Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Fruitvliegjes

Beoordeling 4.8
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • Klas onbekend | 1451 woorden
  • 6 juni 2002
  • 79 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.8
  • 79 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding
Joost en ik hebben een proef uitgevoerd met fruitvliegjes. We kregen fruitvliegjes met witte en rode oogkleur (van beide geslachten) die moesten we met elkaar kruisen t/m de F2. De resultaten van alle kruisingen moesten we noteren. Elke week bekeken we de resultaten en maakten we aantekeningen.
In het hoofdstuk erfelijkheid (blz. 129) hadden we al kennis gemaakt met het bananenvliegje (Drosophila). Daarin stond het volgende beschreven: Bij bananenvliegjes zijn de allelen voor rode en witte oogkleur X-chromosomaal. Het allel voor rode oogkleur is dominant over het allel voor witte oogkleur.
Ook stond er op het stencil waarop de proef stond uitgelegd nog het een en ander over de bananenvlieg.

Dit was al goede voorkennis, hierdoor was het makkelijker om een hypothese op te stellen.
Hypothese: (Wij verwachten dat) Omdat Rood dominant is zullen er meer vliegjes met rode dan met witte ogen zijn. Maar omdat de oogkleur X-chromosomaal is, zullen meer mannetjes met witte ogen zijn.

Fruitvliegje dat een ei legt
De bananenvlieg of fruitvlieg is uitermate nuttig gebleken bij wetenschappelijk onderzoek. De korte voortplantingscyclus (een nieuwe generatie volwassen vliegjes ontwikkelt zich binnen slechts twee weken) en eenvoudige erfelijke eigenschappen zorgen ervoor dat ze ideale proefdieren zijn voor erfelijkheidsonderzoek. Deze vlieg legt haar eitjes in rottend fruit en heeft daardoor geen harde, scherpe legboor nodig die andere fruitvliegjes gebruiken om in fruit en stammen te boren.

Chromosoom
Duizenden genen (opslagplaatsen van erfelijke eigenschappen) liggen in de vorm van een lang snoer op het chromosoom. Het chromosoom is een draadvormige structuur van kernzuren en eiwitten. In de chromosomen van de speekselklieren van een fruitvlieg zijn zwartgevlekte horizontale banden zichtbaar. Elk chromosoom heeft een ander bandenpatroon, waaraan het te herkennen is.
Omdat bij een diploïd organisme alle chromosomen in (homologe) paren aanwezig zijn, zijn ook de genen als paren aanwezig: allelenparen. Is één allel van een allelenpaar van een individu door mutatie veranderd, dan spreekt men van heterozygotie.
Zijn beide allelen wel gelijk (beide gemuteerd of beide standaardtype), dan noemt men deze toestand homozygotie voor dat gen. Bij een heterozygoot allelenpaar wordt over het algemeen de werking van het gemuteerde allel overheerst door die van het niet gemuteerde standaardallel (ook wildtype-allel genoemd). Het in zijn werking sterkere allel noemt men dominant, het zwakkere recessief. Een dominant allel wordt veelal met een hoofdletter aangeduid, terwijl men het corresponderende recessieve allel door een kleine letter symboliseert (A en a).


Fruitvliegjes
Waarom zijn fruitvliegjes niet uit te roeien zodra ze zich in je huis hebben gevestigd, ook al zijn alle etens- en vuilnisbronnen goed afgedekt, en ook al doe je nog zo je best om ze naar de andere wereld te helpen?
Fruitvliegjes staan bekend om hun korte levenscyclus (zo'n tien dagen) en snelle voortplanting. Ze zijn klein, eten niet zoveel, dus een klein stukje appel dat achter de koelkast is gevallen, kan ze al een tijd in leven houden.

Werkplan

Benodigdheden:
- 2 reageerbuisjes met voedingsbodem
- Soort kurk/ stukjes spons voor op de reageerbuis
- 10 vrouwtjes met rode ogen
- 10 mannetjes met witte ogen
- 10 vrouwtjes met witte ogen
- 10 mannetjes met rode ogen
- Ether (om de vliegjes tijdelijk te verdoven)
- Trechter waar je de ether in spuit
- Muispad (om met de reageerbuis op te tikken zodat de vliegjes naar beneden vallen)
- Een loep, voor de mensen met ogen die het minder doen dan die van fruitvliegen
- Kwastje (zodat je de vliegjes uit elkaar kan halen en kan tellen)
- Markeerstift om op de reageerbuizen te kunnen schrijven

Voor dit soort proeven worden deze diertjes gebruikt omdat ze gemakkelijk kunnen worden gekweekt, een korte generatieduur hebben, veel nakomelingen voortbrengen en omdat de verschillen in eigenschappen gemakkelijk waarneembaar zijn.
We hebben twee reageerbuizen met als enige inhoud een voedingsbodem. Van William hebben we een andere reageerbuis gekregen met daarin allemaal fruitvliegen. Deze moeten we verdoven met 10 druppeltjes ether zodat we ze vervolgens kunnen gaan scheiden. De ether stoppen we in een soort trechter. Vervolgens tikken we de reageerbuis met vliegen op een muismat, de vliegen liggen nu beneden. De reageerbuis houden we op zijn kop tegen de trechter aan. De vliegen vallen erin, ze komen langs de ether, raken verdoofd en vallen in de rode dop. Hou ze hier ong. 10 seconde in, als dit niet voldoende is (ze bewegen nog) hou de trechter dan nog even op de rode dop. (Maar niet te lang want dan euthanaseer je ze.) Vervolgens leg je de vliegen op een wit papiertje zodat je de vliegen makkelijker kan herkennen. De mannetjes herken je aan de zwarte punt op de kont, de vrouwtjes hebben dat niet. Je kan de vliegen het beste scheiden met een kwast, zo kan je ze uit elkaar halen maar plet je ze niet. Als eerste gaan we 10 vrouwtjes met rode ogen en 10 mannetjes met witte ogen in een reageerbuizen met voedingsbodem stoppen. Snel de kurk/ spons op de reageerbuis, zodat als ze bij komen dat ze niet kunnen weg vliegen. Op de reageerbuis schrijven we met markeerstift P (parents) rode vrouwtjes X witte mannetjes.
Als het goed is zijn de vliegen nog verdoofd, als dit niet het geval is dan kan je de trechter nog even boven de vliegen houden. Daarna scheiden we de 10 vrouwtjes met witte ogen en de 10 mannetjes met rode ogen en stoppen we ze in de andere reageerbuis. Nadat alle benodigde vliegen in de twee reageerbuizen zitten hebben we nog een paar vliegen over, deze geven we een overdosis aan ether (m.a.w. We euthanaseren ze).

Week 1
Na een week bekijken we de twee reageerbuizen, de P generatie heeft zich voortgeplant. In de reageerbuis bevinden zich een soort wormen (witte kleine dingetjes, die niet kunnen vliegen) en fruitvliegjes. We stoppen dezelfde hoeveelheid ether als de vorige keer in de trechter. We tikken de reageerbuis weer op een muismat -> de vliegen vallen naar beneden. Spons eraf, vliegen in ether (de wormen blijven zitten, dit is de F1 generatie) genoeg om ze te euthanaseren dit doen we door: of teveel ether of door de vliegen te lang in de ether te laten zitten, vervolgens gooien we de dode vliegen weg. De wormen laten we zitten, daar doen we verder niks mee.
Dit alles doen we met beide reageerbuizen.

Week 2
Weer een week later treffen we hetzelfde aan: Een soort wormen en vliegen. We doen hetzelfde als vorige week: We stoppen dezelfde hoeveelheid ether als de vorige keer in de trechter. We tikken de reageerbuis weer op een muismat -> de vliegen vallen naar beneden. Spons eraf, vliegen in ether (de wormen blijven zitten dit is de F1 generatie), we tellen de rode/ witte vliegen, daarbij maken we onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes de resultaten noteren we, daarna euthanaseren we de vliegen door: of teveel ether of door de vliegen te lang in de ether te laten zitten, vervolgens gooien we de dode vliegen weg, dit was de F1 generatie. Let goed op de wormen moeten blijven zitten, dit is de F2.

Week 3
Na een week wachten zijn wormen van vorig week (de F2) geen wormen meer maar vliegen. De vliegen verdoof je weer door ze in een trechter met ether te doen. De vliegen leg je weer op een wit blaadje. Met een kwastje ga je de vliegen scheiden in mannetjes, vrouwtjes, rode ogen en witte ogen. De resultaten noteer je, de vliegen euthanaseer je, de wormen mochten voor deze keer bij William blijven, wij weten niet wat daar verder mee gebeurt is.
Dit is het einde van de proef.

Resultaten
In dit onderdeel van het verslag vertellen we het verloop van onze proef. De eerste keer dat we de proef uit moesten voeren was in de klas, het ging vrij goed. Geen noemenswaardige problemen.

Week 2
De P-Generatie heeft zich voortgeplant. William gaat deze week de ouders eruithalen.

Week 3
De F1-generatie heeft al eitjes gelegd, alles gaat goed .
Joost heeft nu tijdens het verdoven tussen de vliegen allerlei wormen gezien.

Resultaten in getallen
We hebben de resultaten van onszelf maar gebruikt, omdat die vrij gedetailleert waren.

We hadden 2 buizen.
Buis 1: 10 vrouwtjes met witte ogen + 10 mannetjes met rode ogen.
Buis 2: 10 vrouwtjes met rode ogen + 10 mannetjes met witte ogen.

Controle 1:
Uit buis 1 kwamen in totaal 47 vliegjes:
7 vrouwtjes met rode ogen
8 vrouwtjes met witte ogen
13 mannetjes met rode ogen
14 mannetjes met witte ogen

Uit buis 2 kwamen in totaal 54 vliegjes:
17 vrouwtjes met rode ogen
8 vrouwtjes met witte ogen
11 mannetjes met rode ogen
14 mannetjes met witte ogen

Ouders zijn er inmiddels uit gehaald.


Controle 2:
Uit buis 1 kwamen in totaal 61 vliegjes:
9 vrouwtjes met rode ogen
22 vrouwtjes met witte ogen
18 mannetjes met rode ogen
12 mannetjes met witte ogen

Uit buis 2 kwamen in totaal 58 vliegjes:
12 vrouwtjes met rode ogen
17 vrouwtjes met witte ogen
11 mannetjes met rode ogen
18 mannetjes met witte ogen

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.