Inleiding



Dit is een praktische opdracht voor ANW. Het onderwerp van onze praktische opdracht is vaccineren. Wij vonden dit een interessant onderwerp omdat bijna iedereen in Nederland is gevaccineerd tegen bepaalde ziektes. Onlangs was er in deze omgeving een virus uitgebroken die een paar leeftijdsgenootjes dodelijk heeft getroffen. Daar schrik je wel van. Toentertijd hebben veel mensen zich laten inenten tegen dat virus, (meninigokokken) sommige zelfs al voordat er landelijk opgeroepen werd tot vaccinatie. In Nederland is er ook aandacht geschonken aan vaccinatie. Er is een RVP ( Rijks Vaccinatie Programma ) Het RVP bevat vijf vaccins. Drie daarvan zijn combinatievaccins, dat wil zeggen dat het vaccin tegen meerdere ziekten beschermt. Er is daardoor maar één prik nodig.

DKTP-vaccin beschermt tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio.



DTP-vaccin beschermt tegen difterie, tetanus en polio.

aK-vaccin beschermt tegen kinkhoest.

Hib-vaccin beschermt tegen Hib-ziekten.

BMR-vaccin beschermt tegen bof, mazelen en rodehond.



We hebben acht ziektes uitgekozen. Dat zijn geworden: Bof, Difterie, Griep, Hepatitis B, Kinkhoest, Mazelen, Polio en Tuberculose. We hebben eerst de ziektes beschreven, bij het beschrijven kijken we in eerste instantie hoe het virus wordt veroorzaakt, we vertellen hoe je er ziek van kunt worden, hoe het over wordt gebracht en tot slot wat de symptomen zijn. Bij de ene ziekte hebben we wat meer informatie kunnen vinden dan bij de andere.



Na de beschrijving hebben we gekeken naar de geschiedenis van de vaccinatie.Omdat we geen precieze jaartallen hebben kunnen vinden over de ziektekiemen hebben we een overzicht gemaakt van vaccineren door de jaren heen.





Vervolgens hebben we een hoofdstuk gemaakt waarin we uitleggen hoe een vaccin wordt gemaakt. We hebben dat onderverdeeld in vaccins voor virussen en voor bacteriën. Dit hoofdstuk wordt gevolgd door een hoofdstuk dat gaat over wanneer een vaccin helpt en wanneer niet, ook bespreken we hier de nadelen van vaccineren.



Hierna volgt een hoofdstuk over de verschillende tussen de ziektekiemen, daarbij gaan we het hebben over bacteriën, virussen en prionen.



Natuurlijk zijn er ook mensen die het niet eens zijn met vaccineren. Ook daar gaan we het over hebben in het hoofdstuk over de levensbeschouwelijke bezwaren



Bij het verslag hebben we een Power Point Presentatie gemaakt.

Bijlage omvat:

- Logboek

- Hand-out van de presentatie

- Informatie die we geven tijdens de presentatie



H1 Wat houdt vaccinatie precies in?



Er zijn heel veel ziektes die je, als je ze eenmaal hebt gehad, nooit meer terug zult krijgen. Wat gebeurt er nou precies als je ziek wordt? De verwekker dringt het lichaam binnen en begint zich daar te vermenigvuldigen. Het immuunsysteem schakelt daarbij naar een hogere snelheid over om ze te vernietigen. Nu zitten er in je lichaam al B-cellen die dat virus kunnen herkennen en er ook antistoffen tegen kunnen maken. Het zijn er echter maar een paar. Als dus die specifieke ziekte wordt herkend door deze B-cellen, veranderen deze B-cellen in plasmacelen, ze klonen zich en beginnen antistoffen naar buiten te pompen. Dit proces vergt tijd, maar de ziekte wordt ingehaald en uiteindelijk uit het lichaam gebannen. Bij de uitbanning van deze ziekte(verwekkers) klonen andere B-cellen zich ook, maar geven geen antistoffen af. Deze tweede voorraad B-cellen blijft jaren in je lichaam (geheugen-B-cellen) en als de ziekteverwekker opnieuw in je lichaam komt dan zorgen deze ervoor dat ze al worden verwijderd voordat ze schade aan kunnen richten.



Een vaccin is een verzwakte vorm van de ziekte(verwekker). Het is of een gedode vorm van de verwekker of een minder agressieve stam ervan. Als deze verzwakte vormen of restanten ervan in het lichaam komen wordt dezelfde verdedigingsstrategie gehanteerd, maar omdat de verwekker anders of zwakker is, krijg je nauwelijks of geen symptomen van de ziekte. Als nu later de echte ziekteverwekker je lichaam binnenkomt, is je lichaam onmiddellijk in staat deze te verwijderen.

Vaccins zijn er voor allerlei soorten, zowel virale als bacteriële ziekten. Zoals: DKTP, de cocktail van difterie, kinkhoest, tetanus en polio en BMR tegen bof, mazelen en rode hond. Veel ziekte kunnen echter niet met vaccins worden voorkomen. De gewone verkoudheid en griep zijn daar twee goede voorbeelden van. De ziekteverwekkers van deze ziekte veranderen zo snel of hebben zoveel verschillende stammen in het wild dat het onmogelijk is die allemaal in je lichaam te enten. Elke keer als je griep krijgt heb je met een verschillende stam van dezelfde ziekte te maken, en krijg je dus symptomen.



Vaccinatie is het toedienen van het vaccin, dat gebeurt meestal met een injectienaald. In Alphen worden de prikken uit het RVP in het GGD gebouw toegediend. Aparte inentingen kan je bij de huisarts laten doen.

De meeste kindervaccinaties worden toegediend via een kleine injectie in de bovenarm, dij of billen. Het poliovaccin kan ook via de mond worden toegediend. Veel kinderen zullen gedurende een paar minuten na de injectie huilen of overstuur zijn, maar gewoonlijk komen ze na enige tijd weer tot rust.



H2 Bof



Het bofvirus wordt veroorzaakt door de bacterie “Myxovirus Parotiditis” . Het verspreidt zich door hoesten en niezen. Bof veroorzaakt een ontsteking van de (oor)speekselklieren en kan leiden tot hersen(vlies)ontsteking. Voordat tegen bof werd gevaccineerd, waren de meeste gevallen van door virussen veroorzaakte hersenvliesontstekingen bij kinderen tot 15 jaar het gevolg van een bofinfectie.

Doofheid kan een blijvend restverschijnsel van de bof zijn. In enkele gevallen kan het virus de alvleesklier, de teelballen bij jongens en de eierstokken bij meisjes aantasten. Voor bof bestaat geen behandeling. De eerste vaccinatie met BMR-vaccin beschermt in 95% van de gevallen volledig tegen bof. De vaccinatie is opgenomen in het RVP.

Bof wordt overgedragen door inademing van virusbevattende vochtdruppeltjes die de bovenste luchtwegen infecteren én door direct contact met een besmet iemand. Kenmerkend is een incubatietijd van 14 tot 21 dagen (meestal 18 dagen). De infectie is overdraagbaar van zes dagen vóór tot negen dagen na dat de zwelling in het gezicht zichtbaar is geworden.



Verschijnselen: In eerste instantie is er sprake van:

• lichte koorts;

• rillingen;

• hoofdpijn;

• een ziek gevoel;

• spierpijn;

• keelpijn.

In een latere fase zijn de symptomen onder meer:

• aangezichtspijn;

• zwelling van de oorspeekselklier (bij de kaakhoek);

• zwelling van de slapen of kaak.



De symptomen verdwijnen meestal binnen 1-2 weken. Bij behandeling is de prognose goed, ook als andere organen zijn aangetast. Het eenmaal doorgemaakt hebben van de ziekte biedt levenslange immuniteit.



H3 Difterie




Difterie, vroeger ook bekent als ‘kroep’, wordt veroorzaakt door de bacterie “Corynebacterium diphtheriae”, die via hoesten van mens op mens wordt overgebracht. Op de slijmvliezen van de keel kunnen vliezen ontstaan, waardoor het ademen moeilijk wordt en kinderen zelfs kunnen stikken. Na twee tot zes weken worden de effecten van vergif (dat geproduceerd wordt door de bacterie), duidelijk met aantasten van het zenuwstelsel en ernstige spierpijn, die voornamelijk de spieren van hoofd en nek beïnvloeden. Ontsteking van de hartspier kan leiden tot het niet langer functioneren van de hartspier. Onbehandeld verloopt de ziekte vaak dodelijk. Vaccinatie met DKTP- of DTP-vaccin beschermt tegen deze ziekte. De vaccinatie is opgenomen in het RVP

Difterie kan worden overgebracht door zowel een zieke als een drager (iemand die van de ziekte is genezen of er immuun voor is, maar bij wie de ziekteverwekker nog aanwezig is). Besmetting vindt plaats door inademing van minuscule druppeltjes, die door hoesten of niezen in de lucht terechtkomen; direct contact met zulke druppeltjes; direct contact met etter of afscheiding uit wondjes of contact met besmette voorwerpen (kleding, vaatwerk, speelgoed of boeken die met bacteriën in aanraking zijn gekomen).

De symptomen, die doorgaans 2 tot 4 dagen na de besmetting opkomen, zijn onder andere:

• lage koorts

• hoofdpijn

• misselijkheid

• een ziek gevoel.

Als de neus is aangedaan:

• bloederige, waterige afscheiding uit de neus

• irritatie van de neusgaten en de huid onder de neus

• korst- of vliesvorming in de neus.

Als de keel is aangedaan:

• lichte keelpijn

• een branderig gevoel bij het slikken

• moeizame en versnelde ademhaling, tijdelijke ademstilstand of piepende ademhaling door vernauwing van de luchtwegen (stridor)

• blafhoest

• heesheid







H4 Griep




Griep, ook bekend als influenza, is een infectie van de luchtwegen. Het wordt veroorzaakt door een virus behorend tot de groep “Orthomyxovirussen”.

Er zijn 3 typen influenzavirus: A, B en C. Influenza C geeft alleen onschuldige infecties van de bovenste luchtwegen en nooit complicaties. Influenza A en B kunnen wel complicaties geven. Omdat deze bovendien steeds veranderen, duurt de immuniteit niet lang. Het griepvaccin moet ieder jaar gewijzigd worden. Eens in de ongeveer 40 jaar is de verandering zo groot dat het eigenlijk een nieuw virus is. Er treedt dan een zeer grote wereldwijde epidemie (een pandemie) op, zoals bij de Spaanse Griep het geval was.

Is het virus eenmaal het lichaam binnengedrongen, dan doen de eerste klachten zich na 2 à 3 dagen voor. De verschijnselen komen plotseling en snel op:



• hoesten

• slapte

• koorts

• koude rillingen

• spierpijnen

• verspringende pijnen.



Er kan sprake zijn van pijn in het hele lichaam. Verder kan de patiënt last hebben van hevige hoofdpijn, keelpijn, een droge hoest, een verstopte neus, braken en gebrek aan eetlust. De slijmvliezen van neus en keel zijn roder dan normaal.

De ziekte is bij verder gezonde mensen onschuldig en duurt 3 tot 5 dagen. Volledig herstel kan 2 tot 3 weken duren.



Mogelijke bijwerkingen van de griepprik zijn onder meer koorts, een algeheel gevoel van onbehagen en spierpijn. De verschijnselen beginnen ongeveer 6 tot 12 uur na de vaccinatie, en kunnen een of twee dagen aanhouden. Er kan ook een shock optreden, maar dat is zeer zeldzaam.



H5 Hepatitis B



Hepatitis (leverontsteking) wordt veroorzaakt door het Hepatitis virus. Omdat bij leverontsteking de patiënt vaak een gele verkleuring van de huid krijgt, wordt de ziekte in de volksmond ook wel ‘geelzucht’ genoemd. Maar er zijn ook andere oorzaken van geelzucht dan een virusinfectie, zoals aandoeningen aan de galwegen. Er zijn verschillende soorten hepatitisvirussen. Die worden met letters aangeduid: A, B, C. Hier gaat het om virustype B en de ziekte hepatitis B. Het virus wordt overgebracht door contact met lichaamsvloeistoffen zoals bloed en sperma van iemand die besmet is met het hepatitis B-virus. Het is een zeer besmettelijke ziekte. Je per ongeluk prikken met een naald die voor een injectie is gebruikt bij een besmet persoon, kan al voldoende zijn om het virus over te brengen. Onveilig vrijen is een andere manier om het virus te verspreiden. De ziekte heeft een incubatietijd van 2 tot 6 maanden.



In ons land worden jaarlijks ongeveer 250 kinderen besmet. Alle hepatitis B dragers lopen risico op een slecht werkende lever en levercirrose (littekens op de lever). Ongeveer de helft daarvan zal het virus altijd bij zich blijven dragen en het weer aan anderen kunnen doorgeven. Veel van deze 125 kinderen zullen onherstelbare leverbeschadiging krijgen en rond de 50 kinderen zullen tussen hun twintigste en zestigste verjaardag overlijden aan een vorm van leverkanker. In de andere gevallen zijn ze vaak al binnen ongeveer één maand genezen. Er bestaat geen behandeling voor hepatitis B. Vaccinatie met hepatitis B-vaccin beschermt volledig tegen hepatitis B. Deze vaccinatie is niet opgenomen in RVP.



De ziekte veroorzaakt:



• misselijkheid



• braken



• verlies aan eetlust



• het geel worden van de huid en de ogen



• urine wordt donker



H6 Kinkhoest



Kinkhoest( Pertussis) wordt veroorzaakt door de bacterie” Bordetella Pertussis”, die door hoesten wordt overgebracht. Kinkhoest is zeer besmettelijk. Het veroorzaakt gedurende weken tot maanden enorme hoestbuien, die voor kinderen zeer uitputtend kunnen zijn. Bovendien kunnen de longen door het langdurig en geforceerd hoesten blijvende schade oplopen. Kinkhoest gaat vaak gepaard met middenoorontstekingen. De ziekte kan dodelijk zijn, vooral voor zuigelingen. Er bestaat geen behandeling voor kinkhoest. Vaccinatie met DKTP-vaccin beschermt de meeste kinderen volledig tegen het krijgen van kinkhoest. Een inenting tegen kinkhoest is niet honderd procent waterdicht. Sommige gevaccineerde kinderen krijgen toch kinkhoest, maar de ziekte verloopt dan minder ernstig. De vaccinatie is opgenomen in het RVP.



Besmetting vindt plaats door de lucht via vochtdruppeltjes uit de neus en mond van iemand met kinkhoest. Zuigelingen lopen het grootste risico; zij zijn het vatbaarst én het kwetsbaarst. Ze kunnen worden besmet via de oudere peuters en kleuters in het gezin, die kinkhoest kunnen oplopen als ze nog niet alle inentingen hebben gehad.



De incubatietijd bedraagt meestal zeven dagen. De bacteriën dringen door in de neus, keel, luchtpijp en de bronchiën in de longen. De symptomen van kinkhoest zijn:



• loopneus

• zware hoest, soms droog, soms met dik slijm

• lichte koorts (maximaal 39º Celsius)

• plotseling opkomende hoestbuien gekenmerkt door een gierend geluid bij het inademen of met een hoge uithaal aan het eind

• een kortdurende shock na een hoestbui

• benauwdheid bij het hoesten

• braken tijdens een zware hoestaanval

• diarree

• bij zuigelingen stokt de ademhaling soms.





H7 Mazelen




Mazelen(Morbilli) is een acute virusinfectie veroorzaakt door het “Paramyxovirus” . Mazelen gaan gepaard met koorts en een karakteristieke huidslag. Het virus wordt verspreid via de lucht . De eerste verschijnselen lijken op een stevige griep of verkoudheid. In deze fase zijn mazelen het meest besmettelijk. De ziekte wordt vaak pas herkend als voor de ziekte kenmerkende vlekjes op de binnenkant van de wangen verschijnen en enkele dagen later door een kenmerkende huiduitslag wordt gevolgd. Kinderen kunnen behoorlijk ziek zijn van mazelen, maar de ziekte is het meest gevreesd om de ernstige gevolgen, zoals middenoorontsteking, longontsteking en vooral hersenbeschadiging. Mazelen kan dodelijk verlopen, er is geen behandeling voor. De eerste vaccinatie met BMR-vaccin beschermt vrijwel volledig tegen deze ziekte. De vaccinatie is opgenomen in het RVP.



Mensen die met mazelen zijn geïnfecteerd, kunnen het virus overdragen vanaf 5 dagen na de besmetting tot 5 dagen na het verschijnen van de karakteristieke huiduitslag. De eerste symptomen van mazelen treden meestal 9 tot 11 dagen na besmetting op. De eerste kenmerken zijn: prikkelbaarheid, moeheid, lusteloosheid en vaak hoge koorts. Op het mondslijmvlies verschijnen rode vlekjes met een klein wit centrum (Koplik-vlekken). Ook kan conjunctivitis (roodverkleuring in de ogen) voorkomen met sterke traanproductie van de ogen en lichtschuwheid. Er kan zich ook diarree voordoen.

Deze symptomen houden enige dagen aan nadat de huiduitslag is verschenen. De karakteristieke huiduitslag verschijnt ongeveer twee weken na besmetting, dat wil zeggen enige dagen na de eerste symptomen (meestal koorts voorafgegaan door een algeheel gevoel van onwelzijn). De huiduitslag bestaat uit roodachtige vlekken die het eerst op het voorhoofd verschijnen en zich vervolgens in ongeveer 3 dagen uitbreiden over het gehele gezicht, de romp en uiteindelijk naar de voeten. De uitslag blijft op elke plaats ongeveer 3 dagen bestaan en verdwijnt in dezelfde volgorde als waarin deze is verschenen.

Bij mensen met een verminderde afweer (zoals bij ondervoeding, ziekten waarbij het immuunsysteem wordt onderdrukt – zoals aids, en personen die bepaalde medicijnen gebruiken, bijvoorbeeld tegen kanker) kan mazelen gepaard gaan met complicaties, waaronder:

• longontsteking (bronchopneumonie)

• herseninfectie (encefalitis)

• hartaandoening (myocarditis)

• leveraandoening (hepatitis)



H8 Polio



Polio is de afkorting van “ Poliomyelitis ” . Deze ziekte wordt veroorzaakt door een virus, waarvan drie typen bekend zijn. Polio is een virale ziekte die zich in de keel en de darmen ontwikkelt. De aandoening wordt door speekseldruppeltjes, door ontlasting of met uitwerpselen besmet voedsel of door besmet water overgedragen. Slechts zelden, in 0,1% van de gevallen, gaat dit gepaard met neurologische complicaties. Dat verklaart waarom voor de invoering van het poliovaccin het merendeel van de kinderen beschermd was zonder ooit ziekte symptomen gehad te hebben.

In zeldzame gevallen dringt het virus in het ruggenmerg door en ontstaan er verlammingen en gevoelsverlies. Na enkele dagen geneest de ziekte weer soms met achterlating van min of meer ernstige verlammingen. In zeldzame gevallen kunnen ook de ademhalingsspieren aangedaan worden en moet iemand levenslang beademd worden. In 5% van de gevallen krijgen kinderen een buikgriep met koorts, hoofdpijn, misselijkheid en braken. De ziekte komt vaker voor bij kinderen waarvan de keelamandelen verwijderd zijn.



Er bestaat geen behandeling voor polio. Vaccinatie met DKTP- of DTP-vaccin biedt volledige bescherming tegen de drie typen polio. De vaccinatie is opgenomen in het RVP.

Voor polio zijn er twee verschillende vaccins, het Sabin-vaccin met levend virus dat via de mond (oraal) toegediend wordt en het Salk-vaccin met gedood virus dat gespoten wordt. In Nederland wordt vrijwel altijd het Salk-vaccin in het gecombineerde DKTP-vaccin toegediend.

Het Sabin-vaccin heeft het voordeel dat het de verspreiding van polio wel tegengaat, terwijl het Salk-vaccin dat nagenoeg niet doet. Het in Nederland gebruikte vaccin beschermt dus wel het geënte individu tegen het ontwikkelen van de ernstige vorm van de ziekte, maar voorkomt niet de verspreiding van het virus.

Waarom wordt dan het orale vaccin niet wereldwijd gebruikt? Het nadeel van het orale (Sabin) vaccin is dat het poliovirus dat gegeven wordt weer actief kan worden en via uitwerpselen - besmet zwemwater, e.d. andere kinderen of volwassenen kan besmetten, waardoor polio juist in stand gehouden wordt. Dat heeft in ontwikkelingslanden het voordeel dat je niet de hele bevolking hoeft te vaccineren en de rest vanzelf besmet word.



Het virus komt vooral voor bij jonge kinderen, maar kan tijdens een epidemie ook bij oudere kinderen en jonge volwassenen ziekteverschijnselen veroorzaken.



H9 Tuberculose



Tuberculose (TBC) wordt veroorzaakt door de bacterie “Mycobacterium tuberculosis”. Deze bacterie verspreidt zich via druppeltjes, die in de lucht terechtkomen door hoesten of niezen van patiënten met zogenaamde ‘open TBC.’ De verschijnselen zijn een vasthoudende hoest met koorts en veel zweten. De ziekte openbaart zich langzaam. Zwakte en gewichtsverlies zijn kenmerkend tijdens de incubatieperiode, die kan duren tot 12 weken. Soms kan de ziekte dusdanig ernstig zijn, dat de zieke in coma kan raken. Deze ernstige vorm komt vooral bij kinderen voor en bij mensen die niet ingeënt zijn. De ziekte wordt voornamelijk verspreid door speeksel en door melk van besmette koeien.

Bijna alle organen kunnen door de TBC-bacterie worden aangetast, maar de meest bekende vorm is de longtuberculose. Vroeger heette TBC in de volksmond ‘vliegende tering’, waarmee de ernst van de ziekte duidelijk wordt aangegeven. TBC is, mits in een vroeg stadium ontdekt, te behandelen met een combinatie van medicamenten. Maar de behandeling duurt lang en kan bijwerkingen hebben. Bovendien is de bacterie voor sommige medicamenten minder gevoelig geworden. Vaccinatie met BCG-vaccin beschermt tegen de ernstige gevolgen van een besmetting met de TBC-bacterie. Deze vaccinatie is niet opgenomen in het RVP. Hij wordt alleen aangeboden aan personen die een verhoogd risico lopen op het krijgen van de ziekte, bijvoorbeeld aan personen die vaak of lang naar een land gaan waar TBC heel veel voorkomt.



Vanaf het moment van besmetting kan het nog 3 tot 6weken duren voordat een Mantoux-test (tuberculinehuidtest) een positieve uitslag geeft. In het begin verloopt de infectie doorgaans zonder symptomen. De bacteriën kunnen latent aanwezig blijven en jaren later opnieuw een infectie veroorzaken. De ziekteverschijnselen zijn onder meer:

• aanhoudende hoest (langer dan drie weken)

• pijn op de borst

• bloed in het sputum (opgehoest slijm)

• slapte of vermoeidheid

• gewichtsverlies

• gebrek aan eetlust

• rillingen

• lichte koorts

• nachtelijke transpiratie



H10 De ontdekking van vaccinatie



De Aziaten pasten duizend jaar geleden al een rudimentaire vaccinatietechniek toe, die inoculatie genoemd wordt. Door middel van een onderhuidse toediening werd wondvocht aangebracht van een patiënt die een milde vorm van de ziekte doormaakte. Doel was dat het 'geïnoculeerde' individu ook een zwakke infectie doormaakte, die hem daarna levenslang bescherming bood tegen de pokken. Alhoewel vaak succesvol, leidde deze techniek soms tot net het omgekeerde resultaat.

Achthonderd jaar later zijn de pokken in West-Europa nog steeds wijd verbreid. Ze steken geregeld de kop op in epidemieën die telkens vele duizenden levens eisen, ongeacht rang of stand. Zij die de ziekte overwinnen, blijven vaak getekend voor het leven door de opgelopen misvormingen.

Het is een Engelse arts, Dr.Edward Jenner, die op het einde van de achttiende eeuw voor een doorbraak zorgt. Hij merkt op dat mensen die besmet geraken met het relatief ongevaarlijke koepokkenvirus, ook immuun worden tegen het gevaarlijke pokkenvirus. Er wordt een naam gezocht voor dit revolutionaire systeem. Die wordt 'vaccin' naar de Latijnse naam voor 'koe', namelijk 'vacca'. Meteen wordt gestart met de eerste vaccinatiecampagne op grote schaal die de pokken in de Westerse wereld zullen uitroeien.

Ondanks het grote succes van de pokkenvaccinatie, begrijpt men het werkingsmechanisme ervan in de eerste helft van de negentiende eeuw niet. Men gelooft nog steeds dat bacteriën uit 'vuile lucht' ontstaan. Het is Louis Pasteur die in de jaren zestig van de negentiende eeuw aantoont dat deze denkwijze niet correct is. Hij levert het bewijs door kiemen te isoleren die hij weer opkweekt op voedingsbodems. Hij gaat verder op de ingeslagen weg en vindt een methode om gevaarlijke kiemen voldoende af te zwakken. Hij doet eerst ervaring op door een kudde schapen op deze manier te beschermen tegen de dodelijke anthraxkiem en gevogelte tegen kippencholera. Vier jaar later ontwikkelt hij het vaccin tegen hondsdolheid.

Nu volgt een wereldwijde wedloop om infectieziekten preventief in te dammen. De vaccins ontwikkeld tegen Polio, Difterie, Mazelen en Rodehond controleren deze ziekten nu grotendeels in de Westerse wereld. Vaccins tegen Salmonella, Tyfus, Paratyfus, Cholera, Pest, Tuberculose, Tetanus, Griep, Gele koorts en Hepatitis B zijn inmiddels ook beschikbaar.

Op het einde van de twintigste eeuw worden nieuwe types vaccins ontwikkeld met behulp van geavanceerde laboratoriumtechnieken. Men gebruikt niet langer de volledige (maar afgezwakte) kiem maar slechts een deeltje ervan. Zo kan men garanderen dat de patiënt de ziekte zelf niet kan doormaken, maar er wel immuun tegen wordt. Een voorbeeld hiervan is het recent ontwikkelde vaccin tegen Menigokok C.



H11 Hoe wordt het vaccin gemaakt?



Vaccins worden op verschillende manieren gemaakt. Eerst moet het ziekteverwekkende organisme geïsoleerd worden uit patiënten. Dit kan een bacterie (Kinkhoest, Tetanus) of een virus (Polio, Griep, Mazelen) zijn. Voor een ziekte als bijvoorbeeld Polio zijn drie klassen poliovirus geïsoleerd in het verleden. Deze klassen virus worden bewaard en telkens opnieuw gebruikt. Voor het griepvaccin moet elk jaar weer opnieuw gekeken worden welk type griepvirus belangrijk gaat worden.

Nadat het geïsoleerd is wordt het organisme vermeerderd (gekweekt). Voor bacteriën betekent dit dat ze gekweekt worden in grote stalen vaten (bioreactoren) van 100 tot 10000 liter. In zo’n bioreactor worden de omstandigheden zo gemaakt waarbij de bacterie optimaal groeit. Hierbij moet je denken aan de samenstelling van het kweekmedium (een vloeistof met allerlei voedingsstoffen voor de bacterie), de temperatuur en de zuurgraad. Als er voldoende bacteriën zijn gekweekt worden ze afgedood (geïnactiveerd) en verwerkt tot een vaccin dat bij mensen kan worden ingespoten.

Voor virussen werkt het iets anders. Virussen kunnen zich niet zelfstandig vermeerderen maar vermenigvuldigen zich in de cellen van dier of mens. Daarom worden er eerst cellen uit een dier geïsoleerd. Deze cellen worden dan vermeerderd in de eerder genoemde bioreactoren. Als de cellen zich hebben vermeerderd wordt het virus aan de bioreactor met cellen toegevoegd en gaat het virus zich vermenigvuldigen ten koste van de cellen. Uiteindelijk houd je in de reactor dan alleen maar virusdeeltjes over. Deze worden weer geïnactiveerd en klaar gemaakt om te worden ingespoten als vaccin.

De bacteriën en virussen moeten geïnactiveerd worden omdat je anders echt ziek zou worden. Van geïnactiveerde virussen en bacteriën word je niet ziek maar bouw je wel weerstand op. De ziekteverwekkers worden trouwens niet altijd volledig geïnactiveerd maar in een aantal gevallen alleen maar verzwakt.



H12 Wanneer een vaccin niet helpt en de nadelen




Soms is vaccinatie niet verstandig, of slechts na speciale voorzorgsmaatregelen. Dit geldt als de patiënt:

• hoge koorts heeft

• slecht reageerde op voorgaande vaccinaties

• een behandeling voor kanker ondergaat

• in het verleden een ernstige reactie vertoonde op het eten van eieren

• in het verleden last heeft gehad van aanvallen of van bloedings stoornissen

• aan een ziekte of aandoening lijdt die het immuunsysteem aantast, zoals een HIV-infectie

• immunosuppressiva gebruikt na een orgaantransplantatie.



Nadelen van vaccineren:



- Vaccineren is niet veilig

- Veiligheid van vaccins is niet bij kinderen onderzocht voordat ze massaal werden

- Vaccineren kan andere ziekten provoceren

- Vaccineren is de grootste oorzaak van wiegendood

- Vaccineren is niet effectief

- Daling van kinderziekten werd voornamelijk veroorzaakt door sterk verbeterde hygiëne en voeding

- De ziekte kan toch in atypische of ernstiger vorm optreden, soms op latere leeftijd

- Vaccineren kan de immuunrespons verlagen voor andere antigenen

- Risico's van kinderziekten worden sterk overdreven

- Het doormaken van kinderziekten kan belangrijk bijdragen aan de totale immuniteit, gezondheid en ontwikkeling van het kind

- Incidentie van entreacties na vaccinatie ligt veel hoger dan officieel aangenomen wordt

- Vaccins kunnen vaker dan aangenomen wordt chronische en ernstige systemische reacties veroorzaken

- Er worden teveel vaccins tegelijk gegeven





H13 Verschillen tussen de ziektekiemen




In dit hoofdstuk zullen we de belangrijkste verschillen tussen de ziektekiemen (prionen, bacteriën en virussen)beschrijven.



• Goed- of kwaadaardig:

Virussen zijn altijd ziekmakend dus kwaadaardig. Bacteriën en prionen kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn.

• Verspreiding en vermenigvuldiging:

Een ziekmakende bacterie is een ééncellig organisme dat zich zelfstandig kan delen en cellen kapotmaakt of giftige stoffen produceert.

Virussen kunnen zich niet zelfstandig vermenigvuldigen. Ze bevatten een stukje DNA wat ze in levende cellen (gastcellen) injecteren, hierdoor gaan deze cellen dit DNA aanmaken. Op deze manier vermenigvuldigen virussen zich. Hierbij worden de gastcellen ook gelijk vernietigd.

Prionen zijn de enige ziekteverwekkers die wij kennen die geen DNA bevatten. Ze krijgen in de hersenen een verkeerde vorm door contact met andere verkeerd gevormde prionen. Zo worden de verkeerd gevormde prionen vermenigvuldigd.

• Bestrijding:

Bacteriën zijn in het algemeen beter te bestrijden dan virussen. Vaccinaties werken ook veel beter tegen bacteriën dan tegen virussen. De ziekten die worden veroorzaakt door prionen zijn nog niet te genezen. Vaak overlijden patiënten al na 6 maanden ten gevolge van een longontsteking. Maar soms kan het een jaar duren en in andere gevallen enkele weken.

• Omvang

Virussen zijn veel kleiner dan bacteriën. Bacteriën hebben een grootte van 0,1 tot 5 micron (duizendste van een millimeter). Virussen zijn tien tot vijftien keer kleiner dan bacteriën. Prionen zijn een soort eiwitten.

• Waar komen ze voor?:

Een virus zweeft door de lucht. Bacteriën komen overal voor. Sommige ziektes veroorzaakt door prionen zijn erfelijk. Alle andere ziektes veroorzaakt door prionen ontstaan door de spontane vormverandering van het prion, dus geen enkele vorm van infectie uit de omgeving is verantwoordelijk voor het krijgen van de ziekte. Dit is bij bacteriën en virussen wel het geval, bacteriën en virussen zijn in de omgeving en dringen het lichaam binnen. Zij veroorzaken zo de ziekte.

• Incubatietijd:

Opvallend aan de meeste ziekten die worden veroorzaakt door prionen is dat zij besmettelijk kunnen zijn en een ongebruikelijk lange incubatieperiode hebben (= de tijd tussen besmetting en ziek worden). Bij mensen kan de incubatieperiode jaren (in plaats van dagen) duren. Tijdens deze periode zijn er geen uitwendige tekenen van ziekte en functioneert de persoon normaal. Ziektes die worden veroorzaakt door virussen of bacteriën zijn ook besmettelijk maar hebben niet zo’n lange incubatietijd.

• Besmettelijkheid:

Creutzfeldt-Jakob die wordt veroorzaakt door prionen is voor niet besmettelijk. Deze ziekte kan dus niet worden overgedragen via: huidcontact, speeksel, tranen, zweet, urine, ontlasting en seksueel contact. Dit is bij bacteriën en virussen in alle gevallen wel zo.

• Onderzoek:

Sommige onderzoekers geloven niet dat prionen bestaan. Van bacteriën en virussen weten de onderzoekers zeker dat ze bestaan.



H14 Levensbeschouwelijke bezwaren tegen vaccinatie



Steeds meer ouders twijfelen aan vaccinaties doordat de kans bestaat dat in de komende 10 jaar er zo'n 11 nieuwe vaccins worden verwacht. De twijfel van de ouders zal dus alleen maar groeien. Ook als je bedenkt dat een kindje van 2 maanden al wordt gevaccineerd tegen difterie wat hier niet eens meer voorkomt? En tegen tetanus terwijl die ziekte op die leeftijd nog helemaal niet voorkomt? En kinkhoest, terwijl de afgelopen decennia toch steeds kinkhoest bleef voorkomen? En polio? Deze laatste is zeker nuttig (hoewel ook gevaccineerden polio kunnen krijgen), maar met 2 maanden al vinden veel mensen overdreven.

Het rare is ook dat juist zwakke kinderen (die nog meer te verduren hebben door de prik) vaak zo ernstig de vaccinaties nodig zouden hebben.



Voor christenen is vaccinatie ten diepste in strijd met de religieuze overtuiging waarin ze hun kinderen willen opvoeden. Niet alleen is de mens hovaardig als hij probeert invloed uit te oefenen op Gods voorbeschikking, ook gaat het niet aan om het eigen lichaam met ziektekiemen te besmetten. Zij zien een parallel tussen inenting en ‘ingrepen in de voorzienigheid’ als abortus en euthanasie. De overeenkomst is dat zowel abortus, euthanasie als vaccinatie een daad is waarmee mensen autonomie tegenover God nastreven, in hun ogen een grote zonde.



Bronnenlijst:



Internet:



- http://www.diagnose-kanker.nl/immunologie.htm



- http://www.gezondheidslijn.nl/



- http://www.czmedicinfo.nl/



- http://www.geneticepi.com/NL/CJD/cjd.html



- www.huisartsen-urk.nl/tekst-2-12



- www.brinkster.com/jannesvv/werkstukken/ scheikunde/waterzuivering/manieren



- www.vaccins.be



- www.rivm.nl



- http://www.tinussmits.com





Boeken :



- Solar ANW VWO bovenbouw deel 1 + gegeven aantekeningen

- Nectar Biologie VWO bovenbouw



Cd-rom:



- Medische encyclopedie




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.