ADVERTENTIE
Schoolexamens

Wist je dat je de boeken Examenbundel, Examenidioom, Zeker Slagen! en Samengevat ook heel goed kunt gebruiken bij het voorbereiden voor je schoolexamens?! Ze zijn momenteel in de aanbieding bij o.a. Bol.com.

Nu bestellen

Inleiding



Hoe komt het dat als ik geschilde aardappelen in een pannetje water met zout tot de volgende dag laat staan ze slap geworden en een beetje verrimpeld, maar als ik geschilde aardappelen in schoon water (zonder zout) wegzet blijven ze fris en stevig. Misschien komt het aan de concentratie zout dat de aardappelen zo veranderen. Dat gaan we met deze proef proberen uit te zoeken. Het gaat hier om een experimenteel onderzoek.



Achtergrond Informatie:




Osmose is erg belangrijk voor de waterhuishouding van alle levende organismen. De cellen van zowel planten als dieren en micro-organismen zijn omgeven door een membraan dat semi-permeabele is.



De doorlaatbaarheid voor water is veel groter dan voor opgeloste stoffen, waardoor, bij verschil in totale deeltjesconcentratie, watertransport plaatsvindt.

Dit gebeurt ook bij aardappelcellen(plantaardige cellen).



Probleemstelling:




Hoe komt het dat als ik geschilde aardappelen in een pannetje water met zout tot de volgende dag laat staan ze slap geworden en een beetje verrimpeld, maar als ik geschilde aardappelen in schoon water (zonder zout) wegzet blijven ze fris en stevig.



Hypothese:




Aardappelen in een pannetje water met zout worden slap en een beetje verrimpeld doordat de zoutoplossing het vocht uit de aardappel weg zuigt



Voorspelling:




Als mijn hypothese waar is, dan zullen de frites in de buizen met een hogere zoutoplossing in lengte veranderen, misschien een beetje verrimpelen en slap worden, maar de frites in de buis zonder zoutoplossing niet.



Methodebeschrijving:




Materiaal/Opstelling:



-1 aardappel

-1 schilmesje

-6 reageerbuizen

-zoutoplossingen van de volgende concentraties:

0%-1/4%-1/2%-1%-3%-5%

-lineaal

-weegschaal



We snijden uit een aardappel 18 frites van dezelfde lengte. In elke buis doen we drie frites omdat dan de meetwaarde van het gewicht nauwkeuriger is, meer betrouwbaar. We nummeren de buizen van 1 tot 6.We meten van de frites van elke buis de lengte en het gewicht. In buis nummer 1 doen we een zoutoplossing met een concentratie van o% , in buis 2 met ¼ %, buis 3 met ½ %, buis 4 met 1%, buis 5 met 3% en tenslotte buis 6 met 5 %.

Nu laten we de frites 2 dagen in de verschillende concentraties zoutoplossing staan. Na deze 2 dagen meten we nog een keer de lengte en de massa van de frites en we kijken wat er veranderd is.De gegevens verwerken we in 2 tabellen: namelijk 1 van de gegevens voor we de frites in de zoutoplossing doen en 1 van de gegevens nadat de frites 2 dagen in de zoutoplossing hebben gestaan. Hierna maken we er een grafiek van. Uit de tabel en grafiek proberen we conclusies te trekken. We kijken dan of de hypothese en de voorspelling klopt.



Nummer v/d buis Concentratie zoutoplossing(in%) Lengte v/d frites (in cm) Massa van de frites(in g) Stevigheid van de frites

1 0 13 8,3 Stevig

2 ¼ 13 7,8 Stevig

3 ½ 13 7,8 Stevig

4 1 13 5,1 Stevig

5 3 13 5,0 Stevig

6 5 13 6,3 stevig

Tabel 1:De meetresultaten



Nummer v/d buis Lengte v/d frites(in cm) Verandering v/d lengte(in getallen) Verandering v/d lengte in procent (%) Massa v/d frites (in g) Verandering massa in getallen Veran

dering massa in procent(%) stevigheid

1 13 * 0,0 0 8,8 0,5 6,02 Stevig

2 13,2 0,2 1,54 8,2 0,4 5,13 stevig

3 13 * 0,0 0 8,0 0,2 2,56 Stevig

4 12,5 -0,5 -3,85 4,7 -0,4 -7,84 Slap

5 13 * 0,0 0 3,9 -0,1 -2,0 Slap

6 12,2 -0,8 -6,5 5,2 -1,1 -17,46 slap



Tabel 2: De resultaten na 2 dagen



De resultaten en conlusies:



• Buis 1: de frites zijn in lengte niks veranderd.Dit is op zich nog niet eens zo vreemd, maar we hadden eigenlijk verwacht dat ook deze frites wel een beetje langer zou zijn geworden.

De massa is wel toegenomen, dus we weten niet wat er nou precies fout is gegaan. Misschien dat we onnauwkeurig zijn geweest bij het meten voor de proef.

• buis 2: de frites zijn langer geworden. Dit was ook wel voorspelbaar.

De massa is ook toegenomen dus dit is wel goed gegaan.

• buis 3: de lengte van de frites is alweer niet veranderd. Je zou verwachten dat de frites ook wel gegroeid zou zijn, vooral ook omdat de frites in buis 2 ook gegroeid zijn.

De massa is hier wel toegenomen. We denken dat er het zelfde is gebeurd als bij buis 1: onnauwkeurigheid

• Buis 4: de lengte is afgenomen en de massa ook. De frites zijn slap geworden dus we denken dat bij een zoutconcentratie van minder dan 1 %, de frites in lengte en gewicht toenemen en bij een zoutconcentratie van 1% of meer, de frites in lengte en gewicht afnemen.

• Buis 5: de lengte is weer niet verandert. Je zou verwachten dat de lengte tussen de lengte van de frites in buis 4 en 6 zou zitten, dus tussen de 12,5 en 12, 2, maar dit is niet het geval. We denken weer aan eventuele onnauwkeurigheid.de massa is afgenomen.dit hadden we wel verwacht.( zie conclusie bij buis 5)

• Buis 6:de lengte en de massa zijn beide afegenomen en dit hadden we ook wel verwacht, aangezien dat bij buis 4 ook het geval was.



Conclusie:




De hypothese is niet helemaal juist, want wij zeggen dat door de zoutoplossing het vocht uit de frites wordt weg gezogen, maar dat is dus niet het geval bij buis 1, 2 en 3, want daar zijn de lengte en de massa juist toegenomen. We moeten onze hypothese dus verwerpen, want de verandering van de lengte en de massa heeft te maken met de osmotische waarde en plasmolyse. Er zijn ook nog een paar dingen misgegaan zoals we eerder in dit verslag al hebben gemeld. Volgens ons is de enige verklaring die wij hiervoor hebben onnauwkeurigheid bij het meten.



Verklaring van de resultaten:




Een verklaring voor het feit dat sommige aardappelstaafjes groter worden naarmate de oplossing een lagere zoutconcentratie bevat, is dat de oplossing dan minder deeltjes bevat en dus de osmotische waarde van de oplossing lager is dan in de cel. De cel neemt meer water op om ongeveer hetzelfde niveau te bereiken. Hierdoor worden de cellen groter en neemt de lengte en de stevigheid toe.

Dat is duidelijk te zien bij buis 1,2 en buis 3. Na buis 3 is duidelijk dat deze aardappelstafjes plasmolyse bezitten want de aardappelstaafjes worden kleiner naarmate de zoutconcentratie hoger is. We zouden dus eigenlijk de proef opnieuw moeten doen.



Tot slot:




We hebben voor de achtergrond informatie en voor de verklaring de volgende bron gebruikt:

Encarta encyclopedie 2000, winkler prins (zoekcritria: osmose)








REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.