrouwen toekende. Na een wetswijziging vielen in 1922 voor het eerst ook stembriefjes voor vrouwen in de brievenbussen. Aletta Jacobs schreef in 1928 aan een vriendin: “…Ik weet zeker dat we niet voor niets hebben geleefd. Wij hebben onze taak volbracht en wij kunnen de wereld achterlaten in de overtuiging, dat we haar in betere toestand achterlaten dan we haar gevonden hebben.” Een jaar later overleed ze, op 10 augustus 1929. Nederland treurde. Maar Aletta heeft gelijk gehad: de emancipatiestrijd ging door.



DE TUSSENPERIODE

Slechte jaren voor de vrouw

In de jaren ’30 was er een economische crisis en vanaf 1940 was de Tweede Wereldoorlog in volle gang. Dit had natuurlijk gevolgen voor de vrouwenemancipatie. Ten eerste had men in deze jaren wel wat anders aan zijn hoofd dan emancipatie, zodat strijd op een laag pitje kwam te staan.

Ten tweede ontstond er in de crisisjaren een verandering wat betreft vrouwenarbeid. In diverse landen, waaronder ook Nederland, werd geprobeerd om de betaalde arbeid van vrouwen te verminderen. Vrouwen werden als bedreiging gezien op de arbeidsmarkt. Zij hadden een lager uurloon, waardoor er op de arbeidsmarkt natuurlijk wel veel vraag naar vrouwen was. De werkgevers wilden alles tenslotte zo goedkoop mogelijk houden. Mede daardoor mislukte de poging om vrouwen van de arbeidsmarkt weg te houden, al werkten er wel minder vrouwen. Over het algemeen werd betaalde arbeid van meisjes en ongehuwde vrouwen in die tijd wel geaccepteerd, maar zo gauw ze trouwden werden ze geacht te stoppen met werken. Na de Tweede Wereldoorlog werd vrouwenarbeid meer en meer geaccepteerd, maar gelijke rechten hadden de vrouwen op de werkvloer nog lang niet.



Tijdens het politieke interbellum hadden de confessionele partijen veel invloed op het beleid in Nederland. De confessionelen waren erg anti-feministisch. Het interbellum was dus geen goede periode voor de vrouwen. Volgens de confessionelen hoorden de vrouwen thuis te blijven om voor de kinderen en het huishouden te zorgen. De mannen hadden de taak om het betaald werk te verrichten. Niet alleen de confessionelen dachten er zo over, ook de socialisten en de progressief- liberalen waren van mening dat er een bepaalde rolverdeling moest zijn. Toch waren deze partijen minder extreem dan de confessionelen. Ze vonden namelijk dat vrouwen niet ondergeschikt aan mannen waren. Dat verklaart waarom de socialisten en de liberalen vonden dat de rechten van de vrouwen niet moesten worden teruggedrongen. De confessionelen wilden dit wel. Natuurlijk probeerden de feministes zich hiertegen te verzetten, maar vanwege alle andere zorgen was het verzet was minder radicaal dan in de eerste feministische golf. Dit laat zien dat de eerste golf echt voorbij was, maar dat het feminisme als stroming bleef bestaan.



Positieve gebeurtenissen

Hoewel de positie van vrouwen tijdens het interbellum weer verslechterde, gebeurden er wel nog een aantal positieve dingen. Zo werd in 1935 het IAV opgericht, het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging. Er zijn onder andere archieven van de VVK bewaard gebleven. In 1956 werd de eerste vooruitgang wat betreft vrouwenarbeid geboekt: Vrouwen konden voortaan een arbeidsovereenkomst sluiten zonder toestemming van hun man of vader. Op 13 oktober 1956 werd Marga Klompé (zie foto) Minister van Maatschappelijk werk. Daarmee werd ze de eerste vrouwelijke minister in Nederland. In 1957 was er opnieuw een sprong vooruit in de emancipatiestrijd: het werd wettelijk toegestaan dat vrouwen als ambtenaar gingen werken.



DE TWEEDE FEMINISTISCHE GOLF

Veranderingen

De tweede feministische golf speelde ruwweg vanaf het midden van de jaren zestig. Toch waren er in de jaren vijftig al ontwikkelingen aan de gang die als het vroege begin van de tweede feministische golf vormden. Het zogenaamde “nieuwe feminisme” ontstond in Nederland vrij vroeg, zeker in vergelijking met andere West-Europese landen zoals Duitsland en Frankrijk. Nederland was onderhevig aan een stroomversnelling van veranderingen. De emancipatiestrijd speelde zich af tegen de achtergrond van een periode van economische groei: het was de periode waarin de opbouw van de welvaartsstaat plaatsvond. De tweede feministische golf had vier belangrijke strijdterreinen:

- Arbeid: in de jaren zestig nam het aantal werkende vrouwen toe, hoewel de overheid dit niet stimuleerde. Er was nog veel weerstand tegen werkende moeders met jonge kinderen.

- Onderwijs: in de jaren vijftig en zestig haalden de vrouwen hun achterstand op mannen in het onderwijs in. Vrouwen wilden ook aan het werk, dus hadden ze een opleiding nodig.

- Politiek: hoewel vrouwen in 1919 kiesrecht hadden verworven, bleef politiek een mannenzaak. Er zaten wel vrouwen in de politiek, maar de mannen domineerden.

- Seksualiteit, huwelijk en gezin: vrouwen streden voor meer seksuele vrijheid. Er kwamen veranderingen wat betreft anticonceptie, abortus en het huwelijksrecht.



Het feit dat vrouwen nog steeds ver achtergesteld waren ten opzichte van de mannen, zorgde ervoor dat hun gevoelens van onzekerheid en onvrede groeiden. De situatie van vrouwen ging niet voldoende vooruit en er werd geen einde gemaakt aan het onrechtvaardige sekseverschil. Dat laatste botste met het gelijkheidsdenken in deze tijd. Deze gevoelens van discriminatie jegens vrouwen ontlaadden zich in de jaren zestig. De tweede feministische golf kwam echt op gang toen Joke Kool-Smit in 1967 haar artikel “Het onbehagen van de vrouw” publiceerde. Het waren roerige jaren: waarden en normen waar men aan gewend was, werden blijvend veranderd. De tweede feministische golf kan in drie fasen ingedeeld worden:

- het gematigd feminisme

- het socialistisch-radicaal feminisme

- het radicaal feminisme



**Het gematigde feminisme (ca. 1965 – 1971)**

Het gematigde feminisme was het eerste soort feminisme dat opkwam in de tweede golf. Het kenmerkte zich vooral door het feit dat de vrouwen bleven strijden voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Het opvallende is dat ze hierbij samenwerkten met mannen. De reden hiervoor was, dat ze aan hen gelijk gesteld wilden worden. Ze wilden de normen en waarden van de mannen overnemen en op die manier op gelijke hoogte komen op het maatschappelijk vlak.



Twee belangrijke actiegroepen uit de periode van het gematigd feminisme zijn de Man Vrouw Maatschappij (kortweg MVM) en de Dolle Mina. Ondanks de tegenstellingen tussen MVM en Dolle Mina (deze staan hieronder beschreven) hadden beide organisaties gemeenschappelijke trekken. Ze waren beide gericht op gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Vrouwen mochten geen ondergeschikte rol meer hebben en moesten macht krijgen in de mannenwereld. Bovendien werd in beide organisaties met mannen samengewerkt, iets wat in veel andere landen niet gebeurde.



Man Vrouw Maatschappij

De MVM was de eerste organisatie van de tweede feministische golf in Nederland. Ze werd op 26 oktober 1968 opgericht door Joke Kool-Smit en Hedy D’Acona. Roldoorbreking, het recht op gelijke ontplooiingsmogelijkheden voor vrouwen en mannen, het gelijke recht op betaald werk: dit waren een aantal van de centrale uitgangspunten van de MVM. De MVM oefende druk uit op de overheid in Nederland, op de politieke partijen en op maatschappelijke organisaties. De organisatie was socialistisch ingesteld en werkte samen met de PvdA.



Dolle Mina

Begin december 1969 werd de actiegroep Dolle Mina in het leven geroepen. In januari 1970 trad ze in de openbaarheid. Dolle Mina kwam voort uit de vernieuwingsbeweging van linkse intellectuele jongeren. Het effect van het optreden van Dolle Mina was overweldigend. Als een orkaan raasde de beweging eerst door Amsterdam, maar later door heel Nederland en ook door België. De voornaamste doelen die Dolle Mina wilde bereiken, waren goede anticonceptie, recht op vrije abortus (“Baas in eigen buik”), betere kinderopvang, alle opleidingen ook voor vrouwen toegankelijk maken en gelijk loon voor gelijke arbeid van mannen en vrouwen. Ook was Dolle Mina tegen de Miss-verkiezingen en streden ze voor het zogenaamde “plasrecht”. Dit laatste hield in dat er ook openbare toiletten voor vrouwen moesten komen en dat werd afgedwongen door een symbolische actie waarbij de openbare toiletten voor mannen met roze linten werden dichtgeknoopt. Er was een groot verschil tussen MVM en Dolle Mina: MVM was de organisatie die de tweede feministische golf in Nederland in gang zette, maar Dolle Mina zorgde ervoor dat het nieuwe feminisme bij het gewone volk bekend werd.



**Het socialistisch-radicaal feminisme (ca. 1971 – 1980)**

Na het gematigd feminisme ontstond er een nieuwe fase rond 1971. Belangrijk bij deze vorm was de praatgroepbeweging. Dit was een verschijnsel uit de VS en had raakvlakken met het radicaal feminisme, dat later tot volle bloei zou komen. Omdat Dolle Mina meer gericht was op actievoeren dan op praatgroepen, ging het na 1972 langzaam bergafwaarts met deze organisatie. Nog een aantal jaar later zouden radicaal-feministische organisaties Dolle Mina helemaal langs de zijlijn plaatsen. Rond 1977 stierf de actiegroep een stille dood. MVM bestaat nog steeds, hoewel deze organisatie steeds minder belangrijk is geworden naarmate het aantal feministische organisaties toenam en er ook steeds meer verschillende soorten kwamen.



De autonome vrouwenbeweging

Er kwam een verzamelnaam voor het deel van de feministische beweging dat niet verbonden was met een politieke partij of vakbeweging en dat gebaseerd was op radicaal-feministische organisatieprincipes: de autonome vrouwenbeweging. Een van de eerste zelfstandige radicaal-feministische actiegroepen was Paarse September. De beweging werd met recht vrouwenbeweging genoemd omdat ze vrijwel geen mannen toeliet en breidde zich vanaf 1972 snel uit. Tot de autonome vrouwenbeweging behoorde ook de fem-soc-stroming, afgekort van feministisch-socialisme. Er waren indertijd dus twee belangrijke feministische stromingen: het socialistische en het radicaal feminisme. Door de radicale invloed gingen de aanhangers van de fem-soc-stroming ervan uit dat vrouwen door mannen onderdrukt werden. Er was echter ook invloed van het marxisme. Dat zorgde ervoor dat men vond dat deze onderdrukking niet kon worden losgezien van de economische organisatie van de samenleving en het bestaan van klassentegenstellingen.



De nieuwe feministische beweging werd geleid en gevolgd door vooral jonge, goed opgeleide vrouwen. Via vormings- en scholingswerk werden er ook vrouwen met weinig opleiding aangetrokken. Feministische vormen van hulpverlening werden steeds normaler. Voorbeelden van die hulpverlening zijn vrouwengezondheidscentra en de Blijf-van-mijn-Lijf-huizen.

Maar daar bleef het niet bij: de feministische beweging bleek grote invloed te hebben op het politieke denken van het Nederlands volk. In vergelijking met tien jaar eerder werd er midden jaren zeventig veel vrijer gedacht over kwesties die door het feminisme waren aangekaart.



**Het radicaal feminisme (ca. 1980 – 1985)**

Het belangrijkste kenmerk van het radicaal feminisme is dat er wordt uitgegaan van een mannenheerschappij over de vrouwen. De radicale feministes braken met mannen en werkten aan de opbouw van een tegencultuur op basis van eigen normen en waarden. Sommigen onder hen werden lesbisch omdat ze gewoonweg niets met mannen te maken wilden hebben. Ook de termen BOM-moeder (Bewust Ongehuwde Moeder) en BAM-moeder (Bewust Alleenstaande Moeder) kwamen op in de jaren tachtig.



In 1981 deden naar schatting 30.000 tot 50.000 vrouwen mee aan een landelijke staking tegen de voorgestelde Abortuswet. De wet kwam niet voldoende tegemoet aan de feministische eisen. Het wetsvoorstel werd gewijzigd en nog datzelfde jaar werd de wet aangenomen. Hiermee viel een belangrijk strijdpunt weg. Daarna richtte de feministische stroming haar aandacht meer op het seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes. Dit seksuele geweld kwam tot uiting in aanranding, verkrachting, ongewenste intimiteiten op het werk, incest en in (gewelddadige) pornografie. Hier werd echter geen groot resultaat geboekt. Seks en daarmee helaas ook seksueel geweld werd steeds normaler en meer geaccepteerd.



Ook op politiek gebied was de emancipatiestrijd nog steeds gaande. Feministen slaagden erin vooraanstaande functies te bezetten in de Pacifistisch Socialistische Partij, de Communistische Partij Nederland en de Politieke Partij Radicalen, maar dat ging niet altijd even makkelijk.

De overheid startte toen een emancipatiebeleid. Dat zette een aantal ontwikkelingen in gang om de sekseverschillen te verkleinen, maar er bleef wel ontevredenheid over dat beleid. Uiteindelijk had de feministische invloed ook zijn uitwerking op de maatschappij, bijvoorbeeld in bedrijven die gericht vrouwen gingen verwerven voor hoge functies en in vrouwengroepen die bij universiteiten werkten aan vrouwenstudies.



**Het einde van de emancipatiestrijd**

Halverwege de jaren tachtig was de emancipatiestrijd definitief voorbij. Er werden vrijwel geen acties meer gevoerd en het leek alsof de vrouwen tevreden waren met de situatie zoals die was. Op de vraag of de emancipatie van de vrouw eind jaren tachtig ook echt voltooid was, zal ik later nog terugkomen.



KUNST EN CULTUUR

Kunst

De rol van de vrouw in de eeuwenlange kunstgeschiedenis is op zich al een onderwerp om een hele praktische opdracht over vol te schrijven. Helaas: ik moet het dus kort houden. Het feit ligt er dat de vrouw al eeuwenlang een geliefd onderwerp in de kunst is, zeker bij naaktschilderingen. Maar naaktschilderingen zijn natuurlijk heel iets anders dan pornografie, waar de feministes sterk tegen gekant zijn. Kunst met daarop een vrouw afgebeeld, is naar mijn mening eerder een compliment voor de vrouw dan een vernedering. Vroeger werden vrouwen vaak op schilderijen afgebeeld om een verhaal te vertellen of een bijbelse boodschap weer te geven. Kijk maar naar Batseba van Rembrandt (links). Indertijd waren het ook alleen de mannen die schilderden. Voor vrouwen was kunst niet weggelegd. Tegenwoordig is dat anders: er zijn nu genoeg vrouwen die via kunst uitdrukking geven aan hun gevoelens. Daar draaien de huidige schilderijen waarop vrouwen zijn afgebeeld ook om: het uiten van emoties.



Cultuur

Kleding

Kleding behoort tot cultuur en heeft ook rol gespeeld in de vrouwenemancipatie. Vroeger werden vrouwen van hoge klasse ingesnoerd in een korset. Ze konden moeilijk ademhalen en vielen daardoor vaak flauw. Pas in 1906 werd het korset afgeschaft door modeontwerper Paul Poiret. De mode voor de vrouw werd eenvoudiger. In de Eerste Wereldoorlog werd het voor de vrouw wat kleding betreft helemaal makkelijk. Omdat zij nu vaak de taken van mannen moesten overnemen, werd de kleding ook steeds comfortabeler. Er waren zelfs al vrouwen die broeken droegen, maar dat vond men nog onfatsoenlijk. Na de 1918 bleef het effect van comfortabele kleding voor de vrouw doorlopen en na de Tweede Wereldoorlog werd het normaler dat vrouwen een broek droegen. Tot de jaren zestig was mode voor de vrouw iets dat vooral “degelijk” moest zijn. Daarna, in de tweede feministische golf, droegen vrouwen vooral wat ze leuk vonden. Het ondergoed diende niet langer alleen om het lichaam in vorm te houden, maar werd nu ook een mooie basis van kleding en werd een prikkeling van de seksualiteit. Deze ontwikkelingen zorgden ervoor dat vrouwen zich steeds vrijer en prettiger gingen voelen in hun kleding.



Uitvindingen

In de traditionele rolverdeling (dus vóór de tweede feministische golf) was het huishouden een belangrijke taak van de vrouw. Na de Tweede Wereldoorlog werd het huishouden echter wel steeds makkelijker voor vrouwen. Er kwamen steeds meer apparaten op de markt die het huishouden eenvoudiger maakten: een wasmachine, een stofzuiger, een elektrisch strijkijzer…Deze apparaten zorgden ervoor dat het huishouden minder tijd kostte. Dat had een positief effect: de vrouwen hadden meer vrije tijd en konden zichzelf beter ontplooien. Van de andere kant was er ook een negatief effect. Het overgrote deel van de vrouwen werkte niet buitenshuis en wist niet meer wat ze moest doen toen het huishouden steeds minder tijd in beslag nam. Veel vrouwen vlogen tegen de muren op en er was soms zelfs sprake van psychische problemen. Dat was voor vrouwen eens te meer een reden om te strijden voor een betere rolverdeling en gelijke kansen op de arbeidsmarkt.



IS DE EMANCIPATIESTRIJD VOLTOOID?

Deze vraag is heel simpel te beantwoorden: nee, de emancipatie is nog lang niet voltooid. Om dit aan te tonen heb ik een aantal punten op een rijtje gezet:

- Leidinggevende functies worden nog steeds veel te weinig door vrouwen bekleed. Hoewel het percentage vrouwelijke managers steeg van 12% in 1994 tot 25% in 2003, wordt slechts 7% van de topposities bij grote bedrijven door vrouwen bekleed.

- In 2001 was slecht 41% van de Nederlandse vrouwen economisch zelfstandig.

- Het huidige kabinet telt een recordaantal vrouwelijke ministers: het zijn er vijf. Een vrouwelijke premier heeft Nederland nog nooit gehad en een partij als de SGP, waarvan vrouwen geen lid mogen worden, wordt nog steeds door de overheid gesubsidieerd.

- Geweld tegen vrouwen komt nog altijd heel veel voor. In 2000 werden er 2900 keer een proces verbaal opgemaakt vanwege aanranding, 1650 keer voor verkrachting en ruim 25000 van andere misdrijven tegen vrouwen, waaronder ook stalking en bedreiging.

- De kinderopvang wordt in Nederland steeds duurder en er zijn steeds langere wachtlijsten. Voor moeders is de drempel daarom hoger om aan het werk te gaan.

- Op mondiaal niveau is vrouwenemancipatie ook hard nodig. Vrouwen worden uitgehuwelijkt, ze zijn het slachtoffer van eerwraak, van besnijdenis. In Bangladesh zijn gevallen bekend van vrouwen die accuzuur in hun gezicht kregen toen ze voor zichzelf opkwamen. In Algerije lopen vrouwen het risico dat hen de keel wordt doorgesneden wanneer ze in het openbaar hun sluier afdoen. En wat te denken van alle meisjesbaby’s die in China aan hun lot worden overgelaten of gedood vanwege de één-kind-politiek…?



VERGELIJKING: VROUWEN IN CHINA

Inleiding

In deze vergelijking wil allereerst terug in de geschiedenis van China: hoe was de rol van de vrouw? Was ze belangrijk in het gezin? Vervolgens ga ik kijken hoe de positie van vrouwen in China in de loop der tijd veranderd is. Daarna besteed ik nog aandacht aan de één-kind-politiek en de gevolgen hiervan. In de conclusie zal ik proberen te formuleren welke overeenkomsten en verschillen er zijn tussen de positie van de vrouw in de Westerse cultuur en in China, nu en in het verleden.



Geschiedenis van de vrouw in China

China is eeuwenlang een keizerrijk geweest, waar de macht soms wel vierhonderd jaar lang in een familie (een dynastie) werd doorgegeven. De keizer werd gezien als de verbinding tussen de aarde en God. De bevolking had natuurlijk niets te vertellen op dat gebied. Wel had de bevolking bepaalde idealen op het gebied van sociale verhoudingen. Het meergeneratiegezin was zo’n ideaal. Een hele familie woonde bij elkaar: van overgrootouders tot achterkleinkinderen. De familierelaties waren in bepaalde machtsverhoudingen vastgelegd, bijvoorbeeld vader boven zoon, man boven vrouw en oudere broer boven jongere broer. Dit geeft al aan dat de vrouw ondergeschikt was aan haar man. Een vrouw in het toenmalige China had niets te vertellen. Ze had kon slechts een beetje aanzien verwerven door haar vader, haar man en haar broers op alle mogelijke gebieden te gehoorzamen en door veel zoons te krijgen. Wanneer een vrouw alleen maar dochters kreeg, werd ze als waardeloos beschouwd. Dochters kostten namelijk alleen maar geld. Wanneer ze oud genoeg waren gingen ze trouwen en inwonen bij de familie van hun man. Meisjes van een jaar of twaalf waren indertijd al oud genoeg om te trouwen. Het was dus zeker niet ongewoon dat een meisje op haar veertiende of vijftiende haar eerste kind kreeg. Wanneer een vrouw alleen dochters kreeg, was het niet vreemd dat een man bij een andere vrouw probeerde wél zoons te krijgen. Openlijke polygamie werd als iets normaals beschouwd, althans, voor de mannen. Wanneer een vrouw overspel pleegde, werd ze dikwijls gedood.



Voetbinden

De onderdrukte positie van vrouwen werd nog verstrekt door een gruwelijke traditie in China: het voetbinden. Deze traditie ontstond rond 960. Er was toen een prinses, Yao Niang, die hele kleine voeten had. Men ging dit als schoonheidsideaal beschouwen. Bij meisjes vanaf zes jaar en soms zelfs jonger, werden de voetjes daarom strak ingebonden. De redenering was dat de voeten daardoor niet meer zouden groeien. Natuurlijk ging de groei door, maar niet op normale wijze. Er ontstonden vreselijke vergroeiingen. Vaak bleef het niet bij afbinden alleen, maar werden de botjes in de voeten ook gebroken. De voet werd dan in een bepaald model geduwd en opnieuw ingebonden. De voeten werden vaak niet langer dan tien centimeter. Ter vergelijking: een schoenmaat 38/39 (de gemiddelde maat in Nederland) is ongeveer 26 centimeter! Deze verminking had tot gevolg dat vrouwen en meisjes vrijwel niet meer londen staan en al helemaal niet lopen. Ze leden pijn en hun vrijheid werd ernstig beperkt. De traditie werd in 1600 verboden door de Chinese regering, maar was zo ingeburgerd dat het nog eeuwen duurde voor het voetbinden langzaamaan minder werd. Er leven zelfs nog een aantal Chinese vrouwen wiens voeten rond 1910 nog ingebonden werden.



Veranderingen

Sinds het keizerrijk China zijn we eeuwen verder. De vrouw had toen een volledig ondergeschikte positie. Dat is natuurlijk wel veranderd. Chinese vrouwen hebben echter nooit een echte emancipatiestrijd gevoerd. De veranderingen in hun situatie kwamen geleidelijk aan vanzelf. Ik vraag me af waarom er nooit een emancipatiestrijd is gevoerd. Waarschijnlijk waren de vrouwen zo aan hun positie gewend dat een strijd voor gelijke rechten niet bij hen opkwam. Of misschien lukte het gewoon niet omdat China zo’n enorm land is: daarin is organisatie natuurlijk veel moeilijker dan in een minilandje als Nederland. Tegenwoordig zijn er ongeveer 560 miljoen vrouwen in China. De verschillen zijn groot. Er zijn meisjes van vijftien die zeven dagen per week, veertien uur per dag, in aanraking komen met giftige stoffen in een fabriek. Er zijn vrouwen die een uitzichtloos bestaan hebben in de seksindustrie. Maar er zijn ook genoeg vrouwen die een goede baan hebben, of een eigen bedrijf. Er zijn vrouwen die een hard moeten werken op het platteland, maar wel een goed leven hebben. China is zo groot dat er onmogelijk één lijn getrokken kan worden. De positie van vrouwen is absoluut na verloop van tijd absoluut verbeterd, maar in veel opzichten is ze nog lang niet ideaal.



Eén-kind-politiek

De bevolking in China bedraagt inmiddels 1,3 miljard mensen. De bevolkingsgroei staat nu op ongeveer 0,85%, maar dit percentage is veel hoger geweest. Al jaren streeft de Chinese regering ernaar om de bevolkingsgroei te verminderen tot 0%. Om dit te bereiken is er in 1979 de één-kind-politiek ingevoerd. Dit hield logischerwijs in dat er maar één kind per gezin geboren mag worden. Op zich een goede regeling om te voorkomen dat China uit zijn voegen barstte, als er maar niet zoveel negatieve aspecten aan hadden gezeten. Er bestond namelijk nog steeds de opvatting dat jongens waardevoller zijn dan meisjes. Meisjes kostten alleen maar geld en zouden nooit de familienaam voort kunnen zetten, omdat ze later gingen trouwen.



Als een echtpaar in China een kind wilde, moest er eerst een geboorteaanvraag ingediend worden. Als het kind geboren was, was de vrouw verplicht om anticonceptie te gebruiken of een sterilisatie te ondergaan. Abortus kwam heel veel voor in China, al dan niet gedwongen. Vaak was het zo dat een vrouw een abortus onderging zodra ze merkte dat ze van een tweede kind in verwachting was of wanneer bekend was dat ze een meisje kreeg. In China is abortus (nog steeds) wettelijk toegestaan tot de achtste maand van de zwangerschap. Het kindje is dan allang levensvatbaar. In 1994 werd er een wet goedgekeurd die verbood dat mensen met geestelijke problemen, aangeboren afwijkingen of besmettelijke ziektes kinderen mochten krijgen. Wanneer een vrouw zwanger was van een kindje met een ernstige handicap of een erfelijke afwijking, werd ze verplicht om een abortus te ondergaan, ook al was dat tegen haar wil. Zo werkte China niet alleen aan de kwantiteit, maar ook aan de kwaliteit van het volk. Het klinkt cru, maar dat doet me denken aan het antisemitisme in Duitsland op het moment dat Hitler aan de macht kwam. Er was en is in China sterke controle op het aantal kinderen per gezin. Wanneer een vrouw meer dan één kind kreeg of weigerde een verplichte abortus te ondergaan, kon dat in het gezin leiden tot hoge boetes, ontslag of zelfs gevangenisstraf.



Natuurlijk werden er wel nog meisjes geboren in China. Er waren genoeg ouders die meer gaven om het leven van een dochter, dan om geld en de familienaam. Helaas was dat lang niet bij iedereen zo. Veel meisjesbaby’s werden vermoord of te vondeling gelegd. De meisjes die te vondeling werden gelegd stierven ook vaak, omdat niemand ze meenam. Ook konden ze in een weeshuis terecht komen. Er waren 100.000 legale weeshuizen in China en de regering weigerde om dat aantal op te voeren. Meisjes die in deze tehuizen terechtkwamen, kwamen vaak voor adoptie in aanmerking. Maar ook de zogenaamde Dying Rooms zijn bekend. Het lijkt onvoorstelbaar, maar het gebeurde echt: de meisjes werden naar dit soort “tehuizen” gebracht om te sterven. Ze kregen vrijwel geen eten of drinken, ze werden niet verschoond en er was geen medische zorg voor ze. Ze werden vaak in een stoeltje vastgebonden of in donkere kamers gelegd, zonder frisse lucht of ramen. Er werd gewoon gewacht tot de meisjes dood waren. Uiteindelijk werd de wereld wakker geschud door een documentaire hierover. Sinds september 2002 is het gelukkig toegestaan om twee kinderen te hebben. Tijdens de zwangerschap mag geen onderscheid meer gemaakt worden tussen jongen of meisje.



CONCLUSIE VAN DE VERGELIJKING

Sinds september 2002 gaat het wat beter met de positie van miljoenen vrouwen en meisjes in China. Toch is het erg genoeg dat er nog maar drie jaar geleden een grove schending van de mensenrechten plaatsvond. Het is onmenselijk dat vrouwen in de 21e eeuw nog gedwongen werden tot abortus of sterilisatie. Meisjes mogen gewoon niet vermoord worden omdat ze zogenaamd niets waard waren. In de Westerse landen was de positie van vrouwen in het verleden ook niet bepaald goed, maar hier werden tenminste geen voeten afgebonden! De Chinese vrouwen hebben, in tegenstelling tot de vrouwen in het Westen, nooit gestreden voor hun rechten. China zit nog steeds vast in de oude normen en waarden, ook al is de geboortebeperking versoepeld: de man staat boven de vrouw, een jongen boven een meisje. In het Westen is dit veel minder, hoewel we hebben gezien dat ook hier de emancipatie nog niet voltooid is. Er zijn natuurlijk vrouwen in China die het wel goed hebben en sinds 2002 is de positie van de vrouwen en meisjes al verbeterd, maar ik denk dat ze er in China nog lang niet zijn. Er is nu een overvloed aan jongens en mannen en de vrouwen zullen moeten knokken om zich te bewijzen in zo’n mannenmaatschappij.



REFLECTIE

Ik vond deze praktische opdracht heel erg leuk om te maken en dat was vooral omdat we een eigen onderwerp mochten kiezen. Ik heb voor vrouwenemancipatie gekozen omdat ik laatst gelezen had dat de vrouw nog lang niet voldoende geëmancipeerd was. Hierdoor werd ik nieuwsgierig naar die emancipatie. Ik had natuurlijk wel gehoord van de strijd om het kiesrecht, van Aletta Jacobs en van de Dolle Mina’s, maar het fijne wist ik er eigenlijk niet van. Daarom vond ik het erg interessant om deze praktische opdracht te maken. Je gaat zelf op zoek naar informatie en bepaald zelf wat er wel en niet in het verslag komt. Nu ben ik iemand die heel graag schrijft en ik maak verslagen meestal ook erg uitgebreid. Met het maximum aantal pagina’s had ik dus ook nogal wat moeite. Ik wilde zoveel in dit verslag vertellen en ik blijf een beetje met het gevoel zitten dat niet alles erin staat wat ik erin had willen hebben.



Ik heb gelukkig wel veel van deze praktische opdracht geleerd. Het was interessant om te zien hoe de rol van de vrouw in de loop der tijd veranderd is. Ze hebben het steeds beter gekregen, maar de emancipatie blijkt nog lang niet voltooid te zijn. Waar ik verder achterkwam is dat ik blij kan zijn om als vrouw in Nederland te leven. Als ik in Afrika geboren was liep ik grote kans om besneden te worden, als Moslim werd ik misschien wel uitgehuwelijkt en als ik een Chinese was geweest, zou ik me waarschijnlijk aan een maximum aantal kinderen moeten houden. Dit geeft aan dat iets als een Wereld-Vrouwen-Dag nog hard nodig is. Vrouwen verdienen zulke onderdrukking door de maatschappij of door hun religie niet.



Wat ik opmerkte, was dat ik zelfs emotioneel werd toen ik aan de vergelijking bezig was. Wat is het ontzettend wreed dat meisjes in China tot voor kort vaak geen kans kregen om te leven omdat ze het etiket “waardeloos” opgeplakt kregen! Ik maakte me er serieus boos over en ik kan nog steeds niet bevatten dat zoiets tot voor kort echt gebeurde. Ik heb er een heel lang gesprek over gehad met mijn moeder en mijn zus en we vonden het alledrie belachelijk dat zoiets tot in 2002 nog mogelijk was op deze wereld.



Al met al vond ik deze praktische opdracht erg leuk en interessant om te doen. Ik heb er veel van geleerd en ik heb ook een beter beeld gekregen van de positie van vrouwen die niet in Nederland wonen. Veel van hen hebben het ontzettend zwaar. Verder heb ik heel veel bewondering voor iedere vrouw die de emancipatiestrijd op welke manier dan ook is aangegaan. En misschien nog wel meer bewondering voor de vrouwen die zich staande weten te houden in een maatschappij waar ze nog steeds door mannen onderdrukt worden.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.