De gekke koeie ziekte

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas havo | 3311 woorden
  • 12 februari 2002
  • 20 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 20 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW

Jaap van der Starre
De gekke koeien ziekte, BSE, staat in de belangstelling omdat heel veel koeien, vooral in Engeland, moeten worden geslacht en vooral omdat er gevaar zou zijn voor overdracht van die levensbedreigende ziekte op de mens. Het is al lang gebruikelijk dat de overheid op grote schaal vee laat slachten als er een veeziekte is uitgebroken. Vervolgens krijgen de getroffen boeren een schadevergoeding. Hiermee overigens ontneemt de staat de individuele boer de verantwoordelijkheid voor het uitbreken van vee-ziekten, voor een groot deel.

Voor het van staatswege slachten worden twee redenen opgegeven:

1. Om alle ziektekiemen van een besmettelijke ziekte te verwijderen.
2. Om de consument het vertrouwen te geven dat de veiligheid weer voor 100% is gegarandeerd.
Die tweede reden is van belang omdat het gaat om de Europese consumenten. Om hen weer vertrouwen te geven zouden alle Britse koeien over één kam geschoren moeten worden en dus allen (boven een bepaalde leeftijd) geslacht moeten worden. Een dergelijke schade zou in omvang veel kleiner zijn als de ziekte tot een klein EU-land beperkt was, zoals Luxemburg, of als de ziekte tot een klein district in Engeland begrensd zou zijn of uiteindelijk tot een bepaalde boerderij, eigendom van een individuele boer. De staat heeft echter de verantwoordelijkheid voor de vee-gezondheid de individuele boer ontnomen: één zelfde Brits beleid bepaalt nu hoe alle boeren met hun vee omgaan. Als nu ergens een fout wordt gemaakt op dit gebied is het niet beperkt tot de individuele boer die hem het eerst maakt maar dan gaat het waarschijnlijk ook bij heel veel boeren fout en dan moet men de hele Britse veestapel over één kam scheren. Dergelijk gevaar zou nog veel groter worden als het beleid van individuele EU-landen wordt vervangen door één EU-beleid.
De staat kan de 'domme' boer de verantwoordelijkheid voor de gezondheid van zijn vee ontnemen, maar kan de staat vervolgens die verantwoordelijkheid wél dragen? Het is vreemd dat er pas na zoveel jaar dat de ziekte BSE bekend is ingegrepen gaat worden omdat nu pas zou blijken dat het ook voor mensen gevaarlijk kan zijn. Het is al weer een tijd geleden dat de ziekte BSE en haar oorzaak bekend werd. Koeien werden gevoerd met o.a. diermeel waarin ook allerlei zieke dieren verwerkt werden, zoals schapen met een gelijksoortige hersenziekte, scrapie. In het zenuwstelsel van die zieke schapen zitten proteïnen die ook de oorzaak zijn van het ziek worden van de hersenen van koeien. In de veevoerfabriek wordt het diermeel verhit zodat allerlei bacteriën worden gedood, maar de temperatuur die hierbij bereikt wordt is niet hoog genoeg voor de afbraak van de hersenziekte-proteïnen.
Als boeren zelf verantwoordelijk zouden zijn voor het uitbreken van vee-ziekten dan zouden zij waarschijnlijk veel eerder hebben geëist van hun veevoerleverancier dat in het veevoer geen zieke dieren zijn verwerkt en dat bestaande voorraden veevoer worden teruggenomen. Als veevoerfabrikanten het voordelig vinden om zieke dieren te verwerken in het veevoer dan is het hun verantwoordelijkheid om de veiligheid ervan te bewijzen. Dan kunnen zij zelf gaan experimenteren en dan hadden zij zelf kunnen constateren dat door hergebruik van zieke dieren in de voedselketen de incubatietijd zodanig terugloopt dat er reeds runderen van 20 maanden oud BSE kunnen krijgen. Voor die constatering zouden waarschijnlijk niet eerst 140000 koeien BSE hoeven te krijgen zoals nu is gebeurd.
Om te voorkomen dat de consument wantrouwen krijgt tegen Brits rundvlees heeft de Britse staat het geheim proberen te houden dat er mogelijk een zodanig probleem is met de kwaliteit van het vlees, dat zelfs mensen door gebruik van dit vlees een dergelijke hersenziekte kunnen krijgen, lijkend op de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. De overheid wist in 1989 van een medewerker van het Britse ministerie van gezondheid, Dr. Harash Narang, dat er grote overeenkomsten waren tussen de aangedane hersendelen van een BSE-koe en die van een mens met de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. En in 1986 was al bekend dat dieren van de Londense dierentuin, zoals de grote Koudou en de Mouflon, de ziekte kregen door gebruik van het diermeel en hetzelfde gebeurde met katten en poema's. Hieruit volgt dat de ziekte ook kan overgaan op andere diersoorten en mogelijk ook op de mens. Dr. Narang kwam met het idee om onderzoek aan BSE te doen door de urine te onderzoeken van het vee. Maar met pesterijen werd geprobeerd Dr. Narang ervan te weerhouden zijn werk voort te zetten; zo werd hem de toegang tot zijn laboratorium ontzegd en op mysterieuze wijze werden al zijn notities over de hersenziekten gestolen. Uiteindelijk na een jaar heeft de overheid hem zelfs ontslagen. De boodschapper van het slechte nieuws werd aldus weggewerkt opdat het maar geheim bleef.

De verkoop van het rundvlees loopt gevaar als bekend zou worden dat mensen risico lopen door de hersenziekte getroffen te worden. De overheid houdt geheim om te voorkomen dat er veel runderen voor niks geslacht gaan worden maar brengt mensen in gevaar die anders het vlees niet zouden gebruiken. De geheimhouding diende dan ook tevens om de verantwoording voor het gevaarlijke beleid te ontlopen. Het risico van het telen van ziek vee wentelt de staat af want schadevergoedingen aan boeren worden uiteindelijk opgebracht door de belastingbetaler. Als de staat het risico niet wil of kan nemen, kan zij de verantwoordelijkheid dan wel drágen?

1986: Bij Britse koeien wordt BSE (Bovine Spongiforme Encephalopathie), ofwel de gekkekoeienziekte ontdekt. Een 'spons achtige' aandoening bij runderen, die holten in de hersenen veroorzaakt.
De dieren vertonen gedragsveranderingen en bewegingsstoornissen. Wetenschappers vermoeden dat er een verband bestaat tussen het consumeren van vlees dat met BSE is besmet, en de dodelijke hersenziekte Creutzfeldt-Jakob bij mensen.
1989: In Nederland wordt het verwerken van dode herkauwers (runderen, schapen en geiten) in diervoeder voor herkauwers verboden.
1990: De Nederlandse overheid verbiedt de invoer van diermeel uit Groot-Brittannië. Voor alle veeartsen in de Europese Unie geldt een meldplicht voor ontdekking van BSE-symptomen.
1992: Nederland voert het Identificatie en Registratiesysteem voor Runderen (I&R; de gele oormerken) in. Daarmee is het mogelijk om van alle dieren de herkomst snel te traceren.
1994: De Europese Unie verbiedt het verwerken van alle dierlijke eiwitten in veevoer voor herkauwers. In vrijwel alle lidstaten worden inmiddels hersenen, ogen, amandelen, kronkeldarm en ruggenmerg van runderen na de slacht verwijderd en vernietigd.
1997: In Nederland wordt het eerste rund met BSE ontdekt.
1999: Het importverbod op Brits rundvlees wordt opgeheven, de Europese Commissie verklaart het land BSE-vrij. Frankrijk blijft het Britse vlees nog boycotten en er ontstaat een geruchtmakende 'vleesoorlog' tussen Frankrijk en Groot-Brittannië.
De Scientific Steering Committee (SSC), dat de Europese Commissie adviseert in de BSE-crisis, bepaalt het risico op BSE voor 23 landen. In Nederland noemt de SSC de kans op BSE 'zeer gering'.
De meeste gevallen in West-Europa zijn gemeld in Portugal (170), Ierland (84), Zwitserland (39) en Frankrijk (31). In Nederland wordt het zesde geval van gekkekoeienziekte ontdekt sinds 1997.
2000: In Nederland wordt het zevende geval van BSE aangetroffen. In Frankrijk zijn inmiddels honderd gevallen ontdekt, tegen 31 vorig jaar. Reden voor de grootschalige ontdekking is een nieuwe test, waarmee de ziekte sneller kan worden opgespoord.
Ook worden runderen in heel Europa vaker bij de slacht steekproefsgewijs met de nieuwe test op BSE onderzocht. Sinds 1989 zijn in Engeland 81 mensen met de ziekte Creutzfeldt-Jakob besmet. Van hen zijn er 24 overleden. In Frankrijk zijn twee mensen aan de hersenziekte gestorven en vermoedelijk vijf mensen besmet.
2001: In de tweede week van januari doen zich twee feiten van belang voor. In Olst wordt het negende Nederlandse BSE-geval ontdekt na controle bij een destructiebedrijf. In Duitsland zien twee ministers zich gedwongen tot aftreden vanwege het verzwijgen van feiten: Karl-Heinz Funke (Landbouw) en Andrea Fischer (Volksgezondheid)

Niets aan de hand?

De internationale explosie van publiciteit in het voorjaar van 1996 over het mogelijk verband tussen BSE , bijgenaamde de gekke-koeienziekte, en Creutzfeldt-Jakob , een vergelijkbare dodelijke hersenziekte bij mensen, heeft een lange voorgeschiedenis. De ontdekking van deze nieuwe ziekte bij runderen, een variant van het al eeuwen bekende scrapie bij schapen, werd voor het eerst wereldkundig gemaakt in april 1987 door het Britse ministerie van landbouw, visserij en voedsel (MAFF ). Een door de overheid ingestelde onderzoekscommissie kwam tot de conclusie: "that it was most unlikely that BSE will have any implications for human health. (...) With the long incubation period of Spongiform Encephalopathies in humans it may be a decade before complete reassurances can be given." Zowel BSE als CJD worden veroorzaakt door prionen , die van de hersenen letterlijk een spons kunnen maken.
De Britse overheid beschouwde rundvlees als volkomen veilig voor menselijke consumptie, maar kondigde niettemin maatregelen aan om BSE aan te pakken door een verbod op het voeren van slachtafval aan runderen (juli 1988) en door het verplicht vernietigen van dieren met BSE-symptomen. Het aantal runderen met BSE zou na deze Offal Food Ban sterk afnemen, al werd die afname pas enkele jaren later zichtbaar. De maatregelen werden verscherpt toen in 1990 vijf antilopen uit een dierentuin en een aantal katten met BSE vergelijkbare symptomen bleken te vertonen, hetgeen zou kunnen wijzen op een 'cross-species' overstap van de prionen. Verschillende Europese landen besloten importbeperkingen op te leggen aan Britse rundvlees. Voor het eerst kreeg BSE de volle aandacht van de media, en dat leidde tot de nodige verontrusting, zo schrapten enkele scholen rundvlees van het menu, ondanks de verzekering van de overheid dat het Britse vlees nog steeds absoluut veilig was. En voor het eerst doken de beelden op die later in 1996 op ieders netvlies geëtst zouden worden, namelijk de beelden van de wankelende 'gekke' koe.

informatievacuüm

BSE paste voor de media perfect in de reeks van eerdere 'food crises', als die rond de salmonellabesmettingen, die in de jaren daarvoor al voor grote ophef hadden gezorgd. Hoewel er (nog) geen menselijke slachtoffers van de BSE-variant van CJD 'beschikbaar' waren, bood het onderwerp voldoende mogelijkheden voor human interest (de geruïneerde boer versus de minister die zijn dochtertje op tv een hamburger laat eten) en schokkende beelden (van de vernietiging van karkassen). Bovendien kreeg het BSE-verhaal al snel de invalshoek van een falende overheid die het schandaal in de doofpot wilde stoppen. Het MAFF probeerde namelijk de informatiestroom over BSE zoveel mogelijk zelf te controleren en verbood soms deskundigen om met de pers te praten. Door dit informatievacuüm kregen 'alternatieve' bronnen met dramatische uitspraken over de gevolgen van de BSE-crisis voor de volksgezondheid veel ruimte in de media. In de jaren daarna verdween BSE vrijwel geheel uit het nieuws bij gebrek aan nieuwswaardige gebeurtenissen, het wachten was op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek of nieuwe overheidsmaatregelen. De strategie van het MAFF om te voorkomen dat experts controversiële uitspraken zouden doen bleek voorlopig vruchten af te werpen: BSE was geen nieuws meer en ook de dissidente wetenschappers met hun doemscenario's raakten 'uit' voor de media.

extremely small risk

Het blijft tamelijk stil rond BSE tot 20 maart 1996, wanneer minister van Gezondheidszorg Stephen Dorrel bekend maakt dat zich in de afgelopen jaren tien onverklaarbare gevallen van een speciale variant van CJD (nv-CJD ) bij jonge mensen hebben voorgedaan en dat er misschien toch een verband zou kunnen bestaan tussen het eten van rundvlees van vóór de maatregelen van 1989. "There remains no scientific proof that BSE can be transmitted to man by beef, but the Committee has concluded that the most likely explanation at present is that these cases are linked to exposure to BSE before the introduction of the specified bovine offal ban in 1989." Dorrell in zijn verklaring: "The new measures and effective enforcement of existing measures will continue to ensure that the likely risk of developing CJD is extremely small." Wetenschappelijk beschouwd was het directe oorzakelijk verband tussen BSE en CJD op dat moment nog niet bewezen. Wel had de Britse overheid daarmee officieel de stap gemaakt van een "inconceivable" naar een "extremely small risk", en dat maakte een wereld van verschil, ook al probeerden de autoriteiten te benadrukken dat er geen reden was voor paniek.

worse than Aids?

De media speelden een belangrijke rol op die eerste dag van de BSE-crisis. Het rapport van de door de overheid ingestelde onderzoekscommissie SEAC was uitgelekt naar de Daily Mirror die er meteen over publiceerde ("Official: Mad Cow Can Kill You.") en de minister daarmee onder druk zette om halsoverkop een persconferentie te organiseren. De op het eerste gezicht tegenstrijdige boodschap dat rundvlees nog steeds veilig was, maar dat miljoenen runderen zouden worden afgemaakt, leidde tot veel speculatie en verontrusting. Later op diezelfde dag schatte een 'encephalopathies' deskundige in een veelbekeken televisie-interview het aantal mogelijke BSE/CJD-slachtoffers op ruim een half miljoen mensen. Bovendien antwoordde hij bevestigend op de vraag van de interviewer of deze 'epidemie' even groot zou kunnen worden als Aids, zonder dat antwoord verder toe te lichten. "Could it be worse than Aids?" kopte dan ook een van de Britse tabloids de volgende dag groot op de voorpagina. De aankondiging van nieuwe maatregelen om BSE uit te roeien versterkten de indruk van een groot gevaar voor de volksgezondheid.

de status van feit

Gezien de voorgeschiedenis van de BSE-affaire in Engeland en deze 'ongecontroleerde' informatiestroom over de SEAC bevindingen, wekt het geen verbazing dat er al snel een niet meer te stuiten publicitaire kettingreactie op gang kwam. Voor het einde van de avond van de twintigste maart was het voor de media en daarmee voor het publiek een uitgemaakte zaak: BSE is de oorzaak van de nieuwe gevallen van CJD, en dus is het eten van rundvlees riskant. Herhalingen van televisiebeelden van enkele jaren geleden waarin ministers en deskundigen nog bezweren dat Brits rundvlees absoluut veilig is, versterkten de beeldvorming van een falende overheid, die met al die geruststellende verklaringen alleen maar meer verdacht werd.
In deze eerste fase van de berichtgeving krijgt de link tussen BSE en CJD al snel de status van een vastgesteld feit, terwijl er wetenschappelijk gezien alleen maar een vermoeden bestond dat de ziekteverwekkende prionen de stap van dier naar mens hadden gezet. Dat gebeurde niet alleen in de tabloids maar ook in 'kwaliteitskranten' als de London Times en de Financial Times. Uit een inhoudsanalyse van deze laatste krant blijkt dat de berichtgeving in de eerste dagen tamelijk onnauwkeurig was met een sterke nadruk op de 'definite link' tussen BSE en CJD, terwijl de artikelen in de weken daaropvolgend steeds genuanceerder en wetenschappelijk correcter werden. Maar deze artikelen werden vaak overschaduwd door forse koppen die weinig ruimte lieten voor twijfel.

Wat is BSE?
BSE, ook wel de gekke-koeienziekte genoemd, staat voor Bovine spongiforme encephalopathie. Het is een ziekte die bij rundvee het centrale zenuwstelsel aantast. Het woord 'spongiform' (=sponsvormig) geeft een van de symptomen van de ziekte aan: de ziekte veroorzaakt microscopisch kleine holten in de hersenen van besmet vee. De gevolgen hiervan zijn gedragsveranderingen (schrikreacties, overgevoeligheid voor licht) en bewegingsstoornissen. Uiteindelijk sterft het dier aan de ziekte.
BSE wordt veroorzaakt door zogenaamde 'prionen'. Dat zijn afwijkende eiwitten die 'gewone' eiwitten kunnen vervormen. De hersencellen waarin zich prionen ophopen, gaan dood. Dit heeft de sponsachtige veranderingen tot gevolg.
Het is zo goed als zeker dat er een verband bestaat tussen BSE en een variant van de voor mensen dodelijke hersenziekte, de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Daarom wordt een groot aantal maatregelen genomen om risico's van BSE voor de mens te beperken.
Hoe wordt BSE veroorzaakt?
Besmetting via veevoer is de belangrijkste oorzaak. BSE kan mogelijk ook ontstaan doordat een zieke koe de ziekte tijdens de zwangerschap overbrengt op haar kalf. Als deze vorm van besmetting voorkomt, is de kans hierop klein.
De ziekte werd in 1986 voor het eerst geconstateerd bij rundvee in Groot-Brittannië. Hoe het eerste rund met BSE is besmet, is niet met zekerheid te zeggen. Volgens een van de theorieën zou bijvoeding met diermeel geproduceerd uit slachtafval en kadavers van schapen die besmet waren met scrapie de oorzaak zijn. Scrapie is een ziekte die verwant is aan BSE. Scrapie is overigens reeds lang bekend bij schapen en is niet besmettelijk voor de mens. Een andere belangrijke theorie is dat de ziekte is veroorzaakt door bijvoeding van runderen met diermeel geproduceerd van slachtafval en kadavers van runderen die leden aan een zeer sporadisch voorkomende spontane vorm van BSE.
Men neemt aan dat het grote aantal BSE-koeien in Groot-Brittannië (tijdens het hoogtepunt in 1992 ruim 3000 per maand) is veroorzaakt doordat in Groot Brittannië het destructieproces van slachtafvallen en kadavers gewijzigd werd. Daarbij kwam een tweede hitte-behandeling met stoom te vervallen. Omdat BSE-prionen bestand zijn tegen hoge temperaturen, werden ze in het vernieuwde destructieproces niet meer uitgeschakeld, en konden ze in diermeel terecht komen.

De ziekte van Creutzfeldt-Jakob

De ziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJD) kent verschillende vormen. Het langst bekend is de 'sporadische vorm', een uiterst zeldzame ziekte die de hersenen aantast en uiteindelijk leidt tot de dood. Er is geen duidelijk aanwijsbare oorzaak voor het ontstaan van deze ziekte bekend. Een geneeswijze is er niet. Per jaar krijgt ongeveer 1 per miljoen mensen deze ziekte; wereldwijd zijn er dus zo'n 6000 gevallen per jaar. Meestal gaat het om mensen ouder dan 55 jaar. Andere vormen die reeds langer voorkomen zijn de 'erfelijke vorm' en de zgn. 'iatrogene vorm' (het gevolg van een medische behandeling).
Nieuw is de vorm van CJD waarmee BSE in verband wordt gebracht (vCJD). Aangetoond is dat de ziekteverwekker van vCJD overeenkomt met die van BSE. Deze variant werd voor het eerst vastgesteld in 1996 in Groot-Brittannië. Sindsdien hebben zo'n honderd meest jonge mensen de ziekte gekregen. Vrijwel alle slachtoffers kwamen uit Groot-Brittannië, maar er deden zich ook gevallen voor in Frankrijk en Ierland. In Nederland is vCJD is tot op heden niet gevonden. Doordat weinig bekend is over de incubatietijd (met andere woorden: de periode tussen de besmetting met BSE en de eerste symptomen van vCJD), is niet nauwkeurig te voorspellen hoeveel gevallen van vCJD zich in de toekomst nog zullen voordoen.
Over de incubatietijd van vCJD bestaat nog onduidelijkheid. Vast staat wel, dat die 10 jaar of langer is. Men kan geen vCJD krijgen door iemand aan te raken. Mogelijk kan wel besmetting plaatsvinden via menselijk bloed. Daarom zijn recent adviezen opgesteld voor nadere maatregelen ten aanzien van bloeddonoren en de behandeling van bloed.
CJD en vCJD beginnen dikwijls met kleine geheugenstoornissen, wisselende gemoedstoestanden en schokkende bewegingen in het gelaat. Na verloop van tijd doen zich andere symptomen voor: onstabiel lopen, verslechtering van het zicht, onduidelijk spreken, toenemende dementie. In het laatste stadium is sprake van incontinentie, krampachtige bewegingen, beven, stijve armen en benen en niet meer kunnen bewegen of spreken.
CJD en vCJD kunnen pas definitief worden vastgesteld na overlijden van de patiënt aan de hand van onderzoek van de hersenen. De diagnose kan niet gesteld worden door onderzoek van bloed.
Naar vCJD wordt veel onderzoek verricht, o.m. naar de wijze waarop mensen zijn besmet en naar het verloop van de ziekte. Aangenomen wordt dat de meeste mensen vCJD hebben gekregen door het eten van met BSE besmet voedsel in de periode dat bij de slacht de weefsels waarin de ziekteverwekkers zich ophopen nog niet werden verwijderd en vernietigd en slachtrunderen ouder dan 30 maanden nog niet werden getest op BSE.
Er bestaat nog veel onduidelijkheid over het verschijnsel dat de ziekte beperkt blijft tot incidentele gevallen. Het vóórkomen van vijf ziektegevallen in één klein dorp in Engeland heeft nog niet geleid tot een helder beeld over de oorzaak van de besmetting.

Nieuw geval van BSE

27 dec 2001
DEN HAAG - Bij een koe van een bedrijf in Hellendoorn is BSE geconstateerd. Het is het 27e geval van gekkekoeienziekte in ons land sinds 1997 en het negentiende van dit jaar. De besmetting kwam aan het licht bij de gebruikelijke controle in het slachthuis, aldus donderdag het ministerie van Landbouw.

Op 18 december liet de zogeheten snelle test een positieve uitslag zien. Het onderzoek dat daarop volgde gaf donderdag bevestigde de BSE.

Bij de andere runderen in het bedrijf zijn geen verschijnselen van BSE vastgesteld. Zoals gebruikelijk wordt nu een onderzoek ingesteld naar het veevoer, met name naar het voer dat gegeten werd in de eerste levensmaanden van de zieke koe, die in november 1996 werd geboren. De runderen op het bedrijf worden geruimd.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.