ADVERTENTIE
Meer kans op slagen?

De gouden tip van docenten: oefen met oude examens. Eindexamensite.nl helpt je daarmee. Via die tool kun je oude examenopgaven oefenen en krijg je feedback over welke onderdelen je nog niet beheerst. Zo leer je super efficiënt. Maak nu een gratis proefaccount of gebruik de kortingscode '5EURO'.

Nu oefenen!

Inleiding
Wij houden onze praktische opdracht over de positie van de vrouw in Duitsland. Dit leek ons een interessant onderwerp, we wilden weten hoe de splitsing van Duitsland in 1949 de positie van de vrouw heeft beïnvloed. Dit is tevens ook onze hoofdvraag geworden.
Hoe heeft de splitsing van Duitsland in 1949 de positie van de vrouw in Duitsland beïnvloed?
Om dit te beantwoorden hebben we een aantal deelvragen gemaakt:
1) Wat was de rol van de vrouw in socialistische landen?


De DDR was socialistisch. Om achter te halen hoe het zat met de positie van de vrouw in socialistische landen hebben we deze deelvraag gemaakt, waar we onder andere de rol van de vrouw in de Sovjet-unie behandelen.
2) Wat was de positie van de vrouw vóór de splitsing van Duitsland in 1949?
Om achter te halen hoe de splitsing van Duitsland in 1949 de positie van de vrouw beïnvloed heeft, moeten we eerst informatie hebben over positie van de vrouw vóór 1949. We gaan het hebben over de rol van de vrouw onder het bewind van Hitler en na de Tweede Wereldoorlog.
[3) Wat was de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt in de DDR?]
[4) Wat waren de gevolgen van de vrouw op de arbeidsmarkt voor de positie van de vrouw in de DDR?]
5) Wat waren de gevolgen voor de demografie in de DDR?
We behandelen het geboorte en sterftecijfer van de DDR. We wilden weten, hoe de positie van de vrouw in de loop der tijd in de DDR invloed heeft gehad op het geboorte en sterftecijfer.
6) Welke positie nam de vrouw in op de arbeidsmarkt in de BRD?
7) Wat waren de gevolgen voor demografie in de BRD?
Ook hier behandelen we het geboorte en sterftecijfer maar dan van de BRD. We wilden weten, hoe de positie van de vrouw in de loop der tijd in de BRD invloed heeft gehad op het geboorte en sterftecijfer.


8) Welke overeenkomsten en verschillen hadden de vrouwen in Oost en West-Duitsland?
D1. Wat was de rol van de vrouw in socialistische landen?
Voordat we het gaan hebben over de rol van de vrouw in socialistische landen, vertellen we eerst wat het socialisme inhoudt.
Het socialisme is een maatschappijvorm gebaseerd op gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit wat ontstaan is in de 19e eeuw. Het socialisme heeft vooral te maken hoe een land wordt geregeerd. De socialisten willen dat de staat ervoor zorgt dat er geen verschil is in economische macht tussen het volk en zo een einde maakt aan de klassenmaatschappij
De socialisten vinden dat alle mensen gelijk moeten zijn en dezelfde kansen moeten hebben. Alle mensen hebben dezelfde rechten en niemand staat boven een ander persoon. Volgens socialisten moeten alle mensen die even hard werken ook evenveel geld moeten krijgen. Of hij nou een dokter is of een timmerman. De socialisten vinden wel dat iedereen moet werken. Er moet voldoende werkgelegenheid zijn.
De bedoeling van de socialisten is dat vrouwen dezelfde rechten hebben als de mannen. Maar in werkelijkheid moesten de vrouwen nog vaak alleen zorgen voor het kind. Vrouwen moesten wanneer er een kind werd geboren, hun volledige aandacht schenken aan het kind. Vrouwen moesten een goede opvoeding geven aan de kinderen. Ieder kind dat wordt geboren of het nou een jongen of meisje is, is voor de maatschappij belangrijk.
Een gemakkelijke woning en een aangename omgeving waren belangrijk om een kind goed op te voeden.
Niets kon de voeding van de moeder vervangen, daarom moest de vrouw haar kind de borst geven.
In socialistische landen was het gemakkelijk om te scheiden, vrouwen kregen gelijke rechten en ook kon je gemakkelijk abortus plegen. Veel vrouwen maakten hier gebruik van.
Doordat vrouwen dezelfde rechten kregen als de mannen gingen ze ook in fabrieken werken.
In het onderwijs en de gezondheidszorg werkten veel meer vrouwen dan mannen. Maar als lerares of arts werden de vrouwen slechter betaald dan laaggeschoold (mannen)werk in de industrie. Slechts weinig vrouwen kregen hogere functies.
Om duidelijker de rol van de vrouw in socialistische landen te achterhalen, gaan we de rol van de vrouw in de Sovjet-Unie beschrijven.
Stalin wou met het vijfjarenplan de productie van de industrie doen verhogen. De aandrang kwam te liggen bij de zware industrie, de bewapening en de energiewinning. Door middel van collectivisatie moest de landbouw komen tot een overschot van de productie. Een overschot zorgde voor: het in stand houden van lage voedselprijzen en lage lonen, en een grote agrarische export om de import van machines en andere industriële productiegoederen te kunnen betalen. Door landbouwmechanisatie zouden vele arbeiders op het land vrij komen voor de nieuwe industrie.
Ze deden er 10 jaar over om grondslagen te leggen voor een moderne industrie.
Aan de belangen van de arbeidersbevolking en van de boerenbevolking werd niet gedacht.
Veel boerinnen in de Sovjet-Unie moesten meehelpen met het opbouwen van de nieuwe Sovjet-Unie.
Fanatieke partijleden en radicale boeren of boerinnen uit de eigen omgeving moesten deze taak uitvoeren. Iedere vorm van verzet werd bestreden.
Rond 1930 werden veel boeren gedeporteerd. Ook deporteerden ze vrouwen maar vaak lieten ze hun berooid achter.
Eind jaren dertig vormden de vrouwen ongeveer zestig procent van de arbeidskrachten in een kolchoz. De vrouwen deden zware arbeid, zoals het verbouwen van gewassen en de zorg voor het vee.
Vrouwen in de Sovjet-Unie bekleedden ook andere functies. Zoals politieke functies maar het aantal vrouwen binnen de partij was relatief klein, ongeveer 15 procent van alle partijleden. De vrouwen hadden functies, meestal op de lagere niveaus.
Tijdens het regime van Brezjnev was de arbeidsinzet van de boerenbevolking binnen de grote kolchozen laag. De boeren en boerinnen voelden zich door de staat buitengesloten.
De vrouwen voelden zich als uitgeperste agrarische arbeidskrachten. Zij hadden amper carrièrekansen. De vrouwen brachten een groot deel van hun vrije tijd door aan de zorg voor het gezin. Dit was op het land nog moeilijker dan in de stad door de leefomstandigheden.
Vrouwen droegen de flinke lasten in de Sovjet op de werkvloer, in de samenleving en in huis.
De vrouwen ontvingen een geringe inkomen en nauwelijks persoonlijke bescherming van de staat. De enige manier om de geboorten te beperken was abortus.
D2. Wat was de positie van de vrouw vóór de splitsing van Duitsland in 1949?
Tijdens het bewind van Hitler van 1933 tot 1945 kwam hij met een Vierjahresplan. Het Vierjahresplan had als belangrijkste doel: de werkgelegenheid optrekken. Voordat Hitler aan de macht kwam, was er in Duitsland een werkloosheidscrisis. Tussen 1929 en 1933 daalde het aantal voltijds werkende Duitsers van 20 miljoen tot 11,4 miljoen. De Duitse vrouwen daarentegen namen een groter deel van de arbeidsplaatsen in dan in andere industrielanden. De vrouwen werden wel wettelijk als werkloos geregistreerd.
Om de werkloosheidsstatistieken te beïnvloeden, was het doel van de nazi’s: vrouwen uitsluiten. De nazi’s maakten arbeidsplaatsen beschikbaar voor mannen door vrouwen weg te halen. Dit hoorde bij het nationaalsocialisme. De functie van de vrouw was het verzorgen van de kinderen en huisvrouw zijn. Dit werd gepromoot door het verlenen van leningen tegen een lage rente aan jonggehuwden, op voorwaarde dat de vrouw haar baan opgaf.
In 1936 werd de economie voorbereid op een oorlog. Duitsland had een tekort aan arbeiders in 1936. Hierdoor kwam er werkgelegenheid voor vrouwen en een verandering in de nationaalsocialistische arbeidspolitiek.
De groei van de economie bracht veel vrouwen in de zware industrie en de bewapeningssector. Het vrouwenaandeel steeg tussen 1939 en 1941 in de chemische industrie met 67 procent. In de metaalindustrie steeg het aandeel van vrouwen met 59%.
De maatregelen om de vrouwenarbeid te intensifiëren had niet altijd het gewenste effect.
Er was weliswaar een stijging van het vrouwenaandeel in de machine-, mijn- en staalindustrie maar tegelijkertijd nam het dienstpersoneel toe met 166.000 vrouwen. In de landbouw nam het aandeel van de vrouwen onvoldoende toe. Hierdoor nam de werkdruk toe.
Meisjes vanaf 16 jaar moesten in 1935 verplicht een jaar arbeidsdienst verrichten als huishoudster of in de landbouw. In 1939 moesten alle vrouwen jonger dan 25 jaar zo’n arbeidsdienst verrichten.
De werkgelegenheid van vrouwen groeide vanaf 1935 sterk als resultaat van de arbeidspolitiek van Hitler. Het aandeel van vrouwen steeg van 13 procent naar 19 procent in de ijzer-, staal- en machine-industrie. In de elektrotechnische industrie steeg het aandeel van 12 naar 29 procent en in de sector van precisie en optische instrumenten steeg het aandeel van 18 naar 25 procent. In 1939 bedroeg het totale aantal werkende vrouwen 14,8 miljoen.
Deze groei van werkende vrouwen paste niet in het nationaalsocialistische geloof. De nazi’s waren tegen vrouwenarbeid. Zij vonden het ongepast dat vrouwen en vooral gehuwden buitenshuis gingen werken. Maar omdat er gebrek aan arbeidskrachten was, werden vrouwen, tegen het nationaalsocialisme in, ingezet als arbeidskrachten voor oorlogsdoeleinden.
Aandeel van vrouwen in de tewerkstelling
Duitsland Groot-Brittanie Verenigde Staten
Mei 1939 37,3% Juni 1939 26,4% - -
Mei 1940 41,4% Juni 1940 29,8% 1940 25,8%
Mei 1941 42,6% Juni 1941 33,2% 1941 26,6%
Mei 1942 46,0% Juni 1942 36,1% 1942 28,8%
Mei 1943 48,8% Juni 1943 37,7% 1943 34,2%
Mei 1944 51,0% Juni 1944 37,9% 1944 35,7%
Verdeling van de vrouwen in de Duitse industrie (x 1000)
Mei 1939 Mei 1940 Mei 1941 Mei 1942 Mei 1943
Productiegoederen
Chemie 184,5 197,4 204,7 215,8 255,9
IJzer en staal 14,7 18,4 29,6 36,3 64,9
Constructie 216,0 291,3 363,5 442,0 603,0
Elektro 173,5 185,4 208,1 226,3 264,7
Precisie en optische instrumenten 32,2 37,2 47,6 55,6 67,2
Metaal 139,1 171,3 172,0 192,2 259,5
Totaal 760,2 901,3 1025,7 1168,4 1515,4

Consumptiegoederen
Drukkerijen 97,2 88,8 92,6 73,9 60,1
Papier 89,5 84,3 79,2 71,9 73,1
Leder 103,6 78,7 85,0 81,8 95,6
Textiel 710,1 595,4 581,3 520,9 546,3
Kleding 254,7 226,5 225,3 212,8 228,9
Keramiek 45,3 41,4 39,5 37,1 42,8
Voeding 324,6 273,5 260,9 236,8 238,0
Totaal 1625,3 1388,7 1364,0 1235,4 1284,5
Vrouwen namen een belangrijke plaats in, in de landbouwsector. In 1939 maakten vrouwen 54,5 procent uit van de Duitse tewerkstelling in de landbouw. In 1942 was dit 61,6 procent en in 1944 was dit 65,5%. Ook werden vrouwen ingezet wanneer de landbouw extra hulp nodig had in onrustige tijden, zoals tijdens de oogst. Dit parttime werk was niet genoteerd in de statistieken. In 1949 werden veel mannen uit de detailhandel gehaald. Die mannen werden verzameld voor de krijgsdienst. Vrouwen namen allerlei banen over van de mannen. Banen zoals postbodes, buschauffeurs, spoorwegarbeiders werden overgenomen door vrouwen.
Vrouwen kregen weliswaar daarvoor een lagere loon dan de mannen. Ook werkten ze veel langer dan de mannen. Hierdoor ging de gezondheidstoestand van de vrouwen achteruit.
Aan het einde van de oorlog, was Duitsland een enorme puinhoop. De meeste mannen waren dood of ze waren niet eens teruggekeerd van de oorlog. Vrouwen moesten de puin opruimen en Duitsland helpen om de natie te herbouwen, ze werden ook wel de Trummerfrauen genoemd.
Deze Trümmerfrauen moesten de dode mensen begraven en probeerden zoveel mogelijk bezittingen redden. Zij begonnen met een afmattende taak steden op te bouwen van ruim 400 miljoen kubieke meter van puin en gebruikten enkele basiswerktuigen maar vooral hun naakte handen.
Deze vrouwen werden gemotiveerd om zo’n moeilijke taak aan te nemen, vanwege de voedselbonnen. Voor het harde werken kregen de vrouwen voedselbonnen. Huisvrouwen werden geclassificeerd als bureaumedewerkers. Vrouwen stonden uren in de rij voor brood of boter maar kregen dan uiteindelijk toch niets. Het was een dagelijkse strijd om te overleven.
Het aantal scheidingen steeg flink na de oorlog. Mannen zagen de vrouwen het puin opruimen en tegelijkertijd hadden vrouwen voor de kinderen gezorgd en reguleerden ze het huishouden. De mannen waren niet gewend aan de zelfverzekerde vrouwen. Ze verwachtte de traditionele huisvrouw. Maar ook veel vrouwen kozen voor hun man. Ze steunden hun man en gaven hun zelfverzekerdheid op en gingen zich weer voornamelijk bezig houden met het verzorgen van de kinderen en het huishouden.
D5. Wat waren de gevolgen voor de demografie in de DDR?
In de DDR waren vrouwen ingezet als actieve arbeidskrachten. Vrouwen moesten een steentje bijdragen in de Oost-Duitse economie. De regering probeerde zoveel mogelijk vrouwen te stimuleren om te gaan werken. De regering paste wetten aan voor de werkende vrouwen.
Abortus werd toegestaan in het eerste trimester van zwangerschap. Ook kwam de regering met dagopvang voor kinderen. Zo stimuleerde de overheid vrouwen om te gaan werken maar tevens ook het krijgen van kinderen.
Dit wordt ook wel de familiepolitiek genoemd, die Oost-Duitsland invoerde.
De vrouwen in de DDR kregen allerlei subsidies van de regering voor het verzorgen van de kinderen. Ook voerde de regering een ‘veertig-uren-week’ in voor vrouwen met minstens twee kinderen. Wanneer de vrouwen het 1e kind kregen, kregen ze 1000 Mark, bij een 2e kind kregen ze nogmaals 1500 en bij het krijgen van een 3e kind kregen ze 2500 mark.
Ook kregen vrouwen meer vakantie als ze kinderen hadden.
Oost Duitsland moest rekenen op de vrouwen vanwege de daling van de bevolking. Het waren vooral de mannen die naar het Westen vluchtten.
Jaar Geboortecijfer
DDR
1938 18,0
1946 10,4
1947 13,1
1948 12,8
1949 14,5
1950 16,5
1955 16,3
1960 17,0
1965 16,5
1970 13,9
1975 10,8
1980 14,6
1981 14,2
1982 14,4
1983 14,0
Door de emancipatie van de vrouw (betere opleidingen, toename van werkende vrouwen), de vanzelfsprekendheid van het niet willen van kinderen, de opvoeding van kinderen die steeds meer geld kost, de toenemende beschikbaarheid van anticonceptiemiddelen en de afname van het aantal gehuwden hebben gezorgd voor de daling van het geboortecijfer sinds de jaren ’60.
In de bovenstaande tabel kunnen we aflezen dat rond 1980 het geboortecijfer flink is gestegen. Dit komt voornamelijk door de Familiepolitiek die werd ingevoerd door de regering.
In de grafiek hierboven zien we dat in de Duitse Democratische Republiek het vruchtbaarheidscijfer op 2,2 lag in 1970. In de periode 1975 tot en met 1980 zien dat het vruchtbaarheidscijfer steeg. Dit komt zoals eerder vermeld door het geboortestimulerende beleid van de regering.
Jaar Sterftecijfer Geboorte-/Sterfte overschot
DDR DDR
1938 11,9 +6,1
1946 22,9 -12,4
1947 19,0 -5,9
1948 15,2 -2,4
1949 13,4 +1,1
1950 11,9 +4,6
1955 11,9 +4,4
1960 13,6 +3,4
1965 13,5 +3,0
1970 14,1 -0,2
1975 14,3 -3,5
1980 14,2 +0,4
1981 13,9 +0,3
1982 13,7 +0,7
1983 13,3 +0,7
1984 13,3 +0,4
1985 13,5 +0,2
1986 13,4 -0,1
1988 12,8 0,1
In de DDR is er in het begin van de jaren ’70 sprake van een sterfteoverschot. Door het geboortesimulerende beleid van de regering in 1975/1976, is het geboortecijfer weer wat toegenomen, dat heeft geleid tot een klein geboorteoverschot.
In 1988 zien we dat het sterftecijfer is gedaald. In Oost-Duitsland verbeterde de medische voorzieningen voor ouderen. Er kwamen meer arbeidsplaatsen in de zorg o.a. ook voor vrouwen. Veel vrouwen in Oost-Duitsland werden gestimuleerd om deel te nemen aan het arbeidsproces.
In deze tabel zien we dat het aandeel van vrouwen in gezondheidssector hoog is

1950 (in %) 1988 (in %)
Industrie 29 41
Ambacht 35 37
Bouw 10 17
Landbouw 54 38
Verkeer, post, telefoon 18 35
Handel 55 72
Gezondheidszorg, onderwijs, overige diensten 56 73
We zien in de tabel hieronder dat het aantal inwoners in de DDR alleen maar is afgenomen.
Wel was het aandeel van vrouwen groter dan het aandeel van mannen. Dit komt onder andere door vooral veel mannen naar het Westen vluchtten.
Jaar DDR (bevolking x 1000)
1946 18488
1950 18360
1960 17188
1970 17068
1980 16740
1985 16655
1988 16675
D6. Welke positie nam de vrouw in op de arbeidsmarkt in West-Duitsland?
Na de oorlog garandeerde de staat van de Bondsrepubliek Duitsland volledige gelijkheid tussen mannen en vrouwen.
Eén derde van de bevolking was na de oorlog weer werkende maar vrouwen werden nog steeds slecht betaald. Ook zaten de vrouwen nog altijd op een lagere positie dan de mannen en werden nog steeds gezien als vrouwen die voor het gezin moesten zorgen.
Onder de regering van Konrad Adenauer, de eerste bondskanselier van West-Duitsland in de periode 1949 tot 1963, was er ook geen belangstelling om iets te veranderen. Frans Josef Wuermeling, Franz Josef Wuermeling, minister van familiezaken in de periode 1953 tot 1962 , wilde de structurele verandering van de familie belemmeren. Hij was van mening dat families met veel kinderen, de juiste familie was. Onder zijn beleid ‘’stuurde’’ hij de vrouwen opnieuw in de familie, naar de kinderen, in de keuken en in de kerk (dit word ook wel de drie KKK’s genoemd). Hij wilde geen openbare instellingen, die bij de kinderopvoeding mee konden helpen.
De West-Duitse vrouwen begonnen veranderingen te eisen. De vrouwen in West-Duitsland volgden het beeld van de vrouwen in West-Europa en de Verenigde Staten. Emancipatie in de Bondsrepubliek genereerde vrouwen “van beneden’’.
In 1970 bracht de beweging van de vrouwen een momentum bijeen. Ze streden voor gelijkheid en het recht om abortus te plegen die enigszins in West-Duitsland beperkt werd.
De beweging slaagde erin om een wetgeving te hanteren die gelijke rechten in het huwelijk garandeerde. Een vrouw zou buitenshuis mogen werken en echtscheiding aanvragen zonder toestemming van haar man. De scheiding werd toegestaan wanneer het huwelijk van de partners niet langer verzoend kon worden
Ondanks deze significante groei, bleef de discriminatie voortleven in West-Duitsland.
Inkomensongelijkheden bleven standhouden. De lonen en salarissen van een vrouw varieerden tussen 65 procent and 78 procent van een man voor vele posities.
Op de meeste gebieden, hielden vrouwen hoofdposities niet vast. In het algemeen was het: hoe hoger de positie hoe sterker de mannelijke dominantie.
Vrouwen waren zwaar vertegenwoordigd in de traditionele zorggevende gebieden van gezondheid en educatie.
Vrouwen werkten in West-Duitsland werkten vooral in ziekenhuizen en in scholen.
Ook waren er vrouwelijke artsen en directeurs maar dat was slechts een kleine groep vrouwen. Het waren vooral mannelijke artsen en directeurs.
In de late 1980 was slechts vijf procent van de universiteitsprofessoren in West-Duitsland vrouw.
Hieronder staat een tabel van de beroepsbevolking in de Bondsrepubliek.
1950 1960 Juni
1985
Bondsrepubliek Bondsrepubliek Bondsrepubliek
Beroepsbevolking (x1000) 22074 25593 29012
Mannen 14125 16124 17578
Vrouwen 7949 9469 11433
Aandeel van mannen in procenten % 64 63 60,6
Aandeel van vrouwen in procenten % 36 37 39,4
We zien dat het aandeel van vrouwen ongeveer de helft is van het aandeel van mannen.
Het aandeel van de vrouwen neemt in de loop van de jaren toe, maar het aandeel blijft ten opzichte van de mannen relatief klein.
We hebben een diagram gemaakt zodat het wat duidelijker maakt wat het aandeel van de vrouwen in de beroepsbevolking was ten opzicht van de mannen.
In 1979 kwam er een wet waarin stond dat vrouwen 4 maanden zwangerschapsverlof ontvangen (zes weken voor en acht weken na de geboorte). De vrouwen kregen wanneer ze op zwangerschapverlof waren wel nog doorbetaald (tot 750 DM maandelijks) door de overheid. Veel vrouwen in West-Duitsland gingen naast het verzorgen van hun kinderen parttime werken.
D7. Wat waren de gevolgen voor de demografie in de BRD?
Rond 1970 begonnen vrouwen uit West-Duitsland veranderingen te eisen. Zij zagen de positie van de vrouw in West Europa en de Verenigde Staten. Hierdoor kwam de emancipatie in West-Duitsland op gang. In 1970 streden de vrouwen voor het recht om abortus te plegen, die min of meer werd bewerkt in de Bondsrepubliek.
Door de emancipatie van de vrouw in de Bondsrepubliek daalde het geboortecijfer.
Vrouwen gingen meer werken. Naast het verzorgen van hun kinderen, namen ze ook vaak parttime banen.
Door de emancipatie gingen vrouwen ook meer studeren waardoor het geboortecijfer daalde, alhoewel onderwijsgelegenheden voor West-Duitse vrouwen langzaam op gang kwam.
In het begin van 1980 waren er net zoveel vrouwen als mannen die op de universiteit werden toegelaten. Hoewel het aantal vrouwen dat de studies afmaakten minder was dan de mannen. Dit komt onder andere doordat West-Duitse vrouwen een schemerig uitzicht hadden op een professionele baan na graduatie.

Jaar Geboortecijfer
BRD
1938 19,8
1946 16,4
1947 16,5
1948 16,6
1949 16,8
1950 16,2
1955 15,7
1960 17,4
1965 17,7
1970 13,4
1975 9,7
1980 10,1
1981 10,1
1982 10,1
1983 9,7
1984 9,5
1985 9,6
1986 10,3
1988 11,0
In dit tabel kunnen we de geboortecijfers aflezen die bij de Bondsrepubliek horen.
We zien dat in de periode 1938 tot en met 1965, het geboortecijfer hoog lag. Dit komt onder andere door de traditionele rol van de vrouw. Volgens Franz Josef Wuermeling, de minister van Familiezaken in de periode 1953 tot 1962, waren families met veel kinderen de juiste familie.
Door de emancipatie van de vrouw in 1970 daalde het geboortecijfer. Van alle vrouwen in de Bondsrepubliek, die hun studie had afgemaakt, bleef 40 procent kinderloos. De vrouwenstudie was dus eigenlijk een effectief anticonceptiemiddel. Ook kregen vrouwen steeds op latere leeftijd een kind, waardoor het geboortecijfer daalde.
In de Bondsrepubliek Duitsland lag het vruchtbaarheidscijfer nog op gemiddeld twee kinderen per vrouw. (zie grafiek hieronder).

In de periode 1970 tot en met 1985 daalde de vruchtbaarheidscijfer in de Bondrepubliek. In 1985 lag het gemiddelde kindertal in de BRD rond 1,3 kinderen per vrouw, dat is ruim 40 procent onder het vervangingsniveau
.
Jaar Sterftecijfer Geboorte-/Sterfte overschot
BRD BRD
1938 11,4 +8,4
1946 12,3 +4,1
1947 11,6 +4,9
1948 10,3 +6,3
1949 10,2 +6,6
1950 10,5 +5,7
1955 11,1 +4,5
1960 11,6 +5,9
1965 11,5 +6,2
1970 12,1 +1,3
1975 12,1 -2,4
1980 11,6 -1,5
1981 11,7 -1,6
1982 11,6 -1,5
1983 11,7 -2,0
1984 11,3 -1,8
1985 11,5 -1,9
1986 11,5 -1,2
1988 11,2 -0,2
We zien dat het sterftecijfer in West-Duitsland in de loop der tijd ongeveer hetzelfde blijft. West-Duitsland kende een natuurlijke bevolkingsafname. Dit had te maken met de opbouw van de bevolking. In West-Duitsland was er een vergrijzing van de bevolking. Door de toename van arbeidsplaatsen voor vrouwen in de medische sector, kwamen er meer medische voorzieningen. Die zorgden ook onder andere voor de relatief vele ouderen in West-Duitsland.
In de Bondsrepubliek is de bevolking na de Tweede Wereldoorlog sterk toegenomen, zie de tabel hieronder. Tussen 1946 en 1970 is de bevolking gestegen met 14 miljoen inwoners.
In de Bondsrepubliek was 52 procent van de bevolking maar liefst vrouw. Het aandeel van de vrouwen was dus groter dan het aandeel van de mannen.
Jaar Bondsrepubliek (bevolking x 1000)
1946 46190
1950 50809
1960 55433
1970 60651
1980 61566
1985 61024
1988 61715
D8. Welke overeenkomsten en verschillen hadden de vrouwen in Oost en West-Duitsland?
We zien in de tabel hieronder dat zowel in de BRD als in de DDR in 1975 sprake is van een sterfteoverschot. Enkele belangrijke oorzaken voor de daling van het geboortecijfer waren:
- De emancipatie van de vrouw
- De vanzelfsprekendheid van het niet willen van kinderen
- Kinderen opvoeden kost steeds meer geld
- Toenemende beschikbaarheid van anticonceptiemiddelen
- De daling van het aantal gehuwden.
Geboortecijfer Sterftecijfer Geboorte-/Sterfte overschot
BRD DDR BRD DDR BRD DDR
1938 19,8 18,0 11,4 11,9 +8,4 +6,1
1946 16,4 10,4 12,3 22,9 +4,1 -12,4
1947 16,5 13,1 11,6 19,0 +4,9 -5,9
1948 16,6 12,8 10,3 15,2 +6,3 -2,4
1949 16,8 14,5 10,2 13,4 +6,6 +1,1
1950 16,2 16,5 10,5 11,9 +5,7 +4,6
1955 15,7 16,3 11,1 11,9 +4,5 +4,4
1960 17,4 17,0 11,6 13,6 +5,9 +3,4
1965 17,7 16,5 11,5 13,5 +6,2 +3,0
1970 13,4 13,9 12,1 14,1 +1,3 -0,2
1975 9,7 10,8 12,1 14,3 -2,4 -3,5
1980 10,1 14,6 11,6 14,2 -1,5 +0,4
1981 10,1 14,2 11,7 13,9 -1,6 +0,3
1982 10,1 14,4 11,6 13,7 -1,5 +0,7
1983 9,7 14,0 11,7 13,3 -2,0 +0,7
1984 9,5 13,7 11,3 13,3 -1,8 +0,4
1985 9,6 13,7 11,5 13,5 -1,9 +0,2
1986 10,3 13,4 11,5 13,4 -1,2 -0,1
1988 11,0 12,9 11,2 12,8 -0,2 0,1
In de bevolkingspiramides hieronder zien we dat in beide staten een groot vrouwenoverschot is bij de oudere leeftijdsgroepen. Dit komt door de grote sterfte onder mannen tijdens de Tweede Wereldoorlog en door het feit dat mannen eerder sterven dan vrouwen.
De insnijdingen bij de leeftijdsgroepen rond de veertig en zeventig jaar hebben te maken met de geboorte-uitval tijdens de Tweede en Eerste Wereldoorlog.
Gezinnen zijn tijdens een oorlog niet compleet en bovendien wilt men in een onrustige toestand geen kinderen.
Zowel in Oost-Duitsland als in West-Duitsland steeg het aandeel van vrouwen in de beroepsbevolking. Door de emancipatie van de vrouw gingen steeds meer vrouwen werken.
1950 1960 Juni
1985
BRD DDR BRD DDR BRD DDR
Beroepsbevolking (x1000) 22074 8477 25593 8097 29012 8548
Mannen 14125 5090 16124 4474 17578 4348
Vrouwen 7949 3387 9469 3623 11433 4200
Aandeel van mannen in procenten % 64 60 63 55,3 60,6 50,9
Aandeel van vrouwen in procenten % 36 39,9 37 44,7 39,4 49,1
Hoewel steeds meer vrouwen gingen werken in beide staten, bleef de discriminatie voorkomen zowel in de DDR als in de BRD. Vrouwen werden veel minder betaald dan de mannen.
Hoofdvraag: Hoe heeft de splitsing van Duitsland in 1949 de positie van de vrouw in Duitsland beïnvloed?
Tijdens het bewind van Hitler, waren veel vrouwen aan het werk. Duitsland had een tekort aan arbeiders en daarom werden vrouwen als arbeidskrachten ingezet.
De economische groei van Duitsland bracht veel vrouwen in de zware industrie en de
Bewapeningssector. Vrouwen werden tegen het nationaalsocialisme in, ingezet als arbeidskrachten voor oorlogsdoeleinden.
Na de Tweede Wereldoorlog moesten vrouwen meehelpen om Duitsland op te bouwen. Vrouwen speelden een belangrijke rol in de wederopbouw. Duizenden vrouwen kregen de opdracht in de steden om de puin te ruimen. Elke dag moesten de vrouwen zware werk verrichten en kregen daar ook nog eens weinig voor betaald. Toen de mannen terugkwamen gaven veel vrouwen hun zelfstandigheid op voor de man. De mannen waren niet gewend aan deze zelfverzekerde vrouwen. De vrouw ging weer de traditionele rol spelen: het verzorgen van kinderen en het huishouden onderhouden.
In 1949 werd Duitsland verdeeld in twee staten: de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) en de Duitse Democratische Republiek (DDR). De Bondsrepubliek Duitsland was gevormd naar het democratische en economische model van het westen. De Duitse Democratische Republiek sloot zich, ideologisch, economisch en militair gezien aan bij een socialistisch Oostblok, onder leiding van de Sovjet-Unie
Vrouwen in de BRD keken op naar de emancipatie van de vrouw in het westen van Europa en de Verenigde Staten. Hierdoor begonnen veel vrouwen veranderen te eisen. Hier voor werden vrouwen vaak nog onderbetaald en mochten niet buitenshuis werken zonder toestemming van de man. Door de emancipatie van de vrouw in de Bondsrepubliek Duitsland gingen veel vrouwen meer werken, ze namen parttime banen wanneer ze ook nog voor hun kinderen moesten zorgen. Vrouwen waren zwaar vertegenwoordigd in de traditionele zorggevende gebieden van gezondheid en educatie.
1950 1960 Juni
1985
Bondsrepubliek Bondsrepubliek Bondsrepubliek
Beroepsbevolking (x1000) 22074 25593 29012
Mannen 14125 16124 17578
Vrouwen 7949 9469 11433
Aandeel van mannen in procenten % 64 63 60,6
Aandeel van vrouwen in procenten % 36 37 39,4
In dit tabel zien we dat het aandeel van vrouwen in de beroepsbevolking in de loop der tijd toeneemt.
Het gevolg van de emancipatie van de vrouw in de Bondsrepubliek was dat het geboortecijfer daalde. Vrouwen kregen steeds op latere leeftijd een kind waardoor het geboortecijfer daalde. Ook daalde het vruchtbaarheidscijfer per vrouw in de Bondsrepubliek.
Niet alleen daalde het geboortecijfer door de emancipatie van de vrouw, ook daalde het door de toenemende beschikbaarheid van anticonceptiemiddelen, de daling van het aantal gehuwden en de vanzelfsprekendheid van het niet willen van kinderen.
Door de toename van arbeidsplaatsen voor vrouwen in de medische sector, kwamen er meer medische voorzieningen. Die zorgden ook onder andere voor de relatief vele ouderen in West-Duitsland.

Vrouwen werden in de DDR ingezet als actieve arbeidskrachten. De regering stimuleerde zoveel mogelijk vrouwen om te gaan werken. De regering wilde dat vrouwen zoveel mogelijk kinderen zouden krijgen, omdat kinderen de toekomst waren. Tegelijkertijd moesten vrouwen werken. Om dit zo effectief te laten verlopen, stelde de regering allerlei wetten in.
De gelijkstelling tussen de vrouw en de man hoorde bij het socialistische geloof van de Sovjet-Unie die de leiding had in de DDR. Net als in de socialistische landen moesten veel vrouwen meehelpen met de bouw van de economie. De vrouwen in de DDR deden echter nog steeds het meeste huishoudelijke werk.
In de tabel hieronder is goed te zien dat het aandeel van de vrouwen in de totale beroepsbevolking zeer groot is. Het grote aandeel van de vrouwen had verschillende oorzaken zoals de lage lonen, daarmee was het noodzakelijke dat de vrouwen ook gingen werken zodat ze het gezinsinkomen op een acceptabel peil konden brengen. Ook was er gebrek aan arbeidskrachten als gevolg van het wegtrekken van vele burgers. Vrouwen werden gestimuleerd om deel te nemen aan het arbeidsproces.
1950 1960 30 september
1986
DDR DDR DDR
Beroepsbevolking
(x1000) 8477 8097 8548
Mannen 5090 4474 4348
Vrouwen 3387 3623 4200
Aandeel van mannen in procenten % 60 55,3 50,9
Aandeel van vrouwen in procenten % 39,9 44,7 49,1
De Familiepolitiek, die werd ingevoerd door de regering, zorgde ervoor dat het geboortecijfer steeg. Vrouwen werden gestimuleerd om kinderen te krijgen vanwege het lage geboortecijfer van de afgelopen jaren. Het lage geboortecijfer kwam o.a. ook door de emancipatie van de vrouw, de vanzelfsprekendheid van het niet willen van kinderen, de opvoeding van kinderen die steeds meer geld kost, de toenemende beschikbaarheid van anticonceptiemiddelen en de afname van het aantal gehuwden hebben gezorgd voor de daling van het geboortecijfer sinds de jaren ’60.
Door het geboortestimulerende beleid van de regering steeg ook het vruchtbaarheidscijfer per vrouw in Oost-Duitsland.
In Oost-Duitsland kende men een sterfteoverschot. De oorzaken waren ook hier de grote groep ouderen. Er kwamen steeds meer vrouwen in de medische zorg. Door de stijging van het aantal arbeidsplaatsen in de medische zorg, daalde het sterftecijfer.
Uit deze gegevens kunnen we concluderen dat de splitsing van Duitsland in 1949 wel degelijke de positie van de vrouw beïnvloed. In de DDR speelden de vrouw een belangrijke rol. Zij werden als goede werkzame arbeidskrachten ingezet. De DDR, die onder leiding stond van de Sovjet-unie, was socialistisch. Volgens het socialisme waren alle mensen gelijk. Zowel vrouw als man. Mede door dit geloof werden vrouwen actief ingezet als arbeidskrachten. Ze verdienden echter niet zoveel als de mannen en moesten nog steeds het grootste huishoudelijke werk verrichten in huis. In de BRD gingen vrouwen ook steeds meer werken.
Zowel in de BRD als in de DDR kwam de emancipatie van de vrouw op gang.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

Hoi!
Heel goed werkstuk, echt een goed stuk info.
Maar ik had een vraag.. want van deelvraag 2 gaat het ineens naar deelvraag 5.. waar zijn deelvragen 3 en 4 gebleven?
Alvast bedankt!
Groetjes,
Willeke

11 jaar geleden