ADVERTENTIE
Raad jij de studie?

Waarschijnlijk heb je al wat studies op het oog. Maar heb je echt alle studies overwogen? Grote kans dat je wat toffe opleidingen over het hoofd ziet. In deze video gaan Lauren, Lin & Marit raden welke studie wij zoeken! Misschien is dit ook wel wat voor jou?


Meer info

1. Communicatie



· Communicatie

- wanneer iemand bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap overbrengt op iemand anders

- de boodschap bevat informatie

- de informatie kan bestaan uit gedachten, gevoelens en/of gedragingen

- je hebt een zender en een ontvanger

· medium:

- via daar wordt de informatie verstuurd, het kan bestaan uit gesproken of geschreven woorden, gebaren, brieven, symbolen, je lichaam, de radio, tv-beelden, enzovoort.

- feedback = wanneer de ontvanger op een boodschap reageert.



· 6 verschillende communicatievormen:

- directe en indirecte communicatie

- verbale en non-verbale communicatie

- eenzijdige en meerzijdige communicatie

· directe en indirecte communicatie:

- directe communicatie vindt plaats wanneer mensen oog in oog met elkaar staan; face-to-facecontact, je maakt gebruik van taal en lichaamshouding, gebaren en gezichtsuitdrukkingen.

- Indirecte communicatie kun je elkaar niet direct zien, er bevindt zich een communicatiemiddel tussen.



· Verbale en non-verbale communicatie:

- bij verbale maak je gebruik van gesproken of geschreven woorden.

- Non-verbaal is muziek, schilderijen en lichaamstaal.



· Eenzijdige en meerzijdige communicatie:

- bij eenzijdige communicatie is er sprake van eenrichtingsverkeer, een zender geeft informatie door aan een ontvanger, maar die kan niet gelijk reageren.

- Bij meerzijdige communicatie is iedere deelnemer zowel zender als ontvanger, het is meestal trager, maar wel doeltreffender dan eenzijdige.

· Massamedia:

- Massa is een groot en naamloos publiek.

- Een massamedium werkt bijna altijd eenzijdig en indirect

- de bekendste massamedia zijn de televisie, krant en radio.

- Alle media wil een groot publiek bereiken.

· 3 soorten massamedia:

- de gedrukte media

- radio en televisie

- computers en internet

· de gedrukte media:

- onder de gedrukte media worden tijdschriften, kranten en huis-aan- huisbladen verstaan.

· Tijdschriften:

- heb je over de meest uiteenlopende onderwerpen.

- Een tijdschrift heeft altijd een bepaalde doelgroep; een groep mensen met gemeenschappelijke kenmerken.

- Ze weten wat ze moeten schrijven en op welk niveau

- Je hebt verschillende tijdschriften:

1. jongerenbladen

2. vrouwenbladen

3. gossipbladen; roddelbladen

4. special-interestbladen

5. vakbladen

6. opiniebladen

7. familiebladen

8. omroepgidsen

· Kranten:

- Kranten verschijnen elke dag, behalve zondag

- De opmaak verschilt per krant

- Landelijk dagblad verschijnt in heel Nederland

- Regionale dagbladen zijn alleen te krijgen in een bepaalde streek

- Populaire kranten leggen de nadruk op sensatie

- Kwaliteitskranten richten zich meer op serieus nieuws; ze richten zich op mensen met een hoger opleidingsniveau

· Huis-aan-huisbladen:

- verschijnen meestal een per week en worden bijna altijd gratis bezorgt

- nieuwe categorie is de metro en de sp!ts

· 4 soorten televisie- en radiozenders:

- publieke omroepen

- commerciële omroepen

- regionale en lokale omroepen

- omroepen gericht op meerdere landen

· Publieke omroepen:

- Zenden uit op Nederland 1, 2 en 3

- Zijn opgericht in de jaren ‘20

- Vallen onder de verantwoordelijkheid van minister van Onderwijs en Cultuur en Wetenschappen.

- Ze moeten zich houden aan de mediawet

· Commerciële omroepen:

- het zijn bedrijven die geld willen verdienen

- de reclameboodschappen zijn de hoogste inkomen

- hoeven zich niet te houden aan de mediawet

· regionale omroepen:

- ze brengen vooral plaatselijk nieuws

- worden gefinancierd uit reclame van plaatselijke adverteerders en uit subsidies van de gemeente of de provincie

· Omroepen gericht op meerdere landen:

- in Nederland krijgen de omroepen dan hun programma’s ondertiteld of een Nederlands sprekende commentaarstem

- de bijzonderste omroep is de Wereldomroep

· De nieuwe media:

- dat zijn nieuwe informatiebronnen zoals computers, sms, dvd, enzovoort

· Cd-rom:

- ruimte om heel veel informatie op te slaan

· Internet:

- in 1990 begon het internet eigenlijk pas na 30 jaar eigenlijk te lopen, dat kwam omdat er gebruiksvriendelijke programma’s kwamen.

- Met internet kun je ook met elkaar communiceren

- Het ligt als een spinnenweb over de hele wereld

· WWW:

- het world wide web bevalt teksten, plaatsjes, videofragmenten en reclame

· E-mail

- zo kun je iemand anders waar dan ook ter wereld binnen enkele seconden een bericht te sturen.

- De ontvanger kan het bericht op elk willekeurig moment inladen in zijn computer en lezen.

- Ongewenste e-mail = spam

· Nieuwsgroepen/chatboxen:

- het zijn plaatsen op het net waar mensen met elkaar kunnen praten over bepaalde onderwerpen.

- Er zijn er honderdduizenden van over allerlei onderwerpen

- Chatten is het praten via een site op het internet

· Invloed van de technologie:

- de techniek heeft veel gevolgen voor de massamedia

· Gevolgen voor televisie:

- iedereen heeft een televisie, met allerlei zenders

· Gevolgen voor de gedrukte media:

- sommige mensen verwachten dat gedrukte kranten en boeken in de toekomst helemaal zullen verwijderen, en dat alles op cd-rom’s en internet komt te staan.

- Maar gebleken is dat veel mensen liever een echt boek, krant of tijdschrift thuis op de bank lezen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.